N Gebruikershandleiding Personal computer VPCF2-serie
n 2 N Inhoud Voor gebruik ....................................................................... 4 Meer informatie over uw VAIO-computer...................... 5 Ergonomische overwegingen........................................ 8 Aan de slag....................................................................... 10 De besturingselementen en poorten ........................... 11 De lampjes .................................................................. 17 Een stroombron aansluiten .......................
n 3 N Voorzorgsmaatregelen ................................................... 111 Informatie over de veiligheid ..................................... 112 Informatie over reinigen en onderhoud ..................... 114 Met de computer omgaan ......................................... 115 Met het LCD-scherm omgaan ................................... 117 De stroomvoorziening gebruiken .............................. 118 Met de ingebouwde camera omgaan........................ 119 Met schijven omgaan ...........
Voor gebruik > n 4 N Voor gebruik Gefeliciteerd met de aankoop van deze VAIO®-computer en welkom bij de Gebruikershandleiding op het scherm. Sony heeft speerpunttechnologie op het gebied van audio, video, computertechnologie en communicatie gecombineerd en geïntegreerd in deze uiterst geavanceerde computer. ! Externe aanzichten die in deze handleiding worden geïllustreerd, kunnen enigszins verschillen van de werkelijke aanzichten van uw computer.
Voor gebruik > Meer informatie over uw VAIO-computer n 5 N Meer informatie over uw VAIO-computer In dit gedeelte vindt u ondersteuningsinformatie over uw VAIO-computer. 1. Gedrukte documentatie ❑ Handleiding Snel aan de slag: een overzicht van het aansluiten van onderdelen, configuratiegegevens, enzovoort.
Voor gebruik > Meer informatie over uw VAIO-computer n 6 N 2. Documentatie op het scherm ❑ VAIO-gebruikershandleiding: algemene informatie over uw VAIO-computer, met informatie over ondersteuning en het oplossen van problemen. Om toegang te krijgen tot de VAIO-gebruikershandleiding klikt u achtereenvolgens op Start en Handleiding VAIO. , Alle programma's ❑ Windows Help en ondersteuning: een uitgebreide bron voor praktisch advies, zelfstudies en demo's die u leren uw computer te gebruiken.
Voor gebruik > Meer informatie over uw VAIO-computer n 7 N 3. Ondersteuningswebsites Als u problemen ondervindt met uw VAIO-computer, start u VAIO Care: hier vindt u verschillende opties waarmee u de meeste problemen kunt oplossen. Zie VAIO Care gebruiken (pagina 33) voor meer informatie. Als u meer hulp nodig hebt, gaat u naar de ondersteuningswebsite van VAIO op http://support.vaio.sony.eu/.
Voor gebruik > Ergonomische overwegingen n 8 N Ergonomische overwegingen U zult uw computer waarschijnlijk op verschillende plaatsen gebruiken. Indien mogelijk moet u rekening houden met de volgende ergonomische overwegingen die zowel betrekking hebben op gewone als op draagbare computers: ❑ Positie van de computer: plaats de computer direct voor u. Houd uw onderarmen horizontaal, met uw polsen in een neutrale, comfortabele positie als u het toetsenbord of aanwijsapparaat gebruikt.
Voor gebruik > Ergonomische overwegingen n 9 N ❑ Gezichtshoek t.o.v. het scherm: kantel het scherm tot u de optimale gezichtshoek vindt. Dit is minder belastend voor uw ogen en spieren. Stel ook de helderheid van het scherm optimaal in. ❑ Verlichting: zorg ervoor dat zonlicht of kunstlicht niet direct op het scherm valt om reflectie en schittering te vermijden. Werk met indirecte verlichting om lichtvlekken op het scherm te vermijden.
Aan de slag > n 10 N Aan de slag In dit deel wordt beschreven hoe u aan de slag kunt met de VAIO-computer. ! Sluit geen hardware aan die niet oorspronkelijk bij de computer was geleverd zolang u de computer nog niet voor het eerst hebt opgestart. Nadat u de computer hebt opgestart kunt u telkens één apparaat tegelijk (bijvoorbeeld een printer, een externe harde schijf of een scanner) aansluiten volgens de instructies van de fabrikant.
Aan de slag > De besturingselementen en poorten n 11 N De besturingselementen en poorten Bekijk de besturingselementen en poorten op de volgende pagina's. ! Het uiterlijk van uw computer zoals dit in deze handleiding wordt geïllustreerd, kan verschillen van het werkelijke uiterlijk van uw computer vanwege verschillen in de specificaties.
Aan de slag > De besturingselementen en poorten n 12 N Voorzijde A B C D E F Ingebouwde camera (pagina 43) G H I J K L M N Toetsenbord (pagina 35) Lampje voor ingebouwde camera (pagina 17) Ingebouwde microfoon (mono) LCD-scherm (pagina 117) Aan/uit-knop / Aan/uit-lampje (pagina 17) Numeriek toetsenblok Hiermee typt u cijfers of voert u de meest gebruikte wiskundige berekeningen uit.
Aan de slag > De besturingselementen en poorten n 13 N A B C D E F G H I J K L Batterijlampje (pagina 17) Lampje voor schijfstation (pagina 17) WIRELESS-lampje (pagina 17) Memory Stick Duo-lampje (pagina 17) SD-geheugenkaartlampje (pagina 17) Ingebouwde luidsprekers (stereo) Num lock-lampje (pagina 17) Caps lock-lampje (pagina 17) Scroll lock-lampje (pagina 17) Touchpad-knop (pagina 38) Touchpad (pagina 38) Sensor voor omgevingslicht (pagina 37), (pagina 156) Meet de intensiteit van het omgevingslicht en
Aan de slag > De besturingselementen en poorten n 14 N Rechterzijde A Hoofdtelefoon-/OPTICAL OUT-connector (pagina 77) (optische-uitvoersamplesnelheid: 44,1 KHz/48,0 KHz/96,0 KHz) B Microfoonconnector (pagina 88) C D E F USB-poort* (pagina 89) * Compatibel met de USB 2.0-standaard.
Aan de slag > De besturingselementen en poorten n 15 N Linkerzijde A B C D Beveiligingssleuf DC IN-poort (pagina 18) Ventilatieopening Monitorpoort (pagina 78) E HDMI-uitgangspoort*1 (pagina 80) F LAN-poort (pagina 64) G USB-poorten*2 (pagina 89) *1 Mogelijk komt er de eerste seconden na het starten van het afspelen geen geluid uit het uitvoerapparaat dat is aangesloten op de HDMI-uitgangspoort. Dit wijst niet op een defect. *2 Compatibel met de USB 2.0/3.0-standaard.
Aan de slag > De besturingselementen en poorten n 16 N Achter/onderzijde A Ventilatieopeningen B Kapje van geheugenmodulecompartiment (pagina 105) C Batterijconnector (pagina 20)
Aan de slag > De lampjes n 17 N De lampjes Uw computer is voorzien van de volgende lampjes: Lampje Functies Aan/uit 1 Brandt groen als de computer in de normale stand is, knippert langzaam oranje als de computer in de slaapstand is gezet en gaat uit als de computer wordt uitgeschakeld of in de sluimerstand is gezet. Batterijlading Brandt als de batterij wordt opgeladen. Zie De batterij opladen (pagina 23) voor meer informatie. Ingebouwde camera Brandt als de ingebouwde camera in gebruik is.
Aan de slag > Een stroombron aansluiten n 18 N Een stroombron aansluiten De computer kan werken op netstroom (via een netadapter) of op een oplaadbare batterij. De netadapter gebruiken Wanneer de computer rechtstreeks op een netspanningsbron is aangesloten en er een batterij is geplaatst, wordt netspanning gebruikt. Gebruik alleen de meegeleverde netadapter voor uw computer. De netadapter gebruiken 1 Steek het ene uiteinde van het netsnoer (1) in de netadapter (3).
Aan de slag > Een stroombron aansluiten Als u de netstroom naar de computer volledig wilt verbreken, koppelt u de netadapter los van het stopcontact. Zorg ervoor dat er een gemakkelijk toegankelijk stopcontact is. Als u de computer langere tijd niet gaat gebruiken, zet u de computer in de sluimerstand. Zie De sluimerstand gebruiken (pagina 30).
Aan de slag > De batterij gebruiken De batterij gebruiken De batterij die bij uw computer wordt geleverd, is niet volledig opgeladen op het moment van de levering. De batterij plaatsen/verwijderen De batterij plaatsen 1 Schakel de computer uit en sluit het LCD-scherm. 2 Schuif het vergrendelingslipje LOCK voor de batterij (1) naar binnen.
Aan de slag > De batterij gebruiken n 21 N 3 Schuif de batterij diagonaal in het batterijcompartiment tot de uitsteeksels (2) aan beide kanten van het batterijcompartiment in de U-vormige uitsparingen (3) aan beide kanten van de batterij vastzitten. 4 Duw de batterij omlaag in het compartiment totdat die op zijn plaats klikt. 5 Schuif het vergrendelingslipje LOCK voor de batterij naar buiten om de batterij in de computer vast te zetten.
Aan de slag > De batterij gebruiken n 22 N De batterij verwijderen ! U verliest alle niet-opgeslagen gegevens als u de batterij verwijdert terwijl de computer is ingeschakeld en niet is aangesloten op de netadapter. 1 Schakel de computer uit en sluit het LCD-scherm. 2 Schuif het vergrendelingslipje LOCK voor de batterij (1) naar binnen.
Aan de slag > De batterij gebruiken n 23 N De batterij opladen De batterij die bij uw computer wordt geleverd, is niet volledig opgeladen op het moment van de levering. De batterij opladen 1 Plaats de batterij. 2 Sluit de computer met de netadapter aan op een stopcontact. Het batterijlampje brandt als de batterij wordt opgeladen. Wanneer de batterijlading bijna het opgegeven maximale percentage heeft bereikt, gaat het batterijlampje uit.
Aan de slag > De batterij gebruiken n 24 N Laat de batterij in de computer zitten als deze rechtstreeks op een netspanningsbron is aangesloten. De batterij wordt verder opgeladen terwijl u de computer gebruikt. Als de batterijlading bijna op is en de batterij- en stroomlampjes knipperen, moet u de netadapter aansluiten zodat de batterij weer kan worden opgeladen of de computer uitschakelen en een volledig opgeladen batterij plaatsen. Uw computer wordt geleverd met een oplaadbare lithium-ionbatterij.
