Operation Manual
Het machinedocument wordt bij iedere Basiscon-
trole en bij iedere Tussencontrole door een erken-
de servicewerkplaats gestempeld. Een document
met deze stempels verhoogt de tweedehands
waarde van de machine.
9.2 VOORBEREIDING
Alle service en onderhoud moet worden
uitgevoerd op een stilstaande machine
waarvan de motor is uitgeschakeld.
voorkomen dat de machine wegrolt.
Zet de motor af.
Voorkom dat de motor onbedoeld start
door de bougiekabels los te maken en
9.3 ONDERHOUDSTABEL
Zie hoofdstuk “13 OVERZICHTSTABEL
ONDERHOUDSWERKZAAMHEDEN”.
Het doel van de tabel is u te helpen om
-
den. De tabel bevat de voornaamste
werkzaamheden en de intervallen die
er tussen de werkzaamheden moeten
op het moment dat zich het eerst voor-
doet.
Ververs de olie regelmatiger als de ma-
hoge omgevingstemperaturen wordt
gebruikt.
9.4 BANDENSPANNING
Regel de bandenspanning op de waarden die
vermeld zijn in paragraaf “0 TABEL TECHNISCHE
GEGEVENS”.
9.5 BIJVULLEN / VERVERSEN MOTOROLIE
-
verde handleiding van de motor.
9.5.1
Controleer het oliepeil iedere keer dat
u de machine gaat gebruiken. Voor
deze controle moet de machine op een
rechte ondergrond staan.
Veeg de omgeving van de peilstok schoon. Draai
de oliepeilstok los en trek deze omhoog. Veeg de
oliepeilstok af.
Duw de oliepeilstok volledig naar bene-
den en schroef deze vast.
Schroef de peilstok weer los en trek
deze weer omhoog. Lees het oliepeil af.
oliepeil onder deze markering staat (21;
22)
Het oliepeil mag nooit boven de “FULL”-
streep komen. Een te hoog oliepeil kan
de motor oververhitten Als het oliepeil
boven de “FULL”-streep staat, dient u
bereikt.
Ververs de olie regelmatiger als de machine onder
extreme condities of bij hoge omgevingstempera-
turen wordt gebruikt.
9.5.2 Verversen/vullen (21; 22)
Zie voor de service-intervallen ho-
ofdstuk 13.
Zie voor het soort olie dat u moet ge-
bruiken paragraaf “0 TABEL TECHNI-
SCHE GEGEVENS”.
Gebruik olie zonder additieven.
Ververs de olie wanneer de motor warm is.
Als u de motor meteen na het uitscha-
kelen van de motor aftapt, kan de mo-
paar minuten afkoelen voordat u de olie
aftapt.
Ga als volgt te werk:
1. Zet de machine op een vlakke ondergrond.
2. Schakel de parkeerrem in.
3. Open de motorkap.
4. Zet de klem op de afvoerslang. Gebruik een
verstelbare tang, polygrip of dergelijke (21:A;
22:A).
5. Verplaats de klem 3-4 cm op de afvoerslang
en verwijder de dop.
6. Vang de olie op in een vat.
LET OP! Knoei geen olie op de aan-
7. Volg de lokale voorschriften voor het afvoe-
ren van afgewerkte olie op.
8. Breng de olieaftapplug weer aan en verplaats
de klem zodat deze zich boven de plug be-
vindt.
9. Verwijder eventuele gemorste olie.
NL
NEDERLANDS
(Vertaling van de originele
gebruiksaanwijzingen)
20