Digitale camera met verwisselbare lens ILCE-7/ILCE-7R Gebruikswijze Vóór gebruik Namen van de onderdelen Onderdelen herkennen (vooraanzicht) [1] Onderdelen herkennen (achteraanzicht) [2] Onderdelen herkennen (bovenaanzicht/zijaanzicht) [3] Onderdelen herkennen (onderaanzicht) [4] Plaats van de onderdelen Lens FE 28-70 mm F3.5-5.
De bedieningsmethode controleren De bedieningsmethode controleren Het besturingswiel gebruiken [11] MENU-onderdelen gebruiken [12] De Fn (Functie)-knop gebruiken [13] "Quick Navi" gebruiken [14] Opnemen Stilstaande/bewegende beelden opnemen Stilstaande beelden opnemen [15] Bewegende beelden opnemen [16] Een opnamefunctie selecteren Lijst met standen van de functiekeuzeknop [17] Slim automatisch [18] Superieur automat. [19] Over scèneherkenning [20] De voordelen van automatisch opnemen [21] Autom.
De zoom gebruiken Zoom [31] De zoomfuncties die beschikbaar zijn op het apparaat [32] Zoom-instelling [33] Over de zoomvergroting [34] De flitser gebruiken De flitser (los verkrijgbaar) gebruiken [35] Flitsfunctie [36] Flitscompensatie [37] Een schermweergavefunctie selecteren De schermweergave veranderen (Opnemen) [38] DISP-knop (Zoeker) [39] DISP-knop (Scherm) [40] Het formaat/de kwaliteit van stilstaande beelden selecteren Beeldformaat (stilstaand beeld) [41] Beeldverhouding (stilstaand beeld) [42] Kw
Schrpstelvergrot.tijd [53] Reliëfniveau [54] Reliëfkleur [55] AF-vergrendeling [56] AF-vergrendeling (Aan) [57] Pre-AF (stilstaand beeld) [58] Eye-Start AF (stilstaand beeld) [59] AF/MF-regeling [60] AF-hulplicht (stilstaand beeld) [61] AF-microafst. [62] Scherpstelinst. [63] AF met sluiter (stilstaand beeld) [64] AF aan [65] AF op de ogen [66] Fasedetectiegebied (ILCE-7) [67] De exacte afstand tot een onderwerp meten [68] Belichting instellen Belicht.comp.
Transportfunctie [80] Continue opname [81] Cont. m. snelh.vk. [82] Zelfontspanner [83] Zelfontsp.(Cont.) [84] Bracket continu [85] Bracket enkel [86] Witbalansbracket [87] Bracket DRO [88] Bracketvolgorde [89] De ISO-gevoeligheid selecteren ISO [90] NR Multi Frame [91] De helderheid of het contrast corrigeren D.-bereikopt. (DRO) [92] Auto HDR [93] De kleurtinten aanpassen Witbalans [94] De basiswitkleur opslaan in [Eigen instelling].
Audio opnam.niveau [102] Audio-uitvoer-tijd [103] Windruis reductie [104] Aut. lang. sluit.tijd (bewegende beelden) [105] Knop MOVIE [106] De opnamefuncties aanpassen voor handig gebruik Geheugen [107] Instell. functiemenu [108] Eigen toetsinstelling.
Stramienlijn [130] Autom.weergave [131] LiveView-weergave [132] FINDER/MONITOR [133] Opn. zonder lens [134] e-sluitergordijn voor (ILCE-7) [135] Sup. aut. Bld extract. [136] APS-C-grootte opn. [137] Schaduwcompensat. [138] Chro. afw.compens. [139] Vervorm.compensat. [140] Draaikn./Wiel vergr. [141] Monitor deactiveren [142] Diafragmavoorbeeld [143] Voorb. opn.result.
Panoramabeelden weergeven [152] Afdrukken Printen opgeven [153] De weergavefuncties gebruiken Weergavefunctie [154] Weergave-rotatie [155] Diavoorstelling [156] Roteren [157] Beveiligen [158] WG 4K-stilst. beeld [159] Beelden bekijken op een televisie Beelden bekijken op een HD-televisie [160] Beelden bekijken op een "BRAVIA" Sync-compatibele televisie [161] Instellingen veranderen Menu Setup Monitor-helderheid [162] Helderheid zoeker [163] Kleurtemp.
PAL/NTSC schakel. [173] Reinigen [174] Demomodus [175] Afstandsbediening [176] HDMI-resolutie [177] CTRL.VOOR HDMI [178] HDMI-inform.weerg. [179] USB-verbinding [180] USB LUN-instelling [181] Taal [182] Datum/tijd instellen [183] Tijdzone instellen [184] Formatteren [185] Bestandsnummer [186] OPN.-map kiezen [187] Nieuwe map [188] Mapnaam [189] Beeld-DB herstellen [190] Media-info weergev.
Intellig. afstandsbedien. ingeslot. [199] One-touch connection met een NFC-compatibele Android-smartphone (NFC One-touch remote) [200] Beelden kopiëren naar een smartphone Naar smartph verznd [201] Beelden zenden naar een Android-smartphone (NFC One-touch sharing) [202] Beelden kopiëren naar een computer Naar computer verz. [203] Beelden kopiëren naar een televisie Op TV bekijken [204] De instellingen van Wi-Fi-functies veranderen Vliegtuig-stand [205] WPS-Push [206] Toegangspunt instel.
Applicaties downloaden [215] Applicaties rechtstreeks downloaden naar het apparaat met behulp van de Wi-Fi-functie [216] De applicaties openen De gedownloade applicatie openen [217] De applicaties beheren Applicaties verwijderen [218] De volgorde van de applicaties veranderen [219] De accountinformatie van "PlayMemories Camera Apps" bevestigen [220] Weergeven op een computer Aanbevolen computeromgeving Aanbevolen computeromgeving [221] De software gebruiken "PlayMemories Home" [222] "PlayMemories Home"
Een disc met bewegende beelden maken Disctype [234] Selecteer de methode voor het maken van een disc [235] Een disc maken met een ander apparaat dan een computer [236] Een Blu-ray Disc maken [237] Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat Voorzorgsmaatregelen Voorzorgsmaatregelen [238] Interne oplaadbare batterij [239] Opmerkingen over de accu [240] De accu opladen [241] Geheugenkaart [242] Dit apparaat reinigen Reiniging [243] Aantal opneembare stilstaande beelden en opnameduur van bewegende beelden Aantal stil
LA-EA2 Montage-adapter [250] LA-EA3 Montage-adapter [251] LA-EA4 Montage-adapter [252] Verticale handgreep [253] AVCHD-formaat [254] Licentie [255] Handelsmerken Handelsmerken [256] Problemen oplossen In geval van problemen In geval van problemen Problemen oplossen [257] Problemen oplossen Accu en voeding U kunt de accu niet in het apparaat plaatsen. [258] U kunt het apparaat niet inschakelen. [259] Het apparaat schakelt plotseling uit.
U kunt geen beelden opnemen. [265] Het opnemen duurt erg lang. [266] Het beeld is onscherp. [267] De opnamedatum en -tijd worden niet afgebeeld op het scherm. [268] De datum en tijd worden onjuist opgenomen. [269] De diafragmawaarde en/of de sluitertijd en/of het pictogram voor de lichtmeting knipperen. [270] De kleuren van het beeld zijn niet juist. [271] In het beeld verschijnt ruis wanneer u op een donkere plaats naar het scherm kijkt. [272] De ogen van het onderwerp zijn rood.
Het opnamescherm voor [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] wordt niet soepel afgebeeld./De verbinding tussen het apparaat en de smartphone is verbroken. [291] U kunt One-touch connection (NFC) niet gebruiken. [292] Computers De computer herkent dit apparaat niet. [293] U kunt geen beelden importeren. [294] Het beeld en het geluid worden onderbroken door ruis wanneer u een film op een computer bekijkt. [295] Beelden die vanaf een computer zijn geëxporteerd, kunnen niet op dit apparaat worden weergegeven.
Waarschuwingsberichten [308] Situaties die voor dit apparaat moeilijkheden opleveren Situaties die voor dit apparaat moeilijkheden opleveren Situaties die voor dit apparaat moeilijkheden opleveren [309] [1] Vóór gebruik > Namen van de onderdelen Onderdelen herkennen (vooraanzicht) Wanneer de lens is verwijderd 1. 2. 3. 4.
5. 6. 7. 8. 9. Ingebouwde microfoon* Vattingmarkering Beeldsensor** Vatting Contactpunten** * Bedek dit deel niet tijdens het opnemen van bewegende beelden. Als u dit doet kan ruis worden veroorzaakt of het volume worden verlaagd. ** Raak deze onderdelen niet rechtstreeks aan. [2] Vóór gebruik > Namen van de onderdelen Onderdelen herkennen (achteraanzicht) 1. 2. 3. 4. 5.
6. Diopter-instelwiel Stel het diopter af op uw gezichtsvermogen door het diopter-instelwiel te draaien totdat het scherm in de zoeker scherp te zien is. 7. Voor opnemen: C2 (Custom2)-knop Voor weergeven: (vergroot-)knop 8. AF/MF/AEL-keuzeknop 9. Achterste keuzeknop 10. Voor opnemen: AF/MF (automatische scherpstelling/handmatige scherpstelling)knop/AEL-knop Voor weergeven: (beeldindex-)knop 11. MOVIE-knop 12. Voor opnemen: Fn (Functie)-knop Voor weergeven: (Naar smartph verznd-)knop 13. Besturingswiel 14.
1. Luidspreker 2. Positiemarkering beeldsensor 3. (microfoon-)aansluiting Wanneer een externe microfoon is aangesloten, wordt de microfoon automatisch ingeschakeld. Als de externe microfoon van een stekker is voorzien, wordt de voeding voor de microfoon geleverd door dit apparaat. 4. (hoofdtelefoon-)aansluiting 5. Oplaadlampje 6. Multi-aansluiting Ondersteunt een micro-USB-compatibel apparaat. 7. HDMI-microaansluiting 8.
14. (N-markering) Deze markering geeft het aanraakpunt aan voor het verbinden van dit apparaat met een NFC-compatibele smartphone. NFC (Near Field Communication) is een internationale norm voor draadloze communicatie over een korte afstand. 15. Deksel van geheugenkaartgleuf 16.
1. Accu-insteekgleuf 2. Accudeksel 3. Schroefgat voor statief Gebruik een statief met een schroef van minder dan 5,5 mm lang. Als de schroef te lang is, kunt u dit apparaat niet stevig bevestigen en kan het apparaat worden beschadigd. Afdekking van verbindingsplaat Gebruik deze wanneer u de netspanningsadapter AC-PW20 (los verkrijgbaar) gebruikt. Steek de verbindingsplaat in het accuvak en geleid het snoer daarna door de opening in het afdekking van verbindingsplaat, zoals hieronder is afgebeeld.
1. 2. 3. 4. 5. 6. * Scherpstelring Zoomring Schaal voor brandpuntsafstand Markeringen voor brandpuntsafstand Contactpunten van de lens* Vattingmarkering Raak dit onderdeel niet rechtstreeks aan.
Voor de functie zoeker In de automatische functie of de scènekeuzefunctie In de functie P/A/S/M/panorama door beweging P P* A S M 1.
100 Resterend aantal opneembare beelden Beeldverhouding van stilstaande beelden ILCE-7: 24M / 10M / 6.0M / 20M / 8.7M / 5.1M / 2.6M / 2.2M Beeldformaat van stilstaande beelden ILCE-7R: 36M / 15M / 9.0M / 30M / 13M / 7.6M / 3.8M / 3.
SteadyShot/Camerabeweging-indicator Waarschuwing voor oververhitting Databasebestand vol/Databasebestandsfout Slimme zoom/Helder Beeld Zoom/Digitale zoom Spot-lichtmeetveld Digitale niveaumeter Geluidsniveau Weergavefunctie 100-0003 Map - bestandsnummer Beveiligen Opnameformaat van bewegende beelden DPOF DPOF ingesteld Automatisch objectomkadering Afstandsbediening 2. Transportfunctie Flitserfunctie/Rode-ogeneffectvermindering ±0.
Scherpstelgebied Gezichtsherkenning/Lach-herkenning Lichtmeetfunctie 7500K A5 G5 Witbalans (Automatisch, Vooringesteld, Eigen, Kleurtemperatuur, CC-filter) Dynamisch-bereikoptimalisatie/Auto HDR +3 +3 +3 Creatieve stijl/Contrast, Verzadiging, Scherpte AF-vergrendeling Foto-effect Gevoeligheidsindicator lachdetectie 3.
ISO400 ISO AUTO ISO-gevoeligheid AE-vergrendeling Sluitertijdbalk Diafragma-indicatie Histogram Waarschuwing Auto HDR-beeld Foto-effectfout 2013-1-1 10:37AM Opnamedatum 3/7 Bestandsnummer/Aantal beelden in de weergavefunctie [7] Vóór gebruik > De riem gebruiken De schouderriem gebruiken Bevestig de schouderriem om te voorkomen dat het apparaat valt en beschadigd raakt. 1. Bevestig beide uiteinden van de riem.
[8] Vóór gebruik > De oogkap voor oculair bevestigen De oogkap voor oculair bevestigen Wij adviseren u de oogkap voor oculair te bevestigen wanneer u van plan bent om de zoeker te gebruiken. 1. Lijn de oogkap voor het oculair uit met de groef van de zoeker en schuif hem op zijn plaats. Om de oogkap voor het oculair te verwijderen, pakt u hem aan de linker- en rechterkant vast en trekt u omhoog.
