4-453-048-71(1) Digitale camera met verwisselbare lens α-handboek Inhoud Voorbeeldfoto Menu Index © 2013 Sony Corporation NEX-3N NL
Opmerkingen over het gebruik van de camera Zo gebruikt u dit handboek Inhoud Klik op een knop bovenaan rechts op de omslag en op een bepaalde bladzijde als u naar de overeenkomende bladzijde wilt springen. Dit is handig wanneer u zoekt naar een functie die u wilt gebruiken. Voorbeeldfoto Zoeken naar informatie op functie. Zoeken naar informatie op voorbeeldfoto's. Zoeken naar informatie in een lijst van menu-items. Menu Zoeken naar informatie op sleutelwoord.
Inhoud Inhoud Voorbeeldfoto Opmerkingen over het gebruik van de camera Zo gebruikt u dit handboek····································2 Voorbeeldfoto ························································6 Onderdelen herkennen········································12 Lijst van pictogrammen op het scherm················17 Menu Eenvoudige bedieningshandelingen Index De camera bedienen ···········································20 Menu ···································································2
Inhoud Functies gebruiken met de W/T-(zoom)knop Zoom ···································································50 (Beeldindex) ···················································53 Voorbeeldfoto Functies in het menu gebruiken Menu Opn.
Inhoud Overige Voorbeeldfoto De camera in het buitenland gebruiken·············191 Geheugenkaart··················································192 "InfoLITHIUM"-accu···········································194 De accu opladen ···············································196 Montage-adapter ···············································197 AVCHD-indeling ················································199 Reiniging ···························································200 Index Menu Index··
Voorbeeldfoto Inhoud "Dit is de scène die ik wil vastleggen in een foto, maar hoe moet ik dat doen?" U vindt misschien het antwoord door de voorbeeldfoto's die hier worden gegeven, door te lopen. Klik op de voorbeeldfoto van uw keuze.
Foto's maken van mensen Inhoud Dezelfde scène met verschil in helderheid (48) 75 59 Een blije glimlach (75) Een persoon bij kaarslicht (59) 58 49 Een persoon voor een nachtscène (58) Een bewegend persoon (49) 46 67 Een groepsfoto (46, 47) Een persoon die van achter wordt belicht (67) Index Een persoon wordt scherp afgebeeld terwijl de achtergrond onscherp is (34) Menu 48 Voorbeeldfoto 34 78 Een persoon met zachte huidtinten (78) 7NL Vervolg r
Macrofoto's maken Inhoud De kleur aanpassen aan het licht binnenshuis (89) 58 93 Bloemen (58) De hoeveelheid flitslicht verminderen (93) 68 42 Handmatig scherpstellen (68) Onderwerpen opnemen met betere helderheid (42) 49 42 Camerabewegingen voorkomen bij opnamen binnenshuis (49) Eten er aantrekkelijk laten uitzien (42) Index De achtergrond onscherp maken (34) Menu 89 Voorbeeldfoto 34 8NL Vervolg r
Landschapsopnamen maken Inhoud De lucht in levendige kleuren (42) Stromend water (64) 99 99 Levendige groene kleuren (99) Gekleurde bladeren (99) Menu 64 Voorbeeldfoto 42 60 Panoramafoto's (60) Index 94 94 Omgeving met een breed helderheidsbereik (94) Licht buiten opgenomen vanuit een donker interieur (94) 34 114 De achtergrond onscherp maken (34) Uw opname recht houden (114) 9NL Vervolg r
De camera in de hand houden (59) Prachtige foto's maken van het rode licht van de zonsondergang (58) 63 67 Vuurwerk (63) Lichtspoor (67) 48 34 De achtergrond onscherp maken (34) Index Dezelfde scène met verschil in helderheid (48) Menu 58 Voorbeeldfoto 59 Inhoud Opnamen maken van zonsondergang/nachtelijke taferelen 46 Camerabewegingen voorkomen (46) 10NL Vervolg r
Een bewegend onderwerp volgen (71) Krachtige actie uitdrukken (64) 68 45 Het onderwerp opnemen dat de camera nadert (68) Het beste moment vastleggen (45) Menu 64 Voorbeeldfoto 71 Inhoud Opnamen maken van snel bewegende onderwerpen Index 11NL
Onderdelen herkennen Positiemarkering beeldsensor (68) I Microfoon1) J Lens K Lensontgrendelingsknop Wanneer de lens is verwijderd L Lensvatting M Beeldsensor2) 1) Bedek dit deel niet tijdens het opnemen van films. 2) Raak dit onderdeel niet rechtstreeks aan. Menu N Contactpunten van de lens2) Index Raadpleeg de paginanummers tussen haakjes voor meer informatie over de bediening van de onderdelen.
A (flitser-omhoog)-knop (67) C Toegangslampje D Afdekking van de geheugenkaart/ aansluiting E Multi/Micro USB-aansluiting (174) F Laadlampje G Insteeksleuf geheugenkaart H HDMI-microaansluiting (167) I MOVIE-knop (28) J Schermtoets A (21) Voorbeeldfoto Ondersteunt een micro-USB-compatibel apparaat.
E Luidspreker • Gebruik een statief met een schroeflengte van minder dan 5,5 mm. U kunt de camera niet stevig op een statief bevestigen als de schroeven langer zijn dan 5,5 mm en daarbij mogelijk de camera beschadigen. Inhoud F Schroefgat voor statief Voorbeeldfoto A Accudeksel Menu B Vergrendelingshendel C Batterijvak D Afdekking aansluitplaat Index Gebruik deze wanneer u een AC-PW20netspanningsadapter (los verkrijgbaar) gebruikt.
Lens Inhoud E PZ 16-50 mm F3.5-5.6 OSS (geleverd bij NEX-3NL/3NY) A Zoom-/scherpstelring B Zoomhendel 1) Raak dit onderdeel niet rechtstreeks aan. Voorbeeldfoto C Montagemarkeringen D Contactpunten van de lens1) Menu z De zoom-/scherpstelring gebruiken Wanneer een E PZ 16-50 mm F3.5-5.6 OSS-lens is bevestigd, veranderen de functies die zijn toegewezen aan de zoom-/scherpstelring volgens de instellingen van [AF/MF-selectie] (pagina 68). AF/MF-selectie (D. handm. sch.
E55-210 mm F4.5-6.3 OSS (geleverd bij NEX-3NY) Inhoud Voorbeeldfoto Menu B Zoomring C Schaal voor brandpuntsafstand D Markeringen voor brandpuntsafstand Index A Scherpstelring E Contactpunten van de lens1) F Montagemarkeringen 1) Raak dit onderdeel niet rechtstreeks aan.
Opname-standby A Schermtoetsen Indicatie Opn.modus PASM Voorbeeldfoto Pictogrammen worden op het scherm weergegeven om de status van de camera aan te duiden. U kunt de weergave op het scherm wijzigen door middel van DISP (Inhoud weergeven) op het besturingswiel (pagina 40). Inhoud Lijst van pictogrammen op het scherm Scènekeuze Menu Pictogram van scèneherkenning Grafische weergave Films opnemen 100 Aantal opneembare stilstaande beelden 123Min.
Schermtoetsen Indicatie Schermtoetsen Indicatie Scherpstelfunctie Live-weergave Functie voor scherpstelgebied Neemt geen geluid op tijdens het opnemen van films Gezichtsherkenning Witbalans AWB SteadyShot/SteadyShot waarschuwing 7500K A7 G7 Zachte-huideffect Databasebestand vol/ Databasebestandsfout DRO/Auto HDR Zoomvergroting Automat.
Schermtoetsen Indicatie Diafragma-indicatie Opnametijd van de film (m:s) 2013-1-1 9:30AM Vastgelegde datum/tijd van het beeld 12/12 Beeldnummer/Aantal beelden in de weergavefunctie Verschijnt wanneer HDR niet heeft gewerkt op het beeld. Histogram Menu Dit wordt afgebeeld wanneer [Foto-effect] niet werkte op het beeld.
Eenvoudige bedieningshandelingen De camera bedienen Inhoud Met het besturingswiel en de schermtoets kunt u diverse functies van de camera gebruiken. Voorbeeldfoto Besturingswiel Menu Schermtoetsen Besturingswiel Index Tijdens het opnemen zijn de functies DISP (Inhoud weergeven), (Belicht.comp.), (Transportfunctie) en ISO (ISO) toegewezen aan het besturingswiel. Tijdens het weergeven is de functie DISP (Inhoud weergeven) toegewezen aan het besturingswiel.
Voorbeeldfoto De pijl duidt aan dat u het besturingswiel kunt draaien. Inhoud Wanneer u aan de boven-/onder-/rechter-/linkerzijde van het besturingswiel draait of erop drukt (volgens aanwijzingen op het scherm) kunt u het instellen van items selecteren. Uw selectie wordt bepaald wanneer u op het midden van het besturingswiel drukt.
Functies in het menu gebruiken Menu Inhoud U kunt de basisinstellingen instellen voor de camera als geheel of functies uitvoeren zoals opnamen maken, afspelen of andere bedieningshandelingen. Voorbeeldfoto 1 Selecteer MENU. MENU Besturingswiel Index 3 Volg de instructies op het scherm en selecteer het item van uw keuze en druk op het midden van het besturingswiel als u uw keus wilt maken.
Neemt op door het diafragma in te stellen en het scherpstelbereik te veranderen of maakt de achtergrond onscherp. Autom. programma Automatisch opnamen maken waarbij u de instellingen kunt aanpassen, behalve de belichting (sluitertijd en diafragma). Inhoud Diafragmavoorkeuze Camera Transportfunctie Selecteert de transportfunctie, zoals ononderbroken opnamen, zelfontspanner of bracketopnamen. Flitsfunctie Selecteert de methode die wordt gebruikt voor het flitsen.
Beeldformaat Inhoud Biedt u de mogelijkheid het beeldformaat en de beeldverhouding in te stellen. Stilstaand beeld Beeldformaat Selecteert het beeldformaat. Selecteert de beeldverhouding. Kwaliteit Selecteert de compressie-indeling. Panorama Beeldformaat Selecteert het beeldformaat van panoramische beelden. Panoramarichting Selecteert de richting voor het pannen van de camera wanneer u panoramische beelden opneemt. Voorbeeldfoto Beeldverhouding Film Selecteert AVCHD of MP4.
Beeldindex Vergroot het beeld. Roteert beelden. Beveiligt beelden of annuleert de beveiliging. Volume-instellingen Stelt het geluidsvolume in van films. Inhoud Tijdens weergeven weergave Wisselt tussen informatie die op het weergavescherm moet worden weergegeven. Instellingen Hiermee kunt u meer gedetailleerde instellingen voor opnamen maken, of de instellingen van de camera wijzigen.
Hiermee wordt ingesteld hoe lang de afbeelding zal worden getoond in een uitgebreide vorm. Kleurenruimte Wijzigt het bereik van de kleurreproductie. Stelt de correctie in voor camerabewegingen. Opn. zonder lens Stelt in of de sluiter in werking moet worden gesteld of niet wanneer er geen lens op de camera zit. NR lang-belicht Stelt de ruisreductieverwerking in voor opnamen met een lange belichtingstijd. NR bij hoge-ISO Stelt de ruisreductieverwerking in voor opnamen met een hoge ISO-gevoeligheid.
USB-verbinding Selecteert de toepasselijke USB-aansluitmethode voor elke computer en elk USB-apparaat die zijn aangesloten op de camera. USB LUN-instelling Verbetert de compatibiliteit door de functies van de USBverbinding te beperken. Gebruik normaal [Multi]. Versie Toont de versies van de camera en de lens/montage-adapter. Demomodus Stelt in of de demonstratie wordt weergegeven bij films of niet. Initialiseren Stelt de camera terug op de standaardinstellingen.
Beelden opnemen De functie Scèneherkenning begint te werken. 2 Als u stilstaande beelden wilt maken, drukt u de ontspanknop half in, stelt u scherp op uw onderwerp en maakt u vervolgens de opname door de ontspanknop geheel in te drukken. Bij het opnemen van gezichten, onderwerpen in close-up (macro) of onderwerpen die worden gevolgd door [Scherpst.-volgen], analyseert de camera de scène en snijdt automatisch het vastgelegde beeld bij naar een geschikte compositie.
een onderwerp waarop u moeilijk kunt scherpstellen Wanneer de camera niet automatisch op het onderwerp kan scherpstellen, knippert de scherpstellingsindicator. Maak opnieuw een compositie van de opname of kies een andere instelling voor het scherpstellen. Scherpstellingsind Status icator z brandt Scherpstelling is vergrendeld. Scherpstelling is bevestigd. Het scherpstelpunt beweegt doordat het een bewegend onderwerp volgt. brandt Scherpstelling wordt uitgevoerd. Kan niet scherpstellen.
