HANDLEIDING Stinger Duikcomputers
Huidige Diepte Maximum Diepte Gemiddelde Diepte in Logboek Stijgsnelheidswaarschuwing (SLOW) ACW Indicatie Symbool voor Vliegverbod Pijlen: - Decompressiestop nabij de Plafonddiepte - Verplichte Veiligheidsstopzone - Aanbeveling op te stijgen - Verplichting af te dalen Huidige Tijd Geen-decompressielimiet / nultijd Oppervlakte-interval Tijd van VLiegverbod Totaal Benodigde Stijgtijd Plafonddiepte op Decompressiestop Tijd van Veiligheidsstop Lengte en Diepte van Verplichte Veiligheidsstop Staafgrafiek: - Mo
BESCHRIJVING VAN DE WAARSCHUWINGEN In deze handleiding worden belangrijke situaties of handelingen in een gearceerd kader geplaatst. Er zijn drie waarschuwingen gebruikt, gerangschikt naar belang. WAARSCHUWING hiermee wordt een situatie of handeling aangeduid die kan leiden tot verwondingen en de dood. PAS OP hiermee wordt een situatie of handeling aangeduid die kan leiden tot schade aan het product. LET OP wordt gebruikt om belangrijke informatie aan te duiden.
De CE-tests zijn uitgevoerd door FIOH, Laajaniityntie 1, FIN-01620 Vantaa, Finland, no.0430. Dit instrument moet iedere 2 jaar of iedere 500 duiken geserviced worden (wat zich het eerst voordoet). Zie hoofdstuk 6. PrEN 13319 PrEN 13319 Duikaccessoires Dieptemeters en gecombineerde diepte- en tijdmeetinstrumenten Functionele- en veiligheidseisen, testmethoden is een standaard Europees voorschrift voor dieptemeters t.b.v. het duiken. De STINGER is volgens deze voorschriften ontworpen.
WAARSCHUWING Lees deze handleiding! Lees de handleiding zorgvuldig door, inclusief hoofdstuk 1.1, Voor uw veiligheid. Zorg ervoor dat u het gebruik, de displays en de beperkingen van de Stinger begrijpt. Als er verwarring optreedt als gevolg van het onjuiste gebruik van dit product, kan dit ertoe leiden dat u foutieve beslissingen neemt die leiden tot ernstig letsel of de dood. WAARSCHUWING Niet voor professioneel gebruik! Suunto duikcomputers zijn ontworpen voor recreatief gebruik.
WAARSCHUWING Geen enkele duikcomputer kan de kans op decompressieziekte geheel uitsluiten! De gebruiker van de Stinger moet zich realiseren dat er geen enkele procedure of duikcomputer bestaat die de kans op decompressieziekte geheel uitsluit. De fysiologische gesteldheid van de duiker kan van dag tot dag veranderen en geen enkele duikcomputer kan rekening houden met deze variaties. Duik altijd ruim binnen de limieten van de computer.
WAARSCHUWING Controleer de computer voor gebruik! Ga voor iedere duik na of de Stinger correct functioneert door te controleren of alle LCD-segmenten oplichten, of de batterijspanning niet te laag is, de computer ingesteld is op de juiste persoonlijke instelling, de correcte hoogte boven zeeniveau en het juiste zuurstofpercentage.
WAARSCHUWING Duik nooit met een Nitroxfles waarvan u niet persoonlijk het zuurstofpercentage heeft geverifieerd! Het nalaten om het O2% te controleren en de juiste waarde in de duikcomputer in te geven zal leiden tot incorrecte duikplanningsgegevens. WAARSCHUWING De Stinger kan alleen ingesteld worden op hele procenten zuurstof. Rond de gemeten waarden nooit naar boven af. Zo moet bijvoorbeeld 31,8% zuurstof ingegeven worden als 31%.
WAARSCHUWING Kies de juiste persoonlijke instelling. Als u vermoedt dat er factoren in het spel zijn, die de kans op decompressieziekte vergroten, dient u een conservatievere instelling te kiezen. Nalaten om de juiste persoonlijke instelling te kiezen kan leiden tot een vergroot risico op decompressieziekte. WAARSCHUWING Freediving na perslucht- of Nitroxduiken wordt sterk afgeraden.
INHOUDSOPGAVE 1. INTRODUCTIE ........................................................................................ 1 2 1.1. VOOR UW VEILIGHEID ................................................................. 1 3 1.1.1. Noodopstijgingen .................................................................... 1 4 1.1.2. Beperkingen van Duikcomputers .......................................... 1 5 1.1.3. Nitrox en Duikveiligheid ........................................................ 1 5 1.1.4. Freediving ....
3.2. DUIKEN ............................................................................................. 3 0 3.2.1. Duiken met Perslucht ............................................................. 3 0 3.2.1.1. Duikplanning [PLAN] .............................................. 3 0 3.2.1.2. Voorkeursdisplays in de Air Modus .......................... 3 2 3.2.1.3. Standaard Duikinformatie ......................................... 3 2 3.2.1.4. Veiligheidsstops ................................................
3.3. FREE / GAUGE MODUS .................................................................. 5 8 3.3.1. Voor de Duik in de Free/Gauge Modus .................................. 5 8 3.3.2. Voorkeursdisplays in de Free/Gauge Modus .......................... 6 0 3.3.3. Freediving ................................................................................ 6 0 3.3.3.1. Freediving Historie van de Dag ................................ 6 1 3.3.4. Gauge Modus .........................................................
7. TECHNISCHE INFORMATIE ................................................................ 9 3 7.1. WERKINGSPRINCIPE .................................................................... 9 3 7.2. REDUCED GRADIENT BUBBLE MODEL, SUUNTO RGBM .. 9 6 7.3. ZUURSTOFBLOOTSTELLING ..................................................... 9 8 7.4. TECHNISCHE SPECIFICATIES ................................................... 100 8. GARANTIEBEPALINGEN ................................................................... 105 9.
1. INTRODUCTIE Gefeliciteerd met de aanschaf van de SUUNTO STINGER duikcomputer. De Stinger is volgens de Suunto traditie ontworpen, met veel functies en mogelijkheden in één geavanceerd instrument. De Stinger is voorzien van veel nieuwe functies die u in geen enkele andere duikcomputer vindt. Alle functies van de computer zijn eenvoudig met drukknoppen te bedienen. Het display is geoptimaliseerd voor iedere duikmodus en is ontworpen rondom het gepatenteerde systeem met voorkeuzevelden.
Het Suunto Reduced Gradient Bubble Model dat in de Stinger gebruikt is, berekent zowel de hoeveelheid opgelost als vrij stikstof in het lichaam. Dit biedt een groot voordeel boven klassieke Haldane-calculatiemodellen, die het gedrag van vrij stikstof niet in hun berekening betrekken. Het voordeel voor u, als duiker, is de extra veiligheid die ontstaat uit het feit dat de Stinger zich aan kan passen aan een groot aantal situaties en verschillende duikprofielen.
Duiken met verrijkte lucht (Nitrox) neemt extra risicos met zich mee die bij het persluchtduiken niet van toepassing zijn. Deze risicos zijn niet voor de hand liggend en vereisen speciale training om er mee om te leren gaan. Zonder deze extra opleiding riskeert u ernstige verwondingen met de dood als gevolg. Duik niet met andere gasmengsels dan standaard perslucht voordat u hiervoor een erkende opleiding heeft gevolgd. 1.1.1.