De [Helpfunct. in camera] beeldt beschrijvingen af van MENU-onderdelen, Fn (Functie)-knop en instellingen, en als een functie niet kan worden ingesteld geeft het de reden daarvan aan. 1. Druk op de MENU-knop of Fn-knop. 2. Selecteer het gewenste MENU-onderdeel met behulp van boven-/onder-/linker/rechterkant van het besturingswiel. 3. Druk op de knop waaraan de functie [Helpfunct. in camera] is toegewezen. De bedieningsgids voor het MENU-onderdeel dat u in stap 2 hebt geselecteerd, wordt afgebeeld.
De functies DISP (weergave-instelling), / (transportfunctie) en (witbalans) zijn toegewezen aan de boven-/linker-/rechterkant van het besturingswiel. Bovendien kunt u de [ISO]-instellingen veranderen door het besturingswiel te draaien. U kunt geselecteerde functies toewijzen aan de onder-/rechter-/linkerkant van het besturingswiel of aan in het midden van het besturingswiel, en aan de draaibediening van het besturingswiel.
3. Selecteer het gewenste instelitem door op de boven-/onder-/rechter-/linkerkant van het besturingswiel te drukken of door het besturingswiel te draaien en daarna op in het midden van het besturingswiel. Selecteer een pictogram bovenaan het scherm en druk op de rechter-/linkerkant van het besturingswiel om naar een ander MENU-onderdeel te gaan. 4. Selecteer de gewenste waarde van de instelling en druk ter bevestiging op .
2. Selecteer een functie die moet worden geregistreerd door op de boven-/onder-/rechter/linkerkant van het besturingswiel te drukken. 3. Draai de voorste keuzeknop om de gewenste instelling te selecteren. Sommige functies kunnen worden fijngeregeld met behulp van de achterste keuzeknop. Instellingen maken op het specifieke scherm. Selecteer de gewenste functie in stap 2 en druk daarna op in het midden van het besturingswiel. Het specifieke scherm voor de functie wordt afgebeeld.
[14] De bedieningsmethode controleren > De bedieningsmethode controleren "Quick Navi" gebruiken Als de zoeker wordt gebruikt, kunt u de instellingen rechtstreeks veranderen met behulp van het Quick Navi-scherm. 1. Druk herhaaldelijk op de DISP (weergave-instelling)-knop op het besturingswiel tot het scherm is ingesteld op [Voor zoeker]. 2. Druk op de Fn (functie)-knop om over te schakelen naar het Quick Navi-scherm. 3.
Instellingen maken op het specifieke scherm. Selecteer de gewenste functie in stap 3 en druk daarna op in het midden van het besturingswiel. Het specifieke scherm voor de functie wordt afgebeeld. Volg de bedieningsgids (A) om de instellingen te maken. [15] Opnemen > Stilstaande/bewegende beelden opnemen Stilstaande beelden opnemen Neemt stilstaande beelden op. 1. Stel de opnamefunctie in op (Slim automatisch).
2. Stel de hoek van de monitor in en houd de camera vast. Of kijk door de zoeker en houd camera vast. 3. Druk de ontspanknop tot halverwege in om scherp te stellen. Als het beeld scherpgesteld is, klinkt een pieptoon en wordt de indicator ( afgebeeld. of ) 4. Druk de ontspanknop helemaal in. Scherpstellingsindicator brandt: Het beeld is scherpgesteld. brandt: Het beeld is scherpgesteld. De scherpgestelde positie verandert overeenkomstig de beweging van het onderwerp.
[16] Opnemen > Stilstaande/bewegende beelden opnemen Bewegende beelden opnemen U kunt bewegende beelden opnemen door op de MOVIE-knop te drukken. 1. Druk op de MOVIE-knop als u het opnemen wilt starten. Om de sluitertijd en de diafragmawaarde te veranderen naar de gewenste instellingen, zet u de opnamefunctie in de stand (Film). 2. Druk nogmaals op de MOVIE-knop als u het opnemen wilt stoppen.
Beschikbare functies (Automatisch. modus): Hiermee kunt u stilstaande beelden opnemen van elk onderwerp onder alle omstandigheden met goede resultaten door de waarden in te stellen die door het product geschikt worden geacht. P (Autom. programma): Hiermee kunt u opnemen met automatisch ingestelde belichting (zowel de sluitertijd als de diafragmawaarde (F-getal)). U kunt ook de diverse instellingen kiezen op het menu.
Het apparaat analyseert het onderwerp en biedt u de mogelijkheid een opname te maken met de juiste instellingen. 1. Zet de functiekeuzeknop in de stand 2. MENU → (Automatisch. modus). (Camera- instellingen) → [Automatisch. modus] →[Slim automatisch]. Als [Modusdraaiknopsch.] is ingesteld op [Aan], kunt u de gewenste instellingen selecteren nadat u de stand van de functiekeuzeknop hebt veranderd. 3. Richt de camera op het onderwerp.
2. MENU → (Camera- instellingen) → [Automatisch. modus] → [Superieur automat.]. Als [Modusdraaiknopsch.] is ingesteld op [Aan], kunt u de gewenste instellingen selecteren nadat u de stand van de functiekeuzeknop hebt veranderd. 3. Richt de camera op het onderwerp. Als de camera een scène herkent, wordt het pictogram van de scèneherkenning afgebeeld op het scherm.
Pictogrammen en gidsen, zoals (Portretopname), (Kind), (Nachtportret), (Nachtscène), (Portret m. tegenlicht), (Tegenlichtopname), (Landschap), (Macro), (Spotlight), (Weinig licht), (Nachtscène met statief) of (Schemeropn. hand), worden afgebeeld. Beeldbewerking: Continue opname, Langz.flitssync., Auto HDR, Daglichtsynchr., Lange sluitert., Schemeropn. hand Opmerking Als [Lach-/Gezichtsherk.] is ingesteld op [Uit], worden de scènes [Portretopname], [Portret m.
Autom. programma Stelt u in staat op te nemen met automatisch ingestelde belichting (zowel de sluitertijd als de diafragmawaarde). U kunt opnamefuncties instellen, zoals [ISO], [Creatieve stijl] en [D.-bereikopt.]. 1. Zet de functiekeuzeknop in de stand P (Autom. programma). 2. U kunt de opnamefuncties instellen op de gewenste instellingen. 3. Stel scherp en fotografeer het onderwerp.
1. Zet de functiekeuzeknop in de stand (Panorama d. beweg.). 2. Richt de camera op het onderwerp waarvoor u de scherpstelling en helderheid wilt instellen. 3. Terwijl de ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden, richt u de camera naar één uiteinde van de panoramacompositie. (A) Dit gedeelte wordt niet opgenomen. 4. Druk de ontspanknop helemaal in. 5. Pan de camera naar het einde van de overzichtsbalk in de richting van de pijl op de monitor.
Aangezien meerdere beelden aan elkaar worden geplakt, verloopt in sommige gevallen de overgang mogelijk niet soepel. De beelden kunnen wazig zijn in donkere scènes. Als een lichtbron, zoals een tl-verlichting, flikkert, zijn de helderheid en kleur van de aan elkaar geplakte beelden mogelijk niet consistent. Als de volledige hoek van de panoramaopname en de AE/AF-vergrendelingshoek sterk verschillen in helderheid en scherpstelling, lukt de opname mogelijk niet.
Sportactie: Legt een bewegend onderwerp vast met een snelle sluitertijd zodat het lijkt of het onderwerp stilstaat. Het apparaat neemt continu beelden op zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt. Macro: Neemt close-ups op van onderwerpen, zoals bloemen, insecten, voedsel of kleine voorwerpen. Landschap: Neemt het hele landschap scherp op met levendige kleuren. Zonsondergang: Maakt een prachtige opname van het rood van de zonsondergang.
Schemeropn. hand: Neemt nachtscènes op met minder ruis en onscherpte zonder dat u een statief gebruikt. Een reeks opnamen wordt gemaakt en beeldbewerking wordt toegepast om de onderwerpbeweging, camerabeweging en ruis te verminderen. Nachtportret: Neemt nachtscèneportretten op met de flitser. Antibewegingswaas: Maakt het mogelijk om binnenshuis op te nemen zonder de flitser te gebruiken en vermindert onderwerpbeweging.
[Macro] selecteert. Zie voor het minimale scherpstelbereik, de minimale afstand van de lens die op het apparaat is bevestigd. Hint Om de scène te veranderen, draait u de voorste keuzeknop op het opnamescherm en selecteert u een nieuwe scène.
[26] Opnemen > Een opnamefunctie selecteren Diafragmavoorkeuze U kunt opnemen door het diafragma in te stellen en het scherpstelbereik te veranderen, of door de achtergrond onscherp te maken.De diafragmawaarde kan worden veranderd tijdens het opnemen van bewegende beelden. 1. Zet de functiekeuzeknop in de stand A (Diafragmavoorkeuze). 2. Selecteer de gewenste instelling door de voorste keuzeknop te draaien.
sluitertijd als het diafragma.De sluitertijd en de diafragmawaarde kunnen worden veranderd tijdens het opnemen van bewegende beelden. 1. Zet de functiekeuzeknop in de stand M (Handm. belichting). 2. Selecteer de gewenste diafragmawaarde door de voorste keuzeknop te draaien. Selecteer de gewenste sluitertijd door de achterste keuzeknop te draaien. Als [ISO] is ingesteld op iets anders dan [ISO AUTO], gebruikt u MM (gemeten handmatig) om de belichtingswaarde te controleren. Naar +: Beelden worden helderder.
2. Draai de achterste keuzeknop rechtsom tot [BULB] wordt afgebeeld. 3. Druk de ontspanknop tot halverwege in om scherp te stellen. 4. Houd de ontspanknop ingedrukt zo lang de opname duurt. Zo lang u de ontspankop ingedrukt houdt, blijft de sluiter geopend. Opmerking Omdat een lange sluitertijd wordt gebruikt en het moeilijker wordt de camera stil te houden, kunt u het beste een statief gebruiken. Hoe langer de belichtingstijd hoe meer ruis zichtbaar zal zijn in het beeld.
Als u [Geheug.nr. oproep.] instelt na het voltooien van de opname-instellingen, krijgen de geregistreerde instellingen voorrang en kunnen de oorspronkelijke instellingen ongeldig worden. Controleer de indicators op het scherm voordat u opneemt. [30] Opnemen > Een opnamefunctie selecteren Film U kunt de sluitertijd of diafragmawaarde instellen op uw gewenste instellingen voor het opnemen van bewegende beelden. U kunt ook de beeldhoek controleren alvorens op te nemen. 1.
de zoomlens om het onderwerp te vergroten. Over [Zoom] op de camera Als u [Enkel optische zoom] instelt op iets anders dan [Zoom-instelling], kunt u de zoom van de camera gebruiken. Als een elektrisch bediende zoomlens is bevestigd: Als het zoombereik van de optische zoom wordt overschreden wanneer u de zoomknop of de zoomring bedient, schakelt de camera automatisch over naar de zoomfunctie van de camera.
De standaardinstelling voor de [Zoom-instelling] is [Enkel optische zoom]. De standaardinstelling voor [ Beeldformaat] is [L]. Om de slimme-zoomfunctie te kunnen gebruiken, stelt u [ Beeldformaat] in op [M] of [S]. De zoomfuncties, behalve de optische-zoomfunctie, zijn niet beschikbaar bij opnemen in de volgende situaties: [Panorama d. beweg.] [Lach-/Gezichtsherk.
[34] De opnamefuncties gebruiken > De zoom gebruiken Over de zoomvergroting De zoomvergroting die wordt gebruikt in combinatie met de zoom van de lens, verandert afhankelijk van het geselecteerde beeldformaat. De volgende zoomvergrotingen gelden voor volformaatopname, en de cijfers tussen haakjes gelden voor APS-C-formaatopname. [Zoom-instelling]: [Enkel optische zoom] [ Beeldformaat]: M ong. 1,5× (ong. 1,3×), S ong. 2× (ong. 2×) [Zoom-instelling]: [Aan:HelderBldZoom] Beeldformaat]: L ong. 2× (ong.
2. Druk de ontspanknop helemaal in. Opmerking U kunt de flitser niet gebruiken wanneer u bewegende beelden opneemt. Tijdens het opladen van de flitser knippert . Nadat het opladen klaar is, blijft het flitserpictogram branden. Gebruik geen in de handel verkrijgbare flitser met synchro-hoogspanningsaansluitingen of met omgekeerde polariteit. In de hoeken van een opgenomen beeld kan een schaduw zichtbaar zijn, afhankelijk van de lens.
Invulflits (standaardinstelling): Elke keer als u op de ontspanknop drukt, gaat de flitser af. Langz.flitssync.: Elke keer als u op de ontspanknop drukt, gaat de flitser af. U kunt met de langzameflitssynchronisatieopname een helder beeld opnemen van zowel het onderwerp als de achtergrond door een langere sluitertijd te gebruiken. Eindsynchron.: Elke keer wanneer u de ontspanknop indrukt, gaat de flitser af net voordat de belichting is voltooid.
[38] De opnamefuncties gebruiken > Een schermweergavefunctie selecteren De schermweergave veranderen (Opnemen) U kunt de afgebeelde inhoud op het scherm veranderen. 1. Druk op de DISP (Weergave-instelling)-knop. Iedere keer wanneer u op de DISP-knop drukt, verandert het opname-informatiescherm als volgt: Graf. weerg. → Alle info weerg. → Geen info → Histogram → Niveau → Voor zoeker* → Graf. weerg. Graf. weerg. Alle info weerg.
Niveau Voor zoeker* * [Voor zoeker] wordt niet afgebeeld in de zoekerfunctie. Sommige weergavemethoden worden niet afgebeeld in de standaardinstellingen. Het afgebeelde scherm varieert afhankelijk van de instelling van [DISP-knop]. Opmerking Histogram wordt niet afgebeeld tijdens het opnemen van panoramabeelden. In de functie voor bewegende beelden kan [Voor zoeker] niet worden afgebeeld. Hint U kunt verschillende instellingen selecteren voor de zoeker en de monitor.
