Operation Manual

7
Gebruiksvoorschriften
NL
BELANGRIJKSTE ORGANEN
1.
Robot.
2. Toetsenbord: dient om de werkwijzen van de robot in te stellen en te visualiseren.
3. Regensensor: voelt de regen en schakelt de terugkeer van de robot naar het herlaadstation in.
4. Accu : voedt de motoren van het mes en van de beweging van de wielen De robot wordt geleverd met een of meerdere lithiumbatterijen
reeds gemonteerd, al naargelang met model.
5. Steel: voor het optillen en vervoeren van de robot.
6. Snijmes : maait het gazon, reeds gemonteerd bij sommige modellen.
7. Kluwen perimetrische draad: kabel met speciale isolatie en met bijzondere kenmerken voor het doorgeven van het signaal dat dient voor
de werking van de robot.
8. Spijkers : nodig om de perimetrische draad en het herlaadstation te bevestigen.
9. Toevoerkabel voor de toevoereenheid.
10. Toevoereenheid : voedt het herlaadstation in laagspanning.
11. Laadstation: dient om de robot op te laden of in lading te houden.
12. Zender: zendt het signaal naar de perimetrische draad.
13. Handleiding.
5
6
13
9
8
12
10
7
4
1
2
3
11