Help-gids: Digitale camera met verwisselbare lens ILCE-5000 Hoe te gebruiken Vóór gebruik Namen van de onderdelen Plaats van de onderdelen Onderdelen herkennen Lens E PZ 16–50 mm F3.5–5.6 OSS (geleverd bij ILCE-5000L/ILCE5000Y) Onderdelen herkennen Lens E 55-210 mm F4.5-6.3 OSS (geleverd bij ILCE-5000Y) Pictogrammen en indicators Lijst van pictogrammen op het scherm De riem gebruiken De schouderriem gebruiken Helpfunctie in camera Over de [Helpfunct.
MENU-onderdelen gebruiken Opnemen Stilstaande/bewegende beelden opnemen Stilstaande beelden opnemen Bewegende beelden opnemen Een opnamefunctie selecteren Lijst met opnamefuncties Slim automatisch Superieur automat. Over scèneherkenning De voordelen van automatisch opnemen Autom. programma Panorama d. beweg. Scènekeuze Sluitertijdvoorkeuze Diafragmavoorkeuze Handm.
De flitser gebruiken Flitsfunctie Flitscompensatie Een schermweergavefunctie selecteren De schermweergave veranderen (Opnemen) DISP-knop Het formaat/de kwaliteit van stilstaande beelden selecteren Beeldformaat (stilstaand beeld) Beeldverhouding (stilstaand beeld) Kwaliteit (stilstaand beeld) Panorama: formaat Panorama: richting Scherpstellen Scherpstelfunctie Scherpstelgebied Scherpstelvergrendeling H. scherpst. Directe handmatige scherpstelling (DMF) MF Assist (stilstaand beeld) Scherpst.
AF aan De exacte afstand tot een onderwerp meten Belichting instellen Belicht.comp. Lichtmeetfunctie AE-vergrendeling AEL met sluiter (stilstaand beeld) Zebra Belichtingsinst.gids Een transportfunctie selecteren (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Transportfunctie Continue opname Cont. m. snelh.vk. Zelfontspanner Zelfontsp.(Cont.) Bracket continu Bracket enkel Witbalansbracket Bracket DRO Foto's van uzelf nemen door naar het scherm te kijken Zelfportr./-ontspan.
De kleurtinten aanpassen Witbalans De basiswitkleur opslaan in [Eigen instelling]. Een effectfunctie selecteren Foto-effect Creatieve stijl Bewegende beelden opnemen Bestandsindeling (bewegende beelden) Opname-instell. (bewegende beelden) Geluid opnemen Windruis reductie Aut. lang. sluit.tijd (bewegende beelden) Knop MOVIE De opnamefuncties aanpassen voor handig gebruik Eigen toetsinstelling.
Gezichtsregistratie (Wissen) Rode ogen verm. Autom. kadreren (stilstaand beeld) SteadyShot NR bij hoge-ISO (stilstaand beeld) Kleurenruimte (stilstaand beeld) Stramienlijn Autom.weergave LiveView-weergave Opn. zonder lens Sup. aut. Bld extract. Schaduwcompensat. Chro. afw.compens. Vervorm.compensat.
Afdrukken Printen opgeven De weergavefuncties gebruiken Weergavefunctie Weergave-rotatie Diavoorstelling Roteren Beveiligen WG 4K-stilst. beeld Beelden bekijken op een televisie Beelden bekijken op een HD-televisie Beelden bekijken op een "BRAVIA" Sync-compatibele televisie Instellingen veranderen Menu Setup Monitor-helderheid Volume-instellingen Audiosignalen Inst. uploaden(Eye-Fi) Tegelmenu Wisbevestiging Begintijd energ.besp PAL/NTSC schakel. Demomodus HDMI-resolutie CTRL.
USB LUN-instelling Taal Datum/tijd instellen Tijdzone instellen Formatteren Bestandsnummer OPN.-map kiezen Nieuwe map Mapnaam Beeld-DB herstellen Media-info weergev.
Beelden kopiëren naar een computer Naar computer verz. Beelden kopiëren naar een televisie Op TV bekijken De instellingen van Wi-Fi-functies veranderen Vliegtuig-stand WPS-Push Toegangspunt instel. Naam Appar. Bew. MAC-adres weergvn SSID/WW terugst. Netw.instell. terugst.
De volgorde van de applicaties veranderen De accountinformatie van PlayMemories Camera Apps bevestigen Weergeven op een computer Aanbevolen computeromgeving Aanbevolen computeromgeving De software gebruiken PlayMemories Home PlayMemories Home installeren Softwareprogramma's voor Mac-computers "Image Data Converter" "Image Data Converter" installeren Toegang krijgen tot "Bedieningshandleiding Image Data Converter" "Remote Camera Control" "Remote Camera Control" installeren Toegang krijgen tot "Remote Camer
Voorzorgsmaatregelen Voorzorgsmaatregelen Interne oplaadbare batterij Opmerkingen over de accu De accu opladen Geheugenkaart Dit apparaat reinigen Reiniging De beeldsensor reinigen Aantal opneembare stilstaande beelden en opnameduur van bewegende beelden Aantal stilstaande beelden Resterende opnameduur van bewegende beelden Dit apparaat in het buitenland gebruiken Adapterstekker Over tv-kleursystemen Overige informatie Vattingadapter LA-EA1 Vattingadapter LA-EA2 Vattingadapter LA-EA3 Vattingadapter LA-E
Probleemoplossing In geval van problemen In geval van problemen Problemen oplossen Problemen oplossen Accu en voeding U kunt de accu niet in het apparaat plaatsen. U kunt het apparaat niet inschakelen. Het apparaat schakelt plotseling uit. De resterende-acculadingindicator geeft een verkeerd niveau aan. Het oplaadlampje van het apparaat knippert tijdens het opladen van de accu. De accu is niet opgeladen ondanks dat het oplaadlampje van het apparaat is uitgegaan. De accu wordt niet opgeladen.
In het beeld verschijnt ruis wanneer u op een donkere plaats naar het scherm kijkt. De ogen van het onderwerp zijn rood. Punten verschijnen en blijven op het scherm. U kunt niet continu beelden opnemen. Het beeld is witachtig (schittering)./Er verschijnt een lichtwaas op het beeld (schaduwbeeld). De hoeken van het beeld zijn te donker. Het beeld is wazig. Het LCD-scherm wordt donkerder nadat een korte tijdsduur is verstreken. Het duurt te lang voordat de flitser opnieuw is opgeladen.
Beelden die vanaf een computer zijn geëxporteerd, kunnen niet op dit apparaat worden weergegeven. Geheugenkaarten De geheugenkaart is per ongeluk geformatteerd. Afdrukken U kunt geen beelden afdrukken. Het beeld heeft een vreemde kleur. Bij de afdruk van de beelden worden beide randen afgesneden. U kunt geen beelden met de datum erop afdrukken. Overige De lens raakt beslagen. Het apparaat wordt warm wanneer u het gedurende een lange tijd gebruikt.
Hoe te gebruiken Vóór gebruik Namen van de onderdelen Plaats van de onderdelen Wanneer de lens is verwijderd 1. Ontspanknop 2. ON/OFF (aan/uit-)knop 3. Bevestigingsoog voor de schouderriem 4. (N-markering) Deze markering geeft het aanraakpunt aan voor het verbinden van dit apparaat met een NFC-compatibele smartphone. NFC (Near Field Communication) is een internationale norm voor draadloze communicatie over een korte afstand. 5. Voor opnemen: W/T (zoom-)knop Voor weergeven: (index-)knop/ 6.
*Bedek dit deel niet tijdens het opnemen van bewegende beelden. ** Raak dit onderdeel niet rechtstreeks aan. 1. (flitser omhoog-)knop 2. LCD-scherm U kunt het LCD-scherm instellen op een hoek waaronder het beeld gemakkelijk te zien is en vanuit elk standpunt opnemen. U kunt de hoek van het LCD-scherm mogelijk niet afstellen afhankelijk van het type statief dat u gebruikt. Draai in dat geval de schroef van het statief één slag los om de hoek van het LCD-scherm af te stellen. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11.
13. Geheugenkaartgleuf 14. HDMI-microaansluiting 1. 2. 3. 4. Accudeksel Accu-uitwerphendel Accuvak Afdekking van verbindingsplaat Gebruik deze wanneer u de netspanningsadapter AC-PW20 (los verkrijgbaar) gebruikt. Steek de verbindingsplaat in het accuvak en geleid het snoer daarna door de opening in het afdekking van verbindingsplaat, zoals hieronder is afgebeeld. Let erop dat het snoer niet bekneld raakt wanneer u de accudeksel sluit. 5. Luidspreker 6.
1. 2. 3. 4. * Zoom-/scherpstelring Zoomhendel Vattingmarkering Contactpunten van de lens* Raak dit onderdeel niet rechtstreeks aan. Hoe te gebruiken Vóór gebruik Namen van de onderdelen Onderdelen herkennen Lens E 55-210 mm F4.5-6.3 OSS (geleverd bij ILCE-5000Y) 1. 2. 3. 4. 5. 6. * Scherpstelring Zoomring Schaal voor brandpuntsafstand Markeringen voor brandpuntsafstand Contactpunten van de lens* Vattingmarkering Raak dit onderdeel niet rechtstreeks aan.
Hoe te gebruiken Vóór gebruik Pictogrammen en indicators Lijst van pictogrammen op het scherm Lijst met pictogrammen van de opnamefunctie Lijst met pictogrammen van de weergavefunctie P P* A S M 1.
Resterend aantal Beeldverhouding van stilstaande beelden 20M / 17M / 10M / 8.4M / 5.0M / 4.
Databasebestand vol/Databasebestandsfout Instelling effect uit Slimme-zoomfunctie Helder Beeld Zoom Digitale-zoomfunctie Spot-lichtmeetveld Weergavefunctie 100-0003 Map - bestandsnummer Opnameformaat van bewegende beelden Beveiligen DPOF DPOF ingesteld 2. Transportfunctie Lichtmeetfunctie Flitserfunctie/Rode-ogeneffectvermindering ±0.
Scherpstelgebied D.-bereikopt./Auto HDR Lach-/Gezichtsherk. ±0 ±0 ±0 Creatieve stijl AF-vergrendeling Foto-effect Gevoeligheidsindicator lachdetectie 3. AF-vergrendeling Gidsweergave voor AF-vergrendeling REC 0:12 Opnameduur van de bewegende beelden (m:s) Werking van het besturingswiel Av: Diafragma Tv: Sluitertijd Scherpstellen 1/250 Sluitertijd F3.5 Diafragmawaarde ±0.0 Gemeten-handmatig ±0.
Belichtingscompensatie ISO400 ISO-gevoeligheid AE-vergrendeling Sluitertijdbalk Diafragma-indicatie Histogram Foto-effectfout Waarschuwing Auto HDR-beeld 2014-1-1 10:37AM Opnamedatum 3/7 Bestandsnummer/Aantal beelden in de weergavefunctie Hoe te gebruiken Vóór gebruik De riem gebruiken De schouderriem gebruiken Bevestig de schouderriem om te voorkomen dat het apparaat valt en beschadigd raakt. 1. Bevestig beide uiteinden van de riem.
