N Gebruikershandleiding VG N - F S - s e r i e
n N 2 Inhoud Lees dit eerst ............................................................................................................................................................................. 5 Opmerking ........................................................................................................................................................................... 5 ENERGY STAR ...............................................................................................................
n N 3 Energiebeheer met VAIO Power Management ................................................................................................................. 63 Randapparatuur aansluiten ..................................................................................................................................................... 67 Een poortreplicator aansluiten ..........................................................................................................................................
n N 4 Voorzorgsmaatregelen .......................................................................................................................................................... 135 Hoe met de harde schijf omgaan..................................................................................................................................... 136 Hoe met het LCD-scherm omgaan ...............................................................................................................................
n N 5 Lees dit eerst Lees dit eerst Opmerking © 2005 Sony Corporation. Alle rechten voorbehouden. Deze handleiding en de hierin beschreven software mag noch geheel noch gedeeltelijk worden gereproduceerd, vertaald of omgezet in machinaal leesbare vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming.
n N 6 Lees dit eerst ENERGY STAR Als ENERGY STAR-partner heeft Sony ervoor gezorgd dat dit product in overeenstemming is met de ENERGY STAR-richtlijnen voor een zuinig energieverbruik. Het International ENERGY STAR Office Equipment Program is een internationaal programma dat energiebesparing bij het gebruik van computers en kantoorapparatuur bevordert. Het programma steunt de ontwikkeling en verkoop van producten die voorzien zijn van functies om het energieverbruik effectief te reduceren.
n N 7 Welkom Welkom Gefeliciteerd met de aankoop van uw Sony VAIO computer. Sony heeft speerpunttechnologie op het vlak van audio, video, computertechnologie en communicatie gecombineerd en geïntegreerd in deze uiterst geavanceerde computer. Wat volgt is slechts een greep uit de eigenschappen van uw computer: ❑ Uitzonderlijke prestaties. ❑ Mobiliteit – Dankzij de oplaadbare batterij kunt u urenlang werken zonder netstroom.
n N 8 Welkom Documentatiepakket In het documentatiepakket vindt u gedrukte informatie en gebruiksaanwijzingen voor uw VAIO computer om door te lezen. De handleidingen worden als .pdf-bestand geleverd die u gemakkelijk kunt weergeven en afdrukken. De portal My Info Centre is het ideale startpunt om uw VAIO computer te verkennen: een uitgebreide verzameling met alles wat u nodig hebt om uw VAIO computer ten volle te benutten.
n N 9 Welkom Gedrukte documentatie ❑ Een blad Specificaties met een tabel met systeemspecificaties, een lijst van de meegeleverde software, een overzicht van alle connectors, en op de achterkant een gids voor het instellen van uw VAIO computer. ❑ De Probleemoplossing, waarin u oplossingen kunt vinden voor veel voorkomende problemen. ❑ Gids systeemherstel, met instructies voor het herstellen van uw computersysteem als dat nodig is.
n N 10 Welkom Via My Info Centre vindt u bovendien: Mijn software Een creatieve bui? Klik op dit pictogram voor een overzicht van uw software en de beschikbare upgrade-opties. Mijn VAIO accessoires Wilt u de functies van uw VAIO computer uitbreiden? Klik op dit pictogram en maak kennis met de beschikbare accessoires. Mijn websites Met behulp van dit pictogram kunt u onze populairste websites verkennen.
n N 11 Welkom Ergonomische overwegingen U zult uw computer waarschijnlijk op verschillende plaatsen gebruiken. Indien mogelijk moet u rekening houden met de volgende ergonomische overwegingen die zowel betrekking hebben op gewone als draagbare computers: ❑ Positie van de computer – Plaats de computer direct voor u (1). Houd uw onderarmen horizontaal (2), met uw polsen in een neutrale, comfortabele positie (3) als u het toetsenbord, het touchpad of de muis gebruikt.
n N 12 Welkom ❑ Verlichting – Zorg ervoor dat het zonlicht of kunstlicht niet direct invalt op het scherm om reflectie en schittering te vermijden. Werk met indirecte verlichting om lichtvlekken op het scherm te vermijden. U kunt ook een schermfilter kopen om de schittering te reduceren. Met de juiste verlichting werkt u niet alleen comfortabeler, maar ook efficiënter. ❑ Opstelling van een externe monitor – Als u een externe monitor gebruikt, plaatst u deze op een comfortabele gezichtsafstand.
n N 13 Uw VAIO computer gebruiken Uw VAIO computer gebruiken Nadat u de informatie in het gedrukte blad Specificaties hebt gelezen en opgevolgd, kunt u de computer veilig en zonder problemen in gebruik nemen. Lees hieronder verder voor informatie over de manier waarop u optimaal gebruik kunt maken van alle mogelijkheden van uw VAIO computer.
n N 14 Uw VAIO computer gebruiken Een stroombron aansluiten De computer kan werken op netstroom (via een netadapter) of op een oplaadbare batterij. De netadapter gebruiken Om de netadapter te gebruiken, gaat u als volgt te werk: 1 Steek het éne uiteinde van het netsnoer (1) in de netadapter. 2 Steek het andere uiteinde van het netsnoer in een stopcontact (2). 3 Steek de stekker van de netadapter (3) in de netadapterconnector (4) van de computer.
n N 15 Uw VAIO computer gebruiken De batterij gebruiken Uw computer wordt geleverd met een batterij die niet volledig is opgeladen. De batterij plaatsen Om de batterij te plaatsen gaat u als volgt te werk: 1 Schakel de computer uit en sluit het LCD-scherm. 2 Schuif het vergrendelingslipje (1) naar de positie UNLOCK. 3 Schuif de batterij in het compartiment totdat deze vastklikt. 4 Schuif het vergrendelingslipje (1) naar de positie LOCK om de batterij in de computer vast te zetten.
n N 16 Uw VAIO computer gebruiken De batterij opladen Om de batterij op te laden, gaat u als volgt te werk: 1 Plaats de batterij. 2 Sluit de netadapter aan op de computer. De computer laadt de batterij automatisch op (het batterijlampje knippert telkens twee keer kort na elkaar terwijl de batterij wordt opgeladen). Status van het batterijlampje Betekenis Aan De computer werkt op de batterijstroom. Enkel knipperen De batterij is bijna leeg. Dubbel knipperen De batterij wordt opgeladen.
n N 17 Uw VAIO computer gebruiken ✍ Als de batterij bijna leeg is, knippert zowel het batterij- als het stroomlampje. Laat de batterij in de computer zitten als deze rechtstreeks op de netspanning is aangesloten. De batterij wordt verder opgeladen terwijl u de computer gebruikt. Als de batterijlading minder dan 10% bedraagt, moet u de netadapter aansluiten zodat de batterij weer kan worden opgeladen, of uw computer uitschakelen en een volledig opgeladen batterij plaatsen.
n N 18 Uw VAIO computer gebruiken De batterij verwijderen Om de batterij te verwijderen, gaat u als volgt te werk: 1 Schakel de computer uit en sluit het LCD-scherm. 2 Schuif het vergrendelingslipje (1) naar de positie UNLOCK. 3 Verschuif het ontgrendelingslipje (2) aan de onderzijde van de computer en houd het vast, en schuif de batterij uit de computer.
n N 19 Uw VAIO computer gebruiken Het wachtwoord instellen Stel het wachtwoord in met een van de BIOS-functies. Wanneer u het wachtwoord hebt ingesteld, moet u dit invoeren nadat het VAIO-logo is verschenen. Op deze manier kunt u voorkomen dat onbevoegden toegang krijgen tot uw computer. ! U kunt uw computer niet starten zonder een wachtwoord in te voeren. Zorg dat u het wachtwoord niet vergeet.
n N 20 Uw VAIO computer gebruiken Het wachtwoord wijzigen/verwijderen Ga als volgt te werk om het wachtwoord te wijzigen of te verwijderen: 1 Zet uw computer aan. 2 Druk op F2 wanneer het VAIO-logo verschijnt. Het scherm BIOS setup verschijnt. Druk wanneer dit scherm niet verschijnt enkele malen op F2. 3 Voer bij Enter Password het huidige wachtwoord in: 4 Selecteer met < of , de optie Security. Er verschijnt een ander scherm. Selecteer hier Set Machine Password en druk vervolgens op Enter.
n N 21 Uw VAIO computer gebruiken Uw computer instellen met VAIO Control Center Het hulpprogramma VAIO Control Center kunt u systeeminformatie controleren en voorkeuren m.b.t. de werking van het systeem instellen. Om VAIO Control Center te gebruiken, gaat u als volgt te werk: 1 Klik op de knop Start op de taakbalk van Windows. 2 Klik in Alle programma's op VAIO Control Center. Het venster VAIO Control Center verschijnt.