1.1.2. BEPERKINGEN VAN DUIKCOMPUTERS Hoewel deze duikcomputer gebaseerd is op de meest recente onderzoeken naar decompressieprocedures en gebouwd is volgens de laatste technologische ontwikkelingen, kan een duikcomputer geen metingen doen van de fysiologische processen in het lichaam van een duiker. Alle decompressieprocedures die tot op heden ontwikkeld zijn, zijn gebaseerd op theoretische wiskundige modellen die bedoeld zijn als richtlijn om de risicos van decompressieziekte te beperken. 1.1.3.
explosiegevaar met zich mee. Daarnaast dient u de fabrikant van het duikmateriaal dat blootgesteld wordt aan een hogere partiële zuurstofdruk te raadplegen voor eventuele beperkingen. 1.1.4. FREEDIVING Freediving, en in het bijzonder freediving in combinatie met sportduiken, kan risicos met zich meebrengen waarnaar nog geen onderzoek is gedaan. Wees u ervan bewust dat u bij freediving gevaar loopt om een shallow water blackout (plotselinge bewusteloosheid door zuurstofgebrek) te krijgen.
2. BEKEND RAKEN MET DE STINGER 2.1. FUNCTIES De Stinger Advanced Computer Watch is een multifunctioneel duikstrument en duikhorloge, uitgerust met een aantal verschillende werkingsmodi. U kunt de duikcomputer in de Air Modus zetten voor persluchtduiken, EAN Modus voor duiken met Nitrox, en Free Modus voor freediving. De Air en EAN Modi kunnen geheel uitgeschakeld worden wanneer u het instrument alleen als horloge wilt gebruiken. 2.2.
Om het actieve gedeelte van het display te kiezen in de Set Modus drukt u op Select. Om het display te kiezen in de Logboek Modus drukt up op Select. Om de duikplanner te activeren vanuit de oppervlakte-modus. Om een aandachtspunt in het duikprofiel te markeren en om de timer in de Gauge Modus te activeren. +, Om de datum, seconden of tweede tijd weer te geven drukt u op de + of - knop.
Vervuiling van het watercontact kan tot gevolg hebben dat de computer niet langer automatisch de Duikmodus activeert. In dit geval kunt u het watercontact reinigen met een zachte borstel en wat water en zeep. OPMERKING: Door vocht op of rondom de Stinger kan het watercontact geactiveerd worden. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer u uw handen wast of wanneer u zweet. Als het watercontact geactiveerd wordt in de Tijdsmodus, zal de tekst ACW op het display verschijnen.
2.4.1. TIJDSDISPLAY Het tijdsdisplay is het standaard display van de Stinger (fig. 2.5). Wanneer de Tijdsmodus wordt geactiveerd ziet u binnen 2 seconden de huidige tijd verschijnen. Als u een andere functie heeft geactiveerd (met uitzondering van de Duikmodus of Stopwatch Modus), zal de Stinger indien u geen knoppen indrukt na 5 minuten automatisch terugkeren naar het tijdsdisplay. Fig. 2.4. De Tijdsmodus wordt aangeduid met de TIME tekst en de functie-indicator.
Wanneer u een duik maakt, worden de datum en tijd van te water gaan geregistreerd in het logboekgeheugen. Daarom is het belangrijk om voor de duik te controleren of de tijd goed staat, vooral wanneer u naar een andere tijdzone bent gereisd. 2.4.2. STOPWATCH [TIMER] U activeert de Stopwatch door de S knop in te drukken wanneer het tijdsdisplay actief is. De tekst TIMEr onder op het display en de functie-indicator geven aan dat u de stopwatch geactiveerd heeft (fig. 2.6).
Gebruik de + en - knoppen als volgt, om de meting van verstreken tijd, split time, of de tijden van twee renners te meten. Wanneer u een duik begint met de Stinger of de gegevensoverdracht uit het geheugen start, zal de stopwatch worden gestopt. Het is mogelijk om de Stopwatch ook onder water te gebruiken, door de Air/EAN en Free-diving functies uit te schakelen (zet deze op OFF, zie hoofdstuk 3.2). Er is ook een aparte stopwatch (duiktimer) die gebruikt kan worden in de Free/Gauge Modus (zie hoofdstuk 3.
3. DUIKEN MET DE STINGER Om snel bekend te raken met de menufuncties van de Stinger, raadt Suunto u aan om de los bijgeleverde referentiekaart te gebruiken wanneer u de volgende hoofdstukken doorleest. Dit hoofdstuk bevat informatie met betrekking tot de bediening van de computer en de verschillende displays die u te zien krijgt. U zult merken dat deze duikcomputer eenvoudig te bedienen en goed afleesbaar is. Op het display ziet u alleen informatie die voor die specifieke duiksituatie van belang is. Fig.
a) 3.1 VOOR DE DUIK 3.1.1. ACTIVERING EN CONTROLE b) c) d) De duikcomputer kan geactiveerd worden door de M knop in te drukken of de computer onder water mee te nemen naar een diepte van meer dan 0,5 m. Afhankelijk van de instellingen van de gebruiker, wordt de Duikmodus (standaard) of de freedive modus geactiveerd. De gekozen modus herkent u aan de tekst Air, EAN of Free die getoond wordt bij het opstarten (Fig. 3.1). Daarna lichten kort alle segmenten van het display op (Fig. 3.
de batterijspanningswaarschuwing niet aan staat het instrument op het juiste eenhedenstelsel ingesteld is het instrument de juiste diepte en temperatuur weergeeft (0.0 m [0 ft]) de bieper werkt u de gewenste informatie in het voorkeursdisplay heeft staan de hoogte- en persoonlijke instellingen correct zijn (in de Air en EAN Modus). Als de computer in de EAN Modus staat: m SURF TIME DIVE TIME °C TIME Fig. 3.4. Startup III. Oppervlaktemodus (Air). Diepte en duiktijd zijn 0.
Na het activeren van de Duikmodus of na een duik, zal de Stinger om batterijen te sparen na 5 minuten teruggaan naar het tijdsdisplay, op voorwaarde dat u geen knoppen meer indrukt. Alle functies en berekeningen van de duikcomputer gaan echter op de achtergrond door totdat de computer berekend heeft dat u geen reststikstof meer in uw lichaam heeft. Dit proces kan tot 100 uur na de duik duren, zoals beschreven staat in hoofdstuk 7.1, Werkingsprincipes.
TABEL 3.1. BATTERIJSPANNINGSMETER Een lage omgevingstemperatuur of oxidatie van de batterij kan het batterijvoltage beïnvloeden. Als de computer lang niet gebruikt is of als de omgevingstemperatuur laag is, kan de waarschuwing voor te lage batterijspanning weergegeven worden ook al is de spanning bij hogere temperaturen afdoende. Herhaal in deze gevallen de spanningsmeting een aantal keer.
U kunt een te lage batterijspanning herkennen aan het batterijsymbool (Fig. 3.6). Als het batterijsymbool zichtbaar is in de oppervlaktemodus, of als het displaycontrast afneemt en het display slecht afleesbaar is, mag u niet met de Stinger duiken. Fig. 3.6. Lage batterijspanning. Het batterijsymbool wil zeggen dat de batterij bijna leeg is en vervangen moet worden. OPMERKING: De displayverlichting kan niet geactiveerd worden, wanneer de waarschuwing voor te lage batterijspanning zichtbaar is. 3.1.3.