Stelt u in staat de schermweegavefuncties in te stellen die in de opnamefunctie kunnen worden geselecteerd voor de zoeker met (Weergave-instelling). 1. MENU → (Eigen instellingen) → [DISP-knop] → [Zoeker] → gewenste instelling → [Enter]. De onderdelen gemarkeerd met zijn beschikbaar. Menu-onderdelen Graf. weerg.: Beeldt basisinformatie af over opnemen. De sluitertijd en diafragmawaarde worden grafisch afgebeeld. Alle info weerg.: Beeldt opname-informatie af. Geen info: Beeldt geen opname-informatie af.
afgebeeld. Alle info weerg.: Beeldt opname-informatie af. Geen info: Beeldt geen opname-informatie af. Histogram: Toont een grafische weergave van de luminantieverdeling. Niveau: Geeft aan of het apparaat horizontaal staat, zowel in de richting links-rechts als in de richting voor-achter. Wanneer het apparaat in beide richtingen horizontaal staat, wordt de indicator groen. Voor zoeker: Beeldt informatie af die geschikt is voor opnemen met de zoeker.
L: 20M 6000×3376 pixels M: 8.7M 3936×2216 pixels S: 5.1M 3008×1688 pixels ILCE-7R L: 30M 7360×4144 pixels M: 13M 4800×2704 pixels S: 7.6M 3680×2072 pixels Als [APS-C-grootte opn.] is ingesteld op [Aan] en [ Beeldverhouding] is ingesteld op 3:2 ILCE-7 L: 10M 3936×2624 pixels M: 6.0M 3008×2000 pixels S: 2.6M 1968×1312 pixels ILCE-7R L: 15M 4800×3200 pixels M: 9.0M 3680×2456 pixels S: 3.8M 2400×1600 pixels Als [APS-C-grootte opn.
Geschikt voor standaardafdrukken. 16:9: Voor weergeven op een high-definition-tv. [43] De opnamefuncties gebruiken > Het formaat/de kwaliteit van stilstaande beelden selecteren Kwaliteit (stilstaand beeld) Selecteert het compressieformaat van stilstaande beelden. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [ Kwaliteit] → gewenste instelling. Menu-onderdelen RAW: Bestandsformaat: RAW (neemt op met gebruikmaking van het RAW-compressieformaat.) In dit bestandsformaat wordt geen digitale bewerking toegepast.
Opmerking Als beelden niet bewerkt hoeven te worden op uw computer, adviseren wij u beelden op te nemen in het JPEG-bestandsformaat. U kunt geen DPOF-afdrukmarkering aanbrengen op beelden in het RAW-bestandsformaat. [44] De opnamefuncties gebruiken > Het formaat/de kwaliteit van stilstaande beelden selecteren Panorama: formaat Stelt het beeldformaat in voor het opnemen van panoramabeelden. Het beeldformaat varieert afhankelijk van de instelling [Panorama: richting]. 1.
Links: Pan de camera van rechts naar links. Naar boven: Pan de camera van onder naar boven. Naar beneden: Pan de camera van boven naar onder. [46] De opnamefuncties gebruiken > Scherpstellen Scherpstelfunctie Selecteert de scherpstelmethode die geschikt is voor de beweging van het onderwerp. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Scherpstelfunctie] → gewenste instelling. Menu-onderdelen (Enkelvoudige AF) (standaardinstelling): Het apparaat vergrendelt de scherpstelling nadat het scherpstellen is voltooid.
Selecteert het scherpstelgebied. Gebruik deze functie wanneer het moeilijk is goed scherp te stellen in de automatische scherpstellingsfunctie. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Scherpstelgebied] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Breed: Stelt automatisch scherp op een onderwerp in alle bereiken van het beeld. Wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt in de stilstaand-beeldopnamefunctie, wordt een groen kader afgebeeld rond het gebied dat scherpgesteld is.
[49] De opnamefuncties gebruiken > Scherpstellen H. scherpst. Als het moeilijk is goed scherp te stellen in de automatische scherpstellingsfunctie, kunt u de scherpstelling handmatig uitvoeren. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Scherpstelfunctie] → [H. scherpst.]. 2. Draai de scherpstelring om goed scherp te stellen. Wanneer u de scherpstelring draait, wordt de scherpstellingsafstand afgebeeld op het scherm.
Wanneer u de scherpstelring draait, wordt de scherpstellingsafstand afgebeeld op het scherm. [51] De opnamefuncties gebruiken > Scherpstellen MF Assist (stilstaand beeld) U kunt het beeld op het scherm automatisch vergroten om gemakkelijker handmatig scherp te stellen. Dit werkt bij opnemen met handmatige scherpstelling of met directe handmatige scherpstelling. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [ MF Assist] → [Aan]. 2. Stel de scherpstelling in door de scherpstelring te draaien. Het beeld wordt vergroot.
besturingswiel. 3. Bevestig de scherpstelling. 4. Druk de ontspanknop helemaal in om het beeld op te nemen. Hint Iedere keer wanneer u op in het midden drukt, verandert de zoekerloup. Bij handmatig scherpstellen kunt u de scherpstelling aanpassen terwijl een beeld vergroot is. De functie [Scherpst. vergroten] wordt opgeheven wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt.
contouren van scherpgestelde bereiken benadrukken met behulp van een specifieke kleur. Met behulp van deze functie kunt u de scherpstelling gemakkelijk controleren. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Reliëfniveau] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Hoog: Stelt het reliëfniveau in op hoog. Gemiddeld: Stelt het reliëfniveau in op gemiddeld. Laag: Stelt het reliëfniveau in op laag. Uit (standaardinstelling): Maakt geen gebruik van de reliëffunctie.
[56] De opnamefuncties gebruiken > Scherpstellen AF-vergrendeling Stelt de functie in voor het volgen van het onderwerp om het scherpgesteld te houden. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [AF-vergrendeling] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Uit: Volgt een onderwerp dat moet worden scherpgesteld niet. Aan: Volgt een onderwerp dat moet worden scherpgesteld. Aan(start m. sluiter): Volgt een onderwerp dat moet worden scherpgesteld wanneer de ontspanknop tot halverwege is ingedrukt.
Opmerking De functie [AF-vergrendeling] werkt mogelijk niet goed in de volgende situaties: Het onderwerp beweegt te snel. Het onderwerp is te klein of te groot. Er is weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond. Het is donker. Het omgevingslicht verandert. Hint Als u het onderwerp kwijt bent, kan dit apparaat het onderwerp detecteren en de AFvergrendelingsfunctie hervatten wanneer het onderwerp weer op het scherm verschijnt.
Aan: Automatisch scherpstellen begint wanneer u door de elektronische zoeker kijkt. Uit (standaardinstelling): Automatisch scherpstellen begint niet wanneer u door de elektronische zoeker kijkt. Hint [ Eye-Start AF] is beschikbaar wanneer een lens met een montagestuk A en een montage-adapter (LA-EA2, LA-EA4) (los verkrijgbaar) zijn bevestigd.
AF-hulplicht (stilstaand beeld) Het AF-hulplicht geeft een invullicht zodat gemakkelijker op een onderwerp kan worden scherpgesteld in een donkere omgeving. Met het rode AF-hulplicht kan het apparaat gemakkelijk scherpstellen wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt, totdat de scherpstelling wordt vergrendeld. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [ AF-hulplicht] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Automatisch (standaardinstelling): Maakt gebruik van het AF-hulplicht.
2. Selecteer [Inst. voor aanp. AF] → [Aan]. 3. [hoeveelheid] → gewenste waarde. U kunt een waarde selecteren tussen -20 en +20. Wanneer u een positieve waarde selecteert, wordt de automatisch scherpgestelde positie weg van het apparaat geschoven. Wanneer u een negatieve waarde selecteert, wordt de automatisch scherpgestelde positie dichter naar het apparaat toe geschoven. Opmerking Wij adviseren u de positie onder werkelijke opnameomstandigheden aan te passen.
Wanneer de scherpstelfunctie is ingesteld op [H. scherpst.] Als u handmatig scherpstelt, kunt u het te vergroten gebied instellen. Voorste keuzeknop: Verplaatst het te vergroten gebied omhoog/omlaag. Achterste keuzeknop: Verplaatst het te vergroten gebied naar rechts/links. Besturingswiel: Verplaatst het te vergroten gebied omhoog/omlaag. Opmerking U kunt het scherpstelgebied verplaatsen wanneer [Scherpstelgebied] is ingesteld op [Zone] of [Flexibel punt].
1. Selecteer de gewenste knop en wijs de functie [AF aan] eraan toe met MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.]. 2. Druk op de knop waaraan u de functie [AF aan] hebt toegewezen tijdens opnemen in de automatische scherpstelfunctie. [66] De opnamefuncties gebruiken > Scherpstellen AF op de ogen Stelt scherp op de ogen van een persoon wanneer u op de knop drukt. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.] → wijs de functie [AF op de ogen] toe aan de gewenste knop. 2.
Fasedetectiegebied (ILCE-7) Stelt in of de automatische-scherpstellingspunten van fasedetectie AF moeten worden afgebeeld of niet. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Fasedetectiegebied] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan: Beeldt de automatische-scherpstellingspunten van fasedetectie AF af. Uit (standaardinstelling): Beeldt de automatische-scherpstellingspunten van fasedetectie AF niet af. Opmerking Als de diafragmawaarde F9,0 of hoger is, kan fasedetectie-AF niet worden gebruikt.
Opmerking Als het onderwerp dichterbij is dan de minimale opnameafstand van de gebruikte lens, kan de scherpstelling niet worden bevestigd. Zorg voor voldoende afstand tussen het onderwerp en het apparaat. [69] De opnamefuncties gebruiken > Belichting instellen Belicht.comp. U kunt de belichting instellen onder MENU wanneer de belichtingscompensatieknop is ingesteld op "0".
schakelt de belichtingswaarde automatisch terug naar "0" ondanks dat de belichting was ingesteld op een andere instelling. Als u [Handm. belichting] gebruikt, kunt u de belichting alleen compenseren als [ISO] is ingesteld op [ISO AUTO]. [70] De opnamefuncties gebruiken > Belichting instellen Belichtingscompensatieknop Uitgaande van de belichtingswaarde die is ingesteld door de automatische belichtingsfunctie, kunt u het gehele beeld helderder of donkerder maken als u [Belicht.comp.
het bepalen van de belichting. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Lichtmeetfunctie] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Multi (standaardinstelling): Na opdeling van het totale scherm in meerdere gebieden wordt het licht op elk gebied gemeten, en zo wordt de juiste belichting van het hele scherm bepaald (Multi-patroonmeting). Midden: Meet de gemiddelde helderheid van het hele scherm, terwijl de nadruk ligt op het middengedeelte van het scherm (Middengewogen meting).
De belichting is vergrendeld en (AE-vergrendeling) brandt. 3. Houd de AEL-knop ingedrukt, stel scherp op een onderwerp en neem het beeld op. Houd de AEL-knop ingedrukt terwijl u een opname maakt als u door wilt gaan met opnemen met de vaste belichting. Laat de knop los om de belichting opnieuw te stellen. Hint Als u de functie [AEL-wisselen] selecteert in [Eigen toetsinstelling.], kunt u de belichting vergrendelen zonder de AEL-knop ingedrukt te houden.
Opmerking Als [Scherpstelfunctie] is ingesteld op [Continue AF] en [ AEL met sluiter] is [Uit] of [Automatisch], ligt het diafragma vast op het moment dat u de ontspanknop tot halverwege indrukt. Als de helderheid sterk verandert tijdens continu opnemen, haalt u uw vinger van de ontspanknop af en drukt u de ontspanknop opnieuw tot halverwege in. Een bediening met de AEL-knop heeft voorrang boven de instellingen van [ AEL met sluiter]. [74] De opnamefuncties gebruiken > Belichting instellen Bel.comp.inst.
Stelt het helderheidsniveau in. Opmerking Het zebrapatroon wordt niet afgebeeld tijdens een HDMI-verbinding. [76] De opnamefuncties gebruiken > Belichting instellen Belichtingsinst.gids U kunt instellen dat een gids wordt afgebeeld wanneer u het diafragma, de belichting, de sluitertijd of de ISO instelt. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Belichtingsinst.gids] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Uit: Beeldt de gids niet af. Aan (standaardinstelling): Beeldt de gids af.
1. MENU → (Camera- instellingen) → [Belichtingsstap] → gewenste instelling. Menu-onderdelen 0,3 EV (standaardinstelling)/0,5 EV Opmerking Zelfs als u [Belichtingsstap] instelt op [0,5 EV], verandert de belichtingswaarde die is ingesteld met de belichtingscompensatieknop in stappen van 0,3 EV. [78] De opnamefuncties gebruiken > Belichting instellen Draaiknop Ev-comp. U kunt de belichting instellen met de voorste keuzeknop of achterste keuzeknop wanneer de belichtingscompensatieknop is ingesteld op "0".
Stelt in of de belichtingswaarde die is ingesteld met [Eigen instellingen] behouden moet worden wanneer u het apparaat uitschakelt terwijl de belichtingscompensatieknop is ingesteld op "0". 1. MENU → (Eigen instellingen) → [EV-comp. resetten] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Handhaven: Behoudt de instellingen van [Eigen instellingen]. Resetten (standaardinstelling): Stelt de instellingen van [Belicht.comp.] terug op "0".
Witbalansbracket: Neemt in totaal drie beelden op, elk met een verschillend helderheidsniveau volgens de geselecteerde instellingen voor de witbalans, kleurtemperatuur en kleurfilter. Bracket DRO: Neemt in totaal drie beelden op, elk met een verschillend niveau van dynamischbereikoptimalisatie. [81] De opnamefuncties gebruiken > Een transportfunctie selecteren (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Continue opname Neemt beelden ononderbroken op zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt. 1.
