VKLIK! Inhoud Basisbedieningen De opnamefuncties gebruiken Digitale camera Cyber-shot-handboek DSC-T300 Alvorens het apparaat te bedienen, leest u dit handboek, de "Gebruiksaanwijzing" en de "Geavanceerde Cyber-shot-handleiding" aandachtig door en bewaart u deze voor latere naslag.
Opmerkingen over het gebruik van de camera Opmerkingen over de typen "Memory Stick" die u kunt gebruiken (niet bijgeleverd) "Memory Stick Duo": U kunt een "Memory Stick Duo" gebruiken met de camera. "Memory Stick": U kunt geen "Memory Stick" gebruiken met de camera. Andere geheugenkaarten kunnen niet worden gebruikt. • Voor verdere informatie over de "Memory Stick Duo", zie pagina 141.
Opmerkingen over het gebruik van de camera De beelden in dit handboek De beelden die in dit handboek gebruikt worden als voorbeeld, zijn gereproduceerde beelden die niet daadwerkelijk met de camera zijn opgenomen.
Inhoud Opmerkingen over het gebruik van de camera......................................... 2 Basistechnieken voor betere beelden....................................................... 9 Scherpstellen – Het onderwerp met succes scherpstellen............................... 9 Belichting – De lichtintensiteit instellen ........................................................... 11 Kleur – Over het effect van de lichtbron..........................................................
Inhoud Menu voor opnemen ...............................................................................54 Beeldformaat: Het beeldformaat selecteren Flitser: De flitser instellen Gezichtsherkenning: Het gezicht van het onderwerp herkennen Lach-herkenning: De lach-herkenningsfunctie instellen Lach-herkenn.gevoeligheid: De gevoeligheid van de lach-herkenningsfunctie instellen Opn.
Inhoud Menu voor weergeven ............................................................................ 67 (Datumlijst): De weergavedatum selecteren in de datumweergave (Filteren op gezicht): Beelden weergeven die voldoen aan bepaalde criteria (Favorieten toevoegen/verw.
Inhoud Opname-instellingn — Opname-instellingen 1 .................................92 AF-verlicht. AF-functie Stramienlijn Digitale zoom Opname-instellingn — Opname-instellingen 2 .................................94 Autom. Oriëntatie Auto Review Klokinstellingen .................................................................................95 Language Setting..............................................................................
Inhoud Problemen oplossen Problemen oplossen ............................................................................. 124 Foutcodes en meldingen....................................................................... 136 Overige Uw camera in het buitenland gebruiken — Stroomvoorziening ............ 140 Informatie over de "Memory Stick Duo" ................................................ 141 Informatie over de accu ........................................................................
Basistechnieken voor betere beelden Scherpstellen Belichting Kleur Kwaliteit Flitser Dit gedeelte beschrijft de basishandelingen voor het gebruik van uw camera. Hier wordt het gebruik beschreven van verschillende camerafuncties, zoals het HOME-scherm (pagina 38) en de menu's (pagina 40). Scherpstellen Het onderwerp met succes scherpstellen Als u de ontspanknop tot halverwege indrukt, stelt de camera automatisch scherp (Automatische scherpstelling).
Basistechnieken voor betere beelden Tips om wazige beelden te voorkomen De camera werd per ongeluk bewogen toen u een beeld opnam. Dit heet de "camerabeweging". Het kan ook zijn dat het onderwerp bewoog toen u het beeld opnam. Dit heet dan "onderwerpbeweging". Camerabeweging Oorzaak Uw hand of lichaam bewoog terwijl u de camera vasthield en op de ontspanknop drukte, waardoor het gehele beeld wazig is geworden.
Basistechnieken voor betere beelden Belichting De lichtintensiteit instellen U kunt diverse beelden creëren door de belichting en de ISO-gevoeligheid in te stellen. Belichting is de hoeveelheid licht die door de lens in de camera valt wanneer u de ontspanknop indrukt.
