Operation Manual

Menu-onderdelen
Automatisch (standaardinstelling):
Vergrendelt de belichting na handmatig scherpgesteld te hebben wanneer u de ontspanknop tot
halverwege indrukt in het geval [Scherpstelfunctie] is ingesteld op [Enkelvoudige AF].
Aan:
Vergrendelt de belichting wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt.
Uit:
Vergrendelt de belichting niet wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt. Gebruik deze
functie wanneer u de scherpstelling en belichting afzonderlijk wilt instellen.
Het apparaat blijft de belichting instellen tijdens het opnemen in de functie [Continue opname]
of [Cont. m. snelh.vk.].
Opmerking
Als [Scherpstelfunctie] is ingesteld op [Continue AF] en [ AEL met sluiter] is [Uit] of
[Automatisch], ligt het diafragma vast op het moment dat u de ontspanknop tot halverwege
indrukt. Als de helderheid sterk verandert tijdens continu opnemen, haalt u uw vinger van de
ontspanknop af en drukt u de ontspanknop opnieuw tot halverwege in.
Wanneer [AEL-wisselen] is toegewezen aan een willekeurige knop met behulp van [Eigen
toetsinstelling.], krijgt de bediening van de knop voorrang boven de instellingen van [ AEL
met sluiter].
Hoe te gebruiken
De opnamefuncties gebruiken Belichting instellen
Zebra
Het zebrapatroon wordt afgebeeld over het deel van een beeld als het helderheidsniveau de
IRE die u hebt ingesteld overschrijdt. Gebruik dit zebrapatroon als richtlijn bij het instellen van
de helderheid.
1. MENU (Eigen instellingen)[Zebra] → gewenste instelling.
Menu-onderdelen
Uit (standaardinstelling):
Beeldt het zebrapatroon niet af.
70/75/80/85/90/95/100/100+:
Stelt het helderheidsniveau in.
Opmerking