NL GEBRUIKERSGIDS Suunto Oy 11/2005
KLANTENSERVICE Suunto Oy Tel +358 9 875870 Fax +358 9 87587301 Suunto USA Tel 1 (800) 543-9124 Canada Tel 1 (800) 776-7770 Europa Tel +358 2 284 11 60 Suunto website www.suunto.
1. WELKOM IN DE WERELD VAN SUUNTO-SPORTINSTRUMENTEN ............. 7 2. WAARSCHUWINGEN, MELDINGEN EN OPMERKINGEN ........................ 9 3. SUUNTO D6 IN EEN OOGOPSLAG ................................................. 17 3.1. Navigeren in de menu's .......................................................... 18 3.2. Symbolen en functies van knoppen ............................................ 19 4. AAN DE SLAG MET DE SUUNTO D6 ............................................... 22 4.1.
5.4. Nitrox ............................................................................... 5.5. Freediving .......................................................................... 5.6. Akoestische en optische alarmsignalen ........................................ 5.7. Activering van de modus Error .................................................. 5.8. Instellingen voor de modus DIVE ............................................... 5.8.1. Het dieptealarm instellen .........................................
6.1.1. Basisgegevens .............................................................. 6.1.2. Aandachtspunten ............................................................ 6.1.3. Stijgsnelheidsmeter ......................................................... 6.1.4. Veiligheidsstops en dieptestops ........................................... 6.1.5. Decompressieduiken ........................................................ 6.2. Duiken in de modus NITROX (DIVEan) ....................................... 6.2.1.
8.4. Waterdichtheid controleren ...................................................... 95 8.5. Vervangen van de batterij ........................................................ 95 9. TECHNISCHE GEGEVENS ........................................................... 97 9.1. Technische gegevens ............................................................. 97 9.2. RGBM ............................................................................ 100 9.2.1. Adaptieve decompressie van Suunto RGBM ..................
1. WELKOM IN DE WERELD VAN SUUNTOSPORTINSTRUMENTEN De Suunto D6 is ontworpen om uw duikactiviteiten optimaal te laten verlopen. Nadat u deze handleiding hebt gelezen en vertrouwd bent geraakt met de functies van de duikcomputer, bent u klaar voor een geheel nieuwe duikervaring.
Dankzij een geïntegreerd digitaal kompas en de mogelijkheid tussen verschillende gasmengsels over te schakelen, maakt de Suunto D6 duiken eenvoudiger. Bovendien is alle informatie die u nodig hebt over diepte, tijd, decompressiestatus en richting nu beschikbaar op één overzichtelijke display in plaats van allerlei verschillende meters. Als u de Suunto D6 optimaal wilt benutten, dient u deze handleiding goed door te lezen voordat u het apparaat gaat gebruiken.
2. WAARSCHUWINGEN, MELDINGEN EN OPMERKINGEN In deze gehele handleiding worden belangrijke veiligheidspictogrammen weergegeven.
WAARSCHUWING NIET VOOR PROFESSIONEEL GEBRUIK! Suunto-duikcomputers zijn alleen bestemd voor recreatief gebruik. Bij commerciële of professionele duiken kan de duiker worden blootgesteld aan diepten en omstandigheden die een verhoogd risico op decompressieziekte met zich mee brengen. Daarom wijst Suunto er uitdrukkelijk op dat het apparaat niet bestemd is voor commerciële of professionele duikactiviteiten.
WAARSCHUWING BIJ ELK DUIKPROFIEL BESTAAT ALTIJD KANS OP DECOMPRESSIEZIEKTE, ZELFS BIJ HET VOLGEN VAN EEN DUIKPLAN DAT IS BEREKEND DOOR EEN DUIKCOMPUTER OF MET BEHULP VAN DUIKTABELLEN. GEEN ENKELE PROCEDURE, DUIKCOMPUTER OF DUIKTABEL KAN DE KANS OP DECOMPRESSIEZIEKTE OF ZUURSTOFVERGIFTIGING VOLLEDIG WEGNEMEN! De fysiologische toestand van het lichaam kan per dag verschillen. Een duikcomputer kan met dergelijke variaties geen rekening houden.
WAARSCHUWING DUIKEN WAARVOOR DECOMPRESSIESTOPS ZIJN VEREIST, WORDEN NIET AANBEVOLEN. NADAT DE DUIKCOMPUTER HEEFT AANGEGEVEN DAT EEN DECOMPRESSIESTOP VEREIST IS, DIENT U ONMIDDELLIJK OP TE STIJGEN EN MET DE DECOMPRESSIE TE BEGINNEN! Let op de knipperende aanduiding ASC TIME en de naar boven wijzende pijl.
WAARSCHUWING GA NIET VLIEGEN ZOLANG DE DUIKCOMPUTER EEN VLIEGVERBOD AANGEEFT. SCHAKEL VOORDAT U WILT GAAN VLIEGEN ALTIJD DE DUIKCOMPUTER IN OM DE RESTERENDE DUUR VAN HET VLIEGVERBOD TE CONTROLEREN. Het risico op decompressieziekte kan sterk toenemen wanneer u tijdens het vliegverbod gaat vliegen of naar een grotere hoogte reist. Neem de aanbevelingen van Diver’s Alert Network (DAN) in Paragraaf 7.1.4, “Vliegen na het duiken” door.
WAARSCHUWING DUIK NIET MET VERRIJKTE LUCHT ALS U DE FLESINHOUD NIET PERSOONLIJK HEBT GECONTROLEERD EN DE MENGSELSAMENSTELLING NIET IN DE DUIKCOMPUTER HEBT INGEVOERD. Als u de cilinder niet controleert en het juiste O2% niet in de duikcomputer invoert, leidt dit tot onjuiste duikplanningsgegevens. WAARSCHUWING DE DUIKCOMPUTER ACCEPTEERT GEEN DECIMALE WAARDEN VOOR HET ZUURSTOFPERCENTAGE. ROND DECIMALE WAARDEN NIET NAAR BOVEN AF. Een zuurstofpercentage van 31,8% moet u bijvoorbeeld invoeren als 31%.
WAARSCHUWING SELECTEER DE JUISTE HOOGTE-INSTELLING! Als u op meer dan 300 meter boven de zeespiegel gaat duiken, moet de u de hoogte instellen om de duikcomputer de juiste decompressiestatus te laten berekenen. De duikcomputer is niet bedoeld voor gebruik op meer dan 3000 meter boven de zeespiegel. Als u niet de juiste hoogte hebt ingesteld of boven de maximale hoogtelimiet gaat duiken, zijn de duik- en planningsgegevens onjuist.
OPMERKING 16 Zolang het vliegverbod van kracht is, kunt niet overschakelen tussen de modi AIR, NITROX en GAUGE. Hierop bestaat één uitzondering: u kunt tijdens het vliegverbod wel overschakelen tussen de modi AIR en NITROX. Wanneer u in één serie zowel perslucht- als nitroxduiken wilt maken, moet u het apparaat instellen op de modus NITROX en vervolgens het gasmengsel overeenkomstig wijzigen. In de modus GAUGE is het vliegverbod altijd 48 uur.
3.