Basistechnieken voor betere beelden ISO-gevoeligheid aanpassen (aanbevolen-belichtingsindex) De ISO-gevoeligheid is een snelheidswaarde voor opnamemedia die gebruik maken van een beeldsensor die het licht opvangt. Zelfs wanneer de belichting hetzelfde is, zullen de beelden verschillen afhankelijk van de ISO-gevoeligheid. Om de ISO-gevoeligheid aan te passen, raadpleegt u pagina 52.
Basistechnieken voor betere beelden Kwaliteit Over "beeldkwaliteit" en "beeldformaat" Een digitaal beeld is samengesteld uit een groot aantal kleine puntjes, genaamd pixels. Als een beeld uit veel pixels bestaat, zal het beeld groot zijn, meer geheugenruimte in beslag nemen, en met scherpe details worden weergegeven. Het "Beeldformaat" wordt aangegeven met het aantal pixels.
Basistechnieken voor betere beelden De standaardinstellingen worden aangegeven met .
Basistechnieken voor betere beelden Flitser Over het gebruik van de flitser De ogen van het onderwerp kunnen in het beeld rood zijn, of wazige, witte, ronde vlekken kunnen in het beeld verschijnen. Dit fenomeen kan worden tegengegaan door de volgende stappen te nemen. Het "rode-ogeneffect" Pupillen worden groter in een donkere omgeving. Het flitslicht wordt gereflecteerd door de bloedvaten op de achterkant van het oog (het netvlies) waardoor het "rode-ogeneffect" optreedt.
Plaats van de onderdelen Nadere bijzonderheden over de bediening vindt u op de tussen haakjes vermelde pagina’s.
Indicators op het scherm Raak [DISP] aan rechtsonder op het scherm om de aanduidingen op het scherm te veranderen (pagina 22). Nadere bijzonderheden over de bediening vindt u op de tussen haakjes vermelde pagina’s. Indicator Betekenis Lachherkenningsgevoeligheidindicator/aantal beelden (46) Bij opname van stilstaande beelden Zoomvergroting (28, 93) B Indicator Betekenis SteadyShot (64) • Wordt afgebeeld wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt in de standaardinstellingen.
Indicators op het scherm Indicator Betekenis Trillingswaarschuwing • Geeft aan dat trillingen kunnen verhinderen dat de beelden scherp worden opgenomen als gevolg van onvoldoende belichting. Zelfs als de trillingswaarschuwing wordt afgebeeld, kunt u toch het beeld opnemen. Wij adviseren u echter de antiwaasfunctie in te schakelen, de flitser te gebruiken om een betere belichting te verkrijgen, of een statief te gebruiken om de camera te stabiliseren (pagina 10).
Indicators op het scherm Indicator Betekenis Bij weergave van stilstaande beelden Flitsfunctie (29) • Wordt afgebeeld wanneer [Scherminstellingen] is ingesteld op [Alleen bld.]. Standby OPNMN.
Indicators op het scherm A Indicator Indicator Betekenis Betekenis Map veranderen (80) Resterende acculading • Dit wordt niet afgebeeld wanneer het interne geheugen wordt gebruikt. Waarschuwing voor zwakke accu (136) Beeldformaat (14) VOL. Volume (80) C:32:00 Zelfdiagnosefunctie (136) C PictBridge-aansluiting (119) Indicator Betekenis 125 Sluitertijd Weergavefunctie (65) F3.5 Diafragmawaarde ISO400 ISO-nummer (52) +2.
Bediening van het aanraakscherm Dit LCD-scherm beeldt ook de toetsen af voor het bedienen van de camera (aanraakscherm). Aanraakscherm 1 Schakel de camera in. Tijdens het opnemen: Schuif de lensafdekking omlaag. Tijdens het weergeven: Druk op (weergave). 2 Raak de toetsen op het scherm lichtjes met uw vinger aan. Over de toetsen op het aanraakscherm • Als het onderdeel dat u wilt instellen niet op het scherm wordt afgebeeld, kunt u met de v/V/ b/B toetsen een andere pagina kiezen.