Aan de slag > De batterij gebruiken n 25 N De oplaadcapaciteit van de batterij controleren De oplaadcapaciteit van de batterij neemt langzamerhand af, als de batterij vaker wordt opgeladen of als de batterij al langer in gebruik is. Voor een optimaal profijt van de batterij controleert u de laadcapaciteit van de batterij en wijzigt u de instellingen van de batterij. De oplaadcapaciteit van de batterij controleren 1 Klik op Start, Alle programma's en VAIO Control Center.
Aan de slag > De batterij gebruiken n 26 N De levensduur van de batterij verlengen Als de computer op batterijstroom werkt, kunt u de levensduur van de batterij verlengen met de volgende methoden. ❑ Verminder de helderheid van uw computerscherm. ❑ Gebruik de energiebesparingsstand. Zie Energiebesparingsstanden gebruiken (pagina 28) voor meer informatie. ❑ Wijzig de instellingen voor energiebesparing bij Energiebeheer. Zie VAIO Energiebeheer gebruiken (pagina 102) voor meer informatie.
Aan de slag > De computer veilig uitschakelen n 27 N De computer veilig uitschakelen Zorg ervoor dat u de computer op de juiste manier afsluit om te vermijden dat u gegevens verliest, zoals hieronder wordt beschreven. De computer afsluiten 1 Schakel alle op de computer aangesloten randapparaten uit. 2 Sla uw gegevens op en sluit alle actieve softwaretoepassingen af. 3 Klik op Start en op Afsluiten. Na een korte tijd wordt de computer automatisch uitgeschakeld. Controleer of het stroomlampje uitgaat.
Aan de slag > Energiebesparingsstanden gebruiken n 28 N Energiebesparingsstanden gebruiken Via de instellingen voor energiebeheer kunt u ervoor zorgen dat de batterij minder snel leeg raakt. Naast de normale werkingsmodus heeft de computer twee andere energiebesparingsstanden waaruit u kunt kiezen: slaap- en sluimerstand. ! Als u de computer langere tijd niet gaat gebruiken terwijl deze is losgekoppeld van de netspanningsbron, zet u de computer in de sluimerstand of schakelt u de computer uit.
Aan de slag > Energiebesparingsstanden gebruiken n 29 N Slaapstand gebruiken De slaapstand activeren Klik op Start, de pijl naast de knop Afsluiten en op Slaapstand. Terugkeren naar de normale stand ❑ Druk op een willekeurige toets. ❑ Druk op de aan/uit-knop van uw computer. ! Als u de aan/uit-knop langer dan vier seconden ingedrukt houdt, wordt de computer automatisch uitgeschakeld. Alle nog niet opgeslagen gegevens gaan hierbij verloren.
Aan de slag > Energiebesparingsstanden gebruiken De sluimerstand gebruiken De sluimerstand activeren Druk op Fn+F12. U kunt ook klikken op Start, op de pijl naast de knop Afsluiten en op Sluimerstand. ! Verplaats de computer niet tot het stroomlampje uitgaat. Terugkeren naar de normale stand Druk op de aan/uit-knop. ! Als u de aan/uit-knop langer dan vier seconden ingedrukt houdt, wordt de computer automatisch uitgeschakeld.
Aan de slag > Uw computer in optimale conditie houden n 31 N Uw computer in optimale conditie houden Uw computer bijwerken Werk uw VAIO-computer regelmatig bij met de volgende softwaretoepassingen om de efficiëntie, beveiliging en functionaliteit van uw computer te verbeteren. De toepassing VAIO Update waarschuwt u automatisch wanneer er nieuwe updates beschikbaar zijn op het internet, en downloadt en installeert die op de computer.
Aan de slag > Uw computer in optimale conditie houden n 32 N De antivirussoftware voor uw computer gebruiken Bescherm uw computer tegen computervirussen door antivirussoftware te gebruiken. U kunt de antivirussoftware actueel houden met de recentste updates door deze updates vanaf de website van de producent te downloaden en te installeren. Om de antivirussoftware bij te werken, kijkt u van welke producent de op uw computer geïnstalleerde antivirussoftware afkomstig is en voert u de volgende stappen uit.
Aan de slag > Uw computer in optimale conditie houden n 33 N VAIO Care gebruiken Met VAIO Care kunt u regelmatig prestatiecontroles en –afstellingen op uw computer uitvoeren om ervoor te zorgen dat deze optimaal blijft werken. Start VAIO Care wanneer er een probleem op uw computer is aangetroffen. De functie VAIO Care levert de juiste maatregelen om het probleem te verhelpen. VAIO Care starten ❑ Op modellen met de ASSIST-knop Druk op de ASSIST-knop als uw computer aan staat.
De VAIO-computer gebruiken > n 34 N De VAIO-computer gebruiken In dit deel wordt beschreven hoe u optimaal kunt gebruikmaken van alle mogelijkheden van de VAIO-computer.
De VAIO-computer gebruiken > Het toetsenbord gebruiken n 35 N Het toetsenbord gebruiken Het toetsenbord is voorzien van extra toetsen waarmee u specifieke taken voor een bepaald model kunt uitvoeren. Combinaties en functies met de Fn-toets Sommige toetsenbordfuncties kunnen pas worden gebruikt wanneer het besturingssysteem volledig is opgestart. Combinaties/Functie Functie Hiermee wordt het touchpad in- en uitgeschakeld.
De VAIO-computer gebruiken > Het toetsenbord gebruiken n 36 N Combinaties/Functie Functie Fn + Hiermee geeft u de beeldschermuitvoer afwisselend op het computerscherm en een extern beeldscherm weer. Druk op Enter om de schermuitvoer te selecteren. /T (F7): schermuitvoer ! Als u een monitorkabel loskoppelt van de computer terwijl een extern beeldscherm is geselecteerd als bestemming voor de schermuitvoer, gaat het scherm uit.
De VAIO-computer gebruiken > Het toetsenbord gebruiken n 37 N De instellingen voor het toetsenbord met achtergrondlicht wijzigen Mogelijk zijn niet alle voorzieningen en opties items beschikbaar op uw computer. Als uw computer is uitgerust met een toetsenbord met achtergrondlicht, kunt u het licht van het toetsenbord zo instellen dat het automatisch wordt in- en uitgeschakeld afhankelijk van de intensiteit van het omgevingslicht.
De VAIO-computer gebruiken > Het touchpad gebruiken n 38 N Het touchpad gebruiken U kunt objecten op het scherm aanwijzen, selecteren en slepen, en u kunt door een lijst met items bladeren met behulp van het touchpad. Actie Beschrijving Aanwijzen Schuif uw vinger over het touchpad (1) om de aanwijzer (2) op een item of object te plaatsen. Klikken Druk eenmaal op de linkerkant van de touchpad-knop (3). Dubbelklikken Druk tweemaal achter elkaar op de linkerkant van de touchpad-knop.
De VAIO-computer gebruiken > De knoppen voor speciale functies gebruiken n 39 N De knoppen voor speciale functies gebruiken De computer is uitgerust met speciale knoppen, waarmee u specifieke functies van de computer kunt gebruiken. Mogelijk zijn niet alle voorzieningen en opties uit dit gedeelte beschikbaar op uw computer. Zie de specificaties voor informatie over de configuratie van uw computer. Aanraaksensorknoppen Boven elke aanraaksensorknop bevindt zich een lampje.
De VAIO-computer gebruiken > De knoppen voor speciale functies gebruiken n 40 N Functieknoppen Knop met speciale functie Functies ASSIST-knop Hiermee start u VAIO Care als de computer aan staat. Als de computer is uitgeschakeld, start u met de knop ASSIST de toepassing VAIO Care Rescue. U kunt de functie VAIO Care Rescue gebruiken om de computer te herstellen na een storing, bijvoorbeeld wanneer Windows niet wordt gestart. Zie VAIO Care gebruiken (pagina 33) voor meer informatie.
De VAIO-computer gebruiken > De functie Snelle webtoegang gebruiken n 41 N De functie Snelle webtoegang gebruiken Met de functie Snelle webtoegang hebt u onmiddellijk toegang tot internet zonder het Windows-besturingssysteem te hoeven starten. Mogelijk zijn niet alle voorzieningen en opties uit dit gedeelte beschikbaar op uw computer. De functie Snelle webtoegang activeren U kunt de functie Snelle webtoegang alleen activeren als de computer is uitgeschakeld.
De VAIO-computer gebruiken > De functie Snelle webtoegang gebruiken n 42 N De functie Snelle webtoegang afsluiten ! Als u het Windows-besturingssysteem wilt starten, moet u eerst de functie Snelle webtoegang afsluiten. Hiervoor verricht u een van de volgende handelingen: ❑ Klik op het pictogram in de linkerbenedenhoek van het scherm. ❑ Druk op de WEB-knop. ❑ Druk op de aan/uit-knop van uw computer.
De VAIO-computer gebruiken > De ingebouwde camera gebruiken n 43 N De ingebouwde camera gebruiken Uw computer is uitgerust met een ingebouwde camera. Met behulp van communicatiesoftware, zoals Windows Live Messenger, kunt u via internet een videogesprek voeren. Voor gedetailleerde informatie over het gebruik van de software raadpleegt u het Help-bestand dat bij de software wordt geleverd. Het lampje voor de ingebouwde camera brandt bij gebruik van de ingebouwde camera.
De VAIO-computer gebruiken > Het optisch station gebruiken Het optisch station gebruiken De computer is uitgerust met een optisch station. Mogelijk zijn niet alle voorzieningen en opties uit dit gedeelte beschikbaar op uw computer. Zie de specificaties voor informatie over de configuratie van uw computer. Een schijf plaatsen 1 Zet de computer aan. 2 Druk op de uitwerpknop (1) om het station te openen. De lade schuift uit het station.