OPMERKING Als er gedurende vijf minuten niet op een knop wordt gedrukt, wordt klinkt er een geluidssignaal en wordt automatisch overgeschakeld naar de modus TIME. 3.1. Navigeren in de menu's De Suunto D6 beschikt over drie hoofdmodi: de modus TIME (tijd), de modus DIVE (duiken) en de modus MEM (geheugen) – alsmede de submodus COMPASS (kompas) die kan worden geactiveerd vanuit de modus TIME of DIVE. Als u wilt schakelen tussen de hoofdmodi, drukt u op de knop MODE.
3.2. Symbolen en functies van knoppen De volgende tabel geeft een overzicht van de hoofdfuncties van de knoppen op de duikcomputer. Een uitgebreide beschrijving van de knopfuncties vindt u in de desbetreffende paragrafen van de handleiding.
Tabel 3.1.
Symbool Knop Drukken Hoofdfuncties UP Lang Schakelen tussen gasflessen activeren in de modus NITROX DOWN Kort Schakelen tussen alternatieve vensters Submodus wijzigen Waarden verminderen DOWN Lang Instellingsmodus openen 21
4. AAN DE SLAG MET DE SUUNTO D6 Als u optimaal van uw Suunto D6 gebruik wilt kunnen maken, is het belangrijk om de tijd te nemen om het apparaat aan uw persoonlijke voorkeuren aan te passen en tot uw duikcomputer te maken. Stel de juiste tijd en datum in en geeft de gewenste instellingen op voor de alarmen en geluidssignalen, de eenheden en de displayverlichting. Kalibreer vervolgens de kompasfunctie en test deze functie.
OPMERKING Het secondevenster wordt na vijf minuten vervangen door het datumvenster om de batterij te sparen. OPMERKING Het venster wordt verlicht als u de knop MODE langer dan twee seconden ingedrukt houdt. Nu u weet hoe u kunt overschakelen tussen de shortcuts, kunt u deze instellen. In de volgende afbeelding ziet u hoe u het menu TIME SETTINGS opent.
STEL DE JUISTE WAARDE IN MET DE KNOPPEN UP /DOWN. BEVESTIG DOOR OP DE KNOP SELECT TE DRUKKEN. 4.1.2. De tijd instellen In de modus TIME SETTING kunt u de uren, minuten en seconden instellen en kunt u bovendien kiezen tussen de 12- en 24-uursweergave. STEL DE JUISTE WAARDE IN MET DE KNOPPEN UP /DOWN. BEVESTIG DOOR OP DE KNOP SELECT TE DRUKKEN. 4.1.3. Dual-time instellen In de modus DUAL TIME SETTING kunt u de uren en minuten van een tweede tijd instellen.
STEL DE JUISTE WAARDE IN MET DE KNOPPEN UP /DOWN. BEVESTIG DOOR OP DE KNOP SELECT TE DRUKKEN. 4.1.4. De datum instellen Gebruik de modus DATE SETTING om het jaar, de maand en de dag in te stellen. De dag van de week wordt automatisch berekend in overeenstemming met de datum. STEL DE JUISTE WAARDE IN MET DE KNOPPEN UP /DOWN. BEVESTIG DOOR OP DE KNOP SELECT TE DRUKKEN. 4.1.5.
STEL DE JUISTE WAARDE IN MET DE KNOPPEN UP /DOWN. BEVESTIG DOOR OP DE KNOP SELECT TE DRUKKEN. 4.1.6. De displayverlichting instellen In de modus BACKLIGHT SETTING schakelt u de displayverlichting in en uit en bepaalt u hoe lang deze blijft aanstaan (5, 10, 20, 30 of 60 seconden). Als de displayverlichting is uitgeschakeld, gaat deze niet branden wanneer er een alarm klinkt. STEL DE JUISTE WAARDE IN MET DE KNOPPEN UP /DOWN. BEVESTIG DOOR OP DE KNOP SELECT TE DRUKKEN. 4.1.7.
STEL DE JUISTE WAARDE IN MET DE KNOPPEN UP /DOWN. BEVESTIG DOOR OP DE KNOP SELECT TE DRUKKEN. 4.2. Stopwatch Met de stopwatch van de Suunto D6 kunt u de verstreken tijd en tussentijden meten. U kunt bovendien een afzonderlijke stopwatch (duiktimer) gebruiken in de modus GAUGE. Zie Paragraaf 6.3, “Duiken in de modus GAUGE (DIVEgauge) ”. DRUK OP DE KNOP DOWN OM STOPWATCH TE STARTEN EN TUSSENTIJD OP TE NEMEN. DRUK KORT OP DE KNOP UP OM DE STOPWATCH TE STOPPEN EN LANG OM DE STOPWATCH TERUG OP NUL TE ZETTEN.
4.3. AC-watercontacten Het watercontact voor gegevensoverdracht bevindt zich aan de rechterkant van het apparaat. Onder water wordt het watercontact verbonden met de behuizing (de andere pool van het watercontact) als gevolg van de geleiding van het water. Hierna verschijnt de aanduiding 'AC' in de display. De aanduiding AC wordt weergegeven totdat het watercontact wordt uitgeschakeld. ZODRA DE DUIKCOMPUTER IN CONTACT MET WATER KOMT, VERSCHIJNT RECHTSBOVEN IN DE DISPLAY DE AANDUIDING 'AC'.
DIEPTESENSOR WATER/DATASENSOR OPMERKING Het watercontact kan automatisch worden geactiveerd als er water of vocht op komt. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als gevolg van zweten of wanneer u uw handen wast. Als het watercontact wordt geactiveerd in de modus TIME, verschijnt het symbool AC op de display totdat het watercontact wordt gedeactiveerd. Als u de batterij wilt sparen, moet u het watercontact uitschakelen door het te reinigen en/of af te drogen met een zachte doek. 4.4.
IN DE MODUS TIME WORDEN ONDER IN DE DISPLAY DE TIJD EN KOERS WEERGEGEVEN. IN DE MODUS DIVE WORDEN DE HUIDIGE DIEPTE EN TIJD OF DE MAXIMUMDIEPTE PLUS DE KOERS OF DUIKTIJD OF TEMPERATUUR WEERGEGEVEN. OPMERKING Nadat u het kompas via de modus DIVE hebt gestart, kunt u tussen de verschillende vensters overschakelen met de knoppen UP/DOWN. OPMERKING Om de batterij te sparen, wordt het kompas automatisch uitgeschakeld wanneer er zestig seconden lang geen knop wordt ingedrukt.
4.4.1. Kompasvenster Op de Suunto D6 wordt het kompas grafisch weergegeven als een kompasroos. Op de roos worden de windstreken weergegeven. De huidige richting wordt ook numeriek weergegeven. 4.4.2. Een koers vergrendelen U kunt een koers vergrendelen om een geselecteerd parcours te volgen. De vergrendelde koers wordt aangegeven door richtingspijlen. Vergrendelde koersen worden opgeslagen in het geheugen om deze later te analyseren en zijn beschikbaar wanneer het kompas een volgende keer wordt geactiveerd.
Tabel 4.1. Symbolen voor vergrendelde koersen Symbool Uitleg U gaat in de richting van de vergrendelde koers U bevindt zich op 90 (of 270) graden van de vergrendelde koers U bevindt zich op 180 graden van de vergrendelde koers U bevindt zich op 120 (of 240) graden van de vergrendelde koers 4.4.3.