Beelden weergeven Inhoud Geeft de vastgelegde beelden weer. 1 Druk op de (Weergave)-knop. 2 Selecteer het beeld met het besturingswiel. Bediening van het besturingswiel Onderbreken/hervatten Druk op het midden. Snel vooruit Druk op de rechterkant of draai het besturingswiel rechtsom. Snel terug Druk op de linkerkant of draai het besturingswiel linksom. Vooruit langzaam afspelen Draai naar rechts in pauzestand. Terug langzaam afspelen* Draai naar links in de pauzestand.
Vergrote weergave 2 Pas de schaal aan door het besturingswiel te draaien. 3 Selecteer het gedeelte dat u wilt vergroten door op de boven-/onder-/rechter-/ linkerzijde van het besturingswiel te drukken. Menu 4 U kunt de vergrote weergave annuleren door te selecteren. Voorbeeldfoto 1 Geef het beeld weer dat u wilt vergroten en duw daarna de W/T-(zoom)knop naar de T-kant ( ). Inhoud Een gedeelte van een stilstaand beeld kan worden vergroot tijdens de weergave.
Beelden wissen Inhoud U kunt het weergegeven beeld wissen. 1 Terwijl het beeld dat u wilt wissen wordt weergegeven, selecteert u (Wissen). Selecteer afsluiten. Voorbeeldfoto 2 Selecteer OK. als u de bedieningshandeling wilt (Wissen) Menu OK Opmerkingen • U kunt beveiligde beelden niet wissen. • Wanneer u eenmaal een beeld hebt gewist, kunt u dit niet herstellen. Controleer of het beeld echt mag worden gewist voordat u verder gaat.
De functie Creatief met foto's gebruiken Creatief met foto's Inhoud Met behulp van [Creatief met foto's] kunt u een onderwerp met eenvoudige bediening opnemen om gemakkelijk creatieve foto's te maken. 1 Stel de opnamefunctie in op [Slim automatisch] of [Superieur automatisch]. Voorbeeldfoto 2 Druk op de onderkant van het besturingswiel om (Creatief met foto's) te selecteren. Menu 3 Selecteer het onderdeel dat u wilt instellen uit de onderdelen die worden afgebeeld langs de onderrand van het scherm.
Achterg. onsch. Inhoud Met Creatief met foto's kunt u de achtergrond eenvoudig onscherp maken om het onderwerp eruit te laten springen en tegelijkertijd het onscherpte-effect op het LCDscherm controleren. U kunt bewegende beelden opnemen terwijl de achtergrond onscherp is ingesteld volgens een bepaalde waarde. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Opn.modus] t [Slim automatisch] of [Superieur automatisch]. 2 Selecteer (Creatief met foto's). 4 Maak de achtergrond onscherp.
Helderheid 2 Selecteer (Creatief met foto's). 3 Selecteer [Helderheid]. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Opn.modus] t [Slim automatisch] of [Superieur automatisch]. Inhoud U kunt in [Creatief met foto's] eenvoudig de helderheid aanpassen. 4 Selecteer de gewenste helderheid. Menu : U kunt beelden helderder maken. : U kunt beelden donkerder maken. Selecteer [AUTO] om terug te stellen op de oorspronkelijke status.
Kleur 2 Selecteer (Creatief met foto's). 3 Selecteer [Kleur]. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Opn.modus] t [Slim automatisch] of [Superieur automatisch]. Inhoud U kunt in [Creatief met foto's] eenvoudig de kleuren aanpassen. 4 Selecteer de gewenste kleur. Menu : U kunt de kleur warmer maken. : U kunt de kleur koeler maken. Selecteer [AUTO] om terug te stellen op de oorspronkelijke status.
Levendigheid 2 Selecteer (Creatief met foto's). 3 Selecteer [Levendigheid]. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Opn.modus] t [Slim automatisch] of [Superieur automatisch]. Inhoud U kunt in [Creatief met foto's] eenvoudig de levendigheid aanpassen. 4 Selecteer de gewenste levendigheid. Menu : U kunt beelden levendiger maken. : U kunt beelden fletser maken. Selecteer [AUTO] om terug te stellen op de oorspronkelijke status.
Foto-effect Inhoud U kunt in [Creatief met foto's] eenvoudig het [Foto-effect] aanpassen. Selecteer het gewenste effectfilter voor een indrukwekkendere en artistiekere weergave: 1 MENU t [Opn.modus] t [Slim automatisch] of [Superieur automatisch]. (Creatief met foto's). Voorbeeldfoto 2 Selecteer 3 Selecteer [Foto-effect]. 4 Selecteer het gewenste effect. Selecteer [AUTO] om terug te stellen op de oorspronkelijke status. (Uit) (Speelgoedcamera) Schakelt de foto-effectfunctie uit.
(Deelkleur: blauw) Creëert een beeld waarin de kleur blauw wordt behouden, maar de andere kleuren worden omgezet in zwart-wit. (Deelkleur: geel) Creëert een beeld waarin de kleur geel wordt behouden, maar de andere kleuren worden omgezet in zwart-wit. (Hg. contr. monochr.) Creëert een beeld met een hoog contrast in zwart-wit. Index Creëert een beeld waarin de kleur groen wordt behouden, maar de andere kleuren worden omgezet in zwart-wit.
Functies gebruiken met het besturingswiel DISP (Inhoud weergeven) Inhoud Het besturingswiel gebruiken: 1 Druk herhaaldelijk op DISP (Inhoud weergeven) op het besturingswiel om de gewenste functie te selecteren. 1 Tijdens het maken van opnamen, MENU t [Camera] t [LCD-scherm (DISP)]. Tijdens weergave, MENU t [Afspelen] t [Inhoud weergeven]. 2 Selecteer de stand van uw keuze. Voorbeeldfoto Het Menu gebruiken: Opmerkingen Menu • [Histogram] wordt niet afgebeeld tijdens de volgende bedieningen.
Histogram Inhoud Toont een grafische weergave van de luminantieverdeling. z De schermweergavefuncties instellen die U kunt selecteren welke LCD-schermweergavefuncties in de opnamefunctie kunnen worden geselecteerd met [DISP-knop (scherm)] (pagina 80). Voorbeeldfoto beschikbaar moeten zijn Tijdens weergave Histogram Toont een grafische weergave van de luminantieverdeling naast de opnameinformatie. Geen info Toont geen opname-informatie. Index Toont opname-informatie.
Belicht.comp. 1 Opmerkingen Menu • U kunt [Belicht.comp.] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies: – [Slim automatisch] – [Superieur automatisch] – [Scènekeuze] – [Handm. belichting] • U kunt voor films de belichting aanpassen in een bereik van –2,0 EV tot +2,0 EV. • Als u een onderwerp vastlegt in uiterst heldere of donkere omstandigheden, of wanneer u de flitser gebruikt, zult u misschien geen bevredigend resultaat kunnen bereiken.
Transportfunctie 1 (Enkele opname) Legt 1 stilstaand beeld vast. Normale opnamestand. (Continue opname) Neemt continu beelden op zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt (pagina 44). (Cont. m. snelh.vk.) Neemt continu beelden op hoge snelheid op zolang de ontspanknop helemaal ingedrukt wordt gehouden (pagina 45). Voorbeeldfoto (Transportfunctie) op het besturingswiel t gewenste functie. Of MENU t [Camera] t [Transportfunctie] t gewenste functie.
Continue opname 1 Inhoud Legt beelden ononderbroken vast zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt. (Transportfunctie) op het besturingswiel t [Continue opname]. Of MENU t [Camera] t [Transportfunctie] t [Continue opname]. tijdens continue opname Stel [Autom. scherpst.] in op [Continue AF] (pagina 71). Stel [AEL met sluiter] in op [Uit].(pagina 109) • De belichting van het eerste beeld wordt ingesteld wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt.
Cont. m. snelh.vk. Inhoud De camera blijft opnemen zo lang de ontspanknop ingedrukt wordt gehouden. U kunt continu opnemen met een snelheid hoger dan die van [Continue opname] (maximaal ongeveer 4 beelden per seconde of maximaal ongeveer 9 beelden in totaal*). * Bij bevestiging van een E PZ 16-50 mm F3.5-5.6 OSS-lens (bijgeleverd) (Transportfunctie) op het besturingswiel t [Cont. m. snelh.vk.]. Of MENU t [Camera] t [Transportfunctie] t [Cont. m. snelh.vk.]. Opmerkingen Menu • U kunt [Cont. m. snelh.vk.
Zelfontspanner (Transportfunctie) op het besturingswiel t [Zelfontspanner]. Of MENU t [Camera] t [Transportfunctie] t [Zelfontspanner]. Inhoud 1 2 OPTION t stand van uw keuze. (Transportfunctie) en selecteer [Enkele opname] als u de timer wilt (Zelfontspanner: 10 sec.) Stelt de zelfontspanner met 2 seconden vertraging in. Dit vermindert de camerabewegingen die worden veroorzaakt door het indrukken van de ontspanknop. Menu (Zelfontspanner: 2 sec.
Zelfontsp.(Cont.) 1 2 OPTION t stand van uw keuze. Druk op annuleren. (Transportfunctie) en selecteer [Enkele opname] als u de timer wilt Menu Maakt na 10 seconden 3 of 5 stilstaande beelden. (Zelfontsp.(Cont.): Wanneer u de ontspanknop indrukt, knippert het lampje van de 10 sec. 3 beelden) zelfontspanner en klinkt een akoestisch signaal totdat de sluiter werkt. Druk op (Transportfunctie) op het besturingswiel als u (Zelfontsp.(Cont.): de zelfontspanner wilt annuleren. 10 sec.
Bracket: continu Inhoud Maakt 3 opnamen terwijl automatisch de belichting wordt verschoven van normale belichting, naar donkerder en vervolgens naar lichter. Houd de ontspanknop ingedrukt totdat de bracket-opname is voltooid. U kunt na het maken van de opnamen het beeld kiezen dat het beste overeenkomt met uw bedoeling. Voorbeeldfoto 1 2 OPTION t stand van uw keuze. Druk op annuleren.
ISO Inhoud Stelt de lichtgevoeligheid in. 1 ISO (ISO) op het besturingswiel t gewenste functie. Of MENU t [Helderheid/ kleur] t [ISO] t gewenste functie. Stelt automatisch de ISO-gevoeligheid in. Stelt de gevoeligheid voor licht in van de beeldsensor. Hogere gevoeligheden maken snellere sluitertijden en/of kleinere diafragma's (hogere F-waarden) mogelijk.
Functies gebruiken met de W/T-(zoom)knop Zoom 1 Bij het bevestigen van de zoomlens, draait u de zoomring van de lens. Voorbeeldfoto Bij het bevestigen van een elektrisch bediende zoomlens: Zoomring • U kunt ook zoomen met behulp van de zoomknop op de lens of de W/T-(zoom)knop op de camera. • De camera schakelt automatisch over naar de zoomfunctie van de camera wanneer de zoomvergroting hoger is dan die van de optische zoom.
Uw doel Digitale Beeldf Zoomvergroting met optische zoom ormaat zoom Uit Voorrang geven aan Aan beeldkwaliteit tijdens het zoomen van beelden. Uit Aan Aan S Ongeveer 2× L Ongeveer 2×* M Ongeveer 2,8× S Ongeveer 4× L Ongeveer 4× M Ongeveer 5,5× S Ongeveer 8× Index – Ongeveer 1,4× Menu Voorrang geven aan een hogere zoomvergroting tijdens het zoomen van beelden.
Omdat op het beeld wordt ingezoomd door middel van digitale bewerking in [Helder Beeld Zoom] en [Digitale zoom], gaat de kwaliteit van het beeld achteruit in vergelijking met het beeld voordat het zoomen werd gebruikt. Als u een zoomlens gebruikt, adviseren wij u eerst volledig in te zoomen op een beeld met behulp van de zoomring en daarna de zoomfunctie van de camera te gebruiken als verder inzoomen nodig is.
