Digitale camera met verwisselbare lens ILCE-7M2 Hoe te gebruiken Vóór gebruik Namen van de onderdelen De camera en bijgeleverde artikelen controleren [1] Onderdelen herkennen (vooraanzicht) [2] Onderdelen herkennen (achteraanzicht) [3] Onderdelen herkennen (bovenaanzicht/zijaanzicht) [4] Onderdelen herkennen (onderaanzicht) [5] Plaats van de onderdelen Lens FE 28-70 mm F3.5-5.
Over de [Helpfunct.
Opnemen Stilstaande/bewegende beelden opnemen Stilstaande beelden opnemen [30] Bewegende beelden opnemen [31] Een opnamefunctie selecteren Lijst met standen van de functiekeuzeknop [32] Slim automatisch [33] Superieur automat. [34] Over scèneherkenning [35] De voordelen van automatisch opnemen [36] Autom. programma [37] Panorama d. beweg. [38] Scènekeuze [39] Sluitertijdvoorkeuze [40] Diafragmavoorkeuze [41] Handm. belichting [42] BULB [43] Geheug.nr. oproep.
FEL-vergrendeling [54] Een schermweergavefunctie selecteren De schermweergave veranderen (Opnemen) [55] DISP-knop (Zoeker) [56] DISP-knop (Scherm) [57] Het formaat/de kwaliteit van stilstaande beelden selecteren Beeldformaat (stilstaand beeld) [58] Beeldverhouding (stilstaand beeld) [59] Kwaliteit (stilstaand beeld) [60] Panorama: formaat [61] Panorama: richting [62] Scherpstellen Scherpstelfunctie [63] Scherpstelgebied [64] Centr. AF-vergrend. [65] Scherpstelvergrendeling [66] H. scherpst.
Fasedetectiegebied [84] De exacte afstand tot een onderwerp meten [85] Belichting instellen Belicht.comp. [86] Belichtingscompensatieknop [87] Lichtmeetfunctie [88] AE-vergrendeling [89] AEL met sluiter (stilstaand beeld) [90] Bel.comp.inst. [91] Zebra [92] Belichtingsinst.gids [93] Belichtingsstap [94] Draaiknop Ev-comp. [95] EV-comp. resetten [96] Een transportfunctie selecteren (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Transportfunctie [97] Continue opname [98] Zelfontspanner [99] Zelfontsp.(Cont.
De kleurtinten aanpassen Witbalans [110] De basiswitkleur opslaan in [Eigen instelling]. [111] Een effectfunctie selecteren Foto-effect [112] Creatieve stijl [113] Bewegende beelden opnemen Formaten voor het opnemen van bewegende beelden [114] Bestandsindeling (bewegende beelden) [115] Opname-instell. (bewegende beelden) [116] Dubbele video-OPN [117] Markeringweerg. [118] Markering-instell. [119] Geluid opnemen [120] Audioniv.weerg. [121] Audio opnam.
Werking van de omlaagknop [139] Draaiknop instellen [140] De overige functies van dit apparaat instellen Lach-/Gezichtsherk. [141] Zachte-huideffect (stilstaand beeld) [142] Gezichtsregistratie (Nieuwe registratie) [143] Gezichtsregistratie (Volgorde wijzigen) [144] Gezichtsregistratie (Wissen) [145] Rode ogen verm. [146] Autom. kadreren (stilstaand beeld) [147] SteadyShot [148] SteadyShot-instell.
Weergavezoom [169] Beeldindex [170] De schermweergave veranderen (tijdens weergave) [171] Beelden wissen Een beeld dat wordt weergegeven wissen [172] Meerdere geselecteerde beelden tegelijk wissen [173] Bewegende beelden weergeven Bewegende beelden weergeven [174] Panoramabeelden weergeven Panoramabeelden weergeven [175] Afdrukken Printen opgeven [176] De weergavefuncties gebruiken Weergavefunctie [177] Weergave-rotatie [178] Diavoorstelling [179] Roteren [180] Beveiligen [181] WG 4K-stilst.
Kleurtemp. zoeker [187] Volume-instellingen [188] Audiosignalen [189] Inst. uploaden(Eye-Fi) [190] Tegelmenu [191] Modusdraaiknopsch. [192] Wisbevestiging [193] Weergavekwaliteit [194] Begintijd energ.besp [195] PAL/NTSC schakel. [196] Reinigen [197] Demomodus [198] TC/UB-instellingen [199] Afstandsbediening [200] HDMI-resolutie [201] 24p/60p-uitvoer (bewegende beelden) (Alleen voor 1080 60i-compatibele modellen.) [202] CTRL.VOOR HDMI [203] HDMI-inform.weerg.
Dit apparaat aansluiten op een smartphone PlayMemories Mobile [221] Een Android-smartphone verbinden met dit apparaat [222] Het apparaat aansluiten op een iPhone of iPad [223] Een applicatie oproepen met [One-touch (NFC)] [224] Dit apparaat bedienen met behulp van een smartphone Intellig. afstandsbedien. ingeslot.
De applicaties installeren Een serviceaccount openen [240] Applicaties downloaden [241] Applicaties rechtstreeks downloaden naar het apparaat met behulp van de Wi-Fi-functie [242] De applicaties openen De gedownloade applicatie openen [243] De applicaties beheren Applicaties verwijderen [244] De volgorde van de applicaties veranderen [245] De accountinformatie van PlayMemories Camera Apps bevestigen [246] Weergeven op een computer Aanbevolen computeromgeving Aanbevolen computeromgeving [247] De software
Een disc met bewegende beelden maken Disctype [260] Selecteer de methode voor het maken van een disc [261] Een disc maken met een ander apparaat dan een computer [262] Een Blu-ray Disc maken [263] Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat Voorzorgsmaatregelen Voorzorgsmaatregelen [264] Interne oplaadbare batterij [265] Opmerkingen over de accu [266] De accu opladen [267] Geheugenkaart [268] Dit apparaat reinigen Reiniging [269] Lijst met waarden van standaardinstellingen Lijst met waarden van standaardinstelling
LA-EA3 Vattingadapter [278] LA-EA4 Vattingadapter [279] Verticale handgreep [280] AVCHD-formaat [281] Licentie [282] Technische gegevens [283] Handelsmerken Handelsmerken [284] Probleemoplossing In geval van problemen In geval van problemen Problemen oplossen [285] Problemen oplossen Accu en voeding U kunt de accu niet in het apparaat plaatsen. [286] U kunt het apparaat niet inschakelen. [287] Het apparaat schakelt plotseling uit. [288] De accu raakt snel leeg.
Hetzelfde beeld wordt meerdere keren opgenomen. [296] Het beeld is onscherp. [297] [Eye-Start AF] werkt niet. [298] De zoomfunctie werkt niet. [299] De opnamedatum en -tijd worden niet afgebeeld op het scherm. [300] De datum en tijd worden onjuist opgenomen. [301] De diafragmawaarde en/of de sluitertijd en/of het pictogram voor de lichtmeting knipperen. [302] De kleuren van het beeld zijn niet juist. [303] In het beeld verschijnt ruis wanneer u op een donkere plaats naar het scherm kijkt.
[Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] of [Naar smartph verznd] wordt voortijdig geannuleerd. [328] Het opnamescherm voor [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] wordt niet soepel afgebeeld./De verbinding tussen het apparaat en de smartphone is verbroken. [329] U kunt One-touch connection (NFC) niet gebruiken. [330] Computers De computer herkent dit apparaat niet. [331] U kunt geen beelden importeren. [332] Het beeld en het geluid worden onderbroken door ruis wanneer u een film op een computer bekijkt.
Situaties die voor dit apparaat moeilijkheden opleveren Situaties die voor dit apparaat moeilijkheden opleveren Situaties die voor dit apparaat moeilijkheden opleveren [348] [1] Hoe te gebruiken Vóór gebruik Namen van de onderdelen De camera en bijgeleverde artikelen controleren Controleer eerst de modelnaam van uw camera. De bijgeleverde accessoires verschillen afhankelijk van het model. De cijfer tussen haakjes geeft het aantal aan.
Accessoireschoenafdekking (1) (Bevestigd op de camera) Oogkap voor oculair (1) (Bevestigd op de camera) Gebruiksaanwijzing (1) Wi-Fi Connection/One-touch (NFC) Guide (1) ILCE-7M2K FE 28-70 mm F3.5-5.6 OSS zoomlens (1) Lensdop op de voorkant van de lens (1) Achterlensdop (1) Lenskap (1) [2] Hoe te gebruiken Vóór gebruik Namen van de onderdelen Onderdelen herkennen (vooraanzicht) Wanneer de lens is verwijderd 1. Aan-uitknop/ontspanknop 2.
3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. Afstandsbedieningssensor Wi-Fi-antenne (ingebouwd) Lensontgrendelingsknop Ingebouwde microfoon* AF-hulplicht/zelfontspannerlamp Vattingmarkering Beeldsensor** Vatting Contactpunten** * Bedek dit deel niet tijdens het opnemen van bewegende beelden. Als u dit doet kan ruis worden veroorzaakt of het volume worden verlaagd. ** Raak deze onderdelen niet rechtstreeks aan. [3] Hoe te gebruiken Vóór gebruik Namen van de onderdelen Onderdelen herkennen (achteraanzicht) 1. 2. 3.
6. Diopter-instelwiel Stel het diopter in overeenkomstig uw gezichtsvermogen door het diopter-instelwiel te draaien totdat het beeld in de zoeker scherp te zien is. 7. Voor opnemen: C3 (Custom 3)-knop Voor weergeven: (vergroot-)knop 8. AF/MF/AEL-keuzeknop 9. Achterste keuzeknop 10. Voor opnemen: AF/MF (automatische scherpstelling/handmatige scherpstelling)-knop/AEL-knop Voor weergeven: (beeldindex-)knop 11. MOVIE-knop 12.
1. Positiemarkering beeldsensor 2. Luidspreker 3. (microfoon-)aansluiting Wanneer een externe microfoon is aangesloten, wordt de microfoon automatisch ingeschakeld. Als de externe microfoon van een stekker is voorzien, wordt de voeding voor de microfoon geleverd door de camera. 4. (hoofdtelefoon-)aansluiting 5. Multi/Micro USB-aansluiting* Ondersteunt een micro-USB-compatibel apparaat. 6. Oplaadlampje 7. HDMI-microaansluiting 8.
14. (N-markering) Deze markering geeft het aanraakpunt aan voor het verbinden van de camera met een NFCcompatibele smartphone. Voor informatie over de plaats van de (N-markering) op uw smartphone, raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van uw smartphone. NFC (Near Field Communication) is een internationale norm voor draadloze communicatie over een korte afstand. 15. Deksel van geheugenkaartgleuf 16.
1. Accuvak 2. Accudeksel 3. Schroefgat voor statief Gebruik een statief met een schroef van minder dan 5,5 mm lang. Als de schroef te lang is, kunt u de camera niet stevig bevestigen en kan de camera worden beschadigd. 4. Vergrendelingsknop van accudeksel 5. Ontgrendelingshendel van accudeksel Afdekking van verbindingsplaat Gebruik deze wanneer u de netspanningsadapter AC-PW20 (los verkrijgbaar) gebruikt.
1. 2. 3. 4. 5. 6. * Scherpstelring Zoomring Schaal voor brandpuntsafstand Markeringen voor brandpuntsafstand Contactpunten van de lens* Vattingmarkering Raak dit onderdeel niet rechtstreeks aan. [7] Hoe te gebruiken Vóór gebruik Pictogrammen en indicators Lijst van pictogrammen op de monitor De hieronder getoonde inhoud en de positie ervan dienen slechts als richtlijn en kunnen verschillen van de daadwerkelijke weergave.
Zoekerfunctie In de automatische functie of de scènekeuzefunctie Stand P/A/S/M/panorama door beweging Voor weergeven Basisinformatiescherm Voor weergeven Histogramscherm
P P* A S M 1. Opnamefunctie Registernummer Pictogram van scèneherkenning NO CARD Status van geheugenkaart/uploaden 100 Resterend aantal opneembare beelden Beeldverhouding van stilstaande beelden 24M / 20M / 10M / 8.7M / 6.0M / 5.1M / 2.6M / 2.
AF-hulplicht NFC is geactiveerd Vliegtuigfunctie Geen audio-opname van bewegende beelden Windruis reductie SteadyShot/Camerabeweging-indicator Brandpuntsafstand van SteadyShot/Camerabeweging-indicator Waarschuwing voor oververhitting Databasebestand vol/Databasebestandsfout Slimme zoom/ Held. Beeld Zoom/Digitale zoom Digitale niveaumeter Geluidsniveau Weergavefunctie 100-0003 Map - bestandsnummer Beveiligen Opnameformaat van bewegende beelden DPOF DPOF ingesteld Autom.
2. Transportfunctie Flitserfunctie/Rode-ogeneffectvermindering ±0.0 Flitscompensatie Scherpstellingsfunctie Scherpstelgebied Lach-/Gezichtsherk. Lichtmeetfunctie 35mm Brandpuntsafstand van lens 7500K A5 G5 Witbalans (Automatisch, Vooringesteld, Onderwater Auto, Custom, Kleurtemperatuur, Kleurfilter) Dynamisch-bereikoptimalisatie/Auto HDR +3 +3 +3 Creatieve stijl/contrast, verzadiging, scherpte Foto-effect Gevoeligheidsindicator lachdetectie ― Beeldprofiel 3.
REC 0:12 Opnameduur van de bewegende beelden (m:s) Scherpstellen 1/250 Sluitertijd F3.
Het bereikzoekerframe verandert als volgt, afhankelijk van de opnamefunctie. Bij gebruik van de functie contrast AF of fasedetectie AF Bij gebruik van de functie fasedetectie AF Wanneer [Scherpstelgebied] is ingesteld op [Breed] of [Zone], en als u richt op een bewegend onderwerp, kan het bereikzoekerframe worden afgebeeld zoals hierboven aangegeven. Wanneer automatisch wordt scherpgesteld op basis van het hele bereik van de monitor.
[9] Hoe te gebruiken Vóór gebruik De riem gebruiken De schouderriem gebruiken Bevestig de schouderriem om te voorkomen dat het apparaat valt en beschadigd raakt. 1. Bevestig beide uiteinden van de riem. [10] Hoe te gebruiken Vóór gebruik De oogkap voor oculair bevestigen De oogkap voor oculair bevestigen Wij adviseren u de oogkap voor oculair te bevestigen wanneer u van plan bent om de zoeker te gebruiken. 1. Lijn de oogkap voor het oculair uit met de groef van de zoeker en schuif hem op zijn plaats.