De VAIO-computer gebruiken > Het optisch station gebruiken 3 n 45 N Plaats een schijf met het label naar boven in het midden van de lade van het station en druk de schijf voorzichtig omlaag totdat deze vastklikt. ! Oefen geen druk uit op de lade van het station. Houd de onderkant van de lade van het station vast bij het plaatsen van een schijf in de lade of het verwijderen van een schijf uit de lade. 4 Sluit de lade van het station door die voorzichtig in het station te duwen.
De VAIO-computer gebruiken > Het optisch station gebruiken n 46 N Ondersteunde schijven Met de computer kunt u CD's, DVD's en Blu-ray Discs afspelen en opnemen, afhankelijk van het model dat u hebt gekocht. Raadpleeg de onderstaande referentietabel voor de media die door de verschillende optische schijfstations worden ondersteund.
De VAIO-computer gebruiken > Het optisch station gebruiken n 47 N ! Deze eenheid is ontworpen om schijven af te spelen die voldoen aan de CD-standaardspecificaties (Compact Disc). DualDiscs en bepaalde muziekschijven die zijn gecodeerd met auteursrechtbeschermingstechnologieën voldoen niet aan de CD-standaard. Daarom zijn deze schijven mogelijk niet compatibel met deze eenheid.
De VAIO-computer gebruiken > Het optisch station gebruiken n 48 N Opmerkingen over het gebruik van het optisch station Opmerkingen over het schrijven van gegevens op een schijf ❑ Gebruik alleen ronde schijven. Gebruik geen schijven met een andere vorm (ster, hart, kaart, enz.) omdat deze het optische station kunnen beschadigen. ❑ De computer mag niet worden blootgesteld aan schokken wanneer een schijf wordt beschreven door het optische station.
De VAIO-computer gebruiken > Het optisch station gebruiken n 49 N Opmerkingen over regiocodes Op de schijf of de verpakking staat een regiocode vermeld om aan te geven in welke regio en op welk type speler u de schijf kunt afspelen. Als de regiocode "alle" aangeeft, kunt u deze schijf in de meeste regio's afspelen. Als u in een andere regio woont dan de regio die met de regiocode op het etiket wordt aangeduid, kunt u de schijf niet afspelen op uw computer.
De VAIO-computer gebruiken > Het optisch station gebruiken n 50 N Als u voor het eerst een DVD-video op deze computer wilt afspelen, volgt u de hierna beschreven stappen voordat u de schijf plaatst: 1 Klik op Start en Computer. 2 Klik met de rechtermuisknop op het pictogram voor het optische station en selecteer Eigenschappen. 3 Klik op het tabblad Hardware. 4 Selecteer uw optische station in de lijst Alle schijfstations en klik op Eigenschappen. 5 Klik op het tabblad DVD-regio.
De VAIO-computer gebruiken > Het optisch station gebruiken n 51 N Schijven afspelen Een schijf afspelen 1 Plaats een schijf in het optische station. ! Sluit de netadapter op de computer aan en sluit alle actieve softwaretoepassingen voordat u een schijf afspeelt. 2 Als er niets op het bureaublad verschijnt, klikt u op Start, Alle programma's en de gewenste software om de schijf af te spelen.
De VAIO-computer gebruiken > De Memory Stick gebruiken n 52 N De Memory Stick gebruiken Een Memory Stick is een compact, draagbaar en veelzijdig IC-opnamemedium dat speciaal is ontworpen voor het uitwisselen en delen van digitale gegevens met compatibele producten, zoals digitale camera's en mobiele telefoons. Doordat een Memory Stick uitneembaar is, kan deze worden gebruikt voor externe gegevensopslag.
De VAIO-computer gebruiken > De Memory Stick gebruiken Een Memory Stick plaatsen en verwijderen Een Memory Stick plaatsen 1 Zoek de Memory Stick Duo-sleuf. 2 Houd de Memory Stick met de pijl in de richting van de sleuf. 3 Schuif de Memory Stick voorzichtig in de sleuf tot deze vastklikt. Forceer de media nooit in de sleuf.
De VAIO-computer gebruiken > De Memory Stick gebruiken n 54 N Als de Memory Stick niet gemakkelijk in de sleuf kan worden geplaatst, verwijdert u de module voorzichtig en controleert u of de module in de juiste richting is geplaatst. Wanneer u de Memory Stick voor het eerst in de sleuf steekt, wordt u mogelijk gevraagd om de stuurprogrammasoftware te installeren. Volg in dit geval de instructies op het scherm op om de software te installeren.
De VAIO-computer gebruiken > De Memory Stick gebruiken n 55 N Een Memory Stick verwijderen ! Verwijder de Memory Stick niet zolang het lampje voor de Memory Stick Duo brandt. Als u dit doet, kunnen gegevens verloren gaan. Het duurt even voordat grote volumes gegevens worden geladen. Controleer dus of het lampje uit is voordat u de Memory Stick verwijdert. 1 Zoek de Memory Stick Duo-sleuf. 2 Controleer of het lampje voor de Memory Stick Duo uit is.
De VAIO-computer gebruiken > De Memory Stick gebruiken n 56 N Een Memory Stick formatteren Een Memory Stick formatteren Memory Sticks worden geformatteerd met de standaardinstelling en zijn klaar voor gebruik. Als u de media opnieuw wilt formatteren op uw computer, voert u de volgende stappen uit. ! Gebruik voor het formatteren van een Memory Stick altijd een apparaat dat de Memory Stick ondersteunt en is ontworpen voor het formatteren van de Memory Stick.
De VAIO-computer gebruiken > De Memory Stick gebruiken 6 Klik op Start. 7 Volg de instructies op het scherm. ! De tijd die nodig is om de Memory Stick te formatteren, is afhankelijk van het type van de media.
De VAIO-computer gebruiken > De Memory Stick gebruiken n 58 N Opmerkingen over het gebruik van Memory Sticks ❑ Uw computer is getest en compatibel bevonden met Memory Sticks van Sony met een capaciteit van maximaal 32 GB die vanaf januari 2011 beschikbaar zijn. Compatibiliteit is echter niet gegarandeerd voor alle Memory Sticks. ❑ Als u de Memory Stick in de sleuf steekt, moet u erop letten dat de pijl in de juiste richting wijst.
De VAIO-computer gebruiken > Andere modules/geheugenkaarten gebruiken n 59 N Andere modules/geheugenkaarten gebruiken De SD-geheugenkaart gebruiken Uw computer is uitgerust met een SD-geheugenkaartsleuf. U kunt deze sleuf gebruiken voor de overdracht van gegevens tussen digitale camera's, camcorders, muziekspelers en andere audio- en videoapparaten.
De VAIO-computer gebruiken > Andere modules/geheugenkaarten gebruiken n 60 N Een SD-geheugenkaart plaatsen 1 Zoek de SD-geheugenkaartsleuf. 2 Houd de SD-geheugenkaart met de pijl in de richting van de sleuf. 3 Schuif de SD-geheugenkaart voorzichtig in de sleuf tot deze vastklikt. Forceer de kaart nooit in de sleuf. Wanneer u de SD-geheugenkaart voor het eerst in de sleuf steekt, wordt u mogelijk gevraagd om de stuurprogrammasoftware te installeren.
De VAIO-computer gebruiken > Andere modules/geheugenkaarten gebruiken Een SD-geheugenkaart verwijderen 1 Zoek de SD-geheugenkaartsleuf. 2 Controleer of het lampje van de SD-geheugenkaart uit is. 3 Duw de SD-geheugenkaart in de sleuf en laat vervolgens los. De SD-geheugenkaart wordt uitgeworpen. 4 Trek de SD-geheugenkaart uit de sleuf.
De VAIO-computer gebruiken > Andere modules/geheugenkaarten gebruiken n 62 N Opmerkingen over het gebruik van geheugenkaarten Algemene opmerkingen over het gebruik van geheugenkaarten ❑ Gebruik alleen geheugenkaarten die voldoen aan de standaarden die door uw computer worden ondersteund. ❑ Als u de geheugenkaart in de sleuf steekt, moet u erop letten dat de pijl in de juiste richting wijst. Forceer de geheugenkaart nooit in de sleuf om beschadiging van de computer of media te vermijden.
De VAIO-computer gebruiken > Het internet gebruiken n 63 N Het internet gebruiken Voordat u het internet kunt gebruiken, moet u een abonnement nemen bij een internetprovider en de apparatuur configureren die u nodig hebt om uw computer met het internet te verbinden.
De VAIO-computer gebruiken > Het netwerk (LAN) gebruiken n 64 N Het netwerk (LAN) gebruiken U kunt de computer aansluiten op netwerken van het type 1000BASE-T/100BASE-TX/10BASE-T via een LAN-kabel. Sluit het ene uiteinde van een LAN-kabel (niet meegeleverd) aan op de LAN-poort van de computer en het andere uiteinde op het netwerk. Raadpleeg de netwerkbeheerder voor de gedetailleerde instellingen en de apparaten die nodig zijn voor LAN-toegang.
De VAIO-computer gebruiken > Het draadloze LAN gebruiken n 65 N Het draadloze LAN gebruiken Via WLAN (Draadloze LAN) kan uw computer verbinding maken met een netwerk via een draadloze verbinding. Draadloze LAN maakt gebruik van de volgende standaard IEEE 802.11a/b/g/n, die de specificaties voor het gebruikte technologietype bevat. Zie de specificaties voor informatie over de configuratie van uw computer. Standaard voor draadloze LAN Frequentieband Opmerkingen IEEE 802.
De VAIO-computer gebruiken > Het draadloze LAN gebruiken n 66 N Opmerkingen over het gebruik van de draadloze LAN-functie Algemene opmerkingen over het gebruik van de draadloze LAN-functie ❑ In sommige landen of regio's is lokale regelgeving van toepassing op het gebruik van draadloze LAN-producten (bijvoorbeeld een beperkt aantal kanalen). ❑ De standaarden IEEE 802.11a en IEEE 802.11n zijn niet beschikbaar in ad hoc-netwerken.
De VAIO-computer gebruiken > Het draadloze LAN gebruiken n 67 N Opmerking over gegevensversleuteling De draadloze LAN-standaard omvat de volgende coderingssystemen: Wired Equivalent Privacy (WEP), een beveiligingsprotocol, Wi-Fi Protected Access 2 (WPA2) en Wi-Fi Protected Access (WPA). WPA2 en WPA zijn ontstaan uit een gezamenlijk voorstel van de IEEE en de Wi-Fi Alliance.
