Digitale camera met verwisselbare lens ILCA-77M2 Hoe te gebruiken Vóór gebruik Namen van de onderdelen De camera en bijgeleverde artikelen controleren [1] Onderdelen herkennen (vooraanzicht) [2] Onderdelen herkennen (achteraanzicht) [3] Onderdelen herkennen (bovenaanzicht) [4] Onderdelen herkennen (zijaanzicht/onderaanzicht) [5] Onderdelen herkennen Lens DT 16-50mm F2.8 SSM (geleverd bij ILCA-77M2Q) [6] Onderdelen herkennen Lens DT 18-135mm F3.5-5.
De zoeker afstellen (diopterinstelling) [12] Helpfunctie in camera Over de [Helpfunct. in camera] [13] De camera voorbereiden De accu opladen Laad de accu op met behulp van een lader.
De vierrichtingsknop gebruiken [26] MENU-onderdelen gebruiken [27] De Fn (Functie)-knop gebruiken [28] "Quick Navi" gebruiken [29] Opnemen Stilstaande/bewegende beelden opnemen Stilstaande beelden opnemen [30] Bewegende beelden opnemen [31] Een opnamefunctie selecteren Lijst met standen van de functiekeuzeknop [32] Slim automatisch [33] Superieur automat. [34] Over scèneherkenning [35] De voordelen van automatisch opnemen [36] Autom. programma [37] Panorama d. beweg. [38] Scènekeuze [39] Cont.
De zoomfuncties die beschikbaar zijn op het apparaat [48] Zoom-instelling [49] Over de zoomvergroting [50] Intell.
Bred. Weerg. AFgeb. [72] Scherpstelvergrendeling [73] H. scherpst. [74] Directe handmatige scherpstelling (DMF) [75] Scherpst. vergroten [76] Schrpstelvergrot.tijd [77] Reliëfniveau [78] Reliëfkleur [79] Eye-Start AF (stilstaand beeld) [80] AF/MF-regeling [81] AF-hulplicht (stilstaand beeld) [82] AF-microafst.
Belichtingsstap [102] Draaiknop Ev-comp. [103] Een transportfunctie selecteren (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Transportfunctie [104] Continue opname [105] Zelfontspanner [106] Zelfontsp.(Cont.) [107] Bracket continu [108] Bracket enkel [109] Witbalansbracket [110] Bracket DRO [111] Bracketvolgorde [112] De ISO-gevoeligheid selecteren ISO [113] NR Multi Frame [114] NR-effect [115] De helderheid of het contrast corrigeren D.-bereikopt.
Bewegende beelden opnemen Bestandsindeling (bewegende beelden) [122] Opname-instell. (bewegende beelden) [123] SteadyShot (bewegende beelden) [124] Geluid opnemen [125] Audioniv.weerg. [126] Audio opnam.niveau [127] Audio-uitvoer-tijd [128] Windruis reductie [129] Aut. lang. sluit.tijd (bewegende beelden) [130] Knop MOVIE [131] De opnamefuncties aanpassen voor handig gebruik Geheugen [132] Instell. functiemenu [133] Eigen toetsinstelling.
Gezichtsregistratie (Nieuwe registratie) [149] Gezichtsregistratie (Volgorde wijzigen) [150] Gezichtsregistratie (Wissen) [151] Rode ogen verm. [152] Autom. kadreren (stilstaand beeld) [153] SteadyShot (stilstaand beeld) [154] NR lang-belicht (stilstaand beeld) [155] NR bij hoge-ISO (stilstaand beeld) [156] Kleurenruimte (stilstaand beeld) [157] Stramienlijn [158] Autom.weergave [159] LiveView-weergave [160] FINDER/MONITOR [161] Opn. zonder lens [162] SteadyS. m. sluit.
De schermweergave veranderen (tijdens weergave) [177] Beelden wissen Een beeld dat wordt weergegeven wissen [178] Meerdere geselecteerde beelden tegelijk wissen [179] Bewegende beelden weergeven Bewegende beelden weergeven [180] Panoramabeelden weergeven Panoramabeelden weergeven [181] Afdrukken Printen opgeven [182] De weergavefuncties gebruiken Weergavefunctie [183] Weergave-rotatie [184] Diavoorstelling [185] Roteren [186] Beveiligen [187] WG 4K-stilst.
Helderheid zoeker [192] Kleurtemp. zoeker [193] Volume-instellingen [194] Audiosignalen [195] Inst. uploaden(Eye-Fi) [196] Tegelmenu [197] Modusdraaiknopsch. [198] Wisbevestiging [199] Begintijd energ.besp [200] PAL/NTSC schakel. [201] Reinigen [202] Demomodus [203] Afstandsbediening [204] HDMI-resolutie [205] CTRL.VOOR HDMI [206] HDMI-inform.weerg. [207] USB-verbinding [208] USB LUN-instelling [209] Taal [210] Datum/tijd instellen [211] Tijdzone instellen [212] Formatteren [213] Bestandsnummer [214] OPN.
De Wi-Fi-functies gebruiken Dit apparaat aansluiten op een smartphone PlayMemories Mobile [223] Een Android-smartphone verbinden met dit apparaat [224] Het apparaat aansluiten op een iPhone of iPad [225] Dit apparaat bedienen met behulp van een smartphone Bedien. via smartph.
Aanbevolen computeromgeving Aanbevolen computeromgeving [239] De software gebruiken PlayMemories Home [240] PlayMemories Home installeren [241] Softwareprogramma's voor Mac-computers [242] "Image Data Converter" [243] "Image Data Converter" installeren [244] Toegang krijgen tot "Bedieningshandleiding Image Data Converter" [245] "Remote Camera Control" [246] "Remote Camera Control" installeren [247] Toegang tot de Help-functie van Remote Camera Control [248] Dit apparaat aansluiten op een computer Het appa
Geheugenkaart [259] Dit apparaat reinigen Reiniging [260] Aantal opneembare stilstaande beelden en opnameduur van bewegende beelden Aantal stilstaande beelden [261] Resterende opnameduur van bewegende beelden [262] Dit apparaat in het buitenland gebruiken Adapterstekker [263] Over tv-kleursystemen [264] Overige informatie Verticale handgreep [265] Licentie [266] Handelsmerken Handelsmerken [267] Probleemoplossing In geval van problemen In geval van problemen Problemen oplossen [268] Problemen oploss
Accu en voeding U kunt de accu niet in het apparaat plaatsen. [269] U kunt het apparaat niet inschakelen. [270] Het apparaat schakelt plotseling uit. [271] De resterende-acculadingindicator geeft een verkeerd niveau aan. [272] Het CHARGE-lampje van de acculader knippert tijdens het opladen van de accu. [273] Stilstaande/bewegende beelden opnemen U kunt geen beelden opnemen. [274] Het opnemen duurt erg lang. [275] Het beeld is onscherp. [276] De flitser werkt niet.
Het lukt niet beelden weer te geven. [294] De datum en tijd worden niet afgebeeld. [295] Het lukt niet het beeld te wissen. [296] Het beeld is per ongeluk gewist. [297] U kunt geen DPOF-afdrukmarkering toevoegen. [298] Wi-Fi U kunt het draadloze accesspoint waarmee moet worden verbonden niet vinden. [299] [WPS-Push] werkt niet. [300] [Naar computer verz.] wordt voortijdig geannuleerd. [301] U kunt geen bewegende beelden zenden naar een smartphone. [302] [Bedien. via smartph.
Overige De lens raakt beslagen. [315] Het apparaat wordt warm wanneer u het gedurende een lange tijd gebruikt. [316] Het klok-instelscherm wordt afgebeeld nadat het apparaat is ingeschakeld. [317] Het aantal op te nemen beelden neemt niet af of neemt met twee beelden tegelijk af. [318] Het apparaat werk niet goed. [319] De "--E-" indicator wordt op het scherm afgebeeld.
Netsnoer (1)* (niet bijgeleverd in de Verenigde Staten en Canada) * Mogelijk worden meerdere netsnoeren bij uw camera geleverd. Gebruik degene die geschikt is voor uw land/gebied.
DT 18-135 mm zoomlens (1)/Lensdop op de voorkant van de lens (1)/Achterlensdop (1)/Lenskap (1) [2] Hoe te gebruiken Vóór gebruik Namen van de onderdelen Onderdelen herkennen (vooraanzicht) 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. Ontspanknop Aan-uitknop Voorste besturingsknop Afstandsbedieningssensor Contactpunten van de lens* Spiegel* Opname-voorbeeldknop Vatting Ingebouwde flitser* Druk op de (flitser omhoog-)knop om de flitser te gebruiken.
Bedek dit deel niet tijdens het opnemen van bewegende beelden. Als u dit doet kan ruis worden veroorzaakt of het volume worden verlaagd. [3] Hoe te gebruiken Vóór gebruik Namen van de onderdelen Onderdelen herkennen (achteraanzicht) 1. 2. 3. 4. Oogkap voor oculair Oogsensor MENU-knop Zoeker* Wanneer u in de zoeker kijkt, wordt de zoekerfunctie ingeschakeld, en wanneer u uw gezicht weghaalt bij de zoeker, keert de zoekerfunctie terug naar de monitorfunctie. 5.
13. Voor opnemen: Fn (Functie-)knop Voor weergeven: (Naar smartph verznd-)knop U kunt het scherm [Naar smartph verznd] afbeelden door op deze knop te drukken. Wanneer een verticale handgreep (los verkrijgbaar) is bevestigd, kunt u het scherm[Naar smartph verznd] afbeelden door op de (beeldrotatie-)knop op de verticale handgreep te drukken. 14. DISP (weergave)-knop 15. (Intell. teleconverter-)knop 16. C (Custom) -knop Voor weergeven: (wis-)knop 17. (weergave-)knop *Raak dit onderdeel niet rechtstreeks aan.
Accessoires voor de accessoireschoen kunnen ook worden gebruikt. Wij kunnen niet garanderen dat de accessoires van andere fabrikanten werken. [5] Hoe te gebruiken Vóór gebruik Namen van de onderdelen Onderdelen herkennen (zijaanzicht/onderaanzicht) 1. Microfoonaansluiting Wanneer een externe microfoon is aangesloten, wordt de interne microfoon automatisch uitgeschakeld. Als de externe microfoon van een stekker is voorzien, wordt de voeding voor de microfoon geleverd door de camera. 2.
4. REMOTE -aansluiting Wanneer u de afstandsbediening RM-L1AM (los verkrijgbaar) aansluit op de camera, steekt u de stekker van de afstandsbediening in de REMOTE-aansluiting, waarbij u de geleider van de stekker uitlijnt met de geleider van de REMOTE-aansluiting. Zorg ervoor dat het snoer van de afstandsbediening naar voren wijst. 5. Luidspreker 6.
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. Scherpstelring Zoomring Zoomvergrendelingsschakelaar Markeringen voor brandpuntsafstand Contactpunten van de lens* Lenskapmarkering Afstandsschaal Afstandsindex Schaal voor brandpuntsafstand Scherpstellingsfunctie-keuzeknop Vattingmarkering *Raak dit onderdeel niet rechtstreeks aan. De lens DT 16-50mm F2.8 SSM is ontworpen voor Sony-camera’s met een A-vatting (modellen uitgerust met een beeldsensor van APS-C-formaat). U kunt deze lenzen niet gebruiken op 35mm-camera’s.
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. Scherpstelring Zoomring Zoomvergrendelingsschakelaar Markeringen voor brandpuntsafstand Contactpunten van de lens* Lenskapmarkering Schaal voor brandpuntsafstand Scherpstellingsfunctie-keuzeknop Vattingmarkering *Raak dit onderdeel niet rechtstreeks aan. De lens DT 18-135mm F3.5-5.6 SAM is ontworpen voor Sony-camera’s met een Avatting (modellen uitgerust met een beeldsensor van APS-C-formaat). U kunt deze lenzen niet gebruiken op 35mm-camera’s.
Voor weergave (basisinformatiedisplay) Zoekerfunctie In de automatische functie of de scènekeuzefunctie Stand P/A/S/M/panorama door beweging
P P* A S M 1. Opnamefunctie Registernummer Pictogram van scèneherkenning Geheugenkaart/Uploaden 100 Resterend aantal opneembare beelden Beeldverhouding van stilstaande beelden 24M / 12M / 6.0M / 20M / 10M / 5.
Flitser bezig op te laden Instelling effect uit NFC is geactiveerd Vliegtuigfunctie Geen audio-opname van bewegende beelden Windgeluidonderdrukking SteadyShot/Camerabeweging-indicator SteadyShot/Camerabeweging-indicator Waarschuwing voor oververhitting Databasebestand vol/Databasebestandsfout Slimme zoom/Helder Beeld Zoom/Digitale zoom Spot-lichtmeetveld Digitale niveaumeter Geluidsniveau Weergavefunctie 100-0003 Map - bestandsnummer Beveiligen Opnamefunctie voor bewegende beelden
DPOF DPOF ingesteld Autom. kadreren Intell. teleconverter PC-afstandsbedien. Afstandsbediening 2. Transportfunctie Flitserfunctie/Rode-ogeneffectvermindering ±0.0 Flitscompensatie Scherpstellingsfunctie Scherpstelgebied Lach-/Gezichtsherk.
Gevoeligheidsindicator lachdetectie Zebra 3. EV-schaalverdeling AF-bereik regeling Belichtingscompensatie/flitscompensatie Belichtingscompensatie/Gemeten-handmatig REC 0:12 Opnameduur van de bewegende beelden (m:s) Scherpstellen 1/250 Sluitertijd F3.
Waarschuwing Auto HDR-beeld Foto-effectfout 2014-1-1 10:37PM Opnamedatum 3/7 Bestandsnummer/Aantal beelden in de weergavefunctie [9] Hoe te gebruiken Vóór gebruik Pictogrammen en indicators Display U kunt sluitertijd en diafragma, belichtingscompensatie, flitscompensatie, ISO, witbalans, transportfunctie, beeldkwaliteit, enz., instellen met behulp van het display bovenop de camera.
