01_06_Covers 11.3.2004 18:52 Page 1 VYPER HANDLEIDING www.suunto.
Indicatoren voor de Scroll Knoppen Temperatuur Dag van de Week Modus Text Persoonlijke Instelling Bergmeerstand Zuurstofpercentage in de Nitrox Modus Symbool Voor Vliegverbod Staafgrafiek: - Functie-indicatior - Consumed Botton Time - Oxygen Limit Fraction Attentiesymbool Logboeksymbool Huidige Diepte Duikteller OLF C B T °F °C TIME CEILING OPTIONS DIVE TIME NO DEC TIME SELECT OK S L O AVGPO2 MAX W STOP ASC TIME QUIT m ft NO O2%SURF DIVE Referentie Dagelijks-/Duiktijd-/DiepteAlarm Ind
BESCHRIJVING VAN DE WAARSCHUWINGEN In deze handleiding worden belangrijke situaties of handelingen in een gearceerd kader geplaatst. Er zijn drie waarschuwingen gebruikt, gerangschikt naar belang. WAARSCHUWING wordt gebruikt om een situatie of handeling aan te duiden, die tot ernstige verwondingen of de dood kunnen leiden. PAS OP wordt gebruikt om een situatie of handeling aan te duiden die kan leiden tot schade aan het product.
PREN 13319 PrEN13319 "Duikaccessoires - Dieptemeters en gecombineerde diepte- en tijdmeetinstrumenten - Functionele- en veiligheidseisen, testmethoden" is een standaard Europees voorschrift voor dieptemeters t.b.v. het duiken. De VYPER is volgens deze voorschriften ontworpen. ISO 9001 SUUNTO Oyj’s Kwaliteitsbewakingssysteem is door Det Norske Veritas ISO-9001 gecertificeerd (Quality Certificate No. 96-HEL-AQ-220).
WAARSCHUWING! LEES DEZE HANDLEIDING! Lees deze handleiding zorgvuldig en in zijn geheel door, inclusief hoofdstuk 1.2, “Voor uw veiligheid”. Zorg ervoor dat u het gebruik, de displays en de beperkingen van de VYPER begrijpt. Als er verwarring optreedt als gevolg van het onjuiste gebruik van dit product, kan dit ertoe leiden dat u foutieve beslissingen neemt die leiden tot ernstig letsel of de dood.
INHOUDSOPGAVE WAARSCHUWINGEN .................................................................. 3 1. INTRODUCTIE .......................................................................... 6 1.1. VOOR UW VEILIGHEID ............................................................ 6 1.1.1. Noodopstijgingen ..................................................................... 8 1.1.2. Beperkingen van Duikcomputers ............................................. 9 1.1.3. Verrijkte Lucht en Duikveiligheid .............
4. MENUFUNCTIES .................................................................... 41 4.1. GEHEUGENFUNCTIES EN GEGEVENSOVERDRACHT [1 MEMORY] ............................................................................. 43 4.1.1. Logboek en Duikprofielgeheugen [1 LOGBOOK] ................ 43 4.1.2. Duikhistoriegeheugen [2 HISTORY] ..................................... 43 4.1.3. Gegevensoverdracht en PC-Interface [3 TR-PC] ................... 46 4.2. SIMULATIESTAND [2 SIMUL] ................................
1. INTRODUCTIE Gefeliciteerd met de aanschaf van een SUUNTO VYPER duikcomputer. Dit compacte, geavanceerde instrument zal u jarenlang zorgeloos begeleiden op de mooiste duiken. 1.1. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFT Gebruik deze computer niet voordat u deze handleiding zorgvuldig en in zijn geheel heeft doorgelezen, inclusief alle waarschuwingen hieronder. Zorg ervoor dat u de mogelijkheden, de bediening, het gebruik en de beperkingen van de SUUNTO VYPER begrijpt.
WAARSCHUWING! GEEN ENKELE DUIKCOMPUTER KAN DE KANS OP DECOMPRESSIEZIEKTE OF ZUURSTOFVERGIFTIGING GEHEEL UITSLUITEN! De gebruiker moet zich realiseren dat er geen enkele procedure of duikcomputer bestaat die de kans op decompressieziekte of zuurstofvergiftiging uitsluit. De fysiologische gesteldheid van de duiker kan van dag tot dag veranderen. Geen enkele duikcomputer kan rekening houden met deze variaties.
WAARSCHUWING! ACTIVEER ALTIJD DE CORRECTE HOOGTE-INSTELLING! Verzuimen de juiste hoogte-instelling te selecteren wanneer u duikt op hoogten boven 300 m, zal ertoe leiden dat de computer incorrecte berekeningen uitvoert, met een vergroot risico op decompressieziekte als gevolg. WAARSCHUWING! DEZE COMPUTER IS NIET GESCHIKT VOOR HET MAKEN VAN DUIKEN BOVEN 3000 M (10’000 FT) BOVEN ZEENIVEAU. Duiken op grotere hoogten zal het risico van decompressieziekte sterk vergroten.