Beeldindex Inhoud Toont meerdere beelden tegelijkertijd. 1 Druk op de (Weergave)-knop als u naar de weergavestand wilt overschakelen. ). De index van 6 beelden wordt weergegeven. Wanneer u de W/T-(zoom)knop nogmaals naar de W-kant ( ) schuift, wordt een indexweergavescherm met 12 beelden weergegeven. U kunt overschakelen naar het indexweergavescherm met 12 beelden door MENU t [Afspelen] t [Beeldindex].
Slim automatisch Inhoud De camera analyseert het onderwerp en biedt u de mogelijkheid een opname te maken met de juiste instellingen. 1 MENU t [Opn.modus] t [Slim automatisch]. Wanneer de camera de scène herkent, wordt het pictogram van de herkende scène afgebeeld op het scherm. De camera herkent (Nachtscène), (Nachtscène m. statief), (Nachtportret), (Tegenlichtopname), (Portret m. tegenlicht), (Portretopname), (Landschap), (Macro), (Spotlight), (Duister) of (Kind).
U krijgt toegang tot het menu [Creatief met foto's] door op de onderkant van het besturingswiel te drukken in de functie [Slim automatisch] of [Superieur automatisch]. Met behulp van het menu [Creatief met foto's] kunt u de instellingen met gemakkelijke bedieningen veranderen en creatieve foto's maken (pagina 33). een onderwerp waarop u moeilijk kunt scherpstellen Wanneer de camera niet automatisch op het onderwerp kan scherpstellen, knippert de scherpstellingsindicator.
Superieur automatisch Pictogram van de herkende scène 2 Richt de camera op het onderwerp. Opnamefunctie Aantal keer dat de sluiter werd ontspannen Menu Wanneer de camera het onderwerp herkent en zichzelf instelt op de opnameomstandigheden, wordt de volgende informatie afgebeeld op het scherm: pictogram van de herkende scène, de betreffende opnamefunctie, het aantal keer dat de sluiter werd ontspannen. Herkende scène: (Nachtscène), (Nachtscène m. statief), (Schemeropn.
U krijgt toegang tot het menu [Creatief met foto's] door op de onderkant van het besturingswiel te drukken in de functie [Slim automatisch] of [Superieur automatisch]. Met behulp van het menu [Creatief met foto's] kunt u de instellingen met gemakkelijke bedieningen veranderen en creatieve foto's maken (pagina 33).
Scènekeuze Inhoud Biedt u de mogelijkheid opnamen te maken met vooraf ingestelde instellingen die afhankelijk zijn van de scène. 1 MENU t [Opn.modus] t [Scènekeuze] t gewenste functie. (Landschap) Maakt een scherpe opname van het hele landschap met levendige kleuren. (Macro) Neemt close-ups op van onderwerpen zoals bloemen, insecten, gerechten of kleine voorwerpen. (Sportactie) Legt een bewegend onderwerp vast met een snelle sluitertijd zodat het lijkt of het onderwerp stilstaat.
Stelt u in staat om binnenshuis op te nemen zonder de flitser te gebruiken en zo onderwerpbeweging te verminderen. De camera neemt burst-beelden op en combineert deze om een beeld te maken waarbij de onderwerpbeweging en ruis worden verminderd. Voorbeeldfoto (Antibewegingswaas) Inhoud (Schemeropn. Maakt opnamen van nachtelijke taferelen met uit hand) minder ruis en onscherpte zonder dat u een statief gebruikt.
Panorama d. beweg. Inhoud Biedt u de mogelijkheid een panoramisch beeld te creëren uit samengestelde beelden. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Opn.modus] t [Panorama d. beweg.]. 2 Draai het besturingswiel om een opnamerichting te selecteren. 4 Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt en richt de camera op de rand van het onderwerp. Menu 3 Richt de camera op het onderwerp waarvoor u de helderheid en scherpstelling wilt instellen, en druk daarna op de ontspanknop tot halverwege in.
Pan de camera in een boog, met een constante snelheid en in dezelfde richting als de aanwijzing op het LCD-scherm. [Panorama d. beweg.] is meer geschikt voor stilstaande onderwerpen, dan voor bewegende. Voorbeeldfoto z Tips voor het vastleggen van een panoramisch beeld Inhoud • [Panorama d. beweg.] is niet geschikt voor het opnemen van de volgende onderwerpen: – Onderwerpen in beweging. – Onderwerpen die zich te dicht bij de camera bevinden.
Handm. belichting Inhoud U kunt een opname met de gewenste belichtingsinstelling maken door wijziging van zowel de sluitertijd als het diafragma. 1 MENU t [Opn.modus] t [Handm. belichting]. Elke keer wanneer u op de onderkant van het besturingswiel drukt, wordt omgeschakeld tussen de sluitersnelheid en de diafragmawaarde. Voorbeeldfoto 2 Selecteer de sluitertijd of de diafragmawaarde door op de onderkant van het besturingswiel te drukken.
BULB Menu 3 Draai het besturingswiel linksom tot [BULB] wordt afgebeeld. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Opn.modus] t [Handm. belichting]. 2 Selecteer de sluitertijd door op de onderkant van het besturingswiel te drukken. Inhoud Met een lange belichtingstijd kunt u lichtsporen vastleggen. BULB is geschikt voor het opnemen van lichtsporen van bijvoorbeeld vuurwerk. [BULB] 5 Houd de ontspanknop ingedrukt zolang de opname duurt. Zolang u de ontspankop ingedrukt houdt, blijft de sluiter geopend.
Sluitertijdvoorkeuze 2 Selecteer de gewenste instelling door het besturingswiel te draaien. 3 Stel scherp en fotografeer het onderwerp. Het diafragma wordt automatisch aangepast om tot een juiste belichting te komen. Opmerkingen Menu Index • U kunt bij [Flitsfunctie] de instellingen [Flitser uit], [Automatisch flitsen] niet selecteren. Wanneer u de flitser wilt laten afgaan, laat u de flitser omhoog springen door op de (flitser-omhoog)-knop te drukken.
Diafragmavoorkeuze Inhoud U kunt opnemen door het diafragma in te stellen en het scherpstelbereik te veranderen, of door de achtergrond onscherp te maken. U kunt ook de diafragmawaarde aanpassen tijdens het opnemen van bewegende beelden. 1 MENU t [Opn.modus] t [Diafragmavoorkeuze]. Kleinere F-waarde: Het onderwerp is scherp, maar personen en voorwerpen voor en achter het onderwerp zijn onscherp. Grotere F-waarde: Het onderwerp en de voor- en achtergrond zijn allemaal scherp.
Autom. programma Inhoud Terwijl de belichting (sluitertijd en diafragma) automatisch door de camera wordt ingesteld, kunt u opnamefuncties instellen, zoals ISO-gevoeligheid, Creatieve stijl en Dynamisch-bereikoptimalisatie. 1 MENU t [Opn.modus] t [Autom. programma]. 3 Stel scherp en fotografeer het onderwerp. Opmerkingen • U kunt bij [Flitsfunctie] de instellingen [Flitser uit], [Automatisch flitsen] niet selecteren.
Flitsfunctie Voorbeeldfoto 1 MENU t [Camera] t [Flitsfunctie] t stand van uw keuze. Inhoud Gebruik in donkere omgevingen de flitser om de onderwerpen helder op te nemen en om camerabewegingen te voorkomen. Als u tegen de zon in opneemt, gebruikt u de flitser om het beeld van het onderwerp met tegenlicht te verlichten. 2 Wanneer u de flitser wilt laten afgaan, drukt u op de (flitser-omhoog)-knop om de flitser omhoog te laten springen. (flitser-omhoog)-knop (Automatisch flitsen) (Invulflits) (Langz.
AF/MF-selectie Inhoud Selecteert automatische scherpstelling of handmatige scherpstelling. 1 MENU t [Camera] t [AF/MF-selectie] t stand van uw keuze. (D. handm. sch.) Stelt automatisch scherp. U kunt na de automatische scherpstelling zelf handmatig de scherpstelling nauwkeurig aanpassen (Directe Handmatige Scherpstelling). (H. scherpst.) Past de scherpstelling handmatig aan. Draai de scherpstelring naar links of naar rechts zodat het onderwerp duidelijker wordt. Voorbeeldfoto (Aut. scherpst.
1 MENU t [Camera] t [AF/MF-selectie] t [D. handm. sch.]. Inhoud D. handm. sch. (Directe Handmatige Scherpstelling) 2 Druk de ontspanknop half in om automatisch scherp te stellen. Opmerkingen • [Autom. scherpst.] is vast ingesteld op [Enkelv. AF]. z Een E PZ 16-50 mm F3.5-5.6 OSS-lens gebruiken Voorbeeldfoto 3 Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt en draai de scherpstelring van de lens om een betere scherpstelling te krijgen. Wanneer een E PZ 16-50 mm F3.5-5.
AF-gebied Inhoud Selecteert het scherpstelgebied. Gebruik deze functie wanneer het moeilijk is goed scherp te stellen in de stand voor automatische scherpstelling. 1 MENU t [Camera] t [AF-gebied] t stand van uw keuze. (Midden) De camera gebruikt uitsluitend het AFgebied dat zich in het middengebied bevindt. U kunt het scherpstelgebied verplaatsen naar een klein onderwerp of smal gebied door op de boven-/onder-/rechter-/ linkerzijde van het besturingswiel te drukken.
Autom. scherpst. Inhoud Selecteert de scherpstelmethode die geschikt is voor de beweging van het onderwerp. 1 MENU t [Camera] t [Autom. scherpst.] t stand van uw keuze. De camera voert de scherpstelling uit en de scherpstelling wordt vergrendeld wanneer u de ontspanknop half indrukt. Gebruik deze functie wanneer het onderwerp stilstaat. (Continue De camera blijft scherpstellen zolang u de ontspanknop half ingedrukt houdt. Gebruik deze functie wanneer het onderwerp in beweging is.
Scherpst.-volgen Inhoud Continu een bewegend onderwerp volgen. 1 MENU t [Camera] t [Scherpst.-volgen]. Er verschijnt een doelkader. De camera begint het onderwerp te volgen. Om het volgen te annuleren, selecteert u . Doelkader 3 Druk de ontspanknop helemaal in. Voorbeeldfoto 2 Plaats het doelkader over het te volgen onderwerp en selecteer OK.
Gezichtsherkenning Gezichtsherkenningskader (grijs/magenta) Dit kader verschijnt op een waargenomen gezicht dat niet het gezicht is dat prioriteit heeft voor scherpstelling. Het magenta kader wordt afgebeeld rond een gezicht dat is geregistreerd met [Gezichtsregistratie]. (Aan (ger. gezicht.)) (Aan) Stelt scherp op gezichten die zijn geregistreerd voor prioriteit. Selecteert het gezicht waarop de camera automatisch moet scherpstellen. Gebruikt de functie [Gezichtsherkenning] niet.
Gezichtsregistratie Inhoud Als u van tevoren gezichten registreert, kan de camera het geregistreerde gezicht met voorrang volgen wanneer [Gezichtsherkenning] is ingesteld op [Aan (ger. gezicht.)]. 1 MENU t [Camera] t [Gezichtsregistratie] t stand van uw keuze. Registreert een nieuw gezicht. Volgorde wijzigen Wijzigt de prioriteit van gezichten die eerder zijn geregistreerd. Wissen Wist een geregistreerd gezicht. Selecteer een gezicht en druk op OK.
Lach-sluiter 1 MENU t [Camera] t [Lach-sluiter] t [Aan]. 3 Wacht tot er een glimlach wordt waargenomen. Gezichtsherkenningska der (oranje) Gezichtsherkenningsindicator 4 Om de functie [Lach-sluiter] te verlaten: MENU t [Camera] t [Lachsluiter] t [Uit]. (Uit) Gebruikt de Lach-sluiter niet. Index (Aan) Menu Wanneer het lachniveau hoger wordt dan het b niveau op de indicator, neemt de camera de beelden automatisch op.
• De sluiter treedt in werking wanneer bij iemand een glimlach wordt waargenomen. • Als de camera een gezicht herkent tijdens scherpstellen-volgen of een geregistreerd gezicht herkent, neemt de camera alleen de glimlach van dat gezicht waar. • Als geen lach wordt herkend, stelt u de gevoeligheid in met OPTION. Voorbeeldfoto 1 Bedek de ogen niet met haar (pony), enz. Verberg het gezicht niet met een hoed, een masker, een zonnebril, enz.