n N 22 Uw VAIO computer gebruiken ✍ Klik voor meer informatie over de verschillende opties op Help in het venster VAIO Control Center om het helpbestand weer te geven. Niet alle besturingselementen zullen zichtbaar zijn als u VAIO Control Center als een gebruiker met beperkte toegangsrechten opent. De computer veilig uitschakelen Het is belangrijk dat u de computer op de juiste manier afsluit om te vermijden dat u niet-opgeslagen gegevens verliest.
n N 23 Uw VAIO computer gebruiken Het toetsenbord gebruiken Uw toetsenbord lijkt erg veel op het toetsenbord van een bureaucomputer, maar is voorzien van extra toetsen waarmee u specifieke taken voor een computer kunt uitvoeren. Voor meer informatie over de standaardtoetsen bezoekt u het Windows Help en ondersteuning. De VAIO-Link website (www.vaio-link.com) bevat eveneens informatie over het gebruik van het toetsenbord.
n N 24 Uw VAIO computer gebruiken Combinaties/ Functie + (F10): zoom Functies Hiermee verandert u de schermresolutie en kunt u de schermweergave vergroten/terugzetten. ✍ De standaardresolutie van de standaardweergave en de vergrote weergave zijn afhankelijk van het model, zoals hieronder wordt beschreven. Zie voor het type LCD-scherm waarmee uw computer is uitgerust LCD-scherm op het blad Specificaties. Modellen met het WSXGA+ LCD-scherm: Standaardweergave: 1.680 x 1.
n N 25 Uw VAIO computer gebruiken Lampjes Lampje Functies Aan/Uit 1 Stroom aan: brandt (groen). Standby-modus: knippert (oranje). Batterij e Geeft de status van de batterij aan. Wireless LAN Licht op wanneer de draadloze LAN aan staat. Brandt niet als draadloze LAN niet is ingeschakeld. Memory Stick Pro/Duo Brandt als de Memory Stick in gebruik is. Brandt niet als de Memory Stick niet in gebruik is.
n N 26 Uw VAIO computer gebruiken Problemen met het toetsenbord oplossen Een toets van het toetsenbord is losgekomen ❑ Als de Enter-toets, Caps Lock-toets, Ctrl-toets, Tab-toets, spatiebalk of linker-Shift-toets los is gekomen, bevestigt u de toets zoals hieronder is afgebeeld. Als een andere toets is losgekomen, legt u deze weer op zijn plaats en drukt u deze omlaag totdat deze vastklikt.
n N 27 Uw VAIO computer gebruiken ❑ Spatiebalk, linker-Shift-toets ❑ Als een andere dan bovenvermelde toetsen loskomt, raadpleegt u onderstaande afbeelding om de toets op zijn plaats te bevestigen. Een toets opnieuw bevestigen Haak de lipjes (1) onderop de toets aan de bovenhoeken van de toetssteun (2), leg de toets op zijn plaats en druk deze omlaag (3) totdat deze vastklikt. ! Maak een toets niet opzettelijk uit het toetsenbord los, omdat hierdoor een storing kan worden veroorzaakt.
n N 28 Uw VAIO computer gebruiken Het touchpad gebruiken Het toetsenbord is voorzien van een touchpad (1), waarmee u de cursor kunt verplaatsen. U kunt objecten op het scherm aanwijzen, selecteren en slepen en u kunt door een lijst van items bladeren met behulp van het ingebouwde touchpad. Actie Beschrijving aanwijzen Schuif één vinger over het touchpad om de aanwijzer (2) op een item of object te plaatsen. klikken Druk één keer op de linkerknop (3). dubbelklikken Druk twee keer op de linkerknop.
n N 29 Uw VAIO computer gebruiken Speciale knoppen gebruiken Uw computer is uitgerust met speciale knoppen die u helpen uw computer te gebruiken. Knoppen S1/S2 : Standaard kunt u met de knop S1 het luidsprekervolume in- en uitschakelen en met de knop S2 kiezen of de schermweergave op het LCD-scherm of op het externe apparaat plaatsvindt. U kunt ook een andere handeling die u vaak uitvoert, aan deze sneltoetsen koppelen. Zie Uw computer instellen met VAIO Control Center (pagina 21).
n N 30 Uw VAIO computer gebruiken Het optische station gebruiken Uw computer is uitgerust met een optisch station. Zie het blad Specificaties voor informatie over uw model. Om een schijf te plaatsen, gaat u als volgt te werk: 1 Zet de computer aan. 2 Druk op de uitwerpknop (1) om het station te openen. De lade schuift uit het station. 3 Plaats een schijf met het label naar boven in het midden van de lade en duw de schijf op de lade tot ze vastklikt.
n N 31 Uw VAIO computer gebruiken CD's en DVD's lezen en schrijven* Voor optimale prestaties bij het schrijven van gegevens op een optische schijf, volgt u de onderstaande aanbevelingen: ❑ Om ervoor te zorgen dat een optisch station de gegevens op een schijf kan lezen, moet u de sessie sluiten voordat u de schijf uitwerpt. Hoe u daarbij te werk gaat, leest u in de aanwijzingen bij uw software. ❑ Gebruik alleen ronde schijven.
n N 32 Uw VAIO computer gebruiken DVD's afspelen Voor optimale prestaties bij het afspelen van DVD's, volgt u de onderstaande aanbevelingen. ❑ U kunt DVD's afspelen met het optische station en het programma VAIO Zone. Raadpleeg het Help-bestand van het programma VAIO Zone voor meer informatie. ❑ Sluit alle geopende toepassingen vóór u een DVD-film afspeelt.
n N 33 Uw VAIO computer gebruiken Problemen met het optisch station oplossen Mijn optische station gaat niet open ❑ Zorg ervoor dat de computer is ingeschakeld en druk vervolgens op de uitwerpknop van het optische station*. ❑ Ga naar Start > Deze computer. Klik met de rechtermuisknop op het optisch station en selecteer Schijf uitwerpen. ❑ Zorg ervoor dat uw computer niet in Standby of in Slaap-modus staat.
n N 34 Uw VAIO computer gebruiken Ik kan geen DVD afspelen ❑ Als tijdens het gebruik van de DVD-speler een waarschuwing in verband met de regiocode verschijnt, is het mogelijk dat de DVD die u probeert af te spelen incompatibel is met het optische station in uw computer. De regiocode staat op de verpakking van de DVD. ❑ Wijzig de resolutie via Configuratiescherm - Beeldscherm naar een lagere resolutie.
n N 35 Uw VAIO computer gebruiken Ik kan geen DVD afspelen wanneer ik twee schermen gebruik ❑ U zult geen problemen ondervinden in de volgende situaties: ❑ Wanneer u gebruik maakt van een op zichzelf staand CRT- of een LCD-scherm. ❑ Wanneer u MPEG-bestanden afspeelt die zijn opgenomen op de harde schijf met Windows Media Player 10 of VAIO Zone. De leessnelheid van de CD/DVD-RW's is traag Over het algemeen is de leessnelheid van de CD/DVD-RW trager dan die van een -ROM of een -R.
n N 36 Uw VAIO computer gebruiken PC Cards gebruiken Uw VAIO computer beschikt over een sleuf voor een PC Card. PC-kaarten bieden u de mogelijkheid om draagbare externe apparaten aan te sluiten. U hoeft uw computer niet uit te schakelen vóór u een PC Card plaatst of verwijdert. Een PC Card plaatsen Om een PC Card te plaatsen, gaat u als volgt te werk: 1 Steek de PC Card met het voorste label naar boven gericht in de PC Card-sleuf. 2 Duw de PC Card voorzichtig in de connector.
n N 37 Uw VAIO computer gebruiken ✍ Mogelijk werken sommige apparaten niet behoorlijk als u terug naar de Normaal-modus gaat vanuit de Standby-modus of Slaap-modus. De computer zal terugkeren naar zijn oorspronkelijke toestand als u de computer opnieuw opstart. Gebruik het recentste softwarestuurprogramma van de fabrikant van de PC Card. Als op het tabblad Apparaatbeheer in Systeem/Eigenschappen "!" verschijnt, verwijdert u het softwarestuurprogramma en installeert u het opnieuw.
n N 38 Uw VAIO computer gebruiken Een PC Card verwijderen Volg de onderstaande stappen om de PC Card te verwijderen terwijl de computer aan staat. Als u de kaart niet juist verwijdert, zal uw systeem mogelijk niet meer behoorlijk werken. Als u een PC Card wilt verwijderen terwijl de computer uit staat, slaat u stap 1 tot en met 7 over. Om een PC Card te verwijderen, gaat u als volgt te werk: 1 Dubbelklik op het pictogram Hardware veilig verwijderen in het systeemvak.
