Help-gids: Digitale camera met verwisselbare lens ILCE-6000 Hoe te gebruiken Vóór gebruik Namen van de onderdelen Plaats van de onderdelen [1] Onderdelen herkennen Lens E PZ 16–50 mm F3.5–5.6 OSS (geleverd bij ILCE-6000L/ILCE6000Y) [2] Onderdelen herkennen Lens E 55-210 mm F4.5-6.
Over de [Helpfunct. in camera] [9] Over het opnameadvies [10] De bedieningsmethode controleren De bedieningsmethode controleren Het besturingswiel gebruiken [11] MENU-onderdelen gebruiken [12] De Fn (Functie)-knop gebruiken [13] "Quick Navi" gebruiken [14] Opnemen Stilstaande/bewegende beelden opnemen Stilstaande beelden opnemen [15] Bewegende beelden opnemen [16] Een opnamefunctie selecteren Lijst met standen van de functiekeuzeknop [17] Slim automatisch [18] Superieur automat.
Film [30] De opnamefuncties gebruiken De zoom gebruiken Zoom [31] De zoomfuncties die beschikbaar zijn op het apparaat [32] Zoom-instelling [33] Over de zoomvergroting [34] De flitser gebruiken De flitser gebruiken Flitsfunctie [36] Flitscompensatie [37] Een schermweergavefunctie selecteren De schermweergave veranderen (Opnemen) [38] DISP-knop (Zoeker) [39] DISP-knop (Scherm) [40] Het formaat/de kwaliteit van stilstaande beelden selecteren Beeldformaat (stilstaand beeld) [41] Beeldverhouding (stilstaand
Scherpstelvergrendeling [49] H. scherpst. [50] Directe handmatige scherpstelling (DMF) [51] MF Assist (stilstaand beeld) [52] Scherpst. vergroten [53] Schrpstelvergrot.tijd [54] Reliëfniveau [55] Reliëfkleur [56] AF-vergrendeling [57] gebruiken AF-vergrendeling [58] Pre-AF (stilstaand beeld) [59] Eye-Start AF (stilstaand beeld) [60] AF/MF-regeling [61] AF-hulplicht (stilstaand beeld) [62] AF-microafst. [63] Cont. AF-geb.
Draaikn./Wiel Ev-co. [79] Een transportfunctie selecteren (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Transportfunctie [80] Continue opname [81] Zelfontspanner [82] Zelfontsp.(Cont.) [83] Bracket continu [84] Bracket enkel [85] Witbalansbracket [86] Bracket DRO [87] Bracketvolgorde [88] De ISO-gevoeligheid selecteren ISO [89] NR Multi Frame [90] De helderheid of het contrast corrigeren D.-bereikopt.
Opname-instell. (bewegende beelden) [98] Geluid opnemen [99] Windruis reductie [100] Aut. lang. sluit.tijd (bewegende beelden) [101] Knop MOVIE [102] De opnamefuncties aanpassen voor handig gebruik Geheugen [103] Instell. functiemenu [104] Eigen toetsinstelling. [105] Werking van de AEL-knop [106] Werking van de customknop [107] Werking van de middenknop [108] Werking van de linkerknop [109] Werking van de rechterknop [110] Werking van de omlaagknop [111] Draaiknop/Wiel inst.
Autom.weergave [126] LiveView-weergave [127] FINDER/MONITOR [128] Opn. zonder lens [129] e-sluitergordijn voor [130] Sup. aut. Bld extract. [131] Schaduwcompensat. [132] Chro. afw.compens. [133] Vervorm.compensat. [134] Draaikn./Wiel vergr. [135] Diafragmavoorbeeld [136] Voorb. opn.result.
Afdrukken Printen opgeven [146] De weergavefuncties gebruiken Weergavefunctie [147] Weergave-rotatie [148] Diavoorstelling [149] Roteren [150] Beveiligen [151] WG 4K-stilst. beeld [152] Beelden bekijken op een televisie Beelden bekijken op een HD-televisie [153] Beelden bekijken op een "BRAVIA" Sync-compatibele televisie [154] Instellingen veranderen Menu Setup Monitor-helderheid [155] Helderheid zoeker [156] Kleurtemp. zoeker [157] Volume-instellingen [158] Audiosignalen [159] Inst.
Afstandsbediening [168] HDMI-resolutie [169] CTRL.VOOR HDMI [170] HDMI-inform.weerg. [171] USB-verbinding [172] USB LUN-instelling [173] Taal [174] Datum/tijd instellen [175] Tijdzone instellen [176] Formatteren [177] Bestandsnummer [178] OPN.-map kiezen [179] Nieuwe map [180] Mapnaam [181] Beeld-DB herstellen [182] Media-info weergev.
Beelden kopiëren naar een smartphone Naar smartph verznd [193] Beelden zenden naar een Android-smartphone (NFC One-touch sharing) [194] Beelden kopiëren naar een computer Naar computer verz. [195] Beelden kopiëren naar een televisie Op TV bekijken [196] De instellingen van Wi-Fi-functies veranderen Vliegtuig-stand [197] WPS-Push [198] Toegangspunt instel. [199] Naam Appar. Bew. [200] MAC-adres weergvn [201] SSID/WW terugst. [202] Netw.instell. terugst.
De applicaties openen De gedownloade applicatie openen [209] De applicaties beheren Applicaties verwijderen [210] De volgorde van de applicaties veranderen [211] De accountinformatie van PlayMemories Camera Apps bevestigen [212] Weergeven op een computer Aanbevolen computeromgeving Aanbevolen computeromgeving [213] De software gebruiken PlayMemories Home [214] PlayMemories Home installeren [215] Softwareprogramma's voor Mac-computers [216] "Image Data Converter" [217] "Image Data Converter" installeren [
Selecteer de methode voor het maken van een disc [227] Een disc maken met een ander apparaat dan een computer [228] Een Blu-ray Disc maken [229] Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat Voorzorgsmaatregelen Voorzorgsmaatregelen [230] Interne oplaadbare batterij [231] Opmerkingen over de accu [232] De accu opladen [233] Geheugenkaart [234] Dit apparaat reinigen Reiniging [235] Aantal opneembare stilstaande beelden en opnameduur van bewegende beelden Aantal stilstaande beelden [236] Resterende opnameduur van bewe
AVCHD-formaat [245] Licentie [246] Handelsmerken Handelsmerken [247] Probleemoplossing In geval van problemen In geval van problemen Problemen oplossen [248] Problemen oplossen Accu en voeding U kunt de accu niet in het apparaat plaatsen. [249] U kunt het apparaat niet inschakelen. [250] Het apparaat schakelt plotseling uit. [251] De resterende-acculadingindicator geeft een verkeerd niveau aan. [252] Het oplaadlampje van het apparaat knippert tijdens het opladen van de accu.
De zoomfunctie werkt niet. [260] De flitser werkt niet. [261] Wazige ronde witte vlekken zijn te zien op beelden die met de flitser zijn gemaakt. [262] De opnamedatum en -tijd worden niet afgebeeld op het scherm. [263] De datum en tijd worden onjuist opgenomen. [264] De diafragmawaarde en/of de sluitertijd en/of het pictogram voor de lichtmeting knipperen. De kleuren van het beeld zijn niet juist. [266] In het beeld verschijnt ruis wanneer u op een donkere plaats naar het scherm kijkt.
[Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] of [Naar smartph verznd] wordt voortijdig geannuleerd. Het opnamescherm voor [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] wordt niet soepel afgebeeld./De verbinding tussen het apparaat en de smartphone is verbroken. U kunt One-touch connection (NFC) niet gebruiken. [289] Computers De computer herkent dit apparaat niet. [290] U kunt geen beelden importeren. [291] Het beeld en het geluid worden onderbroken door ruis wanneer u een film op een computer bekijkt.
Waarschuwingsberichten [305] Situaties die voor dit apparaat moeilijkheden opleveren Situaties die voor dit apparaat moeilijkheden opleveren Situaties die voor dit apparaat moeilijkheden opleveren [306] [1] Hoe te gebruiken Vóór gebruik Namen van de onderdelen Plaats van de onderdelen Wanneer de lens is verwijderd 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
8. 9. 10. 11. Lens Vatting Beeldsensor** Contactpunten van de lens** *Bedek dit deel niet tijdens het opnemen van bewegende beelden. ** Raak dit onderdeel niet rechtstreeks aan. 1. 2. 3. 4. 5. Multi-interfaceschoen* Positiemarkering beeldsensor Bevestigingsoog voor de schouderriem Wi-Fi-sensor (ingebouwd) Flitser Druk op de (flitser omhoog-)knop om de flitser te gebruiken. De flitser komt niet automatisch omhoog. Wanneer de flitser niet wordt gebruikt, duwt u hem terug in de camerabody. 6. 7. 8. 9.
1. Oogsensor 2. Zoeker 3. Oogkap voor oculair Niet bevestigd aan de camera in de fabriek. Wij adviseren u de oogkap voor oculair te bevestigen wanneer u van plan bent om de zoeker te gebruiken. De oogkap voor oculair bevestigen/verwijderen Plaats de onderkant van de oogkap voor oculair op de zoeker en bevestig hem door de bovenkant van de oogkap voor oculair erop te duwen. Om de oogkap voor oculair te verwijderen, pakt u hem aan de linker- en rechterkant vast en trekt u omhoog.
U kunt de hoek van het scherm mogelijk niet afstellen afhankelijk van het type statief dat u gebruikt. Draai in dat geval de schroef van het statief tijdelijk los om de hoek van het scherm af te stellen. 5. Diopter-instelwiel Stel het diopter af op uw gezichtsvermogen door het diopter-instelwiel te draaien totdat het scherm in de zoeker scherp te zien is. Als het moeilijk is om het diopter-instelwiel te draaien, verwijdert u de oogkap voor oculair en draait u het instelwiel. 6. (flitser omhoog-)knop 7.
1. (N-markering) Raak de markering aan wanneer u de camera verbindt met een smartphone die is uitgerust met de NFC-functie. NFC (Near Field Communication) is een internationale norm voor draadloze communicatie over een korte afstand. 2. Afdekking van verbindingsplaat Gebruik deze wanneer u de netspanningsadapter AC-PW20 (los verkrijgbaar) gebruikt. Steek de verbindingsplaat in het accuvak en geleid het snoer daarna door de opening in het afdekking van verbindingsplaat, zoals hieronder is afgebeeld.
Onderdelen herkennen Lens E PZ 16–50 mm F3.5–5.6 OSS (geleverd bij ILCE-6000L/ILCE-6000Y) 1. 2. 3. 4. * Zoom-/scherpstelring Zoomhendel Vattingmarkering Contactpunten van de lens* Raak dit onderdeel niet rechtstreeks aan. [3] Hoe te gebruiken Vóór gebruik Namen van de onderdelen Onderdelen herkennen Lens E 55-210 mm F4.5-6.3 OSS (geleverd bij ILCE-6000Y) 1. Scherpstelring 2.
3. 4. 5. 6. * Schaal voor brandpuntsafstand Markeringen voor brandpuntsafstand Contactpunten van de lens* Vattingmarkering Raak dit onderdeel niet rechtstreeks aan. [4] Hoe te gebruiken Vóór gebruik Pictogrammen en indicators Lijst van pictogrammen op het scherm Lijst met pictogrammen van de opnamefunctie Lijst met pictogrammen van de weergavefunctie 1.
Pictogram van scèneherkenning Scènekeuze 100 Resterend aantal Beeldverhouding van stilstaande beelden 24M / 20M / 12M / 10M / 6.0M / 5.
Vliegtuig-stand Geen audio-opname van bewegende beelden Windgeluidonderdrukking Waarschuwing voor oververhitting Databasebestand vol/Databasebestandsfout Instelling effect uit Slimme-zoomfunctie Helder Beeld Zoom Digitale-zoomfunctie Spot-lichtmeetveld Weergavefunctie 100-0003 Map - bestandsnummer Opnameformaat van bewegende beelden Beveiligen DPOF DPOF ingesteld 2.
Flitserfunctie/Rode-ogeneffectvermindering ±0.0 Flitscompensatie Scherpstellingsfunctie 7500K A5 G5 Witbalans Scherpstelgebied D.-bereikopt./Auto HDR Lach-/Gezichtsherk. ±3 ±3 ±3 Creatieve stijl AF-vergrendeling Foto-effect Gevoeligheidsindicator lachdetectie 3.
Scherpstellen 1/250 Sluitertijd F3.5 Diafragmawaarde ±0.0 Gemeten-handmatig ±0.
Het bereikzoekerframe verandert als volgt, afhankelijk van de opnamefunctie. Bij gebruik van de functie contrast AF of scherpstellingsvlak-fasedetectie AF Bij gebruik van de functie scherpstellingsvlak-fasedetectie AF Wanneer [Scherpstelgebied] is ingesteld op [Breed] of [Zone], en als u richt op een bewegend onderwerp, kan het bereikzoekerframe worden afgebeeld zoals hierboven aangegeven. Wanneer automatisch wordt scherpgesteld op basis van het hele bereik van de monitor.
