Operation Manual
7 STARTEN EN BEDRIJF
7.1 VOORZORGSMAATREGELEN
motor correct is. Dit is met name be-
7,4).
Let heel goed op wanneer u gras maait
van beneden naar boven.
Schakel de parkeerrem in wanneer u de
machine parkeert.
Deze machine mag op een helling
Neem gas terug op hellingen en wan-
neer u scherpe bochten maakt, om te
voorkomen dat de machine kantelt of u
de controle over de machine verliest.
machine kan dan kantelen.
buurt van de scharnierende koppeling
van de stuurinrichting en van de drager
van de zitting. Gevaar voor verwonding
door beknelling.
7.2 GECOMBINEERD GEBRUIK VAN AC-
CESSOIRES
Zie voor het gecombineerde gebruik
van accessoires de "TABEL VOOR DE
JUISTE COMBINATIE VAN ACCESSOI-
RES” in hoofdstuk “0 TABEL TECHNI-
SCHE GEGEVENS”
7.3 BIJVULLEN MET BENZINE (19)
de benzine niet met olie.
Zie voor de inhoud van de tank “0 TABEL TECHNI-
SCHE GEGEVENS”. De tank is doorzichtig, zodat
het peil gemakkelijk gecontroleerd kan worden.
LET OP! De benzine mag niet langer
Het is mogelijk om milieuvriendelijke benzine te
gebruiken, bijvoorbeeld alkylaatbenzine. Door zijn
speciale samenstelling heeft deze benzine een
minder slechte uitwerking op het milieu.
Er zijn geen negatieve eecten van het gebru-
ik ervan bekend. In de handel bestaan echter
soorten alkylaatbenzine waarvoor geen precieze
indicaties ten aanzien van het gebruik kunnen
worden gegeven.
Raadpleeg voor meer informatie de instructies en
gegevens die worden geleverd door de fabrikant
van de alkylaatbenzine.
U mag de tank niet volledig vullen.
Laat wat ruimte over (tenminste de volledige
vulmond + 1 - 2 cm boven in de tank) zodat de
benzine, wanneer hij warm wordt, kan uitzetten
zonder over te stromen.
Wanneer u de machine voor de laatste
keer gebruikt voordat u hem voor een
voor de winter), dient u ervoor te zor-
gen dat er precies genoeg brandstof in
de tank zit voor dat gebruik.
te bergen, dient de brandstoftank volle-
dig te worden geleegd (zie 11).
7.4 CONTROLE VAN HET OLIEPEIL VAN DE
MOTOR (21; 22)
Bij de aevering zit er genoeg olie in de motor van
de machine.
Alvorens de machine te starten, het
oliepeil van de motor controleren.
motorolie 9.5.1.
7.5 CONTROLE VAN HET TRANSMISSIEO-
LIEPEIL
transmissieolie 9.7.1.
7.6 VEILIGHEIDSCONTROLES
Controleer, wanneer u de machine uitprobeert, of
de resultaten van de veiligheidscontroles overeen-
stemmen met hetgeen vermeld is in onderstaande
tabellen.
De veiligheidscontroles moeten voor
ieder gebruik worden uitgevoerd.
Als één van de resultaten van de con-
-
NL
NEDERLANDS
(Vertaling van de originele
gebruiksaanwijzingen)
17