Operation Manual
131
77-122
Voorbeeld: D
1
= 5 m, D
2
= 1 mm
0,2 x 5 m = 1 mm (maximale toelaatbare offset afstand)
1 mm ≤ 1 mm (TRUE, apparaat is binnen tolerantie)
mm
m
2. Het laserapparaat 90° roteren en de
voorste verticale laserstraal gelijkrichten
met punt P
1
. Markeer punt P
2
waar
de horizontale en voorste verticale
laserstralen kruisen.
3. Het laserapparaat 90° roteren en de
rechter 90° verticale referentie laserstraal
gelijkrichten met punt P
P
1
. Markeer punt P
3
waar de horizontale
en rechter 90° verticale referentie
laserstralen kruisen.
4. Meet de verticale afstand D
2
tussen het
hoogste en laagste punt
.
P
2
D
1
P
1
P
2
D
1
P
1
P
3
P
2
D
2
P
1
P
3
5. Bereken de maximale toelaatbare offset
afstand en vergelijk met D
2
. Als D
2
niet
minder dan of gelijk is aan de berekende
maximale offset afstand, dan moet het
apparaat aan de Stanley-distributeur
geretourneerd worden.
Vergelijk:
D
2
≤
Max
Maximale offset afstand:
Max
in
ft
= 0,0024 x D
1
ft
mm
m
= 0,2 x D
1
m