Hoe te gebruiken Vóór gebruik Helpfunctie in camera Over de [Helpfunct. in camera] De [Helpfunct. in camera] beeldt beschrijvingen af van MENU-onderdelen en instellingen, en als een functie niet kan worden ingesteld geeft het de reden daarvan aan. 1. Druk op de MENU-knop. 2. Selecteer het gewenste MENU-onderdeel met behulp van boven-/onder-/linker/rechterkant van het besturingswiel. 3. Druk op de ? (Helpfunct. in camera-) knop.
1. Druk op de ? (Helpfunct. in camera) knop terwijl het opnamescherm wordt weergegeven. 2. Druk op de boven-/onderkant van het besturingswiel om het gewenste opnameadvies te selecteren en druk daarna op in het midden. Het opnameadvies wordt weergegeven. U kunt het scherm doordraaien door op de boven-/onderkant van het besturingswiel te drukken. Hint Om alle opnameadviezen te bekijken, selecteert u MENU → [Lijst met opnametips].
Hoe te gebruiken controleren De bedieningsmethode controleren De bedieningsmethode MENU-onderdelen gebruiken In dit gedeelte leert u hoe u instellingen kunt veranderen die betrekking hebben op alle camerabedieningen en de camerafuncties kunt uitvoeren, waaronder opnemen, weergeven, en bedieningsmethoden. 1. Druk op de MENU-knop om het menuscherm af te beelden. 2.
4. Selecteer de gewenste waarde van de instelling en druk ter bevestiging op Hoe te gebruiken Opnemen . Stilstaande/bewegende beelden opnemen Stilstaande beelden opnemen Neemt stilstaande beelden op. 1. Stel de opnamefunctie in op (Slim automatisch). 2. Stel de hoek van de monitor in en houd de camera vast. 3. Druk de ontspanknop tot halverwege in om scherp te stellen. Als het beeld scherpgesteld is, klinkt een pieptoon en wordt de indicator ( afgebeeld. 4. Druk de ontspanknop helemaal in.
Scherpstellingsindicator brandt: Het beeld is scherpgesteld. knippert: Het scherpstellen is mislukt. brandt: Het beeld is scherpgesteld. De scherpgestelde positie verandert overeenkomstig de beweging van het onderwerp. brandt: De scherpstelling wordt uitgevoerd. Hint Als het apparaat niet automatisch kan scherpstellen, knippert de scherpstellingsindicator en klinkt geen pieptoon. Maak opnieuw een compositie van de opname of kies een andere instelling voor het scherpstellen.
u de opnamefunctie in de stand (Film). 2. Druk nogmaals op de MOVIE-knop als u het opnemen wilt stoppen. Opmerking Wanneer een functie, zoals de zoomfunctie, wordt gebruikt tijdens het opnemen van bewegende beelden, wordt het geluid van de apparaatbediening ook opgenomen. Het geluid van de werking van de MOVIE-knop kan ook worden opgenomen wanneer u op de MOVIEknop drukt om het opnemen te stoppen. Voor de ononderbroken opnameduur van bewegende beelden, raadpleegt u "Opnameduur van bewegende beelden".
M (Handm. belichting): Hiermee kunt u stilstaande beelden opnemen met de gewenste belichting door de sluitertijd en de diafragmawaarde in te stellen. (Film): Maakt het mogelijk om de instellingen voor het opnemen van bewegende beelden te veranderen. (Panorama d. beweg.): Maakt het mogelijk om een panoramabeeld op te nemen door het beeld samen te stellen. SCN (Scènekeuze): Maakt het mogelijk om opnamen te maken met vooraf ingestelde instellingen die afhankelijk zijn van het onderwerp en de scène.
Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren Superieur automat. Het apparaat herkent en evalueert automatisch de opnameomstandigheden en de toepasselijke instellingen worden automatisch gemaakt. Het apparaat kan meerdere beelden opnemen en een samengesteld beeld maken, enz., met gebruikmaking van meer opname-instellingen dan in de intelligente automatische functie om beelden met een hogere kwaliteit op te nemen. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Opn.modus] → [Superieur automat.]. 2.
Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren Over scèneherkenning Scèneherkenning werkt in de functies [Slim automatisch] en [Superieur automat.]. In deze functie herkent het apparaat automatisch de opnameomstandigheden en neemt het beeld automatisch op. Scèneherkenning: Pictogrammen en gidsen, zoals (Portretopname), (Kind), (Nachtportret), (Nachtscène), (Portret m. tegenlicht), (Tegenlichtopname), (Landschap), (Macro), (Spotlight), (Weinig licht), (Nachtscène met statief) of (Schemeropn.
diafragma), ingesteld. Opmerking In de functie [Slim automatisch] kunt u donkere scènes of onderwerpen met tegenlicht mogelijk niet duidelijk opnemen. In de functie [Superieur automat.] duurt het opnameproces langer aangezien het apparaat een samengesteld beeld maakt. Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren Autom. programma Stelt u in staat op te nemen met automatisch ingestelde belichting (zowel de sluitertijd als de diafragmawaarde). U kunt opnamefuncties instellen, zoals [ISO]. 1.
Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren Panorama d. beweg. Stelt u in staat om een enkel panoramabeeld te creëren uit meerdere beelden die zijn opgenomen tijdens het pannen van de camera. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Opn.modus] → [Panorama d. beweg.]. 2. Richt de camera op het onderwerp waarvoor u de scherpstelling en helderheid wilt instellen. 3. Terwijl de ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden, richt u de camera naar één uiteinde van de panoramacompositie.
(B) Overzichtsbalk Opmerking Als de volledige hoek van de panoramaopname niet binnen de vaste tijdsduur wordt gepand, wordt een grijs gebied toegevoegd aan het samengestelde beeld. Als dit gebeurt, beweegt u het apparaat sneller om het volledige panoramabeeld op te nemen. Als [Breed] is geselecteerd voor [Panorama: formaat], wordt mogelijk niet de volledige hoek van het panoramabeeld binnen de gegeven tijdsduur gepand.
1. MENU → (Camera- instellingen) → [Opn.modus]→[Scènekeuze] → gewenste functie. Menu-onderdelen Portret: Neemt het onderwerp scherp op tegen een onscherpe achtergrond. Benadrukt de zachte huidtinten. Sportactie: Legt een bewegend onderwerp vast met een snelle sluitertijd zodat het lijkt of het onderwerp stilstaat. Het apparaat neemt continu beelden op zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt. Macro: Neemt close-ups op van onderwerpen, zoals bloemen, insecten, voedsel of kleine voorwerpen.
Nachtscène: Neemt nachtscènes op zonder dat de donkere sfeer verloren gaat. Schemeropn. hand: Neemt nachtscènes op met minder ruis en onscherpte zonder dat u een statief gebruikt. Een reeks opnamen wordt gemaakt en beeldbewerking wordt toegepast om de onderwerpbeweging, camerabeweging en ruis te verminderen. Nachtportret: Neemt nachtscèneportretten op met de flitser. Antibewegingswaas: Maakt het mogelijk om binnenshuis op te nemen zonder de flitser te gebruiken en vermindert onderwerpbeweging.
Het verminderen van wazige beelden is minder effectief, ook in de functies [Schemeropn. hand] of [Antibewegingswaas] , wanneer de volgende onderwerpen worden opgenomen: Onderwerpen die onvoorspelbare bewegingen maken. Onderwerpen die zich te dicht bij het apparaat bevinden. Onderwerpen met ononderbroken soortgelijke patronen, zoals de lucht, het strand of een gazon. Onderwerpen die constant veranderen, zoals de golven of een waterval. In het geval van [Schemeropn.
werkelijkheid wordt opgenomen. Hint Wanneer u een kortere sluitertijd gebruikt, lijkt het of bewegende onderwerpen, zoals een hardloper, auto's of de branding van de zee, zijn stilgezet. Wanneer u een langere sluitertijd gebruikt wordt een naspoor van het bewegende onderwerp opgenomen, waardoor een natuurlijker en dynamischer beeld ontstaat.
Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren Handm. belichting U kunt een opname met de gewenste belichtingsinstelling maken door wijziging van zowel de sluitertijd als het diafragma.De sluitertijd en de diafragmawaarde kunnen worden veranderd tijdens het opnemen van bewegende beelden. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Opn.modus] → [Handm. belichting]. 2.
U kunt een naspoor opnemen van de beweging van een onderwerp met een lange sluitertijd. BULB is geschikt voor het opnemen van lichtsporen van bijvoorbeeld vuurwerk. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Opn.modus] → [Handm. belichting]. 2. Druk op de onderkant van het besturingswiel om de sluitertijd te selecteren en draai daarna het besturingswiel linksom tot [BULB] wordt afgebeeld. 3. Druk de ontspanknop tot halverwege in om scherp te stellen. 4. Houd de ontspanknop ingedrukt zo lang de opname duurt.
1. MENU → (Camera- instellingen) → [Opn.modus] → [Film]. 2. Druk op de MOVIE-knop als u het opnemen wilt starten. Druk nogmaals op de MOVIE-knop als u het opnemen wilt stoppen. Menu-onderdelen Autom. programma: Maakt het mogelijk om op te nemen met automatisch ingestelde belichting (zowel de sluitertijd als de diafragmawaarde). De andere instellingen kunnen handmatig worden gemaakt. Diafragmavoorkeuze: Maakt het mogelijk om op te nemen nadat de diafragmawaarde handmatig is ingesteld.
De zoomfuncties die beschikbaar zijn op het apparaat De zoomfunctie van het apparaat levert een hogere zoomvergroting door meerdere zoomfuncties te combineren. Het pictogram dat op het scherm wordt afgebeeld, verandert met de geselecteerde zoomfunctie. (1) Optische-zoombereik Zoomt de beelden binnen het zoombereik van een lens. Als een elektrisch bediende zoomlens is bevestigd, wordt de zoombalk van het optischezoombereik afgebeeld.
Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken De zoom gebruiken Zoom-instelling U kunt de zoominstelling van het apparaat selecteren. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Zoom-instelling] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Enkel optische zoom: De optische zoom is geactiveerd. U kunt de slimme-zoomfunctie gebruiken als u [ Beeldformaat] instelt op [M] of [S].
Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken De flitser gebruiken De flitser gebruiken Gebruik in een donkere omgeving de flitser om het onderwerp te verlichten tijdens de opname, en om camerabeweging te voorkomen. Als u tegen de zon in opneemt, gebruikt u de flitser om het beeld van het onderwerp met tegenlicht te verlichten. 1. Druk op de knop (flitser omhoog) om de flitser omhoog te laten springen. 2. Druk de ontspanknop helemaal in.
U kunt de flitsfunctie instellen. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Flitsfunctie] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Flitser uit: De flitser werkt niet. Automatisch flitsen (standaardinstelling): De flitser gaat af in donkere omgevingen of bij het opnemen met sterk tegenlicht. Invulflits: Elke keer als u op de ontspanknop drukt, gaat de flitser af. Langz.flitssync.: Elke keer als u op de ontspanknop drukt, gaat de flitser af.
Het kan zijn dat het hogere flitseffect niet zichtbaar is omdat de beschikbare hoeveelheid flitslicht beperkt is in het geval het onderwerp zich buiten het maximumbereik van de flitser bevindt. Als het onderwerp zich erg dichtbij bevindt, is het lagere flitseffect mogelijk niet zichtbaar. Hoe te gebruiken selecteren De opnamefuncties gebruiken Een schermweergavefunctie De schermweergave veranderen (Opnemen) U kunt de afgebeelde inhoud op het scherm veranderen. 1.
