Gebruikershandleiding Xperia™ C4 E5303/E5353/E5306
Inhoudsopgave Xperia™ C4Gebruikershandleiding................................................6 Aan de slag....................................................................................7 Over deze handleiding.........................................................................7 Overzicht.............................................................................................7 Montage.............................................................................................
Basisinstellingen...........................................................................41 Instellingen openen...........................................................................41 Geluid, beltoon en volume.................................................................41 Meldingen beheren...........................................................................42 SIM-kaartbeveiliging..........................................................................44 Scherminstellingen.................
Uw berichten organiseren.................................................................73 Bellen vanuit een bericht...................................................................74 Berichtinstellingen.............................................................................74 Instant messaging en videochat........................................................74 E-mail...........................................................................................75 E-mail instellen....................
Videocontent beheren.....................................................................108 Movie Creator.................................................................................109 Connectiviteit.............................................................................110 Het scherm van uw apparaat draadloos op een tv weergeven.........110 Inhoud delen met DLNA Certified™-apparaten................................110 Uw apparaat aansluiten op USB-apparaten voor massaopslag.......113 NFC........
Xperia™ C4Gebruikershandleiding 6 Dit is een internetversie van deze publicatie. © Uitsluitend voor privégebruik afdrukken.
Aan de slag Over deze handleiding Dit is de Xperia™ C4 handleiding voor de Android™ 5.0 softwareversie. Als u niet zeker weet welke software-versie uw apparaat gebruikt, dan kunt u dat controleren in het menu Instellingen. Voor meer informatie over software-updates, zie Uw apparaat updaten op de pagina 129. De huidige softwareversie van uw apparaat bekijken 1 2 Tik in het Startscherm op . Ga naar en tik op Instellingen > Over de telefoon > Android-versie.
1. Nabijheids-/lichtsensor 9. Cameratoets 2. Lampje voor opladen/notificatie 10. Microfoon 3. Oorluidspreker 11. Wi-Fi/Bluetooth/GPS antennegedeelte 4. Cameralens aan voorzijde 12. Lens van hoofdcamera 5. Cameraflitser aan de voorzijde 13. Licht van hoofdcamera 6. Sleufklepje voor nano SIM/ Geheugenkaart 14. Stekker voor headset 7. Aan-/uitknop 16. NFC™-detectiegebied 15. Poort voor Lader/USB-kabel 8. Knop voor volume/zoomen 17.
1 2 3 Verwijder de cover die de sleuven voor de geheugenkaart en de nano-SIM-kaart afsluit. Duw de juiste nano-SIM-kaart naar binnen en laat hem dan snel los. Plaats het klepje terug. De geheugenkaart verwijderen 1 2 3 Schakel het apparaat uit en verwijder de cover die de sleuven voor de nanosimkaart en geheugenkaart afsluit. Duw de geheugenkaart naar binnen en laat deze snel weer los. Plaats de cover terug. U kunt ook de geheugenkaart verwijderen zonder het apparaat in stap 1 uit te schakelen.
Waarom heb ik een Google™-account nodig? Uw Xperia™-apparaat van Sony gebruikt het Android™-platform dat is ontwikkeld door Google™. Een groot aantal verschillende Google™-applicaties en -services is bij aankoop beschikbaar op uw apparaat, bijvoorbeeld Gmail™, Google Maps™, YouTube™ en Play Store™ die toegang biedt tot de online winkel Google Play™ waar u Android™-applicaties kunt downloaden. Om het beste uit deze services te halen, hebt u een Google™-account nodig.
1 2 3 4 Steek de stekker van de lader in een stopcontact. Steek het ene uiteinde van de USB-kabel in de lader (of in de USB-poort van een computer). Steek het andere uiteinde van de kabel met het USB-symbool naar boven in de micro-USB-poort op uw apparaat. Het meldingslampje gaat branden wanneer het laden begint. Wanneer het apparaat helemaal is opgeladen, koppelt u de kabel los van uw apparaat door het recht naar buiten te trekken. Zorg ervoor dat u de connector niet buigt.
De basisaspecten onder de knie krijgen Het aanraakscherm gebruiken Tikken • • • Een item openen of selecteren. Een selectievakje of optie in- of uitschakelen. Tekst invoeren met het virtuele toetsenbord. Aanraken en vasthouden • • • Verplaats een item. Activeer een item specifiek menu. Activeer de selectiemodus, bijvoorbeeld om meerdere items te selecteren in een lijst. 12 Dit is een internetversie van deze publicatie. © Uitsluitend voor privégebruik afdrukken.
Knijpen en spreiden • In- of uitzoomen op webpagina's, foto's en kaarten en tijdens het opnemen van foto's en video's. Vegen • • Naar boven of naar beneden bladeren door een lijst. Naar links of naar rechts bladeren, bijvoorbeeld tussen vensters van het startscherm. 13 Dit is een internetversie van deze publicatie. © Uitsluitend voor privégebruik afdrukken.
Vegen • Blader snel, bijvoorbeeld in een lijst of een webpagina. U kunt het bladeren stoppen door op het scherm te tikken. Het scherm vergrendelen en ontgrendelen Wanneer uw apparaat is ingeschakeld maar gedurende een bepaalde periode niet wordt gebruikt, wordt het scherm verduisterd om de batterij te sparen; het scherm wordt daarbij ook automatisch vergrendeld. Deze vergrendeling voorkomt dat u per ongeluk ongewenste bewerkingen uitvoert op het aanraakscherm wanneer u de telefoon niet gebruikt.
het startscherm. De gemarkeerde stip toont het venster waar u zich momenteel in bevindt. • Ga naar de startpagina Druk op . Door het startscherm bladeren Vensters startscherm U kunt nieuwe vensters toevoegen aan uw startscherm (maximaal zeven vensters) en vensters verwijderen. U kunt tevens het venster instellen dat u wilt gebruiken als het hoofdvenster voor het startscherm.
Een venster verwijderen van de startpagina 1 2 Houd een leeg gebied op de Startscherm aangeraakt tot het apparaat trilt. Veeg naar links of rechts om naar het venster te gaan dat u wilt verwijderen en tik op . Instellingen Startpagina Gebruik de snelkoppeling Basisinstellingen om een aantal basisinstellingen van uw startscherm aan te passen. U kunt bijvoorbeeld instellen dat uw startscherm automatisch draait.
Een applicatiesnelkoppeling aan het startscherm toevoegen 1 2 3 4 Om het menu van het applicatiescherm te openen, sleept u de linkerrand van het applicatiescherm naar rechts. Zorg dat Eigen volgorde is geselecteerd onder APPS TONEN. Houd op het applicatiescherm een pictogram van een applicatie aangeraakt en sleep het pictogram vervolgens naar de bovenkant van het scherm. Het startscherm wordt geopend. Sleep het pictogram naar de gewenste locatie op het startscherm en laat uw vinger vervolgens los.
5 Terug-toets – Ga terug naar het vorige scherm binnen een applicatie of sluit de applicatie • Het venster met onlangs gebruikte toepassingen openen Druk op . • Alle recent gebruikte toepassingen sluiten Tik op en tik vervolgens op Alles sluiten. • Een menu in een toepassing openen Druk tijdens het gebruik van de toepassing op . Niet in alle toepassingen is een menu beschikbaar.
Een widget als kleine app toevoegen 1 2 3 4 Om de favorietenbalk weer te geven, drukt u op . Tik op > > . Selecteer een widget. Voer, indien gewenst, een naam voor de widget in en tik op OK. Widgets Widgets zijn kleine applicaties die u direct op uw startscherm kunt gebruiken. Ze functioneren tevens als snelkoppelingen. Met de widget Weer kunt u bijvoorbeeld basisinformatie over het weer direct op uw startscherm bekijken. En wanneer u op de widget tikt, wordt de volledige applicatie Weer geopend.
Overzicht van snelkoppelingen en mappen 1 Open een applicatie via een snelkoppeling 2 Open een map met applicaties Een snelkoppeling naar een applicatie toevoegen aan het startscherm 1 2 3 Houd een leeg gebied op het Startscherm aangeraakt tot het apparaat trilt en het instelmenu wordt weergegeven. Tik in het instelmenu op Widgets & Apps > Applicaties. Blader door de lijst met applicaties en selecteer een applicatie. De geselecteerde applicatie wordt toegevoegd aan de Startscherm.
De achtergrond voor uw startscherm wijzigen 1 2 Houd een leeg gebied op het Startscherm aangeraakt tot het apparaat trilt. Tik op Achtergrond en selecteer een optie. Een thema instellen 1 2 3 Houd een leeg gebied op het Startscherm aangeraakt tot het apparaat trilt. Tik op Thema´s. Selecteer een optie en volg de instructies op uw apparaat. Als u een thema wijzigt, verandert ook de achtergrond in sommige toepassingen. Batterij- en stroombeheer Uw apparaat heeft een ingebouwde batterij.
