Operation Manual

36
Handboek
NL
UURREGELING 1: Functie voor de instelling van de
eerste werkperiode van de robot tijdens de dag. De cursor
wordt automatisch in de zone onder de eerste tijdsperiode
geplaatst (bijvoorbeeld van 10:00 tot 13:00). Stel het
begin- en eindtijdstip van de werking in. Als de tijd wordt
ingesteld op “00:00 – 00:00” wordt de robot dus niet in
werking gesteld tijdens werkperiode 1. Als de robot na
de invoer een geluidssignaal produceert en het uur reset,
is een tegenstrijdigheid aanwezig van de ingevoerde
tijdsperiode of met werkperiode 2.
UURREGELING 2: Functie voor de instelling van de
tweede werkperiode van de robot tijdens de dag.
UURREGELING 1
00 : 00 : 00 : 00
01
02
03
07
Als de secundaire zones moeten ingesteld worden, moeten
in de programmering bij voorkeur beide werkperiodes
gebruikt worden om de frequntie van het maaien van de
zones te vergroten.
Om de robot compleet op te laden, zijn indicatief
minstens 4,0 uren nodig. Er wordt dus aanbevolen om
een pause te laten tussen werkperiode 1 en werkperiode
2, van minstens 4 uren.
De instelling van de werkperiode van de robot is van fundamenteel belang voor een goede
werking van het product. Vele parameters beïnvloeden de con guratie van de werkperiode,
zoals bijvoorbeeld de secundaire zones, het aantal batterijen van de robot, de complexheid
van het grasperk, het type van gras enz. Algemeen gezien moet de werkperiode lichtjes
verlengd worden in geval van tuinen met secundaire zones, tuinen met veel obstakels en in
geval van complexe zones. Hieronder volgt een indicatieve tabel voor de eerste con guratie.
N.B. Stel alle dagen van de week in op “1”-“Werkdagen”.
M² (sq ft) Periode Periode 2
0400 (4304) 10:00 11:30
0800 (8608) 10:00 13:00
1200 (12912) 10:00 14:00
2000 (21520) 10:00 13:00 17:00 20:00
3000 (32280) 09:00 13:00 17:00 21:00
4000 (43040) 08:00 13:00 17:00 22:30
5000 (53800) 07:00 13:00 17:00 23:00
6000 (64560) 06:00 13:00 17:00 23:59
Belangrijk
Belangrijk