1.1.2. Beperkingen van Duikcomputers Hoewel deze duikcomputer gebaseerd is op de meest recente onderzoeken naar decompressieprocedures en gebouwd is volgens de laatste technologische ontwikkelingen, kan een duikcomputer geen metingen doen van de fysiologische processen in het lichaam van een duiker. Alle decompressieprocedures die tot op heden ontwikkeld zijn, zijn gebaseerd op theoretische wiskundige modellen die bedoeld zijn als richtlijn om de risico’s van decompressieziekte te beperken. 1.1.3.
2. BEKEND RAKEN MET DE VYPER 2.1. FUNCTIES De multifunctionele VYPER duikcomputer heeft drie duikcomputer-modellen (AIR, NITROX, GAUGE), drie bedieningsmodi (TIME/STAND-BY, SURFACE, DIVING), drie menugestuurde hoofdfuncties (MEMORY, SIMULATION, SET) en 15 - 17 menugestuurde subfuncties (zie de afbeelding achterop deze handleiding). Door middel van de drukknoppen kunt u door de verschillende functies heen lopen.
• Om de electroluminescente displayverlichting te activeren (In de Surface Mode moet u de knop 2 seconden lang ingedrukt houden, tijdens een duik maar 1 seconde). Druk op de ‘pijl omhoog’ (PLAN) knop • • • • Om het tijdsdisplay te activeren, wanneer het hele display uit staat. Om de duikplanningsfunctie vanuit de Surface Mode te activeren. Om tijdens de duik een speciaal aandachtspunt aan te geven in het duikprofiel. Om in de weergegeven opties omhoog te bladeren of een waarde te vergroten (▲). Fig. 2.
E OP E N C 2.3. WATERCONTACTEN S LO De watercontacten zorgen voor het automatisch activeren van de Dive Mode (de duikstand). B De watercontacten, die tevens dienen als contacten A Fig. 2.3 De dieptesensor (A), de watercontacten / dataoverdrachtscontacten (B). Fig. 2.4 Actieve watercontacten worden aangeduid met de tekst AC. 12 voor gegevensoverdracht, bevinden zich achter op het instrument (Fig. 2.3).
3. DUIKEN MET DE VYPER DIVE In dit hoofdstuk wordt informatie gegeven over de bediening van de computer en het aflezen van het display. U zal zien dat de computer eenvoudig te gebruiken en af te lezen is. Op ieder display is alleen die informatie te zien, die relevant is voor de situatie waarin u zich bevindt. Alle duikfuncties van de computer kunnen vanuit de Dive Mode bediend worden. De computer zal zich automatisch activeren wanneer deze meegenomen wordt naar een diepte van meer dan 0.5 meter.
Wanneer u de computer activeert, kunt u een korte controle uitvoeren waarbij u nagaat of: Fig. 3.3 Startup III. De GAUGE modus.
3.1.2. Batterijspanningsindicator en Batterijspanningswaarschuwing Deze duikcomputer heeft een unieke batterijspanningsmeter waarmee u een grafische weergave krijgt van de resterende batterijspanning, zodat u van tevoren kunt zien of het nodig is om de batterij te vervangen. De batterijspanningsindicator is te zien wanneer u de Dive Mode activeert. De electroluminescente displayverlichting zal aanstaan tijdens het meten van de batterijspanning. In de volgende tabel ziet u de verschillende niveaus. TABEL 3.
In alle bedieningsmodi is het symbooltje voor te lage batterijspanning te zien. Als het batterijsymbooltje in de Surface Mode te zien is of als het displaycontrast te laag is, kan de batterijspanning te laag zijn en dient u de batterij te vervangen. LET OP! Uit veiligheidsoverwegingen wordt de displayverlichting permanent uitgeschakeld zolang de batterijspanning te laag is. Na het vervangen van de batterij werkt deze functie weer naar behoren. 3.1.3.
NUMMERING VAN DE DUIKEN IN DE DUIKPLANNER Herhalingsduiken horen bij een serie wanneer de tijd van het vliegverbod (de desaturatietijd) niet nul is geweest tussen de twee duiken in. Wanneer de oppervlakte-interval korter is dan 5 minuten, wordt de tweede duik gezien als een vervolg van de eerste duik. Het duiknummer zal dan niet veranderen voor het tweede deel van de duik en de duiktijd loopt verder waar hij gebleven was (zie ook hoofdstuk 3.5.2. “Duiknummering”). 3.1.4.
3.2. DUIKEN MET PERSLUCHT 3.2.1. Primaire duikgegevens De duikcomputer zal op een diepte van minder dan 1.2 m in de Surface Mode blijven. Pas op een diepte van meer dan 1.2 m zal de Dive Mode geactiveerd worden (Fig. 3.7). Alle informatie op het display is logisch ingedeeld en voorzien van de relevante eenheden of een label (Fig. 3.7 en 3.8). Tijdens een normale geen-decompressieduik is de volgende informatie zichtbaar: • Uw huidige diepte in meters [feet].