De VAIO-computer gebruiken > Het draadloze LAN gebruiken n 68 N Draadloze LAN-communicatie starten U moet eerst de draadloze LAN-communicatie tussen uw computer en een toegangspunt (niet meegeleverd) tot stand brengen. Zie Windows Help en ondersteuning voor meer informatie. Voor hulp bij het instellen van een draadloos netwerk, klikt u op Start, Alle programma's en VAIO Easy Connect, vervolgens volgt u de instructies op het scherm van de Gemakkelijke installatie internetverbinding.
De VAIO-computer gebruiken > Het draadloze LAN gebruiken n 69 N Draadloze LAN-communicatie stoppen Draadloze LAN-communicatie stoppen Klik op de schakelaar naast Draadloos LAN (Wireless LAN) om deze op Off te zetten in het venster VAIO Smart Network. ! Als u de draadloze LAN-functie uitschakelt terwijl externe documenten, bestanden of bronnen worden gebruikt, kan gegevensverlies optreden.
De VAIO-computer gebruiken > De BLUETOOTH-functie gebruiken n 70 N De BLUETOOTH-functie gebruiken U kunt draadloze communicatie tot stand brengen tussen uw computer en andere BLUETOOTH®-apparaten, zoals andere computers of mobiele telefoons. U kunt zonder kabels informatie tussen deze apparaten uitwisselen tot op een afstand van 10 meter in een open ruimte.
De VAIO-computer gebruiken > De BLUETOOTH-functie gebruiken n 71 N Communiceren met een ander BLUETOOTH-apparaat U kunt een draadloze verbinding tot stand brengen tussen de computer en een BLUETOOTH-apparaat, bijvoorbeeld een andere computer, een mobiele telefoon, PDA, hoofdtelefoon, muis of digitale camera.
De VAIO-computer gebruiken > De BLUETOOTH-functie gebruiken n 72 N Communiceren met een ander BLUETOOTH-apparaat Voor de communicatie met een ander BLUETOOTH-apparaat moet u eerst de BLUETOOTH-functie instellen. Zie Windows Help en ondersteuning voor meer informatie over het instellen en gebruiken van de BLUETOOTH-functie. 1 Schakel de schakelaar WIRELESS in.
De VAIO-computer gebruiken > De BLUETOOTH-functie gebruiken BLUETOOTH-communicatie stoppen BLUETOOTH-communicatie stoppen 1 Schakel het BLUETOOTH-apparaat uit dat met uw computer communiceert. 2 Klik op de schakelaar naast BLUETOOTH om deze op Off te zetten in het venster VAIO Smart Network.
De VAIO-computer gebruiken > De BLUETOOTH-functie gebruiken n 74 N Opmerkingen over het gebruik van de BLUETOOTH-functie ❑ De gegevensoverdrachtsnelheid varieert, afhankelijk van de volgende omstandigheden: ❑ Obstakels, zoals muren, die zich tussen apparaten bevinden ❑ De afstand tussen de apparaten ❑ Het in de muren gebruikte materiaal ❑ De nabijheid van magnetrons en draadloze telefoons ❑ Radiofrequentie-interferentie en andere omgevingsfactoren ❑ De configuratie van de apparaten ❑ Het type softwaretoep
De VAIO-computer gebruiken > De BLUETOOTH-functie gebruiken n 75 N ❑ Het is mogelijk dat de BLUETOOTH-functie niet met andere apparaten werkt, afhankelijk van de fabrikant of de softwareversie die door de fabrikant wordt gebruikt. ❑ Als u meerdere BLUETOOTH-apparaten op de computer aansluit, kan dat leiden tot kanaalcongestie, waardoor de prestaties van de apparaten verminderen. Dit is normaal bij het gebruik van BLUETOOTH-technologie en wijst niet op een defect.
Randapparaten gebruiken > n 76 N Randapparaten gebruiken U kunt de functies van de VAIO-computer uitbreiden met behulp van de verschillende poorten op de computer. ❑ Externe luidsprekers of een hoofdtelefoon aansluiten (pagina 77) ❑ Een externe monitor aansluiten (pagina 78) ❑ Weergavemodi selecteren (pagina 85) ❑ De meerdere-monitorsfunctie gebruiken (pagina 86) ❑ Een externe microfoon aansluiten (pagina 88) ❑ Een USB-apparaat aansluiten (pagina 89) ❑ Een i.
Randapparaten gebruiken > Externe luidsprekers of een hoofdtelefoon aansluiten n 77 N Externe luidsprekers of een hoofdtelefoon aansluiten U kunt externe geluidsuitvoerapparaten (niet meegeleverd) op uw computer aansluiten, zoals luidsprekers of een hoofdtelefoon.
Randapparaten gebruiken > Een externe monitor aansluiten Een externe monitor aansluiten Mogelijk zijn niet alle voorzieningen en opties uit dit gedeelte beschikbaar op uw computer. Een monitor of een projector aansluiten U kunt een extern scherm, zoals een monitor of een projector, op de computer aansluiten. Een monitor of een projector aansluiten 1 Steek het netsnoer (1) van het externe beeldscherm of de projector in een stopcontact.
Randapparaten gebruiken > Een externe monitor aansluiten n 79 N Sluit indien gewenst de hoofdtelefoonconnector op de projector en de hoofdtelefoon/OPTICAL OUT-connector (4) i op de computer aan met een luidsprekerkabel (5).
Randapparaten gebruiken > Een externe monitor aansluiten n 80 N Een tv met een HDMI-ingangspoort aansluiten U kunt een tv met een HDMI-ingangspoort aansluiten op de computer. Een tv aansluiten op uw computer ! Als u het geluid wilt beluisteren van het apparaat dat is aangesloten op de HDMI-uitgangspoort, moet u een ander geluidsuitvoerapparaat selecteren. Zie Hoe selecteer ik een ander geluidsuitvoerapparaat? (pagina 165) voor gedetailleerde instructies.
Randapparaten gebruiken > Een externe monitor aansluiten Raadpleeg de handleiding bij het tv-toestel voor meer informatie over het gebruik en de installatie. De HDMI-kabel verzendt zowel video- als audiosignalen.
Randapparaten gebruiken > Een externe monitor aansluiten n 82 N Blu-ray 3D Disc-media afspelen Mogelijk zijn niet alle voorzieningen en opties items beschikbaar op uw computer. Zie de specificaties voor informatie over de configuratie van uw computer. Bij modellen met het Blu-ray Disc-station kunt u Blu-ray 3D Disc-media afspelen en 3D-afbeeldingen weergeven op een beeldscherm dat geschikt is voor 3D, zoals een 3D-tv. U doet dit door het beeldscherm met een HDMI-kabel op de computer aan te sluiten.
Randapparaten gebruiken > Een externe monitor aansluiten n 83 N Blu-ray 3D Disc-media afspelen 1 Volg de stappen in Een tv aansluiten op uw computer (pagina 80) voor het met een HDMI-kabel aansluiten van de 3D-tv op de computer en voor het instellen van de tv. 2 Druk op de toetsen Fn+F7 om de beelduitvoer naar een extern beeldscherm over te schakelen. 3 Klik op Start, Alle programma's, Corel en Corel WinDVD BD. 4 Plaats Blu-ray 3D Disc-media in het optische schijfstation.
Randapparaten gebruiken > Een externe monitor aansluiten n 84 N Een digitaal geluidsuitvoerapparaat van hoge kwaliteit tussen uw computer en een tv aansluiten U kunt een "home theater"-ontvanger van hoge kwaliteit of een ander "surround sound"-decodeerapparaat tussen uw computer en tv aansluiten via een HDMI-verbinding.
Randapparaten gebruiken > Weergavemodi selecteren n 85 N Weergavemodi selecteren Wanneer er een externe monitor is aangesloten, kunt u het computerscherm of de aangesloten monitor als primair scherm selecteren. Het kan zijn dat gelijktijdige weergave van dezelfde inhoud op uw computerscherm en op de externe monitor of projector niet mogelijk is, afhankelijk van het type externe monitor of projector. Schakel het externe scherm in voordat u de computer inschakelt.
Randapparaten gebruiken > De meerdere-monitorsfunctie gebruiken n 86 N De meerdere-monitorsfunctie gebruiken Dankzij de meerdere-monitorsfunctie kunt u specifieke delen van het bureaublad weergeven op verschillende monitoren. Als u bijvoorbeeld een extern beeldscherm op de computer hebt aangesloten, kunnen uw computerscherm en het externe beeldscherm als één bureaubladmonitor fungeren. U kunt de cursor van het ene naar het andere scherm verplaatsen.
Randapparaten gebruiken > De meerdere-monitorsfunctie gebruiken n 87 N De meerdere-monitorsfunctie gebruiken Het is mogelijk dat het externe beeldscherm de meerdere-monitorsfunctie niet ondersteunt. Het is mogelijk dat bepaalde software niet compatibel is met de instellingen van de meerdere-monitorsfunctie.
Randapparaten gebruiken > Een externe microfoon aansluiten Een externe microfoon aansluiten U kunt een externe microfoon (niet meegeleverd) aansluiten op de computer. Een externe microfoon aansluiten Steek de microfoonkabel (1) in de microfoonconnector (2) m. Sluit alleen microfoons aan die zijn ontworpen voor gebruik met een computer.
Randapparaten gebruiken > Een USB-apparaat aansluiten n 89 N Een USB-apparaat aansluiten U kunt op uw computer een USB-apparaat (Universal Serial Bus) aansluiten, zoals een muis, diskettestation, luidspreker of printer. Een USB-apparaat aansluiten 1 Kies de USB-poort (1) die u wilt gebruiken. 2 Steek de USB-apparaatkabel (2) in de USB-poort.
Randapparaten gebruiken > Een USB-apparaat aansluiten n 90 N Opmerkingen bij het aansluiten van een USB-apparaat ❑ U moet mogelijk de stuurprogrammasoftware installeren die bij uw USB-apparaat is geleverd voordat u het apparaat kunt gebruiken. Raadpleeg de handleiding bij het USB-apparaat voor meer informatie. ❑ Als u documenten wilt afdrukken, moet u een USB-printer gebruiken die compatibel is met uw versie van Windows.