Wi-Fi® en mobiele data uitschakelen wanneer het scherm is uitgeschakeld, en prestaties van de hardware beperken. Wanneer deze modus wordt ingeschakeld, verschijnt in de statusbalk. Ultra STAMINA-modus Functionaliteit van uw apparaat beperken tot kerntaken zoals telefoongesprekken voeren en SMS-berichten versturen. Wanneer deze modus wordt geactiveerd, verschijnt in de statusbalk. Batterijbesparingsmodus Gedrag van uw apparaat wijzigen wanneer het batterijniveau onder een bepaald percentage zakt, bijv.
Toepassingen voor de modus STAMINA selecteren 1 2 3 4 5 6 Tik in het Startscherm op . Ga naar en tik op Instellingen > Energiebeheer en tik vervolgens op STAMINAmodus. Activeer de STAMINA mode als deze gedeactiveerd is. Zorg ervoor dat de functie Verlengde stand-by is ingeschakeld en tik op Apps actief in stand-by > Applicaties toevoegen. Scroll naar links of naar rechts om alle applicaties en services te bekijken, selecteer vervolgens de betreffende selectievelden voor de applicaties die u wilt starten.
Een schermopname maken wanneer de camera aan de voorkant geactiveerd is 1 2 3 4 Als het schermopnamevenster wordt geopend, tikt u op . Er wordt een venster geopend met een zoeker voor de camera aan de voorkant. Tik op om uw scherm en de video via de camera aan de voorkant op te nemen. Om de opname te stoppen, tik op de timerknop en vervolgens op . Tik op om het venster met de zoeker voor de camera aan de voorkant te sluiten.
• Een melding uit het vergrendelingscherm verwijderen Plaats uw vinger op de melding en veeg naar links of rechts. • Een melding in het meldingsvenster vergroten Sleep de melding omlaag. Niet alle meldingen kunnen worden vergroot. • Een melding op het vergrendelingscherm vergroten Sleep de melding omlaag. Niet alle meldingen kunnen worden vergroot. Snelle instellingen voor onderbrekingen Er zijn drie modi beschikbaar voor onderbrekingen op uw apparaat: Stil, Prioriteit en Geluid.
Het meldingslampje inschakelen 1 2 3 Tik in uw startscherm op . Ga naar en tik op Instellingen > Geluid en melding. Sleep de schuifregelaar naast Meldingslampje naar rechts.
Meldingspictogrammen Nieuw SMS-bericht of MMS-bericht Gemist gesprek Gesprek in de wacht Gesprekken doorverbinden is ingeschakeld Nieuw voicemailbericht Nieuw e-mailbericht Gegevens worden gedownload Gegevens worden geüpload Mobiele gegevens uitgeschakeld Voer een basisinstallatie van het apparaat uit Er is een software-update beschikbaar Er zijn systeemupdates beschikbaar Systeemupdates worden gedownload Tik om de gedownloade systeemupdates te installeren Schermafbeelding vastgelegd Er is een nieuw Hangout
Applicatie-overzicht Gebruik de alarm- en wekkerapplicatie om verschillende soorten alarmen in te stellen. Gebruik uw webbrowser om te navigeren en webpagina's weer te geven, favorieten te beheren en tekst en afbeeldingen te beheren. Gebruik de rekenmachine-applicatie om basisberekeningen uit te voeren. Gebruik de agenda-applicatie om gebeurtenissen bij te houden en uw afspraken te beheren. Gebruik de camera om foto's te maken en videoclips vast te leggen.
Gebruik de applicaties back-up en herstellen om back-ups te maken van de inhoud op uw apparaat of deze te herstellen, zoals contactpersonen, tekstberichten, favorieten, kalenderdata, enz. Gebruik de applicatie Smart Connect™ om in te stellen wat er in uw apparaat gebeurt wanneer u een accessoire aansluit of loskoppelt. Gebruik de Help-applicatie voor gebruikersondersteuning op het apparaat.
Applicaties downloaden Applicaties downloaden van Google Play™ Google Play™ is de officiële online Google-winkel voor het downloaden van applicaties, spelletjes, muziek, films en boeken. Het bevat zowel gratis als betaalde applicaties. Voordat u begint met het downloaden van Google Play™, moet u ervoor zorgen dat u een werkende internetverbinding hebt, bij voorkeur via Wi-Fi®, om de kosten van gegevensverkeer te beperken. U moet een Google™-account hebben om Google Play™ te kunnen gebruiken.
Internet en netwerken Surfen op internet De Google Chrome™-webbrowser voor Android™-apparaten wordt voor de meeste landen vooraf geïnstalleerd geleverd. Ga naar http://support.google.com/chrome en klik op de link "Chrome for Mobile" voor meer gedetailleerde informatie over het gebruik van deze webbrowser. Bladeren met Google Chrome™ 1 2 3 4 Tik in het Startscherm op . Ga naar en tik op .
Handmatig internet- en MMS-instellingen toevoegen 1 2 3 4 5 6 7 8 Tik in het Startscherm op . Zoek naar en tik op Instellingen > Meer > Mobiele netwerken. Tik op Namen toegangspunten > . Tik op Naam en geef een gewenste naam op. Tik op APN en voer de naam van het toegangspunt in. Voer alle overige informatie in. Als u niet weet welke informatie noodzakelijk is, neem dan contact op met uw netwerkoperator voor nadere informatie. Als u klaar bent, tikt u op , en vervolgens op Opslaan.
Een Wi-Fi®-netwerk handmatig toevoegen 1 2 3 4 5 6 7 8 Tik in het Startscherm op . Ga naar en tik op Instellingen > Wi-Fi. Tik op > Netwerk toevoegen. Voer de Netwerknaam (SSID)informatie in. Tik op het veld Beveiliging om een beveiligingstype te selecteren. Voer zo nodig een wachtwoord in. Om een aantal geavanceerde opties zoals proxy- en IP-instellingen te bewerken, markeert u het selectievakje Geavanceerde opties en bewerkt u naar wens. Tik op Opslaan.
Gedetailleerde informatie over een verbonden Wi-Fi®-netwerk weergeven 1 2 3 Tik op het Startscherm op . Ga naar en tik op Instellingen > Wi-Fi. Tik op het Wi-Fi®-netwerk waarmee u momenteel bent verbonden. Er wordt gedetailleerde informatie over het netwerk weergegeven. Een Wi-Fi®-slaapbeleid toevoegen 1 2 3 4 Tik op het Startscherm op . Ga naar en tik op Instellingen > Wi-Fi. Tik op en vervolgens op Geavanceerd> Wi-Fi behouden in slaapstand. Selecteer een optie.
Uw gegevensverbinding delen via een USB-kabel 1 2 3 4 5 6 Deactiveer alle USB-kabelverbindingen met uw apparaat. Gebruik de USB-kabel die bij uw apparaat is geleverd om uw apparaat op een computer aan te sluiten. Tik in het Startscherm op . Zoek naar en tik op Instellingen > Meer > Tethering/mobiele hotspot. Sleep de schuifregelaar naast USB-tethering naar rechts en tik op OK als daarom wordt gevraagd. verschijnt in de statusbalk nadat u bent verbonden.
Toestaan dat een WPS-ondersteund apparaat wordt gebrukt voor uw mobiele gegevensverbinding 1 2 3 4 5 6 7 Zorg dat uw apparaat werkt als een draagbare Wi-Fi®-hotspot. Tik vanaf uw Startscherm op . Ga naar en tik op Instellingen > Meer > Tethering/mobiele hotspot > Wi-Fihotspot. Tik op de aan-uitschakelaar om Wi-Fi®-hotspot te activeren. Tik op WPS-verbinding maken. Tik op het veld WPS-modus om een verbindingstype te selecteren. Tik op VERBINDING MAKEN, en volg de relevante instructies.
Het gegevensgebruik van individuele applicaties beheren 1 2 3 4 Tik in het Startscherm op . Ga naar en tik op Instellingen > Datagebruik. Tik op de applicatie die u wilt beheren en sleep de schuifregelaar naast Achtergronddata in app beperken naar rechts en tik op OK. Voor meer specifieke instellingen voor de applicatie (indien beschikbaar) tikt u op Instellingen voor app en brengt u de gewenste wijzigingen aan.
beveiligingscertificaat overbrengen naar uw apparaat om het daar te installeren. Voor meer gedetailleerde informatie over het tot stand brengen van een verbinding met uw VPN, neemt u contact op met de netwerkbeheerder van uw bedrijf of organisatie. Als u een apparaat met meerdere gebruikers deelt, moet u zich misschien aanmelden als de eigenaar, d.w.z. de primaire gebruiker, om de instellingen voor VPN aan te passen. Een VPN (Virtual Private Network) toevoegen 1 2 3 4 5 6 Tik in het Startscherm op .