n N 39 Uw VAIO computer gebruiken ✍ Als u de PC Card verwijdert terwijl de computer nog aan staat, kan het systeem vastlopen en kunt u niet-opgeslagen gegevens verliezen. Vóór u de PC Card verwijdert, klikt u op het PC Card-pictogram op de taakbalk en sluit u de kaart. Sluit alle toepassingen die de PC Card gebruiken af vóór u de kaart verwijdert. Doet u dit niet, dan kunt u gegevens verliezen. Als de kaart in de sleuf zit, mag de computer niet overschakelen op de Slaap-modus.
n N 40 Uw VAIO computer gebruiken Gebruik van de Memory Stick Uw VAIO computer ondersteunt het gebruik van Memory Stick. Een Memory Stick is een compact, draagbaar en veelzijdig apparaat dat speciaal is ontworpen voor het uitwisselen en delen van digitale gegevens met compatibel producten, zoals digitale camera's en mobiele telefoons. Doordat de Memory Stick uitneembaar is, kan deze worden gebruikt voor externe gegevensopslag.
n N 41 Uw VAIO computer gebruiken De schrijfbeveiliging van een Memory Stick inschakelen Sommige Memory Stick zijn voorzien van een schrijfbeveiliging om te voorkomen dat waardevolle gegevens per ongeluk gewist of overschreven worden. Verplaats de tab horizontaal of verticaal* om de schrijfbeveiliging in of uit te schakelen. Als het wispreventienokje in de ontgrendelde stand staat, kunt u gegevens opslaan op de Memory Stick.
n N 42 Uw VAIO computer gebruiken Een Memory Stick plaatsen Er zijn twee manieren om een Memory Stick in uw computer te plaatsen: ❑ Via de Memory Stick-sleuf; ❑ Een PC-kaartsleuf gebruiken. Hiervoor hebt u een optionele PC Card-adapter nodig. U kunt slechts 1 Memory Stick tegelijk in de computer plaatsen! Om een Memory Stick in de Memory Stick-sleuf te plaatsen, gaat u als volgt te werk: 1 Nadat u uw gegevens hebt opgeslagen van uw digitaal apparaat, steekt u de Memory Stick in de Memory Stick-sleuf.
n N 43 Uw VAIO computer gebruiken ! Als u de Memory Stick in de sleuf steekt, moet u erop letten dat de pijl in de juiste richting wijst. Forceer de Memory Stick nooit in de sleuf om beschadiging van de computer of Memory Stick te vermijden. ✍ Uw computer ondersteunt Memory Stick Duo. Bezoek voor meer informatie over de Memory Stick Duo de Memory Stick-website. ! Plaats niet tegelijkertijd een Memory Stick en een Memory Stick Duo in de Memory Stick-sleuf van uw computer.
n N 44 Uw VAIO computer gebruiken De modem gebruiken Uw VAIO computer is uitgerust met een interne modem. Sluit de computer aan op een telefoonlijn om toegang te krijgen tot on line diensten en het Internet, om uw computer en software on line te registreren en om VAIO-Link te contacteren. Om de computer aan te sluiten op een telefoonlijn, gaat u als volgt te werk: 1 Steek het ene uiteinde van de telefoonkabel (1) in de modemaansluiting op de computer.
n N 45 Uw VAIO computer gebruiken Problemen met de modem oplossen Mijn modem werkt niet of kan geen verbinding maken ❑ Controleer of de stekker van de telefoonlijn in de computer zit. ❑ Zorg ervoor dat de modem het enige apparaat is dat is aangesloten op uw telefoonlijn. ❑ Controleer of de telefoonlijn werkt. U kunt de lijn controleren door een gewone telefoon aan te sluiten op de telefoonlijn en na te gaan of u een kiestoon hoort. ❑ Controleer of het telefoonnummer dat het programma kiest juist is.
n N 46 Uw VAIO computer gebruiken ❑ De ingebouwde modem is bedoeld om te worden gebruikt voor data- en faxcommunicaties met behulp van DTMF (Dual Tone Multi Frequency) (toonkeuze) op de PSTN-netwerken (Public Switched Telephone Network) in de volgende landen: Oostenrijk, België, Tsjechië, Denemarken, Finland, Frankrijk, Griekenland, Duitsland, IJsland, Ierland, Italië, Luxemburg, Noorwegen, Portugal, Spanje, Zweden, Zwitserland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk.
n N 47 Uw VAIO computer gebruiken Draadloze LAN (WLAN) gebruiken Dankzij de functie draadloos LAN (WLAN of Wireless LAN) van Sony, kunnen al uw digitale apparaten met ingebouwde WLAN-functie vrij met elkaar communiceren via een krachtig netwerk. Een WLAN is een netwerk waarin een mobiele gebruiker een verbinding kan maken met een lokaal netwerk (LAN) via een draadloze (radio) verbinding. Het is dus niet langer nodig om kabels of draden te trekken door muren en plafonds.
n N 48 Uw VAIO computer gebruiken gebruikersidentificatie met behulp van 802.1X en EAP (Extensible Authentication Protocol)). De kwetsbare draadloze verbinding tussen de client en het Access Point wordt beveiligd door middel van codering. Daarnaast zijn er een aantal speciaal voor LAN ontwikkelde beveiligingsmechanismen voor het beschermen van de privacy zoals wachtwoordbeveiliging, end-to-end encryptie, virtual private networks en verificatie.
n N 49 Uw VAIO computer gebruiken Communiceren zonder toegangspunt (ad-hoc) Een ad hoc-netwerk is een netwerk waarin een lokaal netwerk enkel door de draadloze apparaten zelf tot stand wordt gebracht, zonder een andere centrale controller of een ander toegangspunt (Access Point). Elk apparaat communiceert rechtstreeks met andere apparaten in het netwerk. U kunt thuis gemakkelijk een ad hoc-netwerk tot stand brengen.
n N 50 Uw VAIO computer gebruiken 8 Selecteer WEP in de keuzelijst Gegevenscodering. 9 Schakel het selectievakje van de optieknop De sleutel wordt mij automatisch aangeleverd uit. Er verschijnt enige informatie. 10 Vul de Netwerksleutel* in. De netwerksleutel moet bestaan uit 5 of 13 alfanumerieke karakters of 10 of 26 hexadecimale** karakters. U kunt hier zelf een sleutel kiezen. 11 Vul ter bevestiging exact dezelfde Netwerksleutel opnieuw in.
n N 51 Uw VAIO computer gebruiken Communiceren met een toegangspunt (infrastructuur) Een infrastructuurnetwerk is een netwerk dat een bestaand bedraad lokaal netwerk uitbreidt naar draadloze apparaten door middel van een toegangspunt (bv. het Sony Access Point). Het toegangspunt slaat een brug tussen het draadloze en bedrade LAN en fungeert als centrale controller voor het draadloze lokale netwerk.
n N 52 Uw VAIO computer gebruiken 5 Voer de Netwerksleutel in. Wanneer u standaard gebruik maakt van de Sony Access Point hoeft u geen coderingssleutel (WEP/WPA) in te voeren. Om te kunnen communiceren, dient u het vakje Allow me to connect to the selected wireless network, even though it is not secure te selecteren. 6 Klik op Verbinding maken. Na 30 seconden is de verbinding tot stand gebracht. Meer informatie over een Access Point configureren vindt u in de documentatie van de Access Point.
n N 53 Uw VAIO computer gebruiken Het gebruik van WPA (WIFI Protected Access - met WiFi beveiligde toegang) WPA is een beveiligingstoepassing voor draadloze communicatie die u in staat stelt om gegevens zeer goed beveiligd uit te wisselen*. * Voor meer informatie over het toegangspunt kunt u de documentatie bij het toegangspunt raadplegen. Om WPA op uw computer te gebruiken, doet u het volgende: 1 Zet de Wireless LAN schakelaar aan.
n N 54 Uw VAIO computer gebruiken Wireless LAN-kanalen In een configuratie met 802.11b/g kunnen de kanalen 1 tot en met 13 worden gebruikt. (a) Met Access Point ("infrastructuur") ❑ Het door het Access Point geselecteerde kanaal wordt gebruikt. ! Zie voor meer informatie over de manier waarop u het kanaal selecteert dat door het toegangspunt wordt gebruikt, de documentatie die bij uw toegangspunt werd geleverd.
