Operation Manual

5. GEBRUIK VAN DE VERSCHILLENDE COMPONENTEN
21
Controlelampjes
(1) Watertemperatuur controlelampje
Het controlelampje licht op wanneer de temperatuur van de koelvloeistof te hoog
wordt. Wanneer dit lampje oplicht tijdens het rijden, stop dan onmiddellijk, zet de
motor uit en laat de motor afkoelen.
(2) Groot licht controlelampje
Dit controlelampje licht op wanneer het grootlicht ontstoken wordt.
(3) Richtingaanwijze controlelampje
Dit controlelampje licht op wanneer de linker of rechter richtingaanwijzers
geactiveerd worden.