Gegevens synchroniseren op uw apparaat Synchroniseren met online accounts Synchroniseer uw apparaat met contacten, e-mails, evenementen en andere informatie uit online accounts, bijvoorbeeld e-mailaccounts zoals Gmail™ en Exchange ActiveSync, Facebook™, Flickr™ en Twitter™. U kunt gegevens automatisch voor deze accounts synchroniseren door de functie Automatische synchronisatie te activeren. Tevens kunt u elk account handmatig synchroniseren.
De instellingen voor een EAS-account wijzigen 1 2 3 Tik in het Startscherm op . Tik op E-mail en vervolgens op . Tik op Instellingen en selecteer een EAS-account. Wijzig vervolgens de instellingen van de EAS-account naar wens. Een synchronisatie-interval instellen voor een EAS-account 1 2 3 4 Tik vanaf uw Startscherm op . Tik op E-mail en tik daarna op . Tik op Instellingen en selecteer een EAS-account. Tik op Controlefrequentie > Controlefrequentie en selecteer een intervaloptie.
Basisinstellingen Instellingen openen Geef instellingen voor uw apparaat weer en wijzig ze vanuit het instellingenmenu. Het instellingenmenu is toegankelijk vanuit zowel het meldingsvenster als het scherm Toepassingen. Het Instellingenmenu van het apparaat openen vanuit het scherm Toepassingen 1 2 Tik in het Startscherm op Tik op Instellingen. . Informatie over uw apparaat bekijken 1 2 Tik in het Startscherm op . Ga naar en tik op Instellingen > Over de telefoon.
Het meldingsgeluid selecteren 1 2 3 4 Tik in het Startscherm op . Tik vervolgens op Instellingen > Geluid en melding > Standaardmeldingsringtone. Selecteer een optie in de lijst of tik op om een muziekbestand op het apparaat te selecteren. Tik op Gereed om te bevestigen. Sommige applicaties hebben hun eigen specifieke meldingsgeluiden die u in de instellingen van de applicatie kunt selecteren. Aanraaktonen inschakelen 1 2 3 Tik in het Startscherm op .
Onderbrekingen met voorrang koppelen aan bepaalde contacttypes 1 2 3 Tik in het Startscherm op . Ga naar en tik op Instellingen > Geluid en melding > Onderbrekingen > Oproepen/berichten van. Selecteer een optie. Tijdintervallen instellen voor onderbrekingen met voorrang 1 2 3 4 5 Tik in het Startscherm op . Ga naar en tik op Instellingen > Geluid en melding > Onderbrekingen > Dagen. Markeer de selectievakjes voor de gewenste dagen en tik op Gereed.
Prioriteit Meldingen van het hoogste prioriteitsniveau worden boven alle andere meldingen in het vergrendelingsscherm weergegeven. Gevoelig Deze optie is alleen beschikbaar als u een pincode, wachtwoord of patroon als schermblokkering instelt en u Inhoud van alle meldingen weergeven hebt geselecteerd onder de instelling Bij vergrendeld apparaat. Meldingen voor de app verschijnen op het vergrendelingsscherm, maar de inhoud is niet zichtbaar.
Het scherm op trillen bij aanraken instellen 1 2 3 Tik in uw startscherm op . Zoek naar en tik op Instellingen > Geluid en melding > Andere geluiden. Sleep de schuifregelaar naast Trillen bij aanraking naar rechts. Het scherm trilt nu wanneer u op selectietoetsen en op bepaalde applicaties tikt. Opgeven na hoeveel tijd het scherm moet worden uitgeschakeld als de telefoon niet wordt gebruikt 1 2 3 Tik op het Startscherm op . Ga naar en tik op Instellingen > Scherm > Slaapstand. Selecteer een optie.
Een scherm activeren 1 2 Raak op het vastgezette scherm tegelijkertijd Laat beide knoppen los. en aan en houd ze vast. Als u een beveiligingsoptie hebt ingesteld tijdens het vastzetten van het scherm, moet u het patroon, de pincode of het wachtwoord invoeren om het apparaat te ontgrendelen voordat u het scherm kunt activeren.
Een patroon voor schermontgrendeling maken 1 2 3 Tik in het startscherm op . Tik op Instellingen > Beveiliging > Schermvergrendeling > Patroon. Voer de instructies op uw apparaat uit. Als uw patroon voor schermontgrendeling vijf keer achter elkaar wordt afgewezen als u uw apparaat probeert te ontgrendelen, wacht u 30 seconden en probeert u het opnieuw. Het patroon voor schermontgrendeling wijzigen 1 2 3 4 Tik op uw Startscherm op . Tik op Instellingen > Beveiliging > Schermvergrendeling.
De tijd handmatig instellen 1 2 3 4 5 6 Tik in het Startscherm op . Ga naar en tik op Instellingen > Datum en tijd. Schakel het selectievakje Automatische tijd en datum uit indien dit is ingeschakeld. Tik op Tijd instellen. Selecteer de betreffende waarden voor het uur en de minuut. Tik op OK. De tijdzone instellen 1 2 3 4 5 Tik op het Startscherm op . Ga naar en tik op Instellingen > Datum en tijd. Schakel het selectievakje Automatische tijdzone uit indien dit is ingeschakeld.
Geluidsinstellingen handmatig aanpassen 1 2 3 4 5 Tik vanaf de startpagina op . Zoek naar en tik op Instellingen > Geluid en melding > Geluidsinstellingen. Sleep de schuifregelaar naast ClearAudio+ naar links. Tik op Geluidseffecten > Equalizer. Pas de geluidsinstellingen aan door de knoppen van de frequentieband omhoog of omlaag te slepen. Handmatig aanpassen van instellingen voor geluidsuitvoer heeft geen invloed op applicaties voor gesproken communicatie.
Toestaan dat een regelmatige gebruiker telefoneert en SMS gebruikt 1 2 3 4 Zorg ervoor dat u bent aangemeld als de eigenaar. Tik in uw startscherm op . Ga naar en tik op Instellingen > Gebruikers. Tik op naast de naam van de betreffende gebruiker en sleep de schuifregelaar naast Gesprekken en sms toestaan naar rechts. Een regelmatige gebruiker van uw apparaat verwijderen 1 2 3 4 Zorg ervoor dat u bent aangemeld als de eigenaar. Tik in uw startscherm op . Ga naar en tik op Instellingen > Gebruikers.
Schakelen tussen meerdere gebruikersaccounts Schakelen tussen meerdere gebruikersaccounts 1 2 3 Om de lijst met gebruikers weer te geven, sleept u de statusbalk omlaag met twee vingers en tikt u op het gebruikerspictogram rechtsboven in het scherm. Tik op het pictogram dat het gebruikersaccount weergeeft waarnaar u wilt schakelen. Als voor het account een wachtwoord is ingesteld, voert u dit wachtwoord in om u aan te melden. Ontgrendel anders gewoon het scherm.
Tekst typen Virtueel toetsenbord U kunt tekst invoeren met het virtuele QWERTY-toetsenbord door elke letter afzonderlijk in te tikken, of u kunt de functie Glijden gebruiken en met uw vinger van de ene naar de andere letter schuiven om woorden te vormen. Als u liever een kleinere versie van het virtuele toetsenbord gebruikt en tekst met slechts één hand wilt invoeren, kunt u in plaats daarvan het toetsenbord voor één hand activeren. U kunt maximaal drie talen selecteren voor tekstinvoer.
Tekst invoeren met de functie Gebaren 1 2 3 Wanneer het virtuele toetsenbord wordt weergegeven, veeg dan met uw vinger van letter naar letter om het woord te traceren dat u wilt schrijven. Als u klaar bent met een woord tilt u uw vinger op. Uw apparaat stelt een woord voor op basis van de letters waar u langs hebt geveegd. Als u het woord dat u wilt niet verschijnt, tik dan op voor meer opties en kies daaruit.
Tekst invoeren met het toetsenblok • • • Wanneer wordt weergegeven op het toetsenblok, tikt u één keer op elke tekentoets, zelfs wanneer de gewenste letter niet de eerste letter op de toets is. Tik op het woord dat wordt weergegeven of tik op om meer woordsuggesties weer te geven en een woord uit de lijst te selecteren. Wanneer wordt weergegeven op het toetsenblok, tikt u op de toetsen op het scherm voor de tekens die u wilt invoeren. Blijf op deze knop tikken tot het gewenste teken is geselecteerd.
