Operation Manual

Inleiding Call manager
7
de gebruiksaanwijzing van de tiptel 350 ISDN. Een korte handleiding voor het
instellen van mailboxen vindt u op pagina 27 van deze gebruiksaanwijzing.
Voorwaarden voor doorverbinden
Voor u het toestel instelt, dient u het hoofdstuk Eerste stappen in de gebruiks-
aanwijzing van de tiptel 350 ISDN te lezen. Belangrijk voor gebruik als Call Manager
zijn de varianten 3 (gebruik vóór een centrale) en 4 (gebruik op een interne S
0
-bus
van de centrale). Variant 3 is aanbevolen wanneer u de tiptel 355 ISDN wilt gebruiken
met een centrale die via de ISDN-point-to-multipoint is aangesloten. Variant 4 is
aanbevolen wanneer u de tiptel 355 ISDN wilt gebruiken met een ISDN-centrale die
via een ISDN-point-to-point (meervoudige) aansluiting wordt gebruikt of over ver-
schillende externe ISDN-aansluitingen beschikt.
Belangrijke opmerking
Voor de Call manager-functies Begroeting en doorverbinden en Automatische
centrale is de doorverbindmogelijkheid onontbeerlijk.
Als u de tiptel 355 ISDN volgens variant 3 vóór een centrale aansluit, kunt u door-
verbinden naar toestellen die achter de tiptel 355 ISDN aangesloten zijn (op de
interne S
0
-bus). Doorverbinden naar een extern telefoonnummer (b.v. GSM) is alleen
mogelijk als uw netwerk de functie ECT ondersteunt. Als u deze mogelijkheid
wenst te gebruiken, dient u contact op te nemen met uw netwerkleverancier.
Als u de tiptel 355 ISDN volgens variant 4 in een centrale aansluit, moet uw centrale
het doorverbinden naar de interne S
0
-aansluitingen ondersteunen. Anders kunt u de
tiptel 355 ISDN niet in deze aansluitvariant gebruiken. Doorverbinden naar een extern
telefoonnummer (b.v. GSM) is enkel mogelijk als uw centrale deze functie onder-
steunt. Als u deze mogelijkheid wenst te gebruiken, dient u contact op te nemen met
de leverancier of de fabrikant van uw centrale.
De centrales tiptel 411 clip, 811 clip, 822 clip en 4011 XT ondersteunen op hun
interne S
0
-aansluitingen het doorverbinden naar interne en externe telefoonnummers.