Als u een andere zoomfunctie gebruikt dan de optische zoom, is de instelling [Scherpstelgebied] uitgeschakeld en wordt het kader rond het scherpstelgebied afgebeeld met een stippellijn. De AF werkt met voorrang in en om het centrale gebied. [6] Hoe te gebruiken Vóór gebruik De riem gebruiken De schouderriem gebruiken Bevestig de schouderriem om te voorkomen dat het apparaat valt en beschadigd raakt. 1. Bevestig beide uiteinden van de riem.
[8] Hoe te gebruiken Vóór gebruik De zoeker instellen De zoeker afstellen (diopterinstelling) Stel het diopter af op uw gezichtsvermogen door het diopter-instelwiel te draaien totdat het scherm in de zoeker scherp te zien is. Als het moeilijk is om het diopter-instelwiel te draaien, verwijdert u de oogkap voor oculair en draait u het instelwiel. 1. Draai het diopter-instelwiel. [9] Hoe te gebruiken Vóór gebruik Helpfunctie in camera Over de [Helpfunct. in camera] De [Helpfunct.
afgebeeld. Als u op in het midden van het besturingswiel drukt nadat u een item hebt geselecteerd dat grijs wordt afgebeeld, wordt de reden afgebeeld waarom het item niet kan worden ingesteld. [10] Hoe te gebruiken Vóór gebruik Helpfunctie in camera Over het opnameadvies Geeft het opnameadvies weer overeenkomstig de geselecteerde opnamefunctie. 1. Druk op de C2 (Custom 2)-knop terwijl het opnamescherm wordt weergegeven. 2.
U kunt onderdelen selecteren en instellen door het besturingswiel te draaien of op de boven/onder-/rechter-/linkerkant van het besturingswiel te drukken. Uw selectie wordt vastgelegd wanneer u op in het midden van het besturingswiel drukt. De functies DISP (weergave-instelling), (Belicht.comp./Creatief met foto's/Beeldindex), / (Transportfunctie), [ISO] zijn toegewezen aan de boven-/onder/linker-/rechterkant van het besturingswiel. Bovendien is [Standaard] toegewezen aan in het midden.
in het midden van het besturingswiel. De weergave kan van stap 1 rechtstreeks veranderen naar stap 3 afhankelijk van de instelling van [Tegelmenu]. 3. Selecteer het gewenste instelitem door op de boven-/onder-/rechter-/linkerkant van het besturingswiel te drukken of door het besturingswiel te draaien en daarna op in het midden van het besturingswiel. Selecteer een pictogram bovenaan het scherm en druk op de rechter-/linkerkant van het besturingswiel om naar een ander MENU-onderdeel te gaan. 4.
2. Selecteer een functie die moet worden geregistreerd door op de boven-/onder-/rechter/linkerkant van het besturingswiel te drukken. 3. Maak de gewenste instelling door het besturingswiel te draaien. Sommige functies kunnen worden fijngeregeld met behulp van de besturingsknop. Instellingen maken op het specifieke scherm. Selecteer de gewenste functie in stap 2 en druk daarna op in het midden van het besturingswiel. Het specifieke scherm voor de functie wordt afgebeeld.
[14] Hoe te gebruiken controleren De bedieningsmethode controleren De bedieningsmethode "Quick Navi" gebruiken Als de zoeker wordt gebruikt, kunt u de instellingen rechtstreeks veranderen met behulp van het Quick Navi-scherm. 1. Druk herhaaldelijk op de DISP (weergave-instelling)-knop op het besturingswiel tot het scherm is ingesteld op [Voor zoeker]. 2. Druk op de Fn (functie)-knop om over te schakelen naar het Quick Navi-scherm. 3.
[15] Hoe te gebruiken Opnemen Stilstaande/bewegende beelden opnemen Stilstaande beelden opnemen Neemt stilstaande beelden op. 1. Stel de opnamefunctie in op (Slim automatisch). 2. Stel de hoek van de monitor in en houd de camera vast. Of kijk door de zoeker en houd camera vast. 3. Druk de ontspanknop tot halverwege in om scherp te stellen. Als het beeld scherpgesteld is, klinkt een pieptoon en wordt de indicator ( afgebeeld. 4. Druk de ontspanknop helemaal in.
Scherpstellingsindicator brandt: Het beeld is scherpgesteld. knippert: Het scherpstellen is mislukt. brandt: Het beeld is scherpgesteld. De scherpgestelde positie verandert overeenkomstig de beweging van het onderwerp. brandt: De scherpstelling wordt uitgevoerd. Hint Als het apparaat niet automatisch kan scherpstellen, knippert de scherpstellingsindicator en klinkt geen pieptoon. Maak opnieuw een compositie van de opname of kies een andere instelling voor het scherpstellen.
Om de sluitertijd en de diafragmawaarde te veranderen naar de gewenste instellingen, zet u de opnamefunctie in de stand (Film). 2. Druk nogmaals op de MOVIE-knop als u het opnemen wilt stoppen. Opmerking Wanneer een functie, zoals de zoomfunctie, wordt gebruikt tijdens het opnemen van bewegende beelden, wordt het geluid van de apparaatbediening ook opgenomen. Het geluid van de werking van de MOVIE-knop kan ook worden opgenomen wanneer u op de MOVIEknop drukt om het opnemen te stoppen.
diafragmawaarde (F-getal)). U kunt ook de diverse instellingen kiezen op het menu. A (Diafragmavoorkeuze): Hiermee kunt u het diafragma instellen en opnemen wanneer u de achtergrond wazig wil maken, enz. S (Sluitertijdvoorkeuze): Hiermee kunt u snelbewegende onderwerpen, enz., opnemen door de sluitertijd handmatig in te stellen. M (Handm. belichting): Hiermee kunt u stilstaande beelden opnemen met de gewenste belichting door de sluitertijd en de diafragmawaarde in te stellen. MR (Geheug.nr. oproep.
3. Stel scherp en fotografeer het onderwerp. Opmerking Het apparaat zal de scène niet herkennen wanneer u beelden opneemt met een andere zoomfunctie dan de optische-zoomfunctie. Het apparaat herkent deze scènes mogelijk niet goed onder bepaalde opnameomstandigheden. [19] Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren Superieur automat. Het apparaat herkent en evalueert automatisch de opnameomstandigheden en de toepasselijke instellingen worden automatisch gemaakt.
opnameproces langer dan normaal. Het apparaat zal de scène niet herkennen wanneer u een andere zoomfunctie gebruikt dan de optische-zoomfunctie. Het apparaat herkent een scène mogelijk niet goed onder bepaalde opnameomstandigheden. Als [ Kwaliteit] is ingesteld op [RAW] of [RAW en JPEG], kan het apparaat geen samengesteld beeld maken. [20] Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren Over scèneherkenning Scèneherkenning werkt in de functies [Slim automatisch] en [Superieur automat.].
de witbalans, ISO, enz. (Slim automatisch): Selecteer deze functie als u wilt dat de camera de scène automatisch herkent. (Superieur automat.): Selecteer deze functie om scènes op te nemen onder moeilijke opnameomstandigheden, zoals bij donkere scènes of een onderwerp met tegenlicht. Selecteer deze functie om beelden van een hogere kwaliteit op te nemen dan mogelijk is in de functie (Slim automatisch). P (Autom.
Afhankelijk van de helderheid van de omgeving, is het mogelijk dat de programmaverschuiving niet kan worden gebruikt. Stel de opnamefunctie in op een andere stand dan "P" of schakel het apparaat uit om de gemaakte instelling te annuleren. Wanneer de helderheid verandert, veranderen tevens de diafragmawaarde (het F-getal) en de sluitertijd terwijl de verschuivingswaarde hetzelfde blijft. [23] Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren Panorama d. beweg.
monitor. (B) Overzichtsbalk Opmerking Als de volledige hoek van de panoramaopname niet binnen de vaste tijdsduur wordt gepand, wordt een grijs gebied toegevoegd aan het samengestelde beeld. Als dit gebeurt, beweegt u het apparaat sneller om het volledige panoramabeeld op te nemen. Als [Breed] is geselecteerd voor [Panorama: formaat], wordt mogelijk niet de volledige hoek van het panoramabeeld binnen de gegeven tijdsduur gepand.
[24] Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren Scènekeuze Biedt u de mogelijkheid opnamen te maken met vooraf ingestelde instellingen die afhankelijk zijn van de scène. 1. Zet de functiekeuzeknop in de stand SCN (Scènekeuze). 2. MENU → (Camera- instellingen) → [Scènekeuze] → gewenste functie. Als [Modusdraaiknopsch.] is ingesteld op [Aan], kunt u de gewenste instellingen selecteren nadat u de stand van de functiekeuzeknop hebt veranderd.
Neemt het hele landschap scherp op met levendige kleuren. Zonsondergang: Maakt een prachtige opname van het rood van de zonsondergang. Nachtscène: Neemt nachtscènes op zonder dat de donkere sfeer verloren gaat. Schemeropn. hand: Neemt nachtscènes op met minder ruis en onscherpte zonder dat u een statief gebruikt. Een reeks opnamen wordt gemaakt en beeldbewerking wordt toegepast om de onderwerpbeweging, camerabeweging en ruis te verminderen. Nachtportret: Neemt nachtscèneportretten op met de flitser.
te creëren, waarbij de onderwerpbeweging en ruis worden verminderd. Opmerking In de functies [Nachtscène] en [Nachtportret] is de sluitertijd langer, waardoor het wordt aanbevolen om een statief te gebruiken om te voorkomen dat het beeld wazig wordt. In de functie [Schemeropn. hand] of [Antibewegingswaas] klikt de sluiter 4 keer, waarna het beeld wordt opgeslagen. Als u [Schemeropn. hand] of [Antibewegingswaas] selecteert met [RAW] of [RAW en JPEG], wordt de beeldkwaliteit tijdelijk ingesteld op [Fijn].
2. Selecteer de gewenste instelling door de besturingsknop te draaien. 3. Stel scherp en fotografeer het onderwerp. Het diafragma wordt automatisch aangepast om tot een juiste belichting te komen. Opmerking Als na het instellen geen juiste belichting kan worden verkregen, knippert de diafragmawaarde op het opnamescherm. U kunt zo wel een opname maken, maar u kunt beter een andere instelling kiezen. Wanneer u een lange sluitertijd instelt, gebruikt u een statief om te voorkomen dat het beeld wazig wordt.
3. Stel scherp en fotografeer het onderwerp. De sluitertijd wordt automatisch aangepast om een juiste belichting te verkrijgen. Opmerking Als na het instellen geen juiste belichting kan worden verkregen, knippert de sluitertijd op het opnamescherm. U kunt zo wel een opname maken, maar u kunt beter een andere instelling kiezen. De helderheid van het beeld op het scherm kan verschillen van die van het beeld dat in werkelijkheid wordt opgenomen.
Als [ISO] is ingesteld op [ISO AUTO], verandert de ISO-waarde automatisch zodat de juiste belichting wordt verkregen met gebruikmaking van de diafragmawaarde en sluitertijd die u hebt ingesteld. Als de diafragmawaarde en sluitertijd die u hebt ingesteld niet geschikt zijn voor een juiste belichting, knippert de ISO-waarde op het scherm. Het pictogram voor gemeten handmatig wordt niet afgebeeld wanneer [ISO] is ingesteld op [ISO AUTO].
Als de [Transportfunctie] is ingesteld op [Continue opname], [Cont. m. snelh.vk.] of [Zelfontsp.(Cont.)]. Als u de bovenstaande functies gebruikt terwijl de sluitertijd is ingesteld op [BULB], wordt de sluitertijd tijdelijk ingesteld op 30 seconden. Hint Beelden die zijn opgenomen in de stand [BULB] worden vaak wazig.
2. MENU → (Camera- instellingen) → [Film] → gewenste instelling. Als [Modusdraaiknopsch.] is ingesteld op [Aan], kunt u de gewenste instellingen selecteren nadat u de stand van de functiekeuzeknop hebt veranderd. 3. Druk op de MOVIE-knop als u het opnemen wilt starten. Druk nogmaals op de MOVIE-knop als u het opnemen wilt stoppen. Menu-onderdelen Autom. programma: Maakt het mogelijk om op te nemen met automatisch ingestelde belichting (zowel de sluitertijd als de diafragmawaarde).
[32] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken De zoom gebruiken De zoomfuncties die beschikbaar zijn op het apparaat De zoomfunctie van het apparaat levert een hogere zoomvergroting door meerdere zoomfuncties te combineren. Het pictogram dat op het scherm wordt afgebeeld, verandert met de geselecteerde zoomfunctie. (1) Optische-zoombereik Zoomt de beelden binnen het zoombereik van een lens. Als een elektrisch bediende zoomlens is bevestigd, wordt de zoombalk van het optischezoombereik afgebeeld.
gebruiken. Als u beelden vergroot tot buiten het zoombereik van de optische zoom, schakelt het apparaat automatisch over naar de [Zoom]. Als u een andere zoomfunctie gebruikt dan de optische zoom, is de instelling [Scherpstelgebied] uitgeschakeld en wordt het kader rond het scherpstelgebied afgebeeld met een stippellijn. De AF werkt met voorrang in en om het centrale gebied. Bovendien ligt [Lichtmeetfunctie] vast op [Multi].