Histogram Sommige schermweergavefuncties zijn niet beschikbaar in de standaardinstellingen. Om de schermweergavefuncties te veranderen, drukt u op MENU → (Eigen instellingen) → [DISP-knop] en verandert u de instelling. Opmerking Histogram wordt niet afgebeeld tijdens het opnemen van panoramabeelden.
Beeldt opname-informatie af. Geen info: Beeldt geen opname-informatie af. Histogram: Toont een grafische weergave van de luminantieverdeling. Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken beelden selecteren Het formaat/de kwaliteit van stilstaande Beeldformaat (stilstaand beeld) Hoe groter het beeldformaat hoe meer details zullen worden gereproduceerd wanneer het beeld wordt afgedrukt op een groot formaat papier. Hoe kleiner het beeldformaat, hoe meer beelden kunnen worden opgenomen. 1.
Stelt de beeldverhouding in van stilstaande beelden. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [ Beeldverhouding] → gewenste instelling. Menu-onderdelen 3:2 (standaardinstelling): Geschikt voor standaardafdrukken. 16:9: Voor weergeven op een high-definition-tv. Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken beelden selecteren Het formaat/de kwaliteit van stilstaande Kwaliteit (stilstaand beeld) Selecteert het compressieformaat van stilstaande beelden. 1.
compressieverhouding van [Standaard] hoger is dan die van [Fijn], is de bestandsgrootte van [Standaard] kleiner dan die van [Fijn]. Hiermee kunnen meer bestanden worden opgenomen op 1 geheugenkaart, maar de kwaliteit is lager. Opmerking Als beelden niet bewerkt hoeven te worden op uw computer, adviseren wij u beelden op te nemen in het JPEG-bestandsformaat. U kunt geen DPOF-afdrukmarkering aanbrengen op beelden in het RAW-bestandsformaat.
Menu-onderdelen Rechts (standaardinstelling): Pan de camera van links naar rechts. Links: Pan de camera van rechts naar links. Naar boven: Pan de camera van onder naar boven. Naar beneden: Pan de camera van boven naar onder. Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Scherpstelfunctie Selecteert de scherpstelmethode die geschikt is voor de beweging van het onderwerp. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Scherpstelfunctie] → gewenste instelling.
Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Scherpstelgebied Selecteert het scherpstelgebied. Gebruik deze functie wanneer het moeilijk is goed scherp te stellen in de automatische scherpstellingsfunctie. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Scherpstelgebied] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Breed: Stelt automatisch scherp op een onderwerp in alle bereiken van het beeld.
De scherpstelling is vergrendeld. 3. Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt en plaats het onderwerp terug op de oorspronkelijke plaats om het beeld opnieuw samen te stellen. 4. Druk de ontspanknop helemaal in om het beeld op te nemen. Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen H. scherpst. Als het moeilijk is goed scherp te stellen in de automatische scherpstellingsfunctie, kunt u de scherpstelling handmatig uitvoeren. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Scherpstelfunctie] → [H.
2. Druk de ontspanknop tot halverwege in om automatisch scherp te stellen. 3. Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt en draai de scherpstelring om een betere scherpstelling te krijgen. Wanneer u de scherpstelring draait, wordt de scherpstellingsafstand afgebeeld op het scherm. Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen MF Assist (stilstaand beeld) U kunt het beeld op het scherm automatisch vergroten om gemakkelijker handmatig scherp te stellen.
U kunt de scherpstelling controleren door het beeld te vergroten voordat u opneemt. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Scherpst. vergroten]. 2. Druk op in het midden van het besturingswiel om het beeld te vergroten en het deel te selecteren dat u wilt vergroten met de boven-/onder-/linker-/rechterkant van het besturingswiel. 3. Bevestig de scherpstelling. 4. Druk de ontspanknop helemaal in om het beeld op te nemen. Hint Iedere keer wanneer u op in het midden drukt, verandert de zoekerloup.
Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Reliëfniveau U kunt bij opnemen met handmatige scherpstelling of met directe handmatige scherpstelling de contouren van scherpgestelde bereiken benadrukken met behulp van een specifieke kleur. Met behulp van deze functie kunt u de scherpstelling gemakkelijk controleren. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Reliëfniveau] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Hoog: Stelt het reliëfniveau in op hoog.
Rood: Reliëf versterkt in rood. Geel: Reliëf versterkt in geel. Wit (standaardinstelling): Reliëf versterkt in wit. Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen AF-vergrendeling Stelt de functie in voor het volgen van het onderwerp om het scherpgesteld te houden. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [AF-vergrendeling] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Uit: Volgt een onderwerp dat moet worden scherpgesteld niet. Aan: Volgt een onderwerp dat moet worden scherpgesteld. Aan(start m.
Opmerking De functie [AF-vergrendeling] werkt mogelijk niet goed in de volgende situaties: Het onderwerp beweegt te snel. Het onderwerp is te klein of te groot. Er is weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond. Het is donker. Het omgevingslicht verandert. Hint Als u het onderwerp kwijt bent, kan dit apparaat het onderwerp detecteren en de AFvergrendelingsfunctie hervatten wanneer het onderwerp weer op het scherm verschijnt.
Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen AF-hulplicht (stilstaand beeld) Het AF-hulplicht geeft een invullicht zodat gemakkelijker op een onderwerp kan worden scherpgesteld in een donkere omgeving. Met het rode AF-hulplicht kan het apparaat gemakkelijk scherpstellen wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt, totdat de scherpstelling wordt vergrendeld. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [ AF-hulplicht] → gewenste instelling.
1. Selecteer MENU → (Eigen instellingen) → [AF-microafst.]. 2. Selecteer [Inst. voor aanp. AF] → [Aan]. 3. [hoeveelheid] → gewenste waarde. U kunt een waarde selecteren tussen -20 en +20. Wanneer u een positieve waarde selecteert, wordt de automatisch scherpgestelde positie weg van het apparaat geschoven. Wanneer u een negatieve waarde selecteert, wordt de automatisch scherpgestelde positie dichter naar het apparaat toe geschoven.
Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen De exacte afstand tot een onderwerp meten De -markering geeft de locatie van de beeldsensor* aan. Wanneer u de exacte afstand meet tussen het apparaat en het onderwerp, kijk dan naar de positie van de horizontale lijn. De afstand van het lenscontactoppervlak tot de beeldsensor is ongeveer 18 mm. * De beeldsensor is het onderdeel dat de lichtbron omzet in een digitaal signaal.
U kunt voor bewegende beelden de belichting instellen binnen een bereik van −2,0 EV tot +2,0 EV. Als u een onderwerp opneemt in uiterst heldere of donkere omstandigheden, of wanneer u de flitser gebruikt, kunt u mogelijk geen bevredigend resultaat bereiken. Alleen een waarde tussen –2,0 EV en +2,0 EV wordt tijdens het opnemen op het scherm afgebeeld met de daarbij behorende helderheid van het beeld.
Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Belichting instellen AE-vergrendeling Wanneer het contrast tussen het onderwerp en de achtergrond hoog is, zoals bij het opnemen van een onderwerp met tegenlicht of een onderwerp bij een raam, meet u het licht op een punt waarop het onderwerp de juiste belichting lijkt te hebben, en vergrendelt u de belichting voordat u het beeld opneemt.
Menu-onderdelen Automatisch (standaardinstelling): Vergrendelt de belichting na handmatig scherpgesteld te hebben wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt in het geval [Scherpstelfunctie] is ingesteld op [Enkelvoudige AF]. Aan: Vergrendelt de belichting wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt. Uit: Vergrendelt de belichting niet wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt. Gebruik deze functie wanneer u de scherpstelling en belichting afzonderlijk wilt instellen.
Het zebrapatroon wordt niet afgebeeld tijdens een HDMI-verbinding. Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Belichting instellen Belichtingsinst.gids U kunt instellen of een gids wordt afgebeeld wanneer u de belichting instelt. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Belichtingsinst.gids] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Uit: Beeldt de gids niet af. Aan (standaardinstelling): Beeldt de gids af.
Neemt continu beelden op na 10 seconden. Bracket continu: Neemt beelden op wanneer u de ontspanknop ingedrukt houdt, elk met een verschillend helderheidsniveau. Bracket enkel: Neemt een opgegeven aantal beelden op, één voor één, elk met een verschillende helderheidsniveau. Witbalansbracket: Neemt in totaal drie beelden op, elk met een verschillend helderheidsniveau volgens de geselecteerde instellingen voor de witbalans, kleurtemperatuur en kleurfilter.
Het apparaat blijft opnemen zo lang de ontspanknop ingedrukt wordt gehouden. U kunt continu opnemen op een snelheid hoger dan die van [Continue opname]. 1. MENU→ (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Cont. m. snelh.vk.]. Opmerking De snelheid van ononderbroken opnemen is geschat aan de hand van onze eigen criteria. De snelheid van het continu opnemen kan lager liggen, afhankelijk van de opnameomstandigheden (beeldformaat, ISO-instelling, NR bij hoge ISO, of de instelling van [Vervorm.compensat.
de sluiter wordt ontspannen. Druk nogmaals op de ontspanknop als u de zelfontspanner wilt annuleren. Zelfontspanner: 2 sec.: Stelt de zelfontspanner met een vertraging van 2 seconden in. Dit vermindert de camerabewegingen die worden veroorzaakt door het indrukken van de ontspanknop. Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Een transportfunctie selecteren Zelfontsp.(Cont.) Maakt na 10 seconden zonder onderbreking het aantal opnamen dat u hebt ingesteld.
1. MENU → (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Bracket continu] 2. Selecteer de gewenste functie met de rechter-/linkerkant van het besturingswiel. Menu-onderdelen Bracket continu: 0,3EV 3 beelden (standaardinstelling): Deze instelling neemt drie beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 0,3 EV. Bracket continu: 0,7EV 3 beelden: Deze instelling neemt drie beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 0,7 EV.
Neemt meerdere beelden op waarbij automatisch de belichting wordt verschoven van normale belichting, naar donkerder en vervolgens naar lichter. Druk voor elk beeld op de ontspanknop. U kunt na het opnemen een beeld selecteren dat aan uw wensen voldoet. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Bracket enkel]. 2. Selecteer de gewenste functie met de rechter-/linkerkant van het besturingswiel.
Neemt drie beelden op, elk met een verschillend kleurtinten volgens de geselecteerde instellingen voor de witbalans, kleurtemperatuur en kleurfilter. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Witbalansbracket]. 2. Selecteer de gewenste functie met de rechter-/linkerkant van het besturingswiel. Menu-onderdelen Bracket witbalans: Lo (standaardinstelling): Neemt een serie van drie beelden op met kleine verschillen in de witbalans.
Hoe te gebruiken scherm te kijken De opnamefuncties gebruiken Foto's van uzelf nemen door naar het Zelfportr./-ontspan. U kunt de hoek van het LCD-scherm veranderen en beelden opnemen terwijl u het beeld op het scherm bekijkt. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Zelfportr./-ontspan.] → [Aan]. 2. Draai het LCD-scherm 180° omhoog en richt vervolgens de lens op uzelf. Het apparaat start de zelfontspanneropname na drie seconden.