Automat. kadreren Inhoud Wanneer de camera gezichten waarneemt en opneemt, en onderwerpen worden opgenomen met macro, of onderwerpen worden vastgelegd met [Scherpst.-volgen], wordt het vastgelegde beeld automatisch bijgesneden tot een geschikte compositie. Het oorspronkelijke maar ook het bijgesneden beeld worden opgeslagen. Het bijgesneden beeld wordt opgeslagen in hetzelfde formaat als het originele beeldformaat.
Zachte-huideffect Inhoud Stelt het effect in dat wordt gebruikt voor het opnemen van gladde huid in de functie [Gezichtsherkenning]. 1 MENU t [Camera] t [Zachte-huideffect] t [Aan]. (Aan) (Uit) Gebruikt de functie [Zachte-huideffect]. Gebruikt de functie [Zachte-huideffect] niet. Voorbeeldfoto 2 De niveau van het zachte-huideffect instellen: OPTION t gewenste instelling. U kunt het niveau van het [Zachte-huideffect] instellen met OPTION. Stelt het [Zachte-huideffect] in op hoog.
Lijst met opnametips Draai het besturingswiel om de tekst omhoog en omlaag te laten lopen. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Camera] t [Lijst met opnametips]. 2 Zoek naar de gewenste opnametip. Inhoud U kunt alle opnametips in de camera doorzoeken.
DISP-knop (scherm) Inhoud Stelt u in staat de schermweegavefuncties te selecteren die in de opnamefunctie kunnen worden geselecteerd met [Inhoud weergeven] (pagina 40). 1 MENU t [Camera] t [DISP-knop (scherm)]. De onderdelen gemarkeerd met zijn beschikbaar. Toont eenvoudige informatie over het maken van opnamen. Toont een grafische weergave van de sluitertijd en diafragmawaarde, behalve wanneer [Opn.modus] is ingesteld op [Panorama d. beweg.]. Alle info weergeven Toont opname-informatie.
Beeldformaat Stilstaand beeld Voorbeeldfoto 1 MENU t [Beeldformaat] t [Beeldformaat] t stand van uw keuze. Inhoud Het beeldformaat bepaalt de omvang van het beeldbestand dat wordt vastgelegd wanneer u een beeld vastlegt. Hoe groter het beeldformaat, des te meer details zullen worden gereproduceerd wanneer het beeld wordt afgedrukt op een groot formaat papier. Hoe kleiner het beeldformaat, des te meer beelden kunnen worden vastgelegd.
De beelden worden, afhankelijk van de geselecteerde stand, anders weergegeven. Breed De beelden lopen door wanneer u op het midden van het besturingswiel drukt.
Beeldverhouding Inhoud Stelt de beeldverhouding in van stilstaande beelden. 1 MENU t [Beeldformaat] t [Beeldverhouding] t stand van uw keuze. Standaard-beeldverhouding. Geschikt voor afdrukken. 16:9 Voor weergave op een high-definition-tv. Opmerkingen • U kunt dit onderdeel niet instellen tijdens opnemen in de functie [Panorama d. beweg.].
Kwaliteit Inhoud Selecteert het compressieformaat van stilstaande beelden. 1 MENU t [Beeldformaat] t [Kwaliteit] t stand van uw keuze. Bestandsindeling: RAW (neemt op met gebruikmaking van het RAW-compressieformaat.) + JPEG Er worden tegelijkertijd een RAW-beeld en een JPEG-beeld gemaakt. Dit is handig wanneer u 2 beeldbestanden nodig hebt: een JPEG-bestand om weer te geven, en een RAW-bestand om te bewerken. • De beeldkwaliteit ligt vast op [Fijn] en het beeldformaat ligt vast op [L].
Panoramarichting Inhoud U kunt de richting instellen waarin de camera moet worden gepand wanneer u [Panorama d. beweg.]-beelden opneemt. 1 MENU t [Beeldformaat] t [Panoramarichting] t stand van uw keuze. (Links) (Naar boven) (Naar beneden) Pan de camera in de richting die u hebt ingesteld.
Bestandsindeling Inhoud Selecteert de bestandsindeling voor films. 1 MENU t [Beeldformaat] t [Bestandsindeling] t stand van uw keuze. Neemt bewegende beelden op in het mp4-formaat (AVC). Deze indeling is geschikt voor webuploads, e-mailbijlagen enzovoort. • Films worden opgenomen in MPEG-4-indeling bij ongeveer 30 beeldjes/seconde, met het progressive scanning-systeem, AAC-audio en de mp4-indeling.
Deze camera maakt ook gebruik van MPEG-4 AVC/H.264 Main Profile voor opnamen in het MP4-formaat. Om deze reden kunnen bewegende beelden die met deze camera zijn opgenomen in het MP4-formaat niet worden weergegeven op apparaten die MPEG-4 AVC/H.264 niet ondersteunen. Voorbeeldfoto Deze camera maakt gebruik van MPEG-4 AVC/H.264 High Profile voor opnamen in het AVCHD-formaat. Films die zijn opgenomen in AVCHD-formaat met deze camera, kunnen niet worden afgespeeld op de volgende apparaten.
Opname-instelling Inhoud Selecteert het beeldformaat, de beeldfrequentie en de beeldkwaliteit voor het vastleggen van films. Hoe hoger de gegevenshoeveelheid (gemiddelde bitsnelheid) per seconde, hoe hoger de beeldkwaliteit. 1 MENU t [Beeldformaat] t [Opname-instelling] t stand van uw keuze. Opnemen 60i 24M(FX)* 50i 24M(FX)** Maximaal 24 Mbps Neemt films op in hoge beeldkwaliteit van 1920 × 1080 (60i/50i).
Witbalans U kunt de kleurtemperatuur nauwkeurig instellen met OPTION. Zie de uitleg bij de verschillende standen voor informatie over het aanpassen van de witbalans aan een specifieke lichtbron. AWB (Aut. witbalans) (Daglicht) Als u een optie selecteert voor een bepaalde lichtbron, wordt de kleurtemperatuur aangepast voor de lichtbron (vooraf ingestelde witbalans). (Bewolkt) (Gloeilamp) Menu (Schaduw) De camera detecteert automatisch een lichtbron en past de kleurtemperatuur aan.
De zichtbare kleur van het onderwerp wordt beïnvloed door de verlichtingscondities. De kleurtemperatuur wordt automatisch aangepast, maar u kunt kleurtemperatuur handmatig aanpassen met de functie [Witbalans]. Daglicht Bewolkt Eigenschappen van het licht Wit (standaard) Blauwachtig TL-licht Gloeilamp Groengetint Roodachtig 1 MENU t [Helderheid/ kleur] t [Witbalans] t stand van uw keuze.
Eigen witbalans Inhoud 1 MENU t [Helderheid/ kleur] t [Witbalans] t [Eigen instelling]. 2 Houd de camera zo dat het witte gebied volledig het AF-gebied in het midden bedekt en druk vervolgens de ontspanknop in. De sluiter klikt en de geijkte waarden (kleurtemperatuur en kleurfilter) worden weergegeven. U kunt de kleurtemperatuur nauwkeurig instellen met OPTION.
Lichtmeetfunctie Inhoud Selecteert de lichtmeetfunctie die instelt welk deel van het onderwerp moet worden gemeten voor het bepalen van de belichting. 1 MENU t [Helderheid/ kleur] t [Lichtmeetfunctie] t stand van uw keuze. (Midden) Meet de gemiddelde helderheid van het hele scherm, terwijl de nadruk ligt op het middengedeelte van het scherm (Middengewogen meting). (Spot) Meet alleen het middengedeelte (Spotmeting).
Flitscompensatie (flitser omhoog) om de flitser omhoog te laten 2 MENU t [Helderheid/ kleur] t [Flitscompensatie] t gewenste waarde. Hogere waarde kiezen (+-zijde) verhoogt het flitsniveau en maakt beelden helderder. Lagere waarde kiezen (–-zijde) verlaagt het flitsniveau en maakt beelden donkerder. Voorbeeldfoto 1 Druk op de knop springen. Inhoud Past de hoeveelheid flitslicht aan in stappen van 1/3 EV in het bereik van –2,0 EV tot +2,0 EV. Flitscompensatie verandert alleen de hoeveelheid flitslicht.
DRO/Auto HDR Inhoud Corrigeert de helderheid of het contrast. 1 MENU t [Helderheid/ kleur] t [DRO/Auto HDR] t stand van uw keuze. Gebruikt [DRO/Auto HDR] niet. (D.-bereikopt.) De camera verdeelt het beeld in kleine gebieden en analyseert zo het contrast tussen licht en schaduw tussen het onderwerp en de achtergrond, zodat een afbeelding met de optimale helderheid en gradatie onstaat.
Auto HDR Inhoud Verbreedt het bereik (gradaties) zodat u van de heldere delen tot de donkere delen beelden met de juiste helderheid kunt opnemen (HDR: High Dynamic Range). 1 afbeelding met de juiste belichting en 1 afbeelding in lagen worden vastgelegd. 1 MENU t [Helderheid/ kleur] t [DRO/Auto HDR] t [Auto HDR]. (Auto HDR: belichtingsver. auto) Corrigeert automatisch het belichtingsverschil. 1,0 EV – 6,0 EV Stelt het belichtingsverschil in op basis van het contrast van het onderwerp.
Foto-effect 1 MENU t [Helderheid/ kleur] t [Foto-effect] t stand van uw keuze. (Uit) Schakelt de foto-effectfunctie uit. Voorbeeldfoto Creëert het beeld van een foto van een (Speelgoedcamera) speelgoedcamera met vervaagde hoeken en geprononceerde kleuren. U kunt de kleurtint instellen met behulp van OPTION. (Hippe kleuren) Inhoud U kunt diverse patronen verkrijgen door opnamen te maken met een effectfilter. Creëert een levendig beeld door kleurtinten te accentueren.
(Soft focus) Creëert een beeld met een hoog contrast in zwart-wit. (Mono. m. rijke tonen) Creëert een beeld in zwart-wit met een rijke gradatie en reproductie van details. De camera ontspant de sluiter 3 keer. Menu Creëert het uiterlijk van een schilderij, waarbij de kleuren en details krachtiger worden weergegeven. De camera ontspant de sluiter 3 keer. U kunt het niveau van het effect instellen met behulp van OPTION. Voorbeeldfoto Creëert een beeld dat is gevuld met een zacht verlichtingseffect.
Inhoud Voorbeeldfoto • U kunt de volgende effecten niet controleren op het opnamescherm, omdat de camera nog bezig is het beeld dat zojuist is opgenomen, te verwerken. Ook kunt u pas een ander beeld opnemen als de beeldverwerking is voltooid. U kunt deze effecten bij films niet gebruiken. – [Soft focus] – [HDR-schilderij] – [Mono. m. rijke tonen] – [Miniatuur] • In het geval van [HDR-schilderij] en [Mono. m. rijke tonen] wordt de sluiter 3 maal geopend voor 1 opname.
Creatieve stijl Inhoud Biedt u de mogelijkheid de gewenste beeldverwerking te selecteren. U kunt de belichting (sluitertijd en diafragma) naar wens instellen met [Creatieve stijl], anders dan met [Scènekeuze] waarbij de camera de belichting instelt. 1 MENU t [Helderheid/ kleur] t [Creatieve stijl] t stand van uw keuze. Voor het vastleggen van diverse scènes met een rijke gradatie en in mooie kleuren.
Wissen Inhoud Biedt u de mogelijkheid beelden die u niet wilt bewaren, te wissen. 1 MENU t [Afspelen] t [Wissen] t stand van uw keuze. Hiermee worden de geselecteerde beelden gewist. Druk op het midden van het besturingswiel om OK te selecteren. Alles in map Wist alle stilstaande beelden in de geselecteerde map, of alle AVCHD-films. Alle AVCHDweergavebest. Voorbeeldfoto Meerdere bldn. Opmerkingen • U kunt tot wel 100 beelden selecteren.
Stilst.b./film select. Inhoud Selecteert de eenheid van beelden om af te spelen. 1 MENU t [Afspelen] t [Stilst.b./film select.] t stand van uw keuze. Toont stilstaande beelden per map. Mapweergave (MP4) Toont bewegende beelden in het MP4-formaat per map. AVCHDweergave Toont bewegende beelden in het AVCHD-formaat.