[Zoom-instelling]: [Enkel optische zoom (Slimme-zoomfunctie)] [ Beeldformaat]: L -, M 1,4×, S 2× [Zoom-instelling]: [Aan:HelderBldZoom] [ Beeldformaat]: L 2×, M 2,8×, S 4× [Zoom-instelling]: [Aan: Digitale zoom] [ Beeldformaat]: L 4×, M 5,7×, S 8× [35] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken De flitser gebruiken De flitser gebruiken Gebruik in een donkere omgeving de flitser om het onderwerp te verlichten tijdens de opname, en om camerabeweging te voorkomen.
Opmerking U kunt de flitser niet gebruiken wanneer u bewegende beelden opneemt. Tijdens het opladen van de flitser knippert . Nadat het opladen klaar is, blijft het flitserpictogram branden. Wanneer een externe flitser (los verkrijgbaar) is bevestigd op de multi-interfaceschoen, heeft de status van de externe flitser prioriteit boven de instelling van het apparaat. U kunt de ingebouwde flitser van het apparaat niet gebruiken.
Elke keer wanneer u de ontspanknop indrukt, gaat de flitser af net voordat de belichting is voltooid. Met eindsynchronisatie kunt u een natuurlijke foto maken van het naspoor van een bewegend onderwerp, zoals een rijdende auto of een wandelaar. Draadloos: Bij gebruik van een draadloze flitser, wordt door het schaduweffect sterker een driedimensionale indruk gewekt dan bij gebruik van een bevestigde flitser.
U kunt de afgebeelde inhoud op het scherm veranderen. 1. Druk op de DISP (Weergave-instelling)-knop. Iedere keer wanneer u op de DISP-knop drukt, verandert het opname-informatiescherm als volgt: Graf. weerg. → Alle info weerg. → Geen info → Histogram → Voor zoeker* → Graf. weerg. Graf. weerg. Alle info weerg.
* [Voor zoeker] wordt niet afgebeeld in de zoekerfunctie. Sommige schermweergavefuncties zijn niet beschikbaar in de standaardinstellingen. Om de schermweergavefuncties te veranderen, drukt u op MENU → (Eigen instellingen) → [DISP-knop] en verandert u de instelling. Opmerking Histogram wordt niet afgebeeld tijdens het opnemen van panoramabeelden. In de functie voor bewegende beelden kan [Voor zoeker] niet worden afgebeeld. Hint U kunt verschillende instellingen selecteren voor de zoeker en de monitor.
Geen info: Beeldt geen opname-informatie af. Histogram: Toont een grafische weergave van de luminantieverdeling. [40] Hoe te gebruiken selecteren De opnamefuncties gebruiken Een schermweergavefunctie DISP-knop (Scherm) Stelt u in staat de schermweegavefuncties in te stellen die in de opnamefunctie kunnen worden geselecteerd voor de monitor met (Weergave-instelling). 1. MENU → (Eigen instellingen) → [DISP-knop] → [Scherm] → gewenste instelling → [Enter]. De onderdelen gemarkeerd met zijn beschikbaar.
Hoe groter het beeldformaat hoe meer details zullen worden gereproduceerd wanneer het beeld wordt afgedrukt op een groot formaat papier. Hoe kleiner het beeldformaat, hoe meer beelden kunnen worden opgenomen. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [ Beeldformaat] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Beeldformaat wanneer [ Beeldverhouding] is ingesteld op 3:2 L: 24M 6000×4000 pixels M: 12M 4240×2832 pixels S: 6.
[43] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken stilstaande beelden selecteren Het formaat/de kwaliteit van Kwaliteit (stilstaand beeld) Selecteert het compressieformaat van stilstaande beelden. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [ Kwaliteit] → gewenste instelling. Menu-onderdelen RAW: Bestandsformaat: RAW (neemt op met gebruikmaking van het RAW-compressieformaat.) In dit bestandsformaat wordt geen digitale bewerking toegepast.
Stelt het beeldformaat in voor het opnemen van panoramabeelden. Het beeldformaat varieert afhankelijk van de instelling [Panorama: richting]. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Panorama: formaat] → gewenste instelling.
Scherpstelfunctie Selecteert de scherpstelmethode die geschikt is voor de beweging van het onderwerp. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Scherpstelfunctie] → gewenste instelling. Menu-onderdelen (Enkelvoudige AF): Het apparaat vergrendelt de scherpstelling nadat het scherpstellen is voltooid. Gebruik [Enkelvoudige AF] wanneer het onderwerp bewegingsloos is. (Automatische AF) (standaardinstelling): [Enkelvoudige AF] en [Continue AF] worden omgewisseld aan de hand van de beweging van het onderwerp.
Scherpstelgebied Selecteert het scherpstelgebied. Gebruik deze functie wanneer het moeilijk is goed scherp te stellen in de automatische scherpstellingsfunctie. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Scherpstelgebied] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Breed: Stelt automatisch scherp op een onderwerp in alle bereiken van het beeld. Wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt in de stilstaand-beeldopnamefunctie, wordt een groen kader afgebeeld rond het gebied dat scherpgesteld is.
Opmerking Wanneer de diafragmawaarde is ingesteld op F13 of hoger, kunt u de scherpstellingsvlakfasedetectie AF niet gebruiken. Alleen contrast AF is beschikbaar. Scherpstellingsvlak-fasedetectie AF is alleen beschikbaar wanneer een geschikte lens is bevestigd. Als u een lens gebruikt die scherpstellingsvlak-fasedetectie AF niet ondersteunt, kunt u [Automatische AF], [ Duur AF-volgen] of [ AF-snelheid] niet gebruiken.
2. Draai de scherpstelring om goed scherp te stellen. Wanneer u de scherpstelring draait, wordt de scherpstellingsafstand afgebeeld op het scherm. [51] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Directe handmatige scherpstelling (DMF) U kunt fijnregelen nadat de scherpstelling is vergrendeld. U kunt snel scherpstellen op een onderwerp in plaats van handmatig scherp te stellen vanaf het begin. Dit is handig in gevallen zoals macro-opname. 1.
[52] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen MF Assist (stilstaand beeld) U kunt het beeld op het scherm automatisch vergroten om gemakkelijker handmatig scherp te stellen. Dit werkt bij opnemen met handmatige scherpstelling of met directe handmatige scherpstelling. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [ MF Assist] → [Aan]. 2. Stel de scherpstelling in door de scherpstelring te draaien. Het beeld wordt vergroot. U kunt beelden verder vergroten door op het besturingswiel te drukken.
De functie [Scherpst. vergroten] wordt opgeheven wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt. U kunt een beeld opnemen terwijl een beeld vergroot wordt weergegeven, maar het apparaat neemt het beeld van het volledige scherm op. De functie [Scherpst. vergroten] wordt vrijgegeven na het opnemen. [54] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Schrpstelvergrot.tijd Stel in hoe lang een beeld moet worden vergroot bij gebruik van de functie [ [Scherpst. vergroten]. 1.
Gemiddeld: Stelt het reliëfniveau in op gemiddeld. Laag: Stelt het reliëfniveau in op laag. Uit (standaardinstelling): Maakt geen gebruik van de reliëffunctie. Opmerking Aangezien het apparaat oordeelt dat scherpe delen scherpgesteld zijn, verschilt [Reliëfniveau] afhankelijk van het onderwerp en de opnameomstandigheden. De contouren van scherpgestelde bereiken worden niet benadrukt wanneer het apparaat is aangesloten met behulp van een HDMI-kabel.
1. MENU → (Camera- instellingen) → [AF-vergrendeling] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Uit: Volgt een onderwerp dat moet worden scherpgesteld niet. Aan: Volgt een onderwerp dat moet worden scherpgesteld. Aan(start m. sluiter): Volgt een onderwerp dat moet worden scherpgesteld wanneer de ontspanknop tot halverwege is ingedrukt. Opmerking U kunt [Aan(start m. sluiter)] alleen instellen wanneer [Continue AF] is ingesteld op [Scherpstelfunctie].
Als u [Aan(start m. sluiter)] selecteert: (1) Bepaal de compositie van het onderwerp dat u wilt volgen. (2) Druk de ontspanknop tot halverwege in. Het apparaat begint het onderwerp te volgen. Opmerking [AF-vergrendeling] werkt niet goed in de volgende situaties: Het onderwerp beweegt te snel. Het onderwerp is te klein of te groot. Er is weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond. Het is donker. Het omgevingslicht verandert. [Aan(start m.
Stelt niet scherp voordat u de ontspanknop tot halverwege indrukt. Opmerking [ Pre-AF] is alleen beschikbaar wanneer een lens met E-vatting is bevestigd. [60] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Eye-Start AF (stilstaand beeld) Stelt in of automatische scherpstelling wordt gebruikt of niet wanneer u door de elektronische zoeker kijkt. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [ Eye-Start AF] → gewenste instelling.
AF/MF-reg. wissel.: Schakelt de scherpstellingsfunctie om tot nogmaals op de knop wordt gedrukt. Opmerking U kunt de functie [AF/MF-reg. vergr.] niet instellen op [Functie linkerknop], [Functie rechterknop] of [Omlaag-knop]. [62] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen AF-hulplicht (stilstaand beeld) Het AF-hulplicht geeft een invullicht zodat gemakkelijker op een onderwerp kan worden scherpgesteld in een donkere omgeving.
[63] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen AF-microafst. Stelt u in staat een automatisch scherpgestelde positie in te stellen en te registreren voor elke lens, bij gebruik van een lens met A-vatting en de vattingadapter LA-EA2 of LA-EA4 (los verkrijgbaar). 1. Selecteer MENU → (Eigen instellingen) → [AF-microafst.]. 2. Selecteer [Inst. voor aanp. AF] → [Aan]. 3. [hoeveelheid] → gewenste waarde. U kunt een waarde selecteren tussen -20 en +20.
U kunt instellen of het scherpstelgebied dat is scherpgesteld moet worden afgebeeld of niet wanneer [Scherpstelgebied] is ingesteld op [Breed] of [Zone], en [Scherpstelfunctie] is ingesteld op [Continue AF]. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Cont. AF-geb. weerg] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan (standaardinstelling): Beeldt het scherpstelgebied dat is scherpgesteld af. Uit: Beeldt het scherpstelgebied dat is scherpgesteld niet af.
[66] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen AF aan U kunt scherpstellen met elke willekeurige knop in plaats van de ontspanknop tot halverwege in te drukken. De instellingen voor [Scherpstelfunctie] worden toegepast. 1. Selecteer de gewenste knop en wijs de functie [AF aan] eraan toe met MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.]. 2. Druk op de knop waaraan u de functie [AF aan] hebt toegewezen tijdens opnemen in de automatische scherpstelfunctie.
Wanneer het haar de ogen van de persoon bedekt. Onder omstandigheden met zwakke belichting of tegenlicht. Wanneer de ogen dicht zijn. Wanneer de persoon in de schaduw staat. Wanneer de persoon onscherp is. Hint Als de camera scherpstelt op de ogen en [Lach-/Gezichtsherk.] is ingesteld op [Aan], wordt een detectieframe afgebeeld rond het gezicht nadat het is afgebeeld rond de ogen. Als [Lach-/Gezichtsherk.
1. MENU → (Camera- instellingen) → [ Duur AF-volgen] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Hoog: Stelt de AF-volgduur in op hoog. Deze functie is handig bij het opnemen van bewegende beelden waarbij het onderwerp snel beweegt. Normaal (standaardinstelling): Stelt de AF-volgduur in op normaal. Deze functie is handig wanneer u een bepaald onderwerp scherpgesteld wilt houden terwijl er enkele obstakels voor het onderwerp staan, of op drukbezochte plaatsen.
[71] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Belichting instellen Belicht.comp. Uitgaande van de belichtingswaarde die is ingesteld door de automatische belichtingsfunctie, kunt u het gehele beeld helderder of donkerder maken als u [Belicht.comp.] verandert naar de pluskant respectievelijk de minkant (belichtingscompensatie). Normaal gesproken wordt de belichting automatisch ingesteld (automatische belichting). 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Belicht.comp.] → gewenste instelling.
middengedeelte van het scherm (Middengewogen meting). Spot: Meet alleen het middengedeelte (Spotmeting). Deze functie is nuttig wanneer het onderwerp van achteren wordt belicht of wanneer er een sterk contrast is tussen het onderwerp en de achtergrond. Opmerking [Multi] wordt geselecteerd bij gebruik van de volgende functies: [Slim automatisch] [Superieur automat.
