User manual

Gebruikershandleiding Synology NAS
Gebaseerd op DSM 4.3
37 Hoofdstuk 5: Opslagruimte beheren (voor RS10613xs+)
iSCSI Targets beheren
Door iSCSI Targets en iSCSI LUN's toe te wijzen, krijgen clientservers op dezelfde wijze toegang tot een
opslagserver als tot een lokale schijf. In werkelijkheid worden alle naar de schijf overgedragen gegevens echter
over het netwerk naar de opslagserver overgedragen.
iSCSI Targets maken, bewerken of verwijderen
U kunt iSCSI Targets beheren in Hoofdmenu > Opslagbeheer > iSCSI Target. Raadpleeg DSM Help voor
gedetailleerde instructies over het maken, wijzigen, verwijderen of registreren van iSNS-serverinformatie.
Harde schijven beheren
Met het gedeelte HDD-beheer van Opslagbeheer kunt u de status van op uw Synology NAS geïnstalleerde harde
schijven controleren en met de geleverde opties de prestaties en gezondheid van de harde schijf beheren en
analyseren. Om dit gedeelte te bekijken, gaat u naar Hoofdmenu > Opslagbeheer > HDD-beheer.
Schijfcache-ondersteuning inschakelen
Afhankelijk van het model kan schrijfcacheondersteuning worden ingeschakeld om de prestaties van uw
Synology NAS te verbeteren. Het uitschakelen van de schrijfcache beperkt het risico op gegevensverlies door
abnormale stroomstoringen. De systeemprestaties zullen echter lager zijn. Om de instellingen van de
schrijfcacheondersteuning te wijzigen, ga naar Hoofdmenu > Opslagbeheer > HDD-beheer.
We bevelen het gebruik van een UPS aan om uw gegevens te beveiligen wanneer schrijfcacheondersteuning is
ingeschakeld. Het wordt ook aanbevolen om het systeem telkens na gebruik correct af te sluiten.
S.M.A.R.T.-test
De S.M.A.R.T.-test onderzoekt en rapporteert de status van uw harde schijvenen waarschuwt voor mogelijke
schijfdefecten. Wilt u een S.M.A.R.T.-test uitvoeren, ga naar Hoofdmenu > Opslagbeheer > HDD-beheer.
Raadpleeg DSM Help voor meer informatie over S.M.A.R.T.-tests.
Hot Spare
Hot spare-schijven zijn stand-by harde schijven die een beschadigde RAID Group kunnen herstellen door de
beschadigde schijf automatisch te vervangen. Hot spare-schijven hoeven niet aan een specifieke RAID Group te
worden toegewezen, maar kunnen globaal worden toegewezen voor de herstelling van een RAID Group binnen
uw Synology NAS. Voor het toewijzen van hot spare-schijven zie de volgende vereisten:
Het RAID-type van het (de) volume/schijfgroep/iSCSI LUN moet gegevensbescherming hebben (bijv. RAID 1,
RAID 5, RAID 6, RAID 10).
De hot spare-schijf moet groter of gelijk zijn aan de grootte van de kleinste schijf van het (de)
volume/schijfgroep/iSCSI LUN.
Hot Spares beheren
U kunt hot spare-schijven toewijzen, verwijderen of beheren via Hoofdmenu > Opslagbeheer > Hot spare.
Raadpleeg DSM Help voor informatie over hot spare-beheer.
Opslagoverzicht
Opslagoverzicht toont de status van geïnstalleerde harde schijven, kabelverbindingen en hardwarestatuslampjes.
U kunt opslagoverzicht weergeven via Hoofdmenu > Opslagbeheer > Opslagoverzicht. Raadpleeg DSM Help
voor een gedetailleerde uitleg van dit deel.