Deze voorkeursdisplays kunt u in de oppervlaktemodus instellen. De oppervlaktemodus wordt automatisch actief na het starten van de duikmodus. De informatie die op het onderste gedeelte van het display zichtbaar is wanneer de oppervlaktemodus actief is, zal tijdens de duik gelden als voorkeursdisplay. De overige informatie kunt u dan oproepen door de - en + knoppen in te drukken. Na 5 seconden verschijnt wederom uw voorkeursinformatie. 3.1.3.1.
3.2. DUIKEN 3.2.1. DUIKEN MET PERSLUCHT 3.2.1.1. DUIKPLANNING [PLAN] Wanneer de Stinger in de Air/EAN oppervlaktemodus staat kunt u de duikplanningsmodus oproepen door op de S knop te drukken. Na het tonen van de tekst PLAN (Fig. 3.8), laat de computer u de geen-decompressielimiet (nultijd) zien op 9 meter diepte. Ieder keer als u op de + knop drukt laat de computer een 3 meter grotere diepte zien, met de daarbij behorende geendecompressielimiet.
De duikplanner houdt rekening met de volgende informatie van reeds gemaakte duiken: berekende reststikstof de duikgeschiedenis van de laatste 4 dagen zuurstofblootstelling (EAN modus) De geen-decompressielimieten (nultijden) van een herhalingsduik zijn dus anders dan die van de eerste duik. NUMMERING VAN DUIKEN IN DE DUIKPLANNER Fig. 3.8. Duikplanning. De duikplanner wordt aangeduid met de functie-indicator en de tekst PLAN.
3.2.1.2. VOORKEURSDISPLAYS IN DE AIR MODUS Met de knop kunt linksonder op het display kiezen uit de volgende informatie (Fig. 3.4.): Fig. 3.10. Het begin van een duik. De resterende geendecompressietijd is groter dan 199 minuten. de maximum diepte of de huidige temperatuur. Met de + knop kunt u het voorkeursdisplay rechtsonder instellen op (Fig. 3.4.): de duiktijd of de huidige tijd. 3.2.1.3. STANDAARD DUIKINFORMATIE De duikcomputer zal op een diepte van minder dan 1.
Tijdens een normale geen-decompressie-duik is de volgende informatie zichtbaar (Fig. 3.11): Uw huidige diepte in meters [ft]. De hoogte-instelling, rechts van het midden van het scherm, aangeduid met een golfje en bergsymbooltjes (A0, A1 of A2, zie tabel 3.3). De persoonlijk instelling, tevens links van het midden van het scherm, aangeduid met een duikertje en + -tekens (P0, P1 of P2, zie tabel 3.4).
3.2.1.4. VEILIGHEIDSSTOPS Fig. 3.12. Een Aanbevolen Veiligheidsstop van 3 minuten. Veiligheidsstops zijn algemeen geaccepteerd als een goede gewoonte en zijn een onderdeel geworden van veel duiktabellen. De redenen om een veiligheidsstop te maken zijn o.a. het verminderen van subclinische decompressieziekte, het verminderen van de vorming van microbelletjes en een betere controle over de opstijging.
3.2.1.4.1. AANBEVOLEN VEILIGHEIDSSTOP Bij iedere duik die dieper is geweest dan 10 meter start de duikcomputer een countdown van 3 minuten wanneer men zich tussen 6 en 3 meter diepte bevindt. Dit wordt aangegeven met het STOP-symbool en een countdown van 3 minuten in het middelste deel van het display, waar gewoonlijk de geen-decompressietijd staat (Fig. 3.12). De Aanbevolen Veiligheidsstop, zoals de naam al impliceert, is aanbevolen en niet verplicht.
In de Verplichte Veiligheidsstop is altijd een Aanbevolen Veiligheidsstop van 3 minuten opgenomen. De totale duur van de Verplichte Veiligheidsstop hangt af van de ernst van de overschrijding van de maximale stijgsnelheid. Fig. 3.14. Overgeslagen Verplichte Veiligheidsstop. De naar beneden wijzende pijl en het alarmsignaal geven aan dat u af moet dalen tot beneden het plafond. U mag onder geen beding boven de 3 meter diepte opstijgen zolang de Verplichte Veiligheidsstop nog niet afgerond is.
3.2.1.5. STIJGSNELHEIDSMETER Uw stijgsnelheid wordt grafisch weergegeven aan de linkerkant van het display: TABEL 3.2. STIJGSNELHEIDSMETER Wanneer de maximale stijgsnelheid wordt overschreden, verschijnt de SLOW waarschuwing en het STOP symbool. Dit kan inhouden dat u langdurig uw maximale stijgsnelheid heeft overschreden, of dat uw stijgsnelheid kortstondig ver boven het maximum was.
Fig. 3.15 Stijgsnelheidsmeter. Wanneer een knipperende SLOW waarschuwing en vier segmenten zichtbaar zijn hoort u tevens een alarmsignaal als teken dat uw opstijging sneller is dan 10 m/min. Rem uw opstijging onmiddellijk af! Het STOP symbool wil zeggen dat u een Verplichte Veiligheidsstop moet maken wanneer u een diepte van 6 meter bereikt. 38 Wanneer de SLOW waarschuwing verschijnt en u het STOP-symbool ziet (Fig. 3.15) moet u direct uw opstijging afremmen.
3.2.1.6. DECOMPRESSIEDUIKEN Wanneer uw NO DEC TIME, oftewel uw geen-decompressielimiet, ooit nul minuten wordt, zal de duik een decompressieduik worden. Dit houdt in dat u één of meerdere stops moet maken voordat u terug kunt keren naar de oppervlakte. De NO DEC TIME aanduiding op het display verdwijnt, en daarvoor in de plaats verschijnt CEILING, een knipperende ASC TIME aanduiding en een naar boven wijzende pijl (Fig. 3.17).
De tijd onder ASC TIME (ascent time; opstijgtijd) is de minimale tijd die nodig is om de oppervlakte te bereiken.
DECOMPRESSIEPLAFOND, -ONDERGRENS EN DECOMPRESSIEZONE Wanneer u een decompressieduik maakt is het van belang dat u de betekenis kent van de termen decompressieplafond, -ondergrens en -zone (Fig. 3.16.): Het decompressieplafond is het ondiepste punt waarnaar u mag opstijgen. Alle decompressiestops moeten exact op of iets onder het decompressieplafond gemaakt worden, maar nooit erboven De optimale decompressiezone is het gebied waarin decompressie effectief plaatsvindt.
Fig. 3.17. Decompressieduik, beneden de ondergrens. Een naar boven wijzende pijl, een knipperend ASC TIME symbool en een alarmsignaal wijzen u erop dat u op moet stijgen. De minimaal benodigde tijd is 7 minuten. Als de duik op een ruwe zee gemaakt wordt kan het moeilijk zijn om dicht bij de oppervlakte op een constante diepte te blijven. Houd in zon situatie een grotere decompressiediepte aan dan voorgeschreven, om te voorkomen dat u door golfbewegingen boven het decompressieplafond uitgetild wordt.