Randapparaten gebruiken > Een i.LINK-apparaat aansluiten n 91 N Een i.LINK-apparaat aansluiten Uw computer is voorzien van een i.LINK-poort, waarmee u een i.LINK-apparaat, bijvoorbeeld een digitale camcorder, kunt aansluiten. i.LINK is een handelsmerk van Sony Corporation, dat enkel aanduidt dat het product een IEEE 1394-aansluiting bevat. De procedure voor het tot stand brengen van een i.LINK-verbinding kan variëren, afhankelijk van de toepassing, het besturingssysteem en het i.
Randapparaten gebruiken > Een i.LINK-apparaat aansluiten n 92 N Een digitale camcorder aansluiten Een digitale camcorder aansluiten Steek het ene uiteinde van een i.LINK-kabel (1) (niet meegeleverd) in de i.LINK-poort (2) van de computer en het andere uiteinde in de DV In-/Out-poort (3) van de digitale camcorder. De aansluitingsprocedure varieert afhankelijk van het compatibele i.LINK-apparaat. Raadpleeg de handleiding bij het apparaat voor meer informatie.
Uw VAIO-computer aanpassen > n 93 N Uw VAIO-computer aanpassen In dit deel wordt kort beschreven hoe u de standaardinstellingen van uw VAIO-computer kunt aanpassen. U leert onder andere hoe u uw Sony-software en -hulpprogramma's kunt gebruiken en het uiterlijk ervan kunt aanpassen.
Uw VAIO-computer aanpassen > Het wachtwoord instellen n 94 N Het wachtwoord instellen Stel een wachtwoord in om uw computer te beveiligen tegen onbevoegd gebruik. De gebruiker moet dat wachtwoord invoeren als de computer wordt ingeschakeld en als de computer teruggaat naar de normale stand uit de slaapstand of de sluimerstand. ! Zorg dat u het wachtwoord niet vergeet. Noteer het wachtwoord en bewaar het op een veilige plaats.
Uw VAIO-computer aanpassen > Het wachtwoord instellen n 95 N Het opstartwachtwoord instellen Het opstartwachtwoord (wachtwoord voor de computer) toevoegen 1 Zet de computer aan en druk meerdere malen op de F2-toets totdat het VAIO-logo niet meer wordt weergegeven. Het scherm BIOS Setup verschijnt. Als het scherm niet wordt weergegeven, start u de computer opnieuw en probeert u het nog eens. 2 Druk op de knop < of , om Security te selecteren.
Uw VAIO-computer aanpassen > Het wachtwoord instellen n 96 N Het opstartwachtwoord (gebruikerswachtwoord) toevoegen ! U kunt het gebruikerswachtwoord pas instellen nadat u het wachtwoord voor de computer hebt ingesteld. 1 Zet de computer aan en druk meerdere malen op de F2-toets totdat het VAIO-logo niet meer wordt weergegeven. Het scherm BIOS Setup verschijnt. Als het scherm niet wordt weergegeven, start u de computer opnieuw en probeert u het nog eens.
Uw VAIO-computer aanpassen > Het wachtwoord instellen n 97 N Het opstartwachtwoord wijzigen of verwijderen (gebruikerswachtwoord) 1 Zet de computer aan en druk meerdere malen op de F2-toets totdat het VAIO-logo niet meer wordt weergegeven. Het scherm BIOS Setup verschijnt. Als het scherm niet wordt weergegeven, start u de computer opnieuw en probeert u het nog eens. 2 Voer het gebruikerswachtwoord in en druk op Enter. 3 Druk op de knop < of , om Security te selecteren.
Uw VAIO-computer aanpassen > Het wachtwoord instellen n 98 N Het Windows-wachtwoord instellen Het Windows-wachtwoord toevoegen 1 Klik op Start en Configuratiescherm. 2 Klik op het pictogram Gebruikersaccounts en Ouderlijk toezicht of Gebruikersaccounts. 3 Klik op Gebruikersaccounts. 4 Klik op Een wachtwoord voor uw account instellen onder Uw gebruikersaccount wijzigen. 5 Voer in de velden Nieuw wachtwoord en Bevestig het nieuwe wachtwoord het wachtwoord voor uw account in.
Uw VAIO-computer aanpassen > Het wachtwoord instellen Het Windows-wachtwoord verwijderen 1 Klik op Start en Configuratiescherm. 2 Klik op het pictogram Gebruikersaccounts en Ouderlijk toezicht of Gebruikersaccounts. 3 Klik op Gebruikersaccounts. 4 Klik op Uw wachtwoord verwijderen. 5 Voer in het veld Huidig wachtwoord het huidige wachtwoord in dat u wilt verwijderen. 6 Klik op Wachtwoord verwijderen.
Uw VAIO-computer aanpassen > VAIO Control Center gebruiken n 100 N VAIO Control Center gebruiken Met het hulpprogramma VAIO Control Center kunt u systeeminformatie bekijken en voorkeuren voor de werking van het systeem instellen. VAIO Control Center gebruiken 1 Klik op Start, Alle programma's en VAIO Control Center. 2 Selecteer het gewenste besturingselement en wijzig de instellingen. 3 Als u klaar bent, klikt u op OK. De instelling van het gewenste item is gewijzigd.
Uw VAIO-computer aanpassen > VAIO Control Center gebruiken n 101 N S-FORCE Front Surround 3D gebruiken S-FORCE Front Surround 3D is een virtuele surround-technologie die u via de ingebouwde luidsprekers laat genieten van een krachtige en realistische "surround sound". Het effect is het best merkbaar bij het bekijken van films. S-FORCE Front Surround 3D activeren 1 Klik op Start, Alle programma's en VAIO Control Center. 2 Klik op Geluid en Instellingen geluidseffect (Sound Effect Settings).
Uw VAIO-computer aanpassen > VAIO Energiebeheer gebruiken n 102 N VAIO Energiebeheer gebruiken Met de functies voor energiebeheer kunt u energiebeheerschema's instellen voor werking op netstroom of batterijvoeding, geheel aangepast aan uw eisen op het gebied van energieverbruik. VAIO Energiebeheer (VAIO Power Management) wordt toegevoegd aan Energiebeheer van Windows.
Uw VAIO-computer aanpassen > De weergavetaal wijzigen n 103 N De weergavetaal wijzigen Bij modellen met Windows 7 Ultimate of Windows 7 Enterprise kunt u het gewenste taalpakket downloaden en installeren. Zie de specificaties voor informatie over de configuratie van uw computer. ! U moet verbinding hebben met het internet om een taalpakket te kunnen downloaden. Zie Het internet gebruiken (pagina 63) voor informatie over hoe u de computer kunt verbinden met het internet.
Uw VAIO-computer uitbreiden > n 104 N Uw VAIO-computer uitbreiden Uw VAIO-computer en de geheugenmodules bevatten precisieonderdelen en werken op basis van een elektronischeconnectortechnologie. Om te vermijden dat de garantie vervalt tijdens de garantieperiode voor het product, volgt u de onderstaande aanbevelingen: ❑ Neem contact op met de dealer als u een nieuwe geheugenmodule wilt installeren. ❑ Installeer geheugenmodules nooit zelf, tenzij u hiermee vertrouwd bent.
Uw VAIO-computer uitbreiden > Geheugen toevoegen en verwijderen n 105 N Geheugen toevoegen en verwijderen Als u de functies van uw computer wilt uitbreiden, kunt u de hoeveelheid geheugen uitbreiden door optionele geheugenmodules te installeren. Voordat u een upgrade uitvoert voor het geheugen van uw computer, leest u de opmerkingen en procedures op de volgende pagina's.
Uw VAIO-computer uitbreiden > Geheugen toevoegen en verwijderen n 106 N ❑ Open de verpakking van de geheugenmodule pas op het moment dat u klaar bent om de module te installeren. De verpakking beschermt de module tegen ESD. ❑ Gebruik het speciale zakje dat wordt geleverd met de geheugenmodule of wikkel de module in aluminiumfolie om deze te beschermen tegen ESD.
Uw VAIO-computer uitbreiden > Geheugen toevoegen en verwijderen Een geheugenmodule verwijderen en installeren Een geheugenmodule verwisselen of toevoegen 1 Sluit de computer af en koppel alle randapparaten los. 2 Haal de stekker uit het stopcontact en verwijder de batterij. 3 Wacht ongeveer een uur tot de computer is afgekoeld. 4 Draai de schroef aan de onderkant van de computer los (zie de pijl hieronder) en verwijder het kapje van het geheugenmodulecompartiment.
Uw VAIO-computer uitbreiden > Geheugen toevoegen en verwijderen 6 Verwijder de aanwezige geheugenmodule als volgt: ❑ Trek de palletjes in de richting van de pijlen (1). De geheugenmodule komt nu los. ❑ Zorg dat de geheugenmodule omhoog kantelt en trek deze in de richting van de pijl naar buiten (2). 7 Haal de nieuwe geheugenmodule uit de verpakking.
Uw VAIO-computer uitbreiden > Geheugen toevoegen en verwijderen 8 n 109 N Schuif de geheugenmodule in de geheugenmodulesleuf en druk die naar binnen totdat die vastklikt. ! Raak geen andere onderdelen van het moederbord aan dan de geheugenmodule. Als u slechts één geheugenmodule wilt installeren, moet u de onderste sleuf gebruiken. Zorg dat u de connectorrand van de geheugenmodule in de sleuf plaatst zodat de inkeping in de module in het kleine uitsteeksel in de open sleuf past.
Uw VAIO-computer uitbreiden > Geheugen toevoegen en verwijderen n 110 N De geheugencapaciteit controleren De geheugencapaciteit controleren 1 Zet de computer aan. 2 Klik op Start, Alle programma's en VAIO Control Center. 3 Klik op Systeeminformatie (System Information) en Systeeminformatie (System Information). U kunt de geheugencapaciteit van het systeem bekijken in het rechterdeelvenster.
Voorzorgsmaatregelen > n 111 N Voorzorgsmaatregelen In dit deel worden de veiligheidsrichtlijnen en voorzorgsmaatregelen beschreven om beschadiging van de VAIO-computer te voorkomen. Mogelijk zijn niet alle voorzieningen en opties uit dit gedeelte beschikbaar op uw computer.
