Operation Manual

25
NL
i-Magic Analyser
Aantekeningen
Bij iedere rit kun je persoonlijke notities ingetypen. Het maximaal aantal karakters is 255.
Kies bij GEVOEL uit vijf verschillende gevoelstoestanden of omschrijf het in 20 karakters in je
eigen woorden. Bij TEMPERATUUR vul je het aantal graden Celcius of Fahrenheit in van de
ruimte waarin je hebt getraind.
Trainingsinformatie
Rechts in het dagrapport verschijnt een beknopte samenvatting van de trainingsinformatie die
behoort bij de geselecteerde rit. Het betreft ID gegevens, snelheid, vermogen, cadans, hartslag.
Functieknoppen
Grafiek
De grafiek is een grafisch overzicht van de trainingsinformatie. De horizontale as geeft de
afstand weer. Je kunt bepalen welke gegevens je in de grafiek wilt zien door het aanvinken van
SNELHEID, VERMOGEN, CADANS en HARTSLAG. De onder- en bovengrens van de hartslag
wordt aangegeven met een horizontale onderbroken lijn. Het kleurvak geeft het parcours aan.
Onder de grafiek vind je gegevens over de renner en zijn score.
Bekijken van de grafiek
Met de pijltjestoetsen op het toetsenbord kun je een verticale MARKEERLIJN verplaatsen.
Linksonder de grafiek staan de waarden die corresponderen met de positie waarop de
markeerlijn staat. Ook het percentage van de hellingshoek of het rondenummer van de
wielerbaan wordt benoemd.
Je kunt het deel van de grafiek dat je nauwkeuriger wilt bekijken INZOOMEN. Gebruik
hiervoor de muis en selecteer het vak dat je wilt vergroten. Na inzoomen verschijnt onder
de grafiek een scrolbalk. De gegevens bij Statistieken wijzigen mee. Kies voor VOLLEDIGE
WEERGAVE bij de rechtermuis functies om de selectie op te heffen. Om de minimale,
gemiddelde en maximale waarde van de prestatie weer te geven en te zien hoeveel energie is
gebruikt (kCal of kJoule) kies je STATISTIEKEN. Met PARCOURS schakel je het kleurvak uit.
Om ook zwart-wit printen goed te kunnen lezen kun je met de functie SYMBOLEN de curves
in de grafiek markeren. De functie AANTEKENINGEN toont de in het dagrapport ingevulde
tekst.