Hint Als u de functie [AEL-wisselen] selecteert in [Eigen toetsinstelling.], kunt u de belichting vergrendelen zonder de AEL-knop ingedrukt te houden. [74] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Belichting instellen AEL met sluiter (stilstaand beeld) U kunt instellen of de belichting moet worden vergrendeld wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [ AEL met sluiter] → gewenste instelling.
[75] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Belichting instellen Bel.comp.inst. Stelt in of de belichtingscompensatiewaarde moet worden toegepast om zowel het flitslicht als het omgevingslicht te regelen, of alleen het omgevingslicht. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Bel.comp.inst.] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Omgeving+flits (standaardinstelling): Past de belichtingscompensatiewaarde toe om zowel het flitslicht als het omgevingslicht te regelen.
Belichtingsinst.gids U kunt instellen of een gids wordt afgebeeld wanneer u de belichting instelt. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Belichtingsinst.gids] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Uit: Beeldt de gids niet af. Aan (standaardinstelling): Beeldt de gids af. [78] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Belichting instellen Belichtingsstap U kunt het instelbereik van de sluitertijd, het diafragma en de belichtingscompensatiewaarden instellen. 1.
Wijst de belichtingscompensatiefunctie niet toe aan de besturingsknop of het besturingswiel. Wiel: Wijst de belichtingscompensatiefunctie toe aan het besturingswiel. Draaiknop: Wijst de belichtingscompensatiefunctie toe aan de besturingsknop. Opmerking Als u de belichtingscompensatiefunctie toewijst aan de besturingsknop, kan de functie die oorspronkelijk daaraan was toegewezen worden bediend met het besturingswiel, en vice versa. Wanneer de opnamefunctie is ingesteld op [Handm.
Neemt in totaal drie beelden op, elk met een verschillende kleurtint volgens de geselecteerde instellingen voor witbalans, kleurtemperatuur en kleurfilter. Bracket DRO: Neemt in totaal drie beelden op, elk met een verschillend niveau van dynamischbereikoptimalisatie. [81] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Een transportfunctie selecteren Continue opname Neemt beelden ononderbroken op zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt. 1.
[82] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Een transportfunctie selecteren Zelfontspanner Het apparaat neemt een beeld op met de zelfontspanner met een vertraging van 10 seconden of 2 seconden. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Zelfontspanner]. 2. Selecteer de gewenste functie met de rechter-/linkerkant van het besturingswiel. Menu-onderdelen Zelfontspanner: 10 sec.
Neemt vijf frames achter elkaar op 10 seconden nadat u op de ontspanknop hebt gedrukt. Als u op de ontspanknop drukt, knippert het zelfontspannerlampje, klinkt een pieptoon en ontspant de sluiter na 10 seconden. [84] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Een transportfunctie selecteren Bracket continu Neemt meerdere beelden op waarbij automatisch de belichting wordt verschoven van normale belichting, naar donkerder en vervolgens naar lichter.
Bracket continu: 1,0EV 3 beelden: Deze instelling neemt drie beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 1,0 EV. Bracket continu: 2,0EV 3 beelden: Deze instelling neemt drie beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 2,0 EV. Bracket continu: 3,0EV 3 beelden: Deze instelling neemt drie beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 3,0 EV.
Bracket enkel: 0,3EV 5 beelden: Deze instelling neemt in totaal vijf beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 0,3 EV. Bracket enkel: 0,5EV 3 beelden: Deze instelling neemt in totaal drie beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 0,5 EV. Bracket enkel: 0,5EV 5 beelden: Deze instelling neemt in totaal vijf beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 0,5 EV.
Neemt drie beelden op, elk met een verschillend kleurtinten volgens de geselecteerde instellingen voor de witbalans, kleurtemperatuur en kleurfilter. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Witbalansbracket]. 2. Selecteer de gewenste functie met de rechter-/linkerkant van het besturingswiel. Menu-onderdelen Bracket witbalans: Lo (standaardinstelling): Neemt een serie van drie beelden op met kleine verschillen in de witbalans.
[88] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Een transportfunctie selecteren Bracketvolgorde U kunt de opnamevolgorde instellen voor de belichting-bracketopname en witbalansbracketopname. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Bracketvolgorde] → gewenste instelling. Menu-onderdelen 0→-→+ (standaardinstelling): Neemt op in de volgende volgorde: 0 → − → +. -→0→+: Neemt op in de volgende volgorde: − → 0 → +.
Opmerking [ISO AUTO] wordt geselecteerd bij gebruik van de volgende functies: [Slim automatisch] [Superieur automat.] [Scènekeuze] [Panorama d. beweg.] Hoe hoger de ISO-waarde, hoe meer ruis zichtbaar wordt op de beelden. Bij het opnemen van bewegende beelden zijn ISO-waarden tussen ISO 100 en ISO 12800 beschikbaar. Als de ISO-waarde wordt ingesteld op een hogere waarde dan ISO 12800, wordt de instelling automatisch veranderd in ISO 12800.
De flitser, [D.-bereikopt.] en [Auto HDR] kunnen niet worden gebruikt. Hint U kunt het automatisch ingestelde bereik van de ISO-gevoeligheid veranderen met de instelling [ISO AUTO]. Selecteer [ISO AUTO] en druk op de rechterknop, en stel daarna de gewenste waarden in voor [ISO AUTO maximum] en [ISO AUTO minimum]. De instellingen [ISO AUTO maximum] en [ISO AUTO minimum] worden ook toegepast bij het opnemen in de functie [ISO AUTO] onder [NR Multi Frame].
[92] Hoe te gebruiken corrigeren De opnamefuncties gebruiken De helderheid of het contrast Auto HDR Verbreedt het bereik (gradatie) zodat u van de heldere delen tot de donkere delen beelden met de juiste helderheid kunt opnemen (HDR: High Dynamic Range). Eén beeld met een juiste belichting en een beeld samengesteld uit over elkaar liggende beelden worden opgenomen. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [DRO/Auto HDR] → [Auto HDR]. 2.
[93] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken De kleurtinten aanpassen Witbalans Past de kleurtinten aan de omgevingslichtomstandigheden aan. Gebruik deze functie als de kleurtinten van het beeld er niet uitzien zoals u verwachtte, of als u doelbewust de kleurtinten wilt veranderen voor een fotografisch effect. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Witbalans] → gewenste instelling.
Eigen: Gebruikt de witbalansinstelling opgeslagen in [Eigen instelling]. Eigen instelling: Slaat de basiswitkleur op onder de lichtomstandigheden voor de opnameomgeving. Hint U kunt de rechterkant van het besturingswiel gebruiken om het fijnregelscherm af te beelden en de kleurtemperatuur naar wens te fijnregelen. In [Kl.temp./Filter] kunt u de rechterknop gebruiken om het kleurtemperatuurinstelscherm af te beelden en een instelling te maken.
[95] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Een effectfunctie selecteren Foto-effect Selecteer het gewenste effectfilter voor een indrukwekkendere en artistiekere beelden. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Foto-effect] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Uit (standaardinstelling): Schakelt de functie [Foto-effect] uit. Speelgoedcamera: Creëert een zacht beeld met donkere hoeken en verminderde scherpte. Hippe kleuren: Creëert een levendig beeld door kleurtinten te accentueren.
aanzienlijk onscherper wordt gemaakt. Dit effect kunt u vaak zien in foto's van miniatuurmodellen. Waterverf: Creëert een beeld met het effect van doorgelopen inkt en kleurvervaging alsof het is geschilderd met waterverf. Illustratie: Creëert een beeld dat op een illustratie lijkt door de buitenlijnen te benadrukken. Hint U kunt gedetailleerde instellingen voor de volgende [Foto-effect]-functies maken met de linker-/rechterkant van het besturingswiel.
[96] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Een effectfunctie selecteren Creatieve stijl Biedt u de mogelijkheid de gewenste beeldbewerking te selecteren. U kunt de belichting (sluitertijd en diafragma) naar wens instellen met [Creatieve stijl], anders dan met [Scènekeuze] waarbij het apparaat de belichting instelt. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Creatieve stijl] → gewenste instelling.
Nachtscène: Het contrast wordt verlaagd voor het reproduceren van nachtscènes. Herfstbladeren: Voor het opnemen van herfstscènes waarbij de rode en gele kleuren van de bladeren levendig worden benadrukt. Zwart-wit: Voor het opnemen van beelden in zwart-wit. Sepia: Voor het opnemen van beelden in sepia. Om [Contrast], [Verzadiging] en [Scherpte] in te stellen [Contrast], [Verzadiging] en [Scherpte] kunnen worden ingesteld voor elk onderdeel van [Creatieve stijl].
[97] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden opnemen Bestandsindeling (bewegende beelden) Selecteert het bestandsformaat van bewegende beelden. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [ Bestandsindeling] → gewenste instelling. Menu-onderdelen AVCHD (standaardinstelling): Neemt bewegende beelden op in high-definition-beeldkwaliteit. Dit bestandsformaat is geschikt voor het kijken naar bewegende beelden op een high-definitiontelevisie.
Als [ Bestandsindeling] is ingesteld op [MP4] Bewegende beelden worden opgenomen in het MPEG-4-formaat met ongeveer 30 frames per seconde (voor 1080 60i-compatibele apparaten) of ongeveer 25 frames per seconde (voor 1080 50i-compatibele apparaten) in de progressieve functie, met AAC-geluid, in het mp4formaat.
* 1080 60i (NTSC)-compatibel apparaat ** 1080 50i (PAL)-compatibel apparaat Opmerking Bewegende beelden van 60p/50p kunnen alleen worden weergegeven op compatibele apparaten. Bewegende beelden die zijn opgenomen terwijl [ Opname-instell.] is ingesteld op [60p 28M(PS)]/[50p 28M(PS)]/[60i 24M(FX)]/[50i 24M(FX)]/ [24p 24M(FX)] /[25p 24M(FX)], worden door PlayMemories Home omgezet om een AVCHD-opnamedisc te maken. Deze omzetting kan lang duren.
Stelt in of tijdens het opnemen van bewegende beelden windgeruis wordt verminderd of niet. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Windruis reductie] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan: Vermindert windgeruis. Uit (standaardinstelling): Vermindert windgeruis niet. Opmerking Als u dit instelt op [Aan] op een plaats waar de wind niet hard genoeg waait, dan kan het normale geluid met te weinig volume worden opgenomen. [101] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden opnemen Aut.
[102] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden opnemen Knop MOVIE U kunt instellen of de MOVIE-knop wordt geactiveerd of niet. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Knop MOVIE] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Altijd (standaardinstelling): Start het opnemen van bewegende beelden wanneer u in een willekeurige functie op de MOVIE-knop drukt.
functienummer. Opmerking Programmaverschuiving kan niet worden geregistreerd. [104] Hoe te gebruiken voor handig gebruik De opnamefuncties gebruiken De opnamefuncties aanpassen Instell. functiemenu U kunt de functies toewijzen die moet worden opgeroepen wanneer u op de Fn (Functie)-knop drukt. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Instell. functiemenu] → wijs een functie toe aan de gewenste locatie. De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm.
Nadat u een functie hebt toegewezen aan de AEL-knop, kunt u die functie uitvoeren door eenvoudig op de AEL-knop te drukken wanneer het opname-informatiescherm wordt afgebeeld. 1. MENU→ instelling. (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.] → [AEL-knop] → gewenste De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm.
[109] Hoe te gebruiken voor handig gebruik De opnamefuncties gebruiken De opnamefuncties aanpassen Werking van de linkerknop Nadat u een functie hebt toegewezen aan de linkerknop, kunt u die functie uitvoeren door eenvoudig op de linkerknop te drukken wanneer het opname-informatiescherm wordt afgebeeld. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.] → [Functie linkerknop] → gewenste instelling. De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm.
instelling. De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm. [112] Hoe te gebruiken voor handig gebruik De opnamefuncties gebruiken De opnamefuncties aanpassen Draaiknop/Wiel inst. U kunt de functies van de besturingsknop en het besturingswiel omwisselen. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Draaiknop/Wiel inst.] → gewenste instelling.
2. Druk op (Creatief met foto's) op het besturingswiel. 3. Selecteer het onderdeel dat u wilt veranderen met het besturingswiel. (Achterg. onsch.): Hiermee kunt u de wazigheid van de achtergrond instellen. (Helderheid): Stelt de helderheid in. (Kleur): Stelt de kleur in. (Levendigheid): Stelt de levendigheid in. (Foto-effect): U kunt een gewenst effect selecteren en beelden opnemen met de specifieke textuur. 4. Selecteer de gewenste instellingen.
Herkent de gezichten van uw onderwerpen en past de instellingen voor de scherpstelling, belichting en flitser aan, en voert automatisch beeldbewerking uit. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Lach-/Gezichtsherk.] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Uit: Gebruikt de functie [Gezichtsherkenning] niet. Aan (ger. gezicht.) (standaardinstelling): Herkent een geregistreerde gezicht met een hogere prioriteit met [Gezichtsregistratie].