Declinatie U kunt het verschil tussen het werkelijke noorden en het magnetische noorden compenseren door de kompasafwijking aan te passen. U kunt de declinatie bijvoorbeeld vinden op zeekaarten of topografische kaarten van de lokale omgeving. STEL DE JUISTE WAARDE IN MET DE KNOPPEN UP/DOWN. BEVESTIG DOOR OP DE KNOP SELECT TE DRUKKEN. Kalibratie Vanwege de wijzigingen in het omringende magnetische veld, moet het elektronische kompas van de Suunto D6 zo nu en dan opnieuw worden gekalibreerd.
OPMERKING Zorg dat u de Suunto D6 tijdens het kalibratieproces vlak houdt. Het kompas kalibreren: HOUD HET APPARAAT VLAK EN DRAAI HET LANGZAAM 360° ROND. Als de kalibratie verschillende keren achtereen mislukt, bevindt u zich mogelijk in een omgeving met magnetische bronnen, zoals grote metalen objecten, hoogspanningskabels of elektrische apparaten. Ga naar een andere plaats en probeer het kompas opnieuw te kalibreren. Neem contact op met een erkende Suunto-dealer als de kalibratie blijft mislukken.
5. VOOR HET DUIKEN Ga niet met deze duikcomputer duiken zonder eerst deze handleiding - en alle waarschuwingen die erin staan - volledig te hebben gelezen. Zorg dat u precies weet hoe het apparaat moet worden gebruikt, dat u alle beperkingen ervan kent en dat u bekend bent met alle vensters. Mocht u vragen hebben over deze handleiding of over de Suunto D6, neem dan contact op met uw Suunto-dealer voordat u met het apparaat gaat duiken.
5.1. Het Suunto RGBM/dieptestop-algoritme De Suunto D6 maakt gebruik van het zogenoemde Reduced Gradient Bubble Model (RGBM) voor het schatten van de hoeveelheid stikstof in opgeloste vorm en gasvorm in het bloed en de weefsels van de duiker. Dit biedt een groot voordeel boven de traditionele Haldane-modellen die geen voorspelling kunnen geven over de vorming van gas in vrije toestand. Het Suunto RGBM biedt extra veiligheid doordat dit model zich aanpast aan verschillende situaties en duikprofielen.
2. 3. Matig vanaf 18 meter uw stijgsnelheid tot 10 meter per minuut en stijg door tot een diepte van 3 tot 6 meter. Blijf op deze diepte zolang als uw huidige luchtvoorraad dat toelaat. Wacht na het bereiken van de oppervlakte ten minste 24 uur voordat u opnieuw gaat duiken. 5.3. Beperkingen van duikcomputers De berekeningen van de duikcomputer zijn gebaseerd op de meest recente inzichten over decompressie.
Naast de fysiologische effecten van verrijkte lucht op het lichaam, moet er ook rekening worden gehouden met een aantal praktische aspecten bij het omgaan met gasmengsels. Zo zorgen verhoogde concentraties zuurstof voor brand- en explosiegevaar. Raadpleeg de fabrikant van uw duikapparatuur om na te gaan of deze kan worden gebruikt in combinatie met nitrox. 5.5.
WAARSCHUWING Suunto adviseert bovendien freediving alleen te beoefenen na het volgen van een speciale opleiding waarbij aandacht wordt geschonken aan de speciale technieken en de fysiologische aspecten van apneaduiken. Gebruik van een duikcomputer kan nooit een vervanging zijn voor een goede duiktraining. Onvoldoende of slechte training kunnen leiden tot het maken van fouten die ernstig letsel of de dood tot gevolg kunnen hebben. 5.6.
Soort alarm Reden van alarm Continue geluidssignalen met Maximaal toegestane opstijgsnelheid van 10 meter per minuut is overschreden. Grafische weergave geactiveerde opstijgsnelheid knippert en aanduiding STOP displayverlichting verschijnt. Decompressieplafond is overschreden. In de display verschijnen een pijl omlaag en de knipperende aanduiding 'Er'. Daal onmiddellijk tot op of onder het decompressieplafond.
Soort alarm Reden van alarm Continue serie geluidssignalen gedurende 24 seconden of tot er een knop wordt ingedrukt. Duiktijd knippert gedurende één minuut. Ingestelde duiktijd is verstreken. Huidige tijd wordt weergegeven Continue serie geluidssignalen gedurende 24 seconden of tot er een knop wordt ingedrukt. Huidige tijd knippert gedurende één minuut Ingestelde alarmtijd wordt bereikt. Tabel 5.3.
OPMERKING Als de displayverlichting is uitgeschakeld, gaat deze niet branden wanneer een alarm wordt geactiveerd. WAARSCHUWING WANNEER DE AANDUIDING VAN DE OLF-WAARDE AANGEEFT DAT DE MAXIMALE WAARDE IS BEREIKT, DIENT U ONMIDDELIJK OP TE STIJGEN TOT DE AANDUIDING VAN DE OLF-WAARDE STOPT MET KNIPPEREN. Als u na het afgaan van het alarm geen actie onderneemt, kan het risico op zuurstofvergiftiging snel toenemen met ernstig letsel of de dood tot gevolg. 5.7.
De modus Error wordt geactiveerd als u een decompressiestop overslaat, oftewel als u langer dan drie minuten boven het decompressieplafond blijft. Gedurende deze drie minuten wordt in de display de aanduiding 'Er' weergegeven en klinken er korte geluidssignalen. Daarna wordt de modus Error permanent geactiveerd. Wanneer u binnen drie minuten terugkeert tot onder het decompressieplafond, gaat het apparaat weer normaal functioneren.
Tabel 5.4. Instellingen voor de modus DIVE Instelling modus AIR modus NITROX modus GAUGE Dieptealarm X X X Duiktijdalarm X X X Nitroxinstellingen X Hoogte en persoonlijke correctiefactor X X Meetinterval X X Veiligheidsstops/dieptestops X X RGBM-instelling X X Eenheden X X X X In de volgende afbeelding ziet u hoe u het menu voor de modus DIVE opent.
DRUK OP DE KNOPPEN UP/DOWN OM OVER TE SCHAKELEN TUSSEN DE DUIKINSTELLINGEN. OPMERKING De instellingen kunnen pas vijf minuten na afloop van een duik worden geactiveerd. 5.8.1. Het dieptealarm instellen In deze Suunto-duikcomputer kunt u één dieptealarm instellen. STEL DE JUISTE WAARDE IN MET DE KNOPPEN UP /DOWN. BEVESTIG DOOR OP DE KNOP SELECT TE DRUKKEN.
Standaard staat het dieptealarm ingesteld op 40 meter, maar al naar gelang uw voorkeur kunt u een andere waarde instellen of het alarm uitschakelen. Het dieptealarm kan worden ingesteld op een waarde tussen de 3 en 100 meter. 5.8.2. Het duiktijdalarm instellen U kunt op de Suunto D6 een duiktijdalarm instellen, een functie waarmee u op verschillende manieren de veiligheid tijdens het duiken kunt vergroten. STEL DE JUISTE WAARDE IN MET DE KNOPPEN UP /DOWN. BEVESTIG DOOR OP DE KNOP SELECT TE DRUKKEN.
