Operation Manual
TI-83 Plus Programmeren 552
In programma's kunt u gebruik maken van variabelen, lijsten, matrices
en tekenreeksen die in het geheugen worden opgeslagen. Wanneer een
programma een nieuwe waarde toekent aan een variabele, lijst, matrix of
tekenreeks, wordt tijdens de uitvoering van het programma de waarde in
het geheugen gewijzigd.
U kunt in een programma ook andere programma's oproepen in de vorm
van een subroutine.
Een programma uitvoeren
Als u een programma wilt uitvoeren, moet u ervoor zorgen dat u zich in
het basisscherm bevindt en de regel leeg is. Ga nu als volgt te werk.
1. Druk
om het menu
PRGM EXEC
op te roepen.
2. Kies in het menu
PRGM EXEC
een programmanaam. In het
basisscherm wordt automatisch
prgm
naam
ingevoegd (bijvoorbeeld
prgmCYLINDER
).
3. Druk nu
Í
om dit programma uit te voeren. Terwijl het
programma wordt uitgevoerd, verschijnt de aanduiding op het scherm
dat de rekenmachine aan het berekenen is (bezig-aanduiding).
De variabele Last Answer (
Ans
) (laatste resultaat) verandert in de loop
van de uitvoering van het programma, zodat u steeds de opdracht
Ans
in
een opdrachtregel kunt invoeren. De variabele Last Entry (laatste invoer)