3.2.2. Verbruikte Bodemtijd (CBT; Consumed Bottom Time) Uw resterende geen-decompressietijd wordt ook grafisch weergegeven als een staafgrafiek, links op het display (Fig. 3.7, 3.8, 3.9). Wanneer uw geendecompressielimiet afneemt tot minder dan 200 minuten zal het eerste segment van de grafiek (onderaan) verschijnen. Naar mate uw lichaam meer stikstof absorbeert, zullen meer segmenten zichtbaar worden. m MAX NO DEC TIME C B T °C Fig. 3.7 Het begin van een duik.
3.2.3. Veiligheidsstops m MAX STOP C B T °C DIVE TIME Fig. 3.10 Stijgsnelheidsmeter. Twee segmenten. Twee verschillende veiligheidsstops worden door deze duikcomputer aangegeven: de Aanbevolen Veiligheidsstop en de Verplichte Veiligheidsstop. De STOP-aanduiding op het display kan het volgende betekenen: • Een aanbevolen veiligheidsstop van 3 minuten op een diepte tussen de 6 en 3 meter. • Een verplichte veiligheidsstop, dieper dan 6 meter.
De duur van de verplichte veiligheidsstop hangt af van de ernst van de stijgsnelheidsovertreding. De minimale tijd is 3 minuten; hetzelfde als de aanbevolen veiligheidsstop. U mag niet opstijgen tot boven de 3 meter diepte zolang de verplichte veiligheidsstop nog niet afgerond is. Als u zich boven het zogenaamde plafond (‘ceiling’) begeeft, verschijnt er een pijltje naar beneden als teken dat u direct af dient te dalen. Dit gaat gepaard met een alarmsignaal (Fig. 3.15).
P BEE P BEE EEP m B S L O MAX W STOP NO DEC TIME C B T °C Wanneer de maximale stijgsnelheid overschreden wordt, verschijnt het vijfde segment met daarin het woord SLOW, waarop de huidige diepte begint te knipperen. De overtreding kan een langdurige overschrijding van 10 m/min zijn, of een kortstondige overschrijding van de maximum toelaatbare snelheid van 12 m/min. DIVE TIME Fig. 3.13 Stijgsnelheidsmeter.
3.2.5. Decompressieduiken Wanneer uw NO DEC TIME, oftewel uw geen-decompressielimiet, ooit nul minuten wordt, zal de duik een decompressieduik worden. Dit houdt in dat u één of meerdere stops moet maken voordat u terug kunt keren naar de oppervlakte. De NO DEC TIME aanduiding op het display verdwijnt, en daarvoor in de plaats verschijnt de ASC TIME aanduiding. De maximum diepte van de duik wordt vervangen door de CEILING aanduiding en een naar boven wijzend pijltje (Fig. 3.16).
WAARSCHUWING! AANBEVOLEN WORDT OM EEN OPSTIJGING TE MAKEN ZODRA DE VYPER AANGEEFT DAT DECOMPRESSIESTOPS NOODZAKELIJK ZIJN! Let op de naar boven wijzende pijlen. WAARSCHUWING! DE WERKELIJKE OPSTIJGTIJD KAN LANGER ZIJN DAN DE TIJD DIE DE VYPER WEERGEEFT ONDER ASC TIME! De minimaal benodigde opstijgtijd (ASC TIME) kan langer worden als: - U langer op diepte blijft. - Uw opstijging langzamer is dan 10 m/min. - U uw decompressiestops dieper maakt dan op het decompressieplafond.
De ondergrens en de diepte van het decompressieplafond hangen af van het gevolgde duikprofiel. Let erop dat naar mate men langer op diepte blijft, het decompressieplafond steeds dieper wordt en de benodigde opstijgtijd langer wordt. De decompressiezone zal zich langzaam naar het wateroppervlakte verplaatsen tijdens het decomprimeren. Als de duik op een ruwe zee gemaakt wordt kan het moeilijk zijn om dicht bij de oppervlakte op een constante diepte te blijven.
m HET DISPLAY BINNEN DE OPTIMALE DECOMPRESSIEZONE CEILING MAX STOP ASC TIME C B T °C DIVE TIME Fig. 3.18 Decompressieduik, binnen de decompressiezone. De twee naar elkaar wijzende driehoekjes vormen een zandlopertje. U bevindt u binnen de optimale decompressiezone op 3.5 m diepte en uw resterende opstijgtijd is 5 min. Door op de TIME knop te drukken kunt u uw maximum diepte en de huidige tijd weergeven. P BEE P BEE P ... BEE m CEILING STOP ASC TIME C B T °C DIVE TIME Fig. 3.
3.3. DUIKEN MET VERRIJKTE LUCHT 3.3.1. Voor de duik Deze computer kan zowel met perslucht (AIR modus) gebruikt worden, als met verrijkte lucht (NITROX modus). Als u opgeleid bent voor het duiken met Nitrox/ verrijkte lucht, raden wij aan om de computer permanent in de NITROX modus te laten staan (zie hoofdstuk 4.3. “Instellingen wijzigen”).
