Operation Manual

10. Verwijder de oliepeilstok en vul de machine
met nieuwe olie. Zie voor de oliehoeve-
elheid paragraaf “0 TABEL TECHNISCHE
GEGEVENS”.
11. Na het bijvullen van olie start u de motor en
laat u deze 30 seconden stationair draaien.
12. Controleer of er een olielek is.
13. Zet de motor af. Wacht 30 seconden en
controleer dan opnieuw of het oliepeil ove-
reenkomt met de aanwijzingen uit paragraaf
9.5.1.
9.5.3 
Zie voor de service-intervallen ho-
ofdstuk 13.
Tap eerst de motorolie af en installeer de olieaf-
tapplug zoals hierboven beschreven. Vervang
vervolgens het olielter op de volgende wijze:
Maak rond het lter schoon en demonteer
het lter.
Bevochtig de pakking van het nieuwe lter
met olie.
Installeer het lter. Schroef het lter eerst
zo ver vast dat de pakking de motor raakt.
Draai het lter dan nog 1/2 tot 3/4 slag
verder.
Ga verder met punt 7 volgens de
aanwijzingen uit paragraaf 9.4.3.
9.6 BRANDSTOFFILTER VERVANGEN
(21:B, 22:B)
-
de handleiding van de motor.
Zie voor de service-intervallen ho-
ofdstuk 13.
Controleer of er geen benzinelekkages zijn nadat
het nieuwe lter is geïnstalleerd.
9.7 CONTROLEREN / BIJVULLEN VAN DE
TRANSMISSIEOLIE [4WD]
Zie voor de service-intervallen ho-
ofdstuk 13.
Zie voor en het type en de hoeveelheid
olie paragraaf “0 TABEL TECHNISCHE
GEGEVENS”.
9.7.1 
1. Zet de machine op een vlakke ondergrond.
2. Lees het oliepeil af op het reservoir (24:A).
Het oliepeil moet tot de lijn komen.
3. Vul indien nodig olie bij.
9.7.2 Verversen
Aftappen van de olie
1. Laat de machine gedurende 10-20 minuten
op verschillende snelheden lopen om de
transmissieolie op te warmen.
2. Zet de machine op een vlakke ondergrond.
3. Schakel de parkeerrem in.
4. Zet de ontkoppelingshefbomen in stand A1 -
B1 zoals op afb. (15:A; 15:B).
5. Plaats één opvangbak onder de achteras en
één onder de vooras.
6. Open de motorkap en verwijder de dop van
het oliereservoir.
Gebruik uitsluitend een 3/8” dopsleutel
voor de olieaftapplug. Het gebruik van
ander gereedschap beschadigt de plug.
7. Verwijder de olieaftapplug van de achteras
(26:A).
8. Verwijder 2 aftappluggen uit de vooras.
Gebruik hiervoor een 12 mm sleutel. Laat de
olie uit de vooras en de leidingen lopen (27).
9. Controleer of de pakkingen op de aftapplug-
gen van de vooras intact zijn (27). Plaats de
pluggen terug. Aanhaalmoment: 15-17 Nm.
10. Controleer of de pakking op de olieaftapplug
van de achteras intact is (26:A). Plaats terug
in de achteras. Draai de olieaftapplug
aan tot 5 Nm.
11. De olieaftapplug wordt beschadigd als hij va-
ster dan 5 Nm wordt aangedraaid.
12. Zuig de olie uit het onderste deel van het
reservoir met behulp van een olieafscheider
(27).
Vullen
1. Vul het oliereservoir met de nieuwe olie.
2. Controleer of de koppelingshendel van de
achteras uitgetrokken is.
3. Start de motor. Als de motor is gestart,
schuift de ontkoppelingshendel van de
aandrijving van de vooras automatisch naar
binnen.
De motor mag nooit draaien als
dachterste ontkoppelingshendel van
      -
geschakeld en de ontkoppelingshen-
      
uitgeschakeld is (15:A; 15:B). Hierdoor
kunnen de afdichtingen van de vooras
NL
NEDERLANDS
(Vertaling van de originele
gebruiksaanwijzingen)
21