Diavoorstelling Inhoud Speelt beelden automatisch af. Geeft 3D-beelden alleen weer in Diavoorstelling op het 3D-televisietoestel dat op de camera is aangesloten. 1 MENU t [Afspelen] t [Diavoorstelling] t stand van uw keuze t OK. Aan Geeft beelden weer in een ononderbroken lus. Uit Nadat alle beelden zijn weergegeven, eindigt de diavoorstelling. Interval 1 sec. Voorbeeldfoto Herhalen Stelt het weergave-interval van beelden in. 3 sec. Menu 5 sec. 10 sec. 30 sec.
Printen opgeven DPOF instellen Selecteert beelden voor een afdrukopdracht. 1 Selecteer een beeld en druk op het midden van het besturingswiel. Om de selectie te annuleren, selecteert u het met gemarkeerde beeld opnieuw. 2 Herhaal de bediening voor alle beelden die u wilt afdrukken. Alles annuleren Wist alle DPOF-afdrukmarkeringen. Datum afdrukken Aan Uit Stelt in of tijdens het afdrukken de beelden met een DPOFafdrukmarkering moeten worden gedateerd of niet. Menu Meerdere bldn.
Beeldindex Inhoud Selecteert het aantal beelden dat op de index moet worden getoond. 1 MENU t [Afspelen] t [Beeldindex] t stand van uw keuze. Toont 6 beelden. 12 beelden Toont 12 beelden. Om een gewenste map te selecteren, selecteert u de balk aan de linkerkant van het indexweergavescherm en drukt u daarna op de boven-/onderkant van het besturingswiel. U kunt omschakelen tussen het weergeven van stilstaande beelden en bewegende beelden door op het midden van het besturingswiel te drukken.
Vergroot 1 MENU t [Afspelen] t [ Inhoud U kunt controleren of een beeld scherp is door een deel van het weergegeven beeld te vergroten. Vergroot]. 3 Selecteer het deel dat u wilt zien door op de boven-/onder-/rechter-/ linkerkant van het besturingswiel te drukken. 4 U kunt de vergrote weergave annuleren door te selecteren. Opmerkingen Voorbeeldfoto 2 Pas de schaal aan door het besturingswiel te draaien. • U kunt de films niet vergroten.
Roteren Voorbeeldfoto 1 MENU t [Afspelen] t [Roteren]. Inhoud Draait een stilstaand beeld naar links. Gebruik dit als u een horizontaal beeld verticaal wilt weergeven. Wanneer u het beeld eenmaal hebt geroteerd, wordt het weergegeven in de geroteerde positie, zelfs wanneer u het toestel uitschakelt. 2 Druk op het midden van het besturingswiel. Het beeld draait linksom. Het beeld draait wanneer u op het midden drukt.
Beveiligen Inhoud Beveiligt vastgelegde beelden tegen het per ongeluk wissen. De markering wordt afgebeeld op beveiligde beelden. 1 MENU t [Afspelen] t [Beveiligen] t stand van uw keuze. Alle beelden annuleren Heft de beveiliging op van alle stilstaande beelden. Alle MP4-films annuleren Heft de beveiliging op van alle films (MP4). Alle AVCHDweerg. ann. Heft de beveiliging op van alle bewegende beelden (AVCHD). Opmerkingen Menu Past beveiliging toe op de geselecteerde beelden of annuleert deze.
Volume-instellingen Inhoud Past het geluidsvolume van films in 8 stappen aan. 1 MENU t [Afspelen] t [Volume-instellingen] t gewenste waarde. Het scherm [Volume-instellingen] wordt afgebeeld wanneer u op de onderkant van het besturingswiel drukt tijdens het weergeven van bewegende beelden. U kunt het volume aanpassen, terwijl u naar het weergegeven geluid luistert.
AEL met sluiter Vergrendelt de belichting wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt. Uit Vergrendelt de belichting niet wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt. Gebruik deze functie wanneer u de scherpstelling en belichting afzonderlijk wilt instellen. De camera blijft de belichting instellen tijdens het opnemen in de functie [Continue opname] of [Cont. m. snelh.vk.].
AF-hulplicht Automatisch Maakt gebruik van het AF-hulplicht. Uit Maakt geen gebruik van het AF-hulplicht. Opmerkingen Menu • U kunt de AF-verlichting niet gebruiken in de volgende situaties: – [Autom. scherpst.] is ingesteld op [Continue AF]. – [Landschap], [Nachtscène], [Sportactie] in [Scènekeuze] – [Panorama d. beweg.] – Films opnemen – Gebruik een lens met montagestuk A (los verkrijgbaar).
Rode ogen verm. Inhoud Wanneer u de flitser gebruikt, geeft deze 2 keer of vaker een flits vóór opname om het rode-ogenfenomeen te verminderen. 1 MENU t [Instellingen] t [Rode ogen verm.] t gewenste instelling. De flitser werkt altijd om het verschijnsel van de rode ogen te verminderen. Uit Gebruikt [Rode ogen verm.] niet. Opmerkingen Menu • U kunt [Rode ogen verm.] niet gebruiken in de volgende situaties: – [Schemeropn. uit hand] of [Anti-bewegingswaas] in [Scènekeuze] – [Eindsynchron.
LiveView-weergave Inhoud Stelt in of beelden waarop de effecten van belichtingscompensatie, witbalans, [Creatieve stijl] of [Foto-effect] zijn toegepast, moeten worden weergegeven op het LCD-scherm of niet. 1 MENU t [Instellingen] t [LiveView-weergave] t gewenste instelling. Toont beelden met toegepaste effecten. Instelling effect uit Toont beelden niet met toegepaste effecten.
Autom.weergave Inhoud U kunt het opgenomen beeld onmiddellijk na het opnemen op het LCD-scherm bekijken. U kunt de weergaveduur wijzigen. 1 MENU t [Instellingen] t [Autom.weergave] t gewenste instelling. 5 sec. Toont gedurende de ingestelde tijd. Door (Vergroot) te selecteren, kunt u het vergrote beeld controleren. 2 sec. Uit Wordt niet getoond. Voorbeeldfoto 10 sec.
Stramienlijn Inhoud Stelt in of de stramienlijn wordt getoond of niet. De stramienlijn helpt u de beeldcompositie aan te passen. 1 MENU t [Instellingen] t [Stramienlijn] t gewenste instelling. Plaats de hoofdonderwerpen dicht bij één van de stramienlijnen die het beeld in drieën delen voor een goed gebalanceerde beeldcompositie. Vierkantsraster Met vierkante rasters kunt u gemakkelijker het horizontale niveau van hun compositie controleren.
Reliëfniveau Inhoud Accentueert bij handmatig scherpstellen de contouren van scherpstelbereiken met een bepaalde kleur. Deze functie is handig voor macro- en portretopnamen waarbij een zeer nauwkeurige scherpstelling vereist is. 1 MENU t [Instellingen] t [Reliëfniveau] t gewenste instelling. Stelt het reliëfniveau in op hoog. Gemiddeld Stelt het reliëfniveau in op gemiddeld. Laag Stelt het reliëfniveau in op laag. Uit Maakt geen gebruik van de reliëffunctie.
Reliëfkleur Inhoud Stelt de kleur in die bij handmatig scherpstellen wordt gebruikt voor de reliëffunctie. 1 MENU t [Instellingen] t [Reliëfkleur] t gewenste instelling. Reliëf versterkt in wit. Rood Reliëf versterkt in rood. Geel Reliëf versterkt in geel. Opmerkingen • Deze functie kan niet worden ingesteld wanneer [Reliëfniveau] is ingesteld op [Uit].
Helder Beeld Zoom Inhoud U kunt instellen of [Helder Beeld Zoom] moet worden gebruikt of niet wanneer de zoomfunctie van de camera wordt gebruikt (pagina 50). Zoomt een beeld met een hogere kwaliteit dan in [Digitale zoom]. 1 MENU t [Instellingen] t [Helder Beeld Zoom] t gewenste instelling. Gebruikt de functie [Helder Beeld Zoom]. Uit Gebruikt de functie [Helder Beeld Zoom] niet. Opmerkingen Menu • U kunt [Helder Beeld Zoom] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies: – [Panorama d.
Digitale zoom Aan Gebruikt de functie [Digitale zoom]. Als u een hogere vergrotingsfactor wilt gebruiken ongeacht de verslechtering van de beeldkwaliteit, stelt u de optie in op [Aan]. Uit Gebruikt de functie [Digitale zoom] niet. Menu Opmerkingen • U kunt [Digitale zoom] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies: – [Panorama d. beweg.] – [Lach-sluiter] – [RAW] of [RAW en JPEG] in [Kwaliteit] Voorbeeldfoto 1 MENU t [Instellingen] t [Digitale zoom] t gewenste instelling.
Zelfontsp. v. zelfportret Inhoud Stelt in of de opnamefunctie moet worden ingesteld op de zelfontspanner met een vertraging van 3 seconden wanneer het LCD-scherm ongeveer 180 graden omhoog wordt gekanteld. 1 MENU t [Instellingen] t [Zelfontsp. v. zelfportret] t [Aan]. Stelt de opnamefunctie automatisch in op de zelfontspanner met een vertraging van 3 seconden wanneer het LCD-scherm ongeveer 180 graden omhoog wordt gekanteld. Uit Selecteert de opnamefunctie aan de hand van de transportfunctie.
Sup. aut. Beeld extractie Inhoud Stelt in of alle beelden die continu werden opgenomen in de functie [Superieur automatisch] moeten worden opgeslagen of niet. 1 MENU t [Instellingen] t [Sup. aut. Beeld extractie] t gewenste instelling. Slaat 1 geschikt beeld op dat wordt geselecteerd door de camera. Uit Slaat alle beelden op. Opmerkingen Menu • Zelfs wanneer u [Sup. aut. Beeld extractie] instelt op [Uit] terwijl [Schemeropn.
MF Assist Inhoud Vergroot automatisch het beeld op het scherm zodat het handmatig scherpstellen gemakkelijker wordt. Dit werkt in de stand [H. scherpst.] of [D. handm. sch.]. 1 MENU t [Instellingen] t [MF Assist] t gewenste instelling. Het beeld wordt 4,8 maal vergroot. U kunt het beeld ook 9,6 maal vergroten. • In de functie [D. handm. sch.
MF-hulptijd Inhoud Stelt in hoe lang het beeld voor de functie [MF Assist] zal worden getoond in een uitgebreide vorm. 1 MENU t [Instellingen] t [MF-hulptijd] t gewenste instelling. Vergroot de weergave totdat 5 sec. Vergroot het beeld gedurende 5 seconden. 2 sec. Vergroot het beeld gedurende 2 seconden. wordt geselecteerd. Opmerkingen Voorbeeldfoto Geen beperk. • Deze functie kan niet worden ingesteld wanneer [MF Assist] is ingesteld op [Uit].
Kleurenruimte Inhoud De wijze waarop kleuren worden voorgesteld met behulp van combinaties van nummers of het bereik van de kleurenreproductie wordt "kleurenruimte" genoemd. U kunt de kleurenruimte wijzigen, afhankelijk van uw doel. 1 MENU t [Instellingen] t [Kleurenruimte] t gewenste instelling. Dit is de standaardkleurenruimte van de digitale camera. Gebruik [sRGB] bij normale opnamen, bijvoorbeeld als u van plan bent de beelden zonder wijziging af te drukken.
SteadyShot Inhoud Stelt in of de [SteadyShot]-functie van de lens wordt gebruikt of niet. 1 MENU t [Instellingen] t [SteadyShot] t gewenste instelling. Gebruikt [SteadyShot]. Uit Gebruikt [SteadyShot] niet. Deze instelling wordt aanbevolen wanneer u een statief gebruikt. Opmerkingen • [Aan] wordt geselecteerd bij gebruik van de volgende functies: – [Schemeropn.
Opn. zonder lens Inhoud Stelt in of de sluiter kan worden ontspannen wanneer er geen lens is bevestigd. 1 MENU t [Instellingen] t [Opn. zonder lens] t gewenste instelling. De sluiter kan worden ontspannen als er geen lens is bevestigd. Selecteer deze instelling wanneer u de camera bevestigt op een sterrentelescoop, enz. Uitschakelen De sluiter kan alleen worden ontspannen als er een lens is bevestigd.
NR lang-belicht Aan Activeert ruisonderdrukking zolang de sluiter open staat. Er wordt een bericht weergegeven als de ruisonderdrukking wordt uitgevoerd. U kunt dan niet nog een foto maken. Selecteer dit als u de beeldkwaliteit prioriteit wilt geven. Uit Activeert ruisonderdrukking niet. Selecteer dit als u de opnametiming prioriteit wilt geven. Menu Opmerkingen Index • [NR lang-belicht] wordt ingesteld op [Uit] in de volgende functies: – [Continue opname] – [Cont. m. snelh.vk.