n N 55 Uw VAIO computer gebruiken ! De 2,4 gHz bandbreedte die wordt gebruikt door apparaten compatibel met Wireless LAN, wordt ook gebruikt door diverse andere soorten apparaten. Ondanks dat apparaten die compatibel zijn met Wireless LAN gebruik maken van technieken om storing van andere apparaten die dezelfde bandbreedte gebruiken te minimaliseren, kan dergelijke storing leiden tot een lagere communicatiesnelheid, een kleiner communicatiebereik, of een onderbroken draadloze verbinding.
n N 56 Uw VAIO computer gebruiken Problemen met draadloze LAN oplossen Ik kan de functie draadloze LAN niet gebruiken Controleer of de schakelaar voor de Wireless LAN communicatie aan staat. Het toegangspunt van de draadloze LAN en uw computer kunnen niet communiceren ❑ Controleer of de schakelaar voor de Wireless LAN communicatie aan staat. ❑ Controleer of de stroom naar het toegangspunt is ingeschakeld.
n N 57 Uw VAIO computer gebruiken De gegevensoverdracht verloopt traag ❑ De maximale communicatiesnelheid hangt niet alleen af van de obstakels of de afstand tussen de communicatieapparaten, maar ook van de kwaliteit van de radiogolven, het besturingssysteem of de gebruikte software. Verwijder het obstakel of plaats het toegangspunt en de computer dichter bij elkaar. ❑ Het is mogelijk dat uw toegangspunt tegelijk communiceert met een ander toegangspunt. Lees de handleiding van het toegangspunt.
n N 58 Uw VAIO computer gebruiken Ik kan geen draadloos LAN-netwerk gebruiken Controleer of de service Wireless Zero Configuration is ingeschakeld. Om te controleren wat de status van de service Wireless Zero Configuration is, gaat u als volgt te werk: 1 Klik op Start en selecteer Configuratiescherm. Het venster Configuratiescherm verschijnt. 2 Klik op Prestaties en onderhoud. 3 Klik op het pictogram Systeembeheer. 4 Dubbelklik op het pictogram Services. Het scherm Services wordt weergegeven.
n N 59 Uw VAIO computer gebruiken Energiebesparende modi gebruiken Als u een batterij gebruikt als stroombron voor de computer, kunt u via de instellingen voor energiebeheer ervoor zorgen dat de batterij minder snel leeg raakt. Naast de normale werkingsmodus, die u in staat stelt specifieke apparaten uit te schakelen, heeft uw computer twee andere energiebesparende modi: De Standby-modus en Slaap-modus.
n N 60 Uw VAIO computer gebruiken ✍ Als u de aan/uit-knop langer dan vier seconden ingedrukt houdt, wordt de computer automatisch uitgeschakeld. Nog niet opgeslagen gegevens zullen verloren gaan. Als de Standby-modus is geactiveerd, kunt u geen schijf plaatsen. De computer verlaat de Standby-modus sneller dan de Slaap modus. In de Standby-modus verbruikt de computer meer stroom dan in de Slaap-modus.
n N 61 Uw VAIO computer gebruiken De Slaap-modus gebruiken De toestand van het systeem wordt opgeslagen op de harde schijf en de stroom wordt uitgeschakeld. Zelfs als de batterij leeg raakt, zullen geen gegevens verloren gaan. In deze modus brandt het stroomlampje niet. Om de Slaap-modus te activeren, gaat u als volgt te werk: Druk op +. Het venster Slaapstand verschijnt en de computer schakelt over op de Slaap-modus. Of, Klik op Start en selecteer Computer uitschakelen.
n N 62 Uw VAIO computer gebruiken Problemen met energiebeheer oplossen De instelling voor energiebeheer werkt niet Het besturingssysteem van uw computer kan onstabiel worden als een lagere energiemodus, zoals de Slaap-modus wordt geactiveerd en vervolgens gewijzigd vóórdat computer volledig is overgeschakeld op deze lagere energiemodus. Om de normale stabiliteit van de computer te herstellen, gaat u als volgt te werk: 1 Sluit alle geopende toepassingen.
n N 63 Uw VAIO computer gebruiken Energiebeheer met VAIO Power Management Dankzij energiebeheer kunnen de energiebeheerschema's van uw computer die op het stroomnet of batterijen werken, worden ingesteld op het door u gewenste energieverbruik. VAIO Power Management is een softwaretoepassing die exclusief voor VAIO computers werd ontwikkeld.
n N 64 Uw VAIO computer gebruiken Energiebeheerschema's van VAIO Power Management inschakelen VAIO Power Management beschikt over een aantal vooraf ingestelde energiebeheerschema's. Elk energiebeheerschema bestaat uit een aantal energiebeheerinstellingen die tegemoetkomen aan specifieke energiebeheerdoelstellingen, variërend van maximaal energiebeheer tot helemaal geen energiebeheer.
n N 65 Uw VAIO computer gebruiken Energiebeheerschema Beschrijving VAIO Maximum Battery (Maximale levensduur batterij voor VAIO) Levert energiebesparingsfuncties voor een maximale levensduur van de batterij en goede prestaties wanneer de computer door de batterij van stroom wordt voorzien. Het vermindert de helderheid van het beeldscherm en zorgt ervoor dat het systeem na een bepaalde tijd overschakelt naar Standby.
n N 66 Uw VAIO computer gebruiken Standaardinstellingen herstellen De instellingen van het energiebeheer die u op het tabblad van VAIO Power Management hebt gewijzigd, kunnen in de standaardinstellingen worden hersteld. Om de standaardinstellingen te herstellen, gaat u als volgt te werk: 1 Selecteer het tabblad VAIO Power Management in het venster Energiebeheer. 2 Klik op de knop Advanced (Geavanceerd). Het venster VAIO Power Management wordt geopend.
n N 67 Randapparatuur aansluiten Randapparatuur aansluiten U kunt de functie van uw computer uitbreiden door één of meer van deze randapparaten aan te sluiten.
n N 68 Randapparatuur aansluiten Een poortreplicator aansluiten Uw computer ondersteunt het gebruik van een optionele poortreplicator. Door een poortreplicator aan te sluiten, kunt u extra randapparatuur op uw computer aansluiten, zoals een printer en een extern beeldscherm. 1 Netadapterconnector (pagina 14) 2 Netwerkaansluiting (pagina 102) 3 Monitor/VGA-aansluiting (pagina 72) 4 Printeraansluiting (pagina 94) 5 2 Hi-Speed USBaansluitingen (USB2.
n N 69 Randapparatuur aansluiten Uw computer op de poortreplicator aansluiten Ga als volgt te werk om uw computer op de poortreplicator aan te sluiten: 1 Ontkoppel alle randapparatuur van de computer. 2 Sluit het netsnoer (1) op de netadapter en op de netspanning aan. 3 Sluit de kabel die op de netadapter (2) is aangesloten aan op de DC In-poort (3) op de poortreplicator (4). 4 Schuif het kapje van de poortreplicator aan de onderkant van uw computer open.
n N 70 Randapparatuur aansluiten 5 Leg de aansluiting aan de onderzijde van de computer gelijk met de aansluiting op de poortreplicator en druk deze omlaag totdat deze vastklikt. ✍ Gebruik de netadapter die bij de computer is geleverd of de optionele Sony adapter. ! Verplaats uw computer niet als deze op de poortreplicator is aangesloten. De poortreplicator kan dan namelijk los raken, waardoor de poortreplicator en de computer beschadigd kunnen raken.
n N 71 Randapparatuur aansluiten Uw computer van de poortreplicator ontkoppelen ! Schakel de computer uit voordat u deze van de poortreplicator ontkoppelt om verlies van niet-opgeslagen gegevens te voorkomen. Ga als volgt te werk om uw computer van de poortreplicator te ontkoppelen: 1 Til de computer van de poortreplicator. 2 Sluit het kapje van de aansluiting voor de poortreplicator aan de onderkant van uw computer.
n N 72 Randapparatuur aansluiten Een externe monitor aansluiten U kunt een extern scherm op uw VAIO computer aansluiten. U kunt uw computer bijvoorbeeld gebruiken met een computerbeeldscherm of een projector. ✍ Schakel de computer en de randapparaten uit en trek de netadapter en het netsnoer uit vóór u een externe monitor aansluit. Steek het netsnoer pas in nadat u alle andere kabels hebt aangesloten. Schakel de randapparaten in en zet vervolgens de computer aan.
n N 73 Randapparatuur aansluiten Een multimediamonitor aansluiten U kunt een multimediacomputerscherm met ingebouwde luidsprekers en een microfoon rechtstreeks of via de optionele poortreplicator op uw computer aansluiten. Om een multimediacomputerscherm aan te sluiten op de computer, gaat u als volgt te werk: 1 Steek het netsnoer van de multimediamonitor (1) in een stopcontact.