WAARSCHUWING! m PO2 O2% OLF Fig. 3.20 Nitrox display. De maximum diepte, gebaseerd op 21% O2 en een PO2 van 1.4 bar is 54.1 meter. m O2% OLF °C DIVE TIME Fig. 3.21 Het display aan de oppervlakte in de NITROX modus. ALS UW COMPUTER IN EEN CONSOLE IS INGEBOUWD, MAG DE MANOMETER NIET BLOOTGESTELD WORDEN AAN EEN HOGER ZUURSTOFPERCENTAGE DAN 40%. Verrijkte lucht met een hoger zuurstofpercentage brengt een vergroot brand- en explosiegevaar met zich meer, met ernstig lichamelijk letsel als gevolg.
3.3.2. Zuurstofdisplays Als de computer in de NITROX modus staat, zal de VYPER alle informatie gerelateerd aan het duiken met verrijkte lucht tonen bij het inschakelen en het activeren van de duikplanner. De NITROX modus wordt aangegeven door een NITROX-symbooltje. Op het NITROX-display is het volgende te zien (Fig. 3.20): • • • • Het zuurstofpercentage, aangegeven met O2%, wordt aan de linker zijde van het middelste venster getoond. De ingestelde maximale PO2 staat rechtsboven op het display.
Als u tijdens de duik op de TIME knop drukt, verschijnen de alternatieve displays met daarop (Fig. 3.24): m MAX O2% NO DEC TIME C B T °C TIME • de huidige tijd • • de CBT (verbruikte bodemtijd) de maximum diepte (wanneer het een decompressieduik betreft) Na vijf seconden zal het display weer de oorspronkelijke informatie tonen. Fig. 3.24 Alternatief display. Door het indrukken van de TIME knop kunt u de huidige tijd, maximum diepte en CBT oproepen. m MAX 3.3.3.
3.4. GAUGE MODUS In de GAUGE modus kan de computer gebruikt worden voor het duiken met trimix of een ander exotisch gasmengsel. Als u opgeleid bent voor technisch duiken en u bent van plan om dit soort duiken te gaan maken, raadt SUUNTO u aan om de VYPER permanent in de GAUGE modus te laten staan (zie hoofdstuk 4.3. “Instellingen Wijzigen”). Deze computer kan ook voor andere doeleinden gebruikt worden, zoals snorkelduiken, free-diving, het maken van dieptemetingen etc. m MAX °C DIVE TIME Fig. 3.
3.5. AAN DE OPPERVLAKTE m MAX NO °C DIVE TIME Fig. 3.27 Het display aan de oppervlakte. U bent boven gekomen na een duik van 18 min. op 20.0 m [66 ft]. De huidige diepte is 0.0 m. Het vliegtuigsymbool wil zeggen dat er een vliegverbod geldt en het attentiesymbool houdt in dat u aangeraden wordt om uw oppervlakte-interval te verlengen. 3.5.1. Oppervlakte-interval Na een opstijging naar een diepte van minder dan 1.2 m, zal het duikdisplay vervangen worden door het oppervlaktedisplay.
Als de computer in de NITROX modus staat krijgt u tevens de volgende informatie te zien: m • • het zuurstofpercentage van het gasmengsel waarmee u gedoken heeft, naast O2% links op het display MAX NO uw huidige niveau van blootstelling aan zuurstof in procenten van het maximaal toelaatbare, links op het display in plaats van de CBT. 3.5.2. Duiknummering Verschillende herhalingsduiken behoren tot dezelfde serie als de desaturatietijd tussen de duiken door niet de 0 minuten bereikt.
3.5.3. Vliegen na het duiken De resterende tijd van het vliegverbod na de duik wordt aan de oppervlakte weergegeven in het midden van het display, naast het vliegtuigsymbool. Vliegen of reizen naar gebieden op grotere hoogte moet binnen deze periode vermeden worden. LET OP! Het vliegtuigsymbooltje is in de stand-by stand van de computer niet zichtbaar.
3.6. HOORBARE EN ZICHTBARE WAARSCHUWINGEN De duikcomputer is uitgerust met een aantal hoorbare en zichtbare alarmsignalen om de aandacht van de gebruiker te vestigen op het naderen van belangrijke limieten. Ook worden deze signalen gebruikt om het ingeven van informatie te bevestigen. Een korte, enkele piep is te horen als: • de duikcomputer geactiveerd wordt • de duikcomputer automatisch terugkeert naar het tijdsdisplay. m MAX NO DEC TIME C B T °C P BEE P BEE P BEE Fig. 3.
Voordat u een duik gaat maken kunt u een aantal alarmsignalen instellen. U kunt een signaal programmeren op een bepaalde tijd en u kunt tevens gewaarschuwd worden voor het overschrijden van een maximum duiktijd en diepte. Deze waarschuwingen worden geactiveerd wanneer: • de tijd waarop een alarm is geprogrammeerd wordt bereikt (Fig. 3.
WAARSCHUWING! WANNEER DE OLF-GRAFIEK AANGEEFT DAT HET MAXIMUM IS BEREIKT MOET U ONMIDDELLIJK OPSTIJGEN TOTDAT DE WAARSCHUWING STOPT MET KNIPPEREN! Als u in een situatie als deze niet direct actie onderneemt kan het risico van zuurstofvergiftiging sterk toenemen met ernstig lichamelijk letsel of de dood als gevolg.