Om de kans op fouten tijdens het duiken zo klein mogelijk te maken, dient u de gasmengsels in te stellen in de volgorde waarin u ze onder water gaat gebruiken. Geef een mengsel met een hoger zuurstofpercentage daarom een hoger nummer, aangezien u dit mengsel tijdens de duik normaal gesproken later gebruikt. Zet ook alleen de instellingen op 'ON' voor de gasmengsels die daadwerkelijk beschikbaar zijn en controleer altijd de ingestelde waarden.
5.8.4. Hoogte en persoonlijke correctiefactor aanpassen De huidige instellingen voor de hoogte en persoonlijke correctiefactor worden weergegeven in het startvenster van de modus DIVE. Als de getoonde instellingen niet overeenkomen met de huidige hoogte boven zeeniveau of uw lichamelijke conditie (zie Paragraaf 5.9.4, “Bergmeerduiken” en Paragraaf 5.9.5, “Persoonlijke factoren”), dient u altijd de juiste waarden in te stellen voordat u gaat duiken.
STEL DE JUISTE WAARDE IN MET DE KNOPPEN UP /DOWN. BEVESTIG DOOR OP DE KNOP SELECT TE DRUKKEN. 5.8.6. Veiligheidsstops en dieptestops instellen Met de functie Deep Stops kunt u instellen of u traditionele veiligheidstops of dieptestops wilt maken. Als Deep Stops op 'OFF' staat, worden traditionele aanbevolen veiligheidsstops berekend. Staat Deep Stops op 'ON', dan wordt in plaats daarvan een serie dieptestops berekend. De lengte van de afzonderlijke dieptestops kan worden ingesteld op 1 of 2 minuten.
5.8.7. De RGBM-instelling aanpassen Voor sommige duikers of onder bepaalde duikomstandigheden kan het wenselijk zijn het RGBM minder zwaar te laten meewegen. De huidige instelling worden weergegeven bij het starten van de modus DIVE. U kunt kiezen voor maximaal RGBM-effect (100%) of verminderd RGBM-effect (50%). STEL DE JUISTE WAARDE IN MET DE KNOPPEN UP /DOWN. BEVESTIG DOOR OP DE KNOP SELECT TE DRUKKEN. 5.9.
5.9.2. De modus DIVE activeren De duikcomputer wordt automatisch geactiveerd bij een diepte van 0,5 meter of meer. U dient echter de modus DIVE ook te activeren VOORDAT u gaat duiken om de de hoogte en persoonlijke correctiefactor, de batterijconditie, de zuurstofinstellingen, etc. te controleren. Na activering worden alle displaysegmenten weergegeven met op vrijwel alle posities het getal '8'. Daarnaast gaat de displayverlichting kort aan en klinkt er een kort geluidssignaal.
Na de activeringscyclus dient u een aantal controles uit te voeren om er zeker van te zijn dat: • de juiste modus is geactiveerd (AIR, NITROX of GAUGE) en alle displaysegmenten worden weergegeven • de batterijcapaciteit toereikend is • de juiste instellingen voor hoogte, persoonlijke correctiefactor, dieptestops en RGBM zijn geselecteerd • waarden in de gewenste eenheden (metrisch/Engels) worden weergegeven • de juiste temperatuur en diepte (0,0 meter) worden aangegeven • het geluidssignaal van de alarmfunc
Als de batterij inderdaad leeg is of dreigt te raken, zal het symbool voor te lage batterijspanning in de display zichtbaar blijven. Als het symbool voor te lage batterijspanning te zien is in de modus Surface of als de display-aanduidingen niet meer of slechts vaag te zien zijn, is de batterij waarschijnlijk leeg of bijna leeg en dient deze te worden vervangen.
Tabel 5.5. Hoogte-instellingen Bergmeerprogramma Hoogtebereik A0 0 - 300 meter A1 300 - 1500 meter A2 1500 - 3000 meter OPMERKING In Paragraaf 5.8.4, “Hoogte en persoonlijke correctiefactor aanpassen” staat beschreven hoe u een ander bergmeerprogramma kunt kiezen. WAARSCHUWING Wanneer u naar een plaats reist die op grotere hoogte ligt, kan het evenwicht tussen de partiële stikstofdruk en die van de omgeving tijdelijk verstoord raken.
De persoonlijke factoren die de kans op decompressieziekte kunnen vergroten zijn onder andere: • blootstelling aan kou (watertemperaturen lager dan 20 °C) • een slechte lichamelijk conditie • vermoeidheid • dehydratatie • een decompressieongeval in het verleden • stress • zwaarlijvigheid Kies aan de hand van Tabel 5.6, “Instelling persoonlijke correctiefactor” de juiste instelling voor de persoonlijke correctiefactor om de decompressieberekening zonodig behoudender te maken.
Persoonlijke Omstandigheden correctiefactor Gewenste tabellen P1 Risicofactoren van Behoudender toepassing/omstandigheden niet ideaal P2 Meer risicofactoren van toepassing/omstandigheden verre van ideaal Ervaren duikers die bereid zijn meer risico te aanvaarden kunnen met de Suunto D6 het RGBM minder zwaar laten meewegen. De standaardinstelling is 100%, wat inhoudt dat maximaal rekening wordt gehouden met het RGBM. Suunto adviseert met klem altijd deze instelling te gebruiken.
RGBM-instelling Gewenste tabellen Effect 50% Effect RGBM weegt minder zwaar, verhoogd risico! Verlicht RGBM 5.10. Veiligheidsstops Veiligheidsstops worden algemeen gezien als een goede gewoonte bij recreatief duiken en vormen een onderdeel van de meeste duiktabellen. De redenen voor het inlassen veiligheidsstops zijn onder andere: verminderen van subklinische decompressieziekte, vermindering van de vorming van microbelletjes, betere controle over het opstijgen en oriëntatie alvorens op te stijgen.
MAAK EEN AANBEVOLEN VEILIGHEIDSSTOP VAN 3 MINUTEN ALS DE AANDUIDING 'STOP' WORDT WEERGEGEVEN. OPMERKING De aanbevolen veiligheidsstop is, zoals de naam al aangeeft, niet verplicht. Als deze stop niet wordt gemaakt, heeft dat geen gevolgen voor de komende oppervlakte-interval en latere duiken. 5.10.2.
In de display verschijnt de aanduiding STOP en bij het bereiken van een diepte tussen de 6 en 3 meter worden ook de aanduiding CEILING, de plafonddiepte en de voorgeschreven duur van de verplichte stop weergegeven. U dient te wachten tot de waarschuwing voor de verplichte veiligheidsstop verdwijnt. De totale duur van een verplichte veiligheidsstop is afhankelijk van de mate waarin de maximaal toegestane opstijgsnelheid is overschreden.