De snelheid van het continu opnemen kan lager liggen, afhankelijk van de opnameomstandigheden (beeldformaat, ISO-instelling, NR bij hoge ISO, of de instelling van [Vervorm.compensat.]). Tussen continu opnemen van frames, wordt onmiddellijk een beeld van elk frame weergegeven. Hint In de functie [Cont. m. snelh.vk.] ligt de scherpstelling vast wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt voor het eerste beeld, en blijft de scherpstelling daarna hetzelfde.
[84] De opnamefuncties gebruiken > Een transportfunctie selecteren (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Zelfontsp.(Cont.) Maakt na 10 seconden zonder onderbreking het aantal opnamen dat u hebt ingesteld. U kunt de beste opname kiezen uit de opnamen die zijn gemaakt. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Zelfontsp.(Cont.)]. 2. Selecteer de gewenste functie met de rechter-/linkerkant van het besturingswiel. Menu-onderdelen Zelfontsp.(Cont.): 10sec. 3beeld.
Deze instelling neemt drie beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 0,3 EV. Bracket continu: 0,3EV 5 beelden: Deze instelling neemt vijf beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 0,3 EV. Bracket continu: 0,5EV 3 beelden: Deze instelling neemt drie beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 0,5 EV.
[86] De opnamefuncties gebruiken > Een transportfunctie selecteren (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Bracket enkel Neemt meerdere beelden op waarbij automatisch de belichting wordt verschoven van normale belichting, naar donkerder en vervolgens naar lichter. Druk voor elk beeld op de ontspanknop. U kunt na het opnemen een beeld selecteren dat aan uw wensen voldoet. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Bracket enkel]. 2.
Deze instelling neemt in totaal drie beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 2,0 EV. Bracket enkel: 3,0EV 3 beelden: Deze instelling neemt in totaal drie beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 3,0 EV. Opmerking Als [ISO AUTO] is geselecteerd in de functie [Handm. belichting], wordt de belichting verschoven door de ISO-waarde te veranderen.
U kunt in totaal drie beelden opnemen, elk met een verschillend niveau van dynamischbereikoptimalisatie. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Bracket DRO]. 2. Selecteer de gewenste functie met de rechter-/linkerkant van het besturingswiel. Menu-onderdelen Bracket DRO: Lo (standaardinstelling): Neemt een serie van drie beelden op met kleine verschillen in het niveau van dynamischbereikoptimalisatie.
selecteren ISO De gevoeligheid voor licht wordt uitgedrukt in de ISO-waarde (aanbevolen belichtingsindex). Hoe hoger de waarde, hoe hoger de gevoeligheid is. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [ISO] → gewenste instelling. Menu-onderdelen NR Multi Frame: Combineert continue opnamen en maakt een beeld met minder ruis. ISO AUTO (standaardinstelling): Stelt automatisch de ISO-gevoeligheid in.
[91] De opnamefuncties gebruiken > De ISO-gevoeligheid selecteren NR Multi Frame Het apparaat neemt automatisch meerdere beelden ononderbroken op, combineert ze, vermindert de ruis en slaat ze als één beeld op. Met multi-frameruisonderdrukking kunt u een hogere ISO-waarde selecteren dan de maximale ISO-gevoeligheid. Het opgenomen beeld is één gecombineerd beeld. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [ISO] → [NR Multi Frame]. 2.
Menu-onderdelen Dynamische-bereikopt.: auto (standaardinstelling): Corrigeert automatisch de helderheid. Dynamische-bereikopt.: 1 ― Dynamische-bereikopt.: 5: Optimaliseert de gradatie van een opgenomen beeld voor elk gebied. Selecteer het optimalisatieniveau tussen Lv1 (zwak) en Lv5 (krachtig). Opmerking [DRO/Auto HDR] ligt vast op [Uit] wanneer de opnamefunctie is ingesteld op [Panorama d. beweg.], of wanneer [NR Multi Frame] of [Foto-effect] wordt gebruikt.
Opmerking [Auto HDR] is niet beschikbaar voor RAW-beelden. Als de belichtingsfunctie is ingesteld op [Slim automatisch], [Superieur automat.], [Panorama d. beweg.] of [Scènekeuze], kunt u [Auto HDR] niet selecteren. Als [NR Multi Frame] is geselecteerd, kunt u [Auto HDR] niet selecteren. U kunt de volgende opname niet eerder maken dan dat het opslagproces na het opnemen is voltooid.
zoals in een fotostudio. TL-licht: warm wit: De kleurtemperatuur wordt ingesteld op warme, witte fluorescerende verlichting. TL-licht: koel wit: De kleurtemperatuur wordt ingesteld op witte fluorescerende verlichting. TL-licht: daglichtwit: De kleurtemperatuur wordt ingesteld op neutrale, witte fluorescerende verlichting. TL-licht: daglicht: De kleurtemperatuur wordt ingesteld op daglichtachtige fluorescerende verlichting. Flitslicht: De kleurtemperatuur wordt ingesteld op flitslicht. Onderwater automat.
De basiswitkleur opslaan in [Eigen instelling]. In een scène waarin het omgevingslicht bestaat uit meerdere soorten lichtbronnen, adviseren wij u de eigen witbalans te gebruiken om de witte kleuren nauwkeurig te reproduceren. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Witbalans] → [Eigen instelling]. 2. Houd de camera/camcorder zo dat het witte gebied volledig het AF-gebied in het midden bedekt en druk vervolgens op in het midden van het besturingswiel.
Creëert een levendig beeld door kleurtinten te accentueren. Posterisatie: Creëert een hoog contrast en een abstract beeld doordat de primaire kleuren worden geaccentueerd, of in zwart-wit. Retrofoto: Creëert het beeld van een oude foto met sepia-kleurtinten en vervaagd contrast. Zachte felle kleuren: Creëert een beeld met de aangewezen sfeer: helder, transparant, vluchtig, teer, zacht. Deelkleur: Creëert een beeld waarin een bepaalde kleur wordt behouden, maar de andere kleuren worden omgezet in zwart-wit.
[Miniatuur] [Illustratie] Opmerking Als [Deelkleur] is geselecteerd, behouden de beelden mogelijk niet de geselecteerde kleur, afhankelijk van het onderwerp of de opnameomstandigheden. U kunt de volgende effecten niet controleren op het opnamescherm omdat het apparaat het beeld pas na de opname bewerkt. Bovendien kunt u geen ander beeld opnemen totdat de beeldbewerking is voltooid. U kunt deze effecten niet gebruiken bij bewegende beelden. [Soft focus] [HDR-schilderij] [Mono. m.
Levendig: De verzadiging en het contrast worden verhoogd om opvallende beelden op te nemen van kleurrijke scènes en onderwerpen, zoals bloemen, voorjaarsgroen, blauwe luchten of zeevergezichten. Neutraal: De verzadiging en scherpte worden verlaagd om beelden met ingehouden kleurtinten op te nemen. Dit is tevens geschikt voor het opnemen van beeldmateriaal dat moet worden bewerkt op een computer.
Selecteer een onderdeel om in te stellen met de rechter-/linkerkant van het besturingswiel, en stel daarna de waarde in met de boven-/onderkant van het besturingswiel. Contrast: Hoe hoger de geselecteerde waarde, hoe meer het verschil tussen licht en schaduw wordt benadrukt, en hoe groter het effect op het beeld. Verzadiging: Hoe hoger de geselecteerde waarde, hoe levendiger de kleur. Wanneer een lagere waarde wordt geselecteerd, wordt de kleur van het beeld ingehouden en onderdrukt.
van het softwareprogramma "PlayMemories Home". MP4: Neemt bewegende beelden op in het mp4-formaat (AVC). Dit formaat is geschikt voor uploaden naar het web, bijlagen bij een e-mailbericht, enz. U kunt geen disc maken met bewegende beelden die werden opgenomen terwijl [ Bestandsindeling] stond ingesteld op [MP4]. [99] De opnamefuncties gebruiken > Bewegende beelden opnemen Opname-instell.
Bitsnelheid: Maximaal 24 Mbps 60i 17M(FH) (standaardinstelling)*: 50i 17M(FH) (standaardinstelling)**: Neemt bewegende beelden op in standaardbeeldkwaliteit van 1920 × 1080 (60i/50i). Bitsnelheid: Gemiddeld 17 Mbps 60p 28M(PS)*: 50p 28M(PS)**: Neemt bewegende beelden op in hoogste beeldkwaliteit van 1920 × 1080 (60p/50p). Bitsnelheid: Maximaal 28 Mbps 24p 24M(FX)*: 25p 24M(FX)**: Neemt bewegende beelden op in hoge beeldkwaliteit van 1920 × 1080 (24p/25p). Dit geeft een sfeer als in een bioscoop.
formaat, worden bewegende beelden van 24p/25p uitgevoerd als bewegende beelden van 60i/50i. [100] De opnamefuncties gebruiken > Bewegende beelden opnemen Geluid opnemen Stelt in of het geluid moet worden opgenomen tijdens het opnemen van bewegende beelden. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Geluid opnemen] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan (standaardinstelling): Neemt geluid op (stereo). Uit: Neemt geen geluid op.
Opmerking Het geluidsniveau wordt niet afgebeeld in de volgende situaties: Als [Geluid opnemen] is ingesteld op [Uit]. Als DISP (weergave-instelling) is ingesteld op [Geen info]. Stel de opnamefunctie in op [Film]. U kunt het geluidsniveau vóór opname alleen zien in de bewegend-beeldopnamefunctie. [102] De opnamefuncties gebruiken > Bewegende beelden opnemen Audio opnam.niveau U kunt het geluidopnameniveau instellen terwijl u naar de niveaumeter kijkt. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Audio opnam.
[103] De opnamefuncties gebruiken > Bewegende beelden opnemen Audio-uitvoer-tijd Als u een hoofdtelefoon gebruikt, kunt u echo-onderdrukking tijdens opname instellen. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Audio-uitvoer-tijd] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Live (standaardinstelling): Voert het geluid zonder vertraging uit tijdens het opnemen van bewegende beelden. Selecteer deze instelling wanneer geluidsverschillen een probleem vormen tijdens geluidscontrole.
[105] De opnamefuncties gebruiken > Bewegende beelden opnemen Aut. lang. sluit.tijd (bewegende beelden) Stel in of de sluitertijd automatisch moet worden ingesteld of niet tijdens het opnemen van bewegende beelden in geval van een donker onderwerp. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [ Aut. lang. sluit.tijd] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan (standaardinstelling): Gebruikt [Automatische lange sluitertijd]. De sluitertijd wordt automatisch langer.
MOVIE-knop drukt. Alleen Filmmodus: Start het opnemen van bewegende beelden alleen wanneer u op de MOVIE-knop drukt als de opnamefunctie is ingesteld op [Film]. [107] De opnamefuncties gebruiken > De opnamefuncties aanpassen voor handig gebruik Geheugen U kunt maximaal twee veelgebruikte functies of apparaatinstellingen registreren in het apparaat. U kunt de instellingen eenvoudig oproepen met de functiekeuzeknop. 1. Stel het apparaat in op de instelling die u wilt registreren. 2.
U kunt de functies toewijzen die moet worden opgeroepen wanneer u op de Fn (Functie)-knop drukt. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Instell. functiemenu] → wijs een functie toe aan de gewenste locatie. De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm. [109] De opnamefuncties gebruiken > De opnamefuncties aanpassen voor handig gebruik Eigen toetsinstelling.
[111] De opnamefuncties gebruiken > De opnamefuncties aanpassen voor handig gebruik Werking van de AEL-knop Nadat u een functie hebt toegewezen aan de AEL-knop, kunt u die functie uitvoeren door eenvoudig op de AEL-knop te drukken wanneer het opname-informatiescherm wordt afgebeeld. 1. MENU→ instelling. (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.] → [AEL-knop] → gewenste De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm.
De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm. [114] De opnamefuncties gebruiken > De opnamefuncties aanpassen voor handig gebruik Werking van de middenknop Nadat u een functie hebt toegewezen aan de middenknop, kunt u die functie uitvoeren door eenvoudig op de middenknop te drukken wanneer het opname-informatiescherm wordt afgebeeld. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.] → [Funct. centrale knop] → gewenste instelling.
Nadat u een functie hebt toegewezen aan de rechterknop, kunt u die functie uitvoeren door eenvoudig op de rechterknop te drukken wanneer het opname-informatiescherm wordt afgebeeld. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.] → [Functie rechterknop] → gewenste instelling. De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm.
keuzeknop wordt gebruikt om de sluitertijd te veranderen. Opmerking De functie [Draaiknop instellen] is ingeschakeld wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op "M". [119] De opnamefuncties gebruiken > De overige functies van dit apparaat instellen Lach-/Gezichtsherk. Herkent de gezichten van uw onderwerpen en past de instellingen voor de scherpstelling, belichting en flitser aan, en voert automatisch beeldbewerking uit. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Lach-/Gezichtsherk.] → gewenste instelling.
Tips voor effectiever opnemen van lachende gezichten Bedek de ogen niet met haar en houd de ogen een beetje dicht. Verberg het gezicht niet met een hoed, masker, zonnebril, enz. Probeer het gezicht te richten op het apparaat en houd het gezicht zo rechtop mogelijk. Glimlach duidelijk met een open mond. De glimlach is gemakkelijker te detecteren wanneer de tanden zichtbaar zijn. Als u op de ontspanknop drukt in de lach-sluiterfunctie, neemt het apparaat het beeld op.
Menu-onderdelen Uit (standaardinstelling): Gebruikt de functie [ Zachte-huideffect] niet. Aan: Gebruik [ Zachte-huideffect]. Hint Als [ Zachte-huideffect] is ingesteld op [Aan], kunt u het effectniveau selecteren. [121] De opnamefuncties gebruiken > De overige functies van dit apparaat instellen Gezichtsregistratie (Nieuwe registratie) Als u van tevoren gezichten registreert, kan het apparaat het geregistreerde gezicht met prioriteit detecteren wanneer [Gezichtsherkenning] is ingesteld op [Aan (ger.