Voorzorgsmaatregelen > Informatie over de veiligheid n 112 N Informatie over de veiligheid Computer ❑ Gebruik de computer op een stevig, stabiel oppervlak. ❑ Het is raadzaam de computer niet direct op uw schoot te plaatsen. De temperatuur van de basis van de eenheid kan tijdens normaal gebruik oplopen en na verloop van tijd enig ongemak of zelfs brandwonden veroorzaken. ❑ Gebruik alleen de aanbevolen randapparaten en interfacekabels.
Voorzorgsmaatregelen > Informatie over de veiligheid n 113 N Batterij ❑ Stel de batterij nooit bloot aan een temperatuur van meer dan 60°C (bijvoorbeeld in direct zonlicht of in een auto die geparkeerd staat in de zon). ❑ Voor uw veiligheid wordt u ten zeerste aanbevolen de originele oplaadbare batterijen en netadapters van Sony te gebruiken die voldoen aan de kwaliteitsnormen en die Sony voor uw VAIO-computer levert. Sommige VAIO-computers werken mogelijk alleen met een originele Sony-batterij.
Voorzorgsmaatregelen > Informatie over reinigen en onderhoud n 114 N Informatie over reinigen en onderhoud Computer ❑ Reinig de behuizing met een zachte, droge of licht bevochtigde doek met een milde oplossing van een schoonmaakmiddel. Gebruik nooit schuursponsjes, schuurmiddelen of oplosmiddelen zoals alcohol en benzeen, omdat deze de afwerkingslaag van de computer kunnen beschadigen. ❑ Zorg ervoor dat u altijd de netadapter en de batterij loskoppelt voordat u de computer schoonmaakt.
Voorzorgsmaatregelen > Met de computer omgaan n 115 N Met de computer omgaan ❑ Als er een voorwerp of vloeistof in de computer terechtkomt, sluit u de computer onmiddellijk af, verwijdert u de stekker uit het stopcontact en verwijdert u de batterij. Het is aan te raden de computer door een gekwalificeerde reparateur te laten nakijken voordat u de computer weer gebruikt. ❑ Laat de computer niet vallen en plaats geen voorwerpen op de computer.
Voorzorgsmaatregelen > Met de computer omgaan n 116 N ❑ Maak regelmatig een reservekopie van uw gegevens om te voorkomen dat er gegevens verloren gaan in geval de computer beschadigd raakt. ❑ Oefen geen druk uit op het LCD-scherm of de randen van het scherm wanneer u het LCD-scherm openklapt of de computer optilt. Mogelijk is het LCD-scherm gevoelig voor druk of scheeftrekken en kan het uitoefenen van druk het scherm beschadigen of de werking ervan verminderen.
Voorzorgsmaatregelen > Met het LCD-scherm omgaan n 117 N Met het LCD-scherm omgaan ❑ Stel het LCD-scherm niet bloot aan direct zonlicht. Hierdoor kan het LCD-scherm beschadigd raken. Zorg dat u direct zonlicht tegenhoudt als u de computer gebruikt in de nabijheid van een venster. ❑ Kras niet over het oppervlak van het LCD-scherm en oefen er geen druk op uit. Dit kan schade veroorzaken. ❑ Als u de computer gebruikt bij een lage omgevingstemperatuur, kan het beeld op het LCD-scherm wat blijven hangen.
Voorzorgsmaatregelen > De stroomvoorziening gebruiken n 118 N De stroomvoorziening gebruiken ❑ Sluit op het stopcontact waarop de computer is aangesloten geen andere toestellen aan die stroom verbruiken (bijvoorbeeld een kopieerapparaat of papierversnipperaar). ❑ U kunt een contactdoos met een stroomstootbeveiliging kopen. Dit apparaat helpt te voorkomen dat de computer beschadigd raakt door stroomstoten, die zich bijvoorbeeld kunnen voordoen tijdens onweer met bliksem.
Voorzorgsmaatregelen > Met de ingebouwde camera omgaan n 119 N Met de ingebouwde camera omgaan ❑ Zorg dat u de ingebouwde camera niet beschadigt of bevuilt aangezien dit de kwaliteit van de beelden kan beïnvloeden. ❑ Laat geen direct zonlicht in de lens van de ingebouwde camera vallen, ongeacht de energiemodus van de computer. Dit kan zorgen dat de camera niet goed werkt.
Voorzorgsmaatregelen > Met schijven omgaan n 120 N Met schijven omgaan ❑ Vingerafdrukken en stof op het oppervlak van een schijf kunnen tot leesfouten leiden. Houd een schijf vast bij de rand en het gat in het midden, zoals hieronder wordt weergegeven: ❑ Plak nooit een label op de schijf. De schijf wordt dan mogelijk definitief onbruikbaar.
Voorzorgsmaatregelen > De batterij gebruiken n 121 N De batterij gebruiken ❑ De batterij raakt sneller leeg bij lage temperaturen. Dit komt doordat het rendement van de batterij afneemt bij lage temperaturen. ❑ Laad de batterijen op bij een temperatuur tussen 10°C en 30°C. Bij lagere temperaturen duurt het opladen langer. ❑ Laad de batterij niet anders op dan zoals in deze gebruikershandleiding is beschreven of zoals schriftelijk door Sony is voorgeschreven.
Voorzorgsmaatregelen > Memory Sticks hanteren n 122 N Memory Sticks hanteren ❑ Raak de connector van een Memory Stick niet aan met uw vingers of een metalen voorwerp. ❑ Gebruik alleen het label dat wordt geleverd bij de Memory Stick. ❑ Buig een Memory Stick niet, laat hem niet vallen of stel hem niet bloot aan schokken. ❑ Haal een Memory Stick niet uit elkaar of wijzig deze niet. ❑ Houd de Memory Stick droog.
Voorzorgsmaatregelen > Met het ingebouwde opslagapparaat omgaan n 123 N Met het ingebouwde opslagapparaat omgaan Het ingebouwde opslagapparaat (harde schijf of solid-state schijf) heeft een hoge opslagdichtheid en kan in hoog tempo gegevens lezen of schrijven. Het is echter ook heel kwetsbaar bij onjuist gebruik. Als het ingebouwde opslagapparaat beschadigd is, kunnen de gegevens niet worden hersteld. Ga voorzichtig om met de computer om gegevensverlies te voorkomen.
Problemen oplossen > n 124 N Problemen oplossen In deze sectie wordt beschreven hoe u veelvoorkomende problemen met de VAIO-computer kunt oplossen. Veel problemen zijn eenvoudig op te lossen. Als u met de hier gegeven suggesties uw problemen niet kunt verhelpen, gebruikt u de functie VAIO Care. Zie VAIO Care gebruiken (pagina 33) voor het starten van de software.
Problemen oplossen > n 125 N ❑ Touchpad (pagina 162) ❑ Toetsenbord (pagina 163) ❑ Diskettes (pagina 164) ❑ Audio/video (pagina 165) ❑ Memory Stick (pagina 168) ❑ Randapparatuur (pagina 169)
Problemen oplossen > Computerbewerkingen n 126 N Computerbewerkingen Wat moet ik doen als mijn computer niet opstart? ❑ Controleer of uw computer correct is aangesloten op een stopcontact en is ingeschakeld, en of het stroomlampje brandt. ❑ Zorg dat de batterij correct is geïnstalleerd en is opgeladen. ❑ Koppel alle aangesloten USB-apparaten (indien aanwezig) los en start vervolgens de computer opnieuw op.
Problemen oplossen > Computerbewerkingen n 127 N Wat moet ik doen als het groene stroomlampje brandt, maar er niets op mijn scherm verschijnt? ❑ Druk meerdere keren op de toetsen Alt+F4 om het toepassingsvenster te sluiten. Mogelijk is een toepassingsfout opgetreden. ❑ Als het drukken op de toetsen Alt+F4 niet werkt, klikt u op Start, de pijl naast de knop Afsluiten en op Opnieuw opstarten om de computer opnieuw te starten.
Problemen oplossen > Computerbewerkingen n 128 N Wat moet ik doen als de computer of software niet meer reageert? ❑ Als uw computer niet meer reageert terwijl een softwaretoepassing wordt uitgevoerd, drukt u op de toetsen Alt+F4 om het toepassingsvenster te sluiten. ❑ Als het drukken op de toetsen Alt+F4 niet werkt, klikt u op Start en op Afsluiten om de computer uit te schakelen. ❑ Als de computer niet wordt uitgeschakeld, drukt u op de toetsen Ctrl+Alt+Delete en klikt u op Afsluiten.
Problemen oplossen > Computerbewerkingen n 129 N Waarom wordt mijn computer niet in de slaap- of sluimerstand gezet? Uw computer kan instabiel worden als de werkingsmodus wordt gewijzigd voordat de computer volledig in de slaap- of sluimerstand is gegaan. De normale modus van uw computer herstellen 1 Sluit alle geopende programma's. 2 Klik op Start, de pijl naast de knop Afsluiten en op Opnieuw opstarten.
Problemen oplossen > Computerbewerkingen n 130 N Waarom wordt in het venster Systeemeigenschappen een lagere processorsnelheid weergegeven dan de maximale snelheid? Dit is normaal. Aangezien uw computerprocessor een technologie voor regeling van de processorsnelheid gebruikt om energie te besparen, kan in Systeemeigenschappen de huidige processorsnelheid worden weergegeven in plaats van de maximale snelheid.
Problemen oplossen > Computerbewerkingen n 131 N Hoe kan ik de volgorde wijzigen waarin apparaten worden opgestart? U kunt een van de BIOS-functies gebruiken om deze volgorde te wijzigen. Voer de volgende stappen uit: 1 Zet de computer aan en druk meerdere malen op de F2-toets totdat het VAIO-logo niet meer wordt weergegeven. Het scherm BIOS Setup verschijnt. Als het scherm niet wordt weergegeven, start u de computer opnieuw en probeert u het nog eens. 2 Druk op de toets < of , om Boot te selecteren.
