Operation Manual

130
77-122
5. Meet de verticale afstand van de vloer
naar elk punt. Bereken het verschil tussen
de afstanden D
P1
en D
P3
om D
3
te bepalen
en bereken de afstanden D
P2
en D
P4
om D
4
te bepalen.
6. Calculeer de maximale toelaatbare
offset afstand en vergelijk dit met het
verschil van D
3
en D
4
zoals getoond in de
vergelijking. Als het totaal niet minder dan
of gelijk is aan de berekende maximale
offset afstand, dan moet het apparaat
aan de Stanley-distributeur geretourneerd
worden.
1. Plaats het laserapparaat zoals in de
afbeelding is getoond met de laser
ingeschakeld. Markeer punt P
1
waar
de horizontale en linkse 90° verticale
referentielaserstraal kruisen.
Nauwkeurigheid horizontale straal
P
1
D
1
P
3
P
1
D
P3
D
P1
(D
P1
- D
P3
) = D
3
P
4
P
2
D
P2
D
P4
(D
P2
- D
P4
) = D
4
Voorbeeld: D
1
= 10 m, D
2
= 0,5 m
D
P1
= 30,75 mm, D
P2
= 29 mm, D
P3
= 30 mm, D
P4
= 29,75 mm
D
3
= (30,75 mm - 30 mm) = 0,75 mm
D
4
= (29 mm - 29,75 mm) = - 0,75 mm
0,2 x (10 m - (2 x 0,5 m) = 1,8 mm (maximale toelaatbare offset afstand)
(0,75 mm) - (- 0,75 mm) = 1,5 mm
1,5 mm ≤ 1,8 mm (TRUE, apparaat is binnen toleratie)
mm
m
Vergelijk:
D
3
- D
4
± Max
Maximale offset afstand:
Max
in
ft
= 0,0024 x (D
1
ft - (2 x D
2
ft))
mm
m
= 0,2 x (D
1
m - (2 x D
2
m))