1. MENU→ (Eigen instellingen) → [Gezichtsregistratie] → [Volgorde wijzigen]. 2. Selecteer een gezicht om de volgorde van prioriteit te veranderen. 3. Selecteer de bestemming. [123] De opnamefuncties gebruiken > De overige functies van dit apparaat instellen Gezichtsregistratie (Wissen) Wist een geregistreerd gezicht. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Gezichtsregistratie] → [Wissen]. Als u [Alles verwijderen] selecteert, kunt u alle geregistreerde gezichten wissen.
Opmerking Het is mogelijk dat de rode-ogeneffectvermindering niet het gewenste resultaat oplevert. Dit is afhankelijk van individuele verschillen en omstandigheden, zoals de afstand tot het onderwerp, en of het onderwerp naar de voorflits kijkt of niet. [125] De opnamefuncties gebruiken > De overige functies van dit apparaat instellen Autom.
[126] De opnamefuncties gebruiken > De overige functies van dit apparaat instellen SteadyShot Stelt in of de functie SteadyShot moet worden gebruikt of niet. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [SteadyShot] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan (standaardinstelling): Gebruikt [SteadyShot]. Uit: Gebruikt [SteadyShot] niet. Wij adviseren u de camera in te stellen op [Uit] als u een statief gebruikt.
Uit: Activeert de ruisonderdrukking niet. Selecteer dit als u de opnametiming prioriteit wilt geven. [128] De opnamefuncties gebruiken > De overige functies van dit apparaat instellen NR bij hoge-ISO (stilstaand beeld) Tijdens opnemen met een hoge ISO-gevoeligheid vermindert het apparaat de ruis die meer opvalt als de gevoeligheid van het apparaat hoog is. Tijdens het ruisonderdrukkingsproces kan een mededeling worden afgebeeld en u kunt geen volgend beeld opnemen totdat de mededeling is uitgegaan. 1.
sRGB (standaardinstelling): Dit is de standaardkleurruimte van de digitale camera. Gebruik [sRGB] bij normale opnamen, bijvoorbeeld als u van plan bent de beelden zonder wijziging af te drukken. AdobeRGB: Dit heeft een breder bereik van kleurenreproductie. Als een groot deel van het onderwerp levendig groen of rood is, is Adobe RGB effectief. De bestandsnaam van het beeld begint met "_DSC".
De rasterlijnen worden niet afgebeeld. [131] De opnamefuncties gebruiken > De overige functies van dit apparaat instellen Autom.weergave U kunt het opgenomen beeld onmiddellijk na het opnemen op het scherm bekijken. U kunt ook de weergaveduur van Auto Review instellen. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Autom.weergave] → gewenste instelling. Menu-onderdelen 10 sec./5 sec./2 sec.
Geeft Live View weer onder omstandigheden nagenoeg gelijk aan hoe uw foto eruit zal zien wanneer al uw instellingen worden toegepast. Deze instelling is nuttig wanneer u foto's wilt opnemen waarbij u het resultaat van de opname wilt controleren op het Live View-scherm. Instelling effect uit: Geeft Live View weer zonder de effecten van de belichtingscompensatie, witbalans, [Creatieve stijl] en [Foto-effect]. Wanneer deze instelling wordt gebruikt, kunt u de beeldcompositie gemakkelijk controleren.
Monitor: De elektronische zoeker wordt uitgeschakeld en het beeld wordt altijd weergegeven op het scherm. [134] De opnamefuncties gebruiken > De overige functies van dit apparaat instellen Opn. zonder lens Stelt in of de sluiter kan worden ontspannen of niet als geen lens is bevestigd. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Opn. zonder lens] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Inschakelen (standaardinstelling): De sluiter kan worden ontspannen als geen lens is bevestigd.
Gebruikt de functie elektronisch sluitergordijn voorzijde. Uit: Gebruikt de functie elektronisch sluitergordijn voorzijde niet. Opmerking Wanneer u een opname maakt met een hoge sluitersnelheid en een lens met grote diameter bevestigd, kunnen, afhankelijk van het onderwerp of de opnamecondities schaduwvorming of wazige gebieden zich voordoen. In dergelijke gevallen stelt u deze functie in op [Uit].
Dit apparaat neemt beelden op met een 35mm-volformaat beeldsensor, maar kan ook sensorbeelden opnemen die gelijkwaardig zijn aan het APS-C-formaat. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [APS-C-grootte opn.] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan: Neemt sensorbeelden op die gelijkwaardig zijn aan het APS-C-formaat met elke lens. Automatisch (standaardinstelling): Stelt automatisch het opnamebereik in afhankelijk van de lens. Uit: Neemt altijd beelden op met een 35mm-volformaat beeldsensor.
type lens. [139] De opnamefuncties gebruiken > De overige functies van dit apparaat instellen Chro. afw.compens. Vermindert de kleurafwijking van de hoeken van het scherm, die wordt veroorzaakt door bepaalde karakteristieken van de lens. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Lenscompensatie] → [Chro. afw.compens.] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Automatisch (standaardinstelling): Vermindert de kleurafwijking automatisch. Uit: Corrigeert de kleurafwijking niet. Opmerking De functie [Chro. afw.compens.
Corrigeert de vervorming van het scherm niet. Opmerking De functie [Vervorm.compensat.] is alleen beschikbaar wanneer een lens met een montagestuk E is aangebracht. Afhankelijk van de bevestigde lens ligt [Vervorm.compensat.] vast op [Automatisch], en kunt u [Uit] niet selecteren. [141] De opnamefuncties gebruiken > De overige functies van dit apparaat instellen Draaikn./Wiel vergr.
deactiveren] toe aan de gewenste knop. 2. Druk op de knop waaraan de functie [Monitor deactiveren] is toegewezen. [143] De opnamefuncties gebruiken > De overige functies van dit apparaat instellen Diafragmavoorbeeld Met de monitor of zoeker kunt u een beeld bekijken met een diafragma dat anders is dan die van het opnameresultaat.
opn.result.] is toegewezen, kunt u het opname-voorbeeld controleren met daarop de instellingen van de DRO, de sluitertijd, het diafragma en de ISO-gevoeligheid toegepast. Controleer het opname-voorbeeld alvorens op te nemen. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.] → wijs de functie [Voorb. opn.result.] toe aan de gewenste knop. 2. Bevestig het beeld door op de knop te drukken waaraan de functie [Voorb. opn.result.] is toegewezen.
1. Geef het beeld weer dat u wilt vergroten en selecteer daarna Als het beeld te groot is, drukt u op de knop . om de zoomvergroting in te stellen. 2. Selecteer het gedeelte dat u wilt vergroten door op de boven-/onder-/rechter-/linkerkant van het besturingswiel te drukken. Hint U kunt ook een beeld dat wordt weergegeven vergroten met behulp van MENU. Opmerking U kunt de functie voor de vergrote weergave niet gebruiken bij bewegende beelden.
1. Druk op de DISP (Weergave-instelling)-knop. De schermweergave verandert in de volgorde "Info weergeven → Histogram → Geen info → Info weergeven" elke keer wanneer u op de DISP-knop drukt. De DISP (Weergave-instelling)-instellingen worden toegepast op het Auto Reviewscherm.
Meerdere bldn.: Hiermee worden de geselecteerde beelden gewist. (1) Selecteer de beelden die u wilt wissen, en druk daarna op in het midden van het besturingswiel. Het teken wordt afgebeeld in het selectievakje. Om de selectie te annuleren, drukt u nogmaals op om het -merkteken te verwijderen. (2) Als u nog andere beelden wilt wissen, herhaalt u stap (1). (3) MENU → [OK] → Druk op in het midden. Alles in deze map: Hiermee wist u alle beelden in de geselecteerde map.
Hint "Vertraagde weergave vooruit", "Vertraagde weergave achteruit", "Weergave van volgende frame" en "Weergave van vorige frame" zijn beschikbaar in de pauzestand. [152] Weergeven > Panoramabeelden weergeven Panoramabeelden weergeven Het apparaat doorloopt automatisch een panoramabeeld van het ene naar het andere uiteinde. 1. Druk op de (weergave-)knop om over te schakelen naar de weergavefunctie. 2. Selecteer het panoramabeeld dat moet worden weergegeven met het besturingswiel. 3.
1. MENU → (Afspelen) → [Printen opgeven] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Meerdere bldn.: Selecteert beelden voor een afdrukopdracht. (1) Selecteer een beeld en druk op in het midden van het besturingswiel. Een merkteken wordt afgebeeld in het selectievakje. Om de selectie te annuleren, drukt u op om het merkteken te wissen. (2) Herhaal stap 1 om andere beelden af te drukken. (3) MENU → [OK] → Druk op in het midden. Alles annuleren: Wist alle DPOF-afdrukmarkeringen.
[155] Weergeven > De weergavefuncties gebruiken Weergave-rotatie Selecteert de weergaverichting van opgenomen stilstaande beelden. 1. MENU → (Afspelen) → [Weergave-rotatie] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Automatisch: Het beeld wordt weergegeven overeenkomstig de richtingsinformatie van het beeld. U kunt het beeld roteren met behulp van de rotatiefunctie. Zelfs als het apparaat gekanteld is blijft de weergaverichting gehandhaafd.
Druk op de MENU-knop om de diavoorstelling te verlaten. U kunt de diavoorstelling niet pauzeren. Hint U kunt een diavoorstelling alleen starten wanneer [Weergavefunctie] is ingesteld op [Datumweergave] of [Mapweergav(stilstaand)]. [157] Weergeven > De weergavefuncties gebruiken Roteren Draait een opgenomen stilstaand beeld linksom. 1. MENU → (Afspelen) → [Roteren]. 2. Druk op in het midden van het besturingswiel. Het beeld wordt linksom gedraaid. Het beeld draait wanneer u op in het midden drukt.
(1) Selecteer het beeld dat u wilt beveiligen, en druk daarna op in het midden van het besturingswiel. Het teken wordt afgebeeld in het selectievakje. Om de selectie te annuleren, drukt u nogmaals op om het merkteken te verwijderen. (2) Als u nog andere beelden wilt beveiligen, herhaalt u stap (1). (3) MENU → [OK] → Druk op in het midden. Alles in deze map: Beveiligt alle stilstaand beelden in de geselecteerde map. Alles op deze datum: Beveiligt alle stilstaande beelden in het geselecteerde datumbereik.
weergavefunctie. 5. MENU → (Afspelen) → [WG 4K-stilst. beeld] → [OK]. Opmerking Dit menu is alleen beschikbaar op 4K-compatibele televisies. Voor meer informatie raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van de televisie. [160] Weergeven > Beelden bekijken op een televisie Beelden bekijken op een HD-televisie Om beelden die in dit apparaat zijn opgeslagen te bekijken op een televisie, zijn een HDMIkabel (los verkrijgbaar) en een HD-televisie uitgerust met een HDMI-aansluiting vereist. 1.
televisie ingesteld op de beeldkwaliteit die geschikt is voor het bekijken van stilstaande beelden en kunt u genieten van een compleet nieuwe wereld van foto's in adembenemende, hoge kwaliteit. "PhotoTV HD" maakt een uiterst gedetailleerde, foto-achtige weergave mogelijk van subtiele texturen en kleuren. Raadpleeg de bij de compatibele televisie geleverde gebruiksaanwijzing voor meer informatie. Opmerking Sluit dit apparaat niet aan op een ander apparaat via de uitgangsaansluitingen van beide apparaten.
Alleen televisies die "BRAVIA" Sync ondersteunen maken bediening via SYNC MENU mogelijk. Raadpleeg de bij de televisie geleverde gebruiksaanwijzing voor meer informatie. Als het apparaat is aangesloten op de HDMI-aansluiting van een televisie van een andere fabrikant en ongewenste handelingen uitvoert in reactie op de afstandsbediening van de televisie, selecteert u MENU → (Instellingen) → [CTRL.VOOR HDMI] → [Uit].
[164] Instellingen veranderen > Menu Setup Kleurtemp. zoeker Past de kleurtemperatuur van de elektronische zoeker aan. 1. MENU → (Instellingen) → [Kleurtemp. zoeker] → gewenste instelling. Menu-onderdelen -2 tot +2: Wanneer u "-" selecteert, verandert het zoekerscherm naar een warmere kleur, en wanneer u "+" selecteert, verandert het naar een koudere kleur. [165] Instellingen veranderen > Menu Setup Volume-instellingen Stelt het volumeniveau in. 1.
Aan (standaardinstelling): Brengt geluid voort wanneer u het apparaat bedient. Uit: Brengt geen geluid voort wanneer u het apparaat bedient. [167] Instellingen veranderen > Menu Setup Inst. uploaden(Eye-Fi) Selecteer of de uploadfunctie moet worden gebruikt bij gebruik van een Eye-Fi-kaart (verkrijgbaar in de winkel). Dit onderdeel wordt afgebeeld wanneer een Eye-Fi-kaart is geplaatst in de geheugenkaartgleuf van het apparaat. 1. MENU → (Instellingen) → [Inst. uploaden] → gewenste instelling. 2.
Eye-Fi-kaarten zijn uitgerust met een draadloze-LAN-functie. Plaats een Eye-Fi-kaart niet in het apparaat in een vliegtuig. Als een Eye-Fi-kaart in het apparaat is geplaatst, stelt u [Inst. uploaden] in op [Uit]. Als de uploadfunctie is ingesteld op [Uit], wordt het pictogram afgebeeld op het apparaat. De stroombesparingsstand werkt niet tijdens het uploaden. Als (fout) wordt afgebeeld, haalt u de geheugenkaart eruit en plaatst u deze terug erin, of schakelt u het apparaat uit en daarna weer in.
