Operation Manual
15
NL
NEDERLANDS
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzingen)
Ontgrendelen:
Trap het pedaal (12:B) volledig in en laat het weer
los.
6.6 BEDRIJFSREM-AANDRIJVING (12:F)
het linkerpedaal (10:A) als noodrem
Het pedaal regelt de versnelling tussen de motor
en de wielen (= de snelheid).
Wanneer het pedaal omhoog staat, wordt de
bedrijfsrem geactiveerd.
de machine
gaat vooruit.
- Pedaal onbelast – de machine
staat stil.
– de machi-
ne rijdt achteruit.
Minder druk op het pedaal – de machine remt.
Op het bovenste gedeelte van het pedaal bevindt
zich een plaat die kan worden afgesteld om te
worden aangepast aan de voet van de bestuurder.
6.7 STUURWIEL (12:D)
De hoogte van het stuur is volledig instelbaar. Draai
de instelknop (12:E) op de stuurkolom los en stel
het stuur op de gewenste stand in. Draai de knop
weer vast.
Draai nooit aan het stuur als de machi-
-
kstand staat. De kans bestaat dat het
overbelast.
6.8 GASPEDAAL (13:A)
Dient voor het regelen van het motortoerental.
1. Vol gas - bij gebruik van de machine al-
tijd vol gas geven.
2. Stationair.
6.9 BEDIENING VAN DE LICHTEN (13:B,
14:B)
Trekknop voor het in- en uitschakelen van de
lichten.
Inschakeling:
trek de knop (13:B, 14:B) omhoog pos. B1.
Uitschakeling:
druk de knop (13:B, 14:B) omlaag pos. B2.
6.10 CONTACTSLOT (13:C, 14:C)
Het contactslot wordt gebruikt om de motor te
starten en uit te schakelen.
Wanneer u de bestuurdersplaats ver-
laat, de sleutel niet in de stand 2 of 3 la-
ten staan. Er is dan brandgevaar omdat
brandstof in de motor kan lopen via de
carburateur en de accu kan ontladen en
De vier standen van de sleutel:
1. Stopstand - de motor is kortgesloten. De
sleutel kan verwijderd worden.
.
.
.
4. Startstand - wanneer u de sleutel in
deze stand draait wordt de startmotor ge-
activeerd. Laat de sleutel teruggaan naar
rijstand 3 wanneer de motor gestart is.
6.11 KRACHTAFNEMER (13:D, 14:D)
Schakelaar voor in- en uitschakelen van de
elektromagnetische krachtafnemer voor aan-
drijving van aan de voorzijde gemonteerde
accessoires.
De krachtafnemer mag nooit ingescha-
gemonteerde accessoire in de tran-
sportstand staat. Dit beschadigt de rie-
De schakelaar heeft twee standen:
1. Ingeschakeld - om de krachtafnemer in
te schakelen, drukt u op de voorkant van de
schakelaar. Het brandende lampje geeft
aan dat de krachtafnemer is ingeschakeld.
2. Uitgeschakeld - om de krachtafnemer
uit te schakelen, drukt u op de achterkant
van de schakelaar. Het lampje dooft ten