Het scherm veranderen Raak [DISP] aan op het scherm om de aanduidingen op het scherm te veranderen. • Andere instellingen dan [LCD-helderheid] dienen afzonderlijk gemaakt te worden voor opnemen en weergeven. • In de indexweergavefunctie kunt u instellen hoeveel beelden tegelijk worden weergegeven (pagina 31). DISP [Scherminstellingen] Hiermee kunt u instellen of de toetsen en pictogrammen op het scherm worden afgebeeld of niet. Normaal De toetsen en pictogrammen worden afgebeeld op het aanraakscherm.
Het scherm veranderen [Histogr afbeelden] Hiermee kunt u instellen of het histogram op het scherm wordt afgebeeld of niet. • Er kan een groot verschil optreden tussen de histogrammen die worden afgebeeld tijdens het opnemen en tijdens het weergeven, wanneer: – de flitser afgaat. – de sluitertijd lang of kort is. • Het histogram wordt misschien niet afgebeeld voor beelden opgenomen op andere camera’s. [LCD-helderheid] Hiermee stelt u de helderheid van de achterverlichting in.
Het interne geheugen gebruiken De camera heeft een intern geheugen van ongeveer 15 MB. Dit geheugen kan niet uit de camera worden verwijderd. Zelfs als geen "Memory Stick Duo" in de camera is geplaatst, kunt u beelden opnemen in dit interne geheugen. • Bewegende beelden met beeldformaat [640(Fijn)] kunnen niet worden opgenomen in het interne geheugen. Als een "Memory Stick Duo" is geplaatst [Opnemen]: De beelden worden op de "Memory Stick Duo" opgenomen.
Basisbedieningen Beelden opnemen (automatische instelfunctie) De procedure voor het opnemen van beelden met de basisfuncties wordt hieronder beschreven. Ontspanknop W/T-zoomknop A Beeldformaat (pagina 28) Basisbedieningen Aanraakscherm B Zelfontsp. (pagina 28) C Opnamefunctie (pagina 43) D Flitsfunctie (pagina 29) E Macro/Close-scherpstelling (pagina 29) 1 Open de lensafdekking. 2 Houd de camera stil met uw armen tegen uw lichaam.
Beelden opnemen (automatische instelfunctie) z U kunt het scherm aanraken om het punt te kiezen waarop moet worden scherpgesteld. Door het onderwerp op het aanraakscherm aan te raken wordt een kader afgebeeld, en door vervolgens de ontspanknop tot halverwege in te drukken, wordt op het kader scherpgesteld. Als in het kader een gezicht aanwezig is, worden naast de scherpstelling tevens de helderheid en tint automatisch geoptimaliseerd.
Beelden opnemen (automatische instelfunctie) Opnemen van bewegende beelden Raak de toets voor het instellen van de opnamefunctie aan en raak daarna beeldn) (pagina 43) aan. (Bewegende Een stilstaand beeld opnemen van een onderwerp waarop moeilijk scherpgesteld kan worden • De minimale opnameafstand is ongeveer 8 cm (W-kant), 80 cm (T-kant) (vanaf de lens). Neem op in de close-up-opnamefunctie wanneer u een onderwerp wilt opnemen vanaf een kortere afstand dan de minimale opnameafstand.
Beelden opnemen (automatische instelfunctie) W/T De W/T-zoom gebruiken Duw de W/T-zoomknop naar de T-kant om in te zoomen, en naar de W-kant om uit te zoomen. • Als de zoomvergroting hoger is dan 5×, gebruikt de camera de digitale-zoomfunctie. Voor informatie over de [Digitale zoom]-instellingen en de beeldkwaliteit, zie pagina 93. • De camera zoomt langzaam tijdens het opnemen van bewegende beelden. Het beeldformaat veranderen Raak de toets voor het instellen van de beeldformaat op het scherm aan.
Beelden opnemen (automatische instelfunctie) Flitser (een flitsfunctie selecteren voor stilstaande beelden) Raak de toets voor het instellen van de flitserfunctie op het scherm aan. Raak het gewenste onderdeel aan en raak daarna [OK] aan. • De flitser gaat tweemaal af. De eerste keer is om de lichthoeveelheid in te stellen. • Tijdens het opladen van de flitser wordt afgebeeld.