Menu-onderdelen Aan: Beeldt de gids voor de functiekeuzeknop af. Uit (standaardinstelling): Beeldt de gids voor de functiekeuzeknop niet af. [170] Instellingen veranderen > Menu Setup Wisbevestiging U kunt instellen of [Wissen] of [Annuleren] is geselecteerd als de standaardinstelling op het bevestigingsscherm voor wissen. 1. MENU → (Instellingen) → [Wisbevestiging] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Stand.Wissen: [Wissen] is geselecteerd als de standaardinstelling. Stand.
[172] Instellingen veranderen > Menu Setup Begintijd energ.besp U kunt verschillende tijdsintervallen instellen voor het overschakelen naar de stroombesparingsfunctie. Om terug te keren naar de opnamefunctie, voert u een bediening uit, zoals de ontspanknop tot halverwege indrukken. 1. MENU → (Instellingen) → [Begintijd energ.besp] → gewenste instelling. Menu-onderdelen 30 min./5 min./2 minuten/1 min. (standaardinstelling)/10 sec.
opneemt volgens het NTSC-systeem, formatteert u de geheugenkaart opnieuw of gebruikt u een andere geheugenkaart. Wanneer de NTSC-functie is geselecteerd, wordt altijd de mededeling "Uitgevoerd in NTSC." afgebeeld op het beginscherm elke keer wanneer u het apparaat inschakelt. [174] Instellingen veranderen > Menu Setup Reinigen Zo kunt u de beeldsensor reinigen. 1. MENU → (Instellingen) → [Reinigen] → [Enter] 2. Schakel het apparaat uit overeenkomstig de instructies op het scherm. 3. Haal de lens eraf. 4.
De functie [Demomodus] geeft de bewegende beelden die op de geheugenkaart zijn opgenomen automatisch weer (demonstratie) wanneer de camera gedurende een bepaalde tijdsduur niet is bediend. Selecteer normaal [Uit]. 1. MENU → (Instellingen) → [Demomodus] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan: De demonstratie van weergave van bewegende beelden start automatisch als het apparaat gedurende ongeveer één minuut niet wordt bediend. Alleen beveiligde bewegende beelden in het AVCHD-formaat worden weergegeven.
Maakt bediening met de draadloze afstandsbediening mogelijk. Uit (standaardinstelling): Maakt geen bediening met de draadloze afstandsbediening mogelijk. Opmerking De draadloze afstandsbediening RMT-DSLR1 kan niet worden gebruikt voor het opnemen van bewegende beelden. De lens of lenskap kan de afstandsbedieningssensor blokkeren die de signalen ontvangt. Gebruik de draadloze afstandsbediening op een positie waar vanaf de signalen het apparaat kunnen bereiken.
Wanneer dit apparaat met behulp van een HDMI-kabel (los verkrijgbaar) wordt aangesloten op een "BRAVIA" Sync-compatibele televisie, kunt u dit apparaat bedienen door de afstandsbediening van de televisie te richten op de televisie. 1. MENU → (Instellingen) → [CTRL.VOOR HDMI] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan (standaardinstelling): U kunt dit apparaat bedienen met de afstandsbediening van de televisie. Uit: U kunt dit apparaat niet bedienen met de afstandsbediening van de televisie.
Menu-onderdelen Automatisch (standaardinstelling): Brengt automatisch een massaopslagverbinding of MTP-verbinding tot stand, afhankelijk van de computer of andere USB-apparaten die moeten worden aangesloten. Windows 7- of Windows 8-computers worden verbonden met MTP, en de unieke functies ervan worden ingeschakeld voor gebruik. Massaopslag: Brengt een massaopslagverbinding tot stand tussen dit apparaat, een computer en andere USB-apparaten.
[182] Instellingen veranderen > Menu Setup Taal Selecteert de taal voor de menu-items, waarschuwingen en mededelingen. 1. MENU → (Instellingen) → [ Taal] → gewenste taal. [183] Instellingen veranderen > Menu Setup Datum/tijd instellen Stelt de datum en tijd opnieuw in. 1. MENU → (Instellingen) → [Datum/tijd instellen] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Zomertijd: Selecteert de zomertijd [Aan]/[Uit]. Datum/Tijd: Stelt de datum en tijd in.
Formatteert (initialiseert) de geheugenkaart. Wanneer u voor de eerste keer een geheugenkaart gebruikt in dit apparaat, adviseren wij u de kaart met behulp van het apparaat te formatteren voor stabiele prestaties van de geheugenkaart. Formatteren wist alle gegevens op de geheugenkaart permanent en is onherstelbaar. Sla waardevolle gegevens op een computer of soortgelijk apparaat op. 1. MENU → (Instellingen) → [Formatteren]. Opmerking Permanent formatteren wist alle gegevens, ook de beveiligde beelden.
1. MENU → (Instellingen) → [OPN.-map kiezen] → gewenste map. Opmerking U kunt de map niet selecteren wanneer u de instelling [Datumformaat] selecteert. [188] Instellingen veranderen > Menu Setup Nieuwe map Maakt een nieuwe map aan op de geheugenkaart. Een nieuwe map wordt aangemaakt met een mapnummer dat één hoger is dan het hoogste mapnummer dat aanwezig is. De opgenomen beelden worden opgeslagen in de nieuw aangemaakte map.
De vorm van de mapnaam is als volgt: mapnummer + J (laatste cijfer)/MM/DD. Voorbeeld: 10030405 (mapnummer: 100, datum: 04/05/2013) Opmerking De naam van de map voor bewegende beelden in het MP4-formaat ligt vast als "mapnummer + ANV01". [190] Instellingen veranderen > Menu Setup Beeld-DB herstellen Als beeldbestanden werden verwerkt op een computer, kunnen zich problemen voordoen in het beelddatabasebestand.
1. MENU → (Instellingen) → [Versie]. [193] Instellingen veranderen > Menu Setup Certificatielogo (alleen buitenlands model) Geeft enkele van de certificeringslogo's van dit apparaat weer. 1. MENU → (Instellingen) → [Certificatielogo]. [194] Instellingen veranderen > Menu Setup Instelling herstellen Stelt het apparaat terug op de standaardinstellingen. Zelfs als u [Instelling herstellen] activeert, blijven de opgenomen beelden behouden. 1.
Om [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] of [Naar smartph verznd], enz. te kunnen gebruiken, moet de applicatie "PlayMemories Mobile" zijn geïnstalleerd op uw smartphone. Download en installeer de applicatie "PlayMemories Mobile" vanuit de app-store voor uw smartphone. Als "PlayMemories Mobile" reeds is geïnstalleerd op uw smartphone, moet u deze updaten naar de nieuwste versie. Voor meer informatie over "PlayMemories Mobile", raadpleegt u de ondersteuningspagina (http://www.sony.net/pmm/).
[197] De Wi-Fi-functies gebruiken > Dit apparaat aansluiten op een smartphone Het apparaat aansluiten op een iPhone of iPad 1. Selecteer de modelnaam van dit apparaat (DIRECT-xxxx: xxxx) op het Wi-Fi-instelscherm van uw iPhone of iPad. 2. Voer het wachtwoord in dat wordt afgebeeld op dit apparaat. De iPhone of iPad is verbonden met het apparaat. 3. Controleer of uw iPhone of iPad werd verbonden met de "SSID" die wordt afgebeeld op dit apparaat.
4. Ga terug naar het uitgangsscherm en open "PlayMemories Mobile". [198] De Wi-Fi-functies gebruiken > Dit apparaat aansluiten op een smartphone One-touch (NFC) U kunt een gewenste applicatie in het applicatiemenu van dit apparaat oproepen door een NFC-compatibele Android-smartphone aan te raken met het apparaat. Als de applicatie die u oproept een eigenschap heeft die werkt met de smartphone, worden het apparaat en de smartphone via Wi-Fi met elkaar verbonden.
[199] De Wi-Fi-functies gebruiken > Dit apparaat bedienen met behulp van een smartphone Intellig. afstandsbedien. ingeslot. U kunt een smartphone als afstandsbediening voor dit apparaat gebruiken en stilstaande beelden opnemen. Stilstaande beelden die zijn opgenomen met de afstandsbediening worden vanaf dit apparaat naar de smartphone gezonden. Download en installeer de applicatie "PlayMemories Mobile" vanuit de app-store voor uw smartphone. 1. MENU → (Applicatie) → [Applicatielijst] → [Intellig.
opnieuw registreren. [200] De Wi-Fi-functies gebruiken > Dit apparaat bedienen met behulp van een smartphone One-touch connection met een NFC-compatibele Androidsmartphone (NFC One-touch remote) U kunt dit apparaat en een NFC-compatibele Android-smartphone verbinden met one-touch, zonder een ingewikkelde installatieprocedure te hoeven doorlopen. 1. Activeer de NFC-functie van de smartphone. 2. Zet dit apparaat in de opnamefunctie. De NFC-functie is alleen beschikbaar wanneer het scherm.
Als u geen verbinding kunt maken, gaat u als volgt te werk: Open "PlayMemories Mobile" op uw smartphone en beweeg vervolgens de smartphone langzaam naar (N-markering) op het apparaat. Als de smartphone in een hoesje zit, haalt u hem eruit. Als het apparaat in een hoesje zit, haalt u het eruit. Controleer of de NFC-functie is geactiveerd op de smartphone. Als [Vliegtuig-stand] is ingesteld op [Aan], kunt u dit apparaat en de smartphone niet met elkaar verbinden. Stel [Vliegtuig-stand] in op [Uit].
deze datum] en [Meerdere beelden]. (2) Als u [Meerdere beelden] selecteert, selecteert u de gewenste beelden met op het besturingswiel, en drukt u vervolgens op MENU → [Enter]. Op smartphone selecter.: Geeft alle beelden die op de geheugenkaart van het apparaat zijn opgenomen weer op de smartphone. Opmerking U kunt het beeldformaat dat naar de smartphone moet worden gezonden selecteren uit [Oorspronkelijk], [2M] en [VGA]. Om het beeldformaat te veranderen, raadpleegt u de volgende stappen.
2. Een enkel beeld weergeven op het apparaat. 3. Raak met de smartphone het apparaat aan. Het apparaat en de smartphone zijn verbonden en "PlayMemories Mobile" wordt automatisch geopend op de smartphone, waarna het weergegeven beeld naar de smartphone wordt gezonden. Voordat u de smartphone aanraakt, annuleert u de slaapfunctie en schermvergrendeling van de smartphone. De NFC-functie is alleen beschikbaar wanneer apparaat.
Als de beeldindex wordt weergegeven op het apparaat, kunt u geen beelden overbrengen met behulp van de NFC-functie. Als u geen verbinding kunt maken, doet u het volgende: Open "PlayMemories Mobile" op uw smartphone en beweeg vervolgens de smartphone langzaam naar (N-markering) op het apparaat. Als de smartphone in een hoesje zit, haalt u hem eruit. Als het apparaat in een hoesje zit, haalt u het eruit. Bevestig dat de NFC-functie is geactiveerd op de smartphone.
U kunt beelden bekijken op een netwerk-compatibele televisie door ze over te brengen vanaf het apparaat zonder het apparaat en de televisie te verbinden met een kabel. Voor sommige televisies kan het noodzakelijk zijn om bedieningen op de televisie uit te voeren. Raadpleeg de bij de televisie geleverde gebruiksaanwijzing voor meer informatie. 1. MENU → verbonden. (Draadloos) → [Op TV bekijken] → gewenste apparaat dat moet worden 2.
U kunt deze functie gebruiken op een televisie die DLNA-renderer ondersteunt. U kunt beelden bekijken op een Wi-Fi Direct-compatibele televisie of netwerk-compatibele televisie (inclusief kabeltelevisie). Als u de televisie en dit apparaat op elkaar aansluit en geen Wi-Fi Direct gebruikt, moet u eerst uw accesspoint registreren. Het weergeven van de beelden op de televisie kan enige tijd duren. Bewegende beelden kunnen niet via Wi-Fi op de televisie worden weergegeven.
instel.] uit. Voor informatie over de beschikbare functies en instellingen van uw accesspoint, raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van het accesspoint, of neemt u contact op met de beheerder van het accesspoint. Een verbinding komt mogelijk niet tot stand, afhankelijk van de omgevingsomstandigheden, zoals het soort bouwmateriaal van de wanden, of de aanwezigheid van een obstakel of een slecht draadloos signaal tussen het apparaat en het accesspoint.
Voor een accesspoint zonder de markering is geen wachtwoord nodig. 4. Selecteer [OK]. Hoe het toetsenbord wordt gebruikt Wanneer het handmatig invoeren van tekens is vereist, wordt een toetsenbord afgebeeld op het scherm. 1. Invoervak De tekens die u invoert worden afgebeeld. 2. Tekensoort wisselen Elke keer wanneer u op in het midden van het besturingswiel drukt, wisselt de tekensoort tussen alfabetische letters, cijfers en symbolen. 3.
instellen. WPS PIN: Beeldt de PIN-code af die u moet invoeren in het verbonden apparaat. Voorrangsverbind.: Selecteer [Aan] of [Uit]. IP-adres instelling: Selecteer [Automatisch] of [Handmatig]. IP-adres: Als u het IP-adres handmatig invoert, voert u het vaste adres in. Subnetmasker/Standaardgateway: Wanneer u [IP-adres instelling] instelt op [Handmatig], voert u het IP-adres in overeenkomstig uw netwerkomgeving. Opmerking Om het geregistreerde accesspoint voorrang te geven, stelt u [Voorrangsverbind.
[210] De Wi-Fi-functies gebruiken > De instellingen van Wi-Fi-functies veranderen SSID/WW terugst. Dit apparaat deelt de verbindingsinformatie voor [Naar smartph verznd] en [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] met een apparaat dat toestemming heeft om verbinding te maken. Als u het apparaat wilt veranderen dat toestemming heeft om verbinding te maken, stelt u de verbindingsinformatie terug. 1. MENU → (Draadloos) → [SSID/WW terugst.] → [OK].