5 Plak tekst wordt alleen weergegeven als er tekst is opgeslagen op het klembord. Tekst selecteren 1 2 Voer wat tekst in en tik twee keer op de tekst. Het woord dat u aantikt, wordt aan beide zijden gemarkeerd door tabs. Sleep de tabs naar links of rechts om meer tekst te selecteren. Tekst bewerken 1 2 • Voer wat tekst in en dubbeltik op de ingevoerde tekst om de applicatiebalk te laten verschijnen.
• De schrijftaal wijzigen met het virtuele toetsenbord Als u tekst invoert met het schermtoetsenbord, tikt u op het pictogram voor de schrijftaal om te wisselen tussen de geselecteerde schrijftalen. Tik bijvoorbeeld op tot de gewenste schrijftaal verschijnt. Deze functie is alleen beschikbaar als u meer dan één invoertaal hebt toegevoegd. Uw schrijfstijl gebruiken 1 2 Wanneer u tekst invoert met het virtuele toetsenbord, tikt u op .
Bellen Bellen U kunt bellen door handmatig een telefoonnummer te kiezen, door op een nummer te tikken dat is opgeslagen in de contactenlijst op het apparaat, of door op een telefoonnummer in het oproeplogboek te tikken. U kunt de functie smart dial gebruiken om snel nummers te zoeken in uw contacten en gesprekkenlijst. Om een videogesprek te voeren, kunt u de toepassing Hangouts™ voor chatten en videochats gebruiken. Zie Instant messaging en videochat op de pagina 74.
Een telefoonnummer voor direct bellen aan uw startscherm toevoegen 1 2 3 4 Houd een leeg gebied op het Startscherm aangeraakt tot het apparaat trilt en het instelmenu wordt weergegeven. Tik in het instelmenu op Widgets and Apps > Snelkopp.. Blader door de lijst met applicaties en selecteer Direct bellen. Selecteer het contact en het nummer dat u voor direct bellen wilt gebruiken.
geen tijd hebt om ze te beantwoorden. En u kunt rechtstreeks vanaf uw apparaat berichten beluisteren die op het antwoordapparaat zijn achtergelaten. Voordat u het antwoordapparaat gebruikt, moet u een welkomstbericht opnemen. Een begroeting opnemen voor het antwoordapparaat 1 2 3 Tik in het Startscherm op . Ga naar en tik op Instellingen > Oproep > Xperia™-antwoordapparaat > Begroeting. Tik op Uw nieuwe begroeting opnemen en volg de aanwijzingen op het scherm.
Het SMS-bericht bewerken dat wordt gebruikt om een gesprek te weigeren 1 2 3 4 Tik in het Startscherm op . Zoek naar en tik op Instellingen > Oproep > Gespr. weigeren met bericht. Tik op het bericht dat u wilt bewerken en breng de benodigde wijzigingen aan. Tik op OK.
Een nummer uit de gesprekkenlijst aan uw contacten toevoegen 1 2 3 4 5 Tik in het Startscherm op . Tik vervolgens op Telefoon. De gesprekkenlijst wordt weergegeven. Houd een van de nummers in de gesprekkenlijst aangeraakt en tik dan op Toevoegen aan Contacten. Selecteer een bestaande contact aan wie u het nummer wilt toevoegen, of tik op Nieuw contact maken. Bewerk de contactgegevens en tik op Gereed. Opties van de gesprekkenlijst weergeven 1 2 3 Tik in het Startscherm op . Tik vervolgens op Telefoon.
Vaste belservice in- of uitschakelen 1 2 3 4 Tik in het Startscherm op . Zoek naar en tik op Instellingen > Oproep > Vaste nummers. Tik op Vaste nummers activeren of Vaste nummers deactiveren. Voer uw PIN2-code in en tik op OK. De lijst met geaccepteerde ontvangers voor gesprekken openen 1 2 Tik in het Startscherm op . Ga naar en tik op Instellingen > Oproep > Vaste nummers > Vaste nummers. De PIN2-code voor de simkaart wijzigen 1 2 3 4 5 6 Tik op het Startscherm op .
• Schakelen tussen meerdere gesprekken Als u naar de volgende oproep wilt schakelen en de huidige oproep in de wacht wilt zetten, tikt u op Naar dit gesprek. Telefonische vergaderingen Met telefonische vergaderingen of gesprekken met meerdere partijen kunt u gelijktijdig spreken met twee of meer personen. Neem contact op met uw netwerkprovider voor informatie over het aantal deelnemers dat u aan een telefonische vergadering kunt toevoegen.
Noodoproepen Uw apparaat ondersteunt internationale alarmnummers, bijvoorbeeld 112 of 911. Dit houdt in dat u deze nummers normaal vanuit elk land kunt bellen om een noodoproep te doen, met of zonder SIM-kaart in het toestel, zolang u zich binnen het bereik van een netwerk bevindt. Een noodoproep plaatsen 1 2 3 4 Tik in het Startscherm op . Tik vervolgens op Telefoon. De gesprekkenlijst wordt weergegeven. Tik op om het toetsenblok te openen. Voer het noodnummer in en tik op .
Contacten Contacten overbrengen Er zijn verschillende manieren om contacten naar uw nieuwe apparaat over te brengen. U kunt contacten synchroniseren met een online account of rechtstreeks importeren vanaf een ander apparaat. Contacten overbrengen met behulp van een computer Xperia™ Transfer is een toepassing waarmee u contacten vanaf uw oude apparaat kunt verzamelen en overbrengen naar uw nieuwe apparaat.
Contacten importeren met behulp van Bluetooth®-technologie 1 2 3 4 5 Zorg ervoor dat de Bluetooth®-functie is ingeschakeld en uw apparaat op zichtbaar is ingesteld. Wanneer u op de hoogte wordt gebracht van een binnenkomend bestand op uw apparaat, sleept u de statusbalk omlaag en tikt u op de melding om de bestandsoverdracht te accepteren. Tik op Accepteren om de bestandsoverdracht te starten. Sleep de statusbalk omlaag. Wanneer het overbrengen gereed is, tikt u op de melding.
Selecteren welke contacten moeten worden weergegeven in de applicatie Contacten 1 2 3 Tik vanaf uw Startscherm op en vervolgens op . Druk op en tik vervolgens op Filteren. Selecteer of deselecteer de gewenste opties in de geopende lijst. Als u uw contacten met een synchronisatie-account hebt gesynchroniseerd, wordt dit account in de lijst weergegeven. Tik op de account om de lijst met opties verder uit te vouwen.
Contacten verwijderen 1 2 3 4 Tik in het Startscherm op en vervolgens op . Houd het contact dat u wilt verwijderen, aangeraakt. Om alle contacten te verwijderen, tikt u op de pijl omlaag om het vervolgkeuzemenu te openen en vervolgens selecteert u Alles markeren. Tik op en vervolgens op Verwijderen. Contactgegevens over uzelf bewerken 1 2 3 4 Tik op het Startscherm op en vervolgens op . Tik op Mijzelf en op . Voer de nieuwe gegevens in of maak de gewenste wijzigingen. Als u klaar bent, tikt u op Gereed.
Uw medische gegevens invoeren 1 2 3 4 5 Tik in het Startscherm op en vervolgens op . Tik op ICE – In Case of Emergency. Tik op en vervolgens op Medische gegevens bewerken. Bewerk de gewenste informatie. Als u klaar bent, tikt u op Gereed. Een nieuw ICE-contact toevoegen 1 2 3 4 5 Tik in het Startscherm op en vervolgens op . Tik op ICE – In Case of Emergency en vervolgens op .
Uw favoriete contacten weergeven 1 2 Tik in het Startscherm op Tik op Favorieten. en tik vervolgens op . Een contact aan een groep toewijzen 1 2 3 4 Tik in de applicatie Contacten op het contact dat u aan een groep wilt toewijzen. Tik op en tik daarna op de balk direct onder Groepen. Markeer de selectievakjes voor de groepen waaraan u het contact wilt toewijzen. Tik op Gereed. Contactinformatie verzenden Uw visitekaartje verzenden 1 2 3 4 Tik in het Startscherm op en vervolgens op . Tik op Mijzelf.
Een back-up maken van contacten U kunt een geheugenkaart, simkaart of USB-opslag gebruiken om een back-up te maken van contacten. Zie Contacten overbrengen op de pagina 65 voor meer informatie over het herstellen van contacten op uw apparaat. Alle contacten exporteren naar een geheugenkaart 1 2 3 Tik op het Startscherm op en vervolgens op . Druk op en tik op Contacten exporteren > SD-kaart. Tik op OK.