Witbalans Transportfunctie/Adfstandsbediening Beeldkwaliteit Resterende acculading Aantal opneembare beelden* *Zelfs als het aantal opneembare beelden hoger is dan 9.999 beelden, zal "9999" worden afgebeeld op het display. De achtergrondverlichting van het display inschakelen Druk op de verlichtingsknop (A) bovenop de camera. Als u nogmaals op de knop drukt, wordt de achtergrondverlichting van het display uitgeschakeld.
[10] Hoe te gebruiken Vóór gebruik De riem gebruiken De schouderriem gebruiken Bevestig de schouderriem om te voorkomen dat het apparaat valt en beschadigd raakt. 1. Bevestig beide uiteinden van de riem. [11] Hoe te gebruiken Vóór gebruik De oogkap voor oculair bevestigen De oogkap voor oculair bevestigen Wij adviseren u de oogkap voor oculair te bevestigen wanneer u van plan bent om de zoeker te gebruiken.
1. Lijn de oogkap voor het oculair uit met de groef van de zoeker en schuif hem op zijn plaats. Om de oogkap voor oculair te verwijderen, pakt u hem aan de linker- en rechterkant vast en trekt u omhoog. [12] Hoe te gebruiken Vóór gebruik De zoeker instellen De zoeker afstellen (diopterinstelling) Stel het diopter in op uw gezichtsvermogen totdat het beeld in de zoeker scherp te zien is.
De [Helpfunct. in camera] beeldt beschrijvingen af van MENU-onderdelen, Fn (Functie)knop en instellingen, en als een functie niet kan worden ingesteld geeft het de reden daarvan aan. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.] → gewenste functies toegewezen aan de knop → [Helpfunct. in camera] 2. Druk op de MENU-knop of Fn-knop. 3. Selecteer het gewenste MENU-onderdeel met behulp van boven-/onder-/linker/rechterkant van de vierrichtingsknop. 4. Druk op de knop waaraan de functie [Helpfunct.
2. Sluit de acculader aan op een stopcontact. Voor de Verenigde Staten en Canada Voor andere landen/regio's dan de Verenigde Staten en Canada Lampje aan: bezig met opladen Lampje uit: opladen is voltooid Oplaadtijd (volledige lading): ong. 175 minuten In geval van het opladen van een volledig lege accu bij een temperatuur van 25 °C. Het CHARGE-lampje (A) gaat uit nadat het opladen voltooid is.
Opmerking De oplaadtijd verschilt afhankelijk van de resterende acculading en de oplaadomstandigheden. Gebruik uitsluitend originele accu's van Sony. Het wordt aanbevolen om de accu op te laden bij een omgevingstemperatuur van 10 °C tot en met 30 °C. Buiten dit temperatuurbereik kan het onmogelijk zijn om de accu efficiënt op te laden. Sluit de acculader aan op het dichtstbijzijnde stopcontact.
3. Sluit het deksel. [16] Hoe te gebruiken De camera voorbereiden De accu opladen De gebruiksduur van de accu en het aantal beelden dat kan worden opgenomen/weergegeven met een accu Schermfunctie Opnemen (stilstaande beelden): Gebruiksduur van de accu: ong. 240 min.; Aantal beelden: ong. 480 Daadwerkelijk opnemen (bewegende beelden): Gebruiksduur van de accu: ong. 120 min. Ononderbroken opnemen (bewegende beelden): Gebruiksduur van de accu: ong. 175 min.
De bovenstaande gebruiksduur van de accu en het bovenstaande aantal beelden zijn van toepassing wanneer de accu volledig opgeladen is. Afhankelijk van de gebruiksomstandigheden kunnen de gebruiksduur van de accu en het aantal beelden lager zijn. De gebruiksduur van de accu en het aantal beelden dat kan worden opgenomen gelden voor opnemen onder de volgende omstandigheden: De accu wordt gebruikt bij een omgevingstemperatuur van 25 °C. De lens gebruiken DT 16-50mm F2.
[18] Hoe te gebruiken De camera voorbereiden De accu opladen De accu verwijderen De accu verwijderen 1. Controleer dat de toegangslamp niet brandt en schakel de camera uit. 2. Verschuif de vergrendelingshendel (A) en verwijder de accu. Let er goed op dat u de accu niet laat vallen. [19] Hoe te gebruiken verkrijgbaar) De camera voorbereiden Een geheugenkaart plaatsen (los De geheugenkaart plaatsen De geheugenkaart plaatsen 1. Verschuif het deksel van de geheugenkaartgleuf om hem te openen. 2.
Met de afgeschuinde hoek in de afgebeelde richting, steekt u de geheugenkaart in de gleuf tot hij op zijn plaats vastklikt. 3. Sluit het deksel van de geheugenkaartgleuf. [20] Hoe te gebruiken verkrijgbaar) De camera voorbereiden Een geheugenkaart plaatsen (los De geheugenkaart verwijderen De geheugenkaart eruit halen 1. Open het deksel van de geheugenkaartgleuf. 2. Controleer dat de toegangslamp (A) niet brandt. 3. Duw de geheugenkaart eenmaal erin om hem te verwijderen. 4.
[21] Hoe te gebruiken De camera voorbereiden De lens bevestigen De lens bevestigen Zet de aan-uitknop van de camera in de stand OFF voordat u de lens bevestigt. 1. Haal de lensvattingdop (A) van de camera af en haal de achterlensdop (B) van de achterkant van de lens af. Ga bij het bevestigen van de lens snel te werk op een stofvrije plaats om te voorkomen dat stof en vuil in de camera kunnen binnendringen. Alvorens op te nemen, haalt u de lensdop op de voorkant van de lens eraf. 2.
Houd de camera vast met de lens omlaag gericht om te voorkomen dat stof en vuil in de camera kunnen binnendringen. 3. Terwijl u de lens licht tegen de camera aan duwt, draait u de lens langzaam in de richting van de pijl totdat deze vastklikt in de vergrendelde positie. Let erop dat u tijdens het bevestigen de lens recht houdt. Opmerking Druk niet op de lensontgrendelingsknop terwijl u de lens bevestigt. Oefen bij het bevestigen van de lens geen grote kracht uit.
2. Bevestig de lensdoppen op de voor- en achterkant van de lens en de lensvattingdop op de camera. Verwijder eventueel stof vanaf de doppen voordat u ze bevestigt. [23] Hoe te gebruiken De camera voorbereiden De lens bevestigen De lenskap bevestigen Wij adviseren u de lenskap te gebruiken om te voorkomen dat licht van buiten het opnameframe het beeld beïnvloedt. 1. Lijn de vorm van het bevestigingsdeel van de lenskap en de lenskop met elkaar uit, en draai de lenskap rechtsom tot deze vastklikt.
of kan gedeeltelijk worden gereflecteerd in het beeld. Wanneer de lenskap correct is bevestigd, komt de lenskapmarkering (rode lijn) overeen met de rode uitlijnmarkeringen op de lenskap. Verwijder de lenskap wanneer u de flitser gebruikt. Anders blokkeert de lenskap het flitslicht en kan als schaduw op het beeld verschijnen. Om na het opnemen de lenskap op te bergen, bevestigt u de lenskap achterstevoren op de lens.
Middernacht wordt aangeduid als 12:00 AM en 12 uur 's middags als 12:00 PM. 6. Herhaal de stappen 4 en 5 om andere items in te stellen, en selecteer daarna [Enter] en druk op in het midden. Om de instelprocedure voor de datum en tijd te annuleren, drukt u op de MENUknop. Opmerking Deze camera heeft geen functie voor het invoegen van de datum op beelden. U kunt de datum invoegen op beelden en ze vervolgens opslaan en afdrukken met behulp van PlayMemories Home.
[27] Hoe te gebruiken controleren De bedieningsmethode controleren De bedieningsmethode MENU-onderdelen gebruiken In dit gedeelte leert u hoe u instellingen kunt veranderen die betrekking hebben op alle camerabedieningen en de camerafuncties kunt uitvoeren, waaronder opnemen, weergeven, en bedieningsmethoden. 1. Druk op de MENU-knop om het menuscherm af te beelden. 2.
4. Selecteer de gewenste waarde van de instelling en druk ter bevestiging op [28] Hoe te gebruiken controleren De bedieningsmethode controleren . De bedieningsmethode De Fn (Functie)-knop gebruiken U kunt veelgebruikte functies registreren onder de Fn (Functie-)knop en deze oproepen tijdens het opnemen. U kunt maximaal 12 veelgebruikte functies registreren onder de Fn (Functie)-knop. 1. Druk op de DISP-knop, en druk daarna op de Fn (Functie-)knop in een andere schermfunctie dan [Voor zoeker]. 2.
3. Selecteer de gewenste instelling door de voorste keuzeknop te draaien, en druk daarna op in het midden van de vierrichtingsknop. Sommige functies kunnen worden fijngeregeld met behulp van de achterste keuzeknop. Instellingen maken op het specifieke scherm. Selecteer de gewenste functie in stap 2, en druk daarna op in het midden van de vierrichtingsknop. Het specifieke scherm voor de functie wordt afgebeeld. Volg de bedieningsgids (A) om de instellingen te maken.
3. Selecteer de gewenste functie door op de boven-/onder-/rechter-/linkerkant van de vierrichtingsknop te drukken. 4. Draai de voorste keuzeknop om de gewenste instelling te selecteren. Sommige instelwaarden kunnen worden fijngeregeld door de achterste keuzeknop te draaien. Instellingen maken op het specifieke scherm. Selecteer de gewenste functie in stap 3, en druk daarna op in het midden van de vierrichtingsknop. Het specifieke scherm voor de functie wordt afgebeeld.
1. Stel de opnamefunctie in op (Automatisch. modus). Draai de functiekeuzeknop terwijl u de ontgrendelknop van de functiekeuzeknopvergrendeling in het midden van de functiekeuzeknop ingedrukt houdt. 2. Stel de hoek van de monitor in en houd de camera vast. Of kijk door de zoeker en houd camera vast. 3. Druk de ontspanknop tot halverwege in om scherp te stellen. Als het beeld scherpgesteld is, wordt de indicator( of ) afgebeeld. 4. Druk de ontspanknop helemaal in.
en klinkt geen pieptoon. Maak opnieuw een compositie van de opname of kies een andere instelling voor het scherpstellen.Als [Continue AF] is ingesteld, wordt de pieptoon niet voortgebracht nadat is scherpgesteld. Scherpstellen kan moeilijk zijn in de volgende situaties: Het is donker en het onderwerp is ver weg. Er is weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond. Het onderwerp is zichtbaar door glas heen. Het onderwerp beweegt snel. Bij reflecterend licht of glimmende oppervlakken.
Voor de ononderbroken opnameduur van bewegende beelden, raadpleegt u "Opnameduur van bewegende beelden". Nadat het opnemen van bewegende beelden klaar is, kunt u het opnemen hervatten door nogmaals op de MOVIE-knop te drukken. Het opnemen kan automatisch worden onderbroken om het apparaat te beschermen afhankelijk van de omgevingstemperatuur. Tijdens het opnemen kan het geluid van de schouderriemhaken (driehoekige haak) worden opgenomen, afhankelijk van de gebruikssituatie.
Hiermee kunt u stilstaande beelden opnemen met de gewenste belichting door de sluitertijd en de diafragmawaarde in te stellen. 1/2/3 (Geheug.nr. oproep.): Maakt het mogelijk een beeld op te nemen nadat veelgebruikte functies of numerieke instellingen zijn opgeroepen die van tevoren werden geregistreerd. (Film): Hiermee kunt u de instelling voor het opnemen van bewegende beelden veranderen. (Cont. voorkeuze AE): Maakt ononderbroken opnemen mogelijk zo lang de ontspanknop volledig ingedrukt wordt gehouden.
4. Stel scherp en fotografeer het onderwerp. Opmerking Het apparaat zal de scène niet herkennen wanneer u beelden opneemt met een andere zoomfunctie dan de optische-zoomfunctie. Het apparaat herkent deze scènes mogelijk niet goed onder bepaalde opnameomstandigheden. [34] Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren Superieur automat. Het apparaat herkent en evalueert automatisch de opnameomstandigheden en de toepasselijke instellingen worden automatisch gemaakt.
Ononderbroken beelden opnemen in de functie [Superieur automat.] MENU → (Eigen instellingen) → [Superieur automat.] → [Continue opname] → gewenste instelling. De opslagmethode veranderen voor ononderbroken beelden die zijn opgenomen in de functie [Superieur automat.] U kunt selecteren of alle ononderbroken beelden worden opgeslagen of slechts een enkel beeld dat automatisch wordt geselecteerd als het beste beeld. MENU → (Eigen instellingen) → [Superieur automat.] → [Beeld extractie] → gewenste instelling.
Opmerking Als [Lach-/Gezichtsherk.] is ingesteld op [Uit], worden de scènes [Portretopname], [Portret m. tegenlicht], [Nachtportret] en [Kind] niet herkend. [36] Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren De voordelen van automatisch opnemen In de functie [Superieur automat.] neemt het apparaat op in een hogere kwaliteit dan in de functie [Slim automatisch] en voert zo nodig samengesteld opnemen uit. In de functie [Autom.
2. U kunt de opnamefuncties instellen op de gewenste instellingen. 3. Stel scherp en fotografeer het onderwerp. Programmaverschuiving U kunt de combinatie van sluitertijd en diafragma (F-waarde) veranderen door de voorste/achterste keuzeknop te draaien zonder de juiste belichting te veranderen die door dit apparaat is ingesteld. Deze functie is beschikbaar wanneer de flitser niet wordt gebruikt. Wanneer u de voorste/achterste keuzeknop draait, verandert "P" op het scherm in "P*".
(A) Dit gedeelte wordt niet opgenomen. 4. Druk de ontspanknop helemaal in. 5. Pan de camera naar het einde van de overzichtsbalk in de richting van de pijl op de monitor. (B) Overzichtsbalk Opmerking Als de volledige hoek van de panoramaopname niet binnen de vaste tijdsduur wordt gepand, wordt een grijs gebied toegevoegd aan het samengestelde beeld. Als dit gebeurt, beweegt u het apparaat sneller om het volledige panoramabeeld op te nemen.
