Datasheet

Telescout (Least Cost Routing)
15
Als u niet zeker weet of u mogelijk verkeerde instellingen hebt aangebracht, kan de-
ze opdracht naar de fabrieksinstellingen terugkeren.
Daarna is het opnieuw starten van de automatische configuratie zinvol.
Serviceprotocol inschakelen
#
94
(0...1)
*
Protocolfunctie (Tracer) aan (1) / uit (0) op aanwijzing Service.
Als bij technische problemen het ServiceCenter adviseert een serviceprotocol (Tra-
ce) aan te maken, schakelt u het protocol met deze functie in. Na een update wordt
het serviceprotocol automatisch weer uitgeschakeld.
Providerinstelling (tarieven)
#
6
PROVIDER (1...99)
*
Tariefnummer 1...99 voor PROVIDER gebruiken. De carriercode moet aan
de actuele Telescout-providerlijst worden ontleend.
Met dit commando legt u vast of en hoe de provider (dus bijv. „1603“) gebruikt moet
worden. „(1...99)“ is daarbij de tariefcode. Wanneer u als tariefcode een „0“ invoert,
blokkeert u de provider. Dit kan bijv. zinvol zijn als een provider weliswaar theore-
tisch voordelige provider heeft, maar praktisch nooit vrije lijnen ter beschikking kan
stellen en elk uitgaand gesprek onnodig lang vertraagt.
Het aangeven van een „1“ betekent, dat de provider zo gebruikt kan worden als zon-
der aanmelding mogelijk is. Alle providers zijn in de leveringssituatie zo ingesteld.
Providers die beslist een aanmelding verlangen, worden bij deze instelling niet ge-
bruikt.
De cijfers „2“ en meer geven afzonderlijke tarieven van deze provider aan. De
precieze toekenning kunt u ontlenen aan de actuele providerlijst van het Service-
Center, dat u onder
http://www.telescout.nl
kunt ontvangen.
U kunt het beste de instelling en aanmelding voor tarieven van providers aan ons
ServiceCenter overlaten. Zo kan uw Telescout de optimale besparing bereiken,
omdat onze kostendeskundigen weten, wie wanneer voordelig is, ook als de aan-
bieder minder bekend is. Hiervoor kruist u in het update-contract het veld „Provider “
aan.