n N 74 Randapparatuur aansluiten Een projector aansluiten U kunt een projector (zoals de Sony LCD-projector) rechtstreeks of via de optionele poortreplicator op uw computer aansluiten. Om een projector aan te sluiten, gaat u als volgt te werk: 1 Steek het netsnoer (1) van de projector in een stopcontact. 2 Sluit de RGB-signaalkabel (2) op de monitor/VGA-aansluiting (3) a op de computer of poortreplicator aan. 3 Steek de audiokabel (4) (niet meegeleverd) in de oortelefoonconnector (5) i.
n N 75 Randapparatuur aansluiten Problemen met externe monitors oplossen Ik kan de functie Plug & Display niet gebruiken Afhankelijk van de externe monitor of de manier waarop deze is aangesloten, is het mogelijk dat de functie Plug & Display niet beschikbaar is. Selecteer de bestemming voor het uitgangssignaal met de sneltoets en de toets Fn. Ik kan de inhoud niet tegelijkertijd op twee of meer externe monitors afbeelden U kunt de inhoud niet tegelijkertijd op meerdere externe monitors afbeelden.
n N 76 Randapparatuur aansluiten Weergavemodi selecteren Uw VAIO computer gebruikt ofwel de Intel 915GM videocontroller ofwel de NVIDIA GeForce Go 6200 videocontroller, afhankelijk van het model. U kunt selecteren welk scherm u als primair scherm wilt gebruiken als u een externe monitor (desktopmonitor enzovoort) op uw computer hebt aangesloten.
n N 77 Randapparatuur aansluiten Modellen met de NVIDIA GeForce Go 6200 videocontroller Ga als volgt te werk om een beeldscherm te selecteren: 1 Klik op Start en vervolgens op Configuratiescherm. Het Configuratiescherm verschijnt. 2 Klik op Vormgeving en thema's, en selecteer vervolgens Display. Het dialoogvenster Eigenschappen voor beeldscherm verschijnt. 3 Klik op het tabblad Instellingen. 4 Klik op de knop Advanced (Geavanceerd).
n N 78 Randapparatuur aansluiten De meerdere-monitorsmodus gebruiken Dankzij de meerdere-monitorsmodus kunt u specifieke delen van uw bureaublad weergeven op verschillende monitoren. Wanneer u bijvoorbeeld een extern beeldscherm op de monitor/VGA-aansluiting hebt aangesloten, kunnen het LCD-scherm van uw computer en het externe beeldscherm als één desktopmonitor fungeren. U kunt de cursor van het ene naar het andere scherm verplaatsen. Dit laat u toe objecten (bv.
n N 79 Randapparatuur aansluiten De meerdere-monitorsmodus selecteren Om de meerdere-monitorsmodus te kiezen gaat u als volgt te werk: 1 Klik op de knop Start op de taakbalk van Windows. 2 Klik op Configuratiescherm. 3 Klik op Vormgeving en thema's. 4 Klik op Beeldscherm. 5 Klik op het tabblad Instellingen. 6 Klik op het schermpictogram met het teken 2. 7 Schakel het selectievakje Het Windows-bureaublad uitbreiden naar deze monitor in. 8 Klik op Toepassen en vervolgens op OK.
n N 80 Randapparatuur aansluiten De kleuren en de resolutie instellen voor elk scherm U kunt de weergavekleuren en resolutie instellen voor elke monitor die deel uitmaakt van de meerdere-monitorsmodus. Om de weergavekleuren en resolutie in te stellen voor elk scherm, gaat u als volgt te werk: 1 Klik op de knop Start op de taakbalk van Windows. 2 Klik op Configuratiescherm. 3 Klik op Vormgeving en thema's. 4 Klik op Beeldscherm. 5 Klik op het tabblad Instellingen.
n N 81 Randapparatuur aansluiten De instellingen van de meerdere-monitorsmodus aan uw wensen aanpassen U kunt de instellingen van de meerdere-monitorsmodus aan uw wensen aanpassen door de positie te wijzigen van de beeldschermen die deel uitmaken van de meerdere-monitorsmodus. Om de instellingen van de meerdere-monitorsmodus aan te passen, gaat u als volgt te werk: 1 Klik op de knop Start op de taakbalk van Windows. 2 Klik op Configuratiescherm. 3 Klik op Vormgeving en thema's.
n N 82 Randapparatuur aansluiten De meerdere-monitorsmodus uitschakelen Om de meerdere-monitorsmodus te uitschakelen, gaat u als volgt te werk: 1 Klik op de knop Start op de taakbalk van Windows. 2 Klik op Configuratiescherm. 3 Klik op Vormgeving en thema's. 4 Klik op Beeldscherm. 5 Klik op het tabblad Instellingen. 6 Klik op het monitorpictogram 2. 7 Schakel het selectievakje Het Windows-bureaublad uitbreiden naar deze monitor uit. 8 Klik op Toepassen en vervolgens op OK.
n N 83 Randapparatuur aansluiten Externe luidsprekers aansluiten Als u een betere geluidskwaliteit wenst, kunt u externe luidsprekers aansluiten. Om externe luidsprekers aan te sluiten, gaat u als volgt te werk: 1 Sluit het ene uiteinde van een luidsprekerkabel (1) aan op de hoofdtelefoonaansluiting (2) i op de computer. 2 Sluit het andere uiteinde van de luidsprekerkabel op de externe luidsprekers (3) aan. 3 Verlaag het volume vóór u de luidsprekers inschakelt.
n N 84 Randapparatuur aansluiten Problemen met geluid oplossen Mijn luidsprekers produceren geen geluid ❑ Mogelijk is de ingebouwde luidspreker uitgeschakeld. Druk op + of op de knop S1 (standaardtoewijzing) om de luidsprekers in te schakelen. ❑ Mogelijk staat het luidsprekervolume op de laagste stand. Druk op + en vervolgens op M of , of druk enkele keren op + om het volume te verhogen.
n N 85 Randapparatuur aansluiten Een externe microfoon aansluiten Als u een geluidsinvoerapparaat nodig hebt (bv. om te chatten op het Internet), moet u een externe microfoon aansluiten. Om een externe microfoon aan te sluiten, gaat u als volgt te werk: Steek de luidsprekerkabel (1) in de hoofdtelefoonconnector (2) m van de computer. ✍ Sluit alleen microfoons aan die zijn ontworpen voor gebruik met een computer.
n N 86 Randapparatuur aansluiten Problemen met geluid oplossen Mijn microfoon werkt niet Als u een externe microfoon gebruikt, controleert u of de microfoon correct is aangesloten op de microfoonconnector. Het volume van de microfoon staat te hoog of te laag Ga als volgt te werk om het volume aan te passen. 1 Klik op Start en selecteer Configuratiescherm. Het venster Configuratiescherm verschijnt. 2 Klik op Spraak, geluid en geluidsapparaten en vervolgens op Geluiden en audioapparaten.
n N 87 Randapparatuur aansluiten Met een monomicrofoon wordt alleen het geluid van het linkerkanaal opgenomen Ga als volgt te werk om de instelling voor het audiokanaal te wijzigen. 1 Klik op Start en selecteer Configuratiescherm. Het venster Configuratiescherm verschijnt. 2 Klik op Spraak, geluid en geluidsapparaten en vervolgens op Geluiden en audioapparaten. 3 Klik op Volume onder Opnemen van geluid op het tabblad Audio. 4 Klik op Opties en selecteer Geavanceerde volumeregelingen.
n N 88 Randapparatuur aansluiten Een USB-apparaat (Universal Serial Bus) aansluiten U kunt een USB-apparaat (bijvoorbeeld een muis, een diskettestation, een toetsenbord of een printer) aansluiten op uw computer. USB-apparaten ondersteunen "Hot Plug and Play". Dit houdt in dat u de computer niet hoeft uit te schakelen voordat u een dergelijk apparaat aansluit, tenzij in de handleiding bij het apparaat anders is vermeld.
n N 89 Randapparatuur aansluiten Een USB-muis aansluiten Om een USB-muis aan te sluiten, gaat u als volgt te werk: 1 Kies de USB-connector (1) 2 Steek de USB-muiskabel (2) in de USB-connector. Nu kunt u de USB-muis (3) gebruiken. ✍ die u wilt gebruiken. Het stuurprogramma voor de VAIO USB-muis is vooraf geïnstalleerd op uw computer. U hoeft alleen maar de USB-muis in de USB-connector te steken, en u kunt beginnen met werken.