NR bij hoge-ISO Normaal Activeert normale hoge-ISO-ruisonderdrukking. Laag Activeert gematigde hoge-ISO-ruisonderdrukking. Selecteer dit als u de opnametiming prioriteit wilt geven. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Instellingen] t [NR bij hoge-ISO] t gewenste instelling. Inhoud Tijdens opnemen met een hoge ISO-gevoeligheid vermindert de camera de ruis die meer opvalt als de gevoeligheid van de camera hoog is.
Lenscomp.: schaduw Inhoud Corrigeert de donkere hoeken van het scherm, die worden veroorzaakt door bepaalde karakteristieken van de lens. 1 MENU t [Instellingen] t [Lenscomp.: schaduw] t gewenste instelling. Corrigeert de donkere hoeken van het scherm automatisch. Uit Corrigeert de donkere hoeken van het scherm niet. Opmerkingen • Deze instelling is alleen beschikbaar bij een lens met montagestuk E. • De hoeveelheid licht rond de randen wordt mogelijk niet gecorrigeerd, afhankelijk van het type lens.
Lenscomp.: chrom. afw. Inhoud Vermindert de kleurafwijking van de hoeken van het scherm, die wordt veroorzaakt door bepaalde karakteristieken van de lens. 1 MENU t [Instellingen] t [Lenscomp.: chrom. afw.] t gewenste instelling. Vermindert de kleurafwijking automatisch. Uit Corrigeert de kleurafwijking niet. Opmerkingen Voorbeeldfoto Automatisch • Deze instelling is alleen beschikbaar bij een lens met montagestuk E.
Lenscomp.: vervorming Inhoud Corrigeert de vervorming van het scherm, die wordt veroorzaakt door bepaalde karakteristieken van de lens. 1 MENU t [Instellingen] t [Lenscomp.: vervorming] t gewenste instelling. Corrigeert de vervorming van het scherm automatisch. Uit Corrigeert de vervorming van het scherm niet. Opmerkingen Voorbeeldfoto Automatisch • Deze instelling is alleen beschikbaar bij een lens met montagestuk E. • Afhankelijk van de bevestigde lens (E PZ 16-50 mm F3.5-5.6 OSS enz.
Gezichtsprioriteit volgen Inhoud U kunt instellen of u voorrang wilt geven aan het volgen van een bepaald gezicht wanneer de camera dat gezicht herkent tijdens het scherpstellen-volgen. 1 MENU t [Instellingen] t [Gezichtsprioriteit volgen] t gewenste instelling. Uit Volgt het gezicht niet met prioriteit. Als u het herkende gezicht instelt als het doel, ondanks dat [Gezichtsprioriteit volgen] is ingesteld op [Uit], volgt de camera het lichaam als het gezicht niet zichtbaar is.
Filmgeluid opnemen Inhoud Stelt in of u geluid opneemt tijdens het vastleggen van film of niet. 1 MENU t [Instellingen] t [Filmgeluid opnemen] t gewenste instelling. Neemt geluid op (stereo). Uit Neemt geen geluid op. Opmerkingen • Het geluid van de lens en de camera in bedrijf zullen ook worden opgenomen wanneer u [Aan] hebt geselecteerd.
Windruis reductie Inhoud Stelt in of tijdens het vastleggen van film windgeruis wordt verminderd of niet. 1 MENU t [Instellingen] t [Windruis reductie] t gewenste instelling. Vermindert windgeruis. Uit Vermindert windgeruis niet. Opmerkingen • Stelt u dit in op [Aan] op een plaats waar de wind niet hard genoeg waait, dan kan dat ertoe leiden dat het normale geluid met te weinig volume wordt opgenomen.
AF-microafst. Inhoud Stelt u in staat een automatisch scherpgestelde positie in te stellen en te registreren voor elke lens, bij gebruik van een lens met montagestuk A en de montage-adapter LA-EA2 (los verkrijgbaar). 1 MENU t [Instellingen] t [AF-microafst.]. 3 [hoeveelheid] t gewenste waarde t OK. Inst. voor aanp. AF Stelt in of de functie [AF-microafst.] moet worden gebruikt of niet. Selecteer [Aan] om [AF-microafst.] te kunnen gebruiken.
Menustartpositie Inhoud Hiermee kunt u selecteren of u altijd het eerste scherm van het menu wilt weergeven of het scherm van het item dat u het laatst hebt ingesteld. 1 MENU t [Instellingen] t [Menustartpositie] t gewenste instelling. Geeft altijd het eerste scherm van het menu weer. Vorige menu Geeft het laatste ingestelde item weer. Dit maakt het gemakkelijker om het laatste item dat u eerder hebt ingesteld, snel terug te stellen.
Knop MOVIE Inhoud U kunt instellen of de MOVIE-toets wordt geactiveerd of niet. 1 MENU t [Instellingen] t [Knop MOVIE] t gewenste instelling. Activeert de MOVIE-knop. Uit Hiermee schakelt u de MOVIE-knop uit.
Eigen toetsinstellingen Inhoud Door functies toe te wijzen aan diverse toetsen kunt u de bediening versnellen door op een toegewezen toets op het opname-informatiescherm te drukken. 1 MENU t [Instellingen] t [Eigen toetsinstellingen] t gewenste instelling. Voorbeeldfoto Schermtoets B Rechtertoets Menu Schermtoets C Instelling soft-key B Opnametips Lichtmeetfunctie DRO/Auto HDR Scherpst.-volgen Foto-effect Gezichtsherkenning Creatieve stijl Lach-sluiter Flitsfunctie Automat.
Eigen 1 t/m 6 Beschikbare functies [Eigen 1] AF/MF-selectie [Eigen 2] Autom. scherpst. [Eigen 3] AF-gebied Lach-sluiter Automat.
AEL-wisselen 2 Selecteer [AEL-wisselen]. De schermtoets B wordt de AEL-knop. 3 Richt de camera op een gebied waarmee u wilt dat de belichting overeenkomt. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Instellingen] t [Eigen toetsinstellingen] t [Instelling soft-key B]. Inhoud Als het moeilijk is om een juiste belichting van het onderwerp te krijgen, kunt u met deze functie de belichting vergrendelen door scherp te stellen op een gebied met de gewenste helderheid en daarvan het licht te meten. De belichting is ingesteld.
Pieptoon Inhoud Selecteert het geluid dat wordt geproduceerd wanneer u de camera bedient. 1 MENU t [Instellingen] t [Pieptoon] t gewenste instelling. Een pieptoon klinkt wanneer u op het besturingswiel of de schermtoets drukt. Uit Schakelt het akoestische signaal uit.
Taal 1 MENU t [Instellingen] t [ Inhoud Selecteert de taal voor de menu-items, waarschuwingen en mededelingen. Taal] t taal van uw keuze.
Datum/tijd instellen 1 MENU t [Instellingen] t [Datum/tijd instellen]. 3 Selecteer OK. Selecteert [ON] of [OFF]. Datumformaat: Selecteert de weergave-indeling van datum en tijd. Menu Zomertijd: Voorbeeldfoto 2 Druk op de linker- of rechterkant van het besturingswiel om een onderdeel te selecteren, en druk op de onder- of bovenkant van het besturingswiel om de gewenste instelling te selecteren. Inhoud Stelt de datum en tijd opnieuw in.
Tijdzone instellen Inhoud Stelt het gebied in waar u de camera gebruikt. Hiermee kunt u de tijdzone instellen wanneer u de camera in het buitenland gebruikt. 1 MENU t [Instellingen] t [Tijdzone instellen] t gewenste instelling. Voorbeeldfoto 2 Selecteer een tijdzone door op de rechter- of linkerzijde van het besturingswiel te drukken.
Help-scherm Inhoud U kunt instellen of de functiegids moet worden afgebeeld of niet wanneer u de camera bedient. 1 MENU t [Instellingen] t [Help-scherm] t gewenste instelling. Toont het Help-scherm. Uit Toont het Help-scherm niet.
Stroombesparing Inhoud U kunt de wachttijd verkorten waarna de camera wordt uitgeschakeld als deze niet wordt bediend, om onnodig verbruik van acculading te voorkomen. 1 MENU t [Instellingen] t [Stroombesparing] t gewenste instelling. [Begintijd energiebespar.] wordt automatisch ingesteld op [10 sec.]. Als u de camera niet bedient gedurende een bepaalde tijdsduur, wordt de helderheid van het LCDscherm verlaagd. Standaard Volgt de instelling van [Begintijd energiebespar.].
Begintijd energiebespar. 30 min. 5 min. Schakelt over naar de stroombesparingsstand na een ingestelde tijd. 1 min. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Instellingen] t [Begintijd energiebespar.] t gewenste instelling. Inhoud U kunt verschillende tijdsintervallen instellen voor het overschakelen naar de stroombesparingsfunctie. Om terug te keren naar de opnamefunctie, voert u een bediening uit, zoals de ontspanknop tot halverwege indrukken. 20 sec. 10 sec.
LCD-helderheid Inhoud U kunt de helderheid van het LCD-scherm instellen. 1 MENU t [Instellingen] t [LCD-helderheid] t gewenste instelling. Hiermee kunt u de helderheid aanpassen binnen een bereik van –2 tot +2. Zonnig weer Stelt de helderheid in die geschikt is voor buitenopnamen.
Kleur weergeven Inhoud Selecteert de kleur van het LCD-scherm. 1 MENU t [Instellingen] t [Kleur weergeven] t gewenste instelling. Zwart Blauw Roze Schakelt de geselecteerde kleur in.
Breedbeeld Inhoud Selecteert de methode die wordt gebruikt voor het tonen van brede beelden. 1 MENU t [Instellingen] t [Breedbeeld] t gewenste instelling. Toont de brede beelden over het gehele scherm. Normaal Toont de brede beelden en de bedieningsinformatie op het scherm. Voorbeeldfoto Voll.
Afspeelweergave Inhoud Selecteert de beeldrichting bij de weergave van stilstaande beelden die zijn opgenomen in de staande positie. 1 MENU t [Instellingen] t [Afspeelweergave] t gewenste instelling. Weergave in staande positie. Handm.roteren Weergave in liggende positie. Voorbeeldfoto Autom.
HDMI-resolutie Inhoud Wanneer u de camera aansluit op een HD-tv (High Definition) met HDMI-uitgangen met behulp van een HDMI-kabel (los verkrijgbaar), kunt u HDMI-resolutie selecteren voor het uitvoeren van beelden naar de tv. 1 MENU t [Instellingen] t [HDMI-resolutie] t gewenste instelling. De camera herkent een HD-tv (High Definition) automatisch en stelt de uitgangsresolutie in. 1080p Voert signalen uit in HD-beeldkwaliteit (1080p). 1080i Voert signalen uit in HD-beeldkwaliteit (1080i).
CTRL.VOOR HDMI Aan U kunt de camera bedienen met de afstandsbediening van de televisie. Uit U kunt de camera niet bedienen met de afstandsbediening van de televisie. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Instellingen] t [CTRL.VOOR HDMI] t gewenste instelling. Inhoud Als de camera met behulp van een HDMI-kabel (los verkrijgbaar) wordt aangesloten op een "BRAVIA" Sync-compatibele televisie, kunt u beelden op uw camera weergeven door de afstandsbediening van de televisie op de televisie te richten.
USB-verbinding Inhoud Selecteert de toepasselijke USB-aansluitmethode voor elke computer en elk USBapparaat die zijn aangesloten op de camera. 1 MENU t [Instellingen] t [USB-verbinding] t gewenste instelling. Massaopslag Brengt een massaopslagverbinding tot stand tussen de camera, een computer en andere USB-apparaten. MTP Hiermee brengt u een MTP-verbinding tot stand tussen de camera en een computer of ander USB-apparaat.
USB LUN-instelling Inhoud Verbetert de compatibiliteit door de USB-verbindingsfuncties te beperken. 1 MENU t [Instellingen] t [USB LUN-instelling] t gewenste instelling. Gebruik normaal [Multi]. Enkel Stel [USB LUN-instelling] alleen in op [Enkel] als u geen verbinding tot stand kunt brengen.
