Certifications 2
Productcode: 8267
NL - nl
Datum herziening: 7-8-2017
3/11
4.2. Belangrijkste acute en uitgestelde symptomen en effecten
Symptomen/effecten
Veroorzaakt ernstige brandwonden en oogletsel. Verbranding van de bovenste
spijsverterings
- en ademhalingskanalen.
4.3. Vermelding van de vereiste onmiddellijke medische verzorging en speciale behandeling
Symptomatische behandeling.
5. RUBRIEK 5: Brandbestrijdingsmaatregelen
5.1. Blusmiddelen
Geschikte blusmiddelen
Droog chemisch product, CO2, of waternevel of standaard schuim.
Ongeschikte blusmiddelen
Gebruik bij het blussen van brand geen waterstraal, aangezien die de brand
verspreidt.
5.2. Speciale gevaren die door de stof of het mengsel worden veroorzaakt
Gevaarlijke verbrandingsproducten
Brand kan tot een combinatie van irriterende, bijtende en giftige gassen leiden.
5.3. Advies voor brandweerlieden
Voorzorgsmaatregelen tegen brand
Verplaats, indien mogelijk zonder gevaar voor eigen veiligheid, de verpakkingen
uit de vuurhaard.
Blusinstructies
Standaard brandbestrijdingsprocedures toepassen en rekening houden met de
gevaren die de overige betrokken materialen kunnen opleveren.
Bescherming tijdens brandbestrijding
Draag volledige beschermende kleding, waaronder helm, onafhankelijk
ademhalingsapp
araat met positieve druk of toevoer naar behoefte,
beschermende kleding en gezichtsmasker.
6. RUBRIEK 6: Maatregelen bij het accidenteel vrijkomen van de stof of het mengsel
6.1. Persoonlijke voorzorgsmaatregelen, beschermingsmiddelen en noodprocedures
Voor andere personen dan de hulpdiensten
Beschermingsmiddelen
Voor informatie over persoonlijke bescherming zie punt 8.
Noodprocedures
Houd overbodig personeel uit de buurt. Vermijd contact met de huid, ogen of
kleding. Beschadigde containers of gemorste stof
niet aanraken tenzij een
passende beschermende kleding gedragen wordt.
Voor de hulpdiensten
Beschermingsmiddelen
Voor informatie over persoonlijke bescherming zie punt 8.
Noodprocedures
Houd overbodig personeel uit de buurt.
6.2.
Milieuvoorzorgsmaatregelen
Voorkom lozing in het milieu. Voorkom verder lekken en morsen indien dit veilig
is. Informeren geschikte leidinggevende of toezichthoudend personeel van alle
milieu-releases.
6.3. Insluitings- en reinigingsmethoden en -materiaal
Reinigingsmethodes
Grote spill: Stop de stroom van het materiaal, als dit zonder risico mogelijk is.
Dijk waar mogelijk het gemorste materiaal in en in houders vullen. Afdekken met
een stuk plastic om verspreiding te voorkomen. Absorberen in vermiculiet,
droog
zand of aarde en in houders deponeren. Voorkomen dat de stof in waterwegen,
riolen, kelders of besloten ruimtes kan geraken. Na recuperatie van de stof, de
omgeving met water spoelen. Kleine hoeveelheden morsvloeistof: Opnemen met
absorberend materi
aal (bijvoorbeeld een doek). Maak het oppervlak grondig
schoon om resterende besmetting te verwijderen. Nooit morsing in originele
containers terugdoen voor hergebruik.