[11] Hoe te gebruiken Vóór gebruik De zoeker instellen De zoeker afstellen (diopterinstelling) Stel het diopter in op uw gezichtsvermogen totdat het beeld in de zoeker scherp te zien is.Als het moeilijk is om het diopter-instelwiel te draaien, verwijdert u de oogkap voor oculair en draait u het instelwiel. 1. Draai het diopter-instelwiel. [12] Hoe te gebruiken Vóór gebruik Helpfunctie in camera Over de [Helpfunct. in camera] De [Helpfunct.
[13] Hoe te gebruiken De camera voorbereiden De accu opladen De accu opladen terwijl deze in de camera is geplaatst Het is belangrijk dat u de accu oplaadt voordat u de camera voor het eerst gaat gebruiken. De opgeladen accu verliest steeds wat lading, ook als u de accu niet gebruikt. Om geen opnamekans te missen, laadt u de accu op voordat u opneemt. 1. Zet het apparaat uit. 2.
opladen hervat. Het wordt aanbevolen de accu op te laden bij een omgevingstemperatuur van 10 °C tot en met 30 °C. Sluit de netspanningsadapter aan op het dichtstbijzijnde stopcontact. In het geval een storing optreedt tijdens het gebruik van de netspanningsadapter, trekt u onmiddellijk de stekker van het netsnoer uit het stopcontact om de voeding los te koppelen.
Het opladen kan niet worden gegarandeerd in geval van een op maat gemaakte computer, een aangepaste computer of een computer die is aangesloten via een USB-hub. Mogelijk werkt de camera niet correct wanneer andere USB-apparaten tegelijkertijd worden gebruikt. [15] Hoe te gebruiken De camera voorbereiden De accu opladen De accu in de camera plaatsen De accu in de camera plaatsen 1. Verschuif de open-knop om het accudeksel te openen. 2.
kan worden opgenomen/weergegeven met een accu Schermfunctie Opnemen (stilstaande beelden): Aantal beelden: ong. 350 Daadwerkelijk opnemen (bewegende beelden): Gebruiksduur van de accu: ong. 65 min. Ononderbroken opnemen (bewegende beelden): Gebruiksduur van de accu: ong. 100 min. Zoekerfunctie Opnemen (stilstaande beelden): Aantal beelden: ong. 270 Daadwerkelijk opnemen (bewegende beelden): Gebruiksduur van de accu: ong. 60 min. Ononderbroken opnemen (bewegende beelden): Gebruiksduur van de accu: ong.
[17] Hoe te gebruiken De camera voorbereiden De accu opladen Voeding vanuit een stopcontact De camera kan tijdens het opnemen en weergeven van voeding worden voorzien door middel van een netspanningsadapter AC-PW20 (los verkrijgbaar). 1. Om tijdens het opnemen en weergeven de camera van voeding te voorzien, sluit u de netspanningsadapter AC-PW20 (los verkrijgbaar) aan op de camera, en steekt u de stekker van het netsnoer van de netspanningsadapter in een stopcontact.
verkrijgbaar) De geheugenkaart plaatsen De geheugenkaart plaatsen 1. Verschuif het deksel van de geheugenkaartgleuf om hem te openen. 2. Steek de geheugenkaart in de gleuf. Zorg ervoor dat de afgeschuinde hoek in de juiste richting wijst. Met de afgeschuinde hoek in de afgebeelde richting, steekt u de geheugenkaart in de gleuf tot hij op zijn plaats vastklikt. 3. Sluit het deksel van de geheugenkaartgleuf.
De geheugenkaart eruit halen 1. Open het deksel van de geheugenkaartgleuf. 2. Controleer dat de toegangslamp (A) niet brandt. 3. Duw de geheugenkaart eenmaal erin om hem te verwijderen. 4. Sluit het deksel van de geheugenkaartgleuf. [21] Hoe te gebruiken De camera voorbereiden De lens bevestigen De lens bevestigen Zet de aan-uitknop van de camera in de stand OFF voordat u de lens bevestigt. 1. Haal de lensvattingdop (A) van de camera af en haal de achterlensdop (B) van de achterkant van de lens af.
Ga bij het bevestigen van de lens snel te werk op een stofvrije plaats om te voorkomen dat stof en vuil in de camera kunnen binnendringen. Alvorens op te nemen, haalt u de lensdop op de voorkant van de lens eraf. 2. Bevestig de lens door de twee witte uitlijnmarkeringen (vattingmarkeringen) op de lens en de camera met elkaar uit te lijnen. Houd de camera vast met de lens omlaag gericht om te voorkomen dat stof en vuil in de camera kunnen binnendringen. 3.
Opmerking Druk niet op de lensontgrendelingsknop terwijl u de lens bevestigt. Oefen bij het bevestigen van de lens geen grote kracht uit. De vattingadapter (los verkrijgbaar) is vereist om een lens met een A-vatting (los verkrijgbaar) te kunnen gebruiken. Als u de vattingadapter gebruikt, raadpleegt u de gebruiksaanwijzing die bij de vattingadapter werd geleverd. Als u volframebeelden wilt opnemen, gebruikt u een lens die compatibel is met het volframe-formaat.
[23] Hoe te gebruiken De camera voorbereiden De lens bevestigen De lenskap bevestigen Wij adviseren u de lenskap te gebruiken om te voorkomen dat licht van buiten het opnameframe het beeld beïnvloedt. 1. Lijn de vorm van het bevestigingsdeel van de lenskap en de lenskop met elkaar uit, en draai de lenskap rechtsom tot deze vastklikt. Opmerking Bevestig de lenskap goed op het apparaat. Anders heeft de lenskap mogelijk geen effect of kan gedeeltelijk worden gereflecteerd in het beeld.
Wanneer u de camera voor het eerst inschakelt of nadat u de functies hebt geïnitialiseerd, wordt het instelscherm voor de datum en de tijd afgebeeld. 1. Zet de aan-uitknop in de stand ON om de camera in te schakelen. Het instelscherm voor de datum en tijd wordt afgebeeld. 2. Controleer of [Enter] is geselecteerd op het scherm, en druk daarna op 3. Selecteer uw gewenste geografische locatie en druk daarna op op het besturingswiel. . 4.
het midden van het besturingswiel drukt. De functies DISP (weergave-instelling), / (Transportfunctie) en ISO (ISO) zijn toegewezen aan de boven-/linker-/rechterkant van het besturingswiel. Bovendien kunt u geselecteerde functies toewijzen aan de onder-/rechter-/linkerkant van het besturingswiel of aan in het midden van het besturingswiel, en aan de draaibediening van het besturingswiel.
Selecteer een pictogram bovenaan het scherm en druk op de rechter-/linkerkant van het besturingswiel om naar een ander MENU-onderdeel te gaan. 4. Selecteer de gewenste waarde van de instelling en druk ter bevestiging op [28] Hoe te gebruiken controleren De bedieningsmethode controleren . De bedieningsmethode De Fn (Functie)-knop gebruiken U kunt veelgebruikte functies registreren onder de Fn (Functie-)knop en deze oproepen tijdens het opnemen.
3. Draai de voorste keuzeknop om de gewenste instelling te selecteren. Sommige functies kunnen worden fijngeregeld met behulp van de achterste keuzeknop. Instellingen maken op het specifieke scherm. Selecteer de gewenste functie in stap 2 en druk daarna op in het midden van het besturingswiel. Het specifieke scherm voor de functie wordt afgebeeld. Volg de bedieningsgids (A) om de instellingen te maken.
In de functie P/A/S/M/panorama door beweging 4. Selecteer een gewenste functie door op de boven-/onder-/rechter-/linkerkant van het besturingswiel te drukken. 5. Draai de voorste keuzeknop om de gewenste instelling te selecteren. Sommige instelwaarden kunnen worden fijngeregeld door de achterste keuzeknop te draaien. Instellingen maken op het specifieke scherm. Selecteer de gewenste functie in stap 4 en druk daarna op in het midden van het besturingswiel.
Stilstaande beelden opnemen Neemt stilstaande beelden op. 1. Stel de opnamefunctie in op (Automatisch. modus). 2. Stel de hoek van de monitor in en houd de camera vast. Of kijk door de zoeker en houd camera vast. 3. Druk de ontspanknop tot halverwege in om scherp te stellen. Als het beeld scherpgesteld is, wordt de indicator( of ) afgebeeld. 4. Druk de ontspanknop helemaal in. Scherpstellingsindicator brandt: Het beeld is scherpgesteld. knippert: Het scherpstellen is mislukt.
scherpstellen.Als [Continue AF] is ingesteld, wordt de pieptoon niet voortgebracht nadat is scherpgesteld. Scherpstellen kan moeilijk zijn in de volgende situaties: Het is donker en het onderwerp is ver weg. Het contrast van het onderwerp is slecht. Het onderwerp is zichtbaar door glas heen. Het onderwerp beweegt snel. Bij reflecterend licht of glimmende oppervlakken. Er is een knipperend licht. Het onderwerp wordt van achteren belicht.
opgenomen, afhankelijk van de gebruikssituatie. [32] Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren Lijst met standen van de functiekeuzeknop U kunt de gewenste opnamefunctie selecteren door de functiekeuzeknop te draaien. Beschikbare functies (Automatisch. modus): Hiermee kunt u stilstaande beelden opnemen van elk onderwerp onder alle omstandigheden met goede resultaten door de waarden in te stellen die door het product geschikt worden geacht. P (Autom.
Slim automatisch Het apparaat analyseert het onderwerp en biedt u de mogelijkheid een opname te maken met de juiste instellingen. 1. Zet de functiekeuzeknop in de stand 2. MENU → (Automatisch. modus). (Camera- instellingen) → [Automatisch. modus] →[Slim automatisch]. Als [Modusdraaiknopsch.] is ingesteld op [Aan], kunt u de gewenste instellingen selecteren nadat u de stand van de functiekeuzeknop hebt veranderd. 3. Richt de camera op het onderwerp.
u de stand van de functiekeuzeknop hebt veranderd. 3. Richt de camera op het onderwerp. Als de camera een scène herkent, wordt het pictogram van de scèneherkenning afgebeeld op het scherm. Indien van toepassing worden tevens de toepasselijke opnamefunctie voor de herkende scène en het aantal keer dat de sluiter wordt ontspannen afgebeeld. 4. Stel scherp en fotografeer het onderwerp. Als de camera meerdere beelden opneemt, kiest hij automatisch het meest geschikte beeld en slaat dit op.
Opmerking Als [Lach-/Gezichtsherk.] is ingesteld op [Uit], worden de scènes [Portretopname], [Portret m. tegenlicht], [Nachtportret] en [Kind] niet herkend. [36] Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren De voordelen van automatisch opnemen In de functie [Superieur automat.] neemt het apparaat op in een hogere kwaliteit dan in de functie [Slim automatisch] en voert zo nodig samengesteld opnemen uit. In de functie [Autom.
Programmaverschuiving U kunt de combinatie van sluitertijd en diafragma (F-waarde) veranderen door de voorste/achterste keuzeknop te draaien zonder de juiste belichting te veranderen die door dit apparaat is ingesteld. Deze functie is beschikbaar wanneer de flitser niet wordt gebruikt. Wanneer u de voorste/achterste keuzeknop draait, verandert "P" op het scherm in "P*". Om de programmaverschuiving te annuleren, stelt u de opnamefunctie in op een andere functie dan [Autom.
(A) Dit gedeelte wordt niet opgenomen. 4. Druk de ontspanknop helemaal in. 5. Pan de camera naar het einde van de overzichtsbalk in de richting van de pijl op de monitor. (B) Overzichtsbalk Opmerking Als de volledige hoek van de panoramaopname niet binnen de vaste tijdsduur wordt gepand, wordt een grijs gebied toegevoegd aan het samengestelde beeld. Als dit gebeurt, beweegt u het apparaat sneller om het volledige panoramabeeld op te nemen.
[39] Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren Scènekeuze Biedt u de mogelijkheid opnamen te maken met vooraf ingestelde instellingen die afhankelijk zijn van de scène. 1. Zet de functiekeuzeknop in de stand SCN (Scènekeuze). 2. MENU → (Camera- instellingen) → [Scènekeuze] → gewenste functie. Als [Modusdraaiknopsch.] is ingesteld op [Aan], kunt u de gewenste instellingen selecteren nadat u de stand van de functiekeuzeknop hebt veranderd.
Zonsondergang: Maakt een prachtige opname van het rood van de zonsondergang. Nachtscène: Neemt nachtscènes op zonder dat de donkere sfeer verloren gaat. Schemeropn. hand: Neemt nachtscènes op met minder ruis en onscherpte zonder dat u een statief gebruikt. Een reeks opnamen wordt gemaakt en beeldbewerking wordt toegepast om de onderwerpbeweging, camerabeweging en ruis te verminderen. Nachtportret: Neemt nachtscèneportretten op met de flitser.
om een statief te gebruiken om te voorkomen dat het beeld wazig wordt. In de functie [Schemeropn. hand] of [Antibewegingswaas] klikt de sluiter 4 keer, waarna het beeld wordt opgeslagen. Als u [Schemeropn. hand] of [Antibewegingswaas] selecteert met [RAW] of [RAW en JPEG], wordt de beeldkwaliteit tijdelijk ingesteld op [Fijn]. Het verminderen van wazige beelden is minder effectief, ook in de functies [Schemeropn.
opnemen zolang de ruisonderdrukking wordt uitgevoerd. De helderheid van het beeld op de monitor kan verschillen van die van het beeld dat in werkelijkheid wordt opgenomen. Hint Wanneer u een kortere sluitertijd gebruikt, lijkt het of bewegende onderwerpen, zoals een hardloper, auto's of de branding van de zee, in hun beweging zijn bevroren. Wanneer u een langere sluitertijd gebruikt wordt een naspoor van het bewegende onderwerp opgenomen, waardoor een natuurlijker en dynamischer beeld ontstaat.
Handm. belichting U kunt een opname met de gewenste belichtingsinstelling maken door wijziging van zowel de sluitertijd als het diafragma.De sluitertijd en de diafragmawaarde kunnen worden veranderd tijdens het opnemen van bewegende beelden. 1. Zet de functiekeuzeknop in de stand M (Handm. belichting). 2. Selecteer de gewenste diafragmawaarde door de voorste keuzeknop te draaien. Selecteer de gewenste sluitertijd door de achterste keuzeknop te draaien.
1. Zet de functiekeuzeknop in de stand M (Handm. belichting). 2. Draai de achterste keuzeknop rechtsom tot [BULB] wordt afgebeeld. 3. Selecteer de diafragmawaarde (F-getal) met de voorste keuzeknop. 4. Druk de ontspanknop tot halverwege in om scherp te stellen. 5. Houd de ontspanknop ingedrukt zo lang de opname duurt. Zo lang u de ontspankop ingedrukt houdt, blijft de sluiter geopend.
Hint Om de geregistreerde instellingen op te roepen vanaf de geheugenkaart, selecteert u MENU → (Camera- instellingen) → [Geheug.nr. oproep.]. Opmerking Registreer opname-instellingen van tevoren met [Geheugen]. Als u [Geheug.nr. oproep.] instelt na het voltooien van de opname-instellingen, krijgen de geregistreerde instellingen voorrang en kunnen de oorspronkelijke instellingen ongeldig worden. Controleer de indicators op het scherm voordat u opneemt.