Als [Lach-/Gezichtsherk.] is ingesteld op [Lach-sluiter] , kunt u de lachherkenningsgevoeligheid selecteren uit [Aan: glimlach] , [Aan: normale lach] en [Aan: schaterlach] . Opmerking U kunt [Gezichtsherkenning] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies: Bij gebruik van een andere zoomfunctie dan de optische-zoomfunctie Maximaal acht gezichten van uw onderwerpen kunnen worden herkend.
Als u van tevoren gezichten registreert, kan het apparaat het geregistreerde gezicht met prioriteit detecteren wanneer [Gezichtsherkenning] is ingesteld op [Aan (ger. gezicht.)] . 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Gezichtsregistratie] → [Nieuwe registratie]. 2. Plaats het geleidingskader over het te registreren gezicht en druk op de ontspanknop. 3. Als een bevestigingsbericht wordt afgebeeld, selecteert u [Enter] . Opmerking Maximaal acht gezichten kunnen worden geregistreerd.
Opmerking Zelfs als u [Wissen] uitvoert, blijven de gegevens van de geregistreerde gezichten opgeslagen in het apparaat. Om de gegevens van de geregistreerde gezichten uit het apparaat te wissen, selecteert u [Alles verwijderen]. [119] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Rode ogen verm. Wanneer u de flitser gebruikt, geeft deze twee keer of vaker een flits vóór opname om het rodeogenfenomeen te verminderen. 1.
1. MENU → (Camera- instellingen) → [ Autom. kadreren] → gewenste instelling. Als bijsnijden is ingeschakeld wanneer Live View-weergave wordt gebruikt, wordt afgebeeld. Na de opname wordt op het Auto Review-scherm het bijgesneden gebied aangegeven door een kader. Menu-onderdelen Uit: De beelden worden niet bijgesneden. Automatisch (standaardinstelling): De beelden worden automatisch bijgesneden naar een geschikte compositie.
Opmerking U kunt [SteadyShot] niet instellen wanneer u een lens met A-vatting (los verkrijgbaar) gebruikt, of wanneer de naam van de bevestigde lens niet de letters "OSS" bevat, zoals "E16mm F2.8". [122] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit NR lang-belicht (stilstaand beeld) Als u de sluitertijd instelt op één seconde of langer (opname met lange belichtingstijd), wordt de ruisonderdrukking ingeschakeld gedurende de tijd dat de sluiter open staat.
Menu-onderdelen Normaal (standaardinstelling): Activeert normale hoge-ISO-ruisonderdrukking. Laag: Activeert gematigde hoge-ISO-ruisonderdrukking. Selecteer dit als u de opnametiming prioriteit wilt geven. Uit: Activeert hoge-ISO-ruisonderdrukking niet.
[125] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Stramienlijn Stelt in of de rasterlijn wordt afgebeeld of niet. De stramienlijn helpt u de beeldcompositie aan te passen. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Stramienlijn] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Driedelingsraster: Plaats de hoofdonderwerpen dicht bij één van de rasterlijnen die het beeld in drieën delen voor een goed gebalanceerde beeldcompositie.
ingestelde tijdsduur. Als u tijdens Auto Review een bediening uitvoert die het beeld vergroot, kunt u dat beeld controleren met behulp van de vergrote schaalverdeling. Uit: Geeft Auto Review niet weer. Opmerking Wanneer het apparaat een beeld vergroot met behulp van beeldbewerking, kan het tijdelijk eerst het oorspronkelijke beeld weergeven en daarna het vergrote beeld. De DISP (Weergave-instelling)-instellingen worden toegepast op het Auto Review-scherm.
opgenomen beeld niet hetzelfde zijn als dat van de weergegeven Live View. Hint Wanneer u een flitser van een ander merk gebruikt, zoals een studioflitser, kan Live Viewweergave donker zijn bij bepaalde sluitertijdinstellingen. Als [LiveView-weergave] is ingesteld op [Instelling effect uit], zal Live View-weergave helderder worden weergegeven, zodat u de compositie eenvoudig kunt controleren.
Menu-onderdelen Inschakelen: De sluiter kan worden ontspannen als geen lens is bevestigd. Selecteer [Inschakelen] wanneer u het apparaat bevestigt op een sterrentelescoop, enz. Uitschakelen (standaardinstelling): Ontspant de sluiter niet als geen lens is bevestigd. Opmerking Een juiste lichtmeting is niet mogelijk wanneer u lenzen gebruikt die geen lenscontact hebben, zoals de lens van een astronomische telescoop.
[131] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Sup. aut. Bld extract. Stelt in of alle beelden die continu werden opgenomen in de functie [Superieur automat.] moeten worden opgeslagen of niet. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Sup. aut. Bld extract.] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Automatisch (standaardinstelling): Slaat één geschikt beeld op dat wordt geselecteerd door het apparaat. Uit: Slaat alle beelden op. Opmerking Zelfs als u [Sup. aut.
Opmerking De functie [Schaduwcompensat.] is alleen beschikbaar wanneer een lens met een E-vatting is aangebracht. De hoeveelheid licht rond de randen wordt mogelijk niet gecorrigeerd, afhankelijk van het type lens. [133] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Chro. afw.compens. Vermindert de kleurafwijking van de hoeken van het scherm, die wordt veroorzaakt door bepaalde karakteristieken van de lens. 1.
Menu-onderdelen Automatisch: Corrigeert de vervorming van het scherm automatisch. Uit (standaardinstelling): Corrigeert de vervorming van het scherm niet. Opmerking De functie [Vervorm.compensat.] is alleen beschikbaar wanneer een lens met een E-vatting is aangebracht. Afhankelijk van de bevestigde lens ligt [Vervorm.compensat.] vast op [Automatisch], en kunt u [Uit] niet selecteren. [135] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Draaikn./Wiel vergr.
Met de monitor of zoeker kunt u een beeld bekijken met een diafragma dat anders is dan die van het opnameresultaat. Aangezien de wazigheid van het beeld verandert wanneer het diafragma wordt veranderd, zal de wazigheid van het werkelijke beeld anders zijn dan van het beeld dat u zag vlak voor het opnemen.
De gemaakte instellingen van de DRO, de sluitertijd, het diafragma en de ISO-gevoeligheid worden toegepast op het beeld voor [Voorb. opn.result.], maar sommige effecten kunnen niet vooraf worden weergegeven, afhankelijk van de opname-instellingen. Zelfs in dat geval worden de geselecteerde instellingen toegepast op het beeld dat u opneemt. [138] Hoe te gebruiken Weergeven Stilstaande beelden weergeven Beelden weergeven Geeft de vastgelegde beelden weer. 1.
Opmerking U kunt de functie voor de vergrote weergave niet gebruiken bij bewegende beelden. [140] Hoe te gebruiken Weergeven Stilstaande beelden weergeven Beeldindex U kunt meerdere beelden tegelijkertijd in de weergavefunctie weergeven. 1. Druk op de (indexweergave-)knop terwijl het beeld wordt weergegeven. Om het aantal beelden dat moet worden weergegeven te veranderen MENU → (Afspelen) → [Beeldindex] → gewenste instelling.
Opmerking Het histogram wordt niet weergegeven in de volgende situaties: Tijdens het weergeven van bewegende beelden Tijdens het lopend weergeven van panoramabeelden Tijdens een diavoorstelling Tijdens mapweergave (MP4) Tijdens AVCHD-weergave [142] Hoe te gebruiken Weergeven Beelden wissen Een beeld dat wordt weergegeven wissen U kunt een weergegeven beeld wissen. 1. Geef het beeld weer dat u wilt wissen. 2. Druk op de (Wissen)-knop. 3.
Alles in deze map: Hiermee wist u alle beelden in de geselecteerde map. Alles op deze datum: Hiermee wist u alle beelden in het geselecteerde datumbereik. [144] Hoe te gebruiken Weergeven Bewegende beelden weergeven Bewegende beelden weergeven Geeft de opgenomen bewegende beelden weer. 1. Druk op de (weergave-)knop om over te schakelen naar de weergavefunctie. 2. Selecteer de bewegende beelden die u wilt weergeven met het besturingswiel. 3.
[145] Hoe te gebruiken Weergeven Panoramabeelden weergeven Panoramabeelden weergeven Het apparaat doorloopt automatisch een panoramabeeld van het ene naar het andere uiteinde. 1. Druk op de (weergave-)knop om over te schakelen naar de weergavefunctie. 2. Selecteer het panoramabeeld dat moet worden weergegeven met het besturingswiel. 3. Druk op in het midden om het beeld weer te geven. Om de weergave te pauzeren, drukt u nogmaals op in het midden.
Meerdere bldn.: Selecteert beelden voor een afdrukopdracht. (1) Selecteer een beeld en druk op in het midden van het besturingswiel. Een merkteken wordt afgebeeld in het selectievakje. Om de selectie te annuleren, drukt u op om het merkteken te wissen. (2) Herhaal stap 1 om andere beelden af te drukken. (3) MENU → [OK] → Druk op in het midden. Alles annuleren: Wist alle DPOF-afdrukmarkeringen. Afdrukinstelling: U kunt instellen of de datum moet worden afgedrukt op beelden met een DPOFafdrukmarkering.
Weergave-rotatie Selecteert de weergaverichting van opgenomen stilstaande beelden. 1. MENU → (Afspelen) → [Weergave-rotatie] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Handmatig (standaardinstelling): Het beeld wordt weergegeven overeenkomstig de richtingsinformatie van het beeld. U kunt het beeld roteren met behulp van de rotatiefunctie. Uit: Geeft de beelden altijd weer in de landschapstand.
U kunt een diavoorstelling alleen starten wanneer [Weergavefunctie] is ingesteld op [Datumweergave] of [Mapweergav(stilstaand)]. [150] Hoe te gebruiken Weergeven De weergavefuncties gebruiken Roteren Draait een opgenomen stilstaand beeld linksom. 1. MENU → (Afspelen) → [Roteren]. 2. Druk op in het midden van het besturingswiel. Het beeld wordt linksom gedraaid. Het beeld draait wanneer u op in het midden drukt.
(2) Als u nog andere beelden wilt beveiligen, herhaalt u stap (1). (3) MENU → [OK] → Druk op in het midden. Alles in deze map: Beveiligt alle stilstaand beelden in de geselecteerde map. Alles op deze datum: Beveiligt alle stilstaande beelden in het geselecteerde datumbereik. Alles in deze map annul.: Annuleert de beveiliging van alle stilstaand beelden in de geselecteerde map. Alles deze datum annul.: Annuleert de beveiliging van alle stilstaand beelden in het geselecteerde datumbereik.
5. Geef een stilstaand beeld weer en druk daarna op de onderkant van het besturingswiel. Het stilstaande beeld wordt uitgevoerd met een resolutie van 4K. U kunt stilstaande beelden uitvoeren met een resolutie van 4K door MENU → (Afspelen) → [WG 4K-stilst. beeld] → [OK]. Opmerking Dit menu is alleen beschikbaar op 4K-compatibele televisies. Voor meer informatie raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van de televisie.
Hint Dit apparaat is compatibel met de norm PhotoTV HD. Als u PhotoTV HD-compatibele apparaten van Sony aansluit met behulp van een HDMI-kabel (los verkrijgbaar), wordt de televisie ingesteld op de beeldkwaliteit die geschikt is voor het bekijken van stilstaande beelden en kunt u genieten van een compleet nieuwe wereld van foto's in adembenemende, hoge kwaliteit. PhotoTV HD maakt een uiterst gedetailleerde, foto-achtige weergave mogelijk van subtiele texturen en kleuren.
3. Schakel de televisie in en selecteer het ingangskanaal. 4. Schakel dit apparaat in. 5. MENU → (Instellingen) → [CTRL.VOOR HDMI] → [Aan]. 6. Druk op de SYNC MENU-knop op de afstandsbediening van de televisie om de gewenste functie te selecteren. Opmerking Alleen televisies die "BRAVIA" Sync ondersteunen maken bediening via SYNC MENU mogelijk. Raadpleeg de bij de televisie geleverde gebruiksaanwijzing voor meer informatie.
Zonnig weer: Stelt de helderheid in die geschikt is voor buitenopnamen. Opmerking De instelling [Zonnig weer] is te helder voor opnemen binnenshuis. Stel [Monitor-helderheid] in op [Handmatig]voor opnemen binnenshuis. [156] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Helderheid zoeker Bij gebruik van een elektronische zoeker stelt dit apparaat de helderheid van de elektronische zoeker in overeenkomstig de omgeving. 1. MENU → (Instellingen) → [Helderheid zoeker] → gewenste instelling.
[158] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Volume-instellingen Stelt het volumeniveau in. 1. MENU → (Instellingen) → [Volume-instellingen] → gewenste instelling. Het volumeniveau aanpassen tijdens weergave Druk tijdens weergave van bewegende beelden op de onderkant van het besturingswiel om het bedieningspaneel af te beelden, en stel daarna het volumeniveau in. U kunt het volumeniveau instellen terwijl u naar het werkelijke geluid luistert.