n N 90 Randapparatuur aansluiten Een USB-diskettestation aansluiten U kunt een USB-diskettestation kopen en aansluiten op uw computer. Om een USB-diskettestation aan te sluiten, gaat u als volgt te werk: 1 Kies de USB-connector die u wilt gebruiken. 2 Steek de kabel van het USB-diskettestation in de USB-connector. Het VAIO-logo op het diskettestation moet naar boven gericht zijn. Uw USB-diskettestation is nu klaar voor gebruik.
n N 91 Randapparatuur aansluiten Een diskette plaatsen Om een diskette te plaatsen, gaat u als volgt te werk: 1 Houd de diskette (1) met het label naar boven gericht. 2 Duw de diskette voorzichtig in het station (2) tot de diskette vastklikt.
n N 92 Randapparatuur aansluiten Een diskette verwijderen Om een diskette te verwijderen gaat u als volgt te werk: Als u de diskette niet meer nodig hebt, wacht u tot het LED-lampje (1) uitgaat, waarna u op de uitwerpknop (2) drukt om de diskette te verwijderen. ✍ Het LED-lampje mag niet branden op het moment dat u op de uitwerpknop drukt. Als de diskette niet wordt uitgeworpen wanneer u op de uitwerpknop drukt, koppelt u het diskettestation los van de computer.
n N 93 Randapparatuur aansluiten Problemen met diskettestations oplossen Mijn USB-diskettestation kan de diskette niet beschrijven ❑ De diskette is beveiligd tegen schrijven. Schuif het wispreventienokje weg of gebruik een diskette die niet tegen schrijven is beveiligd. ❑ Controleer of de diskette juist in het diskettestation zit. ❑ Mogelijk is uw diskette beschadigd. Probeer het nogmaals met een andere diskette.
n N 94 Randapparatuur aansluiten Een printer aansluiten U kunt een Windows-compatibele printer aansluiten op de computer om bestanden af te drukken. Een printer met een USB-connector aansluiten U kunt een USB-printer die compatibel is met uw versie van Windows aansluiten op de computer. Om een printer aan te sluiten via de USB-connector, gaat u als volgt te werk: 1 Steek het netsnoer van de printer in een stopcontact (1).
n N 95 Randapparatuur aansluiten Een printer met de printerconnector aansluiten Om een printer aan te sluiten via de printerconnector, gaat u als volgt te werk: 1 Steek het netsnoer (1) van de printer in een stopcontact. 2 Sluit de printerkabel (2) die bij uw printer is geleverd, aan op de printeraansluiting (3) poortreplicator. ✍ Schakel de computer en de printer uit en trek de netadapter en het netsnoer uit vóór u de printer aansluit.
n N 96 Randapparatuur aansluiten Probleem met printers oplossen ❑ Controleer of het stuurprogramma van de printer Windows XP ondersteunt. Vraag de fabrikant van uw printer om een stuurprogramma dat Windows XP ondersteunt. ❑ De printeraansluiting op de poortreplicator is intern op de USB-connector aangesloten. Wanneer uw printer is aangesloten op de printeraansluiting op de poortreplicator, gaat u als volgt te werk om de instellingen van de printerpoort te controleren.
n N 97 Randapparatuur aansluiten ❑ Wanneer uw printer over de bidirectionele communicatiefuncties beschikt, kunt u mogelijk afdrukken door deze functies op uw computer uit te schakelen. Ga als volgt te werk: 1 Klik op Start en selecteer Configuratiescherm. 2 Klik op Printers en overige hardware. 3 Klik op Printers en faxapparaten. 4 Klik met de rechtermuisknop op de printer om Eigenschappen te selecteren. 5 Klik op het tabblad Poorten.
n N 98 Randapparatuur aansluiten Een i.LINK-apparaat aansluiten Uw computer is voorzien van een i.LINK-connector (IEEE1394), waarmee u een i.LINK-apparaat, bijvoorbeeld een digitale videocamera, kunt aansluiten, of twee VAIO computers op elkaar kunt aansluiten om bestanden te kopiëren, te verwijden of te bewerken. De i.LINK-connector van uw computer levert geen stroom voor externe apparaten die normaal wel stroom ontvangen via een i.LINKconnector. De i.
n N 99 Randapparatuur aansluiten Een digitale videocamera aansluiten Om een digitale videocamera aan te sluiten op de computer, gaat u als volgt te werk: 1 Steek het ene uiteinde van de i.LINK-kabel (1) in de i.LINK-connector (2) van de computer en het andere uiteinde in de DV In/Out connector (3) van de digitale videocamera. 2 Start de toepassing DVgate Plus.
n N 100 Randapparatuur aansluiten ✍ Bij digitale videocamera's van Sony zijn de connectors met de aanduiding DV Out, DV In/Out of i.LINK i.LINK-compatibel. De digitale videocamera van Sony is maar een voorbeeld. Mogelijk moet uw digitale videocamera anders worden aangesloten. Als uw digitale videocamera is voorzien van een Memory Stick sleuf, kunt u opgenomen beelden of videoclips kopiëren naar de computer via een Memory Stick.
n N 101 Randapparatuur aansluiten Problemen met i.LINK-apparaten oplossen Ik kan geen i.LINK-verbinding tot stand brengen tussen twee VAIO computers ❑ U kunt de verbinding alleen tot stand brengen wanneer u op uw computer als Administrator bent aangemeld. ❑ Koppel de i.LINK-kabel los en sluit hem opnieuw aan. ❑ Als na enige tijd nog steeds geen verbinding tot stand is gekomen, start u beide computers opnieuw op.
n N 102 Randapparatuur aansluiten Aansluiten op een netwerk (LAN) U kunt uw computer aansluiten op netwerken van het type 10BASE-T/100BASE-TX/1000BASE-T* via een Ethernet-netwerkkabel. Raadpleeg uw netwerkbeheerder voor de gedetailleerde instellingen en de apparaten die nodig zijn voor de aansluiting op het netwerk. ✍ De standaardinstellingen maken het mogelijk om uw computer aan te sluiten op het netwerk.
n N 103 Uw VAIO computer personaliseren Uw VAIO computer personaliseren In de volgende paragrafen wordt kort beschreven hoe u de standaardinstellingen van uw computer kunt aanpassen. U zult onder andere leren hoe u uw modem op gebruik moet voorbereiden, hoe u het uiterlijk van uw Sony software en de hulpprogramma's kunt gebruiken en aanpassen enzovoort.
n N 104 Uw VAIO computer personaliseren Uw taal instellen met Windows XP Professional Windows XP Professional computers zijn uitgerust met de functie Meertalige gebruikersinterface (MUI). Hiermee kunt u voor het Engelse besturingssysteem, enkele softwaretoepassingen en de indeling van het toetsenbord de taal van uw keuze kiezen: Frans, Duits, Japans, Nederlands, Italiaans, Spaans, Tsjechisch, Fins, Grieks, Portugees en Zweeds.
n N 105 Uw VAIO computer personaliseren 4 Op het tabblad Advanced van het venster Regional and Language Options selecteert u uw taal in de vervolgkeuzelijst Language for non-Unicode programs. 5 Wanneer u de taal van de Windows-menu's, dialoogvensters en online-Help-bestanden van Microsoft Windows wilt wijzigen, selecteert u het tabblad Languages in het venster Regional and Language Options.
n N 106 Uw VAIO computer personaliseren Ga als volgt te werk om de toetsenbordindeling te wijzigen: 1 Klik op Start en selecteer Control Panel. 2 Dubbelklik in het venster Control Panel op het pictogram Regional and Language Options. Wanneer u dit pictogram niet ziet, klikt u aan de linkerkant op Klassieke weergave. 3 Klik op het tabblad Languages van het venster Regional and Language Options op de knop Details. Het scherm Text Services and Input Languages wordt weergegeven.
n N 107 Uw VAIO computer personaliseren Uw modem configureren Voordat u kunt beginnen met het gebruik van uw interne modem (niet alle modems zijn intern), en elke keer als u uw modem onderweg gebruikt, moet u controleren of het land van de actieve locatie die in het dialoogvenster Telefoon- en modemopties is gedefinieerd, overeenkomt met het land van waaruit u belt. Onder de huidige modemstuurprogramma-opties staat eventueel een tabblad Country Selector.
n N 108 Uw VAIO computer personaliseren ✍ Controleer voordat u nieuwe landinstellingen toepast of uw telefoonlijn van uw VAIO computer is ontkoppeld. Het modemstuurprogramma bijwerken Ga als volgt te werk als u om een bepaalde reden het modemstuurprogramma moet bijwerken: 1 Klik op de knop Start en open het Configuratiescherm. Het venster Configuratiescherm verschijnt. 2 Klik op Printers en andere hardware. Het venster Printers en andere hardware wordt geopend.