Versie Inhoud Toont de versie van uw camera en lens. Controleer de versie wanneer er een firmwareupdate uitkomt. 1 MENU t [Instellingen] t [Versie]. Voorbeeldfoto Opmerkingen • Het reinigen kan alleen worden uitgevoerd wanneer het accuniveau (3 resterende accupictogrammen) of meer is. Wij adviseren u een voldoende opgeladen accu of de netspanningsadapter AC-PW20 (los verkrijgbaar) te gebruiken.
Demomodus Inhoud De functie [Demomodus] toont automatisch de films op de geheugenkaart (demonstratie) wanneer de camera enige tijd niet heeft gewerkt. Selecteer normaal [Uit]. 1 MENU t [Instellingen] t [Demomodus] t gewenste instelling. De demonstratie begint automatisch wanneer de camera ongeveer 1 minuut lang niet wordt gebruikt. Alleen beveiligde bewegende beelden in het AVCHD-formaat zijn beschikbaar. Selecteer het oudste bestand met bewegende beelden in [AVCHDweergave] en beveilig het.
Initialiseren Inhoud Initialiseert de instelling van de standaardwaarden. Zelfs als u [Initialiseren] activeert, blijven de beelden behouden. 1 MENU t [Instellingen] t [Initialiseren] t gewenste instelling. Stelt de belangrijkste instellingen terug op de standaardinstellingen. • De volgende instellingen worden niet teruggesteld: – [Taal] – [Datum/tijd instellen] – Gezichten geregistreerd voor [Gezichtsregistratie] – Instellingen geregistreerd voor [AF-microafst.] – Bestandsnummer Op fabrieksinst.
Formatteren Opmerkingen • Permanent formatteren wist alle gegevens, ook de beveiligde beelden. • Tijdens het formatteren brandt het toegangslampje. U mag de geheugenkaart niet uitnemen zolang het toegangslampje brandt. • Formatteer de geheugenkaart in de camera. Als u de geheugenkaart op een computer formatteert, kan hij mogelijk niet in de camera worden gebruikt, afhankelijk van het type formattering dat is uitgevoerd.
Bestandsnummer Inhoud Selecteert de methode die moet worden gebruikt voor het toewijzen van bestandsnummers aan stilstaande en bewegende beelden in het MP4-formaat. 1 MENU t [Instellingen] t [Bestandsnummer] t gewenste instelling. De camera stelt de nummers niet terug en wijst opeenvolgende nummers aan bestanden toe totdat het nummer "9999" wordt bereikt. Terugstellen De camera stelt de nummers terug nadat een bestand is opgenomen in een nieuwe map en wijst aan bestanden een nummer toe vanaf "0001".
Mapnaam Inhoud Stilstaande beelden die u maakt, worden vastgelegd in een map die automatisch wordt aangemaakt in de DCIM-map op de geheugenkaart. U kunt de vorm van de mapnaam wijzigen. 1 MENU t [Instellingen] t [Mapnaam] t gewenste instelling. De vorm van de mapnaam is als volgt: mapnummer + MSDCF. Voorbeeld: 100MSDCF Datumformaat De vorm van de mapnaam is als volgt: mapnummer + J (laatste cijfer)/MM/DD. Voorbeeld: 10030405 (mapnummer: 100, datum: 04/05/2013) Voorbeeldfoto Standaardform.
Opnamemap kiezen Inhoud Als een [Standaardform.]-map is geselecteerd onder [Mapnaam] en er 2 of meer mappen zijn, kunt u de opnamemap selecteren waarin stilstaande beelden en bewegende beelden in het MP4-formaat worden opgeslagen. 1 MENU t [Instellingen] t [Opnamemap kiezen] t map van uw keuze. Voorbeeldfoto Opmerkingen • U kunt de map niet selecteren wanneer u de instelling [Datumformaat] selecteert.
Nieuwe map Een nieuwe map wordt aangemaakt met een mapnummer dat één hoger is dan het hoogste mapnummer dat aanwezig is. Opmerkingen Menu • Een map voor stilstaande beelden en een map voor bewegende beelden in het MP4-formaat met hetzelfde mapnummer worden tegelijkertijd aangemaakt. • Wanneer u een geheugenkaart in de camera zet die in andere apparatuur is gebruikt, en u maakt opnamen, dan zal misschien automatisch een nieuwe map worden aangemaakt. • Er kunnen in totaal tot wel 4.
Beeld-DB herstellen Het scherm [Beeld-DB herstellen] wordt getoond en de camera repareert het bestand. Wacht totdat de reparatie uitgevoerd is. Opmerkingen • Gebruik een accu die voldoende is opgeladen. Als het vermogen van de accu te veel afneemt tijdens het repareren, kunnen de gegevens beschadigd raken. Voorbeeldfoto 1 MENU t [Instellingen] t [Beeld-DB herstellen] t OK. Inhoud Wanneer onregelmatigheden worden veroorzaakt in het beelddatabasebestand door bestanden te bewerken op computers, enz.
Kaartruimte weerg. Inhoud Toont de opnametijd op de geheugenkaart die nog resteert voor het opnemen van film. Het aantal stilstaande beelden dat nog kan worden vastgelegd wordt ook getoond. 1 MENU t [Instellingen] t [Kaartruimte weerg.].
Inst. uploaden Inhoud Stelt in of u de uploadfunctie gebruikt of niet wanneer u gebruik maakt van een Eye-Fikaart (verkrijgbaar in de winkel). Dit item verschijnt wanneer u een Eye-Fi-kaart in de camera zet. 1 MENU t [Instellingen] t [Inst. uploaden] t gewenste instelling. Uit Schakelt de uploadfunctie uit. Menu Schakelt de uploadfunctie in. Het pictogram op het scherm verandert aan de hand van de communicatiestatus van de camera. Stand-by. Er zijn geen beelden te verzenden.
Opmerkingen Inhoud Voorbeeldfoto • Wanneer u een splinternieuwe Eye-Fi-kaart voor de eerste keer gebruikt, kopieert u het installatiebestand van Eye-Fi-manager dat op de kaart is opgenomen, naar uw computer voordat u de kaart formatteert. • Gebruik een Eye-Fi-kaart wanneer u de firmware hebt geüpdate naar de laatste nieuwe versie. Raadpleeg voor meer informatie de bedieningsinstructies die bij de Eye-Fi-kaart werden geleverd.
Aansluiten op andere apparatuur Beelden bekijken op een tv 1 Schakel zowel de camera als de tv uit. 3 Zet de tv aan en kies een ander ingangssignaal. 1 Naar de HDMIaansluiting Voorbeeldfoto 2 Sluit de camera met een HDMI-kabel (los verkrijgbaar) op het tv-toestel aan. HDMI-kabel 4 Schakel de camera in en druk daarna op de (weergave-)toets om de weergavefunctie te selecteren. 2 Naar de HDMImicroaansluiting Menu De beelden die met de camera zijn opgenomen, verschijnen op het tv-scherm.
"BRAVIA" Sync gebruiken Inhoud Door de camera met behulp van een HDMI-kabel (los verkrijgbaar) aan te sluiten op een televisie die "BRAVIA" Sync ondersteunt, kunt u de camera bedienen met de afstandsbediening van de televisie. 1 Sluit een televisie aan op de camera die "BRAVIA" Sync ondersteunt. 2 Druk op de SYNC MENU-knop op de afstandsbediening van de televisie. 3 Gebruik de bedieningsknoppen op de afstandsbediening van de tv. Item Bediening Diavoorstelling Speelt beelden automatisch af.
Met uw computer Inhoud Voorbeeldfoto Gebruik de volgende softwareprogramma's om een veelzijdiger gebruik mogelijk te maken van de beelden die met uw camera zijn opgenomen. • "PlayMemories Home" (alleen Windows) U kunt stilstaande beelden of films die zijn opgenomen met de camera importeren op uw computer zodat u ze kunt bekijken en u kunt met diverse handige functies de beelden die u hebt vastgelegd, verfraaien.
Aanbevolen computeromgeving (Mac) USB-verbinding: Mac OS X v10.3 – v10.8 "Image Data Converter Ver.4": Mac OS X v10.5, v10.6 (Snow Leopard), v10.7 (Lion), v10.8 (Mountain Lion) "Image Data Converter Ver.4" CPU: Intel-processor, zoals Intel Core Solo/Core Duo/Core 2 Duo Geheugen: 1 GB of meer wordt aanbevolen.
De software installeren Inhoud "PlayMemories Home" installeren (Windows) Meld aan als beheerder. www.sony.net/pm 2 Volg de aanwijzingen op het scherm en voltooi de installatie. • Wanneer de mededeling die u vraagt om de camera aan te sluiten op een computer wordt afgebeeld, sluit u de camera met behulp van de micro-USB-kabel (bijgeleverd) aan op een computer. Voorbeeldfoto 1 Gebruik de internetbrowser op uw computer en ga naar de volgende URL en klik daarna op [Installeren] t [Uitvoeren].
Gebruik van "PlayMemories Home" Index Raadpleeg "PlayMemories Home help-gids". Dubbelklik op de snelkoppeling van (PlayMemories Home help-gids) op de desktop, of klik op [start] t [Alle programma’s] t [PlayMemories Home] t [PlayMemories Home help-gids]. • Onder Windows 8, selecteer het pictogram [PlayMemories Home] op het beginscherm, open daarna het softwareprogramma "PlayMemories Home" en selecteer [PlayMemories Home help-gids] in het menu [Help].
Gebruik van "Image Data Converter" Inhoud Voorbeeldfoto Door "Image Data Converter" te gebruiken kunt u het volgende doen: • U kunt beelden die in het RAW-formaat zijn opgenomen weergeven en bewerken met diverse correcties, zoals tooncurve en scherpte. • U kunt beelden aanpassen met witbalans, belichting, [Creatieve stijl], enz. • U kunt de beelden die op een computer zijn weergegeven en bewerkt, opslaan. U kunt het beeld opslaan in het RAW-formaat of in het algemene bestandsformaat.
Voorbeeldfoto 1 Plaats een voldoende opgeladen accu in de camera of sluit de camera aan op een stopcontact met behulp van de netspanningsadapter AC-PW20 (los verkrijgbaar). Inhoud De camera op de computer aansluiten USB-kabel (bijgeleverd) 2 Zet de camera en de computer aan. 3 Sluit de camera op uw computer aan. Menu Wanneer er voor de eerste keer een USB-verbinding tot stand wordt gebracht, start uw computer automatisch een programma om de camera te herkennen. Wacht even.
Beelden importeren op de computer (Mac) Inhoud 1 Sluit eerst de camera aan op de Mac-computer. Dubbelklik op het pas herkende pictogram op het bureaublad t de map waarin de beelden die u wilt importeren, zijn opgeslagen. 2 Sleep de beeldbestanden naar het pictogram van de vaste schijf. Het beeld wordt weergegeven. z De software voor Mac-computers Menu Voor meer informatie over andere softwareprogramma's voor Mac-computers, gaat u naar de volgende URL: http://www.sony.co.
Een filmschijf maken Opnameinstelling beschikbaar FX Speler FH Blu-ray-discweergaveapparaten (Blu-ray-discspeler van Sony, PlayStation®3, enz.) U kunt de high-definition (HD)beeldkwaliteit behouden (AVCHD-opnamedisc). –* Gewone DVD-weergaveapparaten (DVD-speler, computer die een DVD kan weergeven, enz.) –* Index –* Weergaveapparaten voor AVCHDformaat (Blu-ray-discspeler van Sony, PlayStation®3, enz.) Menu De De high-definition (HD)beeldkwaliteit blijft behouden.
Karakteristieken van de verschillende typen schijf Beschrijving Op een Blu-ray-disc kunt u bewegende beelden in highdefinition (HD)-beeldkwaliteit langer opnemen dan op een DVD. High-definition (HD)beeldkwaliteit (AVCHDopnamedisc) Een film in standard definition-beeldkwaliteit (STD) die is geconverteerd van een film in high definitionbeeldkwaliteit (HD) kan worden vastgelegd op DVDmedia, zoals DVD-R-schijven, en er wordt een schijf in standaardbeeldkwalititeit (STD) gemaakt.
U kunt een AVCHD-opnamedisc van high-definition (HD)-beeldkwaliteit maken van bewegende beelden in het AVCHD-formaat die zijn geïmporteerd in een computer met behulp van het softwareprogramma "PlayMemories Home". 2 Selecteer de AVCHD-films die u wilt schrijven en sleep ze vervolgens naar de rechterkant van het scherm en zet ze daar neer. 3 Maak de disc aan de hand van de instructies op het scherm.