BEGEEF U DIRECT (BINNEN DRIE MINUTEN) TOT OP OF ONDER HET DECOMPRESSIEPLAFOND ALS DE AANDUIDINGEN 'STOP' EN 'CEILING' WORDEN WEERGEGEVEN. Als u de verplichte veiligheidsstop niet maakt of te lang wacht met terugkeren tot onder het decompressieplafond, wordt het berekeningsmodel aangepast en wordt de nultijd voor een volgende duik verkort. In dat geval verdient het aanbeveling een lange oppervlakte-interval tot de volgende duik in te lassen. 5.11.
Wanneer u kiest voor dieptestops, worden er geen aanbevolen veiligheidsstops berekend. Wanneer de opstijgsnelheid te hoog ligt, zullen echter wel waarschuwingen en verplichte veiligheidsstops worden gegeven.
6. DUIKEN In dit hoofdstuk vindt u instructies voor het gebruik van de duikcomputer en het aflezen van de displays. U zult merken dat beide zeer eenvoudig zijn. In elk venster worden alleen de gegevens weergegeven die van belang zijn voor de specifieke duikmodus. 6.1. Duiken in de modus AIR (DIVEair) In deze paragraaf leest u hoe u de duikcomputer optimaal kunt benutten wanneer u duikt met perslucht. Informatie over het activeren van de modus DIVEair (Duiken met perslucht) vindt u in Paragraaf 5.9.
• • • • uw huidige diepte in meters (feet) de beschikbare nultijd in minuten, aangeduid met NO DEC TIME de opstijgsnelheid (grafisch), langs de rechterkant van de display het attentiesymbool, verschijnt als de oppervlakte-interval moet worden verlengd (zie Tabel 7.1, “Alarmen”) DISPLAY IN DE MODUS DIVE: HUIDIGE DIEPTE IS 15 METER, NULTIJD IS 61 MINUTEN, MAXIMALE DIEPTE BIJ DEZE DUIK WAS 21,5 METER, DUIKTIJD IS 5 MINUTEN.
DRUK OP DE KNOP UP OM OVER TE SCHAKELEN TUSSEN DE DUIKTIJD EN WATERTEMPERATUUR. 6.1.2. Aandachtspunten Tijdens een duik kunt u momentmarkering in het profielgeheugen vastleggen. Deze momentmarkeringen worden weergegeven bij doorbladeren van het profielgeheugen in de display. Momentmarkeringen kunnen ook worden bekeken met de gratis te downloaden PC-software Suunto Dive Manager.
6.1.3. Stijgsnelheidsmeter De opstijgsnelheid wordt grafisch weergegeven langs de rechterkant van de display. Wanneer de maximaal toegestane opstijgsnelheid wordt overschreden, verschijnen het vijfde waarschuwingssegment SLOW (langzaam) en de aanduiding STOP en begint de diepteaanduiding te knipperen. Dit geeft aan dat de maximaal toegestane opstijgsnelheid langdurig is overschreden of dat de huidige opstijgsnelheid aanmerkelijk boven het toegestane maximum ligt. NORMALE OPSTIJGSNELHEID.
WAARSCHUWING OVERSCHRIJD NOOIT DE MAXIMALE OPSTIJGSNELHEID! Een te snelle opstijging vergroot de kans op lichamelijk letsel. Maak altijd de verplichte en aanbevolen veiligheidsstops wanneer u de maximale aanbevolen opstijgsnelheid hebt overschreden. Als u de verplichte veiligheidsstop niet maakt, wordt daarmee bij uw volgende duik(en) in het decompressiemodel rekening gehouden. Als u bij voortduring de maximale opstijgsnelheid overschrijdt, moet u meer verplichte veiligheidsstops maken.
6.1.5. Decompressieduiken Wanneer de NO DEC TIME (nultijd) is gedaald tot nul minuten, gaat uw duik over in een decompressieduik. Dit betekent dat u bij terugkeer naar de oppervlakte een of meer decompressiestops moet maken. De aanduiding NO DEC TIME in de display wordt vervangen door de aanduiding ASC TIME (opstijgtijd) en er verschijnt een waarde voor CEILING (decompressieplafond). Een pijl naar boven adviseert u met opstijgen te beginnen.
WAARSCHUWING DE WERKELIJKE OPSTIJGTIJD KAN LANGER ZIJN DAN DE TIJD DIE DOOR HET APPARAAT WORDT WEERGEGEVEN! De vereiste opstijgtijd neemt toe als u: • langer op diepte blijft • langzamer dan 10 meter per minuut stijgt • een decompressiestop onder het decompressieplafond maakt Houd er rekening mee dat deze factoren ook van invloed zijn op de hoeveelheid lucht die u nodig hebt om de oppervlakte te bereiken.
• Het decompressiebereik is het gebied tussen het decompressieplafond en de decompressieondergrens. Binnen dit bereik vindt de decompressie plaats. Houd er rekening mee dat de decompressie aan of nabij de decompressieondergrens zeer traag verloopt. De diepte van het decompressieplafond en decompressieondergrens zijn afhankelijk van uw duikprofiel. Op het moment dat uw duik in een decompressieduik overgaat, zal het decompressieplafond zal tamelijk hoog liggen.
OPMERKING Een decompressiestop onder het decompressieplafond kost u meer tijd en lucht. NOOIT OP TOT B OV E N HET WAARSCHUWING S T I J G DECOMPRESSIEPLAFOND! U mag nooit opstijgen tot boven het decompressieplafond. Om te voorkomen dat u dit per ongeluk doet, is het raadzaam altijd iets onder het decompressieplafond te blijven.
Display-aanduidingen boven de decompressieondergrens Wanneer u opstijgt tot boven de decompressieondergrens, stopt de aanduiding ASC TIME met knipperen en verdwijnt de naar boven gerichte pijl. Hieronder ziet u een voorbeeld van een decompressieduik waarbij de duiker zich boven de decompressieondergrens bevindt. DE PIJL NAAR BOVEN IS VERDWENEN EN DE AANDUIDING ASC TIME KNIPPERT NIET MEER: U BEVINDT ZICH NU IN HET DECOMPRESSIEBEREIK. De decompressie begint nu, maar slechts zeer langzaam.
Tijdens de decompressiestop wordt de waarde voor ASC TIME afgeteld tot nul. Wanneer het decompressieplafond hoger komt te liggen, kunt u opstijgen tot het nieuwe decompressieplafond. U mag pas terugkeren naar de oppervlakte nadat de aanduidingen ASC TIME en CEILING (decompressieplafond) zijn verdwenen: in dat geval zijn alle decompressiestop en eventuele verplichte veiligheidsstops uitgevoerd. Het wordt echter aangeraden om te wachten totdat ook de aanduiding STOP is verdwenen.
Wacht u langer met het opvolgen van de decompressie-instructies, dan wordt automatisch de modus Error permanent geactiveerd. In deze modus kan het apparaat alleen nog als dieptemeter en timer worden gebruikt. Na terugkeer moet u ten minste 48 uur wachten voordat u opnieuw mag gaan duiken. (Zie Paragraaf 5.7, “Activering van de modus Error”). 6.2.
Bij de zuurstofgerelateerde berekeningen wordt door de computer een veiligheidsmarge van 1% boven de ingestelde O2%-waarde aangehouden. In de modus NITROX worden ook voor de duikplanning de ingestelde O2%- en PO2-waarden gebruikt. Meer informatie over het invoeren van nitroxgegevens vindt u in Paragraaf 5.8.3, “De nitroxwaarden instellen”. Standaard nitroxinstellingen In de modus NITROX kunt u met de Suunto D6 1 of 2 verschillende nitroxmengsels met een zuurstofpercentage van 21 tot 99 instellen.