n N 109 Uw VAIO computer personaliseren Een Sony-bureaubladachtergrond instellen Op uw Sony VAIO computer vindt u, naast vele andere functies, verschillende bureaubladachtergronden. U kunt uw bureaubladachtergrond zo vaak veranderen als u maar wilt. U kunt kiezen uit verschillende bureaubladachtergronden die specifiek zijn voor de VAIO.
n N 110 Uw VAIO computer personaliseren Toepassingen installeren en bijwerken In deze paragraaf wordt uitgelegd hoe u software installeert, uitvoert of verwijdert. Bovendien komt u te weten hoe u de laatste updates van onze website kunt downloaden.
n N 111 Uw VAIO computer personaliseren Software installeren Zie voor meer informatie over de installatie van software bij accessoires van de meegeleverde hersteldiskette of van uw harde schijf Gids systeemherstel. Controleer voor software bij accessoires eerst de installatieprocedure van het accessoire. Gebruik de hierna beschreven procedure om andere software te installeren.
n N 112 Uw VAIO computer personaliseren Software wijzigen of verwijderen U kunt een softwareprogramma verwijderen of wijzigen wanneer u maar wilt. Sluit voordat u verder gaat de toepassing die u wilt wijzigen/verwijderen. Ga als volgt te werk om software te wijzigen of te verwijderen: 1 Klik in het menu Start op Configuratiescherm. Het venster Configuratiescherm verschijnt. 2 Klik op het pictogram Software. Het dialoogvenster Software verschijnt.
n N 113 Uw VAIO computer personaliseren ✍ U kunt programma's sorteren door verschillende opties te kiezen onder Sorteren op. Software verwijdert alleen programma's die voor het Windows besturingssysteem zijn geschreven. Controleer bij andere programma's de documentatie om te zien of andere bestanden (zoals .ini-bestanden) moeten worden verwijderd.
n N 114 Uw VAIO computer personaliseren Software downloaden Het is mogelijk de laatste upgrades van software voor uw computer van onze website te downloaden. Ga als volgt te werk om de laatste upgrades te downloaden: 1 Ga naar www.vaio-link.com en kies uw taal. 2 Selecteer Drivers en Updates en volg de procedure. ✍ Zie voor installatie van uw software de paragraaf Software installeren (pagina 111).
n N 115 Uw VAIO computer personaliseren Stuurprogramma's beheren Een stuurprogramma is software waarmee u hardware-apparatuur kunt gebruiken. Om de printer te kunnen gebruiken, moet u bijvoorbeeld eerst het bijbehorende stuurprogramma installeren. Veel stuurprogramma's, zoals dat van de muis, horen bij het besturingssysteem. In deze paragraaf wordt uitgelegd hoe u een stuurprogramma installeert, controleert, bijwerkt of verwijdert. De functie Rollback van Windows XP wordt ook uitgelegd.
n N 116 Uw VAIO computer personaliseren Een stuurprogramma installeren Zie voor meer informatie over het (opnieuw) installeren van stuurprogramma's Gids systeemherstel. Ga als volgt te werk om een stuurprogramma te installeren dat op C: is opgeslagen: 1 Ga naar de map C:\Drivers. 2 Selecteer de juiste map. Wanneer u een modemstuurprogramma moet bijwerken, selecteert u bijvoorbeeld de map Modem. 3 Wanneer er een .exe-bestand in de map staat, dubbelklikt u op het bestand .
n N 117 Uw VAIO computer personaliseren 8 Klik op Voltooien. U wordt mogelijk gevraagd de computer opnieuw op te starten. 9 Klik op Ja. Het stuurprogramma is geïnstalleerd. ✍ Wanneer u uw apparaatstuurprogramma wilt installeren, moet u zich bij de computer aanmelden als beheerder.
n N 118 Uw VAIO computer personaliseren De installatie van het stuurprogramma controleren Controleer wanneer de computer opnieuw wordt opgestart of het apparaat goed werkt. Ga als volgt te werk om de installatie van het stuurprogramma te controleren: 1 Klik in het menu Start op Configuratiescherm. Het venster Configuratiescherm verschijnt. 2 Klik op Prestaties en onderhoud. 3 Klik op het pictogram Systeem. Het dialoogvenster Systeem/Eigenschappen verschijnt.
n N 119 Uw VAIO computer personaliseren ❑ Wanneer het bericht Dit apparaat werkt correct niet wordt weergegeven, werkt het apparaat niet goed. Klik op OK om het dialoogvenster Eigenschappen te sluiten en installeer het stuurprogramma vervolgens als volgt opnieuw: ❑ Klik met de rechtermuisknop op Installatie ongedaan maken. ❑ Klik wanneer het dialoogvenster Verwijderen van apparaat bevestigen verschijnt op OK. ❑ Klik op Ja en start de computer opnieuw op.
n N 120 Uw VAIO computer personaliseren Een stuurprogramma bijwerken Ga als volgt te werk om het stuurprogramma bij te werken: 1 Klik op Start op de taakbalk. 2 Klik op Configuratiescherm. 3 Klik op Printers en andere hardware. Klik vervolgens op het apparaat dat u wilt terugzetten. 4 Klik op het tabblad Hardware op Eigenschappen. 5 Klik op het tabblad Stuurprogramma op Stuurprogramma bijwerken.... 6 Volg de instructies die op het scherm verschijnen.
n N 121 Uw VAIO computer personaliseren Een stuurprogramma verwijderen Laat het apparaat op uw computer aangesloten terwijl u het stuurprogramma verwijdert. Ga als volgt te werk om het stuurprogramma te verwijderen: 1 Klik op Start op de taakbalk. 2 Klik op Configuratiescherm. 3 Klik op Printers en andere hardware. Klik vervolgens op het apparaat dat u wilt terugzetten. 4 Klik op het tabblad Hardware op Eigenschappen. 5 Klik op het tabblad Stuurprogramma op Installatie ongedaan maken.
n N 122 Uw VAIO computer personaliseren 8 Klik wanneer het dialoogvenster Verwijderen van apparaat bevestigen verschijnt op OK. Het stuurprogramma wordt verwijderd. ✍ Als u een apparaatstuurprogramma wilt verwijderen, moet u als systeembeheerder bij uw computer zijn aangemeld.
n N 123 Uw VAIO computer personaliseren Een stuurprogramma terugzetten Systeemherstel is een functie van Microsoft Windows XP waarmee u uw computer in geval van een probleem naar een eerdere fase kunt terugzetten zonder persoonlijke gegevensbestanden te verliezen. Systeemherstel houdt de veranderingen in het systeem bij en maakt automatisch gemakkelijk herkenbare herstelpunten. Via deze herstelpunten kunt u het systeem naar een eerder tijdstip terugzetten.
n N 124 Uw VAIO computer personaliseren Of: 1 Klik op Start op de taakbalk. 2 Klik op Deze Computer in het menu. 3 Klik op Systeeminformatie aan de linkerkant van het venster. 4 Klik op het tabblad Hardware en vervolgens op Apparaatbeheer. 5 Dubbelklik op de optie die overeenkomt met het apparaat dat u hebt geïnstalleerd en dubbelklik vervolgens op uw apparaat. Het dialoogvenster Eigenschappen verschijnt. 6 Klik op het tabblad Stuurprogramma.
n N 125 Uw VAIO computer personaliseren Stuurprogramma's downloaden U kunt de nieuwste versies van stuurprogramma's voor uw computer van onze website downloaden. Ga als volgt te werk om de nieuwste stuurprogramma's te downloaden: 1 Ga naar www.vaio-link.com en kies uw taal. 2 Selecteer Drivers en Updates en volg de procedure. Volg voor meer informatie de instructies die u bij het apparaat hebt ontvangen of raadpleeg Gids systeemherstel.
n N 126 Uw VAIO computer uitbreiden Uw VAIO computer uitbreiden De computer en geheugenmodules bevatten precisieonderdelen en werken op basis van een elektronische-connectortechnologie. Om te vermijden dat de garantie vervalt als gevolg van een verkeerde behandeling, volgt u de onderstaande aanbevelingen: ❑ Contacteer uw dealer als u een nieuwe geheugenmodule wilt installeren. ❑ Installeer geheugenmodules nooit zelf, tenzij u hiermee vertrouwd bent.
n N 127 Uw VAIO computer uitbreiden ❑ Elektrostatische ontlading (ESO) kan geheugenmodules en andere onderdelen beschadigen. Installeer de geheugenmodule alleen op een ESO-werkstation. Als geen ESO-werkstation beschikbaar is, mag u niet werken in een ruimte met een vloertapijt en mag u geen materialen hanteren die statische elektriciteit kunnen opwekken of vasthouden (bv. cellofaanverpakking).