Als een zoomlens is bevestigd, kunt u beelden vergroten door de zoomring van de lens te draaien. 1. Draai de zoomring van de zoomlens om het onderwerp te vergroten. Wanneer een elektrisch bediende zoomlens is bevestigd, bedient u de zoomknop van de zoomlens om het onderwerp te vergroten. Over andere [Zoom]-functies dan de optische zoom Als u [Zoom-instelling] instelt op iets anders dan [Enkel optische zoom], kunt u andere zoomfuncties gebruiken dan de optische zoom.
De standaardinstelling voor de [Zoom-instelling] is [Enkel optische zoom]. De standaardinstelling voor [ Beeldformaat] is [L]. Om de slimme-zoomfunctie te kunnen gebruiken, stelt u [ Beeldformaat] in op [M] of [S]. De zoomfuncties, behalve de optische-zoomfunctie, zijn niet beschikbaar bij opnemen in de volgende situaties: [Panorama d. beweg.] [Lach-/Gezichtsherk.
[49] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken De zoom gebruiken Over de zoomvergroting De zoomvergroting die wordt gebruikt in combinatie met de zoom van de lens, verandert afhankelijk van het geselecteerde beeldformaat.
draairichting rechtsom. Opmerking Deze functie is alleen beschikbaar met een lens waarvan de bedieningsrichting omkeerbaar is. [51] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken De flitser gebruiken De flitser (los verkrijgbaar) gebruiken Gebruik in een donkere omgeving de flitser om het onderwerp te verlichten tijdens de opname, en om camerabeweging te voorkomen. Als u tegen de zon in opneemt, gebruikt u de flitser om het beeld van het onderwerp met tegenlicht te verlichten. 1.
U kunt de flitsfunctie instellen. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Flitsfunctie] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Flitser uit: De flitser werkt niet. Automatisch flitsen: De flitser gaat af in donkere omgevingen of bij het opnemen met sterk tegenlicht. Invulflits: Elke keer als u op de ontspanknop drukt, gaat de flitser af. Langz.flitssync.: Elke keer als u op de ontspanknop drukt, gaat de flitser af.
Opmerking [Flitscompensatie] werkt niet wanneer de opnamefunctie is ingesteld op de volgende functies: [Slim automatisch] [Superieur automat.] [Panorama d. beweg.] [Scènekeuze] Het kan zijn dat het hogere flitseffect niet zichtbaar is omdat de beschikbare hoeveelheid flitslicht beperkt is in het geval het onderwerp zich buiten het maximumbereik van de flitser bevindt. Als het onderwerp zich erg dichtbij bevindt, is het lagere flitseffect mogelijk niet zichtbaar.
Door [FEL-slot vergrendel.] in te stellen, kunt u de instelling vasthouden zolang de knop ingedrukt wordt gehouden. Bovendien, door [FEL-slot/AEL vergr.] en [FEL-slot/AEL wissel.] in te stellen, kunt u beelden opnemen met AE-vergrendeling in de volgende situaties. Wanneer [Flitsfunctie] is ingesteld op [Flitser uit] of [Automatisch flitsen]. Wanneer de flitser niet kan afgaan.
Histogram Niveau Voor zoeker* * [Voor zoeker] wordt alleen op het scherm afgebeeld. Sommige schermweergavefuncties zijn niet beschikbaar in de standaardinstellingen. Om de schermweergavefuncties te veranderen, drukt u op MENU → (Eigen instellingen) → [DISPknop] en verandert u de instelling. Opmerking Histogram wordt niet afgebeeld tijdens het opnemen van panoramabeelden. In de functie voor bewegende beelden kan [Voor zoeker] niet worden afgebeeld.
Stelt u in staat de schermweegavefuncties in te stellen die in de opnamefunctie kunnen worden geselecteerd voor de zoeker met (Weergave-instelling). 1. MENU → (Eigen instellingen) → [DISP-knop] → [Zoeker] → gewenste instelling → [Enter]. De onderdelen gemarkeerd met zijn beschikbaar. Menu-onderdelen Graf. weerg.: Beeldt basisinformatie af over opnemen. De sluitertijd en diafragmawaarde worden grafisch afgebeeld. Alle info weerg.: Beeldt opname-informatie af. Geen info: Beeldt geen opname-informatie af.
Geeft aan of het apparaat horizontaal staat, zowel in de richting links-rechts als in de richting voorachter. Wanneer het apparaat in beide richtingen horizontaal staat, wordt de indicator groen. Voor zoeker: Beeldt informatie af die geschikt is voor opnemen met de zoeker.
[59] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken stilstaande beelden selecteren Het formaat/de kwaliteit van Beeldverhouding (stilstaand beeld) Stelt de beeldverhouding in van stilstaande beelden. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [ Beeldverhouding] → gewenste instelling. Menu-onderdelen 3:2 (standaardinstelling): Geschikt voor standaardafdrukken. 16:9: Voor weergeven op een high-definition-tv.
Het beeld wordt bij het opnemen gecomprimeerd in het JPEG-bestandsformaat. Standaard: Bestandsformaat: JPEG Het beeld wordt bij het opnemen gecomprimeerd in het JPEG-bestandsformaat. Aangezien de compressieverhouding van [Standaard] hoger is dan die van [Fijn], is de bestandsgrootte van [Standaard] kleiner dan die van [Fijn]. Hiermee kunnen meer bestanden worden opgenomen op 1 geheugenkaart, maar de kwaliteit is lager.
Rechts (standaardinstelling): Pan de camera van links naar rechts. Links: Pan de camera van rechts naar links. Naar boven: Pan de camera van onder naar boven. Naar beneden: Pan de camera van boven naar onder. [63] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Scherpstelfunctie Selecteert de scherpstelmethode die geschikt is voor de beweging van het onderwerp. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Scherpstelfunctie] → gewenste instelling.
1. MENU → (Camera- instellingen) → [Scherpstelgebied] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Breed: Stelt automatisch scherp op een onderwerp in alle bereiken van het beeld. Wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt in de stilstaand-beeldopnamefunctie, wordt een groen kader afgebeeld rond het gebied dat scherpgesteld is. Zone: Selecteer een zone op de monitor waarop u wilt scherpstellen.
3. Druk de ontspanknop helemaal in om het beeld op te nemen. Opmerking [Centr. AF-vergrend.] werkt mogelijk niet erg goed in de volgende situaties: Het onderwerp beweegt te snel. Het onderwerp is te klein of te groot. Er is weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond. Het is donker. Het omgevingslicht verandert. AF-vergrendeling werkt niet in de volgende situaties: In de functie [Panorama d. beweg.] Wanneer [Scènekeuze] is ingesteld op [Schemeropn. hand] of [Antibewegingswaas].
[67] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen H. scherpst. Als het moeilijk is goed scherp te stellen in de automatische scherpstellingsfunctie, kunt u de scherpstelling handmatig uitvoeren. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Scherpstelfunctie] → [H. scherpst.]. 2. Draai de scherpstelring om goed scherp te stellen. Wanneer u de scherpstelring draait, wordt de scherpstellingsafstand afgebeeld op het scherm.
3. Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt en draai de scherpstelring om een betere scherpstelling te krijgen. Wanneer u de scherpstelring draait, wordt de scherpstellingsafstand afgebeeld op het scherm. De scherpstellingsafstand wordt mogelijk niet afgebeeld wanneer de vattingadapter (los verkrijgbaar) is bevestigd. 4. Druk de ontspanknop helemaal in om een beeld op te nemen.
U kunt de scherpstelling controleren door het beeld te vergroten voordat u opneemt. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Scherpst. vergroten]. 2. Druk op in het midden van het besturingswiel om het beeld te vergroten en het deel te selecteren dat u wilt vergroten met de boven-/onder-/linker-/rechterkant van het besturingswiel. 3. Bevestig de scherpstelling. 4. Druk de ontspanknop helemaal in om het beeld op te nemen. Hint Iedere keer wanneer u op in het midden drukt, verandert de zoekerloup.
[72] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Reliëfniveau U kunt bij opnemen met handmatige scherpstelling of met directe handmatige scherpstelling de contouren van scherpgestelde bereiken benadrukken met behulp van een specifieke kleur. Met behulp van deze functie kunt u de scherpstelling gemakkelijk controleren. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Reliëfniveau] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Hoog: Stelt het reliëfniveau in op hoog.
[74] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Pre-AF (stilstaand beeld) Het apparaat stelt automatisch scherp voordat u de ontspanknop tot halverwege indrukt. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [ Pre-AF] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan (standaardinstelling): Stelt scherp voordat u de ontspanknop tot halverwege indrukt. Uit: Stelt niet scherp voordat u de ontspanknop tot halverwege indrukt.
AF/MF-regeling U kunt de scherpstellingsfunctie tijdens het opnemen eenvoudig omschakelen van automatisch naar handmatig en terug zonder de positie van uw handen te veranderen. 1. Zet de AF/MF/AEL-keuzeknop in de stand AF/MF en druk daarna op de AF/MF-knop. Tijdens automatisch scherpstellen: Schakelt tijdelijk de scherpstellingsfunctie om naar handmatig. Stel scherp door de scherpstelring (A) te draaien terwijl u de AF/MF-knop ingedrukt houdt.
U kunt [ AF-hulplicht] niet gebruiken in de volgende situaties: Tijdens het opnemen van bewegende beelden In de functie [Panorama d. beweg.] Als [Scherpstelfunctie] is ingesteld op [Continue AF]. Wanneer [Scènekeuze] is ingesteld op [Landschap], [Sportactie] of [Nachtscène]. Wanneer de vattingadapter is bevestigd Het AF-hulplicht zendt zeer helder licht uit. Ondanks dat er geen gezondheidsrisico’s bestaan, mag u niet van dichtbij rechtstreeks in het AF-hulplicht kijken.
[79] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Cont. AF-geb. weerg U kunt instellen of het scherpstelgebied dat is scherpgesteld moet worden afgebeeld of niet wanneer [Scherpstelgebied] is ingesteld op [Breed] of [Zone] in de functie [Continue AF]. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Cont. AF-geb. weerg] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan (standaardinstelling): Beeldt het scherpstelgebied dat is scherpgesteld af. Uit: Beeldt het scherpstelgebied dat is scherpgesteld niet af.
U kunt het scherpstelgebied verplaatsen wanneer [Scherpstelgebied] is ingesteld op het volgende: [Zone] [Flexibel punt] [AF-vergrendeling: Zone] [AF-vergrendeling: Flexibel punt] [81] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen AF met sluiter (stilstaand beeld) Selecteert of automatisch wordt scherpgesteld wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt. Selecteer [Uit] om de scherpstelling en belichting afzonderlijk in te stellen. 1.
[83] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen AF op de ogen De camera stelt scherp op de ogen van het onderwerp terwijl u de knop ingedrukt houdt. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.] → wijs de functie [AF op de ogen] toe aan de gewenste knop. 2. Richt de camera op iemands gezicht en druk op de knop waaraan u de functie [AF op de ogen] hebt toegewezen. 3. Druk op de ontspanknop terwijl u de knop ingedrukt houdt.
Aan: Beeldt de automatische-scherpstellingspunten van fasedetectie AF af. Uit (standaardinstelling): Beeldt de automatische-scherpstellingspunten van fasedetectie AF niet af. Opmerking Als het F-getal F9,0 of hoger is, kan fasedetectie-AF niet worden gebruikt. Alleen contrast AF is beschikbaar. Fasedetectie AF is alleen beschikbaar met compatibele lenzen. Als een incompatibele lens is bevestigd, kunt u fasedetectie AF niet gebruiken.
[86] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Belichting instellen Belicht.comp. U kunt de belichting instellen onder MENU wanneer de belichtingscompensatieknop is ingesteld op "0".Uitgaande van de belichtingswaarde die is ingesteld door de automatische belichtingsfunctie, kunt u het gehele beeld helderder of donkerder maken als u [Belicht.comp.] verandert naar de pluskant respectievelijk de minkant (belichtingscompensatie).
Opmerking U kunt voor bewegende beelden de belichting instellen binnen een bereik van −2,0 EV tot +2,0 EV. Als u een onderwerp opneemt in uiterst heldere of donkere omstandigheden, of wanneer u de flitser gebruikt, kunt u mogelijk geen bevredigend resultaat bereiken. Als u [Handm. belichting] gebruikt, kunt u de belichting alleen compenseren als [ISO] is ingesteld op [ISO AUTO].
[89] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Belichting instellen AE-vergrendeling Wanneer het contrast tussen het onderwerp en de achtergrond hoog is, zoals bij het opnemen van een onderwerp met tegenlicht of een onderwerp bij een raam, meet u het licht op een punt waarop het onderwerp de juiste belichting lijkt te hebben, en vergrendelt u de belichting voordat u het beeld opneemt.
Menu-onderdelen Automatisch (standaardinstelling): Vergrendelt de belichting na handmatig scherpgesteld te hebben wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt in het geval [Scherpstelfunctie] is ingesteld op [Enkelvoudige AF]. Aan: Vergrendelt de belichting wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt. Uit: Vergrendelt de belichting niet wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt. Gebruik deze functie wanneer u de scherpstelling en belichting afzonderlijk wilt instellen.
voldoet aan het IRE-niveau dat u hebt ingesteld. Gebruik dit zebrapatroon als richtlijn bij het instellen van de helderheid. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Zebra] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Uit (standaardinstelling): Beeldt het zebrapatroon niet af. 70/75/80/85/90/95/100/100+: Stelt het helderheidsniveau in. Opmerking Het zebrapatroon wordt niet afgebeeld tijdens een HDMI-verbinding. [93] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Belichting instellen Belichtingsinst.
belichtingscompensatieknop in stappen van 0,3 EV. [95] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Belichting instellen Draaiknop Ev-comp. U kunt de belichting instellen met de voorste keuzeknop of achterste keuzeknop wanneer de belichtingscompensatieknop is ingesteld op "0". 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Draaiknop Ev-comp.] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Uit (standaardinstelling): Maakt belichtingscompensatie niet mogelijk met de voorste of achterste keuzeknop.
[97] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Een transportfunctie selecteren Transportfunctie U kunt de transportfunctie instellen, zoals ononderbroken opnamen of zelfontspanner-opnamen. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Enkele opname (standaardinstelling): Neemt één stilstaand beeld op. Normale opnamestand. Continue opname: Neemt continu beelden op zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt.
Menu-onderdelen Continue opname: Hi (standaardinstelling): De snelheid van het ononderbroken opnemen wordt ingesteld op het maximum van ongeveer 5 beelden per seconde. Continue opname: Lo: De snelheid van het ononderbroken opnemen wordt ingesteld op het maximum van ongeveer 2,5 beelden per seconde. Opmerking Ononderbroken opnemen is niet beschikbaar in de volgende situaties: De opnamefunctie is ingesteld op [Panorama d. beweg.].