Beelden bekijken Aanraakscherm Stilstaand beeld (weergave-)toets Bewegend beeld W/T-zoomknop B/x 1 Druk op (weergave-)toets. • Als u op (weergave) drukt terwijl de camera is uitgeschakeld, wordt de camera ingeschakeld en ingesteld op de weergavefunctie. Om over te schakelen naar de opnamefunctie, drukt u nogmaals op (weergave). 2 Raak (vorige) of (volgende) aan om een beeld te selecteren. Bewegend beeld: Raak B aan om bewegende beelden weer te geven.
Beelden bekijken Een beeld vergroot weergeven (weergavezoom) Raak een stilstaand beeld aan terwijl dit wordt weergegeven om het aangeraakte gebied vergroot weer te geven. v/V/b/B: Selecteert het vergrote gebied. : Verandert de zoomvergroting. : Schakelt v/V/b/B aan/uit. BACK: Annuleert de weergavezoom. • Om een vergroot beeld op te slaan, zie [Trimmen] (pagina 71). • Bij weergeven in de [Alleen bld.
Stilstaande beelden als een diavoorstelling bekijken Beelden worden automatisch achter elkaar weergegeven tezamen met effecten en muziek. 1 Raak (Diavoorstelling) aan. Diavoorstelling 2 Raak [Start] aan om de weergave te starten. • U kunt bewegende beelden niet weergeven. • Andere instellingen dan [Beeld] en [Filter] worden opgeslagen tot ze de volgende keer worden veranderd. • Het is mogelijk dat de [Filter] functie niet kan worden gebruikt voor beelden opgenomen op een ouder model Sony-camera.
Stilstaande beelden als een diavoorstelling bekijken De instellingen veranderen Raak het onderdeel aan dat u wilt instellen op het instelscherm afgebeeld in stap 2. De volgende onderdelen kunnen worden ingesteld. De standaardinstellingen worden aangegeven met . Beeld Deze instelling ligt vast op [Map] als geen "Memory Stick Duo" (niet bijgeleverd) is geplaatst. Alle stilstaande beelden worden op volgorde weergegeven.
Stilstaande beelden als een diavoorstelling bekijken Effecten 34 Simpel Een eenvoudige diavoorstelling met een vooraf ingesteld interval tussen de stilstaande beelden. Het weergave-interval kan worden ingesteld. Met dit effect kunt u meer van uw beelden genieten. Basis Een standaarddiavoorstelling die geschikt is voor een grote diversiteit aan scènes. Nostalgisch Een stemmige diavoorstelling die de sfeer van een filmscène oproept.
Stilstaande beelden als een diavoorstelling bekijken Muziek De vooraf ingestelde muziek verschilt afhankelijk van het effect dat u selecteert. De combinatie van de achtergrondmuziek en het effect kan worden veranderd. Het is ook mogelijk te kiezen uit meerdere soorten achtergrondmuziek (BGM). Hiermee wordt BGM niet gebruikt. Music1 De standaardinstelling voor een [Simpel]-diavoorstelling. Music2 De standaardinstelling voor een [Basis]-diavoorstelling.
Stilstaande beelden als een diavoorstelling bekijken Interval De instelling ligt vast op [Autom.] wanneer [Simpel] niet is geselecteerd bij [Effecten]. 1 sec 3 sec Het weergave-interval van beelden voor een diavoorstelling met effectinstelling [Simpel] instellen. 5 sec 10 sec Autom. Het interval wordt zodanig ingesteld dat het geschikt is voor het geselecteerde onderdeel bij [Effecten]. Herhalen Aan Geeft alle beelden weer in een continu herhaalde weergave.
Beelden wissen (weergave-)toets Basisbedieningen 1 Druk op (weergave-)toets. 2 Geef het beeld weer dat u wilt wissen en raak daarna (Wissen) aan. 3 Raak [OK] aan. Als u beelden wist vanaf het indexweergavescherm 1 Raak (Wissen) aan tijdens het weergegeven in de indexweergavefunctie. 2 Raak het beeld aan dat u wilt wissen. De markering wordt afgebeeld in het selectievakje van het beeld. markering Raak nogmaals aan om de markeringen te verwijderen.