2. Stel uw Wi-Fi-netwerk of bestemming in op de Eye-Fi-kaart. Raadpleeg voor meer informatie de handleiding die bij de Eye-Fi-kaart wordt geleverd. 3. Plaats de Eye-Fi-kaart die u hebt ingesteld in het apparaat en neem stilstaande beelden op. De beelden worden automatisch via het Wi-Fi-netwerk naar uw computer, enz., verzonden. Menu-onderdelen Aan (standaardinstelling): Schakelt de uploadfunctie in. Uit: Schakelt de uploadfunctie uit. Aanduiding van communicatiestatus op het scherm : Standby.
[161] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Tegelmenu Selecteert of het beginscherm van het menu altijd moet worden weergegeven wanneer u op de MENU-knop drukt. 1. MENU → (Instellingen) → [Tegelmenu] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan: Geeft altijd het eerste scherm van het menu weer (tegelmenu). Uit (standaardinstelling): Schakelt het tegelmenu uit. [162] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Modusdraaiknopsch.
bevestigingsscherm voor wissen. 1. MENU → (Instellingen) → [Wisbevestiging] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Stand.Wissen: [Wissen] is geselecteerd als de standaardinstelling. Stand.Annuleren (standaardinstelling): [Annuleren] is geselecteerd als de standaardinstelling. [164] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Begintijd energ.besp U kunt verschillende tijdsintervallen automatisch instellen voor het overschakelen naar de stroombesparingsfunctie.
1. MENU → (Instellingen) → [PAL/NTSC schakel.] → [Enter] Opmerking Deze functie is alleen aanwezig op apparaten die compatibel zijn met 1080 50i. Het wordt niet geleverd met apparaten die compatibel zijn met 1080 60i. Op apparaten die compatibel zijn met 1080 50i staat de "50i"-markering op de onderkant. Als u een geheugenkaart plaatst die eerder is geformatteerd volgens het PAL-systeem, wordt een mededeling afgebeeld die u vraagt de kaart opnieuw te formatteren.
Stel het apparaat tijdens het reinigen niet bloot aan schokken. Blaas niet te hard wanneer u de beeldsensor schoonmaakt met een blaaskwastje. Als u te hard op de beeldsensor blaast, kan de binnenkant van het apparaat worden beschadigd. Als stof achterblijft, zelfs nadat u het apparaat hebt gereinigd zoals beschreven, neemt u contact op met het servicecentrum.
U kunt dit apparaat bedienen en beelden opnemen met de SHUTTER-ontspanknop, de 2SECknop (zelfontspanner met een vertraging van 2 seconden) en de START/STOP-knop (of bewegend-beeldknop (alleen RMT-DSLR2)) op de draadloze afstandsbedieningen RMTDSLR1 (los verkrijgbaar) en RMT-DSLR2 (los verkrijgbaar). Raadpleeg ook de gebruiksaanwijzing van de draadloze afstandsbediening. 1. MENU → (Instellingen) → [Afstandsbediening] → gewenste instelling.
uitgangsresolutie in. 1080p: Voert signalen uit in HD-beeldkwaliteit (1080p). 1080i: Voert signalen uit in HD-beeldkwaliteit (1080i). Opmerking Als de beelden niet goed worden weergeven met de instelling [Automatisch] , selecteert u [1080i] of [1080p] , afhankelijk van de televisie die moet worden aangesloten. [170] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup CTRL.
Menu-onderdelen Aan (standaardinstelling): Beeldt de opname-informatie van het weergegeven beeld af. Uit: Beeldt de opname-informatie van het weergegeven beeld niet af. [172] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup USB-verbinding Selecteert de toepasselijke USB-verbindingsprocedure voor elke computer en elk USBapparaat die zijn aangesloten op dit apparaat. 1. MENU → (Instellingen) → [USB-verbinding] → gewenste instelling.
[173] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup USB LUN-instelling Verbetert de compatibiliteit door de USB-verbindingsfuncties te beperken. 1. MENU → (Instellingen) → [USB LUN-instelling] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Multi (standaardinstelling): Normaal gebruikt u [Multi]. Enkel: Stel [USB LUN-instelling] alleen in op [Enkel] als u geen verbinding tot stand kunt brengen.
Datum/Tijd: Stelt de datum en tijd in. Datumindeling: Selecteert het weergaveformaat van datum en tijd. [176] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Tijdzone instellen Stelt het gebied in waar u het apparaat gebruikt. 1. MENU → (Instellingen) → [Tijdzone instellen] → gewenste gebied. [177] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Formatteren Formatteert (initialiseert) de geheugenkaart.
1. MENU → (Instellingen) → [Bestandsnummer] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Serie (standaardinstelling): Zelfs als u de opnamebestemmingsmap verandert of de geheugenkaart verwisselt, blijft het apparaat opeenvolgende nummers toekennen aan bestanden. (Als op de nieuwe geheugenkaart een hoger bestandsnummer aanwezig is dan het laatste beeldbestand, wordt een nummer toegewezen dat één hoger is dan het hoogste nummer.
Opmerking Wanneer u een geheugenkaart in dit apparaat plaatst die in andere apparatuur is gebruikt, en u beelden opneemt, wordt mogelijk automatisch een nieuwe map aangemaakt. Maximaal 4.000 beelden kunnen in één map worden opgeslagen. Wanneer de capaciteit van de map is opgebruikt, wordt mogelijk automatisch een nieuwe map aangemaakt.
1. MENU → (Instellingen) → [Beeld-DB herstellen] → [Enter]. Opmerking Gebruik een accu die voldoende is opgeladen. Als de acculading te veel afneemt tijdens het repareren, kunnen de gegevens beschadigd raken. [183] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Media-info weergev. Geeft de opnameduur van bewegende beelden en het aantal stilstaande beelden weer dat kan worden opgenomen op de geplaatste geheugenkaart. 1. MENU → (Instellingen) → [Media-info weergev.].
[186] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Instelling herstellen Stelt het apparaat terug op de standaardinstellingen. Zelfs als u [Instelling herstellen] uitvoert, blijven de opgenomen beelden behouden. 1. MENU → (Instellingen) → [Instelling herstellen] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Camera-instell. terugstell.: Stelt de belangrijkste opname-instellingen terug op de standaardinstellingen. Initialiseren: Stelt alle instellingen terug op de standaardinstellingen.
Een Android-smartphone verbinden met dit apparaat 1. Open PlayMemories Mobile op uw smartphone. 2. Selecteer de modelnaam van dit apparaat (DIRECT-xxxx: xxxx). 3. Voer het wachtwoord in dat wordt afgebeeld op dit apparaat. De smartphone is verbonden met het apparaat. [189] Hoe te gebruiken smartphone De Wi-Fi-functies gebruiken Dit apparaat aansluiten op een Het apparaat aansluiten op een iPhone of iPad 1.
2. Voer het wachtwoord in dat wordt afgebeeld op dit apparaat. De iPhone of iPad is verbonden met het apparaat. 3. Controleer of uw iPhone of iPad werd verbonden met de "SSID" die wordt afgebeeld op dit apparaat. 4. Ga terug naar het uitgangsscherm en open PlayMemories Mobile.
[190] Hoe te gebruiken smartphone De Wi-Fi-functies gebruiken Dit apparaat aansluiten op een Een applicatie oproepen met [One-touch (NFC)] U kunt een gewenste applicatie in het applicatiemenu van dit apparaat oproepen door een NFC-compatibele Android-smartphone aan te raken met het apparaat. Als de applicatie die u oproept een eigenschap heeft die werkt met de smartphone, worden het apparaat en de smartphone via Wi-Fi met elkaar verbonden.
1. MENU → (Applicatie) → [Applicatielijst] → [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.]. 2. Wanneer het apparaat klaar is voor de verbinding, wordt op het apparaat een informatiescherm afgebeeld. Sluit met behulp van die informatie de smartphone en het apparaat aan. De verbindingsprocedure verschilt van smartphone tot smartphone. 3. Controleer de beeldcompositie op het scherm van de smartphone, en druk daarna op de ontspanknop (A) op de smartphone om het beeld op te nemen.
U kunt dit apparaat en een NFC-compatibele Android-smartphone verbinden met one-touch, zonder een ingewikkelde installatieprocedure te hoeven doorlopen. 1. Activeer de NFC-functie van de smartphone. 2. Zet dit apparaat in de opnamefunctie. De NFC-functie is alleen beschikbaar wanneer het scherm. (N-markering) wordt afgebeeld op 3. Raak met het apparaat de smartphone aan. De smartphone en het apparaat zijn verbonden en PlayMemories Mobile wordt geopend op de smartphone.
elkaar verbinden. Stel [Vliegtuig-stand] in op [Uit]. Als dit apparaat en de smartphone met elkaar worden verbonden terwijl het apparaat in de weergavefunctie staat, wordt het weergegeven beeld naar de smartphone gezonden. [193] Hoe te gebruiken smartphone De Wi-Fi-functies gebruiken Beelden kopiëren naar een Naar smartph verznd U kunt stilstaande beelden overbrengen naar een smartphone en deze bekijken. De applicatie PlayMemories Mobile moet zijn geïnstalleerd op uw smartphone. 1.
Opmerking U kunt het beeldformaat dat naar de smartphone moet worden gezonden selecteren uit [Oorspronkelijk], [2M] en [VGA]. Om het beeldformaat te veranderen, raadpleegt u de volgende stappen. Voor Android-smartphone Start PlayMemories Mobile en verander het beeldformaat met [Instellingen] → [Beeldformaat kopiëren]. Voor iPhone/iPad Selecteer in het instelmenu PlayMemories Mobile en verander het beeldformaat met [Beeldformaat kopiëren].
Het apparaat en de smartphone zijn verbonden en PlayMemories Mobile wordt automatisch geopend op de smartphone, waarna het weergegeven beeld naar de smartphone wordt gezonden. Voordat u de smartphone aanraakt, annuleert u de slaapfunctie en schermvergrendeling van de smartphone. De NFC-functie is alleen beschikbaar wanneer apparaat. (N-markering) is afgebeeld op het Raak met de smartphone het apparaat aan gedurende 1 tot 2 seconden totdat PlayMemories Mobile wordt geopend.
RAW-beelden worden omgezet naar JPEG-formaat wanneer ze worden gezonden. Als de beeldindex wordt weergegeven op het apparaat, kunt u geen beelden overbrengen met behulp van de NFC-functie. Als u geen verbinding kunt maken, doet u het volgende: Open PlayMemories Mobile op uw smartphone en beweeg vervolgens de smartphone langzaam naar (N-markering) op het apparaat. Als de smartphone in een hoesje zit, haalt u hem eruit. Als het apparaat in een hoesje zit, haalt u het eruit.
Op TV bekijken U kunt beelden bekijken op een netwerk-compatibele televisie door ze over te brengen vanaf het apparaat zonder het apparaat en de televisie te verbinden met een kabel. Voor sommige televisies kan het noodzakelijk zijn om bedieningen op de televisie uit te voeren. Raadpleeg de bij de televisie geleverde gebruiksaanwijzing voor meer informatie. 1. MENU → verbonden. (Draadloos) → [Op TV bekijken] → gewenste apparaat dat moet worden 2.
Opmerking U kunt deze functie gebruiken op een televisie die DLNA-renderer ondersteunt. U kunt beelden bekijken op een Wi-Fi Direct-compatibele televisie of netwerk-compatibele televisie (inclusief kabeltelevisie). Als u de televisie en dit apparaat op elkaar aansluit en geen Wi-Fi Direct gebruikt, moet u eerst uw accesspoint registreren. Het weergeven van de beelden op de televisie kan enige tijd duren. Bewegende beelden kunnen niet via Wi-Fi op de televisie worden weergegeven.
ondersteuning biedt voor de registratiemethode met de WPS-knop, voert u [Toegangspunt instel.] uit. Voor informatie over de beschikbare functies en instellingen van uw accesspoint, raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van het accesspoint, of neemt u contact op met de beheerder van het accesspoint.
Voor een accesspoint zonder de markering is geen wachtwoord nodig. 4. Selecteer [OK]. Hoe het toetsenbord wordt gebruikt Wanneer het handmatig invoeren van tekens is vereist, wordt een toetsenbord afgebeeld op het scherm. 1. Invoervak De tekens die u invoert worden afgebeeld. 2. Tekensoort wisselen Elke keer wanneer u op in het midden van het besturingswiel drukt, wisselt de tekensoort tussen alfabetische letters, cijfers en symbolen. 3.
instellen. WPS PIN: Beeldt de PIN-code af die u moet invoeren in het verbonden apparaat. Voorrangsverbind.: Selecteer [Aan] of [Uit]. IP-adres instelling: Selecteer [Automatisch] of [Handmatig]. IP-adres: Als u het IP-adres handmatig invoert, voert u het vaste adres in. Subnetmasker/Standaardgateway: Wanneer u [IP-adres instelling] instelt op [Handmatig], voert u het IP-adres in overeenkomstig uw netwerkomgeving. Opmerking Om het geregistreerde accesspoint voorrang te geven, stelt u [Voorrangsverbind.
