Operation Manual

18
NL
NEDERLANDS
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzingen)
de parameters uit onderstaande tabel:
Omgevingstem-

de machine

in °C
Hoeveelheid kerosine die

Zomerbran-
dstof
Winterbran-
dstof
Van 0 tot -10 20 % -
Van -10 tot -15 30 % -
Van -15 tot -20 50 % 20 %
Van -20 tot -30 -
50 %
7.4 ONTLUCHTING BRANDSTOFSYSTEEM
Het brandstofcircuit moet in de volgende gevallen
worden ontlucht:
Wanneer de brandstoftank helemaal leeg is
geweest en er lucht in het brandstofcircuit is
gezogen.
Na de vervanging van het lter.
Om het systeem te ontluchten:
1. Vul de tank met brandstof.
2. Pomp met de handpomp (24:A) tot de gaso-
lie door het lter van transparant materiaal
(24:B) stroomt tot dit bijna geheel gevuld is
(over het algemeen zijn 4 tot 5 pompslagen
voldoende).
7.5 CONTROLE VAN HET OLIEPEIL VAN DE
MOTOR (25)
Bij de aevering zit er genoeg olie in de motor van
de machine.
Alvorens de machine te starten, het
oliepeil van de motor controleren.
 
motorolie 9.5.1.
7.6 CONTROLE VAN HET TRANSMISSIEO-
LIEPEIL
 
transmissieolie 9.7.1.
7.7 VEILIGHEIDSCONTROLES
Controleer, wanneer u de machine uitprobeert, of
de resultaten van de veiligheidscontroles overeen-
stemmen met hetgeen vermeld is in onderstaande
tabellen.
De veiligheidscontroles moeten voor ie-

Als één van de resultaten van de contro-

tabellen is aangegeven, mag u de ma-
chine niet gebruiken! Breng de machine
-

7.7.1 Algemene veiligheidscontrole
Onderdeel Resultaat
Brandstofslangen
en aansluitingen.
Geen lekkages.
Elektrische kabels. Alle isolatie intact.
Geen mechanische
schade.
Uitlaatsysteem. Geen lekkages bij de
aansluitingen Alle schroe-
ven aangespannen.
Dragers motor De schroeven waarmee
de motor aan de dragers
bevestigd zijn, zijn correct
aangehaald.
Oliecircuit Geen lekkages. Geen
schade.
Rijd de machine
voor- en achteruit
en laat het pedaal
van de bedrijfsrem-
aandrijving omho-
og komen.
De machine zal stoppen.
Testrit. Geen abnormale trillingen.
Geen abnormale geluiden.
7.7.2 Elektrische veiligheidscontrole
Toestand Hande-
ling
Resultaat
Het koppelings-/
rempedaal is niet
ingetrapt.
De krachtafnemer
is niet ingescha-
keld.
Probeer
te star-
ten.
De motor start
niet.
Lopende motor. De
bestuur-
der gaat
staan.
De motor slaat
af.