Operation Manual
4
NL
NEDERLANDS
(Vertaling van de originele gebruiksaanwijzingen)
1 INLEIDING
-
len dient u de gebruikershandleiding
aandachtig door te lezen.
1.1 STRUCTUUR VAN DE HANDLEIDING
De handleiding bestaat uit de voorpagina, een
inhoudsopgave, een gedeelte met alle afbeeldin-
gen, de tekst met uitleg.
De inhoud is onderverdeeld in hoofdstukken,
paragrafen en subparagrafen.
Deze handleiding bevat een aantal tabellen
met betrekking tot de verschillende motoren die
(indien aanwezig). Markeer de gegevens die voor
uw machine/motor van toepassing zijn.
Afbeeldingen
Afbeeldingen
De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding
zijn genummerd met 1, 2, 3 etc.
Onderdelen in afbeeldingen worden aangegeven
met A, B, C etc.
Een verwijzing naar de afbeelding wordt aangege-
ven met het opschrift (4).
Een verwijzing naar onderdeel A in afbeelding
4WDordt aangegeven met het opschrift (5:A).
Titels
Titels
De titels van de paragrafen van deze handleiding
zijn als volgt genummerd:
“2.3 VOORZIEN GEBRUIK” is een subparagraaf
van “2 DE MACHINE LEREN KENNEN
”en maakt onderdeel uit van deze paragraaf.
1.2 SYMBOLEN
WAARSCHUWING-symbool. Als de in-
-
volgd, kan dit leiden tot ernstige perso-
schade.
VERPLICHTING-symbool. Geeft een
-
den uitgevoerd.
VERBOD-symbool. Geeft een verboden
handeling aan.
OPMERKING-symbool. Duidt op belan-
-
lichting.
1.3 BEWAREN VAN DE HANDLEIDING
Bewaar de handleiding in goede en leesbare staat,
op een bekende plaats die gemakkelijk toeganke-
lijk is voor de gebruiker van de machine.
2 DE MACHINE LEREN KENNEN
Dit is een machine die bestemd is voor tuin-
werkzaamheden, namelijk een zitmaaier met
maaidek aan de voorzijde.
De machine is voorzien van een motor die het
maaisysteem aandrijft, beschermd door een car-
ter, alsmede een asandrijfgroep die de machine
laat rijden. De machine heeft knikbesturing. Dit be-
tekent dat het frame in een voor- en een achterge-
deelte is verdeeld en dat deze delen ten opzichte
van elkaar gestuurd kunnen worden. Knikbesturing
zorgt ervoor dat de machine met een extreem
kleine draaicirkel rond bomen en andere obstakels
kan draaien.
Vanaf de zitting kan bestuurder de machine be-
sturen en de voornaamste bedieningen activeren.
Bij activering van de op de machine gemonteerde
veiligheidsvoorzieningen worden de motor en het
maaisysteem gestopt.
2.1 MODEL
De machine heeft achterwielaandrijving.
De achteras is voorzien van een hydrostatische
transmissie met traploze transmissie voor- en
achteruit.
De achteras is eveneens voorzien van een die-
rentieel om het draaien te vergemakkelijken.
De aan de voorzijde gemonteerde accessoires
worden aangedreven door aandrijfriemen.
2.2 MODEL
De machine heeft vierwielaandrijving. Het vermo-
gen van de motor wordt hydraulisch op de wielen
overgebracht.
De motor stuurt een oliepomp aan die olie naar
de voor- en achterassen (wielen) pompt via een
hydraulisch circuit.
De voor- en achterwielen draaien op dezelfde
snelheid.
Beide assen voorzien van een dierentieel.
De aan de voorzijde gemonteerde accessoires
worden aangedreven door aandrijfriemen.