Berichten en chat Berichten lezen en verzenden De applicatie Berichten geeft uw berichten weer als gesprekken. Dit betekent dat alle berichten naar en van een specifieke persoon zijn gegroepeerd. Als u MMS-berichten wilt verzenden, moeten de juiste MMS-instellingen zijn ingesteld op uw apparaat. Zie Internet- en mms-instellingen op pagina 31. Het aantal tekens dat u in één bericht kunt verzenden, is afhankelijk van de aanbieder en de taal die u gebruikt.
Een ontvangen bericht lezen 1 2 3 Tik vanaf het Startscherm op , zoek naar en tik hierop. Tik op het gewenste gesprek. Tik op het bericht als dit nog niet is gedownload en houd dit vast en tik vervolgens op Bericht downloaden. Alle ontvangen berichten worden standaard op het apparaatgeheugen opgeslagen. Een bericht beantwoorden 1 2 3 Tik in uw Startscherm op ; ga naar en tik op Tik op het gesprek met het bericht. Voer uw antwoord in en tik op . .
Naar berichten zoeken 1 2 3 Tik vanaf het Startscherm op , zoek naar en tik hierop. Tik op en vervolgens op Zoeken. Voer uw zoektermen in. De zoekresultaten worden in een lijst weergegeven. Bellen vanuit een bericht De afzender van een bericht bellen 1 2 Tik in uw Startscherm op ; ga naar en tik op . Tik op een gesprek en tik op , en vervolgens op . Het nummer van een afzender opslaan als contact 1 2 3 4 Tik op uw Startscherm op , ga naar en tik hierop. Tik op > Opslaan.
E-mail E-mail instellen Gebruik de e-mailapplicatie op uw apparaat voor het versturen en ontvangen van emailberichten via uw e-mailaccounts. U kunt een of meerdere e-mailaccounts tegelijkertijd hebben, inclusief zakelijke Microsoft Exchange ActiveSync-accounts. Een e-mailaccount instellen 1 2 3 Tik in het Startscherm op . Tik op E-mail. Volg de instructies die worden weergegeven op het scherm om de installatie te voltooien.
E-mailberichten lezen 1 2 3 4 Tik in het Startscherm op . Zoek naar en tik op E-mail. Als u meerdere e-mailaccounts gebruikt, sleep dan de linkerrand van het scherm naar rechts en selecteer het account waarmee u de e-mail wilt controleren. Sleep de linkerrand van het scherm naar rechts en tik op Gecombineerd Postvak IN als u alle e-mailaccounts tegelijk wilt controleren, Blader omhoog of omlaag in het postvak IN en tik op het e-mailbericht dat u wilt lezen.
E-mails zoeken 1 2 3 4 5 Tik in uw Startscherm op ; ga naar en tik op E-mail. Als u meerdere e-mailaccounts gebruikt, sleep dan de linkerrand van het scherm naar rechts en selecteer het account dat u wilt doorzoeken. Sleep de linkerrand van het scherm naar rechts en tik op Gecombineerd Postvak IN als u in alle emailaccounts tegelijk wilt zoeken. Tik op . Typ de tekst voor uw zoekopdracht en tik op op het toetsenbord. Het zoekresultaat verschijnt in een lijst die is gesorteerd op datum.
• 1 Een lijst weergeven van alle Gmail-accounts en -mappen 2 Zoeken naar e-mailberichten 3 Lijst met e-mailberichten 4 E-mailbericht schrijven Meer informatie over Gmail™ Wanneer de Gmail-applicatie is geopend, sleept u de linker rand van het scherm naar rechts en zoekt u naar en tikt u op Help en feedback. 78 Dit is een internetversie van deze publicatie. © Uitsluitend voor privégebruik afdrukken.
Muziek Muziek overzetten naar uw apparaat • • • Er zijn diverse manieren om muziek van een computer naar uw apparaat over te zetten: Verbind het apparaat en de computer met een USB-kabel en gebruik het bestandsbeheer van uw computer om de muziekbestanden direct te verslepen. Zie Bestanden beheren met een computer op de pagina 134. Als de computer een pc is, kunt u de toepassing Media Go™ van Sony gebruiken en uw muziekbestanden ordenen, afspeellijsten maken, abonneren op podcasts en nog veel meer.
Startpagina Muziek 1 Sleep de linkerrand van het scherm naar rechts om het startmenu Muziek te openen. 2 Blader omhoog of omlaag om de inhoud weer te geven 3 Speel een nummer af met de toepassing Muziek 4 Ga terug naar het muziekspelerscherm Een nummer afspelen met de toepassing Muziek 1 2 3 4 Tik in uw Startscherm op en ga naar en tik op . Versleep de linkerrand van het scherm naar rechts. Selecteer een muziekcategorie. Tik op een nummer om dit af te spelen.
Terugkeren naar het startscherm Muziek • • Open het startschermmenu Muziek en tik op Start. Als het startschermmenu Muziek is geopend, tikt u op het scherm rechts van het menu. Uw muziek met de nieuwste gegevens bijwerken 1 2 Tik vanaf het startscherm Muziek op . Tik op Muziekinfo downloaden > Starten. Uw apparaat zoekt online en downloadt de meest recente album art en nummerinformatie voor uw muziek. De kanaaltoepassing SensMe™ wordt geactiveerd wanneer u muziekgegevens downloadt.
Een nummer verwijderen uit een afspeellijst 1 2 Houd in een afspeellijst de titel vast van het nummer dat u wilt verwijderen. Tik op Verwijderen uit playlist. Mogelijk kunt u een nummer niet verwijderen dat op de geheugenkaart of in het interne geheugen van het apparaat is opgeslagen. Een afspeellijst verwijderen 1 2 3 4 Open het startschermmenu Muziek en tik op Afspeellijsten. Raak de afspeellijst die u wilt verwijderen aan en houd deze vast. Tik op Verwijderen.
Muziek herkennen met TrackID™ Gebruik TrackID™-muziekherkenning om een nummer te identificeren dat in uw omgeving wordt afgespeeld. Leg een kort stukje van de track vast en binnen enkele seconden ziet u de info over artiest, titel en album. U kunt nummers kopen die u met TrackID™ hebt geïdentificeerd en u kunt TrackID™-lijsten weergeven om te zien waar TrackID™-gebruikers wereldwijd naar zoeken. Gebruik TrackID™-technologie in een rustige omgeving voor de beste resultaten.
FM-radio Naar de radio luisteren De FM-radio in uw apparaat werkt net als elke andere FM-radio. U kunt bijvoorbeeld door FM-radiozenders bladeren, deze beluisteren en zenders opslaan als favorieten. U moet een bedrade headset of hoofdtelefoon op het apparaat aansluiten voordat u de radio kunt gebruiken. Dit is noodzakelijk omdat de headset of hoofdtelefoon als antenne werkt. Als een van deze apparaten is aangesloten, kunt u het geluid eventueel uit de luidspreker laten komen.
Opnieuw zoeken naar radiozenders 1 2 Wanneer de radio is geopend, drukt u op . Tik op Kanalen zoeken. De hele frequentieband wordt gescand en alle beschikbare zenders worden weergegeven. Het radiogeluid naar de luidspreker omschakelen 1 2 Wanneer de radio is geopend, drukt u op . Tik op Via luidspreker afsp.. Druk op en tik op Afsp. op hoofdtelefoon om het geluid terug te schakelen naar de bedrade headset of hoofdtelefoon.
Camera Foto's maken en video's opnemen 1 Voorflitser 2 Camera aan voorzijde 3 In- of uitzoomen 4 Hoofdcamerascherm 5 Cameratoets – camera activeren/foto's maken/video's opnemen 6 Foto's en video's weergeven 7 Foto's maken of videoclips opnemen 8 Stap terug of camera afsluiten 9 Instellingen voor vastleggen wijzigen 10 Camera-instellingen en sneltoetsen openen Een foto nemen vanaf het vergrendelscherm 1 2 3 Druk kort op de aan/uit-toets om het scherm te activeren.
De zoomfunctie gebruiken • • Druk de volumetoets omhoog of omlaag wanneer de camera open is. Knijp vingers samen of beweeg ze uit elkaar op het camerascherm wanneer de camera open is. Een video opnemen met de cameratoets 1 2 3 4 5 Activeer de camera. Tik op en selecteer vervolgens . Als de videocamera niet is geselecteerd, tikt u op . Druk op de cameratoets om het opnemen van een video te starten. Druk opnieuw op de cameratoets om de opname te stoppen.
Smile Shutter™ gebruiken om lachende gezichten vast te leggen Gebruik de Smile Shutter™-technologie om alleen foto's van lachende gezichten te maken. In de camera worden maximaal vijf gezichten herkend. Eén van deze gezichten wordt geselecteerd voor glimlachdetectie en autofocus. Wanneer het geselecteerde gezicht lacht, wordt automatisch een foto gemaakt. Smile Shutter™ inschakelen 1 2 3 Activeer de camera. Tik op en vervolgens op Tik op Lachsluiter en selecteer een lachniveau.