De volgende situaties zijn niet geschikt voor opnemen met panorama door beweging: Bewegende onderwerpen. Onderwerpen die zich te dicht bij het apparaat bevinden. Onderwerpen met ononderbroken soortgelijke patronen, zoals de lucht, het strand of een gazon. Onderwerpen die constant veranderen, zoals de golven of een waterval. Onderwerpen waarvan de helderheid sterk verschilt van hun omgeving, zoals de zon of een gloeilamp.
stilstaat. Het apparaat neemt continu beelden op zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt. Macro: Neemt close-ups op van onderwerpen, zoals bloemen, insecten, voedsel of kleine voorwerpen. Landschap: Neemt het hele landschap scherp op met levendige kleuren. Zonsondergang: Maakt een prachtige opname van het rood van de zonsondergang. Nachtscène: Neemt nachtscènes op zonder dat de donkere sfeer verloren gaat. Schemeropn.
Nachtportret: Neemt nachtscèneportretten op met de flitser. Opmerking In de functies [Nachtscène] en [Nachtportret] is de sluitertijd langer, waardoor het wordt aanbevolen om een statief te gebruiken om te voorkomen dat het beeld wazig wordt. In de functie [Schemeropn. hand] klikt de sluiter 4 keer, waarna het beeld wordt opgeslagen. Als u [Schemeropn. hand] selecteert met [RAW] of [RAW en JPEG], wordt de beeldkwaliteit tijdelijk ingesteld op [Fijn].
ononderbroken beelden opnemen op hoge snelheid. 1. Zet de functiekeuzeknop in de stand (Cont. voorkeuze AE). 2. Stel scherp en fotografeer het onderwerp. De camera blijft beelden opnemen zo lang u de ontspanknop helemaal ingedrukt houdt. De camera neemt ononderbroken beelden op met een maximum van ongeveer 12 beelden per seconde. Hint Als de scherpstellingsfunctieknop is ingesteld op "C" (Continue AF), vergrendelt de camera de scherpstelling en belichting gedurende het opnemen.
Opmerking Als na het instellen geen juiste belichting kan worden verkregen, knippert de diafragmawaarde op het opnamescherm. U kunt zo wel een opname maken, maar u kunt beter een andere instelling kiezen. Wanneer u een lange sluitertijd instelt, gebruikt u een statief om te voorkomen dat het beeld wazig wordt. Het pictogram (SteadyShot-waarschuwing) wordt niet afgebeeld in de sluitertijdprioriteitsfunctie.
Als na het instellen geen juiste belichting kan worden verkregen, knippert de sluitertijd op het opnamescherm. U kunt zo wel een opname maken, maar u kunt beter een andere instelling kiezen. De helderheid van het beeld op het scherm kan verschillen van die van het beeld dat in werkelijkheid wordt opgenomen. Hint Kleinere F-waarde (het diafragma wordt groter) verkleint het bereik waarin alles scherpgesteld is.
Als de hoeveelheid omgevingslicht buiten het meetbereik van gemeten handmatig valt, knippert het pictogram voor gemeten handmatig. Het pictogram (SteadyShot-waarschuwing) wordt niet afgebeeld in de handmatige-belichtingsfunctie. De helderheid van het beeld op de monitor kan verschillen van die van het beeld dat in werkelijkheid wordt opgenomen.
Wanneer de functie [NR Multi Frame] is ingeschakeld. Als de [Transportfunctie] is ingesteld op [Continue opname], [Bracket continu], [Zelfontsp.(Cont.)]. Als u de bovenstaande functies gebruikt terwijl de sluitertijd is ingesteld op [BULB], wordt de sluitertijd tijdelijk ingesteld op 30 seconden. Hint Beelden opgenomen in de stand [BULB] zijn vaak wazig. Wij adviseren u een statief te gebruiken of een afstandsbediening (los verkrijgbaar) die is voorzien van een ontspanknop-vergrendelfunctie.
Als [Modusdraaiknopsch.] is ingesteld op [Aan], kunt u de gewenste instellingen selecteren nadat u de stand van de functiekeuzeknop hebt veranderd. 3. Druk op de MOVIE-knop als u het opnemen wilt starten. Druk nogmaals op de MOVIE-knop als u het opnemen wilt stoppen. Menu-onderdelen Autom. programma: Maakt het mogelijk om op te nemen met automatisch ingestelde belichting (zowel de sluitertijd als de diafragmawaarde).
[48] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken De zoom gebruiken De zoomfuncties die beschikbaar zijn op het apparaat De zoomfunctie van het apparaat levert een hogere zoomvergroting door meerdere zoomfuncties te combineren. Het pictogram dat op het scherm wordt afgebeeld, verandert met de geselecteerde zoomfunctie. (1) Optische-zoombereik Zoomt de beelden binnen het zoombereik van een lens.
Zoom-instelling U kunt de zoominstelling van het apparaat selecteren. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Zoom-instelling] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Enkel optische zoom (standaardinstelling): De optische zoom is geactiveerd. U kunt de slimme-zoomfunctie gebruiken als u [ Beeldformaat] instelt op [M] of [S].
[51] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken De zoom gebruiken Intell. teleconverter Intelligente teleconverter vergroot en snijdt het midden van het beeld bij, en neemt het vervolgens op. 1. Druk op de (Intell. teleconverter)-knop. De instellingen veranderen bij elke druk op de knop.
2. Druk de ontspanknop helemaal in. Wanneer u de flitser niet gebruikt Wanneer de flitser niet wordt gebruikt, duwt u hem terug in de camerabody. Opmerking Als de flitser afgaat voordat hij helemaal omhoog is gesprongen, kan een storing worden veroorzaakt. U kunt de flitser niet gebruiken wanneer u bewegende beelden opneemt. Tijdens het opladen van de flitser knippert . Nadat het opladen klaar is, blijft het flitserpictogram branden.
1. MENU → (Camera- instellingen) → [Flitsfunctie] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Flitser uit: De flitser werkt niet. Automatisch flitsen: De flitser gaat af in donkere omgevingen of bij het opnemen met sterk tegenlicht. Invulflits (standaardinstelling): Elke keer als u op de ontspanknop drukt, gaat de flitser af. Langz.flitssync.: Elke keer als u op de ontspanknop drukt, gaat de flitser af.
Past de hoeveelheid flitslicht aan binnen een bereik van –3,0 EV tot +3,0 EV. Flitscompensatie verandert alleen de hoeveelheid flitslicht. Belichtingscompensatie verandert de hoeveelheid flitslicht in combinatie met de verandering van de sluitertijd en het diafragma. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Flitscompensatie] → gewenste instelling. Door hogere waarden (+ kant) te selecteren, wordt het flitsniveau hoger, en door lagere waarden (– kant) te selecteren, wordt het flitsniveau lager.
HVL-F60M en HVL-F43M kunnen worden gebruikt als opzetflitsers, als losse flitsers verbonden met een kabel, en als draadloze flitsers (controller/afstandsbediend). HVL-F20M kan worden gebruikt als opzetflitser, als losse flitser verbonden met een kabel, en als draadloze flitser (controller). Opmerking De FEL-vergrendeling kan niet worden ingesteld wanneer de flits niet op de camera is geplaatst.
Handm.flits: Maakt het mogelijk om de hoeveelheid flitslicht in te stellen met [Lichtniveau], waarna de ingebouwde flitser afgaat met de ingestelde hoeveelheid flitslicht, ongeacht de helderheid van een onderwerp.
1/1 (standaardwaarde) / 1/2 / 1/4 / 1/8 / 1/16 [58] Hoe te gebruiken selecteren De opnamefuncties gebruiken Een schermweergavefunctie De schermweergave veranderen (Opnemen) U kunt de afgebeelde inhoud op het scherm veranderen. 1. Druk op de DISP (Weergave-instelling)-knop. Iedere keer wanneer u op de DISP-knop drukt, verandert het opnameinformatiescherm als volgt: Graf. weerg. → Alle info weerg. → Geen info → Histogram → Niveau → Voor zoeker* → Graf. weerg. Graf. weerg. Alle info weerg.
Niveau Voor zoeker* * [Voor zoeker] wordt alleen op het scherm afgebeeld. Sommige schermweergavefuncties zijn niet beschikbaar in de standaardinstellingen. Om de schermweergavefuncties te veranderen, drukt u op MENU → (Eigen instellingen) → [DISP-knop] en verandert u de instelling. Opmerking Histogram wordt niet afgebeeld tijdens het opnemen van panoramabeelden. In de functie voor bewegende beelden kan [Voor zoeker] niet worden afgebeeld.
Stelt u in staat de schermweegavefuncties in te stellen die in de opnamefunctie kunnen worden geselecteerd voor de zoeker met (Weergave-instelling). 1. MENU → (Eigen instellingen) → [DISP-knop] → [Zoeker] → gewenste instelling → [Enter]. De onderdelen gemarkeerd met zijn beschikbaar. Menu-onderdelen Graf. weerg.: Beeldt basisinformatie af over opnemen. De sluitertijd en diafragmawaarde worden grafisch afgebeeld. Alle info weerg.: Beeldt opname-informatie af. Geen info: Beeldt geen opname-informatie af.
Beeldt basisinformatie af over opnemen. De sluitertijd en diafragmawaarde worden grafisch afgebeeld. Alle info weerg.: Beeldt opname-informatie af. Geen info: Beeldt geen opname-informatie af. Histogram: Toont een grafische weergave van de luminantieverdeling. Niveau: Geeft aan of het apparaat horizontaal staat, zowel in de richting links-rechts als in de richting voor-achter. Wanneer het apparaat in beide richtingen horizontaal staat, wordt de indicator groen.
Als [ Kwaliteit] is ingesteld op [RAW] of [RAW en JPEG], komt het beeldformaat van RAW-beelden overeen met [L]. [62] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken stilstaande beelden selecteren Het formaat/de kwaliteit van Beeldverhouding (stilstaand beeld) Stelt de beeldverhouding in van stilstaande beelden. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [ Beeldverhouding] → gewenste instelling. Menu-onderdelen 3:2 (standaardinstelling): Geschikt voor standaardafdrukken.
JPEG Een RAW-beeld en een JPEG-beeld worden tegelijkertijd opgenomen. Dit is handig wanneer u 2 beeldbestanden nodig hebt: een JPEG-bestand om weer te geven, en een RAW-bestand om te bewerken. De beeldkwaliteit van het JPEG-beeld is ingesteld op [Fijn]. Extra fijn: Bestandsformaat: JPEG Het beeld wordt gecomprimeerd in het JPEG-bestandsformaat en opgenomen met een hogere beeldkwaliteit dan [Fijn].
Standaard: 8192×1856 Breed: 12416×1856 [65] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken stilstaande beelden selecteren Het formaat/de kwaliteit van Panorama: richting Stelt de richting in waarin de camera moet worden gepand bij het opnemen van panoramabeelden. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Panorama: richting] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Rechts (standaardinstelling): Pan de camera van links naar rechts. Links: Pan de camera van rechts naar links.
Informatie over de scherpstellingsfuncties S (Enkelvoudige AF): De camera voert de scherpstelling uit en de scherpstelling wordt vergrendeld wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt. Gebruik deze functie wanneer het onderwerp stilstaat. A (Automatische AF) (standaardinstelling): De camera schakelt om tussen [Enkelvoudige AF] en [Continue AF] afhankelijk van de beweging van het onderwerp. C (Continue AF): De camera blijft scherpstellen zo lang u de ontspanknop tot halverwege ingedrukt houdt.
Scherpstelgebied Selecteert het scherpstelgebied. Gebruik deze functie wanneer het moeilijk is goed scherp te stellen in de automatische scherpstellingsfunctie. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Scherpstelgebied] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Breed: Stelt automatisch scherp op een onderwerp in alle bereiken van het beeld. Wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt in de stilstaand-beeldopnamefunctie, wordt een groen kader afgebeeld rond het gebied dat scherpgesteld is.
Wanneer u op de middenknop drukt, detecteert de camera het onderwerp dat zich in het midden van het scherm bevindt, waarna de camera dat onderwerp blijft volgen. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Centr. AF-vergrend.] → [Aan] 2. Plaats het doelframe (A) rond het onderwerp en druk op vierrichtingsknop. Druk nogmaals op om het volgen te stoppen. in het midden van de 3. Druk de ontspanknop helemaal in om het beeld op te nemen. Opmerking [Centr. AF-vergrend.
Auto Uitsch. AF-geb. Stelt in of het scherpstelgebied altijd moet worden afgebeeld, of automatisch moet uitgaan kort nadat is scherpgesteld. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Auto Uitsch. AF-geb.] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan: Het scherpstelgebied wordt altijd afgebeeld. Uit (standaardinstelling): Het scherpstelgebied gaat automatisch uit kort nadat is scherpgesteld.
punten. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Flexibel punt-punten] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Alles (79/61 punten) (standaardinstelling): Alle AF-gebiedspunten worden gebruikt. 15 punten: Alleen de beperkte groep van 15 punten wordt gebruikt. [72] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Bred. Weerg. AFgeb. Stelt in of het scherpstelgebied wordt afgebeeld of niet wanneer [Scherpstelgebied] is ingesteld op [Breed]. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Bred. Weerg. AFgeb.
3. Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt en plaats het onderwerp terug op de oorspronkelijke plaats om het beeld opnieuw samen te stellen. 4. Druk de ontspanknop helemaal in om het beeld op te nemen. [74] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen H. scherpst. Als het moeilijk is goed scherp te stellen in de automatische scherpstellingsfunctie, kunt u de scherpstelling handmatig uitvoeren. 1. Zet de scherpstellingsfunctie-keuzeknop van de lens op MF.
2. Zet de scherpstellingsfunctieknop in de stand A.Druk de ontspanknop tot halverwege in om automatisch scherp te stellen. 3. Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt en draai de scherpstelring om een betere scherpstelling te krijgen. 4. Druk de ontspanknop helemaal in om een beeld op te nemen. [76] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Scherpst. vergroten U kunt de scherpstelling controleren door het beeld te vergroten voordat u opneemt. 1.
De functie [Scherpst. vergroten] wordt vrijgegeven na het opnemen. U kunt de tijdsduur instellen gedurende welke het vergrote beeld moet worden weergegeven door achtereenvolgens MENU → (Eigen instellingen) → [Schrpstelvergrot.tijd]. [77] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Schrpstelvergrot.tijd Stel in hoe lang een beeld moet worden vergroot bij gebruik van de functie [Scherpst. vergroten]. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Schrpstelvergrot.tijd] → gewenste instelling.