Hint Druk op de / -knop van het besturingswiel om de zelfontspanner te beëindigen. Druk op de / -knop en selecteer (Enkele opname) op het besturingswiel om de zelfontspanner uit te schakelen. [100] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Een transportfunctie selecteren Zelfontsp.(Cont.) Maakt na 10 seconden zonder onderbreking het aantal opnamen dat u hebt ingesteld. U kunt de beste opname kiezen uit de opnamen die zijn gemaakt. 1.
1. MENU → (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Bracket continu]. 2. Selecteer de gewenste functie met de rechter-/linkerkant van het besturingswiel. Menu-onderdelen Bracket continu: 0,3EV 3 beelden (standaardinstelling): Deze instelling neemt drie beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 0,3 EV. Bracket continu: 0,3EV 5 beelden: Deze instelling neemt vijf beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 0,3 EV.
De laatste opname wordt weergegeven in Auto Review. Als [ISO AUTO] is geselecteerd in de functie [Handm. belichting], wordt de belichting verschoven door de ISO-waarde te veranderen. Als een andere instelling dan [ISO AUTO] is geselecteerd, wordt de belichting verschoven door de sluitertijd te veranderen. Als u de belichting opnieuw instelt, wordt de belichting verschoven op basis van de nieuw ingestelde belichtingswaarde.
Bracket enkel: 0,7EV 5 beelden: Deze instelling neemt in totaal vijf beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 0,7 EV. Bracket enkel: 1,0EV 3 beelden: Deze instelling neemt in totaal drie beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 1,0 EV. Bracket enkel: 1,0 EV 5 beelden: Deze instelling neemt in totaal vijf beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 1,0 EV.
Menu-onderdelen Bracket witbalans: Lo (standaardinstelling): Neemt een serie van drie beelden op met kleine verschillen in de witbalans. Bracket witbalans: Hi: Neemt een serie van drie beelden op met grote verschillen in de witbalans. Opmerking De laatste opname wordt weergegeven in Auto Review.
1. MENU → (Eigen instellingen) → [Bracketvolgorde] → gewenste instelling. Menu-onderdelen 0→-→+ (standaardinstelling): Neemt op in de volgende volgorde: 0 → − → +. -→0→+: Neemt op in de volgende volgorde: − → 0 → +. [106] Hoe te gebruiken selecteren De opnamefuncties gebruiken De ISO-gevoeligheid ISO De gevoeligheid voor licht wordt uitgedrukt in de ISO-waarde (aanbevolen-belichtingsindex). Hoe hoger de waarde, hoe hoger de gevoeligheid is. 1.
van het overlay-proces van de beelden. Hint U kunt het bereik van de automatisch ingestelde ISO-gevoeligheid veranderen voor de functie [ISO AUTO]. Selecteer [ISO AUTO] en druk op de rechterkant van het besturingswiel, en stel daarna de gewenste waarden in voor [ISO AUTO maximum] en [ISO AUTO minimum]. De waarden voor [ISO AUTO maximum] en [ISO AUTO minimum] worden ook toegepast bij het opnemen in de functie [ISO AUTO] onder [NR Multi Frame].
schaduw tussen het onderwerp en de achtergrond, en creëert een beeld met de optimale helderheid en gradatie. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [DRO/Auto HDR] → [D.-bereikopt.]. 2. Selecteer de gewenste instelling met de linker-/rechterkant van het besturingswiel. Menu-onderdelen Dynamische-bereikopt.: auto (standaardinstelling): Corrigeert automatisch de helderheid. Dynamische-bereikopt.: 1 ― Dynamische-bereikopt.: 5: Optimaliseert de gradatie van een opgenomen beeld voor elk gebied.
volgende belichtingsniveaus: −1,0 EV, correcte belichting en +1,0 EV. Opmerking [Auto HDR] is niet beschikbaar voor RAW-beelden. Als de opnamefunctie is ingesteld op [Slim automatisch], [Superieur automat.], [Panorama d. beweg.] of [Scènekeuze], kunt u [Auto HDR] niet selecteren. Als [NR Multi Frame] is geselecteerd, kunt u [Auto HDR] niet selecteren. Wanneer u [Foto-effect] gebruikt, kunt u [Auto HDR] niet selecteren.
TL-licht: koel wit: De kleurtemperatuur wordt ingesteld op witte fluorescerende verlichting. TL-licht: daglichtwit: De kleurtemperatuur wordt ingesteld op neutrale, witte fluorescerende verlichting. TL-licht: daglicht: De kleurtemperatuur wordt ingesteld op daglichtachtige fluorescerende verlichting. Flitslicht: De kleurtemperatuur wordt ingesteld op flitslicht. Onderwater automat.: De kleurtemperatuur wordt ingesteld op opnemen onderwater. Kl.temp.
3. Selecteer een registratienummer met de rechter-/linkerknop. De monitor beeldt de opname-informatie weer af en behoudt de opgeslagen eigen witbalansinstelling. Opmerking De mededeling [Fout eigen witbalans] geeft aan dat de waarde hoger is dan het verwachte bereik, wanneer de flitser wordt gebruikt op een onderwerp met te felle kleuren in het frame. Als u deze waarde registreert, wordt op het opname-informatiescherm de -indicator oranje.
HDR-schilderij: Creëert het uiterlijk van een schilderij, waarbij de kleuren en details krachtiger worden weergegeven. Mono. m. rijke tonen: Creëert een beeld in zwart-wit met een rijke gradatie en reproductie van details. Miniatuur: Creëert een beeld waarin het onderwerp levendiger wordt weergegeven en de achtergrond aanzienlijk onscherper wordt gemaakt. Dit effect kunt u vaak zien in foto's van miniatuurmodellen.
[Foto-effect] kan niet worden ingesteld wanneer de opnamefunctie is ingesteld op [Slim automatisch], [Superieur automat.], [Scènekeuze] of [Panorama d. beweg.]. [Foto-effect] kan niet worden ingesteld wanneer [ Kwaliteit] is ingesteld op [RAW] of [RAW en JPEG]. [113] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Een effectfunctie selecteren Creatieve stijl Biedt u de mogelijkheid de gewenste beeldbewerking te selecteren.
Het contrast wordt verlaagd voor het reproduceren van nachtscènes. Herfstbladeren: Voor het opnemen van herfstscènes waarbij de rode en gele kleuren van de bladeren levendig worden benadrukt. Zwart-wit: Voor het opnemen van beelden in zwart-wit. Sepia: Voor het opnemen van beelden in sepia. Voorkeursinstellingen registreren (Stijlvak): Selecteer de zes stijlvakken (de vakken met de cijfers aan de linkerkant ( )) om de voorkeursinstellingen te registreren.
Wat is XAVC S? Neemt bewegende beelden op in high-definition-beeldkwaliteit door ze om te zetten in bewegende beelden in het MP4-formaat met behulp van MPEG-4 AVC/H.264 codec. MPEG-4 AVC/H.264 is in staat beelden te comprimeren met een hoge efficiëntie. U kunt beelden van hoge kwaliteit opnemen en tegelijkertijd de hoeveelheid gegevens verminderen. XAVC S/AVCHD-opnameformaat XAVC S: Bitsnelheid: ong.
MP4: Neemt bewegende beelden op in het mp4-formaat (AVC). Dit formaat is geschikt voor uploaden naar het web, bijlagen bij een e-mailbericht, enz. Audio: AAC U kunt geen disc maken met het softwareprogramma PlayMemories Home van bewegende beelden die werden opgenomen terwijl [ Bestandsindeling] stond ingesteld op [MP4]. [116] Hoe te gebruiken opnemen De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden Opname-instell.
Neemt bewegende beelden op in hoge beeldkwaliteit van 1920 × 1080 (30p/25p). Bitsnelheid: Ongeveer 50 Mbps 24p 50M (Alleen voor 1080 60i-compatibele modellen): Neemt bewegende beelden op in hoge beeldkwaliteit van 1920 × 1080 (24p). Dit geeft een sfeer als in een bioscoop. Bitsnelheid: Ongeveer 50 Mbps Als [ Bestandsindeling] is ingesteld op [AVCHD] 60i 24M(FX)*: 50i 24M(FX)**: Neemt bewegende beelden op in hoge beeldkwaliteit van 1920 × 1080 (60i/50i). Bitsnelheid: Ongeveer 24 Mbps (max.
duren. Verder kunt u geen disc maken in de oorspronkelijke beeldkwaliteit. Als u de oorspronkelijke beeldkwaliteit wilt behouden, slaat u de bewegende beelden op een Blu-ray Disc op. Om bewegende beelden van 60p/50p/24p/25p weer te geven op een televisie, moet de televisie compatibel zijn met het 60p/50p/24p/25p-formaat. Als de televisie niet compatibel is met het 60p/50p/24p/25p-formaat, worden bewegende beelden van 60p/50p/24p/25p uitgevoerd als bewegende beelden van 60i/50i.
Stelt in of markeringen moeten worden afgebeeld of niet om tijdens het opnemen het uitlijnen met een gebouw te vergemakkelijken. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [ Markeringweerg.] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan: De markeringen worden afgebeeld. De markeringen worden niet opgenomen op het medium. Uit (standaardinstelling): De markeringen worden niet afgebeeld. Opmerking U kunt geen markeringen afbeelden bij gebruik van [Scherpst. vergroten] of [ MF Assist].
Hint U kunt alle markeringen tegelijkertijd afbeelden. Plaats het onderwerp op het kruispunt van de [Hulpkader] voor een gebalanceerde compositie. [120] Hoe te gebruiken opnemen De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden Geluid opnemen Stelt in of het geluid moet worden opgenomen tijdens het opnemen van bewegende beelden. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Geluid opnemen] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan (standaardinstelling): Neemt geluid op (stereo). Uit: Neemt geen geluid op.
Als [Geluid opnemen] is ingesteld op [Uit]. Als DISP (weergave-instelling) is ingesteld op [Geen info]. Stel de opnamefunctie in op [Film]. U kunt het geluidsniveau vóór opname alleen zien in de bewegend-beeldopnamefunctie. [122] Hoe te gebruiken opnemen De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden Audio opnam.niveau U kunt het geluidopnameniveau instellen terwijl u naar de niveaumeter kijkt. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Audio opnam.niveau] → gewenste instelling.
U kunt echo-annulering tijdens geluidscontrole instellen en ongewenste afwijkingen tussen video en audio tijdens HDMI-uitvoer voorkomen. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Audio-uitvoer-tijd] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Live (standaardinstelling): Voert audio uit zonder vertraging.Selecteer deze instelling wanneer geluidsverschillen een probleem vormen tijdens geluidscontrole. Lipsynchronisatie: Voert audio en video gesynchroniseerd uit.
1. MENU → (Camera- instellingen) → [ Aut. lang. sluit.tijd] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan (standaardinstelling): Gebruikt [ Aut. lang. sluit.tijd]. De sluitertijd wordt automatisch langer bij opnemen op donkere plaatsen. U kunt de ruis in de bewegende beelden verminderen door een lange sluitertijd te gebruiken tijdens het opnemen op donkere plaatsen. Uit: Gebruikt [ Aut. lang. sluit.tijd] niet.
Het beeldprofiel aanpassen aan uw wensen U kunt de beeldkwaliteit naar wens aanpassen door de onderdelen van het beeldprofiel, zoals [Gamma] en [Details], in te stellen. Om deze parameters in te stellen, sluit u de camera aan op een televisie of monitor, en stelt u ze in terwijl u naar het beeld op het scherm kijkt. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Beeldprofiel] → het profiel dat u wilt veranderen. 2. Ga naar het onderdeel-indexweergavescherm door op de rechterkant van het besturingswiel te drukken. 3.
Cine2: Soortgelijk aan [Cine1], maar geoptimaliseerd voor bewerken met maximaal 100% videosignaal. (gelijkwaardig aan HG4600G30) Cine3: Intensiveert het contrast in licht en schaduw meer dan [Cine1] en [Cine2], en versterkt de gradatie van zwart. Cine4: Versterkt het contrast in donkere delen meer dan [Cine3]. Het contrast in donkere delen is lager en het contrast in lichte delen is hoger dan bij [Movie]. ITU709: Gammakromme die overeenkomt met ITU709.
S-Gamut: Deze instelling is gebaseerd op de aanname dat het beeld zal worden bewerkt na het opnemen. Wordt gebruikt wanneer [Gamma] is ingesteld op [S-Log2]. Verzadiging Stelt de kleurverzadiging in. (-32 tot +32) Kleurfase Stelt de kleurfase in. (-7 tot +7) Kleurdiepte Stelt de kleurdiepte in voor elke kleurfase. Deze functie is effectiever voor chromatische kleuren en minder effectief voor achromatische kleuren.
terugstellen. MENU → (Camera- instellingen) → [Beeldprofiel] → [Terugstellen] Opmerking Aangezien de parameters worden gedeeld tussen stilstaande en bewegende beelden, past u de waarde aan wanneer u de opnamefunctie verandert. Als u RAW-beelden afdrukt met opname-instellingen, worden de volgende instellingen niet toegepast. Zwartniveau Zwart Gamma Drempel Kleurdiepte Als u [Gamma] verandert, verandert het beschikbare bereik van de ISO-waarde.
Camera- instellingen Geregistreerde instellingen oproepen Selecteer het geheugennummer uit "1" of "2" op de functiekeuzeknop. Druk daarna op de rechter/-linkerkant van het besturingswiel om het gewenste geheugennummer te selecteren. U kunt alleen M1 tot en met M4 kan selecteren wanneer een geheugenkaart in het apparaat is geplaatst. Geregistreerde instellingen veranderen Verander de instelling naar de gewenste instelling en registreer deze instelling onder hetzelfde functienummer.
Opmerking Sommige functies kunnen niet worden toegewezen aan bepaalde knoppen. [131] Hoe te gebruiken voor handig gebruik De opnamefuncties gebruiken De opnamefuncties aanpassen Werking van het besturingswiel Nadat u een functie hebt toegewezen aan het besturingswiel, kunt u die functie uitvoeren door eenvoudig het wiel te draaien wanneer het opname-informatiescherm wordt afgebeeld. 1. MENU → instelling. (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.
De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm. [134] Hoe te gebruiken voor handig gebruik De opnamefuncties gebruiken De opnamefuncties aanpassen Werking van de AF/MF-knop Nadat u een functie hebt toegewezen aan de AF/MF-knop, kunt u die functie uitvoeren door eenvoudig op de AF/MF-knop te drukken wanneer het opname-informatiescherm wordt afgebeeld. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.] → [AF/MF-knop] → gewenste instelling.