DISPLAY BENEDEN DE ONDERGRENS Een knipperend ASC TIME-symbool en een naar boven wijzende driehoek willen zeggen dat u zich beneden de decompressiezone bevindt en op moet stijgen (3.17). De diepte van het decompressieplafond staat links en de minimaal benodigde opstijgtijd staat daarnaast, onder ASC TIME. DISPLAY BOVEN DE ONDERGRENS Wanneer u zich naar een diepte begeeft, waarop decompressie plaats kan vinden stopt het ASC TIME-symbool met knipperen.
Fig. 3.20. Decompressieduik, boven het decompressiplafond. Let op het naar beneden wijzende pijltje, de Erwaarschuwing en en het alarmsignaal. U dient onmiddellijk af te dalen tot beneden het decompressieplafond. 44 Gedurende de decompressie zal de ASC TIME terugtellen naar nul. Wanneer het plafond zich verplaatst mag u een stukje opstijgen tot bij het nieuwe decoplafond.
3.2.2. DUIKEN MET EAN (NITROX) 3.2.2.1. VOOR DE DUIK Deze computer kan zowel met perslucht (Air modus) gebruikt worden, als met verrijkte lucht (EAN modus). Als de computer in de EAN modus staat, moet het correcte percentage zuurstof ingegeven worden om er voor te zorgen dat alle stikstof- en zuurstofgerelateerde berekeningen correct uitgevoerd worden. De duikcomputer past zijn stikstof- en zuurstofberekeningen aan, aan het ingevoerde O2% en de ingestelde PO2.
3.2.2.2. VOORKEURSDISPLAYS IN DE EAN MODUS MAX Wanneer u de EAN modus activeert zal standaard het zuurstofpercentage en de partiële zuurstofdruk zichtbaar zijn in het onderste deel van het display. Voorkeursdisplays linksonder op het display (Fig. 3.22.), met de knop te selecteren: Fig. 3.21. Nitrox display. De maximum diepte voor het ingestelde O2 percentage (21%) en de huidige maximale PO2 (1.4 bar) is 54.1 m [177 ft]. Voorkeursdisplay rechtsonder op het display (Fig. 3.22.
3.2.2.3. ZUURSTOFDISPLAYS Als de computer in de EAN modus staat, zal de Stinger alle informatie gerelateerd aan het duiken met Nitrox tonen bij het inschakelen. Op het nitrox display is het volgende te zien (Fig. 3.21): het zuurstofpercentage, aangegeven met O2%, wordt linksonder getoond.
3.2.2.4. OXYGEN LIMIT FRACTION (OLF) In de EAN modus zal de Stinger naast de blootstelling aan een verhoogde partiële stikstofdruk, ook de blootstelling aan verhoogde partiële zuurstofdruk bijhouden. Deze berekeningen worden geheel onafhankelijk van de stikstofberekeningen gemaakt. De Oxygen Limit Fraction is een combinatie van twee methoden om zuurstofvergiftiging te controleren: centraal zenuwstelselzuurstofvergiftiging (Central Nervous System Toxicity; CNS) en pulmonaire zuurstofvergiftiging.
3.2.3. AAN DE OPPERVLAKTE 3.2.3.1. OPPERVLAKTE-INTERVAL NA EEN AIR/EAN DUIK Na een opstijging naar een diepte van minder dan 1.2 m, zal het duikdisplay vervangen worden door het wisselende oppervlaktedisplay. Nu is de volgende informatie zichtbaar (Fig. 3.
Afhankelijk van de modus en de ingestelde voorkeursdisplays: Fig. 3.24. Oppervlaktedisplay. U bent boven gekomen na een duik van 18 minuten op 20.0 m. De huidige diepte is 0.0 m en uw oppervlakte-interval is 0 min. Een vliegtuigsymbool geeft aan dat er een vliegverbod geldt en het attentiesymbool houdt in dat u uw oppervlakte-interval dient te verlengen voordat u weer duikt.
3.2.3.2. ATTENTIESYMBOOL Wanneer het attentiesymbool oplicht is het sterk aanbevolen om uw oppervlakte-interval te verlengen alvorens weer te gaan duiken. Sommige activiteiten zoals het maken van meerdere duiken kort na elkaar kunnen een hoger risico op decompressieziekte inhouden. Wanneer de Stinger dit vaststelt wordt naast het tonen van het attentiesymbool ook het decompressiemodel aangepast. 3.2.3.3.
van het eerste deel van de duik. Als de tijd aan de oppervlakte de 5 minuten passeert wordt een eventueel vervolg van de duik gezien als een herhalingsduik binnen dezelfde serie. In dit geval wordt het nummer van deze duik één hoger. 3.2.3.4. VLIEGEN NA HET DUIKEN De resterende tijd van het vliegverbod na de duik wordt aan de oppervlakte weergegeven in het midden van het display, naast het vliegtuigsymbool. Vliegen of reizen naar gebieden op grotere hoogte moet binnen deze periode vermeden worden.
perslucht duiken en geen symptomen van decompressieziekte vertonen, altijd minimaal 24 uur te wachten na hun laatste duik, alvorens te vliegen in een lijnvliegtuig met een cabinedruk vergelijkbaar met een hoogte van 2400 m. boven zeeniveau. Hierop zijn twee uitzonderingen: Als een duiker in de laatste 48 uur minder dan 2 uur bodemtijd heeft gehad is de aanbevolen wachtperiode 12 uur.
TABEL 3.3. BERGMEERPROGRAMMAS De gekozen hoogte-instelling is te herkennen aan bergsymbooltjes (A0, A1 = één bergje, A2 = twee bergjes). Tevens wordt de maximum hoogte voor ieder programma weergegeven (zie Tabel 3.3). In hoofdstuk 4.6 wordt in detail uitgelegd hoe u deze instellingen kunt wijzigen. Wanneer u naar grote hoogten reist zal het evenwicht tussen de partiële stikstofdruk in het lichaam en de partiële stikstofdruk in de omgeving tijdelijk verstoord worden.
3.2.4.2. PERSOONLIJKE INSTELLINGEN Er zijn een aantal ongunstige persoonlijke factoren waar duikers rekening mee kunnen houden door een extra veiligheid in het berekeningsmodel in te bouwen. De factoren die het risico van decompressieziekte vergroten variëren van dag tot dag en tussen duikers onderling. De drie persoonlijke instellingen staan tot uw beschikking als het wenselijk is om uw duikberekeningen conservatiever te maken.
De mogelijkheid om aan de hand van Tabel 3.4 een persoonlijke instelling te kiezen, stelt de duiker in staat om het decompressieprogramma conservatiever te maken. De geen-decompressielimieten worden bij een hogere persoonlijke instelling korter, waardoor de kans op decompressieziekte afneemt (Tabellen 7.1 en 7.2). Aanbevolen wordt om programma P0 alleen te gebruiken op zeeniveau wanneer alle omstandigheden gunstig zijn.
3.2.5. FOUTMELDINGEN De Stinger waarschuwt de duiker in situaties die, als de duiker niet correct reageert, kunnen leiden tot een vergroot risico op decompressieziekte. Als de duiker deze waarschuwingen echter negeert zal de computer in een Error mode terechtkomen, wat aangeeft dat de duiker een ernstige overtreding heeft begaan waardoor hij een groot risico op decompressieziekte loopt.
