Operation Manual
16
NL
NEDERLANDS
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzingen)
teken dat de krachtafnemer is uitgescha-
keld.
6.12 URENTELLER (15:B)
Laat het aantal werkuren zien. Werkt alleen bij
draaiende motor.
6.13 MAAIHOOGTE-INSTELLING [4WD]
(13:E, 14:E)
De machine is uitgerust met een mechanisme
voor het gebruik van een maaidek met elektrische
maaihoogte-instelling.
De schakelaar laat traploze instelling van
de maaihoogte toe.
Het maaidek wordt aangesloten op het contact
(14:A).
6.14 ONTKOPPELINGSHENDEL VAN DE
AANDRIJVING (16, 17)
Hendel om de traploze transmissie uit te schakelen.
Model [2WD]
Is voorzien van een hendel die op
de achteras is aangesloten. Zie
(16:A).
Model [4WD]
Is voorzien van twee hendels (17:A, 17:B) die
respectievelijk op de achteras en op de vooras zijn
aangesloten.
De hendel voor inschakeling / de-
blokkering mag nooit tussen de binnen-
ste en buitenste stand staan. Dit leidt
tot oververhitting en beschadiging van
de transmissie.
Hiermee kunt u de machine handmatig verplaat-
sen (door hem te duwen of te trekken) zonder de
motor te gebruiken.
De twee standen zijn:
1. Transmissie ingeschakeld =
hendel naar binnen. Voor
normaal gebruik..
2. Transmissie ingeschakeld =
hendel naar binnen. Voor normaal gebruik.
De machine mag niet over lange afstan-
-
sleept. De transmissie kan hierdoor
transmissie uitgeschakeld (hendel naar
buiten). Gevaar voor beschadiging en
olielekken in de achteras.
6.15 INSTELLING VAN DE ZITTING (18:B)
De zitting kan worden opgeklapt en naar voor of
achter worden geschoven zoals hierna aangege-
ven:
1. Verplaats de bedieningshendel (18:A)
omhoog.
2. Breng de zitting in de gewenste stand.
3. Laat de hendel (18:A) los om de zitting te
vergrendelen.
De zitting is voorzien van een beveiligingsschake-
laar die is aangesloten op het beveiligingssysteem
van de machine.
Dit houdt in dat de machine niet gestart kan wor-
den als er niemand op de zitting zit. (zie 7.7.2).
6.16 MOTORKAP
Het is verboden de motor te starten
-
Zie voor het openen van de motorkap
5.2..
6.17 SNELSLUITINGEN
Dankzij deze snelsluitingen kan zeer snel
en eenvoudig van accessoire gewisseld
worden.
De snelsluitingen zorgen ervoor dat het maaidek
gemakkelijk kan wisselen tussen de twee standen:
• Normale stand met volledig aangespannen
riem.
• 4 cm achter de normale stand met losse riem,
zodat het maaidek dichter bij de basismachine
komt.
Omdat de riemspanner loskomt van de riem, ve-
reenvoudigen de snelsluitingen de vervanging van
de riem en het maaidek en wordt het omschakelen
naar de reinigingsstand en de servicestanden
gemakkelijker.
Spanning van de riem halen (19, 21)
-
1. Verwijder de splitpennen of de borgstiften
(19:C) aan beide zijden.