Operation Manual

VOOR- EN ACHTERLICHT CONTROLEREN
Zet het contact in de positie ‘ ’, start de motor en zet het licht aan. Controleer of de koplamp en het achterlicht branden.
Controleer de afstelling van de koplamp door de scooter op gelijke ondergrond met de wielen op de grond (niet op de
standaard) te zetten en de koplamp op een muur te richten.
Controleer de koplamp op beschadiging en viezigheid.
REMLICHT CONTROLEREN
Zet het contact in de ’ positie, houdt afzonderlijk van elkaar de achter- en de voorrem in en check of in beide gevallen het
remlicht aan gaat.
Controleer de achterlichtkap op beschadiging en viezigheid.
LET OP
Het gebruik van andere lampen met andere waarden dan standaard kan ervoor zorgen dat de zekering kapot gaat of dat de
accu overladen wordt.
Wijzigingen aan het elektrisch systeem van de scooter kunnen brand veroorzaken.
RICHTINGAANWIJZERS EN CLAXON CONTROLEREN
Zet het contact in de ’ positie.
Zet de richtingaanwijzer naar rechts aan en controleer of voor en achter de lampen gaan knipperen. Doe hetzelfde voor links.
Inspecteer of de richtingaanwijzer glaasjes vuil of kapot zijn.
Druk op de schakelaar van de claxon en luister of deze naar behoren werkt.
LET OP
Het gespecificeerde wattage van de richtingaanwijzer gloeilampen dient bij vervanging van de lampen gehandhaafd te blijven
om een correcte werking van de richtingaanwijzers te bewerkstelligen.
Gebruik de richtingaanwijzers als u afslaat of van rijbaan verandert. Het verkeer achter u weet dan welke kant u opgaat.
Door de schakelaar van de richtingaanwijzers in te drukken zet u deze uit.
BENZINE LEKKAGE CONTROLEREN
Controleer de benzinetank, brandstofleidingen en carburateur op lekkage.
SMEERPUNTEN CONTROLEREN
Controleer of alle scharnierende onderdelen voldoende zijn gesmeerd. (Voorbeeld: middenbok-as, zijstandaard, remhandles, etc.)
LUCHTFILTER CONTROLEREN
LET OP
Na het lopen is de motor erg warm, houdt daar rekening meet, brandt u niet.
Gebruik altijd een bougie van het originele type. (Bougietype is terug te vinden bij de specificaties.)
Demontage procedure
Verwijder de schroef van het luchtfilterdeksel.
Verwijder het deksel en het luchtfilter.
Reinig of vervang het filter. (check het onderhoudsschema voor de controle
interval)
Montage procedure
Monteer het luchtfilter in omgekeerde volgorde dan de demontage.