Operation Manual

30
Gebruiksvoorschriften
NL
Probleem Oorzaken Oplossingen
De werkzone wordt niet volledig
gemaaid
Onvoldoende werkuren Verleng de werkuren van de robot (zie “Programmeringswijze”)
Snijmes met incrustatie en/of resten
Stop de robot in veilige omstandigheden (Zie “Veilig stoppen
van de robot”)
Waarschuwing - Verwittiging
Gebruik beschermende handschoenen om snijgevaar aan
de handen te voorkomen.
Reinig het snijmes
Snijmes versleten
Vervang het mes met een origineel wisselstuk (zie “Vervanging
mes”)
Te grote werkzone ten opzichte van de effectieve
capaciteit van de robot
Pas de werkzone aan (zie “Technische gegevens”)
De batterijen zijn aan het einde van hun
levensduur
Vervang de batterijen met originele wisselstukken (zie
“Vervanging batterijen”)
De batterijen worden niet volledig opgeladen
Reinig en vervang de eventuele oxidatie van de contactpunten
van de batterijen (zie “Reiniging robot”). Herlaad de batterijen
minstens 12 uren
Secundaire zone niet volledig
gemaaid
Verkeerde programmering
Programmeer de secundaire zone correct (zie
“Programmeringswijze”)
Op het display verschijnt “Geen
signaal”
De perimetrische draad is niet correct verbonden
(breuk van de kabel, geen elektrische verbinding,
enz.)
Controleer de werking van de elektrische toevoer, de
correcte verbinding van de toevoereenheid en die van
het herlaadstation (zie “Installatie herlaadstation en
toevoereenheid”)
Op de display verschijnt “Buiten
omtrek”
Te grote helling van het terrein
Grens de zone met te grote helling af (zie “Planning installatie
systeem”)
Perimetrische draad verkeerd geplaatst
Controleer of de draad correct geïnstalleerd is (overdreven
diepte, nabijheid van metalen voorwerpen, afstand tussen de
draad die twee elementen afscheidt minder dan 70cm, enz.)
(zie “Planning installatie systeem”)
Perimetrische draad voor afgrenzing interne zones
(perken, struiken, enz.) met de klok mee geplaatst.
Herplaats de perimetrische draad correct (tegen de klok in)
(zie “Installatie perimetrische draad”)
Toevoereenheid oververhit
Gebruik geschikte oplossingen om de temperatuur van de
toevoereenheid te verminderen (verlucht of wijzig de zone van
installatie, enz.) (zie “Planning installatie systeem”)
De aandrijving van de wielen is niet correct Controleer en bevestig, indien nodig, de wielen correct
Op de display verschijnt “Fout wiel”
Geaccidenteerd terrein of terrein met hindernissen
die de beweging verhinderen
Controleer of het gazon dat gemaaid moet worden gelijkvormig is
en zonder gaten, stenen of andere hindernissen. Indien dit niet zo
is, voer de nodige saneringshandelingen uit (zie “Voorbereiding
en afgrenzing werkzones (hoofdzone en secundaire zones)”)
Een of beide motoren die de aandrijving van de
wielen inschakelen defect
Laat de motor herstellen of vervangen door het meest nabije
geautoriseerde Assistentiecentrum
Op de display verschijnt “SyncError” De ontvanger van de robot herkent het signaal niet
Schakel het toestel uit en weer aan. Raadpleeg het
Assistentiecentrum indien het probleem aanhoudt