[137] Hoe te gebruiken voor handig gebruik De opnamefuncties gebruiken De opnamefuncties aanpassen Werking van de linkerknop Nadat u een functie hebt toegewezen aan de linkerknop, kunt u die functie uitvoeren door eenvoudig op de linkerknop te drukken wanneer het opname-informatiescherm wordt afgebeeld. 1. MENU → instelling. (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.] → [Functie linkerknop] → gewenste De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm.
[140] Hoe te gebruiken voor handig gebruik De opnamefuncties gebruiken De opnamefuncties aanpassen Draaiknop instellen U kunt de functies van de voorste en achterste keuzeknoppen omwisselen. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Draaiknop instellen] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Sltd F-getal: De voorste keuzeknop wordt gebruikt om de sluitertijd te veranderen, en de achterste keuzeknop wordt gebruikt om de diafragmawaarde te veranderen.
Wanneer het apparaat vaststelt dat automatische scherpstelling ingeschakeld is, wordt het gezichtsherkenningskader wit. Wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt, wordt het kader groen. In het geval u de volgorde van de prioriteit voor elk gezicht hebt geregistreerd met [Gezichtsregistratie], selecteert het apparaat automatisch het gezicht met de hoogste prioriteit en wordt het gezichtsherkenningskader rond dat gezicht wit.
Zachte-huideffect (stilstaand beeld) Stelt het effect in dat wordt gebruikt voor het opnemen van gladde huid in de functie Gezichtsherkenning. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [ Zachte-huideffect] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Uit (standaardinstelling): Gebruikt de functie [ Zachte-huideffect] niet. Aan: Gebruik [ Zachte-huideffect]. Hint Als [ Zachte-huideffect] is ingesteld op [Aan], kunt u het effectniveau selecteren. Opmerking [ Zachte-huideffect] is niet beschikbaar voor RAW-beelden.
Gezichtsregistratie (Volgorde wijzigen) Als meerdere gezichten zijn geregistreerd om prioriteit te krijgen, krijgt het gezicht dat het eerst is geregistreerd prioriteit. U kunt de volgorde van de prioriteit veranderen. 1. MENU→ (Eigen instellingen) → [Gezichtsregistratie] → [Volgorde wijzigen]. 2. Selecteer een gezicht om de volgorde van prioriteit te veranderen. 3. Selecteer de bestemming.
Uit (standaardinstelling): De rode-ogeneffectvermindering wordt niet gebruikt. Opmerking Het is mogelijk dat de rode-ogeneffectvermindering niet het gewenste resultaat oplevert. Dit is afhankelijk van individuele verschillen en omstandigheden, zoals de afstand tot het onderwerp, en of het onderwerp naar de voorflits kijkt of niet. [147] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Autom.
apparaat instellen SteadyShot Stelt in of de functie SteadyShot moet worden gebruikt of niet. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [SteadyShot] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan (standaardinstelling): Gebruikt [SteadyShot]. Uit: Gebruikt [SteadyShot] niet. Wij adviseren u [SteadyShot] in te stellen op [Uit] als u een statief gebruikt. [149] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit SteadyShot-instell.
Bij gebruik van een statief, schakelt u de SteadyShot-functie uit omdat de kans bestaat dat de SteadyShot-functie niet werkt. Als de camera geen brandpuntsafstandinformatie kan krijgen vanaf de lens, werkt de SteadyShotfunctie niet correct. Stel [SteadyShot-aanpas.] in op [Handmatig] en stel [SteadyS.brndptsafst.] in overeenkomstig de lens die u gebruikt. Als de camera geen brandpuntsafstandsinformatie kan krijgen vanaf de lens, of [SteadyShot-aanpas.
[151] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit NR bij hoge-ISO (stilstaand beeld) Tijdens opnemen met een hoge ISO-gevoeligheid vermindert het apparaat de ruis die meer opvalt als de gevoeligheid van het apparaat hoog is. Tijdens het ruisonderdrukkingsproces kan een mededeling worden afgebeeld en u kunt geen volgend beeld opnemen totdat de mededeling is uitgegaan. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [ NR bij hoge-ISO] → gewenste instelling.
AdobeRGB: Deze kleurruimte heeft een breder bereik van kleurenreproductie. Als een groot deel van het onderwerp levendig groen of rood is, is Adobe RGB effectief. De bestandsnaam van het beeld begint met "_DSC". Opmerking [AdobeRGB] is bedoeld voor softwareprogramma's en printers die ondersteuning bieden voor kleurbeheer en DCF2.0 optionele kleurruimte.
1. MENU → (Eigen instellingen) → [Autom.weergave] → gewenste instelling. Menu-onderdelen 10 sec./5 sec./2 sec. (standaardinstelling): Geeft onmiddellijk na het opnemen het opgenomen beeld op het scherm weer gedurende de ingestelde tijdsduur. Als u tijdens Auto Review een bediening uitvoert die het beeld vergroot, kunt u dat beeld controleren met behulp van de vergrote schaalverdeling. Uit: Geeft Auto Review niet weer.
beeld niet hetzelfde zijn als dat van de weergegeven Live View. Hint Wanneer u een flitser van een ander merk gebruikt, zoals een studioflitser, kan Live View-weergave donker zijn bij bepaalde sluitertijdinstellingen. Als [LiveView-weergave] is ingesteld op [Instelling effect uit], zal Live View-weergave helderder worden weergegeven, zodat u de compositie eenvoudig kunt controleren.
Uitschakelen: Ontspant de sluiter niet als geen lens is bevestigd. Opmerking Een juiste lichtmeting is niet mogelijk wanneer u lenzen gebruikt die geen lenscontact hebben, zoals de lens van een astronomische telescoop. Pas in dergelijke gevallen de belichting handmatig aan door deze op het vastgelegde beeld te controleren.
1. MENU → (Eigen instellingen) → [Sup. aut. Bld extract.] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Automatisch (standaardinstelling): Slaat één geschikt beeld op dat wordt geselecteerd door het apparaat. Uit: Slaat alle beelden op. Opmerking Zelfs als u [Sup. aut. Bld extract.] instelt op [Uit] met [Schemeropn. hand] geselecteerd als de scèneherkenningsfunctie, wordt één gecombineerd beeld opgeslagen. Wanneer de functie [ Autom.
apparaat instellen Schaduwcompensat. Corrigeert de donkere hoeken van het scherm, die worden veroorzaakt door bepaalde karakteristieken van de lens. 1. MENU → instelling. (Eigen instellingen) → [Lenscompensatie] → [Schaduwcompensat.] → gewenste Menu-onderdelen Automatisch (standaardinstelling): Corrigeert de donkere hoeken van het scherm automatisch. Uit: Corrigeert de donkere hoeken van het scherm niet. Opmerking De functie [Schaduwcompensat.
[163] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Vervorm.compensat. Corrigeert de vervorming van het scherm, die wordt veroorzaakt door bepaalde karakteristieken van de lens. 1. MENU → instelling. (Eigen instellingen) → [Lenscompensatie] → [Vervorm.compensat.] → gewenste Menu-onderdelen Automatisch: Corrigeert de vervorming van het scherm automatisch. Uit (standaardinstelling): Corrigeert de vervorming van het scherm niet. Opmerking De functie [Vervorm.
ingedrukt te houden. [165] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Monitor deactiveren Als u op de knop drukt waaraan de functie [Monitor deactiveren] is toegewezen, wordt [LiveViewweergave] omgeschakeld naar [Instelling effect uit], en wordt de schermweergave omgeschakeld naar [Geen info]. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.] → wijs de functie [Monitor deactiveren] toe aan de gewenste knop. 2.
[167] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Voorb. opn.result. Het beeld op de monitor of in de zoeker kan een andere diafragmawaarde hebben dan het beeld dat daadwerkelijk wordt opgenomen.Aangezien de wazigheid van het beeld verandert wanneer het diafragma wordt veranderd, zal de wazigheid van het werkelijke beeld anders zijn dan van het beeld dat u zag vlak voor het opnemen. Terwijl u de knop ingedrukt houdt waaraan [Voorb. opn.result.
[169] Hoe te gebruiken Weergeven Stilstaande beelden weergeven Weergavezoom U kunt het beeld dat wordt weergegeven vergroten. 1. Geef het beeld weer dat u wilt vergroten en druk daarna op de knop. Als het beeld te groot is, draait u het besturingswiel om de zoomvergroting in te stellen. Door de voorste/achterste keuzeknop te draaien, kunt u veranderen naar het vorige of volgende beeld met behoud van dezelfde zoomvergroting. 2.
Selecteer de balk aan de linkerkant van het indexweergavescherm met het besturingswiel, en druk daarna op de boven-/onderkant van het besturingswiel. Terwijl de balk is geselecteerd, kunt u het kalenderscherm of mapselectiescherm afbeelden door op in het midden te drukken. Bovendien kunt u de weergavefunctie omschakelen door een pictogram te selecteren. [171] Hoe te gebruiken Weergeven Stilstaande beelden weergeven De schermweergave veranderen (tijdens weergave) Verandert de schermweergave. 1.
[173] Hoe te gebruiken Weergeven Beelden wissen Meerdere geselecteerde beelden tegelijk wissen U kunt meerdere geselecteerde beelden wissen. 1. MENU → (Afspelen) → [Wissen] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Meerdere bldn.: Hiermee worden de geselecteerde beelden gewist. (1) Selecteer de beelden die u wilt wissen, en druk daarna op in het midden van het besturingswiel. Het teken wordt afgebeeld in het selectievakje. Om de selectie te annuleren, drukt u nogmaals op om het -merkteken te verwijderen.
besturingswiel te drukken. : Weergave : Pauze : Snel vooruit : Snel achteruit : Vertraagde weergave vooruit : Vertraagde weergave achteruit : Volgende bestand met bewegende beelden : Vorige bestand met bewegende beelden : Geeft het volgende frame weer : Geeft het vorige frame weer : Verandert het volumeniveau : Sluit de bedieningspaneel Hint "Vertraagde weergave vooruit", "Vertraagde weergave achteruit", "Weergave van volgende frame" en "Weergave van vorige frame" zijn beschikbaar in de pauzestand.
[176] Hoe te gebruiken Weergeven Afdrukken Printen opgeven U kunt van tevoren op de geheugenkaart opgeven welke van de stilstaande beelden u later wilt afdrukken. Het pictogram van de -afdrukmarkering wordt afgebeeld op de geselecteerde beelden. DPOF staat voor "Digital Print Order Format". 1. MENU → (Afspelen) → [Printen opgeven] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Meerdere bldn.: Selecteert beelden voor een afdrukopdracht. (1) Selecteer een beeld en druk op in het midden van het besturingswiel.
Geeft alleen stilstaande beelden weer. Mapweergave (MP4): Geeft alleen bewegende beelden in het MP4-formaat weer. AVCHDweergave: Geeft alleen bewegende beelden in het AVCHD-formaat weer. XAVC Sweergave: Geeft alleen bewegende beelden in het XAVC S-formaat weer. [178] Hoe te gebruiken Weergeven De weergavefuncties gebruiken Weergave-rotatie Selecteert de weergaverichting van opgenomen stilstaande beelden. 1. MENU → (Afspelen) → [Weergave-rotatie] → gewenste instelling.
Interval: Selecteer het weergave-interval voor beelden uit [1 sec.], [3 sec.] (standaardinstelling), [5 sec.], [10 sec.] of [30 sec.]. Om de diavoorstelling tijdens weergave af te breken Druk op de MENU-knop om de diavoorstelling te verlaten. U kunt de diavoorstelling niet pauzeren. Hint U kunt een diavoorstelling alleen starten wanneer [Weergavefunctie] is ingesteld op [Datumweergave] of [Mapweergav(stilstaand)].
(1) Selecteer het beeld dat u wilt beveiligen, en druk daarna op in het midden van het besturingswiel. Het teken wordt afgebeeld in het selectievakje. Om de selectie te annuleren, drukt u nogmaals op om het merkteken te verwijderen. (2) Als u nog andere beelden wilt beveiligen, herhaalt u stap (1). (3) MENU → [OK] → Druk op in het midden. Alles in deze map: Beveiligt alle beelden in de geselecteerde map. Alles op deze datum: Beveiligt alle beelden in het geselecteerde datumbereik. Alles in deze map annul.
4. Schakel dit apparaat in. 5. Geef een stilstaand beeld weer en druk daarna op de onderkant van het besturingswiel. Het stilstaande beeld wordt uitgevoerd met een resolutie van 4K. U kunt stilstaande beelden uitvoeren met een resolutie van 4K door MENU → [WG 4K-stilst. beeld] → [OK] te selecteren. (Afspelen) → Opmerking Dit menu is alleen beschikbaar op 4K-compatibele televisies. Voor meer informatie raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van de televisie.
compleet nieuwe wereld van foto's in adembenemende, hoge kwaliteit. U kunt dit apparaat aansluiten op Sony PhotoTV HD-compatibele apparaten met een USB-aansluiting met behulp van de bijgeleverde micro-USB-kabel. PhotoTV HD maakt een uiterst gedetailleerde, foto-achtige weergave mogelijk van subtiele texturen en kleuren. Raadpleeg de bij de compatibele televisie geleverde gebruiksaanwijzing voor meer informatie.
4. Schakel dit apparaat in. 5. MENU → (Instellingen) → [HDMI-instellingen] → [CTRL.VOOR HDMI] → [Aan]. 6. Druk op de SYNC MENU-knop op de afstandsbediening van de televisie om de gewenste functie te selecteren. Opmerking Als het apparaat niet in de weergavefunctie staat, drukt u op de (weergave-)knop. Alleen televisies die "BRAVIA" Sync ondersteunen maken bediening via SYNC MENU mogelijk. Raadpleeg de bij de televisie geleverde gebruiksaanwijzing voor meer informatie.
Menu-onderdelen Automatisch (standaardinstelling): Stelt de helderheid van de elektronische zoeker automatisch in. Handmatig: Selecteert de helderheid van de elektronische zoeker binnen het bereik –2 tot +2. [187] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Kleurtemp. zoeker Past de kleurtemperatuur van de elektronische zoeker aan. 1. MENU → (Instellingen) → [Kleurtemp. zoeker] → gewenste instelling.
Selecteert of het apparaat een geluid voortbrengt of niet. 1. MENU → (Instellingen) → [Audiosignalen] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan (standaardinstelling): Geluiden worden bijvoorbeeld voortgebracht wanneer wordt scherpgesteld door de ontspanknop tot halverwege in te drukken. Uit: Er worden geen geluiden voortgebracht. [190] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Inst.
aangeschaft. Eye-Fi-kaarten zijn uitgerust met een draadloze-LAN-functie. Plaats geen Eye-Fi-kaart in het apparaat op plaatsen waarop het gebruik ervan is verboden, zoals in een vliegtuig. Als een Eye-Fikaart in het apparaat is geplaatst, stelt u [Inst. uploaden] in op [Uit]. Als de uploadfunctie is ingesteld op [Uit], wordt het pictogram afgebeeld op het apparaat. De stroombesparingsstand werkt niet tijdens het uploaden.
