Operation Manual
29
Handboek
NL
6. Sluit de kap weer, en draai de knoppen (A)
vast.
knoppen (A)
REGELING VAN DE REGENSENSOR
7. Leg de robot in alle veiligheid stil (raadpleeg
“Veilige stillegging van de robot”).
8. Regel de afstand tussen de spillen (A-B)
door de spil (A) te draaien.
spil (B) excentrieke spil (A)
Belangrijk
De gevoeligheid van de sensor verhoogt
bij het afnemen van de afstand tussen de
spillen. Er wordt aanbevolen om de spillen
niet te dicht bij elkaar te plaatsen.
Wanneer de sensor regen detecteert, voert de
robot zijn functies uit zoals ingesteld werd in
het programma (raadpleeg “Programmering-
smodaliteit”).