U kunt beelden uploaden naar netwerkservices, rechtstreeks vanaf het apparaat. [213] Applicaties toevoegen aan het apparaat > PlayMemories Camera Apps Aanbevolen computeromgeving Voor meer informatie over de aanbevolen computeromgeving voor het downloaden van applicaties en toevoegen van functies aan het apparaat, gebruikt u de volgende URL: "PlayMemories Camera Apps"-website (www.sony.
2. Selecteer de gewenste applicatie en download de applicatie aan de hand van de instructies op het scherm naar het apparaat. Sluit de computer en het apparaat op elkaar aan met behulp van een micro-USB-kabel (bijgeleverd) door de instructies op het scherm te volgen.
1. MENU → (Applicatie) → Applicatielijst → gewenste applicatie die u wilt openen. Hint Applicaties sneller openen Wijs [Applic. downloaden] en [Applicatielijst] toe aan een eigen toets. U kunt met de eigen toets de applicatie alleen openen of de applicatielijst afbeelden wanneer het opnameinformatiescherm wordt afgebeeld. [218] Applicaties toevoegen aan het apparaat > De applicaties beheren Applicaties verwijderen U kunt applicaties verwijderen van dit apparaat. 1.
3. Selecteer de bestemming. [220] Applicaties toevoegen aan het apparaat > De applicaties beheren De accountinformatie van "PlayMemories Camera Apps" bevestigen De accountinformatie voor het "Sony Entertainment Network" dat is geregistreerd op het apparaat, wordt afgebeeld. 1. MENU → weergevn].
Vaste schijf (vrije schijfruimte benodigd voor installatie): Ongeveer 600 MB Weergavescherm: Minstens 1024 × 768 pixels "Image Data Converter"/"Remote Camera Control" CPU: Pentium 4 of sneller Geheugen: Minstens 1 GB aan geheugen Weergavescherm: Minstens 1024 × 768 pixels * Starter (Edition) wordt niet ondersteund. Mac Besturingssysteem (vooraf geïnstalleerd): Mac OS X v10.6 - v10.
"PlayMemories Home" Door "PlayMemories Home" te gebruiken kunt u het volgende doen: U kunt beelden die met dit apparaat zijn opgenomen importeren in uw computer. U kunt beelden die in de computer zijn geïmporteerd weergeven. U kunt uw beelden delen met behulp van "PlayMemories Online". Onder Windows kunt u tevens het volgende doen: U kunt de beelden in de computer op een kalender op opnamedatum rangschikken en weergeven.
"PlayMemories Home". Als "PlayMemories Home" reeds op de computer is geïnstalleerd, adviseren wij dat u dit apparaat één keer aansluit op uw computer. A: Naar de USB-aansluiting van de computer B: Naar de multifunctionele aansluiting Opmerking Log in als beheerder. Het kan noodzakelijk zijn om de computer opnieuw op te starten. Wanneer de bevestigingsmelding voor opnieuw opstarten wordt afgebeeld, start u de computer opnieuw op aan de hand van de aanwijzingen op het scherm.
"Image Data Converter" Door "Image Data Converter" te gebruiken kunt u het volgende doen: U kunt beelden die in het RAW-formaat zijn opgenomen bewerken met diverse correcties, zoals tintkromme en scherpte. U kunt beelden aanpassen met witbalans, belichting, [Creatieve stijl], enz. U kunt de stilstaande beelden die op een computer zijn weergegeven en bewerkt, opslaan. U kunt het stilstaande beeld opslaan in RAW-formaat of in het algemene bestandsformaat.
Mac: Finder → [Toepassingen] → [Image Data Converter] → [Image Data Converter Ver.4], en selecteer [Help] op de menubalk → [Bedieningshandleiding Image Data Converter]. Voor meer informatie over de bediening, kunt u ook de "Image Data Converter"ondersteuningspagina raadplegen (alleen in het Engels). http://www.sony.co.jp/ids-se/ [228] Weergeven op een computer > De software gebruiken "Remote Camera Control" Als "Remote Camera Control" wordt gebruikt, zijn de volgende bedieningen beschikbaar op de computer.
Windows: [start] → [Alle programma's] → [Remote Camera Control] → [Help] → [Remote Camera Control Ver.3]. In Windows 8, start [Remote Camera Control Ver.3], en selecteer [Help] op de menubalk → [Remote Camera Control help-gids]. Mac: Finder → [Toepassingen] → [Remote Camera Control] → [Remote Camera Control Ver.3] en selecteer [Help] op de menubalk → [Remote Camera Control help-gids]. [231] Weergeven op een computer > Dit apparaat aansluiten op een computer Het apparaat aansluiten op een computer 1.
functies van "PlayMemories Home", raadpleegt u de Help-functie van "PlayMemories Home". Beelden importeren in een computer zonder gebruik te maken van "PlayMemories Home" (voor Windows) Als de wizard AutoPlay wordt afgebeeld nadat een USB-verbinding tot stand is gebracht tussen het apparaat en een computer, klikt u op [Map openen en bestanden weergeven] → [OK] → [DCIM] of [MP_ROOT]. Kopieer daarna de gewenste beelden naar de computer.
2. Klik op de afgebeelde mededeling. Opmerking Op een Macintosh-computer, sleep het pictogram van de geheugenkaart of het stationspictogram naar het pictogram "Prullenbak" en laat het erin vallen. De verbinding tussen het apparaat en de computer wordt verbroken. Voor computers met Windows 7 of Windows 8 draait, wordt het verwijderingspictogram mogelijk niet afgebeeld. In dat geval kunt u de bovenstaande stappen 1 en 2 overslaan.
DVD-R/DVD+R/DVD+R DL: Niet-herschrijfbaar DVD-RW/DVD+RW: Herschrijfbaar Zorg altijd dat uw "PlayStation 3" de meest recente versie van de systeemsoftware voor "PlayStation 3" gebruikt. "PlayStation 3" is mogelijk niet verkrijgbaar in sommige landen/gebieden. [235] Weergeven op een computer > Een disc met bewegende beelden maken Selecteer de methode voor het maken van een disc U kunt een disc maken van bewegende beelden in het AVCHD-formaat die zijn opgenomen met dit apparaat.
[236] Weergeven op een computer > Een disc met bewegende beelden maken Een disc maken met een ander apparaat dan een computer U kunt ook een disc maken met behulp van een Blu-ray-recorder, enz. Afhankelijk van welk apparaat u gebruikt, verschillen de typen discs die u kunt maken. Blu-ray-recorder: High-definition (HD)-beeldkwaliteit Standard-definition (STD)-beeldkwaliteit HDD-recorder, enz.
Een Blu-ray Disc maken U kunt een Blu-ray Disc maken van bewegende beelden in het AVCHD-formaat die in een computer zijn geïmporteerd. De computer moet Blu-ray Discs kunnen maken. BD-R-discs (niet herschrijfbaar) en BD-RE-discs (wel herschrijfbaar) kunnen worden gebruikt. U kunt geen multisessie-opnamen maken. Als u Blu-ray Discs wilt kunnen maken met "PlayMemories Home", vergeet u niet de speciale invoegtoepassing te installeren. Voor meer informatie, zie de volgende URL: http://support.d-imaging.sony.co.
dit apparaat. Bewaar/gebruik het apparaat niet op de volgende plaatsen Op een buitengewone hete, koude of vochtige plaats Op plaatsen zoals een in de zon geparkeerde auto, kan de camerabehuizing door de hitte vervormen, waardoor een storing kan optreden. Opslaan onder rechtstreeks zonlicht of nabij een verwarmingsbron De camerabehuizing kan verkleuren of vervormen, waardoor een storing kan optreden.
Wij kunnen niet garanderen dat beelden die met dit apparaat zijn opgenomen, kunnen worden weergegeven op andere apparatuur, of dat beelden die met andere apparatuur zijn opgenomen of bewerkt, kunnen worden weergegeven op dit apparaat. Opmerkingen over het weergeven van bewegende beelden op andere apparaten Dit apparaat gebruikt MPEG-4 AVC/H.264 High Profile voor het opnemen in het AVCHDformaat.
Voer [Instelling herstellen] uit om alle instellingen terug te stellen. Wis alle gezichten die in dit apparaat zijn geregistreerd. [239] Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat > Voorzorgsmaatregelen Interne oplaadbare batterij Deze camera is uitgerust met een ingebouwde, oplaadbare batterij om de datum en tijd en ook andere instellingen te bewaren, ongeacht of de camera is ingeschakeld of niet, en of de accu in is opgeladen of niet.
Het wordt aanbevolen om de accu op te laden bij een omgevingstemperatuur tussen 10 °C en 30 °C. De accu zal misschien niet goed worden opgeladen bij temperaturen buiten dit bereik. Wanneer u dit apparaat verbindt met een laptop die niet is aangesloten op een stroomvoorziening, kan de lading van de accu in de laptop afnemen. Laad dit apparaat niet langdurig op met behulp van de laptop.
A: Acculading hoog B: Accu leeg Het duurt ongeveer één minuut om de juiste resterende-acculadingindicator af te beelden. De juiste resterende-acculadingindicator wordt mogelijk niet afgebeeld onder bepaalde bedrijfs- of omgevingsomstandigheden. Als u het apparaat gedurende een bepaalde tijdsduur niet bedient terwijl het is ingeschakeld, wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld (automatische uitschakelfunctie).
type accu geplaatst. Controleer of de geplaatste accu van het opgegeven type is. Als de accu van het correcte type is, haalt u de accu uit de acculader, vervangt u hem door een nieuwe of een andere accu, en controleert u of de nieuw geplaatste accu correct wordt opgeladen. Als de nieuw geplaatste accu correct wordt opgeladen, kan de eerder geplaatste accu defect zijn.
alvorens op te nemen de kaart met behulp van het apparaat te formatteren voor stabiele prestaties van de geheugenkaart. Formatteren wist alle gegevens op de geheugenkaart permanent en is onherstelbaar. Sla kostbare gegevens op een computer of dergelijk apparaat op. Als u gedurende een lange tijd herhaaldelijk beelden opneemt en wist, kunnen de gegevens in een bestand op de geheugenkaart gefragmenteerd raken, en kan het opnemen van bewegende beelden tussentijds worden onderbroken.
"Memory Stick PRO-HG Duo": *1*2 "Memory Stick XC-HG Duo": *1*2 *1 Deze "Memory Stick" is uitgerust met de MagicGate-functie. MagicGate is copyrightbeschermingstechnologie die gebruikmaakt van versleutelen. Dit apparaat kan geen gegevens opnemen/weergeven waarbij MagicGate-functies zijn vereist. *2 Hoge gegevensoverdrachtsnelheid via een parallelle interface wordt ondersteund. *3 Bij het opnemen van bewegende beelden kunnen alleen media die zijn gemarkeerd met Mark2 worden gebruikt.
De buitenkant van het apparaat reinigen Reinig de buitenkant van het apparaat met een zachte doek die licht bevochtigd is met water, en veeg vervolgens het oppervlak droog met een droge doek. Ter voorkoming van beschadiging van de afwerklaag of behuizing: Stel het apparaat niet bloot aan chemische stoffen, zoals thinner, wasbenzine, alcohol, wegwerpreinigingsdoekjes, insectenspray, zonnebrandcrème of insecticiden. Raak het apparaat niet aan als bovenstaande middelen op uw handen zit.
16GB: 1600 beelden 32GB: 3200 beelden 64GB: 6400 beelden Extra fijn 2GB: 105 beelden 4GB: 215 beelden 8GB: 435 beelden 16GB: 870 beelden 32GB: 1700 beelden 64GB: 3450 beelden RAW en JPEG 2GB: 54 beelden 4GB: 105 beelden 8GB: 215 beelden 16GB: 435 beelden 32GB: 870 beelden 64GB: 1750 beelden RAW 2GB: 74 beelden 4GB: 145 beelden 8GB: 295 beelden 16GB: 600 beelden 32GB: 1200 beelden 64GB: 2400 beelden ILCE-7R [ Beeldformaat]: [L: 36M] Als [ Beeldverhouding] is ingesteld op [3:2]* Standaard 2GB: 215 beelden 4GB
4GB: 150 beelden 8GB: 310 beelden 16GB: 630 beelden 32GB: 1250 beelden 64GB: 2500 beelden RAW en JPEG 2GB: 37 beelden 4GB: 75 beelden 8GB: 150 beelden 16GB: 300 beelden 32GB: 610 beelden 64GB: 1200 beelden RAW 2GB: 50 beelden 4GB: 99 beelden 8GB: 200 beelden 16GB: 405 beelden 32GB: 810 beelden 64GB: 1600 beelden *Als [ Beeldverhouding] is ingesteld op iets anders dan [3:2], kunt u meer stilstaande beelden opnemen dan hierboven is aangegeven. (Behalve wanneer [ Kwaliteit] is ingesteld op [RAW].
