Operation Manual

20
NL
Werking opstartmenu’s
Instellingen
Nadat je het terrein, het parcours en de opponent(en) hebt geselecteerd bepaal je in dit veld de
instellingen van het programma. Er kunnen vele variaties in het te rijden parcours worden aan-
gebracht. Met de knop ENTER blader je door de verschillende mogelijkheden en kies je de
gewenste instelling die zichtbaar is in het paarse deel van de knop.
Camerastand Keuze uit 3 camerstanden. OOG: bekijk het terrein vanuit het oog van
de renner. ACHTER: zie jezelf fietsen op 2 meter afstand. BOVEN: bekijk
het terrein vanuit de lucht.
Hartslag Keuze uit hartslag aan of uit. Deze functie kan alleen geactiveerd worden bij
gebruik van een goede hartslagband (bij voorkeur Polar) Bij HARTSLAG AAN
verschijnt een overlapveld waarin je de boven- en ondergrens van de hartslag
kunt invullen. Bij overschrijden van de bovengrens is een alarmsignaal hoorbaar.
Dit signaal kan tijdens het fietsen worden uitgeschakeld.
Geluid Kies voor geluid aan of uit. Het volume regel je via de PC.
Positie renners Kies voor wel of niet tonen (aan/uit). In een staafdiagram worden de vorder-
ingen in het programma visueel weergeven. Wanneer er met opponenten
wordt gereden is ook de onderlinge positie zichtbaar.
Trainingsinfo Kies voor wel of niet tonen (aan/uit). TRAININGSINFO AAN toont gegevens
als actuele snelheid, vermogen, cadans en hellingshoek % .
Gids Kies voor fietsen met of zonder gids (aan/uit). De gids geeft het te volgen
parcours aan.
Botsingen Kies voor aan of uit. Wanneer de opponent tegen de gebruiker aanfietst zal
deze bij BOTSINGEN AAN iets worden verplaatst. Bij UIT rijdt de opponent
“door” de gebruiker heen.
Fiets Keuze uit drie fietsen: race, baan en ATB. Wanneer je op de wielerbaan fietst
wordt automatisch de baanfiets geselecteerd.
Stuur Indien het T1905 i-Magic Stuurframe is aangesloten activeer je met deze knop
het stuur.