3.3. FREE / GAUGE MODUS 3.3.1. VOOR DE DUIK IN DE FREE / GAUGE MODUS In de Free/Gauge modus kunt u de Stinger gebruiken voor free-diving of het duiken met gasmengsels. Als u opgeleid bent voor het duiken met bijzondere gasmengsels en van plan bent om de Free/Gauge modus regelmatig te gebruiken, kunt u ervoor kiezen om de Air en EAN modi uit te schakelen (zie hoofdstuk 4.3).
OPMERKING: Het aantal uur duiktijd dat opgeslagen kan worden in het geheugen van de Stinger is afhankelijk van de gebruikte opnameinterval. Een computer die ingesteld staat op een opname-interval van 4 seconden zal zijn geheugen sneller vullen dan een die ingesteld staat op 30 sec. Het totaal aantal uren dat opgeslagen kan worden is ook afhankelijk van de gemiddelde lengte van iedere duik. Een klein aantal lange duiken zal minder geheugenruimte in beslag nemen dan een groot aantal korte duiken. Fig. 3.27.
m 3.3.2. VOORKEURSDISPLAYS IN DE FREE / GAUGE MODUS Met de knop kunt u het linksonderste display instellen op (Fig. 3.28.) DIVE TIME °C Fig. 3.28. Oppervlaktedisplay / alternatieve display. m DIVE °C Fig. 3.29. Free dive. De huidige diepte is 6,1 meter en de duiktijd is 1 minuut 3 sec. Dit is duik nummer 1. 60 de maximum diepte of de temperatuur Met de + knop kunt u het rechtsonderste display instellen op (Fig. 3.28.) de duiktijd, de huidige tijd of het duiknummer. 3.3.3.
3.3.3.1. FREEDIVING HISTORIE VAN DE DAG In de Freediving oppervlaktemodus kunt u te allen tijde door het indrukken van de S knop een samenvatting van de laatste dag bekijken. Nadat de computer de tekst DAY HIS heeft laten zien (Fig. 3.30), ziet u (Fig. 3.31): het totaal aantal duiken, de langste free dive in minuten en seconden en de diepste free dive van die dag. Fig. 3.30. Freediving Day History. Door op de M of de S knop te drukken kunt u de Day His modus verlaten. m DIVE Fig. 3.31.
3.3.4. GAUGE MODE De Free modus schakelt automatisch over in de Gauge modus wanneer de duiktijd voor een enkele duik de 5 minuten passeert. Naast de displays die u ook in de Free modus ziet, wordt nu ook de stijgsnelheidsmeter geactiveerd. Fig. 3.32. Oppervlaktedisplay na een free dive. In het middelste venster ziet u de oppervlakteinterval. In de Free of Gauge modus kunt u het middelste display ook als automatische stopwatch gebruiken.
3.3.5. OPPERVLAKTE-INTERVAL NA EEN FREE/GAUGE DUIK Wanneer u opstijgt naar een diepte van minder dan 1,2 meter zal de oppervlaktemodus geactiveerd worden, zodat u de volgende informatie kunt zien (Fig. 3.32 en 3.34): de maximum diepte van de laatste duik in m. [ft] de huidige diepte in m. [ft] de oppervlakte-interval in uren en minuten, gescheiden door een dubbele punt. m Fig. 3.34. Het oppervlaktedisplay na een duik in de Gauge modus. Oppervlakte-interval in het middelste venster.
NA EEN DUIK IN DE GAUGE MODUS: de tijd van het vliegverbod in uren en minuten, naast het vliegtuigsymbool in het midden van het display (Fig. 3.35). een vliegtuigsymbool om u te waarschuwen voor het vliegverbod. Afhankelijk van uw voorkeursinstellingen staat op het onderste deel van het display: de duiktijd van de meest recente duik in minuten, aangeduid met DIVE TIME.
3.4. HOORBARE EN ZICHTBARE WAARSCHUWINGEN De duikcomputer is uitgerust met een aantal hoorbare en zichtbare alarmsignalen om de aandacht van de gebruiker te vestigen op het naderen of overschrijden van belangrijke limieten. Een korte, enkele piep is te horen als: de duikcomputer geactiveerd wordt.
Voordat u een duik gaat maken kunt u een aantal alarmsignalen instellen. U kunt een signaal programmeren op een bepaalde tijd en u kunt tevens gewaarschuwd worden voor het overschrijden van een maximum duiktijd en diepte.
WAARSCHUWINGEN IN DE NITROX MODUS Drie dubbele piepsignalen, gepaard gaand met het gedurende 5 seconden aangaan van de displayverlichting, zijn te horen als: de OLF staafgrafiek 80% bereikt. Alle segmenten boven de 80% knipperen (Fig. 3.23) de OLF staafgrafiek 100% bereikt.. Het continu knipperen van de segmenten boven 80% stopt wanneer de OLF niet meer toeneemt. Dit gebeurt pas wanneer de PO2 kleiner is dan 0,5 bar.
4. INSTELLINGEN WIJZIGEN [SET] In de Set modus kunt u de tijd, datum, weergave van de tijd in een tweede tijdszone, wekker, duik- en freedive instellingen, hoogte- en persoonlijke instellingen en het eenhedenstelsel wijzigen (Fig. 4.1). Fig. 4.1. De Set modus wordt aangeduid met de tekst Set en de functie-indicator aan de linker zijde van het display. U activeert de Set modus vanuit iedere andere functie door de M knop in te drukken.
3. Druk op S om het actieve veld te kiezen: -> seconden -> uren-> minuten -> 12/24 uursweergave -> jaar-> maand -> dag -> uren van tweede tijdszone -> minuten van tweede tijdszone 4. Wanneer de secondenwijzer geselecteerd is (knippert), drukt u op om de seconden op "00" te zetten en drukt u op + om de waarde te vergroten. 5. Wanneer u een van de andere gegevens heeft geselecteerd kunt u met en + de gekozen waarde instellen. U kunt een waarde door de knop vast te houden sneller wijzigen. Fig. 4.3.
OPMERKING: Wanneer u tien minuten lang geen wijzigingen aanbrengt in de instellingen zal de Stinger een piepsignaal laten horen en terugkeren naar het tijdsdisplay. U kunt de displayverlichting activeren door de M knop langer dan 2 seconden in te drukken. Fig. 4.5. Instellen van de wekker. 4.2. INSTELLEN VAN DE WEKKER [ALM] U kunt in de Stinger één tijd instellen waarop een alarmsignaal klinkt. Deze functie is eventueel als wekker te gebruiken.
indicator van de tijdsmodus verschijnt en de toestand van de wekker knippert On/OFF] (Fig. 4.6.). 3. Druk op S om in deze volgorde het actieve veld te selecteren: -> Aan/Uit [On/OFF] status -> uren -> minuten 4. Wanneer de On/Off status knippert kunt u met of + de wekker in- of uitschakelen. Wanneer de wekker aan staat zal het -symbool rechtsonder op het display zichtbaar zijn. 5. De twee andere gegevens kunt u als volgt wijzigen: Wanneer een getal knippert kunt u deze wijzigen met + en .