De gekozen hoogte-instelling is te herkennen aan bergsymbooltjes (A0, A1 = één bergje, A2 = twee bergjes). In hoofdstuk 4.3.1.1, “Persoonlijke- en hoogteinstellingen” wordt in detail uitgelegd hoe u deze instellingen kunt wijzigen. WAARSCHUWING! STEL DE COMPUTER ALTIJD IN OP DE CORRECTE HOOGTESTAND! Wanneer gedoken wordt op hoogten boven 300 meter boven zeeniveau, moet de computer ingesteld worden op de overeenkomstige hoogtestand.
Wanneer een persoonlijke instelling gekozen is, ziet u op het display een duikertje verschijnen met daarnaast één of twee ‘+’-tekens (P0 = alleen het duikertje, P1 = duikertje en +, P2 = duikertje en ++). In hoofdstuk 4.3.1.1. “Persoonlijke- en hoogte-instellingen” leest u hoe u deze instellingen kunt wijzigen. Zoals gezegd, de mogelijkheid van het kiezen van een persoonlijke instelling stelt de duiker in staat om het decompressieprogramma conservatiever te maken.
3.8. FOUTMELDINGEN De VYPER waarschuwt de duiker in situaties die, als de duiker niet correct reageert, kunnen leiden tot een vergroot risico op decompressieziekte. Als de duiker deze waarschuwingen echter negeert zal de VYPER in een Error mode terechtkomen, wat aangeeft dat de duiker een ernstige overtreding heeft begaan waardoor hij een groot risico op decompressieziekte loopt.
4. MENUFUNCTIES De belangrijkste menufuncties zijn 1) de geheugenfuncties, 2) de duiksimulator en 3) de instellingsfuncties. HET GEBRUIK VAN DE MENUFUNCTIES 1. 2. Activeer de menufuncties door één maal op de SMART (MODE) knop te drukken wanneer de computer in de duikmodus staat (Fig. 4.1). Doorloop de verschillende opties door op de ▲ en ▼ knoppen te drukken. Wanneer u door de verschillende functies heen bladert verschijnt de naam en het nummer van de functie op het display (Fig. 4.2 - 4.4). 3.
DE LIJST VAN MENUFUNCTIES SELECT Fig. 4.4 Instellingen wijzigen. [3 SET]. QUIT OPTIONS Fig. 4.5 Geheugenfuncties. [3 MEMORY]. 1. GEHEUGENFUNCTIES EN GEGEVENSOVERDRACHT [1 MEMORY] 1. Logboek en Duikprofielgeheugen [1 LOGBOOK] 2. Duikhistoriegeheugen [2 HISTORY] 3. Gegevensoverdracht en PC-Interface [3 TR-PC] 2. SIMULATIESTAND [2 SIMUL] 1. Duiksimulator [1 SIM DIVE] 2. Duikplanner [2 SIM PLAN] 3. INSTELLINGEN WIJZIGEN [3 SET] 1. Duikparameters Instellen [1 SET DIVE] 1.
4.1. GEHEUGENFUNCTIES EN GEGEVENSOVERDRACHT [1 MEMORY] pagina 1 DIVE De geheugenfuncties (Fig. 4.5) van deze computer bestaan uit het gecombineerde logboek- en duikprofielgeheugen (Fig. 4.6 - 4.12), het duikhistoriegeheugen (Fig. 4.13 - 4.14) en de gegevensoverdracht-functie (Fig. 4.15). 4.1.1. Logboek en Duikprofielgeheugen [1 LOGBOOK] Dit instrument is uitgerust met een geavanceerd logboek- en duikprofielgeheugen met een buitengewoon grote capaciteit.
Pagina II (Fig. 4.8) • • duiknummer in de duikserie maximum diepte LET OP! Door resolutieverschillen tussen het logboek- en • duikhistoriegeheugen kunt u een verschil zien van maximaal 0.3 m.
Druk één keer op de SMART (Select) knop om de functie van de scroll-knoppen te veranderen, zodat u ze kunt gebruiken om voor- en achteruit te bladeren in het logboek (Fig. 4.11). Druk weer op de SMART (Select) knop om met de ▲ en ▼ knoppen door logboekpagina’s I - IV te kunnen bladeren. Tijdens het bladeren door de verschillende duiken heen wordt alleen Pagina I getoond. Als u achteruit bladert, wordt tussen de oudste en de nieuwste duik in de tekst END getoond (Fig. 4.12).
4.1.2. Duikhistoriegeheugen [2 HISTORY] SELECT Fig. 4.13 Duikhistoriefunctie. [ 2 HISTORY]. De duikhistorie is een samenvatting van alle duiken die ooit door de computer opgeslagen zijn. Om de duikhistoriefunctie te activeren kiest u achtereenvolgens MODE - 1 MEMORY - 2 HISTORY (Fig. 4.13). De volgende informatie is nu op het display te zien (Fig. 4.
De gegevens worden via de connector onder op de computer overgebracht.