Problemen oplossen > Systeemupdates/-beveiliging n 132 N Systeemupdates/-beveiliging Hoe vind ik belangrijke updates voor mijn computer? U kunt de laatste updates voor uw computer vinden en installeren met de softwaretoepassingen: Windows Update en VAIO Update. Zie Uw computer bijwerken (pagina 31) voor meer informatie. Hoe plan ik de installatie van Windows-updates op mijn computer? Het besturingssysteem Microsoft Windows is vooraf op uw computer geïnstalleerd.
Problemen oplossen > Herstel/herstelmedia n 133 N Herstel/herstelmedia Hoe kan ik herstelmedia maken? U maakt herstelmedia met de functie VAIO Care. Met deze media kunt u het computersysteem terugzetten op de standaard fabrieksinstellingen. Wanneer u deze media wilt maken, start u de functie VAIO Care (pagina 33) en klikt u op Herstel (Recovery & restore), Herstel (Recovery) en Herstelmedia maken (Create Recovery Media).
Problemen oplossen > Herstel/herstelmedia n 134 N Hoe controleer ik het volume van het herstelgebied? Het ingebouwde opslagapparaat bevat het herstelgebied met de gegevens voor het systeemherstel. Als u het volume van het herstelgebied wilt controleren, voert u de volgende stappen uit: 1 Klik op Start, klik met de rechtermuisknop op Computer en selecteer Beheren. 2 Klik in het linkerdeelvenster op Schijfbeheer onder Opslag.
Problemen oplossen > Herstel/herstelmedia n 135 N Hoe verklein ik het volume van het herstelgebied? Het ingebouwde opslagapparaat bevat het herstelgebied met de gegevens voor systeemherstel. Als uw computer over een solid-state schijf beschikt, kunt u het herstelgebied minimaliseren door zulke data te verwijderen.
Problemen oplossen > Partitie n 136 N Partitie Hoe kan ik een partitie op de harde schijf maken? Met deze functie van Windows kunt u een partitie maken zonder dat u het computersysteem hoeft te herstellen. 1 Klik op Start, Configuratiescherm, Systeem en beveiliging en Partities op harde schijf maken en formatteren onder Systeembeheer. 2 Als het venster Gebruikersaccountbeheer, klikt u op Ja.
Problemen oplossen > Batterij n 137 N Batterij Hoe weet ik wat de oplaadstatus van de batterij is? U kunt naar het batterijlampje voor de oplaadstatus van de batterij kijken. Zie De batterij opladen (pagina 23) voor meer informatie. Wanneer werkt de computer op netstroom? Als uw computer op een stopcontact is aangesloten met de netadapter, werkt deze op netstroom, zelfs als de batterij is geplaatst.
Problemen oplossen > Batterij n 138 N Kan mijn computer in de sluimerstand gaan terwijl de batterij wordt gebruikt? Uw computer kan in de sluimerstand gaan terwijl de batterij wordt gebruikt, maar sommige softwareprogramma's en randapparaten kunnen voorkomen dat de sluimerstand wordt geactiveerd. Als u een programma gebruikt dat voorkomt dat de sluimerstand wordt geactiveerd, slaat u uw gegevens regelmatig op om te voorkomen dat u gegevens kwijtraakt.
Problemen oplossen > Ingebouwde camera n 139 N Ingebouwde camera Waarom worden er in de zoeker geen beelden of beelden van slechte kwaliteit weergegeven? ❑ De ingebouwde camera kan niet tegelijk worden gebruikt in meer dan één softwaretoepassing. Sluit de actieve toepassing voordat u een andere toepassing start. Bij modellen met Media Gallery kunt u geen andere cameratoepassing gebruiken die de ingebouwde camera gebruikt als u de gebaarfunctie van Media Gallery gebruikt.
Problemen oplossen > Ingebouwde camera n 140 N Wat moet ik doen als er bij het vastleggen van de beelden frames verloren gaan en onderbrekingen optreden in het geluid? ❑ De effectinstellingen van uw softwaretoepassingen kunnen de oorzaak zijn van de verloren frames. Raadpleeg het Help-bestand dat bij uw softwaretoepassing wordt geleverd voor meer informatie. ❑ Er worden mogelijk meer softwaretoepassingen uitgevoerd dan de computer kan verwerken. Sluit de toepassingen die u op dat moment niet gebruikt.
Problemen oplossen > Netwerken (LAN/draadloos LAN) n 141 N Netwerken (LAN/draadloos LAN) Wat moet ik doen als het pictogram VAIO Smart Network niet wordt weergegeven op de taakbalk? ❑ Klik op de taakbalk en controleer of het pictogram VAIO Smart Network wordt weergegeven. ❑ Als het pictogram VAIO Smart Network zich niet op de taakbalk bevindt, klik dan op Start, Alle programma's en VAIO Smart Network en wijzig vervolgens de instelling om het pictogram weer te geven op de taakbalk.
Problemen oplossen > Netwerken (LAN/draadloos LAN) n 142 N Wat moet ik doen als mijn computer geen verbinding kan maken met een draadloos LAN-toegangspunt? ❑ De prestaties van de verbinding worden beïnvloed door de afstand en door obstakels. Mogelijk moet u uw computer verder weg van obstakels of dichter bij een gebruikt toegangspunt plaatsen. ❑ Controleer of de WIRELESS-schakelaar is ingeschakeld en of het WIRELESS-lampje op uw computer brandt. ❑ Controleer of het toegangspunt is ingeschakeld.
Problemen oplossen > Netwerken (LAN/draadloos LAN) n 143 N Wat moet ik doen als ik geen toegang tot het internet krijg? ❑ Controleer de instellingen voor het toegangspunt. Raadpleeg de handleiding bij uw toegangspunt voor meer informatie. ❑ Controleer of uw computer en het toegangspunt verbinding met elkaar hebben. ❑ Plaats uw computer verder weg van obstakels of dichter bij het toegangspunt dat u gebruikt. ❑ Controleer of uw computer correct is geconfigureerd voor internettoegang.
Problemen oplossen > Netwerken (LAN/draadloos LAN) n 144 N Hoe voorkom ik onderbrekingen in de gegevensoverdracht? ❑ Als uw computer verbinding heeft met een toegangspunt, kan de gegevensoverdracht worden onderbroken bij overdracht van een groot bestand of als de computer in de buurt van een magnetron of draadloze telefoon staat. ❑ Plaats uw computer dichter bij het toegangspunt. ❑ Controleer of de verbinding met het toegangspunt intact is. ❑ Wijzig het kanaal van het toegangspunt.
Problemen oplossen > BLUETOOTH-technologie n 145 N BLUETOOTH-technologie Wat moet ik doen als andere BLUETOOTH-apparaten mijn computer niet kunnen detecteren? ❑ Controleer of de BLUETOOTH-functie op beide apparaten is ingeschakeld. ❑ Controleer of de WIRELESS-schakelaar is ingeschakeld en of het WIRELESS-lampje op uw computer brandt. ❑ U kunt de BLUETOOTH-functie niet gebruiken wanneer de computer in de slaap- of sluimerstand staat.
Problemen oplossen > BLUETOOTH-technologie n 146 N Wat moet ik doen als andere BLUETOOTH-apparaten geen verbinding met mijn computer kunnen maken? ❑ Controleer de suggesties uit Wat moet ik doen als ik het BLUETOOTH-apparaat waarmee ik wil communiceren niet kan vinden? (pagina 145). ❑ Controleer of de andere apparaten zijn geverifieerd.
Problemen oplossen > BLUETOOTH-technologie n 147 N Kan ik een apparaat met BLUETOOTH-technologie in vliegtuigen gebruiken? Met BLUETOOTH-technologie verzendt de computer gegevens op een radiofrequentie van 2,4 GHz. Op gevoelige locaties, zoals in ziekenhuizen en vliegtuigen, kunnen beperkingen gelden voor het gebruik van BLUETOOTH-apparaten om radiostoring te voorkomen. Vraag het personeel of het gebruik van de BLUETOOTH-functie op de computer is toegestaan.
Problemen oplossen > Optische schijven n 148 N Optische schijven Waarom blijft mijn computer hangen als ik probeer een schijf te lezen? De schijf die uw computer probeert te lezen is mogelijk vuil of beschadigd. Voer de volgende stappen uit: 1 Druk op de toetsen Ctrl+Alt+Delete en klik op de pijl naast de knop Afsluiten en op Opnieuw opstarten om de computer opnieuw op te starten. ! Als u de computer uitschakelt met de toetsen Ctrl+Alt+Delete, kunnen er niet-opgeslagen gegevens verloren gaan.
Problemen oplossen > Optische schijven n 149 N Wat moet ik doen als ik niet naar behoren een schijf op mijn computer kan beluisteren? ❑ Controleer of de schijf met het label omhoog in het optische station is geplaatst. ❑ Controleer of de benodigde toepassingen zijn geïnstalleerd aan de hand van de instructies van de fabrikant. ❑ Als een schijf vuil of beschadigd is, reageert uw computer niet meer.
Problemen oplossen > Optische schijven n 150 N 3 Klik op Systeem. 4 Klik in het linkerdeelvenster op Apparaatbeheer. Het venster Apparaatbeheer verschijnt met een lijst van de hardwareapparaten van uw computer. Als er een "X" of een uitroepteken wordt weergegeven op het weergegeven apparaat, moet u mogelijk het apparaat inschakelen of de stuurprogrammasoftware opnieuw installeren. 5 Dubbelklik op het optische station om een lijst te openen van de optische stations van uw computer.
Problemen oplossen > Optische schijven n 151 N Wat moet ik doen als ik geen Blu-ray Discs kan afspelen of de computer instabiel wordt tijdens het afspelen van Blu-ray Discs? ❑ Controleer of het optische station Blu-ray Disc-media ondersteunt. ❑ Als u Blu-ray Discs met beveiliging van het auteursrecht continu wilt afspelen, moet u de AACS-sleutel bijwerken. Als u in een bericht wordt gevraagd de AACS-sleutel bij te werken, doet u dit.
Problemen oplossen > Optische schijven n 152 N Waarom kan ik geen gegevens schrijven naar Blu-ray Discs? ❑ Controleer of het optische station de functie voor het beschrijven van Blu-ray Discs ondersteunt. ❑ BD-R Discs zijn niet opnieuw beschrijfbaar. U kunt geen gegevens toevoegen aan of wissen van BD-R Discs. Wat moet ik doen als mijn externe optische station niet goed werkt? Controleer of het externe optische station is aangesloten op een netspanningsbron en op de USB-poort op de computer.