2000 / 2500 / 3200 / 4000 / 5000 / 6400 / 8000 / 10000 / 12800 / 16000: U kunt voorkomen dat beelden opgenomen op donkere plaatsen of van bewegende onderwerpen wazig worden door de ISO-gevoeligheid te verhogen (een hogere waarde in te stellen). Opmerking [ISO AUTO] wordt geselecteerd bij gebruik van de volgende functies: [Slim automatisch] [Superieur automat.] [Scènekeuze] [Panorama d. beweg.] Hoe hoger de ISO-waarde, hoe meer ruis zichtbaar wordt op de beelden.
[DRO/Auto HDR] ligt vast op [Uit] wanneer [Zonsondergang], [Nachtscène], [Nachtportret], [Schemeropn. hand] of [Antibewegingswaas] is geselecteerd voor [Scènekeuze]. De instelling ligt vast op [Dynamische-bereikopt.: auto] wanneer andere functies zijn geselecteerd bij [Scènekeuze]. Tijdens opnemen met [D.-bereikopt.] kan ruis voorkomen in het beeld. Selecteer het juiste niveau door het opgenomen beeld te controleren, vooral wanneer u het effect sterker maakt.
onderwerpbeweging optreedt, kunt u mogelijk geen goede HDR-beelden maken. Als het apparaat een probleem heeft vastgesteld, wordt afgebeeld op het opgenomen beeld om u te informeren over deze situatie. Maak zo nodig nog een opname en besteed aandacht aan het contrast of de onscherpte. Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken De kleurtinten aanpassen Witbalans Past de kleurtinten aan de omgevingslichtomstandigheden aan.
De kleurtemperatuur wordt ingesteld op flitslicht. Onderwater automat.: De kleurtemperatuur wordt ingesteld op opnemen onderwater. Kl.temp./Filter: Past de kleurtinten aan afhankelijk van de lichtbron. Bereikt het effect van CC-filters (Color Compensation) voor fotografie. Eigen: Gebruikt de witbalansinstelling opgeslagen in [Eigen instelling]. Eigen instelling: Slaat de basiswitkleur op onder de lichtomstandigheden voor de opnameomgeving.
De mededeling [Fout eigen witbalans] geeft aan dat de waarde hoger is dan het verwachte bereik, wanneer de flitser wordt gebruikt op een onderwerp met te felle kleuren in het frame. Als u deze waarde registreert, wordt op het opname-informatiescherm de -indicator geel. U kunt nu een opname maken, maar het wordt aanbevolen dat u de witbalans opnieuw instelt voor een nauwkeurigere witbalanswaarde.
Creëert het uiterlijk van een schilderij, waarbij de kleuren en details krachtiger worden weergegeven. Mono. m. rijke tonen: Creëert een beeld in zwart-wit met een rijke gradatie en reproductie van details. Miniatuur: Creëert een beeld waarin het onderwerp levendiger wordt weergegeven en de achtergrond aanzienlijk onscherper wordt gemaakt. Dit effect kunt u vaak zien in foto's van miniatuurmodellen.
Als de scène weinig contrast heeft of als aanzienlijke camerabewegingen of onderwerpbewegingen zijn opgetreden, kunt u mogelijk geen goede HDR-beelden krijgen. Als het apparaat een dergelijke situatie vaststelt, wordt / afgebeeld op het opgenomen beeld om u te informeren over deze situatie. Verander zo nodig de compositie of pas de instellingen op een andere manier aan, wees bedacht op wazige beelden en neem opnieuw op.
[Contrast], [Verzadiging] en [Scherpte] kunnen worden ingesteld voor elk onderdeel van [Creatieve stijl]. Selecteer een onderdeel om in te stellen met de rechter-/linkerkant van het besturingswiel, en stel daarna de waarde in met de boven-/onderkant van het besturingswiel. Contrast: Hoe hoger de geselecteerde waarde, hoe meer het verschil tussen licht en schaduw wordt benadrukt, en hoe groter het effect op het beeld. Verzadiging: Hoe hoger de geselecteerde waarde, hoe levendiger de kleur.
U kunt geen disc maken met het softwareprogramma PlayMemories Home van bewegende beelden die werden opgenomen terwijl [ Bestandsindeling] stond ingesteld op [MP4]. Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden opnemen Opname-instell. (bewegende beelden) Selecteert het beeldformaat, de beeldfrequentie en de beeldkwaliteit voor het opnemen van bewegende beelden. Hoe hoger de bitsnelheid, hoe hoger de beeldkwaliteit. 1. MENU → Als [ (Camera- instellingen) → [ Opname-instell.
Neemt bewegende beelden op in hoge beeldkwaliteit van 1920 × 1080 (24p/25p). Dit geeft een sfeer als in een bioscoop. Bitsnelheid: Maximaal 24 Mbps 24p 17M(FH)*: 25p 17M(FH)**: Neemt bewegende beelden op in standaardbeeldkwaliteit van 1920 × 1080 (24p/25p). Dit geeft een sfeer als in een bioscoop. Bitsnelheid: Gemiddeld 17 Mbps [ Bestandsindeling]: [MP4] 1440×1080 12M (standaardinstelling): Neemt bewegende beelden op in 1440 × 1080.
Aan (standaardinstelling): Neemt geluid op (stereo). Uit: Neemt geen geluid op. Opmerking Het geluid van de lens en het apparaat in bedrijf zullen ook worden opgenomen wanneer [Aan] is geselecteerd. Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden opnemen Windruis reductie Stelt in of tijdens het opnemen van bewegende beelden windgeruis wordt verminderd of niet. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Windruis reductie] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan: Vermindert windgeruis.
Aan (standaardinstelling): Gebruikt [ Aut. lang. sluit.tijd]. De sluitertijd wordt automatisch langer bij opnemen op donkere plaatsen. U kunt de ruis in de bewegende beelden verminderen door een lange sluitertijd te gebruiken tijdens het opnemen op donkere plaatsen. Uit: Gebruikt [ Aut. lang. sluit.tijd] niet. De opgenomen bewegende beelden zullen donkerder zijn dan wanneer [Aan] is geselecteerd, maar u kunt bewegende beelden opnemen met vloeiendere actie en minder onderwerpbeweging. Opmerking [ Aut.
gewenste knop. Opmerking Sommige functies kunnen niet worden toegewezen aan bepaalde knoppen. Hoe te gebruiken handig gebruik De opnamefuncties gebruiken De opnamefuncties aanpassen voor Werking van de ?-knop Wanneer u eenmaal een functie hebt toegewezen aan de knop ? (vraagteken), kunt u die functie uitvoeren door eenvoudigweg op de knop ? (vraagteken) te drukken wanneer het opname-informatiescherm wordt afgebeeld. 1. MENU → instelling. (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.
handig gebruik Werking van de linkerknop Nadat u een functie hebt toegewezen aan de linkerknop, kunt u die functie uitvoeren door eenvoudig op de linkerknop te drukken wanneer het opname-informatiescherm wordt afgebeeld. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.] → [Functie linkerknop] → gewenste instelling. De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm.
De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm. Hoe te gebruiken instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit apparaat Creatief met foto's [Creatief met foto's] is een functie waarmee u de camera intuïtief kunt bedienen met behulp van een andere weergave op het scherm. Wanneer de opnamefunctie is ingesteld op (Slim automatisch) of (Superieur automat.), kunt u de instellingen eenvoudig veranderen en beelden opnemen. 1.
Wanneer u bewegende beelden opneemt met de functie [Creatief met foto's], kunt u geen instellingen veranderen tijdens het opnemen. Als u de opnamefunctie omschakelt naar de functie [Slim automatisch] of de functie [Superieur automat.], of het apparaat uitschakelt, keren de instellingen die u hebt veranderd terug naar de standaardinstellingen. Wanneer de opnamefunctie is ingesteld op [Superieur automat.], en u [Creatief met foto's] gebruikt, voert het apparaat het overlay-proces van de beelden niet uit.
Tips voor effectiever opnemen van lachende gezichten Bedek de ogen niet met haar en houd de ogen een beetje dicht. Verberg het gezicht niet met een hoed, masker, zonnebril, enz. Probeer het gezicht te richten op het apparaat en houd het gezicht zo rechtop mogelijk. Glimlach duidelijk met een open mond. De glimlach is gemakkelijker te detecteren wanneer de tanden zichtbaar zijn. Als u op de ontspanknop drukt in de lach-sluiterfunctie, neemt het apparaat het beeld op.
Menu-onderdelen Uit (standaardinstelling): Gebruikt de functie [ Zachte-huideffect] niet. Aan: Gebruik [ Zachte-huideffect]. Hint Als [ Zachte-huideffect] is ingesteld op [Aan], kunt u het effectniveau selecteren.
2. Selecteer een gezicht om de volgorde van prioriteit te veranderen. 3. Selecteer de bestemming. Hoe te gebruiken instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit apparaat Gezichtsregistratie (Wissen) Wist een geregistreerd gezicht. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Gezichtsregistratie] → [Wissen]. Als u [Alles verwijderen] selecteert, kunt u alle geregistreerde gezichten wissen.
Opmerking Het is mogelijk dat de rode-ogeneffectvermindering niet het gewenste resultaat oplevert. Dit is afhankelijk van individuele verschillen en omstandigheden, zoals de afstand tot het onderwerp, en of het onderwerp naar de voorflits kijkt of niet. Hoe te gebruiken instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit apparaat Autom.
Hoe te gebruiken instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit apparaat SteadyShot Stelt in of de functie SteadyShot moet worden gebruikt of niet. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [SteadyShot] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan (standaardinstelling): Gebruikt [SteadyShot]. Uit: Gebruikt [SteadyShot] niet. Wij adviseren u de camera in te stellen op [Uit] als u een statief gebruikt.
Activeert gematigde hoge-ISO-ruisonderdrukking. Selecteer dit als u de opnametiming prioriteit wilt geven. Hoe te gebruiken instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit apparaat Kleurenruimte (stilstaand beeld) De wijze waarop kleuren worden voorgesteld met behulp van combinaties van nummers of het bereik van de kleurenreproductie wordt "kleurenruimte" genoemd. U kunt de kleurenruimte veranderen, afhankelijk van het doel van het beeld. 1.
Stelt in of de rasterlijn wordt afgebeeld of niet. De stramienlijn helpt u de beeldcompositie aan te passen. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Stramienlijn] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Driedelingsraster: Plaats de hoofdonderwerpen dicht bij één van de rasterlijnen die het beeld in drieën delen voor een goed gebalanceerde beeldcompositie. Vierkantsraster: Met vierkante rasters kunt u gemakkelijker het horizontale niveau van hun compositie controleren.
eerst het oorspronkelijke beeld weergeven en daarna het vergrote beeld. De DISP (Weergave-instelling)-instellingen worden toegepast op het Auto Review-scherm. Hoe te gebruiken instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit apparaat LiveView-weergave Stelt in of beelden waarop de effecten van belichtingscompensatie, witbalans, [Creatieve stijl] of [Foto-effect] zijn toegepast, moeten worden weergegeven op het scherm of niet. 1.
Hoe te gebruiken instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit apparaat Opn. zonder lens Stelt in of de sluiter kan worden ontspannen of niet als geen lens is bevestigd. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Opn. zonder lens] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Inschakelen: De sluiter kan worden ontspannen als geen lens is bevestigd. Selecteer [Inschakelen] wanneer u het apparaat bevestigt op een sterrentelescoop, enz.