4.2. SIMULATIESTAND [2 SIMUL] QUIT OPTIONS Fig. 4.16 Duiksimulatie-opties. [2 SIMUL]. De duiksimulator kan gebruikt worden om bekend te raken met de verschillende mogelijkheden en displays van de VYPER, voordat u ermee gaat duiken. Deze functie is ook uitermate geschikt voor het gedetailleerd plannen van duiken, voor het geven van demonstraties en voor lesdoeleinden. De duikcomputer heeft twee simulatiemodi (Fig. 4.16): • De DUIKSIMULATOR (Fig. 4.17) en • De DUIKPLANNER (Fig. 4.19).
4.2.2. Duikplanner [SIM PLAN] De duikplanner kunt u gebruiken om de huidige geendecompressielimieten (nultijden) voor verschillende diepten te bekijken. In deze stand kunt u naar wens een oppervlakte-interval invoeren waarmee de computer rekening houdt bij zijn berekeningen. Tevens kunt u hiermee de gewenste oppervlakteinterval instellen voor de simulatie. Verleng de huidige oppervlakte-interval met de TIME en PLAN knoppen. SELECT Fig. 4.19 Duikplanner. [2 SIMPLAN].
4.3. INSTELLINGEN WIJZIGEN [3 SET] QUIT OPTIONS Fig. 4.22 Instellingen wijzigen. [3 SET]. De verschillende functies waarmee instellingen gewijzigd kunnen worden, zijn verdeeld in drie subfuncties. Met deze subfuncties kunt u duikgerelateerde, tijdgerelateerde en persoonlijke instellingen veranderen. 4.3.1. Duikparameters Instellen [1 SET DIVE] Kies achtereenvolgens MODE - 3 SET - 1 SET DIVE om de duikparameters in te stellen (Fig. 4.23).
Om deze twee instellingen te wijzigen kiest u achtereenvolgens MODE - 3 SET - 1 SET DIVE 1 AdJ MODE (Fig. 4.24). U kunt nu kiezen uit drie hoogte-instellingen en drie persoonlijke instellingen (Fig. 4.25 en 4.26). OK WAARSCHUWING! CONTROLEER VOOR DE DUIK ALTIJD OF DE GEKOZEN HOOGTE-INSTELLING OVEREENKOMT MET DE HOOGTE WAAROP MEN GAAT DUIKEN, EN DAT DE PERSOONLIJKE INSTELLING OVEREENKOMT MET DE GEWENSTE BEPERKING VAN DE GEEN-DECOMPRESSIELIMIETEN.
4.3.1.3. Maximum diepte-alarm [3 MAX DPTH] U kunt desgewenst één diepte-alarm instellen. SELECT Fig. 4.29 Maximum dieptealarm. [3 MAXDPTH]. Om de diepte waarop het alarm afgaat te wijzigen kiest u achtereenvolgens MODE - 3 SET - 1 SET DIVE - 3 MAXDPTH (Fig. 4.29). Het diepte-alarm kan ingesteld worden op een diepte tussen 3.0 en 100.0 meter [9 -328 ft] (Fig. 4.30). Vanuit de fabriek is deze waarde ingesteld op 40.0 meter, maar u kunt deze functie naar wens uitschakelen of verder instellen. 4.3.1.4.
4.3.2. Tijd Instellen [2 SET TIME] De subfunctie waarin u de tijd kunt instellen activeert u door achtereenvolgens MODE - 3 SET - 2 SET TIME te kiezen (Fig. 4.33). Deze functie bestaat uit drie subfuncties: 1) Tijd instellen, 2) Datum instellen, 3) Wekker of dagelijks alarm instellen. SELECT 4.3.2.1. Tijd instellen [1 AdJ TIME] Om de tijd op de computer in te stellen of te veranderen kiest u achtereenvolgens de functies MODE - 3 SET - 2 SET TIME - 1 AdJ TIME (Fig. 4.34).
4.3.2.3. Instellen van de wekker [3 T ALARM] OK Fig. 4.37 Het instellen van de datum. U kunt in de VYPER één dagelijks alarm instellen. Wanneer deze wekker afgaat, knippert het tijdssymbool 1 minuut lang. Het alarmsignaal is 24 seconden lang te horen. Na het instellen van de tijd, zal deze wekker iedere dag afgaan. Door het indrukken van een knop kunt u het alarmsignaal vroegtijdig afzetten.
kunt u desgewenst de computer op het metrische of het Engelse eenhedenstelsel instellen (Fig. 4.43, 4.44.). 4.3.3.3. Berekeningsmodel kiezen [3 MODEL] SELECT Met deze functie kunt u kiezen in welke modus u de computer wilt gebruiken, AIR, NITROX of GAUGE. Deze functie activeert u door achtereenvolgens MODE - 3 SET - 3 SET PREF - 3 MODEL te kiezen (Fig. 4.45). Na het activeren van deze subfunctie kunt u kiezen tussen de AIR (perslucht), NITROX (verrijkte lucht) of GAUGE (dieptemeter/divetimer) modus (Fig.
5. ZORG EN ONDERHOUD De SUUNTO VYPER is een geavanceerd precisie-instrument. Behandel hem met zorg. Hij is ontworpen om de invloeden van het duiken te weerstaan, maar heeft specifiek onderhoud nodig. 5.1. BELANGRIJKE INFORMATIE WATERDICHTHEID Dit instrument is waterdicht tot een statische druk van 10 bar/atm of een diepte van 100 meter. Let echter op! De dynamische druk die gecreëerd wordt door bewegingen onder water zijn groter dan de statische druk.