[202] Hoe te gebruiken veranderen De Wi-Fi-functies gebruiken De instellingen van Wi-Fi-functies SSID/WW terugst. Dit apparaat deelt de verbindingsinformatie voor [Naar smartph verznd] en [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] met een apparaat dat toestemming heeft om verbinding te maken. Als u het apparaat wilt veranderen dat toestemming heeft om verbinding te maken, stelt u de verbindingsinformatie terug. 1. MENU → (Draadloos) → [SSID/WW terugst.] → [OK].
U kunt diverse effecten gebruiken bij het opnemen van beelden. U kunt beelden uploaden naar netwerkservices, rechtstreeks vanaf het apparaat. Druk op MENU → (Applicatie) → [Inleiding] voor informatie over de service en de landen en gebieden waar het beschikbaar is.
1. Maak verbinding met de website voor het downloaden van applicaties. http://www.sony.net/pmca 2. Selecteer de gewenste applicatie en download de applicatie aan de hand van de instructies op het scherm naar het apparaat. Sluit de computer en het apparaat op elkaar aan met behulp van een micro-USB-kabel (bijgeleverd) door de instructies op het scherm te volgen.
Open een applicatie die is gedownload vanaf de website voor het downloaden van applicaties PlayMemories Camera Apps. 1. MENU → (Applicatie) → Applicatielijst → gewenste applicatie die u wilt openen. Hint Applicaties sneller openen Wijs [Applic. downloaden] en [Applicatielijst] toe aan een eigen toets. U kunt met de eigen toets de applicatie alleen openen of de applicatielijst afbeelden wanneer het opnameinformatiescherm wordt afgebeeld.
2. Selecteer de applicatie waarvan u de volgorde wilt veranderen. 3. Selecteer de bestemming. [212] Hoe te gebruiken Applicaties toevoegen aan het apparaat De applicaties beheren De accountinformatie van PlayMemories Camera Apps bevestigen De accountinformatie voor het "Sony Entertainment Network" dat is geregistreerd op het apparaat, wordt afgebeeld. 1. MENU → weergevn].
U kunt de beelden in de computer op een kalender op opnamedatum rangschikken en weergeven. U kunt beelden bewerken en corrigeren, bijvoorbeeld door ze bij te snijden of het formaat te wijzigen. U kunt een Blu-ray Disc, AVCHD-disc of DVD-Videodisc maken met bewegende beelden in het AVCHD-formaat die geïmporteerd zijn in een computer. U kunt beelden uploaden naar een netwerkservice. (Een internetverbinding is vereist.) Voor meer informatie raadpleegt u de Help-functie van PlayMemories Home.
A: Naar de multi/micro-USB-aansluiting B: Naar de USB-aansluiting van de computer Opmerking Log in als beheerder. Het kan noodzakelijk zijn om de computer opnieuw op te starten. Wanneer de bevestigingsmelding voor opnieuw opstarten wordt afgebeeld, start u de computer opnieuw op aan de hand van de aanwijzingen op het scherm. DirectX kan worden geïnstalleerd, afhankelijk van uw computeromgeving.
[217] Hoe te gebruiken Weergeven op een computer De software gebruiken "Image Data Converter" Door "Image Data Converter" te gebruiken kunt u het volgende doen: U kunt beelden die in het RAW-formaat zijn opgenomen bewerken met diverse correcties, zoals tintkromme en scherpte. U kunt beelden aanpassen met witbalans, belichting, [Creatieve stijl], enz. U kunt de stilstaande beelden die op een computer zijn weergegeven en bewerkt, opslaan.
[Bedieningshandleiding Image Data Converter]. Mac: Finder → [Toepassingen] → [Image Data Converter] → [Image Data Converter Ver.4], en selecteer [Help] op de menubalk → [Bedieningshandleiding Image Data Converter]. Voor meer informatie over de bediening, kunt u ook de "Image Data Converter"ondersteuningspagina raadplegen (alleen in het Engels). http://www.sony.co.
Windows: [start] → [Alle programma's] → [Remote Camera Control] → [Help] → [Remote Camera Control Ver.3]. In Windows 8, start [Remote Camera Control Ver.3], en selecteer [Help] op de menubalk → [Remote Camera Control help-gids]. Mac: Finder → [Toepassingen] → [Remote Camera Control] → [Remote Camera Control Ver.3] en selecteer [Help] op de menubalk → [Remote Camera Control help-gids].
Beelden importeren in een computer zonder gebruik te maken van PlayMemories Home (voor Windows) Als de wizard AutoPlay wordt afgebeeld nadat een USB-verbinding tot stand is gebracht tussen het apparaat en een computer, klikt u op [Map openen en bestanden weergeven] → [OK] → [DCIM] of [MP_ROOT]. Kopieer daarna de gewenste beelden naar de computer.
2. Klik op de afgebeelde mededeling. Opmerking Op een Mac-computer, sleep het pictogram van de geheugenkaart of het stationspictogram naar het pictogram "Prullenbak" en laat het erin vallen. De verbinding tussen het apparaat en de computer wordt verbroken. Voor computers met Windows 7 of Windows 8 draait, wordt het verwijderingspictogram mogelijk niet afgebeeld. In dat geval kunt u de bovenstaande stappen 1 en 2 overslaan.
DVD-R/DVD+R/DVD+R DL: Niet-herschrijfbaar DVD-RW/DVD+RW: Herschrijfbaar Zorg altijd dat uw "PlayStation 3" de meest recente versie van de systeemsoftware voor "PlayStation 3" gebruikt. "PlayStation 3" is mogelijk niet verkrijgbaar in sommige landen/gebieden. [227] Hoe te gebruiken maken Weergeven op een computer Een disc met bewegende beelden Selecteer de methode voor het maken van een disc U kunt een disc maken van bewegende beelden in het AVCHD-formaat die zijn opgenomen met dit apparaat.
[228] Hoe te gebruiken maken Weergeven op een computer Een disc met bewegende beelden Een disc maken met een ander apparaat dan een computer U kunt ook een disc maken met behulp van een Blu-ray-recorder, enz. Afhankelijk van welk apparaat u gebruikt, verschillen de typen discs die u kunt maken. Blu-ray-recorder: High-definition (HD)-beeldkwaliteit Standard-definition (STD)-beeldkwaliteit HDD-recorder, enz.
Een Blu-ray Disc maken U kunt een Blu-ray Disc maken van bewegende beelden in het AVCHD-formaat die in een computer zijn geïmporteerd. De computer moet Blu-ray Discs kunnen maken. BD-R-discs (niet herschrijfbaar) en BD-RE-discs (wel herschrijfbaar) kunnen worden gebruikt. U kunt geen multisessie-opnamen maken. Als u Blu-ray Discs wilt kunnen maken met PlayMemories Home, vergeet u niet de speciale invoegtoepassing te installeren. Voor meer informatie, zie de volgende URL: http://support.d-imaging.sony.co.
apparaat. Bewaar/gebruik het apparaat niet op de volgende plaatsen Op een buitengewone hete, koude of vochtige plaats Op plaatsen zoals een in de zon geparkeerde auto, kan de camerabehuizing door de hitte vervormen, waardoor een storing kan optreden. Opslaan onder rechtstreeks zonlicht of nabij een verwarmingsbron De camerabehuizing kan verkleuren of vervormen, waardoor een storing kan optreden.
Wij kunnen niet garanderen dat beelden die met dit apparaat zijn opgenomen, kunnen worden weergegeven op andere apparatuur, of dat beelden die met andere apparatuur zijn opgenomen of bewerkt, kunnen worden weergegeven op dit apparaat. Opmerkingen over het weergeven van bewegende beelden op andere apparaten Dit apparaat gebruikt MPEG-4 AVC/H.264 High Profile voor het opnemen in het AVCHDformaat.
Draag het apparaat niet aan de flitser en oefen er geen buitensporige kracht op uit. Als water, stof of zand via de geopende flitser binnendringt, kan een defect optreden. Opmerkingen over het weggooien of aan anderen overdragen van dit apparaat Voordat u dit apparaat weggooit of aan anderen overdraagt, vergeet u niet de volgende bedieningen uit te voeren ter bescherming van privégegevens. Voer [Instelling herstellen] uit om alle instellingen terug te stellen.
onbenut laat. U kunt de accu opladen ook als deze niet volledig leeg is. U kunt een gedeeltelijk opgeladen accu gebruiken. Als het oplaadlampje knippert en het opladen voortijdig stopt, verwijdert u de accu en plaats u deze weer terug. Het wordt aanbevolen om de accu op te laden bij een omgevingstemperatuur tussen 10 °C en 30 °C. De accu zal misschien niet goed worden opgeladen bij temperaturen buiten dit bereik.
A: Acculading hoog B: Accu leeg Het duurt ongeveer één minuut om de juiste resterende-acculadingindicator af te beelden. De juiste resterende-acculadingindicator wordt mogelijk niet afgebeeld onder bepaalde bedrijfs- of omgevingsomstandigheden. Als de resterende-acculadingindicator niet op het scherm wordt afgebeeld, drukt u op de knop DISP (weergave-instelling) om deze af te beelden.
wordt opgeladen uit het apparaat en plaatst u dezelfde accu stevig terug in het apparaat. Als het oplaadlampje opnieuw knippert, kan dit duiden op een defecte accu of is een verkeerd type accu geplaatst. Controleer of de geplaatste accu van het opgegeven type is. Als de accu van het correcte type is, haalt u de accu uit de acculader, vervangt u hem door een nieuwe of een andere accu, en controleert u of de nieuw geplaatste accu correct wordt opgeladen.
Opmerking Wanneer u voor de eerste keer een geheugenkaart gebruikt in dit apparaat, adviseren wij u alvorens op te nemen de kaart met behulp van het apparaat te formatteren voor stabiele prestaties van de geheugenkaart. Formatteren wist alle gegevens op de geheugenkaart permanent en is onherstelbaar. Sla kostbare gegevens op een computer of dergelijk apparaat op.
werking kan echter niet worden gegarandeerd voor alle functies van de Memory Stick. Memory Stick PRO Duo: *1*2*3 Memory Stick PRO-HG Duo: *1*2 Memory Stick XC-HG Duo: *1*2 *1 Deze Memory Stick is uitgerust met de MagicGate-functie. MagicGate is copyrightbeschermingstechnologie die gebruikmaakt van versleutelen. Dit apparaat kan geen gegevens opnemen/weergeven waarbij MagicGate-functies zijn vereist. *2 Hoge gegevensoverdrachtsnelheid via een parallelle interface wordt ondersteund.
Maak het venster van de flitser schoon vóór deze te gebruiken. De warmte van het flitslicht kan eventueel vuil op het oppervlak van de flitser doen roken of branden. Veeg het oppervlak van de flitser af met een zachte doek om vuil stof, enz. te verwijderen. De camerabody reinigen Raak geen onderdelen binnenin de lensvatting van het apparaat aan, zoals de lenscontacten. Om binnenin de lensvatting te reinigen gebruikt u een in de winkel verkrijgbare blaasbalg* of eventueel stof weg te blazen.
8GB: 1340 beelden 16GB: 2700 beelden 32GB: 5400 beelden 64GB: 10500 beelden Fijn 2GB: 200 beelden 4GB: 410 beelden 8GB: 820 beelden 16GB: 1650 beelden 32GB: 3300 beelden 64GB: 6600 beelden RAW en JPEG 2GB: 54 beelden 4GB: 105 beelden 8GB: 220 beelden 16GB: 440 beelden 32GB: 880 beelden 64GB: 1750 beelden RAW 2GB: 74 beelden 4GB: 145 beelden 8GB: 300 beelden 16GB: 600 beelden 32GB: 1200 beelden 64GB: 2400 beelden *Als [ Beeldverhouding] is ingesteld op iets anders dan [3:2], kunt u meer stilstaande beelden
De onderstaande tabel toont bij benadering de maximale opnameduur van bewegende beelden gedurende welke kan worden opgenomen op een geheugenkaart die is geformatteerd in dit apparaat. Deze tijdsduren zijn de totale lengten van alle bewegende beelden op de geheugenkaart. De opnameduur kan verschillen afhankelijk van de opnameomstandigheden en de geheugenkaart.
8GB: 1 h 16GB: 2 h 32GB: 4 h 64GB: 8 h 1440×1080 12M 2GB: 20 m 4GB: 40 m 8GB: 1 h 20 m 16GB: 2 h 45 m 32GB: 5 h 30 m 64GB: 11 h VGA 3M 2GB: 1 h 10 m 4GB: 2 h 25 m 8GB: 4 h 55 m 16GB: 10 h 32GB: 20 h 64GB: 40 h Ononderbroken opnemen is mogelijk gedurende ongeveer 29 minuten voor elke opname (beperkt door de productspecificaties). Voor bewegende beelden in het formaat [MP4 12M] is ononderbroken opnemen mogelijk gedurende ongeveer 20 minuten (beperkt door een maximale bestandsgrootte van 2 GB).