Opmerking Zelfs als u [Sup. aut. Bld extract.] instelt op [Uit] met [Schemeropn. hand] geselecteerd als de scèneherkenningsfunctie, wordt één gecombineerd beeld opgeslagen. Wanneer de functie [ Autom. kadreren] is ingeschakeld, worden twee beelden opgeslagen, zelfs wanneer u [Sup. aut. Bld extract.] hebt ingesteld op [Automatisch]. Hoe te gebruiken instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit apparaat Schaduwcompensat.
gewenste instelling. Menu-onderdelen Automatisch (standaardinstelling): Vermindert de kleurafwijking automatisch. Uit: Corrigeert de kleurafwijking niet. Opmerking De functie [Chro. afw.compens.] is alleen beschikbaar wanneer een lens met een E-vatting is aangebracht. Hoe te gebruiken instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit apparaat Vervorm.compensat. Corrigeert de vervorming van het scherm, die wordt veroorzaakt door bepaalde karakteristieken van de lens. 1.
Beelden weergeven Geeft de vastgelegde beelden weer. 1. Druk op de (Weergave)-knop als u naar de weergavestand wilt overschakelen. 2. Selecteer het beeld met het besturingswiel. Hint Dit apparaat maakt een beelddatabasebestand aan op een geheugenkaart voor het opnemen en weergeven van beelden. Een beeld dat niet is geregistreerd in het beelddatabasebestand wordt mogelijk niet goed weergegeven.
Beeldindex U kunt meerdere beelden tegelijkertijd in de weergavefunctie weergeven. 1. Duw de W/T-(zoom)knop naar de W-kant terwijl het beeld wordt weergegeven. Om het aantal beelden dat moet worden weergegeven te veranderen MENU → (Afspelen) → [Beeldindex] → gewenste instelling. Menu-onderdelen 12 beelden (standaardinstelling)/30 beelden Terugkeren naar enkelbeeldweergave Selecteer het gewenste beeld en druk op in het midden van het besturingswiel.
Tijdens AVCHD-weergave Hoe te gebruiken Weergeven Beelden wissen Een beeld dat wordt weergegeven wissen U kunt een weergegeven beeld wissen. 1. Geef het beeld weer dat u wilt wissen. 2. Druk op de (Wissen)-knop. 3. Selecteer [Wissen] met het besturingswiel en druk daarna op besturingswiel. Hoe te gebruiken Weergeven in het midden van het Beelden wissen Meerdere geselecteerde beelden tegelijk wissen U kunt meerdere geselecteerde beelden wissen. 1.
Hoe te gebruiken Weergeven Bewegende beelden weergeven Bewegende beelden weergeven Geeft de opgenomen bewegende beelden weer. 1. Druk op de (weergave-)knop om over te schakelen naar de weergavefunctie. 2. Selecteer de bewegende beelden die u wilt weergeven met het besturingswiel. 3. Om bewegende beelden weer te geven, drukt u op in het midden. Beschikbare bedieningen tijdens het weergeven van bewegende beelden U kunt vertraagd weergeven, het volumeniveau veranderen, enz.
1. Druk op de (weergave-)knop om over te schakelen naar de weergavefunctie. 2. Selecteer het panoramabeeld dat moet worden weergegeven met het besturingswiel. 3. Druk op in het midden om het beeld weer te geven. Om de weergave te pauzeren, drukt u nogmaals op in het midden. Om terug te keren naar de weergave van het volledige beeld, drukt u op de MENUknop.
(3) MENU → [OK] → Druk op in het midden. Alles annuleren: Wist alle DPOF-afdrukmarkeringen. Afdrukinstelling: U kunt instellen of de datum moet worden afgedrukt op beelden met een DPOFafdrukmarkering. (1) Selecteer [Aan] of [Uit] → [Enter] bij [Datum afdrukken]. Opmerking U kunt de DPOF-afdrukmarkering niet toevoegen aan de volgende bestanden: Bewegende beelden RAW-beelden Hoe te gebruiken Weergeven De weergavefuncties gebruiken Weergavefunctie Stelt de weergavefunctie in (beeldweergavemethode). 1.
Menu-onderdelen Handmatig (standaardinstelling): Het beeld wordt weergegeven overeenkomstig de richtingsinformatie van het beeld. U kunt het beeld roteren met behulp van de rotatiefunctie. Uit: Geeft de beelden altijd weer in de landschapstand. Hoe te gebruiken Weergeven De weergavefuncties gebruiken Diavoorstelling Geeft automatisch beelden continu weer. 1. MENU → (Afspelen) → [Diavoorstelling] → gewenste instelling. 2. Selecteer [Enter].
Roteren Draait een opgenomen stilstaand beeld linksom. 1. MENU → (Afspelen) → [Roteren]. 2. Druk op in het midden van het besturingswiel. Het beeld wordt linksom gedraaid. Het beeld draait wanneer u op in het midden drukt. Als u het beeld eenmaal hebt gedraaid, blijft het beeld gedraaid nadat het apparaat is uitgeschakeld. Opmerking U kunt bewegende beelden niet draaien. Beelden die met andere apparaten zijn opgenomen, kunnen mogelijk niet worden gedraaid.
Beveiligt alle stilstaande beelden in het geselecteerde datumbereik. Alles in deze map annul.: Annuleert de beveiliging van alle stilstaand beelden in de geselecteerde map. Alles deze datum annul.: Annuleert de beveiliging van alle stilstaand beelden in het geselecteerde datumbereik. Hoe te gebruiken Weergeven De weergavefuncties gebruiken WG 4K-stilst. beeld Voert stilstaande beelden met een resolutie van 4K uit naar een via HDMI aangesloten televisie die ondersteuning biedt voor 4K. 1.
Wanneer RAW-beelden worden uitgevoerd met [WG 4K-stilst. beeld] naar 4K-compatibele televisies, worden ze weergegeven in HD-kwaliteit. Hoe te gebruiken Weergeven Beelden bekijken op een televisie Beelden bekijken op een HD-televisie Om beelden die in dit apparaat zijn opgeslagen te bekijken op een televisie, zijn een HDMIkabel (los verkrijgbaar) en een HD-televisie uitgerust met een HDMI-aansluiting vereist. 1. Schakel zowel dit apparaat als de televisie uit. 2.
texturen en kleuren. Raadpleeg de bij de compatibele televisie geleverde gebruiksaanwijzing voor meer informatie. Opmerking Sluit dit apparaat niet aan op een ander apparaat via de uitgangsaansluitingen van beide apparaten. Als u dit toch doet, kan een storing worden veroorzaakt. Sommige apparaten werken niet correct wanneer ze zijn aangesloten op dit apparaat. Ze voeren bijvoorbeeld geen video of audio uit. Gebruik een HDMI-kabel met het HDMI-logo of een originele kabel van Sony.
4. Schakel dit apparaat in. 5. MENU → (Instellingen) → [CTRL.VOOR HDMI] → [Aan]. 6. Druk op de SYNC MENU-knop op de afstandsbediening van de televisie om de gewenste functie te selecteren. Opmerking Alleen televisies die "BRAVIA" Sync ondersteunen maken bediening via SYNC MENU mogelijk. Raadpleeg de bij de televisie geleverde gebruiksaanwijzing voor meer informatie.
1. MENU → (Instellingen) → [Volume-instellingen] → gewenste instelling. Het volumeniveau aanpassen tijdens weergave Druk tijdens weergave van bewegende beelden op de onderkant van het besturingswiel om het bedieningspaneel af te beelden, en stel daarna het volumeniveau in. U kunt het volumeniveau instellen terwijl u naar het werkelijke geluid luistert. Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Audiosignalen Selecteert of het apparaat een geluid voortbrengt of niet. 1.
Menu-onderdelen Aan (standaardinstelling): Schakelt de uploadfunctie in. Uit: Schakelt de uploadfunctie uit. Aanduiding van communicatiestatus op het scherm : Standby. Er zijn geen beelden te verzenden. : Klaar voor uploaden. : Verbinding maken. : Bezig met uploaden. : Fout. Opmerking Eye-Fi-kaarten worden alleen verkocht in bepaalde landen/gebieden. Neem voor meer informatie over Eye-Fi-kaarten rechtstreeks contact op met de fabrikant of leverancier.
MENU-knop drukt. 1. MENU → (Instellingen) → [Tegelmenu] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan (standaardinstelling): Geeft altijd het eerste scherm van het menu weer (tegelmenu). Uit: Schakelt het tegelmenu uit. Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Wisbevestiging U kunt instellen of [Wissen] of [Annuleren] is geselecteerd als de standaardinstelling op het bevestigingsscherm voor wissen. 1. MENU → (Instellingen) → [Wisbevestiging] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Stand.
30 min./5 min./2 minuten/1 min. (standaardinstelling)/10 sec. Opmerking Schakel het apparaat uit wanneer u het apparaat gedurende een lange tijd niet gaat gebruiken. Als een elektrisch bediende zoomlens is bevestigd, wordt de lens ingetrokken 1 minuut nadat de bediening van het apparaat is gestopt indien [Begintijd energ.besp] is ingesteld op [10 sec.].
opgenomen automatisch weer (demonstratie) wanneer de camera gedurende een bepaalde tijdsduur niet is bediend. Selecteer normaal [Uit]. 1. MENU → (Instellingen) → [Demomodus] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan: De demonstratie van weergave van bewegende beelden start automatisch als het apparaat gedurende ongeveer één minuut niet wordt bediend. Alleen beveiligde bewegende beelden in het AVCHD-formaat worden weergegeven.
1080i: Voert signalen uit in HD-beeldkwaliteit (1080i). Opmerking Als de beelden niet goed worden weergeven met de instelling [Automatisch] , selecteert u [1080i] of [1080p] , afhankelijk van de televisie die moet worden aangesloten. Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup CTRL.
Brengt automatisch een massaopslagverbinding of MTP-verbinding tot stand, afhankelijk van de computer of andere USB-apparaten die moeten worden aangesloten. Windows 7- of Windows 8-computers worden verbonden met MTP, en de unieke functies ervan worden ingeschakeld voor gebruik. Massaopslag: Brengt een massaopslagverbinding tot stand tussen dit apparaat, een computer en andere USB-apparaten. MTP: Brengt een MTP-verbinding tot stand tussen dit apparaat, een computer en andere USBapparaten.
Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Taal Selecteert de taal voor de menu-items, waarschuwingen en mededelingen. 1. MENU → Hoe te gebruiken (Instellingen) → [ Taal] → gewenste taal. Instellingen veranderen Menu Setup Datum/tijd instellen Stelt de datum en tijd opnieuw in. 1. MENU → (Instellingen) → [Datum/tijd instellen] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Zomertijd: Selecteert de zomertijd [Aan]/[Uit]. Datum/Tijd: Stelt de datum en tijd in.
Formatteren Formatteert (initialiseert) de geheugenkaart. Wanneer u voor de eerste keer een geheugenkaart gebruikt in dit apparaat, adviseren wij u de kaart met behulp van het apparaat te formatteren voor stabiele prestaties van de geheugenkaart. Formatteren wist alle gegevens op de geheugenkaart permanent en is onherstelbaar. Sla waardevolle gegevens op een computer of soortgelijk apparaat op. 1. MENU → (Instellingen) → [Formatteren].