6.2.2. Weergegeven zuurstofwaarden Wanneer de modus NITROX is ingeschakeld, wordt de informatie weergegeven die u in de onderstaande afbeelding ziet. In de modus NITROX wordt de maximale gebruiksdiepte berekend op basis van de ingestelde O2%- en PO2-waarden. DE MODUS NITROX IS ACTIEF: DE MAXIMALE DUIKDIEPTE IS 56,7 METER, BEREKEND OP BASIS VAN DE INGESTELDE WAARDEN VOOR O2% (21%) EN PO2 (1,4 BAR).
DRUK OP DE KNOP DOWN OM OVER TE SCHAKELEN TUSSEN O2%, MAXIMUMDIEPTE EN HUIDIGE TIJD. DRUK OP DE KNOP UP OM OVER TE SCHAKELEN TUSSEN PO2, OLF, DUIKTIJD EN WATERTEMPERATUUR. 6.2.3. Zuurstoflimietpercentage (OLF) In de modus NITROX wordt niet alleen de stikstofblootstelling bijgehouden, maar ook de zuurstofblootstelling. Deze twee berekeningen worden los van elkaar uitgevoerd. Er worden tevens afzonderlijke berekeningen gemaakt voor CNS-zuurstofvergiftiging en pulmonaire zuurstofvergiftiging.
Voor het zuurstoflimietpercentage (hiervoor wordt op de duikcomputer de aanduiding OLF gebruikt) wordt alleen de hoogste waarde van de twee berekeningen weergegeven. De berekeningen voor de zuurstoftoxiciteit zijn gebaseerd op de factoren die worden vermeld in paragraaf 9.3 'Zuurstofblootstelling'. 6.2.4. Gebruik van meerdere ademgassen en van gasmengsel wisselen Een van de speciale functies van de Suunto D6 is de mogelijkheid om een extra nitroxmengsel in te stellen die u tijdens de duik kunt wisselen.
OPMERKING Blader door de geactiveerde gasmengsels: voor elk mengsel worden het nummer, de O2%-waarde en de PO2-waarde weergegeven. Als de ingestelde PO2-limiet wordt overschreden, gaat de PO2-waarde knipperen. U kunt niet overschakelen naar een gas waarvoor de ingestelde PO2-waarde is overschreden. Het mengsel wordt wel weergegeven, maar u kunt het niet selecteren.
DOOR TIJDENS EEN DUIK OP DE KNOP SELECT TE DRUKKEN, WORDT ER EEN MOMENTMARKERING AAN HET PROFIELGEHEUGEN TOEGEVOEGD, WORDT DE DUIKTIMER TERUG OP NUL GEZET EN WORDT DE EERDER GEKLOKTE INTERVAL ONDER IN DE DISPLAY WEERGEGEVEN. OPMERKING In de modus GAUGE worden geen decompressiegegevens berekend. OPMERKING In de modus GAUGE wordt de opstijgsnelheid niet bewaakt. OPMERKING Na een duik met de modus GAUGE actief kunt u niet naar een andere modus overschakelen zolang het vliegverbod van kracht is.
7. NA HET DUIKEN 7.1. Aan de oppervlakte Wanneer u terugkeert naar de oppervlakte, blijft de Suunto D6 veiligheidsinformatie en waarschuwingen voor na de duik bieden. De veiligheid van de duiker wordt optimaal bewaakt dankzij berekeningen voor het plannen van herhalingsduiken. 7.1.1. Oppervlakte-interval Als u opstijgt naar een diepte van minder dan 1,2 meter, wordt het venster DIVING vervangen door het venster SURFACE: U BENT ZES MINUTEN GELEDEN TERUGGEKEERD VAN EEN DUIK VAN 35 MINUTEN.
• • de partiële zuurstofdruk, aangeduid met PO2 de huidige blootstelling aan zuurstoftoxiciteit, aangeduid met OLF 7.1.2. Duiknummering Herhalingsduiken worden beschouwd als onderdeel van één serie zolang de duur van het vliegverbod niet is verstreken. Binnen elke serie worden de duiken afzonderlijk genummerd. De eerste duik van de serie wordt genummerd als DIVE 1, de tweede als DIVE 2, de derde als DIVE 3, enzovoort.
Symbool in display Betekenis Symbool voor vliegverbod 7.1.3. Herhalingsduiken plannen De Suunto D6 is voorzien van een duikplanner waarmee u de nultijdlimieten voor een volgende duik kunt bepalen waarbij rekening wordt gehouden met de stikstofsaturatie als gevolg van voorgaande duiken. Meer informatie over de modus MEMplan vindt u bij Paragraaf 7.1.5.1, “De modus MEMplan” in Paragraaf 7.1.5, “De modus MEMORY”. 7.1.4.
• • Duikers die van plan zijn om gedurende langere tijd dagelijks meerdere malen te duiken of te duiken met decompressiestops, moeten speciale voorzorgsmaatregelen nemen en langer dan twaalf uur wachten voordat zij aan een vliegreis beginnen.
De duiktijd en -datum worden geregistreerd in het logboekgeheugen. Controleer voordat u gaat duiken altijd of de tijd en datum correct zijn ingesteld, vooral wanneer u tussen verschillende tijdzones reist. De modus MEMplan In de modus MEMplan (duikplanning) worden de nultijden voor een nieuwe duik weergegeven. Hierbij wordt rekening gehouden met voorgaande duiken. Wanneer u de modus MEMplan activeert, wordt eerst kort de resterende desaturatietijd weergegeven voordat de duikplanner verschijnt.
BIJ HET ACTIVEREN VAN DE MODUS MEMPLAN VERSCHIJNT IN DE DISPLAY EERST KORT DE RESTERENDE DESATURATIETIJD VOORDAT DE DUIKPLANNER ACTIEF WORDT. DRUK OP DE KNOPPEN UP/DOWN OM DOOR DE VERSCHILLENDE NULTIJDLIMIETEN TE BLADEREN. NULTIJDLIMIETEN LANGER DAN 99 MINUTEN WORDEN WEERGEGEVEN ALS '-'.
De nultijdlimieten worden korter wanneer een grotere hoogte en of hogere persoonlijke correctiefactor is ingesteld. Meer informatie over de nultijden bij verschillende hoogteinstellingen en persoonlijke correctiefactoren vindt u in Paragraaf 5.9.4, “Bergmeerduiken” en Paragraaf 5.9.5, “Persoonlijke factoren” Duiknummering in de duikplanner Wanneer aan het begin van een duik nog een vliegverbod van kracht is, behoort deze duik tot de voorafgaande serie herhalingsduiken.
ER ZIJN DRIE PAGINA'S MET LOGBOEKGEGEVENS. DRUK OP DE KNOP SELECT OM DE LOGBOEKPAGINA'S I, II EN III EEN VOOR EEN TE BEKIJKEN. DE GEGEVENS VAN DE MEEST RECENTE DUIK WORDEN ALS EERSTE WEERGEGEVEN.