Stelt het reliëfniveau in op gemiddeld. Laag: Stelt het reliëfniveau in op laag. Uit (standaardinstelling): Maakt geen gebruik van de reliëffunctie. Opmerking Aangezien het apparaat oordeelt dat scherpe delen scherpgesteld zijn, verschilt het effect van de reliëffunctie afhankelijk van het onderwerp en de opnameomstandigheden. De contouren van scherpgestelde bereiken worden niet benadrukt wanneer het apparaat is aangesloten met behulp van een HDMI-kabel.
Menu-onderdelen Aan: Automatisch scherpstellen begint wanneer u door de elektronische zoeker kijkt. Uit (standaardinstelling): Automatisch scherpstellen begint niet wanneer u door de elektronische zoeker kijkt. [81] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen AF/MF-regeling U kunt de scherpstellingsfunctie tijdens het opnemen eenvoudig omschakelen van automatisch naar handmatig en terug zonder de positie van uw handen te veranderen. 1. Druk op de AF/MF-knop.
Het AF-hulplicht geeft een invullicht zodat gemakkelijker op een onderwerp kan worden scherpgesteld in een donkere omgeving. In de tijd tussen het tot halverwege indrukken van de ontspanknop en het vergrendelen van de scherpstelling, klapt de flitser omhoog en gaat af zodat de camera gemakkelijker kan scherpstellen. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [ AF-hulplicht] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Automatisch (standaardinstelling): Maakt gebruik van het AF-hulplicht.
geschoven. Wanneer u een negatieve waarde selecteert, wordt de automatisch scherpgestelde positie dichter naar het apparaat toe geschoven. Opmerking Wij adviseren u de positie onder werkelijke opnameomstandigheden aan te passen. Wanneer u een lens bevestigt waarvoor u al een waarde hebt geregistreerd, wordt de geregistreerde waarde afgebeeld op het scherm. [±0] wordt afgebeeld voor lenzen waarvoor nog geen waarde is geregistreerd.
Als [ AF met sluiter] is ingesteld op [Uit], kunt u nog steeds de functie [AF aan] gebruiken. [85] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen AF aan U kunt scherpstellen met elke willekeurige knop in plaats van de ontspanknop tot halverwege in te drukken. De instellingen voor de scherpstellingsfunctieknop worden toegepast. 1. Selecteer de gewenste knop en wijs de functie [AF aan] eraan toe met MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.]. 2.
de scherpstellingsfunctie is ingesteld op C (Continue AF) of MF (H. scherpst.), enz. [AF op de ogen] werkt niet in de volgende situaties: Wanneer de persoon een zonnebril draagt. Wanneer het haar de ogen van de persoon bedekt. Onder omstandigheden met zwakke belichting of tegenlicht. Wanneer de ogen dicht zijn. Wanneer de persoon in de schaduw staat. Wanneer de persoon onscherp is. Hint Als de camera scherpstelt op de ogen en [Lach-/Gezichtsherk.
Menu-onderdelen 5 (Hoog) / 4 / 3 (Gemiddeld) (standaardinstelling) / 2 / 1 (Laag): Selecteer [5 (Hoog)] om snelbewegende onderwerpen op te nemen. [89] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Duur AF-volgen (bewegende beelden) Bij het opnemen van bewegende beelden kunt u de duur van AF-volgen instellen. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [ Duur AF-volgen] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Hoog: Stelt de AF-volgduur in op hoog.
Opmerking Als het onderwerp dichterbij is dan de minimale opnameafstand van de lens, kan de scherpstelling niet worden bevestigd. Zorg voor voldoende afstand tussen het onderwerp en het apparaat. [91] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen AF-bereik regeling U kunt het bereik van de automatische scherpstelling beperken om scherp te stellen op een onderwerp zonder dat voorwerpen in de voorgrond en achtergrond dit verstoren.
De scherpstelgebieden van het onderwerp die binnen het ingestelde gebied van het AF-bereik vallen, worden geel afgebeeld. 3. Druk nogmaals op de C (Custom)-knop en bepaal de opnameafstand. Het beperkte gebied blijft afgebeeld. De scherpstelgebieden van het onderwerp die binnen de ingestelde afstand vallen, worden geel afgebeeld. De functie AF-bereikregeling afsluiten Druk nogmaals op de C (Custom)-knop.
*Sommige lenzen bieden geen ondersteuning voor de AF/MF-bedieningsfunctie. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van uw lens. [92] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen AF-A-instelling Stelt in of handmatig fijnregelen van de scherpstelling is toegestaan wanneer de scherpstellingsfunctie is ingesteld op [AF-A]. 1. MENU→ (Camera- instellingen) → [AF-A-instelling]→ gewenste instelling.
Beelden worden opgenomen wanneer de scherpstelling en opnamekans in balans zijn. [94] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Belichting instellen Belicht.comp. Uitgaande van de belichtingswaarde die is ingesteld door de automatische belichtingsfunctie, kunt u het gehele beeld helderder of donkerder maken als u [Belicht.comp.] verandert naar de pluskant respectievelijk de minkant (belichtingscompensatie). Normaal gesproken wordt de belichting automatisch ingesteld (automatische belichting). 1.
1. Druk op de belichtingscompensatieknop. 2. Selecteer de gewenste instelling met de rechter-/linkerkant van de vierrichtingsknop. Opmerking U kunt voor bewegende beelden de belichting instellen binnen een bereik van −2,0 EV tot +2,0 EV. Als u een onderwerp opneemt in uiterst heldere of donkere omstandigheden, of wanneer u de flitser gebruikt, kunt u mogelijk geen bevredigend resultaat bereiken. Als u [Handm.
van achteren wordt belicht of wanneer er een sterk contrast is tussen het onderwerp en de achtergrond. Opmerking [Multi] wordt geselecteerd bij gebruik van de volgende functies: [Slim automatisch] of [Superieur automat.
Hint Als u de functie [AEL-wisselen] selecteert in [Eigen toetsinstelling.], kunt u de belichting vergrendelen zonder de AEL-knop ingedrukt te houden. [98] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Belichting instellen AEL met sluiter (stilstaand beeld) U kunt instellen of de belichting moet worden vergrendeld wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [ AEL met sluiter] → gewenste instelling.
Stelt in of de belichtingscompensatiewaarde moet worden toegepast om zowel het flitslicht als het omgevingslicht te regelen, of alleen het omgevingslicht. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Bel.comp.inst.] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Omgeving+flits (standaardinstelling): Past de belichtingscompensatiewaarde toe om zowel het flitslicht als het omgevingslicht te regelen. Alleen omgeving: Past de belichtingscompensatiewaarde toe om alleen het omgevingslicht te regelen.
U kunt instellen of een gids wordt afgebeeld wanneer u de belichting instelt. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Belichtingsinst.gids] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Uit (standaardinstelling): Beeldt de gids niet af. Aan: Beeldt de gids af. [102] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Belichting instellen Belichtingsstap U kunt het instelbereik van de sluitertijd, het diafragma en de belichtingscompensatiewaarden instellen. 1.
Als de belichtingscompensatiefunctie is toegewezen aan de voorste of achterste keuzeknop, wordt een eventuele functie die eerder werd toegewezen aan die knop, nu toegewezen aan een andere knop. [104] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Een transportfunctie selecteren Transportfunctie U kunt de transportfunctie instellen, zoals ononderbroken opnamen of zelfontspanneropnamen. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → gewenste instelling.
Continue opname Neemt beelden ononderbroken op zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt. 1. MENU→ (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Continue opname]. 2. Selecteer de gewenste functie met de rechter-/linkerkant van de vierrichtingsknop. Menu-onderdelen Continue opname: Hi (standaardinstelling): De snelheid van het ononderbroken opnemen wordt ingesteld op het maximum van ongeveer 8 beelden per seconde.
Stelt de zelfontspanner met een vertraging van 10 seconden in. Als u op de ontspanknop drukt, knippert het zelfontspannerlampje, klinkt een pieptoon en ontspant de sluiter na 10 seconden. Druk nogmaals op de ontspanknop als u de zelfontspanner wilt annuleren. Zelfontspanner: 2 sec.: Stelt de zelfontspanner met een vertraging van 2 seconden in. Dit vermindert de camerabewegingen die worden veroorzaakt door het indrukken van de ontspanknop. Hint Druk op de Druk op de schakelen.
Neemt meerdere beelden op waarbij automatisch de belichting wordt verschoven van normale belichting, naar donkerder en vervolgens naar lichter. Houd de ontspanknop ingedrukt totdat de bracket-opname is voltooid. U kunt na het maken van de opnamen het beeld kiezen dat het beste overeenkomt met uw bedoeling. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Bracket continu]. 2. Selecteer de gewenste functie met de rechter-/linkerkant van de vierrichtingsknop.
Bracket continu: 2,0EV 5 beelden: Deze instelling neemt vijf beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 2,0 EV. Bracket continu: 3,0EV 3 beelden: Deze instelling neemt drie beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 3,0 EV. Bracket continu: 3,0EV 5 beelden: Deze instelling neemt vijf beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 3,0 EV.
Bracket enkel: 0,3EV 5 beelden: Deze instelling neemt in totaal vijf beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 0,3 EV. Bracket enkel: 0,5EV 3 beelden: Deze instelling neemt in totaal drie beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 0,5 EV. Bracket enkel: 0,5EV 5 beelden: Deze instelling neemt in totaal vijf beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 0,5 EV.
Als u de belichting opnieuw instelt, wordt de belichting verschoven op basis van de nieuw ingestelde belichtingswaarde. [110] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Een transportfunctie selecteren Witbalansbracket Neemt drie beelden op, elk met een verschillend kleurtinten volgens de geselecteerde instellingen voor de witbalans, kleurtemperatuur en kleurfilter. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Witbalansbracket]. 2.
Neemt een serie van drie beelden op met kleine verschillen in het niveau van dynamischbereikoptimalisatie. Bracket DRO: Hi: Neemt een serie van drie beelden op met grote verschillen in het niveau van dynamischbereikoptimalisatie. Opmerking De laatste opname wordt weergegeven in Auto Review.
NR Multi Frame: Combineert continue opnamen en maakt een beeld met minder ruis. ISO AUTO (standaardinstelling): Stelt automatisch de ISO-gevoeligheid in. 50 / 64 / 80 / 100 / 125 / 160 / 200 / 250 / 320 / 400 / 500 / 640 / 800 / 1000 / 1250 / 1600 / 2000 / 2500 / 3200 / 4000 / 5000 / 6400 / 8000 / 10000 / 12800 / 16000 / 20000 / 25600: U kunt voorkomen dat beelden opgenomen op donkere plaatsen of van bewegende onderwerpen wazig worden door de ISO-gevoeligheid te verhogen (een hogere waarde in te stellen).
Het apparaat neemt automatisch meerdere beelden ononderbroken op, combineert ze, vermindert de ruis en slaat ze als één beeld op. Met multi-frameruisonderdrukking kunt u een hogere ISO-waarde selecteren dan de maximale ISO-gevoeligheid. Het opgenomen beeld is één gecombineerd beeld. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [ISO] → [NR Multi Frame]. 2.
Opmerking Als [Hoog] is geselecteerd, duurt het langer om beelden op te nemen en te combineren. [116] Hoe te gebruiken corrigeren De opnamefuncties gebruiken De helderheid of het contrast D.-bereikopt. (DRO) Door het beeld onder te verdelen in kleine gebieden, analyseert het apparaat het contrast van licht en schaduw tussen het onderwerp en de achtergrond, en creëert een beeld met de optimale helderheid en gradatie. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [DRO/Auto HDR] → [D.-bereikopt.]. 2.
Auto HDR Verbreedt het bereik (gradatie) zodat u van de heldere delen tot de donkere delen beelden met de juiste helderheid kunt opnemen (HDR: High Dynamic Range). Eén beeld met een juiste belichting en een beeld samengesteld uit over elkaar liggende beelden worden opgenomen. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [DRO/Auto HDR] → [Auto HDR]. 2. Selecteer de gewenste instelling met de linker-/rechterkant van de vierrichtingsknop. Menu-onderdelen Auto HDR: belichtingsver.
Witbalans Past de kleurtinten aan de omgevingslichtomstandigheden aan. Gebruik deze functie als de kleurtinten van het beeld er niet uitzien zoals u verwachtte, of als u doelbewust de kleurtinten wilt veranderen voor een fotografisch effect. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Witbalans] → gewenste instelling. U kunt ook de witbalans instellen door op de WB (Witbalans)-knop te drukken.
Eigen instelling: Slaat de basiswitkleur op onder de lichtomstandigheden voor de opnameomgeving. Selecteer een nummer van de opgeslagen eigen witbalans. Hint U kunt de rechterkant van de vierrichtingsknop gebruiken om het fijnregelscherm af te beelden en de kleurtemperatuur naar wens te fijnregelen. In [Kl.temp./Filter] kunt u de rechterknop gebruiken om het kleurtemperatuurinstelscherm af te beelden en een instelling te maken.
-indicator geel. U kunt nu een opname maken, maar het wordt aanbevolen dat u de witbalans opnieuw instelt voor een nauwkeurigere witbalanswaarde. [120] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Een effectfunctie selecteren Foto-effect Selecteer het gewenste effectfilter voor een indrukwekkendere en artistiekere beelden. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Foto-effect] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Uit (standaardinstelling): Schakelt de functie [Foto-effect] uit.
Creëert een beeld in zwart-wit met een rijke gradatie en reproductie van details. Miniatuur: Creëert een beeld waarin het onderwerp levendiger wordt weergegeven en de achtergrond aanzienlijk onscherper wordt gemaakt. Dit effect kunt u vaak zien in foto's van miniatuurmodellen. Waterverf: Creëert een beeld met het effect van doorgelopen inkt en kleurvervaging alsof het is geschilderd met waterverf. Illustratie: Creëert een beeld dat op een illustratie lijkt door de buitenlijnen te benadrukken.
krijgen. Als het apparaat een dergelijke situatie vaststelt, wordt / afgebeeld op het opgenomen beeld om u te informeren over deze situatie. Verander zo nodig de compositie of pas de instellingen op een andere manier aan, wees bedacht op wazige beelden en neem opnieuw op. [121] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Een effectfunctie selecteren Creatieve stijl Biedt u de mogelijkheid de gewenste beeldbewerking te selecteren.