U kunt de opnamemap veranderen waarin de opgenomen beelden worden opgeslagen. 1. MENU → (Instellingen) → [OPN.-map kiezen] → gewenste map. Opmerking U kunt de map niet selecteren wanneer u de instelling [Datumformaat] selecteert. Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Nieuwe map Maakt een nieuwe map aan op de geheugenkaart. Een nieuwe map wordt aangemaakt met een mapnummer dat één hoger is dan het hoogste mapnummer dat aanwezig is.
Menu-onderdelen Standaardform. (standaardinstelling): De vorm van de mapnaam is als volgt: mapnummer + MSDCF. Voorbeeld: 100MSDCF Datumformaat: De vorm van de mapnaam is als volgt: mapnummer + J (laatste cijfer)/MM/DD. Voorbeeld: 10040405 (mapnummer: 100, datum: 04/05/2014) Opmerking De naam van de map voor bewegende beelden in het MP4-formaat ligt vast als "mapnummer + ANV01".
Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Versie Geeft de versie weer van dit apparaat, deze lens en deze vattingadapter. 1. MENU → (Instellingen) → [Versie]. Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Certificatielogo (alleen buitenlands model) Geeft enkele van de certificeringslogo's van dit apparaat weer. 1. MENU → Hoe te gebruiken (Instellingen) → [Certificatielogo].
verwijderd. Om deze applicaties weer te kunnen gebruiken, moet u ze opnieuw installeren. De waarde ingesteld met [AF-microafst.] wordt niet teruggesteld, zelfs niet wanneer [Camera-instell. terugstell.] of [Initialiseren] wordt uitgevoerd. Hoe te gebruiken smartphone De Wi-Fi-functies gebruiken Dit apparaat aansluiten op een PlayMemories Mobile Om [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] of [Naar smartph verznd], enz.
De smartphone is verbonden met het apparaat. Hoe te gebruiken smartphone De Wi-Fi-functies gebruiken Dit apparaat aansluiten op een Het apparaat aansluiten op een iPhone of iPad 1. Selecteer de modelnaam van dit apparaat (DIRECT-xxxx: xxxx) op het Wi-Fi-instelscherm van uw iPhone of iPad. 2. Voer het wachtwoord in dat wordt afgebeeld op dit apparaat.
De iPhone of iPad is verbonden met het apparaat. 3. Controleer of uw iPhone of iPad werd verbonden met de "SSID" die wordt afgebeeld op dit apparaat. 4. Ga terug naar het uitgangsscherm en open PlayMemories Mobile. Hoe te gebruiken smartphone De Wi-Fi-functies gebruiken Dit apparaat aansluiten op een Een applicatie oproepen met [One-touch (NFC)] U kunt een gewenste applicatie in het applicatiemenu van dit apparaat oproepen door een NFC-compatibele Android-smartphone aan te raken met het apparaat.
geregistreerd wordt geopend op dit apparaat. Opmerking Wanneer het apparaat in de weergavefunctie staat, wordt de geregistreerde applicatie niet geopend, ook niet wanneer u de smartphone aanraakt met het apparaat. Wanneer u een applicatie oproept met aanraakbediening, wordt PlayMemories Mobile geopend op de smartphone, zelfs als die applicatie niet werkt met een smartphone. Verlaat PlayMemories Mobile zonder een bediening uit te voeren.
Opmerking Dit apparaat deelt de verbindingsinformatie voor [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] met een apparaat dat toestemming heeft om verbinding te maken. Als u het apparaat wilt veranderen dat toestemming heeft om verbinding te maken met dit apparaat, stelt u de verbindingsinformatie terug door deze stappen te volgen. MENU → (Draadloos) → [SSID/WW terugst.]. Nadat de verbindingsinformatie is teruggesteld, moet u de smartphone opnieuw registreren.
De smartphone en het apparaat zijn verbonden en PlayMemories Mobile wordt geopend op de smartphone. Raak met de smartphone het apparaat aan gedurende 1 tot 2 seconden totdat PlayMemories Mobile wordt geopend. Over "NFC" NFC is een technologie die draadloze communicatie over een korte afstand tussen diverse apparaten mogelijk maakt, zoals mobiele telefoons, IC-tags, enz. NFC vereenvoudigt de datacommunicatie door slechts het aangewezen aanraakpunt aan te raken.
1. MENU → (Draadloos) → [Naar smartph verznd] → gewenste instelling. 2. Wanneer het apparaat klaar is voor het kopiëren, wordt op het apparaat een informatiescherm afgebeeld. Sluit met behulp van die informatie de smartphone en het apparaat aan. De instelmethode voor het verbinden van de smartphone en het apparaat varieert afhankelijk van de smartphone. Menu-onderdelen Op dit apparaat selecter.: Selecteert een beeld op het apparaat dat moet worden overgebracht naar de smartphone.
toestemming heeft om verbinding te maken met dit apparaat, stelt u de verbindingsinformatie terug door deze stappen te volgen. MENU → [Draadloos] → [SSID/WW terugst.]. Nadat de verbindingsinformatie is teruggesteld, moet u de smartphone opnieuw registreren. Als [Vliegtuig-stand] is ingesteld op [Aan], kunt u dit apparaat en de smartphone niet met elkaar verbinden. Stel [Vliegtuig-stand] in op [Uit].
[Naar smartph verznd] om de beelden te selecteren. Nadat het scherm wordt weergegeven waarop de verbinding wordt bevestigd, gebruikt u NFC om het apparaat en de smartphone met elkaar te verbinden. Over "NFC" NFC is een technologie die draadloze communicatie over een korte afstand tussen diverse apparaten mogelijk maakt, zoals mobiele telefoons, IC-tags, enz. NFC vereenvoudigt de datacommunicatie door slechts het aangewezen aanraakpunt aan te raken.
reservekopieën maken met behulp van deze bediening. Alvorens deze bediening te starten, installeert u PlayMemories Home op uw computer en registreert u het accesspoint in het apparaat. 1. Start uw computer op. 2. MENU → (Draadloos) → [Naar computer verz.]. Opmerking Afhankelijk van de softwareprogramma-instellingen op de computer, wordt het apparaat uitgeschakeld nadat de beelden op de computer zijn opgeslagen. U kunt beelden op het apparaat overbrengen naar slechts één computer tegelijk.
besturingswiel, en selecteert u daarna [Appraatlijst]. Instellingen voor diavoorstellingen U kunt de instellingen van de diavoorstelling veranderen door op de onderkant van het besturingswiel te drukken. Keuze afspelen: Selecteert de groep beelden die moet worden weergegeven. Mapweergav(stilstaand): Selecteert uit [Alles] en [Alles in map]. Datumweergave: Selecteert uit [Alles] en [Alles in dat.b.]. Interval: Selecteert uit [Kort] en [Lang]. Effecten*: Selecteert uit [Aan] en [Uit].
Hoe te gebruiken veranderen De Wi-Fi-functies gebruiken De instellingen van Wi-Fi-functies WPS-Push Als uw accesspoint een WPS-knop heeft, kunt u het accesspoint eenvoudig in dit apparaat registreren door op de WPS-knop te drukken. 1. MENU → (Draadloos) → [WPS-Push]. 2. Druk op de WPS-knop op het accesspoint dat u wilt registreren.
2. Selecteer het accesspoint dat u wilt registreren. Wanneer het gewenste accesspoint wordt afgebeeld op het scherm: Selecteer het gewenste accesspoint. Wanneer het gewenste accesspoint niet wordt afgebeeld op het scherm: Selecteer [Handmatige instelling] en stel het accesspoint in. *Raadpleeg "Hoe het toetsenbord wordt gebruikt" voor de invoermethode. Als u [Handmatige instelling] selecteert, voert u de SSID-naam van het accesspoint in en selecteert u daarna het beveiligingssysteem. 3.
2. Tekensoort wisselen Elke keer wanneer u op in het midden van het besturingswiel drukt, wisselt de tekensoort tussen alfabetische letters, cijfers en symbolen. 3. Toetsenbord Elke keer wanneer u op in het midden drukt, wordt het teken dat u invoert afgebeeld. Bijvoorbeeld: Als u "abd" wilt invoeren 4. 5. 6. 7. 8.
U kunt de apparaatnaam veranderen onder Wi-Fi Direct. 1. MENU → (Draadloos) → [Naam Appar. Bew.]. 2. Selecteer het invoervak en voer de apparaatnaam in → [OK]. Raadpleeg "Hoe het toetsenbord wordt gebruikt" voor de invoermethode. Hoe te gebruiken veranderen De Wi-Fi-functies gebruiken De instellingen van Wi-Fi-functies MAC-adres weergvn Beeldt het MAC-adres af van dit apparaat. 1. MENU → Hoe te gebruiken veranderen (Draadloos) → [MAC-adres weergvn].
veranderen Netw.instell. terugst. Stelt alle netwerkinstellingen terug op de standaardinstellingen. 1. MENU → (Draadloos) → [Netw.instell. terugst.] → [OK]. Hoe te gebruiken Applicaties toevoegen aan het apparaat PlayMemories Camera Apps PlayMemories Camera Apps U kunt de gewenste functies toevoegen aan dit apparaat door via het internet verbinding te maken met de website voor het downloaden van applicaties (PlayMemories Camera Apps).
http://www.sony.net/pmca 2. Volg de instructies op het scherm en open een serviceaccount. Volg de instructies op het scherm om de gewenste applicatie te downloaden naar het apparaat. Hoe te gebruiken Applicaties toevoegen aan het apparaat De applicaties installeren Applicaties downloaden U kunt applicaties downloaden met behulp van uw computer. 1. Maak verbinding met de website voor het downloaden van applicaties. http://www.sony.net/pmca 2.
1. MENU → (Applicatie) → Applicatielijst → (PlayMemories Camera Apps), en volg daarna de instructies op het scherm om applicaties te downloaden. Maak van tevoren een serviceaccount aan. Opmerking Als de IP-adresinstelling van dit apparaat [Handmatig] is, kunt u geen applicaties downloaden. Stel [IP-adres instelling] in op [Automatisch].
De verwijderde applicatie kan opnieuw worden geïnstalleerd. Voor meer informatie gaat u naar de website voor het downloaden van applicaties. Hoe te gebruiken Applicaties toevoegen aan het apparaat De applicaties beheren De volgorde van de applicaties veranderen U kunt de volgorde veranderen waarin toegevoegde applicaties worden afgebeeld op dit apparaat. 1. MENU → (Applicatie) → Applicatielijst → [Applicatiebeheer] → [Sorteren]. 2. Selecteer de applicatie waarvan u de volgorde wilt veranderen. 3.
www.sony.net/pcenv/ Hoe te gebruiken Weergeven op een computer De software gebruiken PlayMemories Home Door PlayMemories Home te gebruiken kunt u het volgende doen: U kunt beelden die met dit apparaat zijn opgenomen importeren in uw computer. U kunt beelden die in de computer zijn geïmporteerd weergeven. U kunt uw beelden delen met behulp van PlayMemories Online. Onder Windows kunt u tevens het volgende doen: U kunt de beelden in de computer op een kalender op opnamedatum rangschikken en weergeven.
