Operation Manual

11
Gebruiksvoorschriften
NL
De afbeelding verschaft enkele nuttige aanwijzingen om de predispositie
voor snelle terugkeer correct te installeren.
40 40
50
Doorgang van
minder dan 2,5 Mt.
4-10 mt. min. 150 cm.
(59,05 ")
4-10 mt.
4-10 mt.
2 mt.
5 cm.
2 mt.
VOORBEREIDING EN AFGRENZING WERKZONES
Voorbereiding van het te maaien gazon
1. Controleer of het gazon dat gemaaid moet worden gelijkvormig is en
zonder gaten, stenen of andere hindernissen. Indien dit niet zo is,
moeten de nodige saneringswerken uitgevoerd worden. Indien het
niet mogelijk is sommige hindernissen te verwijderen, moet men deze
zones op geschikte wijze afgrenzen met de perimetrische draad.
2. Controleer of er geen zones zijn in de tuin die de toegestane hellingen
overschrijden (zie “Technische gegevens”). Tijdens het werken op
hellende zones, wanneer de robot de draad voelt, zouden de wielen
kunnen wegslippen en de robot zo uit de perimetrische zone brengen.
Belangrijk
De zones met niet toegestane hellingen kunnen niet met
de robot gemaaid worden. Plaats de perimetrische draad
dus vòòr de helling en sluit deze zo buiten uit het gazon.
NEEN
40 cm
(15,75 ")
100 cm (39,3 ")
35 cm
(13,78 ")
35 %
21-35%
0-35%
0-20%
0-20%
0-20%
21-35%
perimetrische draad
perimetrische draad
OK
OK
OK
OK
NEEN
NEEN