5.2. ZORG VOOR UW COMPUTER • Probeer NOOIT de behuizing van de computer te openen! • Breng uw VYPER na 2 jaar of 200 duiken (wat het eerste voorkomt) terug naar uw SUUNTO Dealer voor onderhoud. Deze onderhoudsbeurt houdt het volgende in: een algemene controle, het vervangen van de o-ringen, en de batterij, en een controle op waterdichtheid.
5.3. ONDERHOUD Dit instrument moet na iedere duik grondig gespoeld worden met schoon, lauw kraanwater en afgedroogd worden met een zachte handdoek. Verzeker u ervan dat er geen zoutkristallen of vuil meer op het instrument zijn blijven zitten. Controleer het display en de transparante batterijcover op het eventueel binnendringen van water. Gebruik de computer onder geen beding wanneer u vocht of condens in het instrument ontdekt! PAS OP! • Gebruik nooit perslucht om vocht van de computer af te blazen.
5.5. BATTERIJEN VERVANGEN LET OP! Het is aanbevolen dat u uw geautoriseerde SUUNTO dealer benadert voor het vervangen van de batterij. Het is van groot belang dat het vervangen van de batterij zorgvuldig gedaan wordt om lekkages te voorkomen. PAS OP! Defecten die ontstaan als gevolg van het op een incorrecte manier vervangen van de batterij, vallen niet onder de garantie.
DE BATTERIJ VERVANGEN De batterij en de bieper bevinden zich achter op de computer in een apart compartiment. De onderdelen hiervan ziet u in Fig. 5.1. Volg de onderstaande procedure voor het vervangen van de batterij: 1. Verwijder de computer uit zijn beschermende behuizing of console. Polsmodel: • Verwijder de beschermkap. Licht eerst het gedeelte op dat aan de kant van het lange bandje bevindt.
desnoods direct na het verwijderen uit de computer door, om verwarring met de nieuwe o-ring te voorkomen. 9. Ga na of het batterijcompartiment, de batterijhouder en de batterijcover schoon zijn. Maak deze indien noodzakelijk met een niet-pluizende doek schoon. 10. Plaats de nieuwe batterij in het batterijcompartiment. Controleer de polariteit en zorg ervoor dat de ‘-’ pool onder zit. 11. Plaats de batterijhouder terug op zijn oorspronkelijke plaats. 12.
PAS OP! Na de eerst duik moet u de computer controleren op het binnendringen van vocht! Bevestigingsring V5844 VYPER behuizing Batterijcover met bieper V5843 Batterij K5597 Batterijhouder V5842 O-ring K5664 Asje K5588 Beschermkap K5593 Lang deel van polsband K5592 Asje K5588 Complete polsband V5841 Kort deel van polsband met gesp V5836 Fig. 5.1 Onderdelen. De code naast de benaming is de bestelcode. Fig. 5.2 Het losdraaien van de bevestigingsring.
6. TECHNISCHE INFORMATIE 6.1. WERKINGSPRINCIPES GEEN-DECOMPRESSIELIMIETEN OF NULTIJDEN De geen-decompressielimieten die de VYPER hanteert bij een duik naar één diepte (U-profiel) zijn voor de eerste duik uit een serie iets conservatiever dan de limieten die de U.S. Navy tabellen hanteren (Tabellen 6.1 en 6.2). TABEL 6.1 GEEN-DECOMPRESSIELIMIETEN IN MINUTEN VOOR VERSCHILLENDE DIEPTEN (m) VOOR DE EERSTE DUIK VAN EEN DUIKSERIE.
BERGMEERDUIKEN De omgevingsdruk op hoogte is lager dan die op zeeniveau. Als een duiker op een hoogte van bijvoorbeeld 1500 meter boven zeeniveau aankomt is er een grotere partiële stikstofdruk in zijn lichaam dan in de omgeving; hij heeft dus als het ware reststikstof in zijn lichaam. Deze ‘reststikstof ’ verdwijnt uit zijn lichaam en het evenwicht tussen de stikstofdruk binnen en buiten zijn lichaam zal zich na een aantal dagen herstellen.
6.2. REDUCED GRADIENT BUBBLE MODEL, SUUNTO RGBM Het Reduced Gradient Bubble Model (het ‘beperkte belletjesgradiënt’-model) is een modern calculatiemodel waarmee de status van zowel opgelost stikstof als stikstof in gasvorm kan worden gecontroleerd tijdens een groot aantal verschillende handelingen van de duiker.
6.3. ZUURSTOFBLOOTSTELLING De maximale tijd waarop een duiker blootgesteld mag worden aan verhoogde partiële zuurstofdrukken is gebaseerd op algemeen geaccepteerde maximale blootstellingstijden. Daarbij maakt de VYPER gebruik van de volgende maatregelen om de maximale blootstellingstijden te beperken: • Alle berekende zuurstofblootstellingsniveau’s worden omhoog afgerond. • De maximale PO2 van 1.4 bar, de geaccepteerde limiet voor sportduikers, wordt als standaard gebruikt. • De CNS%-limieten tot 1.
