Operation Manual
TI-83 Plus Programmeren 572
1
=
ç
(lijn)
2
=
è
(dik)
3
=
é
(schaduw bovenaan)
4
=
ê
(schaduw onderaan)
5
=
ë
(pad)
6
=
ì
(actief)
7
=
í
(punt)
GraphStyle(
functie#
,
grafiekstijl
)
Voorbeeld:
GraphStyle(1,5)
in de
Func
instelling stelt de grafiekstijl voor
Y1
in op
ë
(pad;
5
).
Niet alle grafiekstijlen zullen echter beschikbaar zijn in alle
grafiekinstellingen. Zie de tabel van grafiekstijlen in hoofdstuk 3 voor
meer gedetailleerde informatie voor de verschillende grafiekstijlen.