4.3. PERSLUCHT EN NITROXINSTELLINGEN [EAN] Met deze functie kunt u de perslucht- of nitroxmodus activeren, of beide uitschakelen. Wanneer u ON selecteert, heeft u de keuze tussen de standaard persluchtmodus (Air) en de uitgebreidere EAN of nitroxmodus. Fig. 4.7. EAN/Air instellingen wijzigen.
3. Druk op S om de te wijzigen gegevens te selecteren: -> Aan/uit [On/OFF] status -> EAN/AIR -> indien EAN geselecteerd: Zuurstofpercentage (O 2%) -> Partiële zuurstofdruk (PO2) Wanneer de aan/uit status geselecteerd is [On/OFF knippert] kunt u op + of drukken om de calculatiemodellen uit te schakelen. Wanneer de Air/EAN aanduiding geselecteerd is drukt u op + of om het gewenste model te kiezen. Het zuurstofpercentage en de maximale PO 2 kunt u verhogen of verlagen door op + of te drukken (Fig. 4.9).
4.4. FREEDIVING EN GAUGE INSTELLINGEN [FREE] Met deze functie kunt u de Free diving modus in- en uitschakelen en de opname-interval van het profielgeheugen instellen. Instellen van de Free modus: Fig. 4.11. Het activeren en deactiveren van de Free diving modus en het kiezen van de opname-interval. 1. Druk in de Set modus vier (4) maal op S om de instellingen van de Free modus te kiezen (Fig. 4.10). 2. Wacht twee seconden totdat deze functie zichzelf activeert. De aan/uit status knippert (Fig. 4.11). 3.
4. Nadat u de alle variabelen heeft ingesteld kunt u op M drukken om de wijzigingen te bewaren en terug te gaan naar de Set modus [SET]. OPMERKING: Als u de Air en EAN modus geheel heeft uitgeschakeld zullen deze niet automatisch geactiveerd worden na onderdompeling in water. 4.5. WAARSCHUWINGEN INSTELLEN [DIVE AL] U kunt de Stinger programmeren om u op een bepaalde diepte of na een bepaalde duiktijd te waarschuwen. Als dit alarm afgaat knippert het symbool en hoort u 24 seconden lang een alarmsignaal.
3. Druk op S om de te wijzigen instelling te selecteren: -> Aan/uit [On/OFF] status -> diepte alarm -> duiktijd alarm in minuten (-> duiktijd alarm in seconden) Fig. 4.15. Instellingen wijzigen. Fig. 4.16. Hoogte-instellingen wijzigen. 76 4. Wanneer de alarmstatus [On/OFF] is geselecteerd, kunt u op + of drukken om het diepte-alarm aan of uit te zetten. Wanneer het alarm aan staat ziet u het -symbool rechtsonder op het display staan. 5.
4.6. HOOGTE- EN PERSOONLIJKE INSTELLINGEN, KEUZE VAN HET EENHEDENSTELSEL [AdJ] De huidige hoogte- en persoonlijke instellingen zijn zowel aan de oppervlakte als tijdens de duik zichtbaar. Als de instellingen niet overeenkomen met de omstandigheden waarin gedoken moet worden, is het van essentieel belang dat u deze correct instelt vóór de duik. Gebruik de mogelijkheid om de hoogte-instellingen te veranderen wanneer u een bergmeerduik maakt (hoger dan 300 m boven zeeniveau).
1. Druk in de Set modus zes (6) maal op S om de hoogte- en persoonlijke instellingen te selecteren (Fig. 4.12). 2. Wacht twee seconden totdat deze functie zichzelf activeert. De huidige hoogte-instelling knippert (Fig. 4.13). 3. Druk op S om achtereenvolgens de volgende items te selecteren: -> hoogte-instelling -> persoonlijke instelling -> eenhedenstelsel 4. Wanneer de hoogte-instelling knippert kunt u deze met + en veranderen (Fig. 4.16). 5.
5. GEHEUGENFUNCTIES EN GEGEVENSOVERDRACHT [MEM] De geheugenfuncties van de Stinger omvatten het gecombineerde logboek en duikprofielgeheugen, de duikhistorie van normale duiken en free dives, en de PC Interface functies. OPMERKING: U heeft pas 5 minuten na de duik toegang tot het geheugen van de Stinger. Fig. 5.1. Geheugenfuncties. U krijgt toegang tot de geheugenfuncties door met de M knop te bladeren naar MEM. De geheugenfunctie wordt aangeduid door deze tekst en de bijbehorende functie-indicator (Fig.
5.1. LOGBOEK EN DUIKPROFIELGEHEUGEN [LOG] Fig. 5.3. Logboek, pagina I. Dit instrument is uitgerust met een geavanceerd logboek- en duikprofielgeheugen met een buitengewoon grote capaciteit. Gegevens over de duik worden opgeslagen in een door de gebruiker te bepalen interval, waarbij alle duiken die korter zijn dan die opname-interval niet worden bewaard. De opname-interval is met de optionele PCInterface en software in te stellen op 10, 20, 30 en 60 seconden. Om het logboek te openen: 1.
De gegevens van de meest recente duik worden het eerste getoond. De Stinger laat de tekst END zien na de laatste en voor de eerste duik in het geheugen (Fig. 5.7). Op de vier logboekpaginas is de volgende informatie te zien: Pagina I, main display (Fig. 5.3) duiknummer in een serie, perslucht en nitroxduiken worden met een D-nummer aangeduid, Free of Gauge duiken met een F-nummer. dive entry time and date. Pagina II (Fig. 5.
zuurstofpercentage (bij nitroxduiken) maximum OLF die tijdens de duik werd bereikt (alleen bij nitroxduiken). Pagina III (Fig. 5.5) Fig. 5.5. Logboek, pagina III. Oppervlakte-interval, gemiddelde diepte. Pagina IV (Fig. 5.6) Fig. 5.6. Logboek, pagina IV. Duikprofiel van de geselecteerde duik.
In het geheugen is ruimte voor ongeveer 36 uur duiktijd, uitgaande van een opname-interval van 20 seconden. Wanneer het geheugen vol is wordt de oudste duik gewist om plaats te maken voor een nieuwe duik. Het geheugen van de Stinger kan niet gewist worden en blijft ook bij het wisselen van de batterij behouden (mits dit volgens de voorschriften gebeurt). DUIKPROFIELGEHEUGEN [PRO] Het scrollen (automatisch bladeren) van het duikprofiel begint automatisch wanneer u logboekblad IV selecteert (Fig. 5.6). Fig.
Het scrollen van het duikprofiel kan op ieder moment gestopt worden door een knop in te drukken. Druk op S om te stoppen met scrollen en terug te keren naar Pagina I van dezelfde duik in het Logboek. Druk op + om te stoppen met scrollen en naar Pagina I van de volgende duik in het Logboek te gaan. Druk op om te stoppen met scrollen en naar Pagina I van de vorige duik in het Logboek te gaan Druk op M om te stoppen met scrollen en terug te keren naar het begin van het Logboek.
5.2. DUIKHISTORIEGEHEUGEN [HIS] De duikhistorie is een korte samenvatting van alle duiken en free dives die u ooit met de Stinger heeft gemaakt. U activeert de duikhistoriefunctie door: 1. Vanuit de geheugenfuncties [MEM] twee (2) maal op S te drukken (Fig. 5.8). De tekst HIS verschijnt onderaan het display. 2. Wacht twee seconden totdat de duikhistoriefunctie geactiveerd is. Na activering ziet u de volgende informatie op het display (Fig. 5.9): Fig. 5.8. Duikhistoriegeheugen.
