Operation Manual

25
NL
NEDERLANDS
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzingen)
9.13.1 Reinigen / vervangen (38, 39)
Zie voor de service-intervallen hoofdstuk
13.

vervuilde lucht in de motor terecht ko-
men. Dit kan tot ernstige schade aan de
motor leiden.
Het luchtlter moet om de 50 bedrijfsuren worden
gereinigd en iedere keer dat dit nodig is, of in elk
geval na 500 bedrijfsuren worden vervangen.
    
     


1. Schakel de parkeerrem in.
2. Open de motorkap.
3. Verwijder het rechter achterspatbord (38:A),
schroef de twee vleugelmoeren (38:B)en
de bijbehorende plastic ringen (38:C) los en
verwijder ze.
4. Maak het gebied rond de luchtlterkap
schoon (38:D).
5. Draai de knop (38, 39:E) los en verwijder
hem.
6. Maak de kap van het lter los (38, 39:D).
7. Schroef de knop (39:F) los en verwijder het
lter (39:G).
-
chaam. Als er lucht in de bloedsomloop

8. Verwijder eventueel droog vuil uit het lter
door met perslucht in en buiten het lter te
blazen. De druk mag niet hoger zijn dan 5
bar.
9. Controleer na de reiniging of er geen breuk
of andere schade te zien is. Dit is een visuele
controle, houd het lter tegen het licht.
10. Controleer of de contactvlakken van het lter
vrij van onvolmaaktheden zijn.
11. Als het lter beschadigd is of aangetast door
vocht en/of vet, dient het te worden vervan-
gen.
12. Monteer alles weer in omgekeerde volgorde.
Bij het schoonmaken van de behuizing van het pa-
pierlter mogen geen perslucht of oplosmiddelen
op basis van petroleum worden gebruikt. Hierdoor
raakt het lter beschadigd.
9.13.2 Reiniging luchtinlaat
Zie voor de service-intervallen ho-
ofdstuk 13.
Zie afbeelding (24:C). De motor is luchtgekoeld.
Door een verstopt koelsysteem kan de motor
beschadigd raken. Reinig de luchtinlaat van de
motor na elke 50 werkuren. Het koelsysteem
wordt bij elke basic service nauwkeurig gereinigd.
9.14 SMERING (41)
Zie voor de service-intervallen ho-
ofdstuk 13.
Onderdeel
Handeling Afb.
Wiella-
gers
[alleen
voor mod.
4WD]
2 smeernippels.
Gebruik een vetspuit met
universeel vet. Pomp tot het
vet eruit komt.
41:A
Middelste
punt
4 smeernippels.
Gebruik een vetspuit met
universeel vet. Pomp tot het
vet eruit komt.
41:B
Kettingen
van de
besturing
Reinig de kettingen met een
staalborstel.
Smeer met universele spray
voor kettingen.
41:C
Armen
spanners
Smeer de lagerpunten met
olie bij de activering van
iedere bediening.
41:D
Bedie-
nings-
kabels
Smeer de uiteinden van de
kabels met een oliehouder
terwijl alle regelaars zijn
geactiveerd.
Dit moet worden gedaan
door twee personen.
41:F
Machi-
nes met
snelslui-
tingen
1 smeernippel.
Gebruik een vetspuit met
universeel vet. Pomp tot het
vet eruit komt.
41:F