Landschap: De verzadiging, het contrast en de scherpte worden verhoogd voor het opnemen van een levendig en scherp landschap. Verre landschappen worden meer tot uitdrukking gebracht. Zonsondergang: Voor het opnemen van het prachtige rood van de ondergaande zon. Nachtscène: Het contrast wordt verlaagd voor het reproduceren van nachtscènes. Herfstbladeren: Voor het opnemen van herfstscènes waarbij de rode en gele kleuren van de bladeren levendig worden benadrukt.
[Superieur automat.] [Scènekeuze] [Foto-effect] Als [Creatieve stijl] is ingesteld op [Zwart-wit] of [Sepia], kan [Verzadiging] niet worden ingesteld. [122] Hoe te gebruiken opnemen De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden Bestandsindeling (bewegende beelden) Selecteert het bestandsformaat van bewegende beelden. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [ Bestandsindeling] → gewenste instelling.
1. MENU → Als [ (Camera- instellingen) → [ Opname-instell.] → gewenste instelling. Bestandsindeling] is ingesteld op [AVCHD] 60i/50i: Bewegende beelden worden opgenomen met ongeveer 60 velden per seconde (voor 1080 60i-compatibele apparaten) of 50 velden per seconde (voor 1080 50i-compatibele apparaten) in de geïnterlinieerde functie, met Dolby Digital-geluid, in het AVCHD-formaat.
24p 17M(FH)*: 25p 17M(FH)**: Neemt bewegende beelden op in standaardbeeldkwaliteit van 1920 × 1080 (24p/25p). Dit geeft een sfeer als in een bioscoop. Bitsnelheid: Ongeveer 17 Mbps (gem.) Als [ Bestandsindeling] is ingesteld op [MP4] 1440×1080 12M (standaardinstelling): Neemt bewegende beelden op in 1440 × 1080. Bitsnelheid: Ongeveer 12 Mbps (gem.) VGA 3M: Neemt bewegende beelden op in het VGA-formaat. Bitsnelheid: Ongeveer 3 Mbps (gem.
Menu-onderdelen Aan: Gebruikt [ SteadyShot]. Uit (standaardinstelling): Gebruikt [ SteadyShot] niet. Opmerking Als u de instelling van [ [125] Hoe te gebruiken opnemen SteadyShot] verandert, zal de opnamehoek veranderen. De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden Geluid opnemen Stelt in of het geluid moet worden opgenomen tijdens het opnemen van bewegende beelden. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Geluid opnemen] → gewenste instelling.
1. MENU → (Eigen instellingen) → [Audioniv.weerg.] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan (standaardinstelling): Beeldt het geluidsniveau af. Uit: Beeld het geluidsniveau niet af. Opmerking Het geluidsniveau wordt niet afgebeeld in de volgende situaties: Als [Geluid opnemen] is ingesteld op [Uit]. Als DISP (weergave-instelling) is ingesteld op [Geen info]. Stel de opnamefunctie in op [Film]. U kunt het geluidsniveau vóór opname alleen zien in de bewegend-beeldopnamefunctie.
als de (microfoon-)ingangsaansluiting. Hint Als u bewegende beelden met geluid op een hoog volumeniveau opneemt, stelt u [Audio opnam.niveau] in op een lager geluidsniveau. Hierdoor kunt u opnemen met een realistischer geluid. Als u bewegende beelden met geluid op een lager volumeniveau opneemt, stelt u [Audio opnam.niveau] in op een hoger geluidsniveau zodat het geluid gemakkelijker te horen is.
Menu-onderdelen Aan: Vermindert windgeruis. Uit (standaardinstelling): Vermindert windgeruis niet. Opmerking Als u dit instelt op [Aan] op een plaats waar de wind niet hard genoeg waait, dan kan het normale geluid met te weinig volume worden opgenomen. Wanneer een externe microfoon (los verkrijgbaar) wordt gebruikt, werkt [Windruis reductie] niet. [130] Hoe te gebruiken opnemen De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden Aut. lang. sluit.
opnemen Knop MOVIE U kunt instellen of de MOVIE-knop wordt geactiveerd of niet. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Knop MOVIE] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Altijd (standaardinstelling): Start het opnemen van bewegende beelden wanneer u in een willekeurige functie op de MOVIE-knop drukt. Alleen Filmmodus: Start het opnemen van bewegende beelden alleen wanneer u op de MOVIE-knop drukt als de opnamefunctie is ingesteld op [Film].
Opmerking Programmaverschuiving kan niet worden geregistreerd. Voor sommige functies komen de stand van de keuzeknop en de instelling die in werkelijkheid tijdens het opnemen wordt gebruikt mogelijk niet overeen. Als dat gebeurt neemt u beelden op door de informatie te raadplegen die op de monitor wordt afgebeeld. [133] Hoe te gebruiken voor handig gebruik De opnamefuncties gebruiken De opnamefuncties aanpassen Instell.
Werking van de scherpstelling-vasthoudknop Maakt het mogelijk om een functie toe te wijzen aan de scherpstelling-vasthoudknop op de lens. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.] → [Scherpstelvastzetkn.] → gewenste instelling. De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm.
De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm. [138] Hoe te gebruiken voor handig gebruik De opnamefuncties gebruiken De opnamefuncties aanpassen Werking van de ISO-knop Nadat u een functie hebt toegewezen aan de ISO-knop, kunt u die functie uitvoeren door eenvoudig op de ISO-knop te drukken wanneer het opname-informatiescherm wordt afgebeeld. 1. MENU → instelling. (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.
Nadat u een functie hebt toegewezen aan de WB-knop, kunt u die functie uitvoeren door eenvoudig op de WB-knop te drukken wanneer het opname-informatiescherm wordt afgebeeld. 1. MENU → instelling. (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.] → [WB-knop] → gewenste De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm.
instelitemselectiescherm. [143] Hoe te gebruiken voor handig gebruik De opnamefuncties gebruiken De opnamefuncties aanpassen Werking van de opname-voorbeeldknop Nadat u een functie hebt toegewezen aan de opname-voorbeeldknop, kunt u die functie uitvoeren door eenvoudig op de opname-voorbeeldknop te drukken wanneer het opnameinformatiescherm wordt afgebeeld. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.] → [Voorbeeldknop] → gewenste instelling.
Nadat u een functie hebt toegewezen aan de middenknop, kunt u die functie uitvoeren door eenvoudig op de middenknop te drukken wanneer het opname-informatiescherm wordt afgebeeld. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.] → [Funct. centrale knop] → gewenste instelling. De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm.
1. MENU → (Camera- instellingen) → [Lach-/Gezichtsherk.] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Uit: Maakt geen gebruik van de gezichtsherkenningsfunctie. Aan (ger. gezicht.) (standaardinstelling): Herkent een geregistreerde gezicht met een hogere prioriteit met [Gezichtsregistratie]. Aan: Herkent een gezicht zonder een hogere prioriteit te geven aan het geregistreerde gezicht. Lach-sluiter: Herkent een lach en neemt automatisch een beeld op.
schaterlach] . Opmerking U kunt de gezichtsherkenningsfunctie niet gebruiken met de volgende functies: [Panorama d. beweg.] [Foto-effect] is ingesteld op [Posterisatie] Bij gebruik van de functie [Scherpst. vergroten]. [Cont. voorkeuze AE] [Scènekeuze] is ingesteld op [Landschap], [Nachtscène] of [Zonsondergang]. Maximaal acht gezichten van uw onderwerpen kunnen worden herkend.
Als u van tevoren gezichten registreert, kan het apparaat het geregistreerde gezicht met prioriteit detecteren wanneer [Lach-/Gezichtsherk.] is ingesteld op [Aan (ger. gezicht.)] . 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Gezichtsregistratie] → [Nieuwe registratie]. 2. Plaats het geleidingskader over het te registreren gezicht en druk op de ontspanknop. 3. Als een bevestigingsbericht wordt afgebeeld, selecteert u [Enter] . Opmerking Maximaal acht gezichten kunnen worden geregistreerd.
Als u [Alles verwijderen] selecteert, kunt u alle geregistreerde gezichten wissen. Opmerking Zelfs als u [Wissen] uitvoert, blijven de gegevens van de geregistreerde gezichten opgeslagen in het apparaat. Om de gegevens van de geregistreerde gezichten uit het apparaat te wissen, selecteert u [Alles verwijderen]. [152] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Rode ogen verm.
opgeslagen in hetzelfde formaat als het originele beeldformaat. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [ Autom. kadreren] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Uit (standaardinstelling): De beelden worden niet bijgesneden. Automatisch: De beelden worden automatisch bijgesneden naar een geschikte compositie. Opmerking Afhankelijk van de opnameomstandigheden is het mogelijk dat het bijgesneden beeld niet de optimale compositie is.
apparaat instellen NR lang-belicht (stilstaand beeld) Als u de sluitertijd instelt op één seconde of langer (opname met lange belichtingstijd), wordt de ruisonderdrukking ingeschakeld gedurende de tijd dat de sluiter open staat. Als deze functie is ingeschakeld, wordt de korrelige ruis, typisch voor opnamen met een lange belichtingstijd, verminderd. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [ NR lang-belicht] → gewenste instelling.
Activeert hoge-ISO-ruisonderdrukking niet. Opmerking [ NR bij hoge-ISO] is niet beschikbaar in de volgende situaties: Wanneer de opnamefunctie is ingesteld op [Slim automatisch], [Superieur automat.] of [Panorama d. beweg.]. [Scènekeuze] [ NR bij hoge-ISO] is niet beschikbaar voor RAW-beelden.
[158] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Stramienlijn Stelt in of de rasterlijn wordt afgebeeld of niet. De stramienlijn helpt u de beeldcompositie aan te passen. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Stramienlijn] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Driedelingsraster: Plaats de hoofdonderwerpen dicht bij één van de rasterlijnen die het beeld in drieën delen voor een goed gebalanceerde beeldcompositie.
Uit: Geeft Auto Review niet weer. Opmerking Wanneer het apparaat een beeld vergroot met behulp van beeldbewerking, kan het tijdelijk eerst het oorspronkelijke beeld weergeven en daarna het vergrote beeld. De DISP (Weergave-instelling)-instellingen worden toegepast op het Auto Reviewscherm.
Hint Wanneer u een flitser van een ander merk gebruikt, zoals een studioflitser, kan Live Viewweergave donker zijn bij bepaalde sluitertijdinstellingen. Als [LiveView-weergave] is ingesteld op [Instelling effect uit], zal Live View-weergave helderder worden weergegeven, zodat u de compositie eenvoudig kunt controleren.
Menu-onderdelen Inschakelen: De sluiter kan worden ontspannen als geen lens is bevestigd. Selecteer [Inschakelen] wanneer u het apparaat bevestigt op een sterrentelescoop, enz. Uitschakelen (standaardinstelling): Ontspant de sluiter niet als geen lens is bevestigd. Opmerking Een juiste lichtmeting is niet mogelijk wanneer u lenzen gebruikt die geen lenscontact hebben, zoals de lens van een astronomische telescoop.
e-sluitergordijn voor De functie voor het elektronische sluitergordijn voorzijde bekort de tijdsvertraging tussen sluiterontspanningen. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [e-sluitergordijn voor] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan (standaardinstelling): Gebruikt de functie elektronisch sluitergordijn voorzijde. Uit: Gebruikt de functie elektronisch sluitergordijn voorzijde niet.
Opmerking Zelfs als u [Beeld extractie] instelt op [Uit] met [Schemeropn. hand] geselecteerd als de scèneherkenningsfunctie, wordt één gecombineerd beeld opgeslagen. Wanneer de functie [ Autom. kadreren] is ingeschakeld, worden twee beelden opgeslagen, zelfs wanneer u [Beeld extractie] hebt ingesteld op [Automatisch]. [166] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Superieur automat.
Corrigeert de donkere hoeken van het scherm automatisch. Uit: Corrigeert de donkere hoeken van het scherm niet. Opmerking De functie [Schaduwcompensat.] is alleen beschikbaar wanneer een lens met een Avatting is aangebracht. De hoeveelheid licht rond de randen wordt mogelijk niet gecorrigeerd, afhankelijk van het type lens. [168] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Chro. afw.compens.
1. MENU → (Eigen instellingen) → [Lenscompensatie] → [Vervorm.compensat.] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Automatisch: Corrigeert de vervorming van het scherm automatisch. Uit (standaardinstelling): Corrigeert de vervorming van het scherm niet. Opmerking De functie [Vervorm.compensat.] is alleen beschikbaar wanneer een lens met een Avatting is aangebracht. Afhankelijk van de bevestigde lens ligt [Vervorm.compensat.] vast op [Automatisch], en kunt u [Uit] niet selecteren.
apparaat instellen Monitor deactiveren Als u op de knop drukt waaraan de functie [Monitor deactiveren] is toegewezen, wordt [LiveView-weergave] omgeschakeld naar [Instelling effect uit], en wordt de schermweergave omgeschakeld naar [Geen info]. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.] → wijs de functie [Monitor deactiveren] toe aan de gewenste knop. 2. Druk op de knop waaraan de functie [Monitor deactiveren] is toegewezen.
[173] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Voorb. opn.result. Met de monitor of zoeker kunt u een beeld bekijken met een diafragma dat anders is dan die van het opnameresultaat. Aangezien de wazigheid van het beeld verandert wanneer het diafragma wordt veranderd, zal de wazigheid van het werkelijke beeld anders zijn dan van het beeld dat u zag vlak voor het opnemen. Terwijl u de knop ingedrukt houdt waaraan [Voorb. opn.result.
beelddatabasebestand wordt mogelijk niet goed weergegeven. Om beelden weer te geven die zijn opgenomen op andere apparaten, registreert u die beelden in het beelddatabasebestand via MENU → [Instellingen] → [Beeld-DB herstellen]. [175] Hoe te gebruiken Weergeven Stilstaande beelden weergeven Weergavezoom U kunt het beeld dat wordt weergegeven vergroten. 1. Geef het beeld weer dat u wilt vergroten en druk daarna op de Als het beeld te groot is, drukt u op de knop knop.