Maak foto's of video's met virtuele scènes en personen. Creatief effect Pas effecten toe op foto's. Veegpanorama Maak groothoek- en panoramische foto's. Stijlportret Foto's nemen met realtime portretstijlen. AR-masker Maskeer uw gezicht met kenmerken van het gezicht van iemand anders om grappige selfies te maken. Superieur automatisch De Superieure automatische modus detecteert de omstandigheden waarin u beelden vastlegt en past automatisch de instellingen aan, zodat u de best mogelijke foto neemt.
U kunt de multi-cameramodus instellen met behulp van NFC, zodat de twee apparaten worden gekoppeld met Wi-Fi Direct™-technologie. De multi-cameramodus gebruiken 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Schakel de NFC-functies in op de twee apparaten die u wilt koppelen. Activeer de camera op uw apparaat. Tik op en selecteer vervolgens . Tik op op het scherm van beide apparaten. Zorg ervoor dat de NFC-detectiegebieden van beide apparaten elkaar raken. De twee apparaten worden nu gekoppeld via Wi-Fi Direct-technologie.
Camera-applicaties downloaden 1 2 3 Open de camera-applicatie. Tik op en tik vervolgens op DOWNLOADBAAR. Selecteer de applicatie die u wilt downloaden en volg de aanwijzingen om de installatie af te ronden. Snel starten Gebruik de instellingen voor snel starten om de camera in te schakelen wanneer het scherm is vergrendeld. Alleen starten Wanneer deze instelling is geactiveerd, kunt u de camera inschakelen wanneer het scherm is vergrendeld door de cameratoets ingedrukt te houden.
Hiermee wordt de kleurbalans aangepast voor een bewolkte lucht. Deze instelling is alleen beschikbaar in de opnamemodus Handmatig. Fotocamera-instellingen De fotocamera-instellingen aanpassen 1 2 3 Activeer de camera. Tik op om alle instellingen weer te geven. Selecteer de instellingen die u wilt aanpassen en bewerk deze dan zoals gewenst. Overzicht fotocamera-instellingen Resolutie U kunt kiezen uit verschillende resoluties en hoogte-breedteverhoudingen voordat u een foto maakt.
Aan (0,5 seconden) Een vertraging van een halve seconde instellen vanaf het moment dat u op het camerascherm tikt tot het moment dat de foto wordt gemaakt. Uit De foto wordt gemaakt zodra u op het camerascherm tikt. Smile Shutter™ Gebruik de functie Smile Shutter™ om te bepalen op wat voor lach de camera reageert voordat u een foto neemt. Scherpstel-modus Met de scherpstelfunctie bepaalt u welk deel van een foto scherp moet zijn.
Stelt de ISO-gevoeligheid in op 1600. 3200 Stelt de ISO-gevoeligheid in op 3200. Deze instelling is alleen beschikbaar in de opnamemodus Handmatig. Lichtmeting Met deze functie wordt automatisch een gebalanceerde belichting vastgesteld door de hoeveelheid licht te meten voor het beeld dat u wilt vastleggen. Midden Hiermee wordt de belichting aangepast aan het centrum van de zoeker. Gemiddeld Hiermee wordt de belichting berekend op basis van de hoeveelheid licht voor het gehele beeld.
Rode-ogenreductie Vermindert de rode kleur van ogen wanneer u een foto maakt. Uit De flitser is uitgeschakeld. Soms kan de kwaliteit van een foto beter zijn zonder het gebruik van de flitser, zelfs onder slechte lichtomstandigheden. Als u een goede foto wilt maken zonder de flitser te gebruiken, hebt u een vaste hand nodig. Gebruik de zelfontspanner om wazige foto's te voorkomen. Zaklantaarn De flitser wordt ingeschakeld als u foto's maakt.
Gebruik deze optie voor foto's van tekst of tekeningen. Geeft de foto een verhoogd, scherper contrast. Vuurwerk Gebruik deze optie voor het nemen van foto's van vuurwerk in al zijn schoonheid. Deze instelling is alleen beschikbaar in de opnamemodus Handmatig. Videocamera-instellingen Videocamera-instellingen aanpassen 1 2 3 4 5 Schakel de camera in. Tik op en selecteer vervolgens . Als de videocamera niet is geselecteerd, tikt u op . Tik op om alle instellingen weer te geven.
Smile Shutter™(video) Gebruik de functie Smile Shutter™ om te bepalen op wat voor lach de camera reageert voordat u een video opneemt. Scherpstel-modus Met de scherpstelinstellingen bepaalt u welk deel van een video scherp moet zijn. Wanneer continue autofocus is ingeschakeld, blijft de camera scherpstellen zodat het gebied in het witte scherpstelkader scherp blijft. Enkelv. automat. scherpstellen De camera stelt automatisch scherp op het geselecteerde onderwerp. Continue autofocus is ingeschakeld.
De video wordt geopend voor bewerken nadat u deze hebt opgenomen. Uit De video wordt opgeslagen nadat u deze hebt opgenomen, er wordt geen voorbeeld weergegeven. Flitser Gebruik de flitser om video's op te nemen bij slechte lichtomstandigheden of bij tegenlicht. Het pictogram videoflitser is alleen beschikbaar op het scherm van de videocamera. Denk eraan dat de videokwaliteit soms beter kan zijn zonder verlichting, zelfs bij slechte lichtomstandigheden.
Foto's en video's in Album Foto's en video's weergeven Gebruik de applicatie Album om foto's weer te geven en video's af te spelen die u met de camera hebt vastgelegd of om vergelijkbare content weer te geven die u op het apparaat hebt opgeslagen. Alle foto's en video's worden in een raster in chronologische volgorde weergegeven.
Een diavoorstelling van uw foto's bekijken 1 2 Tik bij het bekijken van een foto op het scherm om de werkbalken weer te geven en en trik op > Diavoorstelling om het afspelen te starten van alle foto's in een album. Tik op een foto om de diavoorstelling te beëindigen. Een video afspelen 1 2 3 Zoek en tik in Album op de video die u wilt afspelen. Tik op en vervolgens op Video> Eenmalig. Als er geen afspeelknoppen worden weergegeven, tikt u op het scherm om deze weer te geven.
Een foto of video verwijderen 1 2 Als u een foto bekijkt, tikt u op het scherm om de werkbalken weer te geven, waarna u op tikt. Tik op Verwijderen. Werken met foto- of videobatches in Album 1 2 3 Druk bij het weergeven van miniaturen van foto's en video's in Album op een item en houd het vast totdat het gemarkeerd is. Tik op andere items waarmee u wilt werken om ze te selecteren. Als u alle items wilt selecteren, tikt u op en vervolgens op Select all.
Een foto bijsnijden 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Als u een foto bekijkt, tikt u op het scherm om de werkbalken weer te geven, waarna u op tikt. Als u hierom wordt gevraagd, selecteert u Foto-editor. Tik op > Bijsnijden. Tik op Bijsnijden om een optie te selecteren. Raak de rand van het bijsnijdframe aan en houd de rand vast om het bijsnijdframe aan te passen. Als de vierkanten op de randen verdwijnen, sleept u naar binnen of naar buiten om het formaat van het kader te wijzigen.
Een video inkorten 1 2 3 Tik tijdens het afspelen van een video op het scherm om de werkbalken weer te geven. Tik vervolgens op > Inkorten. Om het inkortframe naar een ander deel van de tijdlijn te verplaatsen, houdt u de rand van het inkortframe vast en sleept u het naar de gewenste positie. Tik vervolgens op Toepassen. Om een kopie van de ingekorte video op te slaan, tikt u op Opslaan.
1 Foto's en video's weergeven met de service PlayMemories Online 2 Terugkeren naar het startscherm van de applicatie Album om alle inhoud te bekijken 3 Uw favoriete foto's en video's bekijken 4 Alle video's bekijken die op uw apparaat zijn opgeslagen 5 Uw foto's op een kaart of in de Globe-weergave weergeven 6 Foto's en video's bekijken die niet in de weergave worden weergeven 7 Alle foto's en video's met speciale effecten weergeven die met de camera van uw apparaat zijn gemaakt 8 Alle foto's
1 Toon foto's met een geotag in de Globe-weergave 2 Zoek een locatie op de kaart 3 Geef de menuopties weer 4 Dubbeltik om in te zoomen. Knijp om uit te zoomen. Sleep om andere delen van de kaart weer te geven 5 Een groep foto's en/of video's geotagged met dezelfde locatie 6 Miniaturen van de geselecteerde groep foto's en/of video's. Tik op een item om het op het volledige scherm weer te geven Als meerdere foto's op dezelfde locatie zijn gemaakt, verschijnt slechts één daarvan op de kaart.