Gebruik geen elektronische spanningsomvormer omdat hierdoor een storing kan optreden. [239] Hoe te gebruiken buitenland gebruiken Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat Dit apparaat in het Over tv-kleursystemen Om bewegende beelden die met dit apparaat zijn opgenomen te bekijken op een televisie, moeten het apparaat en de televisie hetzelfde kleursysteem gebruiken. Controleer het kleursysteem van de televisie in het land of gebied waarin u het apparaat gebruikt.
Opmerking Mogelijk kan de vattingadapter niet worden gebruikt bij bepaalde lenzen. Neem contact op met uw Sony-dealer of de plaatselijke technische dienst van Sony en vraag informatie over de lenzen die geschikt zijn. U kunt het AF-hulplicht niet gebruiken wanneer een lens met A-vatting is bevestigd. Het bedieningsgeluid van de lens en het apparaat kan worden opgenomen tijdens het opnemen van bewegende beelden.
[242] Hoe te gebruiken Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat Overige informatie LA-EA2 Vattingadapter Als u de vattingadapter LA-EA2 (los verkrijgbaar) gebruikt, zijn de volgende functies beschikbaar. Aut. scherpst.: Beschikbaar AF-systeem: Fasedetectie AF, welke wordt geregeld door de AF-sensor binnenin de vattingadapter. AF/MF-selectie: SAM-lens: Kan worden veranderd met behulp van de bedieningsschakelaar op de lens. SSM-lens: Kan worden veranderd met behulp van de bedieningsschakelaar op de lens.
Alleen beschikbaar met de SAM/SSM-lens* AF-systeem: Contrast AF AF/MF-selectie: Kan worden veranderd met behulp van de bedieningsschakelaar op de lens. Scherpstelfunctie: Enkelvoudige AF *Wanneer een lens met A-vatting is bevestigd, zal de snelheid van de automatische scherpstelling lager zijn dan wanneer een lens met E-vatting is bevestigd. (Ongeveer twee tot zeven seconden langzamer (voor opnemen onder de meetomstandigheden van Sony).
De volgende functies zijn beschikbaar (Enkelvoudige AF/Continue AF/Automatische AF) Beschikbaar scherpstelgebied Breed: Het apparaat selecteert automatisch een scherpstelgebied uit 15 gebieden. Midden: Het apparaat gebruikt uitsluitend het scherpstelgebied dat zich in het middengebied bevindt. Flexibel punt: U kunt een scherpstelgebied selecteren uit 15 gebieden met behulp van het besturingswiel.
om de licenties in de map "PMHOME" - "LICENSE" te lezen.
Memory Stick PRO Duo, , Memory Stick PRO-HG Duo, , Memory Stick XC-HG Duo, , Memory Stick Micro, , MagicGate, PhotoTV HD, InfoLITHIUM, PlayMemories Online, het PlayMemories Online-logo, PlayMemories Home, het PlayMemories Home-logo, PlayMemories Mobile en het PlayMemories Mobile-logo PlayMemories Camera Apps, het PlayMemories Camera Apps-logo Multi-interfaceschoen, het multi-interfaceschoen-logo Blu-ray Disc™ en Blu-ray™ zijn handelsmerken van de Blu-ray Disc Association.
beschikbaar is. Eye-Fi is een handelsmerk van Eye-Fi Inc. Alle andere in deze gebruiksaanwijzing vermelde systeem- en productnamen zijn doorgaans handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van de betreffende ontwikkelaars of fabrikanten. In deze gebruiksaanwijzing worden de aanduidingen ™ en ® mogelijk niet in alle gevallen vermeld. [248] Probleemoplossing In geval van problemen In geval van problemen Problemen oplossen Als u problemen ondervindt met het apparaat, probeer dan de volgende oplossingen.
Nadat de accu in het apparaat is geplaatst, kan het enkele momenten duren voordat het apparaat van stroom wordt voorzien. Controleer of de accu correct is geplaatst. De accu zal uit zichzelf leeglopen, zelfs als u hem niet gebruikt. Laad de accu vóór gebruik op. Controleer of uw accu een NP-FW50-accu is. [251] Probleemoplossing Problemen oplossen Accu en voeding Het apparaat schakelt plotseling uit.
[254] Probleemoplossing Problemen oplossen Accu en voeding De accu is niet opgeladen ondanks dat het oplaadlampje van het apparaat is uitgegaan. Controleer of uw accu een NP-FW50-accu is. Accu's die langer dan een jaar niet zijn gebruikt, zijn mogelijk niet meer goed. [255] Probleemoplossing Problemen oplossen Accu en voeding De accu wordt niet opgeladen.
Controleer de vrije opslagcapaciteit van de geheugenkaart. U kunt tijdens het opladen van de flitser geen beelden opnemen. De lens is niet goed bevestigd. Zet de lens goed op het apparaat. [258] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden Het opnemen duurt erg lang. De ruisonderdrukkingsfunctie wordt uitgevoerd op een beeld. Dit is geen storing. U neemt op in de RAW-functie. Aangezien RAW-gegevensbestanden groot zijn, kan het opnemen in de RAW-functie enige tijd duren.
[ Kwaliteit] is ingesteld op [RAW] of [RAW en JPEG] [261] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden De flitser werkt niet. Zet de flitser omhoog. U kunt een flitser niet gebruiken in de volgende situaties: [Antibewegingswaas], [Nachtscène] of [Schemeropn. hand] is geselecteerd als de scènekeuzefunctie. Tijdens het opnemen in de functie panorama door beweging. Tijdens het opnemen van bewegende beelden.
opnemen De datum en tijd worden onjuist opgenomen. Stel de juiste datum en tijd in. Het gebied dat is geselecteerd met behulp van [Tijdzone instellen] verschilt van het werkelijke gebied. Selecteer het werkelijke gebied. [265] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden De diafragmawaarde en/of de sluitertijd en/of het pictogram voor de lichtmeting knipperen.
helderder te maken onder omstandigheden met een slechte verlichting. Dit is niet van invloed op het opgenomen beeld. [268] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden De ogen van het onderwerp zijn rood. Stel [Rode ogen verm.] in op [Aan]. Neem het beeld op met behulp van de flitser vanaf een afstand korter dan het flitsbereik. Verlicht het vertrek en neem het onderwerp op.
[272] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden Het beeld is witachtig (schittering)./Er verschijnt een lichtwaas op het beeld (schaduwbeeld). Wanneer de lens op een sterke lichtbron wordt gericht, valt buitensporig veel licht de lens binnen en kan het beeld wit worden (schittering) of kan extra licht in het beeld (schaduwbeelden) verschijnen. Dit is echter geen defect. Bevestig een lenskap wanneer u de zoomlens gebruikt.
zijn ook effectief bij het verminderen van wazige beelden. [275] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden Het LCD-scherm wordt donkerder nadat een korte tijdsduur is verstreken. Als het apparaat gedurende een bepaalde tijdsduur niet wordt bediend, wordt het apparaat in de stroombesparingsstand gezet. Het apparaat verlaat de stroombesparingsstand wanneer u bedieningen uitvoert zoals de ontspanknop tot halverwege indrukken.
Zorg ervoor dat de geheugenkaart helemaal in de gleuf van het apparaat is geduwd. De map-/bestandsnaam is veranderd op de computer. Wanneer een beeldbestand is verwerkt door een computer of wanneer het beeldbestand is opgenomen op een ander model dan dit apparaat, is niet gegarandeerd dat het beeldbestand op dit apparaat kan worden weergegeven. Het apparaat staat in de USB-functie. Koppel het apparaat los van de computer.
U kunt geen DPOF-afdrukmarkering toevoegen aan een RAW-beeld. [283] Probleemoplossing Problemen oplossen Wi-Fi U kunt het draadloze accesspoint waarmee moet worden verbonden niet vinden. Mogelijk wordt het draadloze accesspoint niet op het apparaat afgebeeld als gevolg van de signaalomstandigheden. Plaats het apparaat dichter bij het draadloze accesspoint. Mogelijk wordt het draadloze accesspoint niet op het apparaat afgebeeld vanwege de instellingen van het accesspoint.
smartphone. U kunt geen bewegende beelden in het AVCHD-formaat zenden naar een smartphone. Stel [ Bestandsindeling] in op [MP4] om bewegende beelden op te nemen. [287] Probleemoplossing Problemen oplossen Wi-Fi [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] of [Naar smartph verznd] wordt voortijdig geannuleerd. Wanneer de resterende acculading laag is, kan [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] of [Naar smartph verznd] voortijdig worden geannuleerd. Laad de accu op en probeer het opnieuw.
raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van de smartphone. Plaats geen metalen voorwerpen anders dan een smartphone in de buurt van (Nmarkering). Breng geen verbinding tot stand tussen dit apparaat en twee of meer smartphones tegelijkertijd. Als een andere NFC-applicatie op uw smartphone draait, beëindigt u die applicatie. [290] Probleemoplossing Problemen oplossen Computers De computer herkent dit apparaat niet. Stel [USB-verbinding] in op [Massaopslag].
[293] Probleemoplossing Problemen oplossen Computers Beelden die vanaf een computer zijn geëxporteerd, kunnen niet op dit apparaat worden weergegeven. Gebruik PlayMemories Home om beelden die op een computer zijn opgeslagen te kopiëren naar een geheugenkaart die in dit apparaat is geplaatst, en ze weer te geven op dit apparaat. [294] Probleemoplossing Problemen oplossen Geheugenkaarten De geheugenkaart is per ongeluk geformatteerd. Alle gegevens op de geheugenkaart zijn door het formatteren gewist.
[297] Probleemoplossing Problemen oplossen Afdrukken Bij de afdruk van de beelden worden beide randen afgesneden. Afhankelijk van uw printer, kunnen de randen links, rechts, boven of onder van het beeld worden afgesneden. Vooral wanneer u een beeld afdrukt dat werd opgenomen met [ Beeldverhouding] ingesteld op [16:9], kunnen de zijkanten van het beeld worden afgesneden. Wanneer u beelden afdrukt op uw printer, annuleert u op de printer de instellingen voor bijsnijden en afdrukken zonder randen.
[300] Probleemoplossing Problemen oplossen Overige Het apparaat wordt warm wanneer u het gedurende een lange tijd gebruikt. Dit is geen storing. Schakel het apparaat uit en gebruik het enige tijd niet. [301] Probleemoplossing Problemen oplossen Overige Het klok-instelscherm wordt afgebeeld nadat het apparaat is ingeschakeld. Stel de datum en tijd opnieuw in. De ingebouwde, oplaadbare reservebatterij is leeg.
Als de netspanningsadapter AC-PW20 (los verkrijgbaar) wordt gebruikt, koppelt u het netsnoer los. Sluit het netsnoer aan en schakel het apparaat weer in. Als het apparaat dezelfde fout herhaalt of nog steeds niet naar behoren functioneert nadat u deze oplossingen hebt toegepast, neemt u contact op met uw Sony-dealer of de plaatselijke, erkende technische dienst van Sony. [304] Probleemoplossing Problemen oplossen Overige De "--E-" indicator wordt op het scherm afgebeeld.
Er is een niet-compatibele geheugenkaart geplaatst. Verwerkt... Bij het uitvoeren van ruisonderdrukking, wordt het onderdrukkingsproces op dit moment uitgevoerd. Tijdens het uitvoeren van de ruisonderdrukking kunt u geen verdere opnamen maken. Beeldweergave onmogelijk. Beelden die zijn opgenomen met een ander apparaat of beelden die zijn gewijzigd op een computer, kunnen mogelijk niet worden weergegeven. Lens niet herkend. Goed aanbrengen. De lens is niet of niet goed op het apparaat bevestigd.
Het lukt niet het databasebestand te registreren. Importeer alle beelden op een computer en herstel de geheugenkaart. Fout van beelddatabasebestand Er is iets fout gegaan in het beelddatabasebestand. Selecteer [Instellingen] → [Beeld-DB herstellen]. Systeemfout Camerafout. Schakel uit en in. Haal de accu eruit en plaats hem weer terug. Als de mededeling vaak wordt afgebeeld, neemt u contact op met uw Sony-dealer of de plaatselijke, erkende technische dienst van Sony. Beeldvergroting onmogelijk.
Onderwerpen die zich te dicht bij het apparaat bevinden Panorama d. beweg. Grote, bewegende onderwerpen of onderwerpen die te snel bewegen Superieur automat. Panorama d. beweg. Auto HDR AF-vergrendeling Onderwerpen die te klein of te groot zijn Panorama d. beweg. AF-vergrendeling Scènes met te weinig contrast, zoals de lucht of een zandstrand Panorama d. beweg. Superieur automat. AF-snelheid Duur AF-volgen Scènes die continu veranderen, zoals een waterval Panorama d. beweg. Superieur automat.