Terugkeren naar enkelbeeldweergave Selecteer het gewenste beeld en druk op in het midden van de vierrichtingsknop. Een gewenst beeld snel weergeven Selecteer de balk aan de linkerkant van het indexweergavescherm met de vierrichtingsknop, en druk daarna op de boven-/onderkant van de vierrichtingsknop. Terwijl de balk is geselecteerd, kunt u het kalenderscherm of mapselectiescherm afbeelden door op in het midden te drukken. Bovendien kunt u de weergavefunctie omschakelen door een pictogram te selecteren.
1. Geef het beeld weer dat u wilt wissen. 2. Druk op de (Wissen)-knop. 3. Selecteer [Wissen] met behulp van de vierrichtingsknop, en druk daarna op midden van de vierrichtingsknop. [179] Hoe te gebruiken Weergeven in het Beelden wissen Meerdere geselecteerde beelden tegelijk wissen U kunt meerdere geselecteerde beelden wissen. 1. MENU → (Afspelen) → [Wissen] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Meerdere bldn.: Hiermee worden de geselecteerde beelden gewist.
Geeft de opgenomen bewegende beelden weer. 1. Druk op de (weergave-)knop om over te schakelen naar de weergavefunctie. 2. Selecteer de bewegende beelden die moeten worden weergegeven met de vierrichtingsknop. 3. Om bewegende beelden weer te geven, drukt u op in het midden. Beschikbare bedieningen tijdens het weergeven van bewegende beelden U kunt vertraagd weergeven, het volumeniveau veranderen, enz., door op de onderkant van de vierrichtingsknop te drukken.
2. Selecteer het panoramabeeld dat moet worden weergegeven met de vierrichtingsknop. 3. Druk op in het midden om het beeld weer te geven. Om de weergave te pauzeren, drukt u nogmaals op in het midden. Om terug te keren naar de weergave van het volledige beeld, drukt u op de MENUknop. Opmerking Panoramabeelden die zijn opgenomen op andere apparaten kunnen worden weergegeven in een ander formaat dan het oorspronkelijke formaat, of worden mogelijk niet correct doorlopen.
Wist alle DPOF-afdrukmarkeringen. Afdrukinstelling: U kunt instellen of de datum moet worden afgedrukt op beelden met een DPOFafdrukmarkering. Selecteer [Aan] of [Uit] → [Enter] in [Datum afdrukken]. Opmerking U kunt de DPOF-afdrukmarkering niet toevoegen aan de volgende bestanden: Bewegende beelden RAW-beelden [183] Hoe te gebruiken Weergeven De weergavefuncties gebruiken Weergavefunctie Stelt de weergavefunctie in (beeldweergavemethode). 1.
Automatisch: Het beeld wordt weergegeven overeenkomstig de richtingsinformatie van het beeld. U kunt het beeld roteren met behulp van de rotatiefunctie. Zelfs als het apparaat gekanteld is blijft de weergaverichting gehandhaafd. Handmatig: Het beeld wordt weergegeven overeenkomstig de richtingsinformatie van het beeld. U kunt het beeld roteren met behulp van de rotatiefunctie. Uit: Geeft de beelden altijd weer in de landschapstand.
[186] Hoe te gebruiken Weergeven De weergavefuncties gebruiken Roteren Draait een opgenomen stilstaand beeld linksom. 1. MENU → (Afspelen) → [Roteren]. 2. Druk op in het midden van de vierrichtingsknop. Het beeld wordt linksom gedraaid. Het beeld draait wanneer u op in het midden drukt. Als u het beeld eenmaal hebt gedraaid, blijft het beeld gedraaid nadat het apparaat is uitgeschakeld. Opmerking U kunt bewegende beelden niet draaien.
Alles op deze datum: Beveiligt alle beelden in het geselecteerde datumbereik. Alles in deze map annul.: Annuleert de beveiliging van alle beelden in de geselecteerde map. Alles deze datum annul.: Annuleert de beveiliging van alle beelden in het geselecteerde datumbereik. Opmerking De menu-onderdelen die kunnen worden geselecteerd verschillen afhankelijk van de instelling [Weergavefunctie]. [188] Hoe te gebruiken Weergeven De weergavefuncties gebruiken WG 4K-stilst.
Opmerking Dit menu is alleen beschikbaar op 4K-compatibele televisies. Voor meer informatie raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van de televisie. [189] Hoe te gebruiken Weergeven Beelden bekijken op een televisie Beelden bekijken op een HD-televisie Om beelden die in dit apparaat zijn opgeslagen te bekijken op een televisie, zijn een HDMIkabel (los verkrijgbaar) en een HD-televisie uitgerust met een HDMI-aansluiting vereist. 1. Schakel zowel dit apparaat als de televisie uit. 2.
beelden en kunt u genieten van een compleet nieuwe wereld van foto's in adembenemende, hoge kwaliteit. PhotoTV HD maakt een uiterst gedetailleerde, foto-achtige weergave mogelijk van subtiele texturen en kleuren. Raadpleeg de bij de compatibele televisie geleverde gebruiksaanwijzing voor meer informatie. Opmerking Sluit dit apparaat niet aan op een ander apparaat via de uitgangsaansluitingen van beide apparaten. Als u dit toch doet, kan een storing worden veroorzaakt.
3. Schakel de televisie in en selecteer het ingangskanaal. 4. Schakel dit apparaat in. 5. MENU → (Instellingen) → [HDMI-instellingen] → [CTRL.VOOR HDMI] → [Aan]. 6. Druk op de SYNC MENU-knop op de afstandsbediening van de televisie om de gewenste functie te selecteren. Opmerking Als het apparaat niet in de weergavefunctie staat, drukt u op de (weergave-)knop. Alleen televisies die "BRAVIA" Sync ondersteunen maken bediening via SYNC MENU mogelijk.
Menu-onderdelen Automatisch (standaardinstelling): Past automatisch de helderheid aan. Handmatig: Stelt de helderheid in binnen een bereik van –2 tot +2. Zonnig weer: Stelt de helderheid in die geschikt is voor buitenopnamen. Opmerking Bij gebruik van de netspanningsadapter AC-PW10AM (los verkrijgbaar), wanneer [Monitor-helderheid] is ingesteld op [Automatisch], is het scherm altijd ingesteld op de meest heldere instelling. De instelling [Zonnig weer] is te helder voor opnemen binnenshuis.
Kleurtemp. zoeker Past de kleurtemperatuur van de elektronische zoeker aan. 1. MENU → (Instellingen) → [Kleurtemp. zoeker] → gewenste instelling. Menu-onderdelen -2 tot +2: Wanneer u "-" selecteert, verandert het zoekerscherm naar een warmere kleur, en wanneer u "+" selecteert, verandert het naar een koudere kleur. [194] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Volume-instellingen Stelt het volumeniveau in. 1. MENU → (Instellingen) → [Volume-instellingen] → gewenste instelling.
Uit: Er worden geen geluiden voortgebracht. [196] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Inst. uploaden(Eye-Fi) Selecteer of de uploadfunctie moet worden gebruikt bij gebruik van een Eye-Fi-kaart (verkrijgbaar in de winkel). Dit onderdeel wordt afgebeeld wanneer een Eye-Fi-kaart is geplaatst in de geheugenkaartgleuf van het apparaat. 1. MENU → (Instellingen) → [Inst. uploaden] → gewenste instelling. 2. Stel uw Wi-Fi-netwerk of bestemming in op de Eye-Fi-kaart.
het apparaat op plaatsen waarop het gebruik ervan is verboden, zoals in een vliegtuig. Als een Eye-Fi-kaart in het apparaat is geplaatst, stelt u [Inst. uploaden] in op [Uit]. Als de uploadfunctie is ingesteld op [Uit], wordt het pictogram afgebeeld op het apparaat. De stroombesparingsstand werkt niet tijdens het uploaden. Als (fout) wordt afgebeeld, haalt u de geheugenkaart eruit en plaatst u deze terug erin, of schakelt u het apparaat uit en daarna weer in.
Menu-onderdelen Aan: Beeldt de gids voor de functiekeuzeknop af. Uit (standaardinstelling): Beeldt de gids voor de functiekeuzeknop niet af. [199] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Wisbevestiging U kunt instellen of [Wissen] of [Annuleren] is geselecteerd als de standaardinstelling op het bevestigingsscherm voor wissen. 1. MENU → (Instellingen) → [Wisbevestiging] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Stand.Wissen: [Wissen] is geselecteerd als de standaardinstelling. Stand.
gebruiken. De automatische uitschakelfunctie wordt niet geactiveerd tijdens het weergeven van een diavoorstelling of het opnemen van bewegende beelden, of indien aangesloten op een computer. [201] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup PAL/NTSC schakel. Geeft bewegende beelden die zijn opgenomen met het apparaat weer op een televisie volgens het PAL- of NTSC-systeem. 1. MENU → (Instellingen) → [PAL/NTSC schakel.
5. Duw tegen de vergrendelhendel van de spiegel (A) en open de spiegel. 6. Reinig met behulp van het blaaskwastje het oppervlak van de beeldsensor en het omliggende gebied. 7. Wanneer u klaar bent met het reinigen van de beeldsensor, duwt u de spiegel omlaag tot deze vastklikt. Duw beide zijkanten (B) van de spiegel omlaag. 8. Bevestig de lens. Wanneer u de lens bevestigt, controleert u of de spiegel helemaal omlaag geduwd is. Opmerking Een blaasborsteltje wordt niet bij dit apparaat geleverd.
Blaas niet te hard wanneer u de beeldsensor schoonmaakt met een blaaskwastje. Als u te hard op de beeldsensor blaast, kan de binnenkant van het apparaat worden beschadigd. Wanneer u de lens bevestigt nadat u klaar bent met het reinigen van de beeldsensor, controleert u of de spiegel helemaal omlaag geduwd is. Anders kan deze de lens beschadigen of een storing veroorzaken.
[204] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Afstandsbediening U kunt dit apparaat bedienen en beelden opnemen met de SHUTTER-ontspanknop, de 2SEC-knop (zelfontspanner met een vertraging van 2 seconden) en de START/STOP-knop (of bewegend-beeldknop (alleen RMT-DSLR2)) op de draadloze afstandsbedieningen RMTDSLR1 (los verkrijgbaar) en RMT-DSLR2 (los verkrijgbaar). Raadpleeg ook de gebruiksaanwijzing van de draadloze afstandsbediening. 1.
Menu-onderdelen Automatisch (standaardinstelling): Het apparaat herkent een HD-televisie (high-definitiontelevisie) automatisch en stelt de uitgangsresolutie in. 1080p: Voert signalen uit in HD-beeldkwaliteit (1080p). 1080i: Voert signalen uit in HD-beeldkwaliteit (1080i). Opmerking Als de beelden niet goed worden weergeven met de instelling [Automatisch] , selecteert u [1080i] of [1080p] , afhankelijk van de televisie die moet worden aangesloten.
Selecteert of de opname-informatie moet worden afgebeeld wanneer dit apparaat en de televisie zijn aangesloten met behulp van een HDMI-kabel (los verkrijgbaar). 1. MENU → (Instellingen) → [HDMI-instellingen] → [HDMI-inform.weerg.] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan (standaardinstelling): Beeldt de opname-informatie van het weergegeven beeld af. Uit: Beeldt de opname-informatie van het weergegeven beeld niet af.
Als Device Stage* niet wordt afgebeeld met Windows 7 of Windows 8, stelt u [USBverbinding] in op [Automatisch]. * Device Stage is een menuscherm dat wordt gebruikt om de verbonden apparaten, zoals een camera, te beheren (functie van Windows 7 of Windows 8). [209] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup USB LUN-instelling Verbetert de compatibiliteit door de USB-verbindingsfuncties te beperken. 1. MENU → (Instellingen) → [USB LUN-instelling] → gewenste instelling.
Menu-onderdelen Zomertijd: Selecteert de zomertijd [Aan]/[Uit]. Datum/Tijd: Stelt de datum en tijd in. Datumindeling: Selecteert het weergaveformaat van datum en tijd. [212] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Tijdzone instellen Stelt het gebied in waar u het apparaat gebruikt. 1. MENU → (Instellingen) → [Tijdzone instellen] → gewenste gebied. [213] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Formatteren Formatteert (initialiseert) de geheugenkaart.
Selecteert hoe bestandsnummers worden toegewezen aan de opgenomen beelden. 1. MENU → (Instellingen) → [Bestandsnummer] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Serie (standaardinstelling): Zelfs als u de opnamebestemmingsmap verandert of de geheugenkaart verwisselt, blijft het apparaat opeenvolgende nummers toekennen aan bestanden. (Als op de nieuwe geheugenkaart een hoger bestandsnummer aanwezig is dan het laatste beeldbestand, wordt een nummer toegewezen dat één hoger is dan het hoogste nummer.
1. MENU → (Instellingen) → [Nieuwe map]. Opmerking Wanneer u een geheugenkaart in dit apparaat plaatst die in andere apparatuur is gebruikt, en u beelden opneemt, wordt mogelijk automatisch een nieuwe map aangemaakt. Maximaal 4.000 beelden kunnen in één map worden opgeslagen. Wanneer de capaciteit van de map is opgebruikt, wordt mogelijk automatisch een nieuwe map aangemaakt.
niet worden weergegeven op dit apparaat. Als deze problemen zich voordoen, repareert u het bestand met behulp van [Beeld-DB herstellen]. 1. MENU → (Instellingen) → [Beeld-DB herstellen] → [Enter]. Opmerking Gebruik een accu die voldoende is opgeladen. Als de acculading te veel afneemt tijdens het repareren, kunnen de gegevens beschadigd raken. [219] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Media-info weergev.
[222] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Instelling herstellen Stelt het apparaat terug op de standaardinstellingen. Zelfs als u [Instelling herstellen] uitvoert, blijven de opgenomen beelden behouden. 1. MENU → (Instellingen) → [Instelling herstellen] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Camera-instell. terugstell.: Stelt de belangrijkste opname-instellingen terug op de standaardinstellingen. Initialiseren: Stelt alle instellingen terug op de standaardinstellingen.
smartphone Een Android-smartphone verbinden met dit apparaat 1. Open PlayMemories Mobile op uw smartphone. 2. Selecteer de modelnaam van dit apparaat (DIRECT-xxxx: xxxx). 3. Voer het wachtwoord in dat wordt afgebeeld op dit apparaat. De smartphone is verbonden met het apparaat. [225] Hoe te gebruiken smartphone De Wi-Fi-functies gebruiken Dit apparaat aansluiten op een Het apparaat aansluiten op een iPhone of iPad 1.