3. U krijgt toegang tot de Free diving historie door op de of + knop te drukken wanneer de duikhistorie zichtbaar is. De volgende free diving historie wordt zichtbaar (Fig. 5.10): Fig. 5.10. Free diving historie. de maximum diepte ooit bereikt de langste duiktijd ooit bereikt 5.3. GEGEVENSOVERDRACHT EN PC-INTERFACE [TR-PC] Deze duikcomputer kan op een PC aangesloten worden met behulp van een optionele PC-Interface en de bijbehorende Suunto Dive Manager Software.
De volgende informatie wordt naar de PC gezonden: het duikprofiel van de duik de duiktijd de oppervlakte-interval tussen de duiken het duiknummer hoogte- en persoonlijke instellingen ingestelde zuurstofpercentages en de max. OLF (in de Nitrox modus) weefselverzadigingswaarden de temperatuur op de max.
U kunt de Stinger in de gegevensoverdracht-stand plaatsen door: 1. In de geheugenfunctie [MEM] drie (3) maal op S te drukken. De tekst TR - PC verschijnt onderaan het display (Fig. 5.11). 2. Wacht twee seconden totdat de TR - PC functie geactiveerd is. OPMERKING: Wanneer de Stinger in de TR - PC stand staat, wordt het watercontact alleen nog gebruikt om gegevens te verzenden. Het onderdompelen van de Stinger zal in deze stand dus niet tot gevolg hebben dat de Duikmodus geactiveerd wordt.
6. ZORG EN ONDERHOUD De Suunto Stinger is een geavanceerd precisie-instrument. Behandel hem met zorg. Hij is ontworpen om de invloeden van het duiken te weerstaan, maar heeft specifiek onderhoud nodig. 6.1. ZORG VOOR UW STINGER Probeer NOOIT de cover van de dieptesensor te verwijderen. Probeer NOOIT de behuizing van de computer te openen of de drukknoppen te verwijderen. Breng uw Stinger na 2 jaar of 500 duiken (wat het eerste voorkomt) terug naar uw Suunto Dealer voor onderhoud.
90 Controleer regelmatig de assen die het polsbandje vasthouden en de gesp van het bandje. Laat ze vervangen wanneer ze beschadigd zijn. Spoel de computer na ieder gebruik af met schoon kraanwater of (beter) plaats hem 15 minuten lang in een bakje lauw kraanwater. Bescherm de computer tegen schokken, extreme hitte, direct zonlicht en de inwerking van chemicaliën. De Stinger is niet ontworpen om te stoten van zware objecten (zoals persluchtflessen) te weerstaan.
6.2. ONDERHOUD Als de computer lange tijd niet onderhouden wordt, zal er zich een onzichtbare film vormen over de gehele computer. Deze laag onzichtbare verontreiniging is te vergelijken met de aanslag die zich op een aquariumruit vormt; organisch afval zal zich langzaam maar zeker verzamelen op het oppervlakte van de computer. Direct contact met zonnebrandolie, siliconenspray of siliconenvet zal het afzettingsproces versnellen.
6.3. CONTROLEREN OP WATERDICHTHEID Ga na of de duikcomputer waterdicht is, vooral na het vervangen van de batterij, drukknoppen of het mineraalglas. Als er vocht of condens zichtbaar is onder het display is er een lekkage. Vocht binnen de behuizing van de Stinger kan de elektronica onherstelbaar beschadigen, vandaar dat snel handelen geboden is wanneer men vocht ontdekt.
7. TECHNISCHE INFORMATIE 7.1. WERKINGSPRINCIPE GEEN-DECOMPRESSIELIMIETEN OF NULTIJDEN De geen-decompressielimieten die de Stinger hanteert bij een duik naar één diepte (U-profiel) zijn voor de eerste duik uit een serie iets conservatiever dan de limieten die de U.S. Navy tabellen hanteren (Tabellen 7.1 en 7.2) TABEL 7.1.
TABEL 7.2.
BERGMEERDUIKEN De omgevingsdruk op hoogte is lager dan die op zeeniveau. Als een duiker op een hoogte van bijvoorbeeld 1500 meter boven zeeniveau aankomt is er een grotere partiële stikstofdruk in zijn lichaam dan in de omgeving; hij heeft dus als het ware reststikstof in zijn lichaam. Deze reststikstof verdwijnt uit zijn lichaam en het evenwicht tussen de stikstofdruk binnen en buiten zijn lichaam zal zich na een aantal dagen herstellen.
7.2. REDUCED GRADIENT BUBBLE MODEL, SUUNTO RGBM Het Suunto Reduced Gradient Bubble Model (RGBM) is een modern calculatiemodel waarmee zowel de hoeveelheid stikstof in opgeloste vorm kan worden bijgehouden, alsook de hoeveelheid vrij stikstof in de vorm van microbelletjes. Het model is ontworpen in een samenwerkingsverband tussen Suunto en Bruce R. Wienke BSc, MSc, PhD. Het is gebaseerd op laboratoriumexperimenten en duikgegevens, waaronder gegevens afkomstig van DAN.
SUUNTO RGBMS AANPASSINGEN AAN HET DECOMPRESSIEMODEL Het Suunto RGBM berekeningsmodel kan zijn berekeningen aanpassen aan het voorspelde gedrag van microbellen en het eventueel volgen van een afwijkend duikprofiel in eerdere duiken. Bij de aanpassingen aan de berekeningen wordt dan tevens rekening gehouden met de gekozen persoonlijke instelling. De desaturatiesnelheid aan de oppervlakte wordt aangepast aan de hand van de hoeveelheid en grootte van eventueel gevormde microbellen.
HET ATTENTIESYMBOOL - HET ADVIES OM DE OPPERVLAKTE-INTERVAL TE VERLENGEN Sommige afwijkende duikprofielen of -gewoonten zullen cumulatief bijdragen aan een hoger risico op decompressieziekte, zoals duiken met een korte oppervlakte-interval, herhalingsduiken die dieper zijn dan de eerste duik, het maken van meerdere opstijgingen, meerdere herhalingsduiken over meerdere dagen etc.
De OTU-berekening is gebaseerd op dagelijkse lange termijn blootstelling, en het herstel is gebaseerd op een verlaagde snelheid. De zuurstofgerelateerde informatie welke door de Stinger wordt weergegeven, gebeurt op logische momenten.
7.4. TECHNISCHE SPECIFICATIES Afmetingen en Gewicht: Diameter: 46 mm [1.81 in] Hoogte: 15mm [0.59 in] Gewicht: 110g [3.9 oz] met elastomeren polsband Gewicht: 186g [6.6 oz] met RVS polsband Gewicht Titanium: 87g [3.07 oz] met elastomeren polsband Gewicht Titanium: 132g [3.9 oz] met Titanium polsband Dieptemeter: 100 Temperatuurgecompenseerde druksensor.