Pagina III • diepte/tijd-profiel van de duik • actuele registratie van de watertemperatuur In het geheugen wordt ongeveer 36 uur aan duikgegevens opgeslagen. Daarna worden de oudste duiken verwijderd als er nieuwe duiken worden toegevoegd. De inhoud van het geheugen blijft bij het vervangen van de batterij bewaard (indien dit volgens de instructies gebeurt). OPMERKING Zolang een vliegverbod van kracht is, worden herhalingsduiken beschouwd als onderdeel van dezelfde serie duiken.
OPMERKING De maximale diepte kan opnieuw op 0,0 meter worden gezet door de duikcomputer met de PC-aansluitkabel op een PC aan te sluiten waarop het gratis te downloaden programma Suunto Dive Manager is geïnstalleerd. 7.1.6. Suunto Dive Manager (SDM) Suunto Dive Manager (SDM) is optionele PC-software waarmee de functionaliteit van de Suunto D6 sterk wordt uitgebreid. Met dit programma kunt u duikgegevens van uw duikcomputer naar een PC downloaden.
instellingen voor zuurstofpercentage en maximale OLF-waarde (in de modus NITROX) • weefselverzadigingsgegevens • actuele watertemperatuur • aanvullende duikgegevens (bijvoorbeeld SLOW (langzaam) en opgeslagen verplichte veiligheidsstops, attentiesymbolen, momentmarkeringen, markeringen van momenten van bovenkomen, markeringen voor decompressiestops, markeringen voor decompressie-overtredingen, wissels van gas, etc.
Het onderdeel Communities is een ontmoetingsplaats voor kleinere groepen geregistreerde SuuntoSports.com-gebruikers. Hier kunt u eigen groepen maken en beheren of zoeken naar andere groepen. Alle groepen beschikken over een eigen introductiepagina waarop de laatste activiteiten van de groep worden vermeld. Groepsleden kunnen ook berichten op een prikbord plaatsen, de groepskalender raadplegen, eigen lijsten met links bijhouden en groepsactiviteiten opzetten. Alle geregistreerde SuuntoSports.
8. ONDERHOUD De Suunto D6 duikcomputer is een geavanceerd precisie-instrument. Hoewel de Suunto D6 is ontworpen om bestand te zijn tegen de zware belastingen van persluchtduiken, moet u het apparaat met zorg behandelen en de onderstaande richtlijnen opvolgen om de levensduur te maximaliseren. 8.1.
• • • • • • • • Zorg dat de duikcomputer om de twee jaar of na 200 duiken (als dat eerder is) wordt nagekeken door een erkende Suunto-dealer. Daarbij wordt de algemene werking van het apparaat gecontroleerd, wordt de batterij vervangen en wordt de waterdichtheid gecontroleerd. Voor deze service zijn speciale gereedschappen en training vereist. Probeer daarom niet zelf controles uit te voeren waarvoor u niet gekwalificeerd bent.
• Trek de band van de duikcomputer niet te strak aan. Er moet voldoende ruimte tussen de band en uw pols zijn om een vinger tussen te kunnen steken. 8.3. Onderhoud Als u het apparaat gedurende langere tijd niet onderhoudt, ontstaat er een dunne aanslag die vaak met het blote oog onzichtbaar is. Net als bij het glas van een aquarium wordt deze aanslag veroorzaakt door organische verontreiniging die aanwezig is in zowel zout als zoet water. Zonnebrandcrème, siliconenspray en vet versnellen dit proces.
8.4. Waterdichtheid controleren Na het vervangen van de batterij of ander onderhoud moet de waterdichtheid van het apparaat worden gecontroleerd. Voor deze controle is speciale apparatuur en training vereist. Controleer de display regelmatig op mogelijke lekkage. Als u vocht in de duikcomputer aantreft, is er sprake van een lek. Lekkage moet direct worden verholpen: vocht kan het apparaat ernstig - en mogelijk onherstelbaar - beschadigen.
LET OP Wanneer de batterij wordt vervangen, gaan alle gegevens over stikstof- en zuurstofopname verloren. Daarom moet de duur van een eventueel weergegeven vliegverbod zijn verstreken of u moet ten minste 48 uur - en bij voorkeur tot 100 uur - wachten voordat u weer gaat duiken. Alle historie- en profielgegevens, alsmede de instellingen voor de hoogte, alarmen en de persoonlijke correctiefactor blijven ook na het vervangen van de batterij in het geheugen opgeslagen.
9. TECHNISCHE GEGEVENS 9.1.
Wordt alleen weergegeven in modus NITROX: • Zuurstofpercentage: 21 - 99 • Weergave partiële zuurstofdruk: 0,2 - 3,0 bar, afhankelijk van de ingestelde tijdslimiet • Zuurstoflimietpercentage: 1 - 200% met nauwkeurigheid van 1% Logboek/duikprofielgeheugen: • Meetinterval: standaard 20 seconden, instelbaar op 1, 10, 20, 30 of 60 sec.
• Lagere (variabele) 'M'-verloopwaarden op basis van duikgewoonten en duikfouten. De 'M'-waarden worden bijgehouden tot 100 uur na een duik • De EAN- en zuurstofdrukberekeningen zijn gebaseerd op aanbevelingen van R.W.
OPMERKING De batterijwaarschuwing kan door lage temperaturen of een interne oxidatie van de batterij worden geactiveerd wanneer de batterijcapaciteit nog voldoende is. In dat geval verdwijnt de waarschuwing doorgaans wanneer de modus DIVE opnieuw wordt ingeschakeld. 9.2. RGBM RGBM (Reduced Gradient Bubble Model) van Suunto is een modern algoritme om te voorspellen hoeveel opgelost en vrij gas aanwezig is in de weefsels en het bloed van de duiker.
9.2.1. Adaptieve decompressie van Suunto RGBM Bij het Suunto RGBM-algoritme worden voorspellingen aangepast voor de effecten van vrijgekomen microbelletjes en nadelige duikprofielen in de huidige duikserie. Deze berekeningen worden ook gewijzigd in overeenstemming met de persoonlijke correctiefactor die u selecteert. Het patroon en de snelheid van decompressie aan de oppervlakte worden aangepast in overeenstemming met de invloed van microbelletjes.
9.2.2. Nultijdlimieten De nultijdlimieten die voor de eerste duik naar één diepte (zie Tabel 9.1, “Nultijdlimieten voor verschillende diepten (m)” en Tabel 9.2, “Nultijdlimieten voor verschillende diepten (ft)”) door de duikcomputer worden weergegeven, zijn iets behoudender dan de uiterste limieten volgens de US Navy-tabellen. Tabel 9.1.
Nultijdlimieten (min) voor verschillende diepten (m) voor de eerste duik van een serie Diepte (m) 36 39 42 45 Persoonlijke correctiefactor / hoogte-instelling P0/A0 11 9 7 6 P0/A1 P0/A2 P1/A0 P1/A1 P1/A2 P2/A0 P2/A1 P2/A2 9 7 6 5 8 6 5 5 9 7 6 5 8 6 5 5 6 5 4 4 8 6 5 5 6 5 4 4 5 4 4 3 Tabel 9.2.