2. Voer het wachtwoord in dat wordt afgebeeld op dit apparaat. De iPhone of iPad is verbonden met het apparaat. 3. Controleer of uw iPhone of iPad werd verbonden met de "SSID" die wordt afgebeeld op dit apparaat. 4. Ga terug naar het uitgangsscherm en open PlayMemories Mobile.
[226] Hoe te gebruiken De Wi-Fi-functies gebruiken behulp van een smartphone Dit apparaat bedienen met Bedien. via smartph. U kunt een smartphone als afstandsbediening voor dit apparaat gebruiken en stilstaande/bewegende beelden opnemen. Stilstaande/bewegende beelden die zijn opgenomen met de afstandsbediening worden vanaf dit apparaat naar de smartphone gezonden. De applicatie PlayMemories Mobile moet zijn geïnstalleerd op uw smartphone. 1. MENU → (Draadloos) → [Bedien. via smartph.]. 2.
dat toestemming heeft om verbinding te maken. Als u het apparaat wilt veranderen dat toestemming heeft om verbinding te maken met dit apparaat, stelt u de verbindingsinformatie terug door deze stappen te volgen. MENU → (Draadloos) → [SSID/WW terugst.]. Nadat de verbindingsinformatie is teruggesteld, moet u de smartphone opnieuw registreren. Afhankelijk van toekomstige versies zijn de bedieningsprocedures en schermweergaven onderhevig aan wijzigingen zonder kennisgeving.
Over "NFC" NFC is een technologie die draadloze communicatie over een korte afstand tussen diverse apparaten mogelijk maakt, zoals mobiele telefoons, IC-tags, enz. NFC vereenvoudigt de datacommunicatie door slechts het aangewezen aanraakpunt aan te raken. NFC (Near Field Communication) is een internationale norm voor draadloze communicatie over een korte afstand.
Menu-onderdelen Op dit apparaat selecter.: Selecteert een beeld op het apparaat dat moet worden overgebracht naar de smartphone. (1) Selecteer uit [Dit beeld], [Alle beelden deze datum] en [Meerdere beelden]. (2) Als u [Meerdere beelden] selecteert, selecteert, selecteert u de gewenste beelden met op de vierrichtingsknop, en drukt u vervolgens op MENU → [Enter]. Op smartphone selecter.: Geeft alle beelden die op de geheugenkaart van het apparaat zijn opgenomen weer op de smartphone.
[229] Hoe te gebruiken smartphone De Wi-Fi-functies gebruiken Beelden kopiëren naar een Beelden zenden naar een Android-smartphone (NFC One-touch sharing) Door slechts aan te raken kunt u dit apparaat en een NFC-compatibele Android-smartphone met elkaar verbinden en het beeld dat op het scherm van het apparaat wordt weergegeven rechtstreeks naar de smartphone zenden.
Over "NFC" NFC is een technologie die draadloze communicatie over een korte afstand tussen diverse apparaten mogelijk maakt, zoals mobiele telefoons, IC-tags, enz. NFC vereenvoudigt de datacommunicatie door slechts het aangewezen aanraakpunt aan te raken. NFC (Near Field Communication) is een internationale norm voor draadloze communicatie over een korte afstand. Opmerking U kunt het beeldformaat dat naar de smartphone moet worden gezonden selecteren uit [Oorspronkelijk], [2M] en [VGA].
1. Start uw computer op. 2. MENU → (Draadloos) → [Naar computer verz.]. Opmerking Afhankelijk van de softwareprogramma-instellingen op de computer, wordt het apparaat uitgeschakeld nadat de beelden op de computer zijn opgeslagen. U kunt beelden op het apparaat overbrengen naar slechts één computer tegelijk. Als u beelden wilt overbrengen naar een andere computer, verbindt u het apparaat door middel van een USB-verbinding met de computer, en volgt u de instructies in PlayMemories Home.
U kunt de instellingen van de diavoorstelling veranderen door op de onderkant van de vierrichtingsknop te drukken. Keuze afspelen: Selecteert de groep beelden die moet worden weergegeven. Mapweergav(stilstaand): Selecteert uit [Alles] en [Alles in map]. Datumweergave: Selecteert uit [Alles] en [Alles in dat.b.]. Interval: Selecteert uit [Kort] en [Lang]. Effecten*: Selecteert uit [Aan] en [Uit]. Afspeelbeeldformaat: Selecteert uit [HD] en [4K].
[233] Hoe te gebruiken functies veranderen De Wi-Fi-functies gebruiken De instellingen van Wi-Fi- WPS-Push Als uw accesspoint een WPS-knop heeft, kunt u het accesspoint eenvoudig in dit apparaat registreren door op de WPS-knop te drukken. 1. MENU → (Draadloos) → [WPS-Push]. 2. Druk op de WPS-knop op het accesspoint dat u wilt registreren.
Wanneer het gewenste accesspoint wordt afgebeeld op het scherm: Selecteer het gewenste accesspoint. Wanneer het gewenste accesspoint niet wordt afgebeeld op het scherm: Selecteer [Handmatige instelling] en stel het accesspoint in. *Raadpleeg "Hoe het toetsenbord wordt gebruikt" voor de invoermethode. Als u [Handmatige instelling] selecteert, voert u de SSID-naam van het accesspoint in en selecteert u daarna het beveiligingssysteem. 3. Voer het wachtwoord in en selecteer [OK].
symbolen. 3. Toetsenbord Elke keer wanneer u op invoert afgebeeld. in het midden drukt, wordt het teken dat u Bijvoorbeeld: Als u "abd" wilt invoeren 4. 5. 6. 7. 8. Selecteer de toets voor "abc" en druk eenmaal op zodat een "a" wordt afgebeeld → selecteer " " ((5) Cursor verplaatsen) en druk op → selecteer de toets voor "abc" en druk tweemaal op zodat een "b" wordt afgebeeld → selecteer de toets voor "def" en druk eenmaal op zodat "d" wordt afgebeeld. Vastleggen Legt de ingevoerde tekens vast.
1. MENU → (Draadloos) → [Naam Appar. Bew.]. 2. Selecteer het invoervak en voer de apparaatnaam in → [OK]. Raadpleeg "Hoe het toetsenbord wordt gebruikt" voor de invoermethode. [236] Hoe te gebruiken functies veranderen De Wi-Fi-functies gebruiken De instellingen van Wi-Fi- MAC-adres weergvn Beeldt het MAC-adres af van dit apparaat. 1. MENU → (Draadloos) → [MAC-adres weergvn]. [237] Hoe te gebruiken functies veranderen De Wi-Fi-functies gebruiken De instellingen van Wi-Fi- SSID/WW terugst.
Stelt alle netwerkinstellingen terug op de standaardinstellingen. 1. MENU → (Draadloos) → [Netw.instell. terugst.] → [OK]. [239] Hoe te gebruiken computeromgeving Weergeven op een computer Aanbevolen Aanbevolen computeromgeving U kunt de vereiste computeromgeving voor het softwareprogramma controleren op de volgende URL: www.sony.
[241] Hoe te gebruiken Weergeven op een computer De software gebruiken PlayMemories Home installeren 1. Gebruik de internetbrowser op uw computer, ga naar de volgende URL en installeer PlayMemories Home. www.sony.net/pm/ Ga verder met de installatie door de instructies op het scherm te volgen. Nadat de installatie voltooid is, start PlayMemories Home op.
PlayMemories Home of de ondersteuningspagina van PlayMemories Home (http://www.sony.co.jp/pmh-se/) (alleen in het Engels). [242] Hoe te gebruiken Weergeven op een computer De software gebruiken Softwareprogramma's voor Mac-computers Voor meer informatie over de softwareprogramma’s voor Mac-computers, gaat u naar de volgende URL: http://www.sony.co.jp/imsoft/Mac/ Autom. draadloos importeren "Autom.
[244] Hoe te gebruiken Weergeven op een computer De software gebruiken "Image Data Converter" installeren 1. Download en installeer het softwareprogramma door naar de volgende URL te gaan (alleen in het Engels). http://www.sony.co.jp/ids-se/ Opmerking Log in als beheerder.
Opnemen met gebruik van een intervaltimer. Gebruik deze functies na het selecteren van MENU → (Instellingen) → [USBverbinding] → [PC-afstandsbedien.]. Voor informatie over het gebruik van "Remote Camera Control", raadpleegt u de Help-functie. [247] Hoe te gebruiken Weergeven op een computer De software gebruiken "Remote Camera Control" installeren Download en installeer het softwareprogramma door naar de volgende URL te gaan: Windows: http://www.sony.co.jp/imsoft/Win/ Mac: http://www.sony.co.
2. Zet het apparaat en de computer aan. 3. Sluit het apparaat en uw computer aan met behulp van de micro-USB-kabel (bijgeleverd) (A) . [250] Hoe te gebruiken computer Weergeven op een computer Dit apparaat aansluiten op een Beelden importeren in de computer Met PlayMemories Home kunt u eenvoudig beelden importeren. Voor informatie over de functies van PlayMemories Home, raadpleegt u de Help-functie van PlayMemories Home.
een computer, gebruikt u PlayMemories Home. Mappen en bestanden van bewegende beelden in het AVCHD-formaat vanaf de aangesloten computer mogen niet worden bewerkt of anderszins gewijzigd. Bestanden van bewegende beelden kunnen beschadigd worden of het kan onmogelijk worden om ze weer te geven. U mag de bewegende beelden in het AVCHD-formaat op de geheugenkaart niet wissen of kopiëren vanaf de computer. Sony is niet aansprakelijk voor de gevolgen van dergelijke bedieningen via de computer.
High-definition (HD)-beeldkwaliteit Op een Blu-ray Disc kunt u meer bewegende beelden in high-definition (HD)-beeldkwaliteit opnemen dan op een dvd. High-definition (HD)-beeldkwaliteit (AVCHD-opnamedisc) Bewegende beelden in high-definition (HD)-beeldkwaliteit kunnen worden opgenomen op een dvd-media, zoals een dvd-r, om zo een disc van high-definition (HD)-beeldkwaliteit te maken.
Voor informatie over het maken van een disc met behulp van PlayMemories Home, raadpleegt u de Help-functie van PlayMemories Home. (Alleen voor Windows) Maakt een disc van high-definition (HD)-beeldkwaliteit Schrijfbaar bestandsformaat voor bewegende beelden: PS, FX, FH Speler: Weergaveapparaten voor Blu-ray-discs (Sony Blu-ray-discspeler, PlayStation®3, enz.
Standard-definition (STD)-beeldkwaliteit HDD-recorder, enz.: Standard-definition (STD)-beeldkwaliteit Opmerking Wanneer u een AVCHD-disc maakt met behulp van PlayMemories Home van bewegende beelden opgenomen met [ Opname-instell.] ingesteld op [60p 28M(PS)]/[50p 28M(PS)], [60i 24M(FX)]/[50i 24M(FX)] of [24p 24M(FX)]/[25p 24M(FX)], wordt de beeldkwaliteit omgezet en is het niet mogelijk een disc te maken in de oorspronkelijke beeldkwaliteit. Het omzetten van de beeldkwalitteit duurt enige tijd.
beelden die zijn opgenomen in [60p 28M(PS)]/[50p 28M(PS)], moet u een apparaat gebruiken dat compatibel is met het AVCHD-formaat Ver. 2.0. [256] Hoe te gebruiken Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat Voorzorgsmaatregelen Voorzorgsmaatregelen Reservekopie maken van geheugenkaarten Gegevens kunnen beschadigd raken in de volgende gevallen. Zorg ervoor dat u een reservekopie van de gegevens maakt.
Bedrijfstemperatuur Uw apparaat is ontworpen voor gebruik bij temperaturen tussen 0 °C en 40 °C. Gebruik bij extreem lage of hoge temperaturen buiten dit bereik, wordt niet aanbevolen. Condensvorming Als het apparaat rechtstreeks vanuit een koude naar een warme omgeving wordt overgebracht, kan vocht condenseren binnenin of op de buitenkant van het apparaat. Deze vochtcondensatie kan een storing in het apparaat veroorzaken.
MP4-formaat. Om deze reden geeft u bewegende beelden die in het MP4-formaat zijn opgenomen met dit apparaat weer op apparaten die MPEG-4 AVC/H.264 ondersteunen. Discs opgenomen in HD (high-definition)-beeldkwaliteit kunnen alleen worden weergegeven op apparaten die compatibel zijn met het AVCHD-formaat. Op dvd’s gebaseerde spelers en recorders kunnen geen discs opgenomen in HD (highdefinition)-beeldkwaliteit weergeven omdat ze niet compatibel zijn met het AVCHDformaat.
Deze camera is uitgerust met een ingebouwde, oplaadbare batterij om de datum en tijd en ook andere instellingen te bewaren, ongeacht of de camera is ingeschakeld of niet, en of de accu in is opgeladen of niet. Deze oplaadbare batterij wordt tijdens het gebruik van het apparaat voortdurend opgeladen. Echter, wanneer u het apparaat slechts korte perioden gebruikt, loopt de interne, oplaadbare batterij langzaam leeg.
Opmerkingen over het gebruik van de accu Gebruik accu NP-FM500H. U kunt de accu's NP-FM55H, NP-FM50 en NP-FM30 niet gebruiken in deze camera. De resterende-acculadingindicator geeft mogelijk niet een nauwkeurige uitlezing, afhankelijk van het accugebruik of de omgeving. De accu is niet waterdicht. Let er goed op dat de accu niet nat wordt. Laat de accu niet liggen op plaatsen met een hoge temperatuur, zoals in een auto of onder de brandende zon.
Memory Stick PRO Duo (Memory Stick XC-HG Duo/Memory Stick PRO Duo/Memory Stick PRO-HG Duo) SD-kaart (SD-geheugenkaart/SDHC-geheugenkaart/SDXC-geheugenkaart) Memory Stick PRO Duo en SD-kaarten tot 64 GB zijn getest en goedgekeurd voor gebruik in dit apparaat.
dit toch doet, zal een storing worden veroorzaakt.