(h (uur), m (minuten)) 60i 24M(FX) 50i 24M(FX) 2GB: 10 m 4GB: 20 m 8GB: 40 m 16GB: 1 h 30 m 32GB: 3 h 64GB: 6 h 60i 17M(FH) 50i 17M(FH) 2GB: 10 m 4GB: 30 m 8GB: 1 h 16GB: 2 h 32GB: 4 h 5 m 64GB: 8 h 15 m 60p 28M(PS) 50p 28M(PS) 2GB: 9 m 4GB: 15 m 8GB: 35 m 16GB: 1 h 15 m 32GB: 2 h 30 m 64GB: 5 h 5 m 24p 24M(FX) 25p 24M(FX) 2GB: 10 m 4GB: 20 m 8GB: 40 m 16GB: 1 h 30 m 32GB: 3 h 64GB: 6 h 24p 17M(FH) 25p 17M(FH) 2GB: 10 m 4GB: 30 m 8GB: 1 h 16GB: 2 h 32GB: 4 h 64GB: 8 h 1440×1080 12M
2GB: 20 m 4GB: 40 m 8GB: 1 h 20 m 16GB: 2 h 45 m 32GB: 5 h 30 m 64GB: 11 h VGA 3M 2GB: 1 h 10 m 4GB: 2 h 25 m 8GB: 4 h 55 m 16GB: 10 h 32GB: 20 h 64GB: 40 h Ononderbroken opnemen is mogelijk gedurende ongeveer 29 minuten voor elke opname (beperkt door de productspecificaties). Voor bewegende beelden in het formaat [MP4 12M] is ononderbroken opnemen mogelijk gedurende ongeveer 20 minuten (beperkt door een maximale bestandsgrootte van 2 GB).
het buitenland gebruiken Over tv-kleursystemen Om bewegende beelden die met dit apparaat zijn opgenomen te bekijken op een televisie, moeten het apparaat en de televisie hetzelfde kleursysteem gebruiken. Controleer het kleursysteem van de televisie in het land of gebied waarin u het apparaat gebruikt. NTSC-systeem: Bahama's, Bolivia, Canada, Chili, Colombia, Ecuador, Filippijnen, Jamaica, Japan, Korea, Mexico, Midden-Amerika, Peru, Suriname, Taiwan, Venezuela, Verenigde Staten, enzovoort.
de lenzen die geschikt zijn. U kunt het AF-hulplicht niet gebruiken wanneer een lens met montagestuk A is bevestigd. Het bedieningsgeluid van de lens en het apparaat kan worden opgenomen tijdens het opnemen van bewegende beelden. U kunt het geluid uitschakelen door MENU → [Camera- instellingen] → [Geluid opnemen] → [Uit] te selecteren. Het kan lang duren voordat het apparaat scherpstelt of het scherpstellen kan moeilijk verlopen, afhankelijk van de lens die wordt gebruikt of het onderwerp.
[250] Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat > Overige informatie LA-EA2 Montage-adapter Als u de montage-adapter LA-EA2 (los verkrijgbaar) gebruikt, zijn de volgende functies beschikbaar. Volformaatopname: Niet beschikbaar. Aut. scherpst.: Beschikbaar AF-systeem: Fasedetectie-AF AF/MF-selectie: SAM-lens: Kan worden veranderd met behulp van de bedieningsschakelaar op de lens. SSM-lens: Kan worden veranderd met behulp van de bedieningsschakelaar op de lens.
beschikbaar. Volformaatopname: Alleen beschikbaar met lenzen die compatibel zijn met volformaatopname Aut. scherpst.: Alleen beschikbaar met de SAM/SSM-lens* AF-systeem: Contrast AF AF/MF-selectie: Kan worden veranderd met behulp van de bedieningsschakelaar op de lens. Scherpstelfunctie: Enkelvoudige AF *Wanneer een lens met montagestuk A is bevestigd, zal de snelheid van de automatische scherpstelling lager zijn dan wanneer een lens met montagestuk E is bevestigd.
op de lens in de stand AF staat, kunt u MENU gebruiken om de scherpstellingsmethode te veranderen. Andere lenzen: Kan worden veranderd met MENU. Scherpstelfunctie: De volgende functies zijn beschikbaar ( Enkelvoudige AF/Continue AF) Beschikbaar scherpstelgebied Breed: Het apparaat selecteert automatisch een scherpstelgebied uit 15 gebieden. Midden: Het apparaat gebruikt uitsluitend het scherpstelgebied dat zich in het middengebied bevindt.
Het accudeksel bevestigen Steek de as van het accudeksel in de opening voor de as van het accudeksel, en schuif de vergrendelings-/ontgrendelingsknop omlaag om het accudeksel te vergrendelen. Opmerking Wanneer de verticale handgreep is bevestigd, kunt u de volgende bedieningen niet uitvoeren: De accu opladen (Als u de accu wilt opladen, plaatst u deze in de camera en niet in de verticale handgreep.
gedeelten te lezen. De licenties (in het Engels) zijn opgenomen in het interne geheugen van uw apparaat. Breng een massaopslagverbinding tot stand tussen het apparaat en een computer om de licenties in de map "PMHOME" - "LICENSE" te lezen.
( , , "Memory Stick", , "Memory Stick PRO", , "Memory Stick Duo", , "Memory Stick PRO Duo", , "Memory Stick PRO-HG Duo", , "Memory Stick XC-HG Duo", , "Memory Stick Micro", , "MagicGate", "PhotoTV HD", "InfoLITHIUM", "PlayMemories Online", het "PlayMemories Online"-logo, "PlayMemories Home", het "PlayMemories Home"-logo, "PlayMemories Mobile", het "PlayMemories Mobile"-logo) "Blu-ray Disc™" en "Blu-ray™" zijn handelsmerken van de Blu-ray Disc Association.
[257] In geval van problemen > In geval van problemen Problemen oplossen Als u problemen ondervindt met het apparaat, probeer dan de volgende oplossingen. 1. Controleer de onderdelen onder "Problemen oplossen" en controleer daarna het apparaat. 2. Haal de accu eruit, wacht ongeveer één minuut, plaats de accu weer terug, en schakel vervolgens het toestel in. 3. Stel de instellingen terug op de standaardinstellingen. 4. Neem contact op met uw dealer of plaatselijk, erkend servicecentrum.
[260] Problemen oplossen > Accu en voeding Het apparaat schakelt plotseling uit. Afhankelijk van de apparaat- en accutemperatuur kan de voeding automatisch worden uitgeschakeld om het apparaat te beschermen. In dat geval wordt een mededeling op het scherm van het apparaat afgebeeld voordat het apparaat wordt uitgeschakeld. Als u het apparaat gedurende een bepaalde tijdsduur niet gebruikt, wordt het automatisch uitgeschakeld om te voorkomen dat de accu leegloopt. Schakel het apparaat weer in.
Dit verschijnsel doet zich voor wanneer u de accu oplaadt in een extreem warme of koude omgeving. De optimale temperatuur voor het opladen van de accu ligt tussen 10 °C en 30 °C. [264] Problemen oplossen > Accu en voeding De accu wordt niet opgeladen. Als de accu niet wordt opgeladen (het oplaadlampje brandt niet) ondanks dat u de juiste oplaadprocedure hebt gevolgd, verwijdert u de accu en plaatst u dezelfde accu weer stevig terug, of koppelt u de USB-kabel los en sluit u deze weer aan.
[267] Problemen oplossen > Stilstaande/bewegende beelden opnemen Het beeld is onscherp. Het onderwerp bevindt zich te dichtbij. Controleer de minimale afstand waarop de lens kan scherpstellen. Er is onvoldoende omgevingslicht. Het onderwerp dat u opneemt is niet geschikt voor automatisch scherpstellen. Neem op in de functie [Flexibel punt] of in de handmatige-scherpstelfunctie. [268] Problemen oplossen > Stilstaande/bewegende beelden opnemen De opnamedatum en -tijd worden niet afgebeeld op het scherm.
Het onderwerp is te helder of te donker om op te nemen met de huidige instellingen voor de diafragmawaarde en/of sluitertijd. Kies andere instellingen. [271] Problemen oplossen > Stilstaande/bewegende beelden opnemen De kleuren van het beeld zijn niet juist. Stel de [Witbalans] af. [Foto-effect] is ingesteld. Stel [Foto-effect] in op [Uit]. Om de instellingen terug te stellen op de standaardinstellingen, voert u [Instelling herstellen] uit.
[274] Problemen oplossen > Stilstaande/bewegende beelden opnemen Punten verschijnen en blijven op het scherm. Dit is geen storing. Deze punten worden niet opgenomen. [275] Problemen oplossen > Stilstaande/bewegende beelden opnemen U kunt niet continu beelden opnemen. De geheugenkaart is vol. Wis overbodige beelden. De accu is bijna leeg. Plaats een opgeladen accu. [276] Problemen oplossen > Stilstaande/bewegende beelden opnemen Het beeld is niet helder in de zoeker.
beelden opnemen De hoeken van het beeld zijn te donker. Als een filter of lenskap wordt gebruikt, neem deze dan van de lens en maak de opname opnieuw. Door de dikte van het filter en een onjuiste bevestiging van de lenskap kan het filter of de lenskap gedeeltelijk zichtbaar zijn in het beeld. De optische eigenschappen van bepaalde lenzen kunnen ertoe leiden dat de rand van het beeld te donker lijkt (onvoldoende licht). U kunt dit verschijnsel corrigeren met [Schaduwcompensat.].
Het lukt niet beelden weer te geven. Zorg ervoor dat de geheugenkaart helemaal in de gleuf van het apparaat is geduwd. De map-/bestandsnaam is veranderd op de computer. Wanneer een beeldbestand is verwerkt door een computer of wanneer het beeldbestand is opgenomen op een ander model dan dit apparaat, is niet gegarandeerd dat het beeldbestand op dit apparaat kan worden weergegeven. Het apparaat staat in de USB-functie. Het apparaat loskoppelen van de computer.
U kunt geen DPOF-afdrukmarkering toevoegen aan een RAW-beeld. [286] Problemen oplossen > Wi-Fi U kunt het draadloze accesspoint waarmee moet worden verbonden niet vinden. Mogelijk wordt het draadloze accesspoint niet op het apparaat afgebeeld als gevolg van de signaalomstandigheden. Plaats het apparaat dichter bij het draadloze accesspoint. Mogelijk wordt het draadloze accesspoint niet op het apparaat afgebeeld vanwege de instellingen van het accesspoint.
U kunt geen bewegende beelden in het AVCHD-formaat zenden naar een smartphone. Stel [ Bestandsindeling] in op [MP4] om bewegende beelden op te nemen. [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] of [Naar smartph verznd] wordt voortijdig geannuleerd. Wanneer de resterende acculading laag is, kan [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] of [Naar smartph verznd] voortijdig worden geannuleerd. Laad de accu op en probeer het opnieuw. Het opnamescherm voor [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.
[293] Problemen oplossen > Computers De computer herkent dit apparaat niet. Stel [USB-verbinding] in op [Massaopslag]. Gebruik de micro-USB-kabel (bijgeleverd) om de apparaten met elkaar te verbinden. Koppel de USB-kabel los en sluit deze daarna weer stevig aan. Koppel alle apparatuur behalve dit apparaat, het toetsenbord en de muis los van de USBaansluitingen van uw computer. Sluit het apparaat rechtstreeks aan op de computer en niet via een USB-hub of ander apparaat.
naar een geheugenkaart die in dit apparaat is geplaatst, en ze weer te geven op dit apparaat. [297] Problemen oplossen > Geheugenkaarten De geheugenkaart is per ongeluk geformatteerd. Alle gegevens op de geheugenkaart zijn door het formatteren gewist. U kunt de gegevens niet herstellen. [298] Problemen oplossen > Afdrukken U kunt geen beelden afdrukken. RAW-beelden kunnen niet worden afgedrukt. Om RAW-beelden af te drukken, zet u ze eerst om in JPEG-beelden met behulp van "Image Data Converter".
bijsnijden en afdrukken zonder randen. Vraag de fabrikant van de printer of de printer deze functies heeft of niet. Als u de beelden afdrukt in een winkel, vraagt u aan het winkelpersoneel of ze de beelden kunnen afdrukken zonder dat de randen worden afgesneden. [301] Problemen oplossen > Afdrukken U kunt geen beelden met de datum erop afdrukken. Als u beelden wilt afdrukken met de datum erop, gebruikt u [Afdrukinstelling] onder [Printen opgeven].
Het klok-instelscherm wordt afgebeeld nadat het apparaat is ingeschakeld. Stel de datum en tijd opnieuw in. De ingebouwde, oplaadbare reservebatterij is leeg. Plaats een opgeladen accu en laat het toestel gedurende 24 uur of langer uitgeschakeld liggen. [305] Problemen oplossen > Overige Het aantal op te nemen beelden neemt niet af of neemt met twee beelden tegelijk af.
[308] Mededelingen > Mededelingen Waarschuwingsberichten Gebied/datum/tijd instellen Stel het gebied, de datum en de tijd in. Laad de ingebouwde, oplaadbare reservebatterij op als u het apparaat gedurende een lange tijd niet hebt gebruikt. Geheugenkaart onbruikbaar. Formatteren? De geheugenkaart is geformatteerd op een computer en de bestandsindeling is gewijzigd. Selecteer [Enter], en formatteer daarna de geheugenkaart.
Als u het apparaat op een sterrentelescoop of iets dergelijks bevestigt, stelt u [Opn. zonder lens] in op [Inschakelen]. De functie SteadyShot werkt niet. U kunt doorgaan met opnamen maken, maar de functie SteadyShot zal niet werken. Schakel het apparaat uit en weer in. Als dit pictogram niet uit gaat, neemt u contact op met uw Sony-dealer of de plaatselijke, erkende technische dienst van Sony. De elektrisch inschuifbare zoomlens is ingeschoven.
Beelden die met een ander apparaat zijn opgenomen, kunnen mogelijk niet worden vergroot of geroteerd. [309] Situaties die voor dit apparaat moeilijkheden opleveren > Situaties die voor dit apparaat moeilijkheden opleveren Situaties die voor dit apparaat moeilijkheden opleveren Het apparaat kan onder bepaalde omstandigheden sommige functies niet ten volle benutten. Bij opnemen onder de volgende omstandigheden, stelt u het beeld opnieuw samen of verandert u de opnamefunctie en neemt u het beeld opnieuw op.
Panorama d. beweg. Superieur automat. Scènes die continu veranderen, zoals een waterval Panorama d. beweg. Superieur automat.