Operation Manual
24
Gebruiksvoorschriften
NL
VEILIG STOPPEN VAN DE ROBOT
Tijdens het gebruik van de robot, kan het nodig zijn deze stil te zetten. Bij normale condities wordt de robot stopgezet met de toets “Off/Stop”.
In geval van gevaar of voor onderhoud, moet de robot in veilige omstandigheden stopgezet worden om te vermijden dat het mes ongewild
opgestart wordt. Druk op de toets “STOP” om de robot te stoppen. Druk opnieuw op de toets “STOP” om het gebruik van de robot weer te starten.
Belangrijk
Een veilige stilstand van de robot is nodig voor
onderhouds- en herstellingsingrepen te kunnen uitvoeren
(bijvoorbeeld: vervanging en/of opladen van de batterijen,
vervanging mes, reiniging, enz.).
ENTER
TOETS “STOP” (A)
AUTOMATISCHE TERUGKEER NAAR HET HERLAADSTATION
De robot stopt de werkcyclus wanneer zich een van de volgende condities zich voordoet:
-
Einde werkuur: Aan het einde van de werkuren, keert de robot automatisch terug naar het herlaadstation; hij zal weer in werking treden
volgens de geprogrammeerde werkwijze (zie “Programmeringswijze”).
-
Regen: In geval van regen, keert de robot automatisch terug naar het herlaadstation; hij zal weer in werking treden volgens de
geprogrammeerde werkwijze (zie “Programmeringswijze”).
-
Batterijen moeten opgeladen worden: De robot keert automatisch terug naar het herlaadstation.
-
Gemaaid Gazon (enkel voor sommige versies, zie “Technische Gegevens”): De sensor voelt het gemaaid gazon, en keert automatisch
terug naar het herlaadstation; hij zal weer in werking treden volgens de geprogrammeerde werkwijze (zie “Programmeringswijze”).
GEBRUIK VAN DE ROBOT IN GESLOTEN ZONES ZONDER HERLAADSTATION
De robot moet in de werkwijze gesloten zone opgestart worden om
gesloten zones te maaien, die afgegrensd zijn door perimetrische draad
en zonder herlaadstation.
Waarschuwing - Verwittiging
Verplaats de robot door hem aan de hand van de daarvoor
bestemde achterste handgreep lichtjes op te tillen en in
de gewenste richting te duwen. Neem de robot niet vast
aan de chassis en gebruik steeds de daarvoor bestemde
handgreep.
Plaats de robot in de werkzone op minstens 100 cm (39,37 ") afstand van de
perimetrische draad en van eender welke andere hindernis.
min. 100 cm
(39,37 ")
min. 100 cm
(39,37 ")