Temperatuursdisplay: Resolutie: 1°C [1.5°F]. Displaybereik: -20 ... +50°C [-4 ... +122°F]. Nauwkeurigheid: ± 2°C [± 3.6°F] temperatuursverandering. 20 minuten na Datum- & Tijdsfuncties: Afwijking: ± 15 sec/maand (bij 20°C [68°F]). 12/24 uurs display. Andere Displays: Duiktijd: 0 tot 999 min, of 0 tot 200 min bij opname-interval van minder dan 10 seconden, telling start en eindigt op 1.2 m [4 ft] diepte. Oppervlakte-interval: 0 tot 99 h 59 min.
Logboek/Duikprofielgeheugen: Opname-interval in Air en EAN modus: 20 seconden (de opnameinterval kan met behulp van de Interface en Dive Manager Software ingesteld worden op 10s, 30s of 60s), slaat de maximum diepte binnen iedere interval op. Opname-interval in de Free en Gauge modus: 2, 4 (standaard), 10, 20, 30, 60 seconden (instelbaar).
Calculatiemodel: Suunto RGBM algoritme (ontwikkeld door Suunto en Bruce R. Wienke, BS, MS en PhD). 9 weefselcompartimenten. Halfwaardetijden v/d theoretische weefsels: 2.5, 5, 10, 20, 40, 80, 120, 240 en 480 minuten (satureren). De halfwaardetijden zijn langer bij desaturatie. Verlaagde gradiënt (variabele) "M"-waarden, gebaseerd op duikgedrag en eventuele overtredingen. De "M"-waarden worden tot 100 uur na een duik berekend.
De volgende factoren kunnen de verwachte levensduur van de batterij beïnvloeden: De lengte van de duiken. De temperatuur en omstandigheden waaronder de computer wordt opgeslagen. Beneden 10°C [50°F] is de te verwachten levensduur ongeveer 50-75% van die bij 20°C [68°F]. Regelmaat van het gebruik van de displayverlichting en het klinken van alarmsignalen. De kwaliteit van de gebruikte batterijen.
8. GARANTIEBEPALINGEN Let op! De garantiebepalingen zijn niet in ieder land hetzelfde. De garantiebepalingen die voor de Benelux en de Nederlandse Antillen van kracht zijn vindt u op de bijgesloten garantiekaart. Suunto Benelux B.V. garandeert u, tot een jaar na aankoop, dat de Stinger vrij is van defecten als gevolg van materiaal- en productiefouten.
De garantie is slechts geldig voor de eerste eigenaar van het product en is niet overdraagbaar. Suunto Benelux B.V. wijst iedere aansprakelijkheid af voor verlies van het product en voor iedere schade, zowel materiële schade als lichamelijke schade, die voortvloeit uit het gebruik van dit product. Bij geschillen is het recht geldend in het land van aankoop van toepassing. Deze garantiebepalingen sluiten extra garanties die dealers of vertegenwoordigers maken uit.
9. VERKLARENDE WOORDENLIJST Bergmeerduik Een duik die gemaakt wordt op een hoogte van meer dan 300 meter boven zeeniveau. Apnoe De afwezigheid van ademhaling. Stijgsnelheid De snelheid waarmee een duiker zich verticaal richting de oppervlakte begeeft. ASC RATE Afkorting voor ascent rate; stijgsnelheid. Stijgtijd De minimaal benodigde tijd om tijdens een decompressieduik de oppervlakte te bereiken. ASC TIME Engelse afkorting voor ascent time; stijgtijd.
CNS zuurstofvergiftiging Vergiftiging van het centraal zenuwstelsel, veroorzaakt door de blootstelling aan een hoge partiële zuurstofdruk. Belangrijkste symptomen zijn op epilepsie gelijkende spiersamentrekkingen die ertoe leiden dat de duiker in veel gevallen verdrinkt. CNS% Fractie CNS zuurstofblootstelling. Zie Oxygen Limit Fraction. Compartiment Zie weefselcompartiment. DAN Divers Alert Network. DCI Decompression Illness oftewel decompressieziekte.
van inadequate decompressie. Wordt tevens DCI of DCS genoemd. Duikserie Een serie herhalingsduiken waarbinnen de reststikstof hoeveelheid in het lichaam niet 0 wordt. De duikcomputer deactiveert pas wanneer er geen reststikstof meer aanwezig is. Duiktijd De tijd gemeten tussen het begin van de afdaling en het boven water komen aan het einde van een duik. EAD Engels: Equivalent Air Depth. Equivalente luchtdiepte. EAN Enriched Air Nitrox, gewoonlijk nitrox of verrijkte lucht genoemd.
Freediver Een apnoe-duiker of snorkelduiker: een duiker wiens enige bron van zuurstof de lucht in zijn longen is. Geen-decompressieduik Iedere duik waarbij een directe, ongehinderde opstijging naar de oppervlakte mogelijk is. Geen-decompressielimiet De maximum tijd die een duiker op een bepaalde diepte mag blijven zonder dat hij decompressiestops moet maken tijdens de opstijging. Ook: nultijd.
Hyperventilatie Een bewuste toename in de frequentie en/of het effectieve volume van de ademhaling. Heeft als gevolg dat het kooldioxideniveau sterk daalt, zonder een duidelijke toename in de hoeveelheid zuurstof in het bloed. Als de freediver te sterk hyperventileert voordat hij onderduikt kan de ademhalingsprikkel uitblijven, waardoor hij bewusteloos kan raken door een tekort aan zuurstof. Hypoxie Een tekort aan zuurstof in de weefsels van een duiker.
NOAA United States National Oceanic and Atmospheric Administration. Nultijd Zie: geen-decompressielimiet. O2% Het zuurstofpercentage in het ademgas. Perslucht heeft 21% zuurstof. OEA / EAN / EANx Oxygen Enriched Air Nitrox ofwel verrijkte lucht. OLF Oxygen Limit Fraction. Ondergrens De grootste diepte waarop decompressie plaatsvindt. Oppervlakte-interval Tijd die tussen twee duiken aan de oppervlakte wordt doorgebracht OTU Oxygen Tolerance Unit.
Partiële zuurstofdruk Een verhoogde partiële zuurstofdruk legt een beperking op wat betreft de maximum diepte van een duik. De maximale partiële zuurstofdruk waar men bij nitroxduiken aan blootgesteld mag worden is 1.4 bar. De maximale PO2 in noodgevallen is 1.6 bar. Duiken die dieper gemaakt worden leveren een direct risico op zuurstofvergiftiging. PO 2 Afkorting voor partiële zuurstofdruk.
Static apnea blackout Een staat van bewusteloosheid die veroorzaakt wordt door een tekort aan zuurstof van de hersenen. Kan op iedere diepte optreden maar vooral aan de oppervlakte, en wordt niet veroorzaakt door druk- of partiële zuurstofdrukveranderingen. Treedt gewoonlijk op in zwembaden, aan de oppervlakte, of tijdens het lang onder water zwemmen met ingehouden adem. SURF TIME Afkorting voor Surface oppervlakte-interval.
TIJD tijdsdisplay datum seconden extra tijdsweergav e stopwatch / AIR of EAN duik FREE dive OPTIES GEHEUGEN tijd, datum & dual time instellingen logboek lcd & batterij controle lcd & batterij conrole nitrox display free opp. oppervlakte tijd temp. duik max. diepte duiktijd O2% PO2 max. diepte duiktijd temp.
Valimotie 7 FIN-01510 Vantaa, Finland Tel. +358 9 875 870 Fax +358 9 875 87301 www.suunto.