U kunt een schijf van standard definition-beeldkwaliteit (STD) maken van AVCHDfilms die zijn geïmporteerd naar een computer met de bijgeleverde software "PlayMemories Home". 2 Selecteer de AVCHD-films die u wilt schrijven en sleep ze vervolgens naar de rechterkant van het scherm en zet ze daar neer. 3 Maak de disc aan de hand van de instructies op het scherm. Voorbeeldfoto 1 Start [PlayMemories Home] en selecteer Extra rechtsboven op het scherm t (Discs aanmaken) t (DVD-Video (STD)).
Stilstaande beelden afdrukken Voorbeeldfoto Menu Opmerkingen Index • U kunt geen RAW-beelden afdrukken. • Wanneer u beelden die zijn opgenomen in de stand [16:9] afdrukt, worden de beide zijkanten misschien afgesneden. • U kunt afhankelijk van de printer misschien panoramische beelden niet afdrukken. • Wanneer u afdrukken maakt in de winkel, let dan op het volgende. – Vraag in de fotoafdrukservicewinkel met welke typen geheugenkaarten zij overweg kunnen.
Problemen oplossen Problemen oplossen Inhoud Als u problemen ondervindt met de camera, probeer dan de volgende oplossingen. 1 Controleer de punten op de bladzijden 181 tot 187. 3 Stel de instellingen terug (pagina 157). Menu 4 Neem contact op met uw Sony-dealer of de plaatselijke technische dienst van Sony. Voorbeeldfoto 2 Verwijder de accu, wacht ongeveer 1 minuut, plaats de accu weer en zet de camera aan. Accu en voeding Het lukt niet de accu te plaatsen.
Het oplaadlampje van de camera knippert tijdens het opladen van de accu. Voorbeeldfoto De accu is niet opgeladen ondanks dat het oplaadlampje van de camera is uitgegaan. Inhoud • U kunt uitsluitend een accu van het type NP-FW50 gebruiken. Controleer of uw accu een NP-FW50accu is. • Als u een accu oplaadt die lang niet is gebruikt, kan het oplaadlampje van de camera gaan knipperen.
Het beeld is onscherp. Inhoud • Het onderwerp bevindt zich te dichtbij. Controleer de minimale afstand waarop de lens kan scherpstellen. • U maakt opnamen in de stand voor handmatig scherpstellen. Stel [AF/MF-selectie] in op [Aut. scherpst.] (pagina 68). • Er is onvoldoende omgevingslicht. • Voor het onderwerp is mogelijk speciale scherpstelling vereist. Gebruik de functie de [Flexibel punt] (bladzijde 70) of de functie voor handmatige scherpstelling (bladzijde 68). Voorbeeldfoto De flitser werkt niet.
De hoeken van de foto zijn te donker. • Activeer de functie [Rode ogen verm.] (pagina 111). • Ga dicht naar het onderwerp toe en maak de opname binnen het flitserbereik met de flitser. Punten verschijnen en blijven op het LCD-scherm. • Dit is geen storing. Deze punten worden niet vastgelegd. Voorbeeldfoto De ogen van het onderwerp zijn rood. Inhoud • Als een filter of lenskap wordt gebruikt, neem deze dan van de lens en maak de opname opnieuw.
U kunt het DPOF-merkteken niet zetten. Inhoud • U kunt geen DPOF-afdrukmarkering toevoegen aan een RAW-beeld. Computers Het is niet zeker of het besturingssysteem geschikt is voor de camera. De computer herkent de camera niet. Menu • Controleer of de camera aan staat. • Wanneer de accu bijna leeg is, plaatst u een opgeladen accu of gebruikt u een netspanningsadapter AC-PW20 (los verkrijgbaar). • Gebruik de USB-kabel (bijgeleverd) om aan te sluiten.
Geheugenkaart • De richting waarin de geheugenkaart is geplaatst, is verkeerd. Plaats de geheugenkaart in de juiste richting. Inhoud Het lukt niet een geheugenkaart te plaatsen. Het lukt niet een opname te maken op een geheugenkaart. De geheugenkaart is per ongeluk geformatteerd. • Alle gegevens op de geheugenkaart zijn door het formatteren gewist. U kunt de gegevens niet herstellen. Voorbeeldfoto • De geheugenkaart is vol. Wis overbodige beelden (pagina 32 en 100).
Overige • Er is condensvorming opgetreden. Zet de camera uit en laat het toestel ongeveer een uur liggen voordat u het weer gebruikt. Inhoud De lens raakt beslagen. Het bericht "Gebied/datum/tijd instellen" verschijnt wanneer u de camera aanzet. De datum en tijd worden onjuist vastgelegd. • Corrigeer of controleer de instelling van de datum en tijd door MENU t [Instellingen] t [Datum/ tijd instellen] te selecteren.
Waarschuwingsberichten Inhoud Als een van de onderstaande mededelingen wordt afgebeeld, voert u de overeenkomstige instructies uit. Accu is ongeschikt. Gebruik het juiste type. Gebied/datum/tijd instellen • Stel de datum en tijd in. Laad de interne oplaadbare accu op, als u de camera lange tijd niet hebt gebruikt. Geheugenkaart onbruikbaar. Formatteren? Geheugenkaartfout Menu • De geheugenkaart is geformatteerd op een computer en de bestandsindeling is gewijzigd.
Geen beelden beschikbaar. Inhoud • Er staat geen beeld op de geheugenkaart. Beeld is beveiligd. • U hebt geprobeerd beveiligde beelden te wissen. Afdrukken onmogelijk. Camera te warm. Laat camera afkoelen. • De camera is heet geworden omdat u zonder onderbreking opnamen hebt gemaakt. Zet de camera uit. Laat de camera afkoelen en wacht totdat het toestel weer klaar is voor gebruik. Voorbeeldfoto • U hebt geprobeerd RAW-beelden te markeren met een DPOF-merkteken.
Geen beelden gewijzigd. Kan geen mappen meer maken. Inhoud • U hebt geprobeerd DPOF uit te voeren zonder dat u beelden hebt opgegeven. • Er staat een map met een naam die begint met "999" op de geheugenkaart. Als dat het geval is, kunt u geen mappen maken.
Overige Inhoud De camera in het buitenland gebruiken U kunt de netspanningsadapter gebruiken in elk land of gebied met een netvoeding van 100 V tot 240 V wisselstroom van 50 Hz/60 Hz. Over tv-kleursystemen Om bewegende beelden die met deze camera zijn opgenomen te bekijken op een televisie, moeten de camera en de televisie hetzelfde kleursysteem gebruiken. Controleer het kleursysteem van de televisie in het land of gebied waarin u de camera gebruikt.
Geheugenkaart Inhoud U kunt de volgende geheugenkaarten in deze camera gebruiken: "Memory Stick PRO Duo", "Memory Stick PRO-HG Duo", "Memory Stick XC-HG Duo", SDgeheugenkaart, SDHC-geheugenkaart en SDXC-geheugenkaart. Opmerkingen Voorbeeldfoto Menu Index • De juiste werking in deze camera van een geheugenkaart die op een computer is geformatteerd, kan niet worden gegarandeerd.
"Memory Stick" "Memory Stick PRO Duo"1) 2) 3) Inhoud De typen "Memory Stick" die met deze camera kunnen worden gebruikt, worden in de onderstaande tabel vermeld. Er kan echter niet worden gegarandeerd dat alle functies van de "Memory Stick" naar behoren werken.
"InfoLITHIUM"-accu Voorbeeldfoto Over het opladen van de accu Inhoud Uw camera werkt alleen met een "InfoLITHIUM"-accu NP-FW50. U kunt geen andere accu's gebruiken. Op "InfoLITHIUM"-accu's uit de W-serie staat het merkteken. Een "InfoLITHIUM"-accu is een lithiumionaccu die functies bevat voor het communiceren van informatie met betrekking tot de gebruiksomstandigheden van de camera.
Zo bewaart u de accu • De levensduur van de accu is beperkt. De capaciteit van de accu neemt na verloop van tijd en door herhaald gebruik af. Als de gebruiksduur van de accu aanzienlijk achteruitgaat, is het waarschijnlijk tijd om de accu te vervangen door een nieuwe. • De levensduur van de accu wordt bepaald door de manier waarop de accu wordt bewaard en door de omstandigheden en omgeving waarin elke accu wordt gebruikt.
De accu opladen Inhoud Voorbeeldfoto Menu Index • Alleen accu's NP-FW50 (en geen andere typen) kunnen worden opgeladen. Als u andere accu's dan de bijgeleverde accu probeert op te laden, kunnen deze gaan lekken, oververhit raken of exploderen, met het risico van brandwonden en/of letsel als gevolg van een elektrische schok. • Trek de stekker van de netspanningsadapter uit het stopcontact of koppel de USBkabel los van de camera.
Montage-adapter Inhoud Met gebruikmaking van een montage-adapter (los verkrijgbaar), kunt u een lens met montagestuk A (los verkrijgbaar) op uw camera bevestigen. Voor meer informatie raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van de montage-adapter. Voorbeeldfoto Menu De beschikbare functies verschillen afhankelijk van het type montage-adapter. Functies LA-EA1 LA-EA2 Aut. scherpst.
LA-EA1 De camera bepaalt welk van de 25 AF-gebieden wordt gebruikt voor het scherpstellen. (Midden) De camera gebruikt uitsluitend het AF-gebied dat zich in het middengebied bevindt. (Flexibel punt) U kunt het scherpstelgebied verplaatsen naar een klein onderwerp of smal gebied door op de boven-/onder-/rechter-/ linkerzijde van het besturingswiel te drukken. LA-EA2 De camera bepaalt welke van de 15 AF-gebieden wordt gebruikt voor het scherpstellen.
AVCHD-indeling Inhoud Voorbeeldfoto Menu Het AVCHD-formaat is een high definition-formaat voor de digitale videocamera die met behulp van efficiënte coderingstechnologie voor gegevenscompressie wordt gebruikt voor het vastleggen van een HD-signaal (high definition) van de 1080ispecificatie1) of de 720p-specificatie2). Het MPEG-4 AVC/H.264-formaat wordt gebruikt om de gegevens van bewegende beelden te comprimeren, en het Dolby Digitalof Linear PCM-systeem wordt gebruikt om de audiogegevens te comprimeren.
Reiniging Voorbeeldfoto Maak de buitenkant van de camera schoon met een zachte doek bevochtigd met water en veeg het oppervlak daarna droog met een droge doek. Om beschadiging van de afwerking of behuizing te voorkomen, volgt u de onderstaande instructies. – Gebruik geen chemische stoffen, zoals thinner, wasbenzine, alcohol, wegwerpreinigingsdoeken, insectenspray, zonnebrandcrème, insecticiden, enz. – Raak de camera niet aan als de bovenstaande chemische stoffen op uw handen zitten.
Index Index C Aansluiting Computer ..........................................................169 Aanbevolen omgeving ................................169 Tv ............................................................... 167 Cont. m. snelh.vk. ...............................................45 Achterg. onsch. .................................................. 34 Continue AF .......................................................71 AdobeRGB .......................................................
Formatteren ...................................................... 158 Lenscomp.: vervorming ....................................130 Foto-effect .................................................... 38, 96 Levendigheid ......................................................37 Geheugenkaart ................................................. 192 Lichtmeetfunctie .................................................92 Lijst met opnametips ..........................................79 LiveView-weergave ...........
Versie ................................................................155 Portret ................................................................. 58 Verzadiging ........................................................99 Printen opgeven ............................................... 103 Volume-instellingen .........................................108 Problemen oplossen ......................................... 181 Programma Versch. ...........................................
Opmerkingen over de licentie Voorbeeldfoto Menu Index DIT PRODUCT IS GEDEPONEERD ONDER DE AVCPATENTENPORTFOLIOLICENTIE VOOR HET PERSOONLIJKE GEBRUIK VAN EEN CONSUMENT OF VOOR ANDERE GEBRUIKEN WAARBIJ HIJ/ZIJ GEEN BELONING ONTVANGT VOOR (i) CODEREN VAN VIDEO IN OVEREENSTEMMING MET DE AVC-NORM ("AVC-VIDEO") EN/OF (ii) HET DECODEREN VAN AVC-VIDEO DIE IS GECODEERD DOOR EEN CONSUMENT IN HET KADER VAN EEN PERSOONLIJKE ACTIVITEIT EN/OF DIE IS VERKREGEN VAN EEN VIDEO-PROVIDER DIE EEN LICENTIE HEEFT OM AVC-VIDEO A