De kaartweergave wijzigen • Tik tijdens het weergeven van de kaart in Album op en selecteer Klassieke weergave of Satellietweergave. 106 Dit is een internetversie van deze publicatie. © Uitsluitend voor privégebruik afdrukken.
Video's Video's bekijken in de toepassing Video Gebruik de toepassing Video om films en andere videocontent af te spelen die u op uw apparaat hebt opgeslagen of naar uw apparaat hebt gedownload. De toepassing Video helpt u ook bij het ophalen van poster art, plot-samenvattingen, genre-informatie en informatie over de regisseur voor elke film. U kunt uw films ook op andere apparaten afspelen die met hetzelfde netwerk zijn verbonden. Sommige videobestanden kunnen niet in de toepassing Video worden afgespeeld.
De geluidsinstellingen wijzigen terwijl een video wordt afgespeeld 1 2 3 Terwijl een video wordt afgespeeld, tikt u op het scherm om de besturingselementen weer te geven. Tik op > Geluidsinstellingen en wijzig de instellingen als gewenst. Als u klaar bent, tikt u op OK. Een video delen 1 2 Tik op en tik op Delen terwijl een video wordt afgespeeld. Tik op de applicatie die u wilt gebruiken om de geselecteerde video te delen en volg vervolgens de relevante stappen om de video te verzenden.
Een video verwijderen 1 2 3 4 Tik vanuit het startscherm op en tik vervolgens op Video. Sleep de linkerrand van het scherm naar rechts om het startschermmenu Video te openen en blader door de verschillende categorieën naar het videobestand dat u wilt verwijderen. Raak de gewenste videominiatuur aan en houd deze vast, en tik op Verwijderen in de lijst die verschijnt. Tik opnieuw op Verwijderen om uw keuze te bevestigen.
Connectiviteit Het scherm van uw apparaat draadloos op een tv weergeven Gebruik de functie Schermreproductie om het scherm van uw apparaat weer te geven op een tv of een ander groot scherm zonder een kabelverbinding te gebruiken. De Wi-Fi Direct™-technologie brengt een draadloze verbinding tussen de twee apparaten tot stand, zodat u op uw gemak kunt genieten van uw favoriete foto's vanuit uw luie stoel. U kunt deze functie ook gebruiken om muziek van uw apparaat via de TV-speakers te beluisteren.
Een gedeelde track op uw apparaat afspelen 1 2 3 4 5 Zorg ervoor dat de apparaten waarmee u bestanden wilt delen, met hetzelfde WiFi®-netwerk als uw apparaat zijn verbonden. Tik in uw Startscherm op en ga naar en tik op . Sleep de linkerrand van het startscherm van Muziek naar rechts en tik op Apparaten. Selecteer een apparaat in de lijst met verbonden apparaten. Blader in de mappen van het verbonden apparaat en selecteer de track die u wilt afspelen. Na selectie wordt de track automatisch afgespeeld.
Delen van bestanden met andere DLNA Certified™-apparaten stoppen 1 2 3 Tik in het Startscherm op . Ga naar en tik op Instellingen > Xperia™-connectiviteit > Mediaserverinstellingen. Sleep de schuifregelaar naast Media delen naar links. Toegangsmachtigingen instellen voor een apparaat dat in behandeling is 1 2 3 4 Tik in het Startscherm op . Ga naar en tik op Instellingen > Xperia™-connectiviteit > Mediaserverinstellingen. Selecteer een apparaat in de Apparaten in behandeling-lijst.
Foto's of video's van uw apparaat op een DMR-apparaat weergeven 1 2 3 4 5 6 Controleer of u het DMR-apparaat correct hebt ingesteld en dat het verbonden is met hetzelfde Wi-Fi®-netwerk als uw apparaat. Tik in het Startscherm op . Tik vervolgens op Album . Browse en open de foto's en video's die u wilt bekijken. en selecteer Tik op het scherm om de werkbalk weer te geven, tik daarna op een DMR-apparaat waarmee u uw bestanden wilt delen.
NFC is een draadloze technologie met een maximumbereik van één centimeter, dus de apparaten die gegevens delen moeten dicht bij elkaar worden gehouden. Voordat u NFC kunt gebruiken, moet u de functie NFC eerst inschakelen en het scherm van het apparaat moet actief zijn. NFC is mogelijk niet beschikbaar in alle landen of regio's. De NFC-functie inschakelen 1 2 3 Tik in het Startscherm op . Ga naar en tik op Instellingen > Meer. Tik op de aan-uitschakelaar naast de NFC.
Een webadres delen met een ander apparaat door middel van NFC 1 2 3 4 5 6 7 Zorg ervoor dat de NFC-functie op beide apparaten is ingeschakeld en dat beide schermen actief zijn. Tik op uw Startscherm op het pictogram . Tik op om de webbrowser te openen. Laad de webpagina die u wilt delen. Houd uw apparaat en het ontvangende apparaat met de achterkanten tegen elkaar zodat de NFC-detectiegebieden van beide apparaten elkaar raken. Als de apparaten verbinding maken, wordt er een miniatuur weergegeven.
Uw apparaat een naam geven 1 2 3 4 5 6 Zorg dat de Bluetooth®-functie is ingeschakeld. Tik in het Startscherm op . Ga naar en tik op Instellingen > Bluetooth. Tik op > De naam van dit apparaat wijzigen. Voer een naam in voor uw apparaat. Tik op Naam wijzigen. Koppelen met een ander Bluetooth®-apparaat Als u uw apparaat met een ander apparaat koppelt, kunt u het apparaat bijvoorbeeld verbinden met een Bluetooth®-headset of een Bluetooth®-carkit, en deze apparaten gebruiken om te bellen en gebeld te worden.
• Webpagina's Onderdelen verzenden via Bluetooth® 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Ontvangend apparaat: zorg ervoor dat de Bluetooth®-functie is ingeschakeld en dat het apparaat zichtbaar is voor andere Bluetooth®-apparaten. Verzendend apparaat: open de applicatie die het onderdeel bevat dat u wilt verzenden en ga naar het onderdeel. Afhankelijk van de applicatie en het item dat u wilt verzenden, moet u het item bijvoorbeeld aanraken en vasthouden, openen, en drukken op .
Zo start u One-touch instellen op uw apparaat 1 2 3 4 5 Tik in het Startscherm op . Ga naar en tik op Instellingen > Xperia™-connectiviteit > One-touch setup. De NFC-functie wordt automatisch ingeschakeld. Zorg ervoor dat de NFC-functie op het andere Xperia™-apparaat is ingeschakeld. Zorg ervoor dat de schermen van beide apparaten zijn ontgrendeld en actief zijn. Houd de twee apparaten zo bij elkaar dat de NFC-detectiegebieden van de twee apparaten elkaar raken.
Slimme apps en functies die tijd sparen Accessoires en instellingen beheren met Smart Connect™ Gebruik de applicatie Smart Connect™ om in te stellen wat er in uw apparaat gebeurt wanneer u een accessoire aansluit of loskoppelt. U kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om de applicatie FM-radio altijd te starten als u een headset aansluit. U kunt Smart Connect™ ook instellen om binnenkomende berichten voor te lezen.
Een Smart Connect™-gebeurtenis maken 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Tik in uw Startscherm op en ga naar en tik op . Als u Smart Connect™ voor het eerst opent, tikt u op OK om het introductiescherm af te sluiten. Tik in het tabblad Gebeurtenis op . Als u voor het eerst een gebeurtenis maakt, tikt u opnieuw op OK om het introductiescherm af te sluiten. Voeg voorwaarden toe waaronder u de gebeurtenis wilt activeren. Een voorwaarde kan zijn de verbinding met een accessoire of een bepaald tijdsinterval, of beide.
De instellingen voor een aangesloten accessoire aanpassen 1 2 3 4 Koppel en sluit het accessoire aan op uw apparaat. Start de applicatie Smart Connect™. Tik op Accessoires en tik vervolgens op de naam van het aangesloten accessoire. Stel de gewenste instellingen in. 121 Dit is een internetversie van deze publicatie. © Uitsluitend voor privégebruik afdrukken.
