Operation Manual
29
NL
NEDERLANDS
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzingen)
14 GIDS VOOR HET OPSPOREN VAN STORINGEN
Storing Oplossing
1. De startmotor draait niet. Accu niet genoeg opgeladen. Laad de accu op.
Accu slecht aangesloten. Controleer de aansluitingen
20A zekering doorgebrand Vervang de zekering
2. De startmotor draait, maar
de motor start niet
Met de startsleutel in de
startstand draait de startmo-
tor, maar de motor start niet.
Brandstofkraan dicht. Open de brandstofkraan.
Er is geen benzinetoevoer. - Controleer het peil in de tank.
- Controleer het brandstolter.
3. Moeizaam starten of on-
motor.
Problemen met de carburatie. Het luchtlter schoonmaken of
vervangen.
4. Afname van het motorr-
rendement gedurende het
maaien.
Hoge rijsnelheid in verhouding
tot de maaihoogte.
Verminder de rijsnelheid en/of
verhoog de maaihoogte.
Problemen van de smering van
de motor.
- “Schakel de machine onmid-
dellijk.
- Vervang de olie (als het proble-
em zich blijft voordoen, contact
op met een erkend servicecen-
trum)”
6. De motor slaat zonder dui-
- De brandstof is op.
- Probeer de motor weer te
starten.
Vul de brandstoftank (als het
probleem aanhoudt, naar een er-
kende servicewerkplaats gaan).
Controleer de bandenspanning.
De messen van het maaisysteem
zijn niet scherm.
Ga naar een erkende servi-
cewerkplaats.
Rijsnelheid hoog in verhouding
tot de hoogte van het gras dat
moet worden gemaaid.
Verminder de rijsnelheid en/of
verhoog de maaihoogte.
De maaisysteemgroep zit vol
gras.
- Wacht tot het gras gedroogd is.
- Maak de maaisysteemgroep
schoon.
-
rende het gebruik.
- Maaisysteem niet gebalance-
erd.
- Messen maaisysteem los.
- losgeraakte onderdelen.
- eventuele beschadigingen.
Ga naar een erkende servi-
cewerkplaats voor controle,
vervanging of reparatie.
9. Met draaiende motor komt
Hendel voor «uitschakeling van
de transmissie» staat in uitge-
schakelde stand.
Schakel de aandrijving in.