Operation Manual

Het toestel resetten
Aan/uit
De klank regelen
U moet het toestel resetten indien u het voor het eerst gebruikt, indien u de batterij van het voertuig heeft vervangen of indien
u de aansluitingen heeft gewijzigd.
1. Schakel de autoradio uit.
2. Druk op de toets en verwijder het voorpaneel. Druk vervolgens op met een balpen of een dergelijk voorwerp om
de fabrieksinstellingen te herstellen.
U kunt de autoradio inschakelen door op eender welke toets te drukken, behalve op of De autoradio wordt ook
ingeschakeld indien u een kaart inbrengt in de gleuf of indien u een USB-randtoestel aansluit op de USB-poort. Indien het
toestel is ingeschakeld, moet u langdurig op de toets drukken om het uit te schakelen.
RESET
Draai aan de knop volume/selectie om het volume in te stellen.
Druk herhaaldelijk op de knop volume/selectie om de audioparameter te selecteren die u wil instellen: het volume VOL
»), de bastonen BASS »), de hoge tonen ("TRB”), de balans (“BAL”) of de fader (“FAD”).
Draai vervolgens aan de knop volume/selectie om de geselecteerde parameter in te stellen.
- « VOL » (volume) : van 00 tot 100 (50 niveaus).
- « BASS » (bastonen) / « TRB » (hoge tonen) : van -10 tot +10.
- « BAL » (balans) : 10L, 9L,… L=R, ..., 9R, 10R. Opmerking: L = links;R=rechts.
- « FAD » (fader) : 10F, 9F,… F=R, ..., 9R, 10R. Opmerking:F=vooraan;R=achteraan.
In de geluidinstelmodus wordt de huidige instelling bewaard Het toestel keert vervolgens terug naar de vorige modus.
Houd de de knop volume/selectie meer dan 2 seconden ingedrukt om naar het systeeminstelmenu te gaan.
Druk vervolgens meermaals op de knop volume/selectie om de verschillende menuopties te doorlopen in de volgorde :
“BEEPS 2 , BEEP ALL, BEEP OFF”
Nadat u uw functie heeft gekozen, drukt u op de knop volume/selectie om de instelling uit te voeren.
Opmerking:
Systeeminstelmenu
ND
-
-
“TA SEEK of TAALARM” “PI SOUND of PI MUTE” “RETUNE L of RETUNE S” “MASK DPI of MASK ALL”gg g g
ALGEMENE GEBRUIKSRICHTLIJNEN
NL-10