6.4. SPECIFICATIES Afmetingen en gewicht zonder de beschermkap en het bandje: • Diameter: 61 mm [2.4 in] • Dikte: 28 mm [1.1 in] • Gewicht: 68 g [2.
Displays in NITROX modus: • • Zuurstof%: 21 - 50 Partiële zuurstofdruk: 1.2 - 1.6 bar afhankelijk van instellingen • Oxygen Limit Fraction: 1 - 110% met 10% resolutie (staafgrafiek) Logboek/Duikprofielgeheugen: • Opname-interval: 20 seconden (de opname-interval kan met de interface ingesteld worden op 10s, 30s of 60s), slaat de maximum diepte binnen ieder interval op. • Geheugencapaciteit: ongeveer 36 uur duiken met een opname-interval van 20 seconden. • Resolutie: 0.
Batterij • • Eén 3 V lithium batterij; CR 2450 (K5597) en O-ring 1,78 mm x 31,47 mm 70 ShA (K5664) Opslagtijd (bewaartijd): Tot drie jaar • Vervangen: Na twee jaar, of eerder afhankelijk van duikgewoonten. • Verwachte levensduur bij 20°C [68°F]: - 1 - 2 jaar, afhankelijk van de duikgewoonten. De volgende factoren zijn van invloed op de levensduur van de batterij: - De lengte van de duiken. - De temperatuur en omstandigheden waaronder de computer wordt opgeslagen.
7. GARANTIEBEPALINGEN Let op! De garantiebepalingen zijn niet in ieder land hetzelfde. De garantiebepalingen die voor de Benelux en de Nederlandse Antillen van kracht zijn vindt u op de aangehechte garantiekaart. SUUNTO Benelux B.V. garandeert u, tot een jaar na aankoop, dat de VYPER vrij is van defecten als gevolg van materiaal- en productiefouten.
8. VERKLARENDE WOORDENLIJST ASC RATE Afkorting voor ascent rate, stijgsnelheid. ASC TIME Afkorting voor ascent time, de minimaal benodigde opstijgtijd. Bergmeerduik Een duik die gemaakt wordt, hoger dan 300 meter boven zeeniveau. CNS Algemeen geaccepteerde afkorting voor central nervous system toxicity; zuurstofvergiftiging van het centraal zenuwstelsel. CNS% Centraal zenuwstelsel vergiftigingsfractie. Compartiment Zie: weefselgroep.
Enriched Air Nitrox Zuurstof-verrijkte lucht, EANx. Lucht waaraan zuurstof is toegevoegd of waarvan stikstof is afgescheiden. Standaard mengsels zijn EAN32 (NOAA Nitrox I, NN I) en EAN36 (NOAA Nitrox II, NN II). Equivalent Air Depth Equivalentietabel voor partiële stikstofdrukken Geen-decompressielimiet Zie: Nultijd Halfwaardetijd De tijd die nodig is om een 50% evenwicht te verkrijgen tussen de partiële stikstofdruk in de omgeving en de partiÎle stikstofdruk in een compartiment.
Oppervlakte-interval De tijd tussen het boven komen van een duik en het te water gaan voor de volgende duik. OTU Oxygen Tolerance Unit. Oxygen Tolerance Unit Maatstaf om zuurstofvergiftiging in het gehele lichaam te meten. Oxygen Limit Fraction Een term die door SUUNTO wordt gebruikt om de blootstelling aan zuurstof te meten. Dit is een combinatie van CNS% en OTU%. O2% Percentage zuurstof in het ademgas. Perslucht heeft 21% zuurstof.
Weefselgroep Een theoretisch concept gebaseerd op de theorie dat verschillende soorten lichaamsweefsel verschillende halfwaardetijden hebben. Wordt als uitgangspunt gebruikt om decompressieprocedures en -tabellen op te stellen. Zuurstofvergiftiging van het centrale zenuwstelsel Veroorzaakt een aantal neurologische symptomen, waarvan de belangrijkste een op epilepsie lijkende aanval is waardoor de duiker kan verdrinken.
75
Printed in Finland 12.
SUUNTO VYPER DU Bedieningssc Tijds- en Standby-modus Oppervlakte modus m LCD & batterijcontrole nitrox / gauge display ON Displa MODE °C DIVE TIME QUIT Activeer het tijdsdisplay Tijds- en Alter Duikplanner QUIT 3 MODE OPTIES QUIT 3 SET SELECT 2 SIMUL SELECT 2 SIMULation OPTIES 3 SET OPTIES QUIT 3 SET PREFerences QUIT 1 SET DIVE SELECT als het de 2 SIMPLAN eerste duik uit SELECT Oppervlakteeen serie interval (uren) betreft SELECT 2 SET TIME Oppervlakteinterval (min) OK OK SIMulate P
R DUIKCOMPUTER gsschema DUIKMODUS us Duikmodus 1.
01_06_Covers 11.3.2004 18:52 Page 2 Valimotie 7 FIN-01510 Vantaa, Finland Tel. +358 9 875 870 Fax +358 9 875 87301 www.suunto.