Operation Manual
20
NL
NEDERLANDS
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzingen)
8 GEBRUIK VAN HET
ACCESSOIRE
Controleer of het gras dat u gaat maa-
-
als stenen etc.
8.1 MAAIHOOGTE
U krijgt de beste resultaten als een derde van de
hoogte van het gras wordt gemaaid. Zie afb. 22.
Als het gras lang is en veel korter moet worden,
kunt u beter twee keer maaien met twee verschil-
lende maaihoogtes.
Gebruik niet de minimum maaihoogte als het
oppervlak van het gazon ongelijkmatig is.
Anders loopt u het gevaar dat het maaisysteem
beschadigd raakt door het oppervlak en dat de
toplaag van het gazon wordt verwijderd.
8.2 MAAIADVIES
Volg voor een optimaal maairesultaat onderstaan-
de aanwijzingen op.
• Maai het gras regelmatig.
• Gebruik de motor op volle kracht.
• Het gras moet droog zijn.
• Zorg dat de messen scherp zijn.
• Houd de onderzijde van het maaidek schoon.
9 ONDERHOUD
9.1 ASSISTENTIEPROGRAMMA
Om de machine altijd in goede staat te houden zo-
dat hij betrouwbaar, veilig en schoon blijft werken,
dient u zich altijd aan het assistentieprogramma
van GGP te houden.
De punten van dit programma zijn toegelicht in de
bijgevoegde onderhoudshandleiding van GGP.
De Basiscontrole moet altijd worden uitgevoerd
door een erkende servicewerkplaats.
De Eerste controle en de Tussencontrole kunnen
het beste worden overgelaten aan een erkende
servicewerkplaats, maar mogen ook door de ge-
bruiker zelf worden uitgevoerd. De procedures zijn
vermeld in het machinedocument en zijn beschre-
ven in hoofdstuk “7 STARTEN EN BEDRIJF”, en
ook op de volgende pagina’s.
Door de controles uit te laten voeren door een er-
kende servicewerkplaats, bent u verzekerd van
professionaliteit en originele vervangingsonderde-
len.
Het machinedocument wordt bij iedere Basiscon-
trole en bij iedere Tussencontrole door een erkende
servicewerkplaats gestempeld. Een document met
deze stempels verhoogt de tweedehands waarde
van de machine.
9.2 VOORBEREIDING
uitgevoerd op een stilstaande machine
Zet de motor af.
Voorkom dat de motor onbedoeld start
door de bougiekabels los te maken en
9.3 ONDERHOUDSTABEL
Zie hoofdstuk “13 OVERZICHTSTABEL
ONDERHOUDSWERKZAAMHEDEN”.
Het doel van de tabel is u te helpen om
-
den. De tabel bevat de voornaamste
op het moment dat zich het eerst voor-
doet.
Ververs de olie regelmatiger als de ma-
gebruikt.
9.4 BANDENSPANNING
Regel de bandenspanning op de waarden die ver-
meld zijn in paragraaf “0 TABEL TECHNISCHE
GEGEVENS”.
9.5 BIJVULLEN / VERVERSEN MOTOROLIE
-
leverde handleiding van de motor.
9.5.1
Controleer voor elk gebruik of het olie-
peil correct is. Voor deze controle moet
de machine op een rechte ondergrond
staan.