Nieuwe functies kunnen worden toegevoegd aan PlayMemories Home. Zelfs als PlayMemories Home reeds is geïnstalleerd op uw computer, sluit u dit apparaat en uw computer opnieuw op elkaar aan. A: Naar de multi/micro-USB-aansluiting B: Naar de USB-aansluiting van de computer Opmerking Log in als beheerder. Het kan noodzakelijk zijn om de computer opnieuw op te starten.
raadpleegt u de Help-functie van "Autom. draadloos importeren". Opmerking De software die kan worden gebruikt verschilt afhankelijk van het gebied. Hoe te gebruiken Weergeven op een computer De software gebruiken "Image Data Converter" Door "Image Data Converter" te gebruiken kunt u het volgende doen: U kunt beelden die in het RAW-formaat zijn opgenomen bewerken met diverse correcties, zoals tintkromme en scherpte. U kunt beelden aanpassen met witbalans, belichting, [Creatieve stijl], enz.
Windows: [start] → [Alle programma's] → [Image Data Converter] → [Help] → [Image Data Converter Ver.4]. In Windows 8, start [Image Data Converter Ver.4], en selecteer [Help] op de menubalk → [Bedieningshandleiding Image Data Converter]. Mac: Finder → [Toepassingen] → [Image Data Converter] → [Image Data Converter Ver.4], en selecteer [Help] op de menubalk → [Bedieningshandleiding Image Data Converter].
Hoe te gebruiken Weergeven op een computer De software gebruiken Toegang krijgen tot "Remote Camera Control help-gids" Windows: [start] → [Alle programma's] → [Remote Camera Control] → [Help] → [Remote Camera Control Ver.3]. In Windows 8, start [Remote Camera Control Ver.3], en selecteer [Help] op de menubalk → [Remote Camera Control help-gids]. Mac: Finder → [Toepassingen] → [Remote Camera Control] → [Remote Camera Control Ver.3] en selecteer [Help] op de menubalk → [Remote Camera Control help-gids].
Met PlayMemories Home kunt u eenvoudig beelden importeren. Voor informatie over de functies van PlayMemories Home, raadpleegt u de Help-functie van PlayMemories Home. Beelden importeren in een computer zonder gebruik te maken van PlayMemories Home (voor Windows) Als de wizard AutoPlay wordt afgebeeld nadat een USB-verbinding tot stand is gebracht tussen het apparaat en een computer, klikt u op [Map openen en bestanden weergeven] → [OK] → [DCIM] of [MP_ROOT].
1. Klik op de taakbalk op en klik daarna op het pictogram In Windows Vista, klik op (pictogram loskoppelen). op de taakbalk. 2. Klik op de afgebeelde mededeling. Opmerking Op een Mac-computer, sleep het pictogram van de geheugenkaart of het stationspictogram naar het pictogram "Prullenbak" en laat het erin vallen. De verbinding tussen het apparaat en de computer wordt verbroken. Voor computers met Windows 7 of Windows 8 draait, wordt het verwijderingspictogram mogelijk niet afgebeeld.
Hint U kunt de volgende typen discs van 12 cm gebruiken met PlayMemories Home. Voor Blu-ray Discs, zie "Een Blu-ray Disc maken". DVD-R/DVD+R/DVD+R DL: Niet-herschrijfbaar DVD-RW/DVD+RW: Herschrijfbaar Zorg altijd dat uw "PlayStation 3" de meest recente versie van de systeemsoftware voor "PlayStation 3" gebruikt. "PlayStation 3" is mogelijk niet verkrijgbaar in sommige landen/gebieden.
van PlayMemories Home door de beeldkwaliteit om te zetten naar een lagere kwaliteit. Hoe te gebruiken maken Weergeven op een computer Een disc met bewegende beelden Een disc maken met een ander apparaat dan een computer U kunt ook een disc maken met behulp van een Blu-ray-recorder, enz. Afhankelijk van welk apparaat u gebruikt, verschillen de typen discs die u kunt maken. Blu-ray-recorder: High-definition (HD)-beeldkwaliteit Standard-definition (STD)-beeldkwaliteit HDD-recorder, enz.
U kunt een Blu-ray Disc maken van bewegende beelden in het AVCHD-formaat die in een computer zijn geïmporteerd. De computer moet Blu-ray Discs kunnen maken. BD-R-discs (niet herschrijfbaar) en BD-RE-discs (wel herschrijfbaar) kunnen worden gebruikt. U kunt geen multisessie-opnamen maken. Als u Blu-ray Discs wilt kunnen maken met PlayMemories Home, vergeet u niet de speciale invoegtoepassing te installeren. Voor meer informatie, zie de volgende URL: http://support.d-imaging.sony.co.
Opslaan onder rechtstreeks zonlicht of nabij een verwarmingsbron De camerabehuizing kan verkleuren of vervormen, waardoor een storing kan optreden. Op plaatsen onderhevig aan trillingen In de buurt van een sterk magnetisch veld Op zanderige of stoffige plaatsen Wees voorzichtig dat er geen zand of stof in het apparaat komt. Hierdoor kan in het apparaat een storing optreden, en in sommige gevallen kan deze storing niet worden gerepareerd.
Dit apparaat gebruikt MPEG-4 AVC/H.264 High Profile voor het opnemen in het AVCHDformaat. Om deze reden kunnen bewegende beelden die met dit apparaat zijn opgenomen in het AVCHD-formaat, niet worden weergegeven op de volgende apparaten. Andere apparaten die compatibel zijn met het AVCHD-formaat en die High Profile niet ondersteunen Apparaten die incompatibel zijn met het AVCHD-formaat Dit apparaat gebruikt ook MPEG-4 AVC/H.264 High Profile voor het opnemen in het MP4formaat.
bedieningen uit te voeren ter bescherming van privégegevens. Voer [Instelling herstellen] uit om alle instellingen terug te stellen. Hoe te gebruiken Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat Voorzorgsmaatregelen Interne oplaadbare batterij Deze camera is uitgerust met een ingebouwde, oplaadbare batterij om de datum en tijd en ook andere instellingen te bewaren, ongeacht of de camera is ingeschakeld of niet, en of de accu in is opgeladen of niet.
bereik. Wanneer u dit apparaat verbindt met een laptop die niet is aangesloten op een stroomvoorziening, kan de lading van de accu in de laptop afnemen. Laad dit apparaat niet langdurig op met behulp van de laptop. Terwijl dit apparaat via een USB-kabel is aangesloten op de computer, mag u de computer niet inschakelen, herstarten, uit de slaapstand wekken of uitschakelen. Als u dit toch doet, kan een storing in dit apparaat worden veroorzaakt.
Het duurt ongeveer één minuut om de juiste resterende-acculadingindicator af te beelden. De juiste resterende-acculadingindicator wordt mogelijk niet afgebeeld onder bepaalde bedrijfs- of omgevingsomstandigheden. Als de resterende-acculadingindicator niet op het scherm wordt afgebeeld, drukt u op de knop DISP (weergave-instelling) om deze af te beelden.
Als het oplaadlampje knippert, zelfs wanneer de netspanningsadapter is aangesloten op het apparaat en een stopcontact, duidt dit erop dat het opladen tijdelijk is gestopt en in de standbystand staat. Het opladen stopt automatisch en wordt in de standby-stand gezet wanneer de temperatuur buiten het bedrijfstemperatuurbereik komt. Nadat de temperatuur weer binnen het bedrijfstemperatuurbereik ligt, wordt het opladen voortgezet en gaat het oplaadlampje weer aan.
bewegende beelden tussentijds worden onderbroken. Als dat gebeurt, slaat u de beelden op een computer of ander opslagapparaat op, en voert u daarna [Formatteren] uit. De juiste werking van een geheugenkaart die op een computer is geformatteerd, maar in dit apparaat wordt gebruikt, kan niet worden gegarandeerd. De lees-/schrijfsnelheid van gegevens verschilt afhankelijk van de combinatie van de geheugenkaart en de apparatuur die wordt gebruikt.
*3 Bij het opnemen van bewegende beelden kunnen alleen media die zijn gemarkeerd met Mark2 worden gebruikt. Opmerkingen over het gebruik van een "Memory Stick Micro" (los verkrijgbaar) Dit apparaat is compatibel met "Memory Stick Micro" ("M2"). "M2" is de afkorting van "Memory Stick Micro". Om in dit apparaat een "Memory Stick Micro" te kunnen gebruiken, moet u de "Memory Stick Micro" in een "M2"-adapter ter grootte van een Duo steken.
*Gebruik geen spuitbusluchtblazer omdat hierdoor een storing kan ontstaan. De buitenkant van het apparaat reinigen Reinig de buitenkant van het apparaat met een zachte doek die licht bevochtigd is met water, en veeg vervolgens het oppervlak droog met een droge doek. Ter voorkoming van beschadiging van de afwerklaag of behuizing: Stel het apparaat niet bloot aan chemische stoffen, zoals thinner, wasbenzine, alcohol, wegwerpreinigingsdoekjes, insectenspray, zonnebrandcrème of insecticiden.
zijn dat de punt van de blaasbalg de beeldsensor niet raakt. Houd de camera iets omlaag gericht zodat het stof eruit valt. Stel het apparaat tijdens het reinigen niet bloot aan schokken. Blaas niet te hard wanneer u de beeldsensor schoonmaakt met een blaaskwastje. Als u te hard op de beeldsensor blaast, kan de binnenkant van het apparaat worden beschadigd. Als stof achterblijft, zelfs nadat u het reinigen hebt uitgevoerd zoals beschreven, neemt u contact op met het servicecentrum.
4GB: 175 beelden 8GB: 355 beelden 16GB: 720 beelden 32GB: 1400 beelden 64GB: 2850 beelden *Als [ Beeldverhouding] is ingesteld op iets anders dan [3:2], kunt u meer stilstaande beelden opnemen dan hierboven is aangegeven. (Behalve wanneer [ Kwaliteit] is ingesteld op [RAW].) Opmerking Zelfs als het aantal resterende opneembare beelden hoger is dan 9.999, wordt de indicator "9999" afgebeeld.
16GB: 2 h 32GB: 4 h 5 m 64GB: 8 h 15 m 24p 24M(FX) 25p 24M(FX) 2GB: 10 m 4GB: 20 m 8GB: 40 m 16GB: 1 h 30 m 32GB: 3 h 64GB: 6 h 24p 17M(FH) 25p 17M(FH) 2GB: 10 m 4GB: 30 m 8GB: 1 h 16GB: 2 h 32GB: 4 h 5 m 64GB: 8 h 1440×1080 12M 2GB: 20 m 4GB: 40 m 8GB: 1 h 20 m 16GB: 2 h 45 m 32GB: 5 h 30 m 64GB: 11 h VGA 3M 2GB: 1 h 10 m 4GB: 2 h 25 m 8GB: 4 h 55 m 16GB: 10 h 32GB: 20 h 64GB: 40 h Ononderbroken opnemen is mogelijk gedurende ongeveer 29 minuten voor elke opname (beperkt door de productspecificaties).
opnameduur is korter omdat meer geheugen nodig is voor de opname. De opnameduur verschilt ook afhankelijk van de opnameomstandigheden, het onderwerp en de instellingen van de beeldkwaliteit en het beeldformaat. Hoe te gebruiken gebruiken Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat Dit apparaat in het buitenland Adapterstekker U kunt de netspanningsadapter (bijgeleverd) in ieder land of gebied gebruiken met een stroomvoorziening van 100 V t/m 240 V wisselstroom van 50 Hz/60 Hz.