Reiniging De lens en flitser reinigen Veeg de lens en flitser af met een zachte doek om vingerafdrukken, stof, enz., te verwijderen. Reiniging van de lens Gebruik geen reinigingsvloeistof die organische oplosmiddelen bevat, zoals thinner of benzine. Reinig het lensoppervlak met een in de winkel verkrijgbaar blaasbalg. Als het vuil vastzit op het oppervlak, veegt u dit eraf met een zachte doek of tissue die licht bevochtigd is met lensreinigingsvloeistof.
ontstaan. Als de monitor vuil wordt met vingerafdrukken of stof, veegt u het stof voorzichtig van het oppervlak af, en reinigt u daarna de monitor met behulp van een zachte doek, enz. [261] Hoe te gebruiken Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat stilstaande beelden en opnameduur van bewegende beelden Aantal opneembare Aantal stilstaande beelden Het aantal stilstaande beelden kan verschillen afhankelijk van de opnameomstandigheden en de geheugenkaart.
64GB: 1750 beelden RAW 2GB: 74 beelden 4GB: 145 beelden 8GB: 300 beelden 16GB: 600 beelden 32GB: 1200 beelden 64GB: 2400 beelden *Als [ Beeldverhouding] is ingesteld op iets anders dan [3:2], kunt u meer stilstaande beelden opnemen dan hierboven is aangegeven. (Behalve wanneer [ Kwaliteit] is ingesteld op [RAW].) Opmerking Zelfs als het aantal resterende opneembare beelden hoger is dan 9.999, wordt de indicator "9999" afgebeeld.
4GB: 30 m 8GB: 1 h 16GB: 2 h 32GB: 4 h 5 m 64GB: 8 h 15 m 60p 28M(PS) 50p 28M(PS) 2GB: 9 m 4GB: 15 m 8GB: 35 m 16GB: 1 h 15 m 32GB: 2 h 30 m 64GB: 5 h 5 m 24p 24M(FX) 25p 24M(FX) 2GB: 10 m 4GB: 20 m 8GB: 40 m 16GB: 1 h 30 m 32GB: 3 h 64GB: 6 h 24p 17M(FH) 25p 17M(FH) 2GB: 10 m 4GB: 30 m 8GB: 1 h 16GB: 2 h 32GB: 4 h 64GB: 8 h 1440×1080 12M 2GB: 20 m 4GB: 40 m 8GB: 1 h 20 m 16GB: 2 h 45 m 32GB: 5 h 30 m 64GB: 11 h VGA 3M 2GB: 1 h 10 m 4GB: 2 h 25 m 8GB: 4 h 55 m 16GB: 10 h 32GB: 20 h 64GB: 40 h
Ononderbroken opnemen is mogelijk gedurende ongeveer 29 minuten voor elke opname (beperkt door de productspecificaties). Voor bewegende beelden in het formaat [MP4 12M] is ononderbroken opnemen mogelijk gedurende ongeveer 20 minuten (beperkt door een maximale bestandsgrootte van 2 GB). Opmerking De opnameduur van bewegende beelden verschilt omdat het apparaat is uitgerust met VBR (variabele bitsnelheid), waardoor de beeldkwaliteit automatisch wordt aangepast aan de hand van de opnamescène.
Australië, België, China, Denemarken, Duitsland, Finland, Hongarije, Hongkong, Indonesië, Italië, Koeweit, Kroatië, Maleisië, Nederland, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Singapore, Slowakije, Spanje, Thailand, Tsjechië, Turkije, Verenigd Koninkrijk, Vietnam, Zweden, Zwitserland, enzovoort. PAL-M-systeem: Brazilië PAL-N-systeem: Argentinië, Paraguay, Uruguay SECAM-systeem: Bulgarije, Frankrijk, Griekenland, Guyana, Irak, Iran, Monaco, Oekraïne, Rusland, enzovoort.
verzoeken u de volgende gedeelten te lezen. De licenties (in het Engels) zijn opgenomen in het interne geheugen van uw apparaat. Breng een massaopslagverbinding tot stand tussen het apparaat en een computer om de licenties in de map "PMHOME" - "LICENSE" te lezen.
, , Memory Stick, , Memory Stick PRO, , Memory Stick Duo, , Memory Stick PRO Duo, , Memory Stick PRO-HG Duo, , Memory Stick XC-HG Duo, , Memory Stick Micro, , MagicGate, PhotoTV HD, InfoLITHIUM, PlayMemories Online, het PlayMemories Online-logo, PlayMemories Home, het PlayMemories Home-logo, PlayMemories Mobile en het PlayMemories Mobile-logo Multi-interfaceschoen, het multi-interfaceschoen-logo Blu-ray Disc™ en Blu-ray™ zijn handelsmerken van de Blu-ray Disc Association.
De applicatie voor PlayStation 3 vereist een PlayStation Network-account en het downloaden van de applicatie. Toegankelijk in gebieden waarin de PlayStation Store beschikbaar is. Eye-Fi is een handelsmerk van Eye-Fi Inc. Alle andere in deze gebruiksaanwijzing vermelde systeem- en productnamen zijn doorgaans handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van de betreffende ontwikkelaars of fabrikanten. In deze gebruiksaanwijzing worden de aanduidingen ™ en ® mogelijk niet in alle gevallen vermeld.
U kunt het apparaat niet inschakelen. Nadat de accu in het apparaat is geplaatst, kan het enkele momenten duren voordat het apparaat van stroom wordt voorzien. Controleer of de accu correct is geplaatst. De accu zal uit zichzelf leeglopen, zelfs als u hem niet gebruikt. Laad de accu vóór gebruik op. Controleer of uw accu een NP-FM500H -accu is. [271] Probleemoplossing Problemen oplossen Accu en voeding Het apparaat schakelt plotseling uit.
Accu's die langer dan een jaar niet zijn gebruikt, zijn mogelijk niet meer goed. Dit verschijnsel doet zich voor wanneer u de accu oplaadt in een extreem warme of koude omgeving. De optimale temperatuur voor het opladen van de accu ligt tussen 10 °C en 30 °C. [274] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden U kunt geen beelden opnemen. U gebruikt een geheugenkaart met een schrijfbeveiligingsschakelaar en de schakelaar staat in de stand LOCK.
Het onderwerp dat u opneemt is niet geschikt voor automatisch scherpstellen. Neem op in de functie [Flexibel punt] of in de handmatige-scherpstelfunctie. [277] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden De flitser werkt niet. Zet de flitser omhoog. U kunt een flitser niet gebruiken in de volgende situaties: [Nachtscène] of [Schemeropn. hand] is geselecteerd als de scènekeuzefunctie. Tijdens het opnemen in de functie panorama door beweging.
[280] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden De datum en tijd worden onjuist opgenomen. Stel de juiste datum en tijd in. Het gebied dat is geselecteerd met behulp van [Tijdzone instellen] verschilt van het werkelijke gebied. Selecteer het werkelijke gebied. [281] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden De diafragmawaarde en/of de sluitertijd en/of het pictogram voor de lichtmeting knipperen.
Het apparaat probeert de zichtbaarheid van het scherm te verhogen door de monitor tijdelijk helderder te maken onder omstandigheden met een slechte verlichting. Dit is niet van invloed op het opgenomen beeld. [284] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden De ogen van het onderwerp zijn rood. Stel [Rode ogen verm.] in op [Aan]. Neem het beeld op met behulp van de flitser vanaf een afstand korter dan het flitsbereik. Verlicht het vertrek en neem het onderwerp op.
Stel de diopter goed in met behulp van het diopter-instelwiel. [288] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden Het beeld is witachtig (schittering)./Er verschijnt een lichtwaas op het beeld (schaduwbeeld). Wanneer de lens op een sterke lichtbron wordt gericht, valt buitensporig veel licht de lens binnen en kan het beeld wit worden (schittering) of kan extra licht in het beeld (schaduwbeelden) verschijnen. Dit is echter geen defect.
verminderen van wazige beelden. [291] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden Het LCD-scherm wordt donkerder nadat een korte tijdsduur is verstreken. Als het apparaat gedurende een bepaalde tijdsduur niet wordt bediend, wordt het apparaat in de stroombesparingsstand gezet. Het apparaat verlaat de stroombesparingsstand wanneer u bedieningen uitvoert zoals de ontspanknop tot halverwege indrukken.
Het lukt niet beelden weer te geven. Zorg ervoor dat de geheugenkaart helemaal in de gleuf van het apparaat is geduwd. De map-/bestandsnaam is veranderd op de computer. Wanneer een beeldbestand is verwerkt door een computer of wanneer het beeldbestand is opgenomen op een ander model dan dit apparaat, is niet gegarandeerd dat het beeldbestand op dit apparaat kan worden weergegeven. Het apparaat staat in de USB-functie. Koppel het apparaat los van de computer.
U kunt geen DPOF-afdrukmarkering toevoegen. U kunt geen DPOF-afdrukmarkering toevoegen aan een RAW-beeld. [299] Probleemoplossing Problemen oplossen Wi-Fi U kunt het draadloze accesspoint waarmee moet worden verbonden niet vinden. Mogelijk wordt het draadloze accesspoint niet op het apparaat afgebeeld als gevolg van de signaalomstandigheden. Plaats het apparaat dichter bij het draadloze accesspoint.
U kunt geen bewegende beelden zenden naar een smartphone. U kunt geen bewegende beelden in het AVCHD-formaat zenden naar een smartphone. Stel [ Bestandsindeling] in op [MP4] om bewegende beelden op te nemen. [303] Probleemoplossing Problemen oplossen Wi-Fi [Bedien. via smartph.] of [Naar smartph verznd] wordt voortijdig geannuleerd. Wanneer de resterende acculading laag is, kan [Bedien. via smartph.] of [Naar smartph verznd] voortijdig worden geannuleerd. Laad de accu op en probeer het opnieuw.
Controleer of de NFC-functie is geactiveerd op de smartphone. Voor meer informatie raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van de smartphone. Plaats geen metalen voorwerpen anders dan een smartphone in de buurt van (Nmarkering). Breng geen verbinding tot stand tussen dit apparaat en twee of meer smartphones tegelijkertijd. Als een andere NFC-applicatie op uw smartphone draait, beëindigt u die applicatie. [306] Probleemoplossing Problemen oplossen Computers De computer herkent dit apparaat niet.
computer met PlayMemories Home en geef hem weer. [309] Probleemoplossing Problemen oplossen Computers Beelden die vanaf een computer zijn geëxporteerd, kunnen niet op dit apparaat worden weergegeven. Gebruik PlayMemories Home om beelden die op een computer zijn opgeslagen te kopiëren naar een geheugenkaart die in dit apparaat is geplaatst, en ze weer te geven op dit apparaat. [310] Probleemoplossing Problemen oplossen Geheugenkaarten De geheugenkaart is per ongeluk geformatteerd.
[313] Probleemoplossing Problemen oplossen Afdrukken Bij de afdruk van de beelden worden beide randen afgesneden. Afhankelijk van uw printer, kunnen de randen links, rechts, boven of onder van het beeld worden afgesneden. Vooral wanneer u een beeld afdrukt dat werd opgenomen met [ Beeldverhouding] ingesteld op [16:9], kunnen de zijkanten van het beeld worden afgesneden. Wanneer u beelden afdrukt op uw printer, annuleert u op de printer de instellingen voor bijsnijden en afdrukken zonder randen.
voordat u het weer gebruikt. [316] Probleemoplossing Problemen oplossen Overige Het apparaat wordt warm wanneer u het gedurende een lange tijd gebruikt. Dit is geen storing. Schakel het apparaat uit en gebruik het enige tijd niet. [317] Probleemoplossing Problemen oplossen Overige Het klok-instelscherm wordt afgebeeld nadat het apparaat is ingeschakeld. Stel de datum en tijd opnieuw in. De ingebouwde, oplaadbare reservebatterij is leeg.
heet is, haalt u de accu eruit en laat u hem afkoelen voordat u deze corrigerende handeling uitvoert. Als de netspanningsadapter AC-PW10AM (los verkrijgbaar) wordt gebruikt, koppelt u het netsnoer los. Sluit het netsnoer aan en schakel het apparaat weer in. Als het apparaat dezelfde fout herhaalt of nog steeds niet naar behoren functioneert nadat u deze oplossingen hebt toegepast, neemt u contact op met uw Sony-dealer of de plaatselijke, erkende technische dienst van Sony.
Kan geheugenkaart niet lezen. Plaats geheugenkaart opnieuw. Er is een niet-compatibele geheugenkaart geplaatst. De geheugenkaart is beschadigd. De contactpunten van de geheugenkaart zijn vuil. Op deze geheugenkaart kunt u mogelijk niet normaal opnemen en afspelen. Er is een niet-compatibele geheugenkaart geplaatst. Verwerkt... Bij het uitvoeren van ruisonderdrukking, wordt het onderdrukkingsproces op dit moment uitgevoerd. Tijdens het uitvoeren van de ruisonderdrukking kunt u geen verdere opnamen maken.
Het aantal beelden waarvoor databeheer in een databasebestand door het apparaat mogelijk is, is overschreden. Het lukt niet het databasebestand te registreren. Importeer alle beelden op een computer en herstel de geheugenkaart. Fout van beelddatabasebestand Er is iets fout gegaan in het beelddatabasebestand. Selecteer [Instellingen] → [Beeld-DB herstellen]. Systeemfout Camerafout. Schakel uit en in. Haal de accu eruit en plaats hem weer terug.
Flikkerende lampen Panorama d. beweg. Onderwerpen die zich te dicht bij het apparaat bevinden Panorama d. beweg. Grote, bewegende onderwerpen of onderwerpen die te snel bewegen Superieur automat. Panorama d. beweg. Auto HDR AF-vergrendeling Onderwerpen die te klein of te groot zijn Panorama d. beweg. AF-vergrendeling Scènes met te weinig contrast, zoals de lucht of een zandstrand Panorama d. beweg. Superieur automat. Duur AF-volgen Scènes die continu veranderen, zoals een waterval Panorama d. beweg.