Beeldt de gids voor de functiekeuzeknop af. Uit (standaardinstelling): Beeldt de gids voor de functiekeuzeknop niet af. [193] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Wisbevestiging U kunt instellen of [Wissen] of [Annuleren] is geselecteerd als de standaardinstelling op het bevestigingsscherm voor wissen. 1. MENU → (Instellingen) → [Wisbevestiging] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Stand.Wissen: [Wissen] is geselecteerd als de standaardinstelling. Stand.
U kunt verschillende tijdsintervallen automatisch instellen voor het overschakelen naar de stroombesparingsfunctie. Om terug te keren naar de opnamefunctie, voert u een bediening uit, zoals de ontspanknop tot halverwege indrukken. 1. MENU → (Instellingen) → [Begintijd energ.besp] → gewenste instelling. Menu-onderdelen 30 min./5 min./2 minuten/1 min. (standaardinstelling)/10 sec. Opmerking Schakel het apparaat uit wanneer u het apparaat gedurende een lange tijd niet gaat gebruiken.
Zo kunt u de beeldsensor reinigen. 1. MENU → (Instellingen) → [Reinigen] → [Enter] 2. Schakel het apparaat uit overeenkomstig de instructies op het scherm. 3. Haal de lens eraf. 4. Reinig met behulp van het blaaskwastje het oppervlak van de beeldsensor en het omliggende gebied. 5. Bevestig de lens. Opmerking Een blaasborsteltje wordt niet bij dit apparaat geleverd. Gebruik een in de winkel verkrijgbaar blaaskwastje.
1. MENU → (Instellingen) → [Demomodus] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan: De demonstratie van weergave van bewegende beelden start automatisch als het apparaat gedurende ongeveer één minuut niet wordt bediend. Alleen beveiligde bewegende beelden in het AVCHD-formaat worden weergegeven. Stel de weergavefunctie in op [AVCHDweergave] en beveilig het bestand met bewegende beelden dat de oudste opgenomen datum en tijd heeft. Uit (standaardinstelling): Geeft de demonstratie niet weer.
UB Time Rec: Stelt in of de tijd moet worden opgenomen als een gebruikersbit of niet. De tijdcode instellen (TC Preset) 1. MENU→ (Instellingen) → [TC/UB-instellingen] → [TC Preset], en druk daarna op midden van het besturingswiel. 2. Draai het besturingswiel en selecteer de eerste twee cijfers. in het De tijdcode kan worden ingesteld binnen het volgende bereik.
frames per seconde is. Drop frame corrigeert dit verschil zodat de tijdcode en de werkelijke tijd hetzelfde zijn. In drop frame worden elke minuut de eerste 2 framenummers verwijderd, behalve voor elke tiende minuut. De tijdcode zonder deze correctie heet non-drop frame. De instelling ligt vast op [NDF] bij opnemen in 1080/24p. Het optelformaat van de tijdcode (TC Run) selecteren 1. MENU→ (Instellingen) → [TC/UB-instellingen] → [TC Run], en druk daarna op midden van het besturingswiel.
Uit (standaardinstelling): Maakt geen bediening met de draadloze afstandsbediening mogelijk. Opmerking De draadloze afstandsbediening RMT-DSLR1 kan niet worden gebruikt voor het opnemen van bewegende beelden. De lens of lenskap kan de afstandsbedieningssensor blokkeren die de signalen ontvangt. Gebruik de draadloze afstandsbediening op een positie waar vanaf de signalen het apparaat kunnen bereiken.
is ingesteld op [60p 28M(PS)], [24p 24M(FX)], [24p 17M(FH)], [60p 50M] of [24p 50M]. 1. MENU → (Instellingen) → [HDMI-instellingen] → [HDMI-resolutie] → [1080p] 2. MENU → (Instellingen) → [HDMI-instellingen] → [ 24p/60p-uitvoer] → [24p]. Menu-onderdelen 60p (standaardinstelling): Bewegende beelden worden uitgevoerd als 60p. 24p: Bewegende beelden worden uitgevoerd als 24p. [203] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup CTRL.
Aan (standaardinstelling): Beeldt de opname-informatie van het weergegeven beeld af. Uit: Beeldt de opname-informatie van het weergegeven beeld niet af. [205] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup TC-uitvoer (bewegende beelden) Stelt in of de TC (tijdcode)-informatie in het uitgangssignaal via de HDMI-aansluiting moet worden gelaagd of niet bij het uitvoeren van het signaal naar andere professionele apparaten.
De camera zendt een opnamebedieningssignaal naar een extern opnameapparaat. Uit (standaardinstelling): De camera kan geen signaal zenden naar een extern opnameapparaat om het opnemen te starten/stoppen. Opmerking Als [ TC-uitvoer] is [Uit], wordt [ REC-bediening] ingesteld op [Uit].
te beheren (functie van Windows 7 of Windows 8). [208] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup USB LUN-instelling Verbetert de compatibiliteit door de USB-verbindingsfuncties te beperken. 1. MENU → (Instellingen) → [USB LUN-instelling] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Multi (standaardinstelling): Normaal gebruikt u [Multi]. Enkel: Stel [USB LUN-instelling] alleen in op [Enkel] als u geen verbinding tot stand kunt brengen.
[211] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Formatteren Formatteert (initialiseert) de geheugenkaart. Wanneer u voor de eerste keer een geheugenkaart gebruikt in dit apparaat, adviseren wij u de kaart met behulp van het apparaat te formatteren voor stabiele prestaties van de geheugenkaart. Formatteren wist alle gegevens op de geheugenkaart permanent en is onherstelbaar. Sla waardevolle gegevens op een computer of soortgelijk apparaat op. 1. MENU → (Instellingen) → [Formatteren].
OPN.-map kiezen U kunt de map op de geheugenkaart veranderen waarin de stilstaande beelden en de bewegende beelden in het MP4-formaat moeten worden opgeslagen. 1. MENU → (Instellingen) → [OPN.-map kiezen] → gewenste map. Opmerking U kunt de map niet selecteren wanneer u de instelling [Datumformaat] selecteert.
Menu-onderdelen Standaardform. (standaardinstelling): De vorm van de mapnaam is als volgt: mapnummer + MSDCF. Voorbeeld: 100MSDCF Datumformaat: De vorm van de mapnaam is als volgt: mapnummer + J (laatste cijfer)/MM/DD. Voorbeeld: 10040405 (mapnummer: 100, datum: 04/05/2014) Opmerking De naam van de map voor bewegende beelden in het MP4-formaat ligt vast als "mapnummer + ANV01".
Versie Geeft de softwareversie weer van dit apparaat, deze lens en deze vattingadapter. 1. MENU → (Instellingen) → [Versie]. [219] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Certificatielogo (alleen buitenlands model) Geeft enkele van de certificeringslogo's van dit apparaat weer. 1. MENU → (Instellingen) → [Certificatielogo]. [220] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Instelling herstellen Stelt het apparaat terug op de standaardinstellingen.
[221] Hoe te gebruiken smartphone De Wi-Fi-functies gebruiken Dit apparaat aansluiten op een PlayMemories Mobile Om [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] of [Naar smartph verznd], enz. te kunnen gebruiken, moet de applicatie PlayMemories Mobile zijn geïnstalleerd op uw smartphone. Download en installeer de applicatie PlayMemories Mobile vanuit de app-store voor uw smartphone. Als PlayMemories Mobile reeds is geïnstalleerd op uw smartphone, moet u deze updaten naar de nieuwste versie.
De smartphone is verbonden met het apparaat. [223] Hoe te gebruiken smartphone De Wi-Fi-functies gebruiken Dit apparaat aansluiten op een Het apparaat aansluiten op een iPhone of iPad 1. Selecteer de modelnaam van dit apparaat (DIRECT-xxxx: xxxx) op het Wi-Fi-instelscherm van uw iPhone of iPad. 2. Voer het wachtwoord in dat wordt afgebeeld op dit apparaat. De iPhone of iPad is verbonden met het apparaat.
3. Controleer of uw iPhone of iPad werd verbonden met de "SSID" die wordt afgebeeld op dit apparaat. 4. Ga terug naar het uitgangsscherm en open PlayMemories Mobile. [224] Hoe te gebruiken smartphone De Wi-Fi-functies gebruiken Dit apparaat aansluiten op een Een applicatie oproepen met [One-touch (NFC)] U kunt een gewenste applicatie in het applicatiemenu van dit apparaat oproepen door een NFCcompatibele Android-smartphone aan te raken met het apparaat.
Wanneer het apparaat in de weergavefunctie staat, wordt de geregistreerde applicatie niet geopend, ook niet wanneer u de smartphone aanraakt met het apparaat. Wanneer u een applicatie oproept met aanraakbediening, wordt PlayMemories Mobile geopend op de smartphone, zelfs als die applicatie niet werkt met een smartphone. Verlaat PlayMemories Mobile zonder een bediening uit te voeren. Als u PlayMemories Mobile niet afsluit, blijft de smartphone in de verbinding-standby-status staan.
is teruggesteld, moet u de smartphone opnieuw registreren. Afhankelijk van toekomstige versies zijn de bedieningsprocedures en schermweergaven onderhevig aan wijzigingen zonder kennisgeving.
Als u geen verbinding kunt maken, gaat u als volgt te werk: Open PlayMemories Mobile op uw smartphone en beweeg vervolgens de smartphone langzaam naar (N-markering) op het apparaat. Als de smartphone in een hoesje zit, haalt u hem eruit. Als het apparaat in een hoesje zit, haalt u het eruit. Controleer of de NFC-functie is geactiveerd op de smartphone. Als [Vliegtuig-stand] is ingesteld op [Aan], kunt u dit apparaat en de smartphone niet met elkaar verbinden. Stel [Vliegtuig-stand] in op [Uit].
Geeft alle beelden die op de geheugenkaart van het apparaat zijn opgenomen weer op de smartphone. Opmerking U kunt het beeldformaat dat naar de smartphone moet worden gezonden selecteren uit [Oorspronkelijk], [2M] en [VGA]. Om het beeldformaat te veranderen, raadpleegt u de volgende stappen. Voor Android-smartphone Start PlayMemories Mobile en verander het beeldformaat met [Instellingen] → [Beeldformaat kopiëren].
Het apparaat en de smartphone zijn verbonden en PlayMemories Mobile wordt automatisch geopend op de smartphone, waarna het weergegeven beeld naar de smartphone wordt gezonden. Voordat u de smartphone aanraakt, annuleert u de slaapfunctie en schermvergrendeling van de smartphone. De NFC-functie is alleen beschikbaar wanneer (N-markering) is afgebeeld op het apparaat. Raak met de smartphone het apparaat aan gedurende 1 tot 2 seconden totdat PlayMemories Mobile wordt geopend.
U kunt geen bewegende beelden in het AVCHD-formaat zenden. U kunt geen bewegende beelden in het XAVC S-formaat zenden. [229] Hoe te gebruiken computer De Wi-Fi-functies gebruiken Beelden kopiëren naar een Naar computer verz. U kunt beelden die in het apparaat zijn opgeslagen overbrengen naar een computer die is verbonden met een draadloze accesspoint of een draadloos breedbandrouter, en gemakkelijk reservekopieën maken met behulp van deze bediening.
Om het volgende/vorige beeld handmatig weer te geven, drukt u op de rechter-/linkerkant van het besturingswiel. Om het apparaat dat u wilt verbinden te veranderen, drukt u op de onderkant van het besturingswiel, en selecteert u daarna [Appraatlijst]. Instellingen voor diavoorstellingen U kunt de instellingen van de diavoorstelling veranderen door op de onderkant van het besturingswiel te drukken. Keuze afspelen: Selecteert de groep beelden die moet worden weergegeven.
Als u aan bord van een vliegtuig, enz., bent, kunt u alle Wi-Fi-functies tijdelijk uitschakelen. 1. MENU → (Draadloos) → [Vliegtuig-stand] → gewenste instelling. Als u [Vliegtuig-stand] instelt op [Aan], wordt een vliegtuig-indicator afgebeeld op het scherm. [232] Hoe te gebruiken functies veranderen De Wi-Fi-functies gebruiken De instellingen van Wi-Fi- WPS-Push Als uw accesspoint een WPS-knop heeft, kunt u het accesspoint eenvoudig in dit apparaat registreren door op de WPS-knop te drukken. 1.
2. Selecteer het accesspoint dat u wilt registreren. Wanneer het gewenste accesspoint wordt afgebeeld op het scherm: Selecteer het gewenste accesspoint. Wanneer het gewenste accesspoint niet wordt afgebeeld op het scherm: Selecteer [Handmatige instelling] en stel het accesspoint in. *Raadpleeg "Hoe het toetsenbord wordt gebruikt" voor de invoermethode. Als u [Handmatige instelling] selecteert, voert u de SSID-naam van het accesspoint in en selecteert u daarna het beveiligingssysteem. 3.
Bijvoorbeeld: Als u "abd" wilt invoeren 4. 5. 6. 7. 8. Selecteer de toets voor "abc" en druk eenmaal op zodat een "a" wordt afgebeeld → selecteer " " ((5) Cursor verplaatsen) en druk op → selecteer de toets voor "abc" en druk tweemaal op zodat een "b" wordt afgebeeld → selecteer de toets voor "def" en druk eenmaal op zodat "d" wordt afgebeeld. Vastleggen Legt de ingevoerde tekens vast. Cursor verplaatsen Verplaatst de cursor in het invoervak naar links of rechts.
functies veranderen MAC-adres weergvn Beeldt het MAC-adres af van dit apparaat. 1. MENU → (Draadloos) → [MAC-adres weergvn]. [236] Hoe te gebruiken functies veranderen De Wi-Fi-functies gebruiken De instellingen van Wi-Fi- SSID/WW terugst. Dit apparaat deelt de verbindingsinformatie voor [Naar smartph verznd] en [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] met een apparaat dat toestemming heeft om verbinding te maken.
U kunt de gewenste functies toevoegen aan dit apparaat door via het internet verbinding te maken met de website voor het downloaden van applicaties (PlayMemories Camera Apps). Bijvoorbeeld, de volgende bedieningen zijn mogelijk: U kunt diverse effecten gebruiken bij het opnemen van beelden. U kunt beelden uploaden naar netwerkservices, rechtstreeks vanaf het apparaat. Druk op MENU → (Applicatie) → [Inleiding] voor informatie over de service en de landen en gebieden waar het beschikbaar is.
1. Maak verbinding met de website voor het downloaden van applicaties. http://www.sony.net/pmca/ 2. Selecteer de gewenste applicatie en download de applicatie aan de hand van de instructies op het scherm naar het apparaat. Sluit de computer en het apparaat op elkaar aan met behulp van een micro-USB-kabel (bijgeleverd) door de instructies op het scherm te volgen.