n N 128 Uw VAIO computer uitbreiden Een geheugenmodule verwijderen en installeren Om de geheugenmodule te wijzigen, gaat u als volgt te werk: 1 Sluit de computer af en koppel alle randapparaten los. 2 Ontkoppel de computer en verwijder de batterij. 3 Wacht tot de computer is afgekoeld. 4 Schroef de schroef (aangeduid door de onderstaande pijl) onder in de computer los en verwijder het kapje van het geheugenmodulecompartiment.
n N 129 Uw VAIO computer uitbreiden 6 De geheugenmodule verwijderen: ❑ Trek de lipjes in de richting van de pijlen (1). De geheugenmodule is nu los. ❑ Zorg dat de geheugenmodule omhoog kantelt en trek deze in de richting van de pijl naar buiten (2). 7 Verwijder de nieuwe geheugenmodule uit de verpakking.
n N 130 Uw VAIO computer uitbreiden 8 Schuif de geheugenmodule in de geheugenmodulesleuf en druk deze naar binnen totdat deze vastklikt. ! Raak geen andere onderdelen van het moederbord aan. Zorg dat u de folielaag aan de binnenkant voor bescherming van de module niet beschadigt. 9 Plaats het kapje van het geheugenmodulecompartiment weer terug. 10 Draai de schroef voorzichtig vast. 11 Plaats de batterij weer terug en schakel de computer in.
n N 131 Uw VAIO computer uitbreiden De geheugencapaciteit controleren Om de hoeveelheid geheugen te controleren, gaat u als volgt te werk: 1 Zet de computer aan. 2 Ga naar VAIO Control Center via het menu Start. 3 Dubbelklik op de map Info over deze computer in het venster VAIO Control Center. 4 Dubbelklik op het pictogram Info over deze computer in de map Info over deze computer. U kunt zien hoeveel systeemgeheugen er nog over is.
n N 132 Ondersteuning Ondersteuning Dit deel beschrijft hoe u hulp en ondersteuning kunt krijgen van Sony, en geeft tips voor het oplossen van problemen met de computer. Sony biedt verschillende ondersteuningsopties voor uw computer aan. Sony-ondersteuningsopties Raadpleeg het Documentatiepakket (pagina 8) voor verdere informatie over de online en gedrukte dokumentatie die met uw computer werd geleverd.
n N 133 Ondersteuning e-Support Wat is e-Support? U heeft onze handleidingen doorgenomen, bent op onze website (www.vaio-link.com) geweest, maar u heeft geen antwoord gevonden op uw vraag/probleem? e-Support is de ideale oplossing voor u! Ons e-Support webportaal is een interactieve website waarnaar u iedere technische vraag kunt sturen betreffende uw VAIO en waar een toegewijd ondersteuningsteam klaar staat om u te antwoorden.
n N 134 Ondersteuning Kan ik mijn vragen op ieder moment versturen? Ja, u kunt uw vragen 24 uur per dag, 7 dagen per week versturen. Hou er, desondanks, rekening mee dat ons e-Support Team uw vragen slechts van maandag tot vrijdag tussen 8 am en 6 pm kan beantwoorden. Wat kost mij het gebruik van e-Support? Helemaal niets.
n N 135 Voorzorgsmaatregelen Voorzorgsmaatregelen Dit deel beschrijft de veiligheidsrichtlijnen en voorzorgsmaatregelen om beschadiging van uw computer te voorkomen.
n N 136 Voorzorgsmaatregelen Hoe met de harde schijf omgaan De harde schijf heeft een hoge opslagdichtheid en kan in hoog tempo gegevens lezen of schrijven. De vaste schijf is echter ook kwetsbaar voor mechanische trillingen, schokken en stof. Hoewel de harde schijf is voorzien van een ingebouwde beveiliging tegen het verlies van gegevens door trillingen, schokken of stof, is het toch belangrijk dat u de computer voorzichtig behandelt.
n N 137 Voorzorgsmaatregelen Hoe met het LCD-scherm omgaan ❑ Stel het LCD-scherm niet bloot aan direct zonlicht omdat het scherm hierdoor kan worden beschadigd. Wees voorzichtig als u de computer gebruikt in de nabijheid van een venster. ❑ Kras niet over het LCD-scherm en oefen er geen druk op uit. Dit kan een defect veroorzaken. ❑ Als u de computer gebruikt bij een lage omgevingstemperatuur, kan het beeld op het scherm wat blijven hangen. Dit is geen defect.
n N 138 Voorzorgsmaatregelen Gebruik van de stroomvoorziening ❑ Raadpleeg de gedrukte Specificaties voor informatie over de stroomvoorziening van de VAIO. ❑ Sluit op het stopcontact waarop de computer is aangesloten geen andere toestellen aan die stroom verbruiken (bv. een kopieerapparaat of papierversnipperaar). ❑ U kunt een contactdoos met een stroomstootbeveiliging kopen.
n N 139 Voorzorgsmaatregelen Onderhoud van de computer ❑ Reinig de behuizing met een zachte droge doek, eventueel licht bevochtigd met een milde oplossing van een schoonmaakmiddel. Gebruik nooit schuursponsjes, schuurmiddelen of oplosmiddelen zoals alcohol en benzeen, omdat deze de afwerkingslaag van de computer kunnen beschadigen. ❑ Als er een voorwerp of een vloeistof in de computer terechtkomt, sluit u uw computer onmiddellijk af en neemt u de stekker uit het stopcontact.
n N 140 Voorzorgsmaatregelen ❑ De computer gebruikt hoogfrequente radiosignalen die de radio- of tv-ontvangst kunnen storen. Als dit probleem zich voordoet, plaatst u de computer verder weg van het betreffende toestel. ❑ Gebruik alleen de aanbevolen randapparaten en interface-kabels, anders kunnen zich problemen voordoen. ❑ Gebruik geen beschadigde aansluitkabels. ❑ Wanneer de computer snel van een koude naar een warme ruimte wordt overgebracht, kan er in de computer condensatie van waterdamp optreden.
n N 141 Voorzorgsmaatregelen Hoe schijven behandelen ❑ Raak het oppervlak van een schijf nooit aan. ❑ Laat een schijf nooit vallen en buig een schijf niet. ❑ Vingerafdrukken en stof op het oppervlak van een schijf kunnen tot leesfouten leiden. Houd een schijf altijd vast bij de rand en het gat in het midden, zoals hier is weergegeven: ❑ De betrouwbaarheid van een schijf is alleen gewaarborgd wanneer u hier zorgvuldig mee omgaat.
n N 142 Voorzorgsmaatregelen Hoe de batterij gebruiken ❑ Stel de batterij nooit bloot aan een temperatuur van meer dan 60°C (bv. in direct zonlicht of in een auto die geparkeerd staat in de zon). ❑ De batterij raakt sneller leeg bij lage temperaturen. Dit komt omdat het rendement van de batterij afneemt bij lage temperaturen. ❑ Laad de batterijen op bij temperaturen tussen 10°C en 30°C. Bij lagere temperaturen duurt het opladen langer. ❑ De batterij warmt op terwijl ze wordt gebruikt of ontladen.
n N 143 Voorzorgsmaatregelen Hoe hoofdtelefoons gebruiken ❑ Verkeersveiligheid – Gebruik geen hoofdtelefoon terwijl u een voertuig/rijtuig bestuurt, fietst of een gemotoriseerd voertuig bedient. Dit is niet alleen gevaarlijk, maar is in sommige landen zelfs bij wet verboden. Loop niet rond met een hoofdtelefoon met luide muziek. Dit kan gevaarlijk zijn, vooral op zebrapaden. ❑ Gehoorbeschadiging voorkomen – Zet het volume van de hoofdtelefoon niet te hoog.
n N 144 Handelsmerken Handelsmerken Sony, Battery Checker, Click to DVD, DVgate Plus, HotKey Utility, Keyboard Utility, Memory Stick Formatter, PictureGear Studio, Prepare your VAIO, SonicStage, SonicStage Mastering Studio, VAIO Control Center, VAIO Edit Components, VAIO Launcher, VAIO Media, VAIO Power Management, VAIO System Information, VAIO Zone, Memory Stick, the Memory Stick logo, VAIO en het VAIOlogo zijn handelsmerken van Sony Corporation.
n N 145 Handelsmerken Alle andere namen van systemen, producten en diensten zijn handelsmerken van hun respectieve eigenaars. In de handleiding zijn de handelsmerksymbolen ™ en ® weggelaten. De specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Alle andere handelsmerken zijn handelsmerken van hun respectieve eigenaars. Zie het gedrukte blad Specificaties om te zien welke software voor uw model beschikbaar is.