Hoe te gebruiken Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat Overige informatie Vattingadapter Met gebruikmaking van een vattingadapter (los verkrijgbaar), kunt u een lens met A-vatting (los verkrijgbaar) op dit apparaat bevestigen. Voor meer informatie raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van de vattingadapter. Opmerking Mogelijk kan de vattingadapter niet worden gebruikt bij bepaalde lenzen.
Kan worden veranderd met behulp van de bedieningsschakelaar op de lens. Scherpstelfunctie: Enkelvoudige AF *Wanneer een lens met A-vatting is bevestigd, zal de snelheid van de automatische scherpstelling lager zijn dan wanneer een lens met E-vatting is bevestigd. (Ongeveer twee tot zeven seconden langzamer (voor opnemen onder de meetomstandigheden van Sony). Dit kan variëren afhankelijk van de omstandigheden, zoals het onderwerp en de helderheid tijdens het opnemen.
Midden: Het apparaat gebruikt uitsluitend het scherpstelgebied dat zich in het middengebied bevindt. Flexibel punt: U kunt een scherpstelgebied selecteren uit 15 gebieden met behulp van het besturingswiel. Hoe te gebruiken Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat Overige informatie LA-EA3 Vattingadapter Als u de vattingadapter LA-EA3 (los verkrijgbaar) gebruikt, zijn de volgende functies beschikbaar. Aut. scherpst.
AF-systeem: Fasedetectie-AF AF/MF-selectie: SAM-lens: Kan worden veranderd met behulp van de bedieningsschakelaar op de lens. SSM-lens: Kan worden veranderd met behulp van de bedieningsschakelaar op de lens. Als de schakelaar op de lens in de stand AF staat, kunt u MENU gebruiken om de scherpstellingsmethode te veranderen. Andere lenzen: Kan worden veranderd met MENU.
Hoe te gebruiken Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat Overige informatie Licentie Opmerkingen over de licentie Dit apparaat wordt geleverd met softwareprogramma’s die worden gebruikt onder licentieovereenkomsten aangegaan met de rechthebbenden van die softwareprogramma’s. Op basis van verzoeken van de eigenaren van het auteursrecht van deze softwareprogramma's, hebben wij de verplichting u van het volgende in kennis te stellen. Wij verzoeken u de volgende gedeelten te lezen.
een massaopslagverbinding tot stand tussen het apparaat en een computer om de licenties in de map "PMHOME" - "LICENSE" te lezen. Hoe te gebruiken Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat Handelsmerken Handelsmerken De volgende markeringen zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Sony Corporation.
DLNA en DLNA CERTIFIED zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Digital Living Network Alliance. " " en "PlayStation" zijn gedeponeerde handelsmerken van Sony Computer Entertainment Inc. Geniet nog meer van uw PlayStation 3 door de applicatie voor PlayStation 3 te downloaden vanaf de PlayStation Store (waar beschikbaar). De applicatie voor PlayStation 3 vereist een PlayStation Network-account en het downloaden van de applicatie.
U kunt de accu niet in het apparaat plaatsen. Controleer of de accu in de juiste richting wordt gehouden en steek hem erin totdat de vergrendelingshendel wordt vergrendeld. Probleemoplossing Problemen oplossen Accu en voeding U kunt het apparaat niet inschakelen. Nadat de accu in het apparaat is geplaatst, kan het enkele momenten duren voordat het apparaat van stroom wordt voorzien. Controleer of de accu correct is geplaatst. De accu zal uit zichzelf leeglopen, zelfs als u hem niet gebruikt.
Probleemoplossing Problemen oplossen Accu en voeding Het oplaadlampje van het apparaat knippert tijdens het opladen van de accu. Dit verschijnsel doet zich voor wanneer u de accu oplaadt in een extreem warme of koude omgeving. De optimale temperatuur voor het opladen van de accu ligt tussen 10 °C en 30 °C. Probleemoplossing Problemen oplossen Accu en voeding De accu is niet opgeladen ondanks dat het oplaadlampje van het apparaat is uitgegaan. Controleer of uw accu een NP-FW50-accu is.
Controleer de vrije opslagcapaciteit van de geheugenkaart. U kunt tijdens het opladen van de flitser geen beelden opnemen. De lens is niet goed bevestigd. Zet de lens goed op het apparaat. Probleemoplossing Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden opnemen Het opnemen duurt erg lang. De ruisonderdrukkingsfunctie wordt uitgevoerd op een beeld. Dit is geen storing. U neemt op in de RAW-functie. Aangezien RAW-gegevensbestanden groot zijn, kan het opnemen in de RAW-functie enige tijd duren.
Probleemoplossing Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden opnemen Wazige ronde witte vlekken zijn te zien op beelden die met de flitser zijn gemaakt. Het flitslicht is weerkaatst door deeltjes in de lucht (stof, pollen enzovoort) en dat is op het beeld te zien. Dit is geen storing. Probleemoplossing Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden opnemen De opnamedatum en -tijd worden niet afgebeeld op het scherm. Tijdens het opnemen worden de datum en tijd niet afgebeeld.
Probleemoplossing Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden opnemen De kleuren van het beeld zijn niet juist. Stel de [Witbalans] af. [Foto-effect] is ingesteld. Stel [Foto-effect] in op [Uit]. Om de instellingen terug te stellen op de standaardinstellingen, voert u [Instelling herstellen] uit. Probleemoplossing Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden opnemen In het beeld verschijnt ruis wanneer u op een donkere plaats naar het scherm kijkt.
Probleemoplossing Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden opnemen U kunt niet continu beelden opnemen. De geheugenkaart is vol. Wis overbodige beelden. De accu is bijna leeg. Plaats een opgeladen accu. Probleemoplossing Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden opnemen Het beeld is witachtig (schittering)./Er verschijnt een lichtwaas op het beeld (schaduwbeeld). Het beeld is genomen bij tegenlicht, waarbij veel te veel licht op de lens is gevallen. Bevestig de lenskap.
zijn ook effectief bij het verminderen van wazige beelden. Probleemoplossing Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden opnemen Het LCD-scherm wordt donkerder nadat een korte tijdsduur is verstreken. Als het apparaat gedurende een bepaalde tijdsduur niet wordt bediend, wordt het apparaat in de stroombesparingsstand gezet. Het apparaat verlaat de stroombesparingsstand wanneer u bedieningen uitvoert zoals de ontspanknop tot halverwege indrukken.
Probleemoplossing Problemen oplossen Beelden weergeven De datum en tijd worden niet afgebeeld. De schermweergave is ingesteld op het weergeven van alleen beelden. Druk op DISP (Weergave-instelling) op het besturingswiel om informatie af te beelden. Probleemoplossing Problemen oplossen Beelden weergeven Het lukt niet het beeld te wissen. Annuleer de beveiliging. Probleemoplossing Problemen oplossen Beelden weergeven Het beeld is per ongeluk gewist.
signaalomstandigheden. Plaats het apparaat dichter bij het draadloze accesspoint. Mogelijk wordt het draadloze accesspoint niet op het apparaat afgebeeld vanwege de instellingen van het accesspoint. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het draadloze accesspoint. Probleemoplossing Problemen oplossen Wi-Fi [WPS-Push] werkt niet. [WPS-Push] werkt mogelijk niet afhankelijk van de instellingen van het accesspoint. Controleer de SSID en het wachtwoord van het draadloze accesspoint en voer [Toegangspunt instel.
Wanneer de resterende acculading laag is, kan [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] of [Naar smartph verznd] voortijdig worden geannuleerd. Laad de accu op en probeer het opnieuw. Probleemoplossing Problemen oplossen Wi-Fi Het opnamescherm voor [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] wordt niet soepel afgebeeld./De verbinding tussen het apparaat en de smartphone is verbroken. Datacommunicatie tussen dit apparaat en de smartphone kan mislukken als gevolg van de signaalomstandigheden.
Stel [USB-verbinding] in op [Massaopslag]. Gebruik de micro-USB-kabel (bijgeleverd) om de apparaten met elkaar te verbinden. Koppel de USB-kabel los en sluit deze daarna weer stevig aan. Koppel alle apparatuur behalve dit apparaat, het toetsenbord en de muis los van de USBaansluitingen van uw computer. Sluit het apparaat rechtstreeks aan op de computer en niet via een USB-hub of ander apparaat. Probleemoplossing Problemen oplossen Computers U kunt geen beelden importeren.
Probleemoplossing Problemen oplossen Geheugenkaarten De geheugenkaart is per ongeluk geformatteerd. Alle gegevens op de geheugenkaart zijn door het formatteren gewist. U kunt de gegevens niet herstellen. Probleemoplossing Problemen oplossen Afdrukken U kunt geen beelden afdrukken. RAW-beelden kunnen niet worden afgedrukt. Om RAW-beelden af te drukken, zet u ze eerst om in JPEG-beelden met behulp van "Image Data Converter".
functies heeft of niet. Als u de beelden afdrukt in een winkel, vraagt u aan het winkelpersoneel of ze de beelden kunnen afdrukken zonder dat de randen worden afgesneden. Probleemoplossing Problemen oplossen Afdrukken U kunt geen beelden met de datum erop afdrukken. Als u beelden wilt afdrukken met de datum erop, gebruikt u [Afdrukinstelling] onder [Printen opgeven]. U kunt beelden afdrukken met de datum op het beeld geprojecteerd als de printer of de software Exif-informatie kan herkennen.
Probleemoplossing Problemen oplossen Overige Het klok-instelscherm wordt afgebeeld nadat het apparaat is ingeschakeld. Stel de datum en tijd opnieuw in. De ingebouwde, oplaadbare reservebatterij is leeg. Plaats een opgeladen accu en laat het toestel gedurende 24 uur of langer uitgeschakeld liggen. Probleemoplossing Problemen oplossen Overige Het aantal op te nemen beelden neemt niet af of neemt met twee beelden tegelijk af.
Verwijder de geheugenkaart en plaats deze terug. Als het probleem aanhoudt, ook nadat u deze procedure hebt gevolgd, formatteert u de geheugenkaart. Probleemoplossing Mededelingen Mededelingen Waarschuwingsberichten Gebied/datum/tijd instellen Stel het gebied, de datum en de tijd in. Laad de ingebouwde, oplaadbare reservebatterij op als u het apparaat gedurende een lange tijd niet hebt gebruikt. Geheugenkaart onbruikbaar.
De lens is niet of niet goed op het apparaat bevestigd. Als de mededeling wordt afgebeeld terwijl een lens op het apparaat is bevestigd, bevestigt u de lens opnieuw op het apparaat. Als de mededeling vaak wordt afgebeeld, controleert u of de contactpunten van de lens en het apparaat schoon zijn of niet. Als u het apparaat op een sterrentelescoop of iets dergelijks bevestigt, stelt u [Opn. zonder lens] in op [Inschakelen]. De functie SteadyShot werkt niet.
neemt u contact op met uw Sony-dealer of de plaatselijke, erkende technische dienst van Sony. Beeldvergroting onmogelijk. Beeldrotatie onmogelijk. Beelden die met een ander apparaat zijn opgenomen, kunnen mogelijk niet worden vergroot of geroteerd.
AF-vergrendeling Scènes met te weinig contrast, zoals de lucht of een zandstrand Panorama d. beweg. Superieur automat. Scènes die continu veranderen, zoals een waterval Panorama d. beweg. Superieur automat.