[243] Hoe te gebruiken openen Applicaties toevoegen aan het apparaat De applicaties De gedownloade applicatie openen Open een applicatie die is gedownload vanaf de website voor het downloaden van applicaties PlayMemories Camera Apps. 1. MENU → (Applicatie) → [Applicatielijst] → gewenste applicatie die u wilt openen. Hint Applicaties sneller openen Wijs [Applic. downloaden] en [Applicatielijst] toe aan een eigen toets.
2. Selecteer de applicatie waarvan u de volgorde wilt veranderen. 3. Selecteer de bestemming. [246] Hoe te gebruiken beheren Applicaties toevoegen aan het apparaat De applicaties De accountinformatie van PlayMemories Camera Apps bevestigen De accountinformatie voor het "Sony Entertainment Network" dat is geregistreerd op het apparaat, wordt afgebeeld. 1. MENU → (Applicatie) → Applicatielijst → [Applicatiebeheer] → [Accountgegevens weergevn].
AVCHD-formaat die geïmporteerd zijn in een computer. U kunt geen discs maken met bewegende beelden in het XAVC S-formaat, ondanks dat deze kunnen worden geïmporteerd in computers. U kunt beelden uploaden naar een netwerkservice. (Een internetverbinding is vereist.) Voor meer informatie raadpleegt u de Help-functie van PlayMemories Home. Een internetverbinding is noodzakelijk om PlayMemories Online of andere netwerkservices te gebruiken.
DirectX kan worden geïnstalleerd, afhankelijk van uw computeromgeving. Hint Voor meer informatie over PlayMemories Home, raadpleegt u de Help-functie van PlayMemories Home of de ondersteuningspagina van PlayMemories Home (http://www.sony.co.jp/pmh-se/) (alleen in het Engels). [250] Hoe te gebruiken Weergeven op een computer De software gebruiken Softwareprogramma's voor Mac-computers Voor meer informatie over de softwareprogramma’s voor Mac-computers, gaat u naar de volgende URL: http://www.sony.co.
Image Data Converter installeren 1. Download en installeer het softwareprogramma door naar de volgende URL te gaan (alleen in het Engels). http://www.sony.co.jp/ids-se/ Opmerking Log in als beheerder. [253] Hoe te gebruiken Weergeven op een computer De software gebruiken Toegang tot Bedieningshandleiding Image Data Converter Windows: [start] → [Alle programma's] → [Image Data Converter] → [Help] → [Image Data Converter Ver.4]. In Windows 8, start [Image Data Converter Ver.
[255] Hoe te gebruiken Weergeven op een computer De software gebruiken Remote Camera Control installeren Download en installeer het softwareprogramma door naar de volgende URL te gaan: Windows: http://www.sony.co.jp/imsoft/Win/ Mac: http://www.sony.co.jp/imsoft/Mac/ [256] Hoe te gebruiken Weergeven op een computer De software gebruiken Toegang tot de Help-functie van Remote Camera Control Windows: [start] → [Alle programma's] → [Remote Camera Control] → [Remote Camera Control Help].
[258] Hoe te gebruiken computer Weergeven op een computer Dit apparaat aansluiten op een Beelden importeren in de computer Met PlayMemories Home kunt u eenvoudig beelden importeren. Voor informatie over de functies van PlayMemories Home, raadpleegt u de Help-functie van PlayMemories Home.
[259] Hoe te gebruiken computer Weergeven op een computer Dit apparaat aansluiten op een Het apparaat loskoppelen van de computer Koppelt de USB-verbinding los tussen dit apparaat en de computer. Volg de procedures vanaf stap 1 t/m 2 hieronder voordat u de volgende handelingen uitvoert: Loskoppelen van de kabel. Eruit halen van de geheugenkaart. Uitschakelen van het apparaat. 1. Klik op (USB-apparaat voor massaopslag veilig verwijderen) op de taakbalk. 2. Klik op de afgebeelde mededeling.
Standard-definition (STD)-beeldkwaliteit Bewegende beelden in standard-definition (STD)-beeldkwaliteit die zijn omgezet vanuit bewegende beelden in high-definition (HD)-beeldkwaliteit kunnen worden opgenomen op dvd-media, zoals een dvdr, om zo een disc van standard-definition (STD)-beeldkwaliteit te maken. Hint U kunt de volgende typen discs van 12 cm gebruiken met PlayMemories Home. Voor Blu-ray Discs, zie "Een Blu-ray Disc maken".
*U kunt een disc maken met bewegende beelden die zijn opgenomen in deze formaten met behulp van PlayMemories Home door de beeldkwaliteit om te zetten naar een lagere kwaliteit. U kunt geen disc maken met PlayMemories Home voor Mac. U kunt geen disc maken van bewegende beelden in het MP4- of XAVC S-formaat.
[263] Hoe te gebruiken beelden maken Weergeven op een computer Een disc met bewegende Een Blu-ray Disc maken U kunt een Blu-ray Disc maken van bewegende beelden in het AVCHD-formaat die in een computer zijn geïmporteerd. De computer moet Blu-ray Discs kunnen maken. BD-R-discs (niet herschrijfbaar) en BDRE-discs (wel herschrijfbaar) kunnen worden gebruikt. U kunt geen multisessie-opnamen maken.
Op een buitengewone hete, koude of vochtige plaats Op plaatsen zoals een in de zon geparkeerde auto, kan de camerabehuizing door de hitte vervormen, waardoor een storing kan optreden. Opslaan onder rechtstreeks zonlicht of nabij een verwarmingsbron De camerabehuizing kan verkleuren of vervormen, waardoor een storing kan optreden. Op plaatsen onderhevig aan trillingen In de buurt van een sterk magnetisch veld Op zanderige of stoffige plaatsen Wees voorzichtig dat er geen zand of stof in het apparaat komt.
bij traditionele standaardopnamefuncties, die opnemen volgens de geïnterlinieerde methode, neemt dit apparaat bewegende beelden op volgens de progressieve methode. Dit verhoogt de resolutie en geeft een vloeiender, realistischer beeld. Opmerkingen over het gebruik in een vliegtuig In een vliegtuig stelt u [Vliegtuig-stand] in op [Aan].
doek. Als de monitor nat blijft, kan het oppervlak van de monitor veranderen of verslechteren. Dit kan een storing veroorzaken. Bovendien kan de monitor in eerste instantie donkerder zijn dan gebruikelijk. Zorg ervoor dat u niet tegen de lens stoot of er kracht op uitoefent. Draag de camera niet aan de monitor. Als een elektrisch bediende zoomlens is bevestigd, let u erop dat uw vingers of enig ander voorwerp niet bekneld raakt in de lens. Stel de camera niet bloot aan een sterke lichtbron, zoals de zon.
De accu opladen Laad de accu (bijgeleverd) op voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt. De opgeladen accu verliest steeds wat lading, ook als u de accu niet gebruikt. Laad de accu elke keer op voordat u het apparaat gebruikt, zodat u geen kans om beelden op te nemen onbenut laat. U kunt de accu opladen ook als deze niet volledig leeg is. U kunt een gedeeltelijk opgeladen accu gebruiken.
A: Acculading hoog B: Accu leeg Het duurt ongeveer één minuut om de juiste resterende-acculadingindicator af te beelden. De juiste resterende-acculadingindicator wordt mogelijk niet afgebeeld onder bepaalde bedrijfs- of omgevingsomstandigheden. Als de resterende-acculadingindicator niet op het scherm wordt afgebeeld, drukt u op de knop DISP (weergave-instelling) om deze af te beelden.
Als het oplaadlampje knippert, zelfs wanneer de netspanningsadapter is aangesloten op het apparaat en een stopcontact, duidt dit erop dat het opladen tijdelijk is gestopt en in de stand-bystand staat. Het opladen stopt automatisch en wordt in de standby-stand gezet wanneer de temperatuur buiten het bedrijfstemperatuurbereik komt. Nadat de temperatuur weer binnen het bedrijfstemperatuurbereik ligt, wordt het opladen voortgezet en gaat het oplaadlampje weer aan.
De juiste werking van een geheugenkaart die op een computer is geformatteerd, maar in dit apparaat wordt gebruikt, kan niet worden gegarandeerd. De lees-/schrijfsnelheid van gegevens verschilt afhankelijk van de combinatie van de geheugenkaart en de apparatuur die wordt gebruikt. We raden u aan belangrijke gegevens op te slaan op bijvoorbeeld de harde schijf van een computer. Plak geen etiket op de geheugenkaart zelf en ook niet op de geheugenkaartadapter.
Opmerkingen over het gebruik van een Memory Stick Micro (los verkrijgbaar) Dit apparaat is compatibel met Memory Stick Micro (M2). M2 is de afkorting van Memory Stick Micro. Om in dit apparaat een Memory Stick Micro te kunnen gebruiken, moet u de Memory Stick Micro in een M2-adapter ter grootte van een Duo steken. Als u een Memory Stick Micro in het apparaat plaatst zonder een M2-adapter ter grootte van een Duo te gebruiken, kan het onmogelijk zijn deze vervolgens weer uit het apparaat te halen.
af, en reinigt u daarna de monitor met behulp van een zachte doek, enz. [270] Hoe te gebruiken standaardinstellingen Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat Lijst met waarden van Lijst met waarden van standaardinstellingen De standaardinstellingen van dit apparaat zijn als volgt: MENU → [OK]. (Instellingen) → [Instelling herstellen] → [Camera-instell. terugstell.] of [Initialiseren] → Camera- instellingen Als u [Camera-instell. terugstell.
Witbalans: Automatisch DRO/Auto HDR D.-bereikopt.: Automatisch Auto HDR: Auto HDR: belichtingsver. auto Creatieve stijl: Standaard Foto-effect: Uit Beeldprofiel: Uit Zoom: ― Scherpst. vergroten: ― NR lang-belicht: Aan NR bij hoge-ISO: Normaal Centr. AF-vergrend.: Aan Lach-/Gezichtsherk.: Uit Zachte-huideffect: Uit Autom. kadreren: Uit Automatisch. modus: Slim automatisch Scènekeuze: Portret Film: Autom. programma SteadyShot: Aan SteadyShot-instell. SteadyShot-aanpas.: Automatisch SteadyS.brndptsafst.
DISP-knop Scherm: Alle info weerg./Geen info/Histogram/Voor zoeker Zoeker: Geen info/Histogram/Niveau Reliëfniveau: Uit Reliëfkleur: Wit Belichtingsinst.gids: Aan LiveView-weergave: Instelling effect aan Cont. AF-geb. weerg: Aan Fasedetectiegebied: Uit Pre-AF: Aan Zoom-instelling: Enkel optische zoom Eye-Start AF: Uit FINDER/MONITOR: Automatisch Opn. zonder lens: Inschakelen AF met sluiter: Aan AEL met sluiter: Automatisch e-sluitergordijn voor: Aan Sup. aut. Bld extract.: Automatisch Bel.comp.inst.
Draaikn./Wiel vergr.: Uit Draadloos Selecteer [Instelling herstellen] om de instellingen onder [Draadloos] terug te stellen op de standaardinstellingen. Als u [Camera-instell. terugstell.] selecteert, worden de instellingen niet teruggesteld op de standaardinstellingen. Naar smartph verznd: ― Naar computer verz.: ― Op TV bekijken: ― One-touch (NFC): Intellig. afstandsbedien. ingeslot. Vliegtuig-stand: Uit WPS-Push: ― Toegangspunt instel.: ― Naam Appar. Bew.: ― MAC-adres weergvn: ― SSID/WW terugst.: ― Netw.
Monitor-helderheid: Handmatig Helderheid zoeker: Automatisch Kleurtemp. zoeker: ±0 Volume-instellingen: 7 Audiosignalen: Aan Inst. uploaden: Aan Tegelmenu: Uit Modusdraaiknopsch.: Uit Wisbevestiging: Stand.Annuleren Weergavekwaliteit: Standaard Begintijd energ.besp: 1 min. PAL/NTSC schakel.: ― Reinigen: ― Demomodus: Uit TC/UB-instellingen: ― Afstandsbediening: Uit HDMI-instellingen HDMI-resolutie: Automatisch 24p/60p-uitvoer: 60p HDMI-inform.weerg.: Aan TC-uitvoer: Uit REC-bediening: Uit CTRL.
Het aantal stilstaande beelden kan verschillen afhankelijk van de opnameomstandigheden en de geheugenkaart.
[272] Hoe te gebruiken Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat stilstaande beelden en opnameduur van bewegende beelden Aantal opneembare Resterende opnameduur van bewegende beelden De onderstaande tabel toont bij benadering de maximale opnameduur van bewegende beelden gedurende welke kan worden opgenomen op een geheugenkaart die is geformatteerd in dit apparaat. Deze tijdsduren zijn de totale lengten van alle bewegende beelden op de geheugenkaart.
64 GB: 6 h 60i 17M(FH) 50i 17M(FH) 2 GB: 10 m 4 GB: 30 m 8 GB: 1 h 16 GB: 2 h 32 GB: 4 h 5 m 64 GB: 8 h 15 m 60p 28M(PS) 50p 28M(PS) 2 GB: 9 m 4 GB: 15 m 8 GB: 35 m 16 GB: 1 h 15 m 32 GB: 2 h 30 m 64 GB: 5 h 5 m 24p 24M(FX) 25p 24M(FX) 2 GB: 10 m 4 GB: 20 m 8 GB: 40 m 16 GB: 1 h 30 m 32 GB: 3 h 64 GB: 6 h 24p 17M(FH) 25p 17M(FH) 2 GB: 10 m 4 GB: 30 m 8 GB: 1 h 16 GB: 2 h 32 GB: 4 h 64 GB: 8 h [ Bestandsindeling]:[MP4] 1440×1080 12M 2 GB: 20 m 4 GB: 40 m 8 GB: 1 h 20 m 16 GB: 2 h 45 m 32 GB: 5 h 30 m 64 G
de productspecificaties). Opmerking De opnameduur van bewegende beelden verschilt omdat het apparaat is uitgerust met VBR (Variable Bit Rate (variabele bitsnelheid)), waardoor de beeldkwaliteit automatisch wordt aangepast aan de hand van de opnamescène. Wanneer u een snelbewegend onderwerp opneemt, is het beeld helderder, maar de opnameduur is korter omdat meer geheugen nodig is voor de opname.
U kunt de netspanningsadapter (bijgeleverd) in ieder land of gebied gebruiken met een stroomvoorziening van 100 V t/m 240 V wisselstroom van 50 Hz/60 Hz. Opmerking Gebruik geen elektronische spanningsomvormer omdat hierdoor een storing kan optreden.
Opmerking Mogelijk kan de vattingadapter niet worden gebruikt bij bepaalde lenzen. Neem contact op met uw Sony-dealer of de plaatselijke technische dienst van Sony en vraag informatie over de lenzen die geschikt zijn. U kunt het AF-hulplicht niet gebruiken wanneer een lens met A-vatting is bevestigd. Het bedieningsgeluid van de lens en het apparaat kan worden opgenomen tijdens het opnemen van bewegende beelden.