Reizen en kaarten Locatieservices gebruiken Applicaties zoals Maps en de camera kunnen via locatieservices informatie gebruiken van mobiele en Wi-Fi®®-netwerken en tevens GPS-informatie (Global Positioning System) om uw locatie bij benadering te bepalen. Als de verbinding met GPS-satellieten niet optimaal is, kan uw apparaat uw locatie met behulp van de Wi-Fi®-functie bepalen. En als u niet binnen het bereik van een Wi-Fi®-netwerk bent, kan uw apparaat uw locatie met behulp van uw mobiele netwerk bepalen.
gebracht als u dataroaming inschakelt. We raden u aan om vooraf de betreffende kosten voor dataoverdracht te controleren. Als u een apparaat met meerdere gebruikers deelt, moet u zich misschien aanmelden als de eigenaar, oftewel de primaire gebruiker, om dataroaming in of uit te schakelen. Gegevensroaming activeren 1 2 3 Tik in het Startscherm op . Zoek naar en tik op Instellingen > Meer > Mobiele netwerken. Sleep de schuifregelaar naast Gegevensroaming naar rechts.
Agenda en wekker Agenda Gebruik de toepassing Agenda om uw tijd te plannen. Als u zich hebt aangemeld voor één of meerdere online accounts die een agenda hebben, zoals uw Google™-account of uw Xperia™ met Facebook-account, en uw apparaat daarmee hebt gesynchroniseerd, worden afspraken in de agenda van deze accounts ook in de toepassing Agenda weergegeven. U kunt aangeven welke agenda's u in de gecombineerde Agendaweergave wilt integreren. Wanneer het bijna tijd is voor een afspraak, klinkt er een alarm.
Meerdere agenda's weergeven 1 2 • Tik in uw Startscherm op ; ga naar en tik op Agenda. Tik op en markeer de betreffende selectievakjes om de agenda's te selecteren die u wilt bekijken. Op de agendaweergave inzoomen Als de weergave Week of Dag is geselecteerd, knijpt u twee vingers samen op het scherm om in te zoomen. Landelijke feestdagen in de toepassing Agenda weergeven 1 2 3 4 Tik in het Startscherm op en vervolgens op Agenda. Tik op en vervolgens op Instellingen. Tik op Nationale feestdagen.
1 Ga naar het startscherm van het alarm 2 Geef een wereldklok weer en pas de instellingen aan 3 Open de stopwatchfunctie 4 Open de timerfunctie 5 Weergaveopties 6 Open de datum- en tijdinstellingen van de klok 7 Schakel een alarm in of uit 8 Voeg een nieuw alarm toe Een nieuw alarm instellen 1 2 3 4 5 6 7 Tik in uw startscherm op . Zoek naar en tik op Alarm en klok. Tik op . Tik op Tijd en selecteer de gewenste waarde. Tik op OK. Bewerk eventueel andere alarminstellingen. Tik op Opslaan.
Het geluid voor een alarm instellen 1 2 3 Open de applicatie voor alarm en klok en tik op het alarm dat u wilt bewerken. Tik op Alarmgeluid en selecteer een optie of tik op om een muziekbestand te selecteren. Tik op Gereed en vervolgens op Opslaan. Een herhaald alarm instellen 1 2 3 4 Open de applicatie voor alarm en klok en tik op het alarm dat u wilt bewerken. Tik op Herhalen. Markeer de selectievakjes voor de gewenste dagen en tik op OK. Tik op Opslaan.
Ondersteuning en onderhoud Ondersteuning in uw apparaat Gebruik de applicatie Ondersteuning op uw apparaat om te zoeken naar een gebruikershandleiding, oplossingen voor problemen te lezen en informatie te vinden over software-updates en andere productgerelateerde informatie. De applicatie voor ondersteuning openen 1 2 Tik in het Startscherm op . Tik op en selecteer het gewenste ondersteuningsonderdeel.
Media Go™ voor Microsoft® Windows® De toepassing Media Go™ voor Windows®-computers helpt bij het overzetten van foto's, video's en muziek tussen uw apparaat en een computer. U kunt Media Go™ installeren en openen vanuit de toepassing PC Companion. Meer informatie en de toepassing Media Go™ downloaden. Om de toepassing Media Go™ te kunnen gebruiken, heeft u één van de volgende besturingssystemen nodig: • • • Microsoft® Windows® 8 / 8.
Een systeemupdate downloaden en installeren 1 2 3 4 5 Als u een apparaat gebruikt met meerdere gebruikers, moet u ervoor zorgen dat u als eigenaar bent aangemeld. Tik in het Startscherm op . Tik vervolgens op Instellingen > Over de telefoon > Software-update. Als er een systeemupdate beschikbaar is, tikt u op Downloaden om deze naar uw apparaat te downloaden. Als de download is voltooid, tikt u op Installeren en volgt u de instructies op het scherm om de installatie te voltooien.
• Als laatste redmiddel, het interne en externe geheugen van uw apparaat op afstand wissen. De service 'Protection by my Xperia' is mogelijk niet in alle landen/regio's beschikbaar. De service Protection by my Xperia op uw apparaat activeren 1 2 3 4 5 6 Controleer of u over een actieve gegevensverbinding beschikt. Tik in het Startscherm op . Tik vervolgens op Instellingen > Beveiliging > Bescherming door my Xperia > Activeren.
account dat u hebt gebruikt om Protection by my Xperia op uw apparaat in te schakelen, maar dit vaker dan drie keer achter elkaar mislukt. Als u niet wilt dat de lockdown-modus wordt ingeschakeld tijdens bovenstaande handelingen of situaties, kunt u de service 'Protection by my Xperia' uitschakelen. Het apparaat herstellen uit de lockdown-modus 1 2 Tik in het lockdown-scherm op Verifiëren.
Geheugen en opslag • • • Uw apparaat beschikt over verschillende soorten geheugen en opslagopties. Het interne geheugen is ongeveer 10.5 GB groot en wordt gebruikt om gedownloade of overgedragen content en persoonlijke instellingen en gegevens op te slaan. Een paar voorbeelden van gegevens die in het interne geheugen zijn opgeslagen, zijn instellingen voor alarm, volume en taal; e-mail; bladwijzers; agenda; foto's; video's en muziek.
Apps naar de geheugenkaart verplaatsen 1 2 3 Tik in het Startscherm op . Ga naar en tik op Instellingen > Apps. Selecteer de app die u wilt verplaatsen en tik vervolgens op VERPLAATSEN NAAR SD-KAART. Sommige apps kunnen niet naar de geheugenkaart worden verplaatst. Applicaties en services stoppen 1 2 3 Tik in het Startscherm op . Tik op Instellingen > Apps > Actief. Selecteer een applicatie of service en tik vervolgens op STOPPEN. De geheugenkaart formatteren 1 2 3 Tik in het Startscherm op .
Op een computer een back-up maken van gegevens Gebruik de applicaties PC Companion of Sony Bridge for Mac om een back-up van uw apparaatgegevens te maken op een pc of een Apple® Mac®-computer.
De automatische back-upfunctie instellen 1 2 3 4 5 6 Als u een back-up maakt op een USB-stick, moet u ervoor zorgen dat het opslagapparaat met de USB Host-adapter op uw apparaat is aangesloten. Als u gegevens naar een SD-kaart veiligstelt, zorg dan dat de SD-kaart goed in uw toestel geplaatst is. Tik in het Startscherm op . Zoek naar en tik op Back-up maken en herstellen. Sleep de schuifregelaar naast Automatische back-up naar rechts om de functie voor automatische back-up te activeren.
Een specifieke diagnostische test uitvoeren 1 2 3 4 Tik in het Startscherm op . Ga naar en tik op Instellingen > Over de telefoon > Diagnostiek > Test . Selecteer een test in de lijst. Volg de aanwijzingen en tik op Ja of Nee om te bevestigen of een functie werkt. Alle diagnostische tests uitvoeren 1 2 3 Tik in het Startscherm op . Tik op Instellingen > Over de telefoon > Diagnostiek > Test > Alle uitvoeren. Volg de aanwijzingen en tik op Ja of Nee om te bevestigen of een functie werkt.
1 2 3 4 5 6 7 Maak voordat u begint een back-up van alle belangrijke gegevens uit het interne geheugen van uw apparaat en sla deze back-up op een geheugenkaart of een ander extern geheugen op. Tik in het Startscherm op . Zoek naar en tik op Instellingen > Back-up maken en resetten > Fabrieksinstellingen resetten. Om informatie zoals muziek en foto's van uw interne geheugen te verwijderen, markeert u het betreffende selectievakje. Tik op Alles wissen.
Uw mobiele apparaat heeft de mogelijkheid om extra content, bijvoorbeeld ringtones, te downloaden, op te slaan en door te sturen. Het gebruik van deze content kan beperkt of verboden zijn als gevolg van rechten van derden, waaronder auteursrechten. U, en niet Sony, bent volledig verantwoordelijk voor extra content die is gedownload of doorgestuurd vanaf uw mobiele apparaat.