Operation Manual
Onderdeel Resultaat
Rijd de machine
voor- en achteruit
en laat het pedaal
van de bedrijfsrem-
aandrijving omho-
og komen.
De machine zal stoppen.
Testrit. Geen abnormale trillingen.
Geen abnormale geluiden.
7.6.2 Elektrische veiligheidscontrole
Toestand Handeling Resultaat
Het pedaal van de
parkeerrem is niet
ingetrapt.
Probeer te
starten.
De motor
start niet.
Lopende motor. De bestuur-
der gaat
staan.
De motor
slaat af.
7.7 STARTEN / BEDRIJF
Wanneer de machine wordt gebruikt,
moet de motorkap gesloten en vergren-
gas geven.
1. Open de benzinekraan (22).
2. Controleer of the bougiekabel(s) op de
bougie(s) is/zijn geplaatst.
3. Schakel de krachtafnemer in (13:A) zet de
hendel naar voren.
4. Houd uw voet niet op het pedaal van de be-
drijfsrem/aandrijving (12:D).
Model 2WD
Koude start
1. Schakel de aandrijving in (14:A1).
2. Schakel de parkeerrem in (12:B).
3. Bedien de chokehendel (12:E).
4. Draai de contactsleutel om en start de motor.
5. Wanneer de motor gestart is, het gas opvo-
eren tot het maximum met het gaspedaal
(12:E).
Alvorens met de machine te gaan wer-
ken, een paar minuten wachten tot de
olie warm is.
Warme start
1. Schakel de aandrijving in (14:A1).
2. Schakel de parkeerrem in (12:B).
3. Zet de hendel op vol gas (12:E)
4. Draai de contactsleutel om en start de motor.
Om verder te aan raadpleegt u de in-
structies uit paragraaf 7.7.1.
Model 4WD
1. Schakel de aandrijving in (15:A1-B1).
2. Schakel de parkeerrem in (12:B).
3. Geef vol gas (12:E).
4. Trek de chokehendel helemaal naar buiten.
Alvorens met de machine te gaan wer-
ken, een paar minuten wachten tot de
olie warm is.
Warme start
1. Schakel de aandrijving in (15:A1-B1)
2. Schakel de parkeerrem in (10:B).
3. Geef vol gas (12:E).
4. De chokehendel moet zijn ingedrukt.
Om verder te aan raadpleegt u de in-
structies uit paragraaf 8.6.1.
7.7.1
Om met de machine te werken, als volgt te werk
gaan:
• Trap het pedaal (12:B) volledig in en laat het
weer opkomen.
• Bedien het pedaal (12:D) om de machine te
laten bewegen.
• Rijd naar het werkgebied.
• Activeer, als er accessoires gemonteerd zijn, de
krachtafnemer (13:A).
• Begin te werken.
7.8 STOPPEN
Om te machine te stoppen, als volgt te werk gaan:
• Schakel de krachtafnemer (13:A) uit.
• Schakel de parkeerrem (12:B) in.
• Laat de motor één tot twee minuten stationair
draaien.
• Zet de motor af door de contactsleutel om te
draaien.
• Sluit de benzinekraan. Dit is vooral belangrijk
als de machine op bijv. een aanhanger vervoerd
moet worden.
Als u de machine zonder toezicht
achterlaat, moet u de bougiekabels lo-
-
ren.
-
-
der of de koelribben niet aan. Dit kan
NL
NEDERLANDS
(Vertaling van de originele
gebruiksaanwijzingen)
18