Operation Manual
23
Gebruiksvoorschriften
NL
GEBRUIKSWIJZE - PROGRAMMERINGSWIJZ
Functie om de werkwijze van de robot in te stellen. Wanneer de robot uitgeschakeld wordt, keert hij automatisch terug naar de werkwijze
“AUTOMATISCH”.
•
Automatisch: Normale werkwijze. De robot herkent de perimetrische draad en keert terug naar het herlaadstation wanneer dit nodig is.
•
Gesloten zone: Werkwijze in gesloten zones zonder herlaadstation. Voor het correct gebruik, zie “GEBRUIK VAN DE ROBOT IN GESLOTEN
RUIMTES ZONDER HERLAADSTATION.”
•
Zonder omtrekdraad: Werkwijze zonder herkenning van de perimetrische draad. Te gebruiken in kleine zones die intern afgegrensd zijn
langs de hele perimeter door een muur of een afrastering van minstens 15cm zonder perimetrische draad, onder toezicht van de klant en
met controle van de afstandsbediening.
•
Extra Werking: Hiermee kan de werking van de robot geactiveerd worden in geval van een niet-operationele dag of tijdstip. Stel de werktijd
in; nadat deze is verstreken, keert de robot terug naar het laadstation en wordt de normale programmering hernomen.
OPTIES TAAL - PROGRAMMERINGSWIJZE
TAAL: Functie om de taal voor de visualisatie van de meldingen en van het gebruikersmenu te kiezen. Doorloop de verschillende opties met de
toets “+” of “-“ en bevestig met de toets “Enter”.
•
FORMAAT DATUM
•
FORMAAT UUR
•
FORMAAT AFSTAND
Deze functies staan toe de instelling van het formaat van de datum, van het uur en van de afstand te verpersoonlijken.
INBEDRIJFSTELLING – AUTOMATISCHE WERK-WIJZE
Het opstarten van de automatische cyclus moet bij de eerste inbedrijfstelling gebeuren ofwel na een periode van stilstand.
1. Controleer of de hoogte van het te maaien gazon geschikt is voor een correcte werking van de robot (zie “Technische gegevens”).
2. Stel de gewenste maaihoogte af (zie “Afstelling maaihoogte”).
3. Controleer of de werkzone correct begrensd is en of er geen hindernissen zijn voor de correcte werking van de robot, zoals aangegeven is
in de sectie “Voorbereiding en afgrenzing van de werkzone” en daaropvolgende.
4. Plaats de robot binnenin het herlaadstation.
5. Druk op de toets ON en wacht enkele seconden tot de robot volledig aangeschakeld is.
6. Als de robot voor de eerste keer in werking gezet wordt, moet de programmering uitgevoerd worden. Als de robot daarentegen na een periode
van stilstand weer in werking gezet wordt, moet men controleren of de geprogrammeerde functies overeenstemmen met de effectieve staat
van de te maaien oppervlakte (bijvoorbeeld, toevoeging van een zwembad, planten, enz.) (zie “Programmeringswijze”).
7. Na enkele seconden verschijnt op het display de melding “BEZIG MET LADEN”.
8. De robot begint het gazon volgens de geprogrammeerde werkwijze te maaien.