Als de vattingadapter LA-EA1 is aangebracht, zijn de beschikbare scherpstelgebieden dezelfde als bij de beschikbare instellingen van deze camera. SteadyShot: Inwendig [277] Hoe te gebruiken Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat Overige informatie LA-EA2 Vattingadapter Als u de vattingadapter LA-EA2 (los verkrijgbaar) gebruikt, zijn de volgende functies beschikbaar. Volformaatopname: Niet beschikbaar. Aut. scherpst.
Volformaatopname: Alleen beschikbaar met lenzen die compatibel zijn met volformaatopname Aut. scherpst.: Alleen beschikbaar met de SAM/SSM-lens* AF-systeem: Contrast AF AF/MF-selectie: Kan worden veranderd met behulp van de bedieningsschakelaar op de lens. Scherpstelfunctie: Enkelvoudige AF *Wanneer een lens met A-vatting is bevestigd, zal de snelheid van de automatische scherpstelling lager zijn dan wanneer een lens met E-vatting is bevestigd.
Kan worden veranderd met MENU. Scherpstelfunctie: De volgende functies zijn beschikbaar (Enkelvoudige AF/Continue AF) Beschikbaar scherpstelgebied Breed: Het apparaat selecteert automatisch een scherpstelgebied uit 15 gebieden. Midden: Het apparaat gebruikt uitsluitend het scherpstelgebied dat zich in het middengebied bevindt. Flexibel punt: U kunt een scherpstelgebied selecteren uit 15 gebieden met behulp van het besturingswiel.
Opmerking Wanneer de verticale handgreep aan dit apparaat is bevestigd, wordt de resterende acculading afgebeeld als .
KADER VAN EEN PERSOONLIJKE ACTIVITEIT EN/OF VERKREGEN VAN EEN VIDEOLEVERANCIER DIE IS GEAUTORISEERD OM AVC-VIDEO TE LEVEREN. ER WORDT GEEN LICENTIE VERLEEND OF GEÏMPLICEERD VOOR ENIG ANDER GEBRUIK. AANVULLENDE INFORMATIE KAN WORDEN VERKREGEN VAN MPEG LA, L.L.C. ZIE HTTP://WWW.MPEGLA.
[Stofpreventie] Systeem: Antistatische laag op beeldsensor en beeldsensor-verschuivingsmechanisme [Automatische-scherpstellingssysteem] Systeem: Fasedetectiesysteem/contrastdetectiesysteem Gevoeligheidsbereik: –1 EV t/m +20 EV (bij ISO 100 equivalent en met F2.0-lens) AF-hulplicht: Ong. 0,3 m t/m 3 m (bij gebruik van de lens FE 28-70 mm F3.5 – 5.6 OSS) [Elektronische zoeker] Type: Elektronische zoeker Totaalaantal beeldpunten: 2 359 296 beeldpunten Framedekking: 100% Vergroting: Ong.
Belichtingscompensatie: ±5,0 EV (omschakelbaar tussen stappen van 1/3 EV en 1/2 EV) Bij gebruik van belichtingscompensatieknop: ±3,0 EV (in stappen van 1/3 EV) [Sluiter] Type: Elektronisch gestuurd, verticale beweging, spleet-type Sluitertijdbereik: Stilstaande beelden: 1/8 000 seconde t/m 30 seconden en BULB Bewegende beelden: 1/8 000 seconde t/m 1/4 seconde (in stappen van 1/3 EV) 1080 60i-compatibel apparaat tot 1/60 seconde in de stand AUTO mode (tot 1/30 seconde in de automatische langesluitertijdfunct
[Opnamemedium] Memory Stick PRO Duo, SD-kaart [Ingangs-/uitgangsaansluitingen] Multi/Micro USB-aansluiting*: Hi-Speed USB (USB 2.0) HDMI: HDMI-microaansluiting type D (microfoon-)aansluiting: Stereominiaansluiting van Ø3,5 mm (hoofdtelefoon-)aansluiting: Stereominiaansluiting van Ø3,5 mm *Ondersteunt micro-USB-compatibele apparaten. [Voeding, algemeen] Accu: NP-FW50 Oplaadbare accu [Stroomverbruik (tijdens opnemen)] Bij gebruik van de lens FE 28-70 mm F3.5-5.6 OSS* Bij gebruik van de zoeker: Ong.
Bandbreedte 2,4 GHz Beveiliging: WEP/WPA-PSK/WPA2-PSK Aansluitmethode: WPS (Wi-Fi Protected Setup)/Handmatig Toegangsmethode: Infrastructuurmodus NFC: Compatibel met NFC Forum Type 3 tag Model No.
Maximale vergroting: 0,19× Minimale f-stop: f/22 – f/36 Diameter filter: 55 mm Afmetingen (max. diameter × hoogte): Ong. 72,5 mm × 83 mm Gewicht: Ong. 295 g SteadyShot: Beschikbaar *Minimale scherpstellingsafstand is de kleinste afstand tussen beeldsensor en onderwerp. Het ontwerp en de technische gegevens zijn onderhevig aan wijzigingen zonder kennisgeving.
Het SDXC-logo is een handelsmerk van SD-3C, LLC. Android en Google Play zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Google Inc. Wi-Fi, het Wi-Fi-logo en Wi-Fi PROTECTED SET-UP zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Wi-Fi Alliance. Het N-markering is een handelsmerk of gedeponeerd handelsmerk van NFC Forum, Inc. in de Verenigde Staten en in andere landen. DLNA en DLNA CERTIFIED zijn handelsmerken van Digital Living Network Alliance. Eye-Fi is een handelsmerk van Eye-Fi Inc.
[287] Probleemoplossing Problemen oplossen Accu en voeding U kunt het apparaat niet inschakelen. Nadat de accu in het apparaat is geplaatst, kan het enkele momenten duren voordat het apparaat van stroom wordt voorzien. Controleer of de accu correct is geplaatst. De accu zal uit zichzelf leeglopen, zelfs als u hem niet gebruikt. Laad de accu vóór gebruik op. Controleer of uw accu een NP-FW50-accu is. [288] Probleemoplossing Problemen oplossen Accu en voeding Het apparaat schakelt plotseling uit.
[291] Probleemoplossing Problemen oplossen Accu en voeding Het oplaadlampje van het apparaat knippert tijdens het opladen van de accu. Controleer of uw accu een NP-FW50-accu is. Verwijder de accu en plaats hem daarna terug in het apparaat. Accu's die langer dan een jaar niet zijn gebruikt, zijn mogelijk niet meer goed. Dit verschijnsel doet zich voor wanneer u de accu oplaadt in een extreem warme of koude omgeving. De optimale temperatuur voor het opladen van de accu ligt tussen 10 °C en 30 °C.
U kunt tijdens het opladen van de flitser geen beelden opnemen. De lens is niet goed bevestigd. Zet de lens goed op het apparaat. De [Zelfontspanner] is geactiveerd. [295] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden Het opnemen duurt erg lang. De ruisonderdrukkingsfunctie wordt uitgevoerd op een beeld. Dit is geen storing. U neemt op in de RAW-functie. Aangezien RAW-gegevensbestanden groot zijn, kan het opnemen in de RAW-functie enige tijd duren.
[298] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden [Eye-Start AF] werkt niet. [ Eye-Start AF] is alleen beschikbaar wanneer een vattingadapter (LA-EA2, LA-EA4) (los verkrijgbaar) is bevestigd. Stel [ Eye-Start AF] in op [Aan]. [299] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden De zoomfunctie werkt niet. U kunt de zoomfuncties niet gebruiken tijdens het opnemen in de functie panorama door beweging.
[302] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden De diafragmawaarde en/of de sluitertijd en/of het pictogram voor de lichtmeting knipperen. Het onderwerp is te helder of te donker om op te nemen met de huidige instellingen voor de diafragmawaarde en/of sluitertijd. Kies andere instellingen. [303] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden De kleuren van het beeld zijn niet juist. Stel de [Witbalans] af. [Foto-effect] is ingesteld.
Afhankelijk van de helderheid van het onderwerp, is het mogelijk dat een donkere schaduw zichtbaar is op het beeld wanneer u het diafragma verandert. Dit is geen storing. [306] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden De ogen van het onderwerp zijn rood. Stel [Rode ogen verm.] in op [Aan]. Neem het beeld op met behulp van de flitser vanaf een afstand korter dan het flitsbereik. Verlicht het vertrek en neem het onderwerp op.
[310] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden Er worden geen beelden weergegeven in de zoeker. [FINDER/MONITOR] is ingesteld op [Monitor]. Stel [FINDER/MONITOR] in op [Automatisch] of [Zoeker]. Houd uw oog dicht bij de zoeker. [311] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden Het beeld is witachtig (schittering)./Er verschijnt een lichtwaas op het beeld (schaduwbeeld).
Zorg ervoor dat [SteadyShot] is ingesteld op [Aan]. Het beeld werd opgenomen op een donkere locatie zonder gebruik te maken van de flitser, waardoor camerabewegingen werden veroorzaakt. Het gebruik van een statief of de flitser wordt aanbevolen. [Schemeropn. hand] en [Antibewegingswaas] in [Scènekeuze] zijn ook effectief bij het verminderen van wazige beelden. Als u de camera gebruik met [SteadyShot-aanpas.] ingesteld op [Handmatig], controleert u of de correcte brandpuntsafstand is ingesteld.
[317] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden De camera trilt terwijl hij is ingeschakeld. De beeldsensor beweegt naar boven/beneden/links/rechts door een antiwaasmechanisme in de camera. Dit is geen storing. [318] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden Trillingen zijn voelbaar of geluiden zijn hoorbaar wanneer u de camera schudt terwijl de camera is uitgeschakeld.
De schermweergave is ingesteld op het weergeven van alleen beelden. Druk op DISP (Weergaveinstelling) op het besturingswiel om informatie af te beelden. [321] Probleemoplossing Problemen oplossen Beelden weergeven Het lukt niet het beeld te wissen. Annuleer de beveiliging. [322] Probleemoplossing Problemen oplossen Beelden weergeven Het beeld is per ongeluk gewist. Wanneer u eenmaal een beeld hebt gewist, kunt u dit niet herstellen. We adviseren u de beelden die u niet wilt wissen, te beveiligen.
[325] Probleemoplossing Problemen oplossen Wi-Fi [WPS-Push] werkt niet. [WPS-Push] werkt mogelijk niet afhankelijk van de instellingen van het accesspoint. Controleer de SSID en het wachtwoord van het draadloze accesspoint en voer [Toegangspunt instel.] uit. [326] Probleemoplossing Problemen oplossen Wi-Fi [Naar computer verz.] wordt voortijdig geannuleerd. Wanneer de resterende acculading laag is, kan [Naar computer verz.] voortijdig worden geannuleerd. Laad de accu op en probeer het opnieuw.
ingeslot.] wordt niet soepel afgebeeld./De verbinding tussen het apparaat en de smartphone is verbroken. Datacommunicatie tussen dit apparaat en de smartphone kan mislukken als gevolg van de signaalomstandigheden. Plaats dit apparaat dichter bij de smartphone. [330] Probleemoplossing Problemen oplossen Wi-Fi U kunt One-touch connection (NFC) niet gebruiken. Houd (N-markering) op de smartphone en (N-markering) op het apparaat zo dicht mogelijk bij elkaar.
Sluit dit apparaat goed aan op de computer door middel van een USB-verbinding. Als u beelden opneemt op een geheugenkaart die op een computer is geformatteerd, kan het onmogelijk zijn de beelden te importeren in een computer. Neem op met een geheugenkaart die door dit apparaat is geformatteerd. [333] Probleemoplossing Problemen oplossen Computers Het beeld en het geluid worden onderbroken door ruis wanneer u een film op een computer bekijkt. U geeft de film rechtstreeks weer vanaf de geheugenkaart.
JPEG-beelden met behulp van "Image Data Converter". [337] Probleemoplossing Problemen oplossen Afdrukken Het beeld heeft een vreemde kleur. Bij het afdrukken van beelden die opgenomen zijn in de stand Adobe RGB op sRGB-printers die niet compatibel zijn met Adobe RGB (DCF2.0/Exif2.21), worden de beelden met een lagere verzadiging afgedrukt. [338] Probleemoplossing Problemen oplossen Afdrukken Bij de afdruk van de beelden worden beide randen afgesneden.
[340] Probleemoplossing Problemen oplossen Overige De lens raakt beslagen. Condensvorming is opgetreden. Zet het apparaat uit en laat het ongeveer een uur liggen voordat u het weer gebruikt. [341] Probleemoplossing Problemen oplossen Overige Het apparaat wordt warm wanneer u het gedurende een lange tijd gebruikt. Dit is geen storing. Schakel het apparaat uit en gebruik het enige tijd niet.
werd uitgevoerd. Als de accu eruit werd gehaald terwijl de camera ingeschakeld was, kunnen de instellingen worden teruggesteld. Als u de accu eruit wilt halen, schakelt u de camera eerst UIT en verzekert u zich ervan dat de toegangslamp niet brandt. [345] Probleemoplossing Problemen oplossen Overige Het apparaat werk niet goed. Schakel het apparaat uit. Haal de accu eruit en plaats hem weer terug.
De geheugenkaart is geformatteerd op een computer en de bestandsindeling is gewijzigd. Selecteer [Enter], en formatteer daarna de geheugenkaart. U kunt de geheugenkaart daarna opnieuw gebruiken, maar alle eerder opgenomen gegevens op de geheugenkaart zijn gewist. Het formatteren kan enige tijd duren. Vervang de geheugenkaart als de mededeling opnieuw wordt afgebeeld. Geheugenkaartfout Er is een niet-compatibele geheugenkaart geplaatst. Het formatteren is mislukt. Formatteer de geheugenkaart opnieuw.
Stel [ Bestandsindeling] in op [MP4]. Het aantal beelden waarvoor databeheer in een databasebestand door het apparaat mogelijk is, is overschreden. Het lukt niet het databasebestand te registreren. Importeer alle beelden op een computer en herstel de geheugenkaart. Camerafout. Schakel uit en in. Systeemfout Schakel het apparaat uit, verwijder de accu en plaats de accu er weer in.
Flikkerende lampen Panorama d. beweg. Onderwerpen die zich te dicht bij het apparaat bevinden Panorama d. beweg. Onderwerpen met grote bewegingen of onderwerpen die te snel bewegen Superieur automat. Panorama d. beweg. Auto HDR AF-vergrendeling Onderwerpen die te klein of te groot zijn Panorama d. beweg. AF-vergrendeling Scènes met te weinig contrast, zoals de lucht of een zandstrand Panorama d. beweg. Superieur automat. Scènes die continu veranderen, zoals een waterval Panorama d. beweg. Superieur automat.