Problemen oplossen > Beeldscherm n 153 N Beeldscherm Waarom gaat mijn scherm uit? ❑ Uw computerscherm kan uitgaan als de computer geen stroom meer krijgt of als een energiebesparingsstand wordt geactiveerd (slaap- of sluimerstand). Als de computer in de slaapstand LCD (Video) staat, drukt u op een toets om de normale modus van de computer te herstellen. Zie Energiebesparingsstanden gebruiken (pagina 28) voor meer informatie.
Problemen oplossen > Beeldscherm n 154 N Wat moet ik doen als afbeeldingen of video's niet goed worden weergegeven? ❑ Zorg dat de kleurenoptie Ware kleuren (32 bits) is geselecteerd voordat u grafische of videosoftware gebruikt of het afspelen van een DVD start. Als u een andere optie selecteert, kan de desbetreffende software mogelijk niet goed afbeeldingen weergeven.
Problemen oplossen > Beeldscherm n 155 N Wat moet ik doen als er geen beeld wordt weergegeven op mijn televisiescherm of het externe beeldscherm dat is aangesloten op de HDMI-uitgangspoort? Controleer of u een HDCP-compatibel beeldscherm gebruikt. Videofilms met auteursrechtbeveiliging kunnen niet worden afgespeeld op een beeldscherm dat niet HDCP-compatibel is. Zie Een tv met een HDMI-ingangspoort aansluiten (pagina 80) of Een monitor of een projector aansluiten (pagina 78) voor meer informatie.
Problemen oplossen > Beeldscherm n 156 N Waarom geeft mijn scherm geen video weer? ❑ Als de beeldschermuitvoer naar het externe beeldscherm wordt geleid, maar het externe beeldscherm niet is aangesloten, kunt u geen videobeeld op uw computerscherm zien. Stop het afspelen van de video, wijzig de uitvoer naar het computerscherm en speel de video opnieuw af. Zie Weergavemodi selecteren (pagina 85) voor het wijzigen van de schermuitvoer. U kunt ook op Fn+F7 drukken om de uitvoer te wijzigen.
Problemen oplossen > Beeldscherm n 157 N Waarom verandert de helderheid van het LCD-scherm wanneer ik deze wijzig of de computer terugkeert naar de normale stand vanuit de slaapstand? Dit kan zich op modellen met LED-achtergrondverlichting voordoen wanneer de LCD-kleuren worden gekalibreerd. Dit wijst niet op een defect. Wat moet ik doen als er niets op de externe monitor verschijnt? Gebruik de toetsen Fn+F7 om de uitvoer te wijzigen.
Problemen oplossen > Afdrukken n 158 N Afdrukken Wat moet ik doen als ik geen document kan afdrukken? ❑ Controleer of uw printer aan staat en of de printerkabel correct is aangesloten op de poorten van de printer en uw computer. ❑ Controleer of uw printer compatibel is met het Windows-besturingssysteem dat op uw computer is geïnstalleerd. ❑ U moet mogelijk een printerstuurprogramma installeren voordat u uw printer kunt gebruiken. Raadpleeg de handleiding bij uw printer voor meer informatie.
Problemen oplossen > Microfoon n 159 N Microfoon Wat moet ik doen als de microfoon niet werkt? ❑ Als u een externe microfoon gebruikt, controleert u of de microfoon is ingeschakeld en correct is aangesloten op de microfoonaansluiting van uw computer. ❑ Mogelijk is uw geluidsinvoerapparaat verkeerd geconfigureerd. U configureert het geluidsinvoerapparaat door de volgende stappen uit te voeren: 1 Sluit alle geopende programma's. 2 Klik op Start en Configuratiescherm. 3 Klik op Hardware en geluiden.
Problemen oplossen > Luidsprekers n 160 N Luidsprekers Wat moet ik doen als ik geen geluid hoor via de ingebouwde luidsprekers? ❑ Als u een programma gebruikt dat een eigen volumeregeling heeft, controleert u of het volume correct is ingesteld. Raadpleeg de Help van dat programma voor meer informatie. ❑ Mogelijk is het volume uitgeschakeld met de toetsen Fn+F2. Druk nogmaals op de toetsen. ❑ Mogelijk is het volume gedempt met de toetsen Fn+F3.
Problemen oplossen > Luidsprekers n 161 N Wat moet ik doen als de externe luidsprekers niet werken? ❑ Controleer de suggesties uit Wat moet ik doen als ik geen geluid hoor via de ingebouwde luidsprekers? (pagina 160). ❑ Als u een programma gebruikt dat een eigen volumeregeling heeft, controleert u of het volume correct is ingesteld. Raadpleeg de Help van dat programma voor meer informatie. ❑ Controleer of uw luidsprekers correct zijn aangesloten en of het volume hoog genoeg staat om geluid te horen.
Problemen oplossen > Touchpad n 162 N Touchpad Wat moet ik doen als het touchpad niet werkt? ❑ Misschien hebt u het touchpad uitgeschakeld. Druk op Fn+F1 om het in te schakelen. Zie Het touchpad gebruiken (pagina 38). ❑ Controleer of er geen muis is aangesloten op de computer. ❑ Als de aanwijzer niet beweegt terwijl een softwaretoepassing wordt uitgevoerd, drukt u op de toetsen Alt+F4 om het toepassingsvenster te sluiten.
Problemen oplossen > Toetsenbord n 163 N Toetsenbord Wat moet ik doen als de toetsenbordconfiguratie onjuist is? De taalindeling van het toetsenbord van uw computer staat vermeld op de doos. Als u een andere toetsenbordindeling kiest tijdens de installatie van Windows, komt de toetsenconfiguratie niet overeen. Voer de volgende stappen uit om de toetsenbordconfiguratie te wijzigen: 1 Klik op Start en Configuratiescherm.
Problemen oplossen > Diskettes n 164 N Diskettes Waarom verschijnt het pictogram Hardware veilig verwijderen en media uitwerpen niet op de taakbalk wanneer het diskettestation is aangesloten? Uw computer herkent het diskettestation niet. Controleer eerst of de USB-kabel correct is aangesloten op de USB-poort. Als u de aansluiting moet herstellen, wacht dan enkele ogenblikken, zodat de computer het station kan herkennen.
Problemen oplossen > Audio/video n 165 N Audio/video Wat moet ik doen als ik mijn digitale camcorder niet kan gebruiken? Als het bericht verschijnt dat de verbinding met de i.LINK-apparatuur is verbroken of dat de i.LINK-apparatuur is uitgeschakeld, is de i.LINK-kabel mogelijk niet goed aangesloten op de poort van uw computer of camcorder. Verwijder de kabel en sluit deze opnieuw aan. Zie Een i.LINK-apparaat aansluiten (pagina 91) voor meer informatie.
Problemen oplossen > Audio/video n 166 N Wat moet ik doen als ik het geluid niet hoor van het geluidsuitvoerapparaat dat is aangesloten op de HDMI-uitgangspoort, de optische uitgangspoort of de hoofdtelefoonconnector? ❑ U moet een ander geluidsuitvoerapparaat selecteren als u het geluid wilt horen van het apparaat dat is aangesloten op een poort, zoals de HDMI-uitgangspoort, de optische uitgangspoort of de hoofdtelefoonconnector.
Problemen oplossen > Audio/video n 167 N Hoe voer ik Dolby Digital- of DTS-geluid uit via een S/PDIF-compatibel apparaat? Voer de volgende stappen uit als u Dolby Digital- of DTS-geluid van een schijf wilt uitvoeren via een S/PDIF-compatibel apparaat dat is aangesloten op uw computer: 1 Klik op Start en Configuratiescherm. 2 Klik op Hardware en geluiden. 3 Klik op Audioapparaten beheren onder Geluid. 4 Selecteer het optical out-pictogram op het tabblad Afspelen en klik op Eigenschappen.
Problemen oplossen > Memory Stick n 168 N Memory Stick Wat moet ik doen als ik een Memory Stick die op een VAIO-computer is geformatteerd, niet op andere apparaten kan gebruiken? U moet uw Memory Stick mogelijk opnieuw formatteren. Als u een Memory Stick formatteert, worden alle gegevens die er eerder op zijn opgeslagen, zoals muziekgegevens, verwijderd.
Problemen oplossen > Randapparatuur n 169 N Randapparatuur Wat moet ik doen als ik een USB-apparaat niet kan aansluiten? ❑ Controleer indien van toepassing of het USB-apparaat is ingeschakeld en een eigen stroomvoorziening gebruikt. Als u bijvoorbeeld een digitale camera gebruikt, controleert u of de batterij is opgeladen. Als u een printer gebruikt, controleert u of de stroomkabel correct is aangesloten op een stopcontact. ❑ Probeer een andere USB-poort van uw computer.
Handelsmerken > n 170 N Handelsmerken SONY en het SONY-logo zijn gedeponeerde handelsmerken van Sony Corporation. VAIO en het VAIO-logo zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Sony Corporation. "BRAVIA" is een handelsmerk van Sony Corporation.
Handelsmerken > n 171 N ArcSoft en het ArcSoft-logo zijn gedeponeerde handelsmerken van ArcSoft, Inc. ArcSoft WebCam Companion is een handelsmerk van ArcSoft, Inc. AMD, het AMD-pijllogo, ATI en combinaties daarvan, Radeon, AMD Phenom, AMD Turion, AMD Athlon, AMD Virtualization en AMD-V zijn handelsmerken van Advanced Micro Devices, Inc. Het SD-logo is een handelsmerk. Het SDHC-logo is een handelsmerk. Het SDXC-logo is een handelsmerk.
Handelsmerken > n 172 N Functies en specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Alle andere handelsmerken zijn handelsmerken van hun respectieve eigenaars. Mogelijk wordt niet alle bovenstaande software bij uw model geleverd.
Opmerking > n 173 N Opmerking © 2011 Sony Corporation. Alle rechten voorbehouden. Deze handleiding en de hierin beschreven software mag noch geheel noch gedeeltelijk worden gereproduceerd, vertaald of omgezet in machinaal leesbare vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming.
n © 2011 Sony Corporation