Nultijdlimieten (min) voor verschillende diepten (ft) voor de eerste duik van een serie Diepte (ft) Persoonlijke correctiefactor / hoogte-instelling P0/A0 P0/A1 P0/A2 P1/A0 P1/A1 P1/A2 P2/A0 P2/A1 P2/A2 90 100 110 22 17 13 18 14 11 15 11 9 18 14 11 15 11 9 11 9 7 15 11 9 11 9 7 9 7 6 120 130 140 150 10 9 7 6 9 7 6 5 8 6 5 4 9 7 6 5 8 6 5 4 6 5 4 4 8 6 5 4 6 5 4 4 5 4 4 3 9.2.3. Bergmeerduiken Op grote hoogten is de atmosferische druk lager dan op zeeniveau.
Hierdoor worden de nultijdlimieten sterk verkort. 9.3. Zuurstofblootstelling De berekeningen voor zuurstofblootstelling zijn gebaseerd op de momenteel gangbare tabellen en principes voor maximale blootstelling. Bovendien maakt de duikcomputer gebruik van verschillende methoden om een behoudende schatting te maken van de zuurstofdruk. Voorbeeld: • De weergegeven berekeningen voor de zuurstofblootstelling worden verhoogd tot de volgende procentuele waarde.
• • Er klinken geluidssignalen en de werkelijke PO2-waarde begint te knipperen wanneer de vooraf ingestelde limiet wordt overschreden. Bij het plannen van een duik wordt de maximale diepte geselecteerd in overeenstemming met de O2%-waarde en de maximumwaarde voor PO2.
10. INTELLECTUEEL EIGENDOM 10.1. Copyright Deze gebruikershandleiding wordt beschermd door auteursrechten en alle rechten zijn voorbehouden. Het document mag niet geheel of gedeeltelijk worden gekopieerd, verveelvoudigd, gereproduceerd of omgezet naar andere media zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Suunto. 10.2.
11. AANSPRAKELIJKHEID 11.1. Verantwoordelijkheid van de gebruiker Dit instrument is alleen bestemd voor recreatief gebruik. De Suunto D6 is niet bedoeld voor metingen die een professionele of industriële precisie vereisen. 11.2. Beperkte garantie en ISO 9001-conformiteit Suunto Oy is niet aansprakelijkheid voor verlies of schadeclaims door derden, die mogelijk als gevolg van het gebruik van dit instrument zouden kunnen ontstaan.
11.3. Aftersales service In geval van een defect dat onder de garantie valt, dient u het product, voor eigen rekening, terug te sturen naar de Suunto-dealer die verantwoordelijk is voor de reparatie of vervanging van het product. Afhankelijk van de vereisten in uw land moet u uw naam, adres, aankoopbewijs en/of garantiekaart toevoegen. Deze kunt u achterin deze handleiding vinden.
12. GARANTIE OPMERKING De garantieregelingen verschillen per land. Bij de documentatie van uw duikcomputer vindt informatie over de garantievoordelen en -voorwaarden die erop van toepassing zijn.
Deze garantie kan niet worden beschouwd als een verklaring of garantie door vertegenwoordigers die zich uitstrekt buiten de bepalingen van deze garantie. Geen enkele Suunto-dealer is bevoegd om de garantie te wijzigen of aanvullende garanties te bieden. Het vervangen van de batterij valt niet onder deze garantie. Deze gebruikersgids moet worden bewaard bij de duikcomputer. Suunto's duik- en wristopcomputers kunnen online worden geregistreerd op www.suunto.com.
13. AFDANKEN VAN HET APPARAAT Dank dit apparaat op de juiste wijze af conform de voorschriften voor kleine huishoudelijke apparaten. Gooi het niet in de vuilnisbak. Desgewenst kunt u het apparaat inleveren bij een Suunto-dealer bij u in de buurt.
VERKLARENDE WOORDENLIJST ASC RATE Afkorting die op de duikcomputer wordt gebruikt voor opstijgsnelheid. ASC TIME Afkorting die op de duikcomputer wordt gebruikt voor opstijgtijd. Bergmeerduik Een duik op een hoogte groter dan 300 meter boven zeeniveau. Central Nervous System Toxicity Vergiftiging die wordt veroorzaakt door zuurstof. Kan diverse neurologische symptomen veroorzaken. De belangrijkste is een epileptische aanval waardoor de duiker kan verdrinken.
Decompressieplafond Tijdens een duik met decompressiestops is dit de geringste diepte tot welke een duiker mag opstijgen op basis van de berekende stikstofbelasting. Decompressieziekte Een van de verschillende ziekten die direct of indirect worden veroorzaakt door de vorming van stikstofbellen in de weefsels en lichaamsvloeistoffen als gevolg van inadequate decompressie. Wordt ook caissonziekte genoemd. Duikserie Een groep herhalingsduiken waarvoor de duikcomputer stikstofopname aangeeft.
Herhalingsduik Elke duik waarbij de decompressietijdslimieten worden beïnvloed door reststikstof dat is opgenomen bij vorige duiken. Multilevelduik Een afzonderlijke duik of herhalingsduik waarbij tijd wordt doorgebracht op verschillende diepten en waarbij de decompressielimieten daarom niet alleen zijn gebaseerd op de maximale diepte. Nitrox Bij sportduiken verwijst deze term naar elk mengsel met verhoudingsgewijs meer zuurstof dan bij gewone lucht.
OTU Afkorting die op de duikcomputer wordt gebruikt voor zuurstoftolerantieeenheid. Partiële zuurstofdruk Beperkt de maximale diepte waarop een nitroxmengsel veilig kan worden gebruikt. De maximale partiële druk voor duiken met verrijkte lucht is 1,4 bar. De maximale partiële druk met veiligheidsmarge is 1,6 bar. Als deze limiet wordt overschreden, bestaat er kans op acute zuurstofvergiftiging. PO2 Afkorting die op de duikcomputer wordt gebruikt voor partiële zuurstofdruk.
Suunto's duik- en wristopcomputers kunnen online worden geregistreerd op www.suunto.com. Alle garanties zijn beperkt en onderhevig aan de richtlijnen die in deze handleiding beschreven zijn. Uitgesloten van garantie zijn schades die voortvloeien uit onjuist of oneigenlijk gebruik, achterstallig onderhoud, onvoldoende zorg, modificaties, op onjuiste wijze vervangen van de batterij of ongeautoriseerde (pogingen tot) reparatie.
Model Computer: Aankoopdatum Land winkel Aankooppunt / Naam winkel Plaats winkel Serienummer: Dealerstempel met aankoopdatum Naam Plaats E-mailadres Land Adres Telefoonnummer Handtekening eigenaar
COPYRIGHT Deze publicatie en de inhoud ervan zijn eigendom van Suunto Oy. Suunto, Wristop Computer, Suunto D6, Replacing Luck en de bijbehorende logo's zijn geregistreerde of niet-geregistreerde handelsmerken van Suunto Oy. Alle rechten voorbehouden. Ondanks de grote zorgvuldigheid die is betracht bij de samenstelling van deze handleiding, kunnen aan de inhoud ervan geen rechten worden ontleend. De inhoud kan te allen tijde zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Suunto Oy 3/2006