Meer informatie over de verschillende functies – HOME/Menu Het HOME-scherm gebruiken Het HOME-scherm is het beginscherm voor alle functies van de camera en kan worden opgeroepen ongeacht de ingestelde (opname-/weergave-)functie. 1 Raak [HOME] aan om het HOME-scherm af te beelden. Onderdeel Categorie HOME 2 Raak de categorie aan die u wilt instellen. 3 Raak het onderdeel aan dat u wilt instellen. Functiegids • Als de functiegids wordt afgebeeld, raakt u [OK] aan om te bevestigen.
Meer informatie over de verschillende functies – HOME/Menu De onderdelen op het HOME-scherm Door [HOME] aan te raken worden de volgende onderdelen afgebeeld. Alleen de beschikbare menuonderdelen worden op het scherm afgebeeld. De gids onderaan het scherm beeldt informatie af over ieder onderdeel. Categorieën Onderdelen Opnemen (pagina 43) Beelden bekijken Datumweergave (pagina 65) Mapweergave (pagina 65) Favorieten (pagina 66) Diavoorstelling Diavoorstelling (pagina 32) Muziek-tool (pagina 114) Downl.
Meer informatie over de verschillende functies – HOME/Menu De menuonderdelen gebruiken 1 Raak [MENU] aan om het menu af te beelden. MENU Functiegids Stel [Functiegids] in op [Uit] om de functiegids uit te schakelen. De gids wordt afgebeeld tijdens weergave, zelfs als dit is ingesteld op [Uit] (pagina 87). • Afhankelijk van de geselecteerde functie worden andere onderdelen afgebeeld. 2 Raak het gewenste menuonderdeel aan.
Menuonderdelen De beschikbare menuonderdelen verschillen afhankelijk van de ingestelde functie (opnemen/ weergeven) en de opnamefunctie. Alleen de beschikbare menuonderdelen worden op het scherm afgebeeld. ( : beschikbaar) Gekozen functie: Menu voor opnemen (pagina 54) — — — *1 Flitser — — — *1 Lachherkenn.gevoeligheid — — — — — *2 — — — *2 — — *2 — — — — Opn.
Menuonderdelen Menu voor weergeven (pagina 67) (Datumlijst) (Favorieten toevoegen/verw.
De opnamefuncties gebruiken De opnamefunctie veranderen U kunt de opnamefunctie veranderen. Opnamefuncties: Voor het opnemen van stilstaande beelden zijn vier opnamefuncties beschikbaar: Autom. instellen, Autom. Programma, Scènekeuze, Eenvoudig opnemen; en voor het opnemen van bewegende beelden is één opnamefunctie beschikbaar. De standaardinstelling is Autom. instellen. Om de opnamefunctie te veranderen naar een andere functie dan Autom. instellen, volgt u de hieronder beschreven procedure.
Beelden opnemen met Scènekeuze Scènekeuzefuncties De volgende functies zijn vooraf ingesteld overeenkomstig veelvoorkomende scèneomstandigheden. Hoge gevoeligheid Hiermee kunt u beelden opnemen zonder flitser onder zwakke belichting en vermindert wazigheid. Schemer* Hiermee kunt u nachtscènes van veraf opnemen met behoud van de donkere atmosfeer van de omgeving. Strand Lach-sluiter Wanneer de camera een lachende mond herkent, kunt u hiermee de sluiter automatisch ontspannen.
Beelden opnemen met Scènekeuze Functies die u kunt gebruiken in een scènekeuzefunctie Om afhankelijk van de scène, het beeld op de juiste wijze op te nemen, bepaalt de camera de meest geschikte combinatie van functie-instellingen. Sommige functies zijn niet beschikbaar afhankelijk van de Scènekeuzefunctie.
Beelden opnemen met Scènekeuze Opnemen in de lach-sluiterfunctie Wanneer de camera een lachende mond herkent, kunt u hiermee de sluiter automatisch ontspannen. 1 Stel de scènekeuzefunctie in op (Lach-sluiter). 2 Richt de camera op het onderwerp en druk de ontspanknop tot halverwege in om scherp te stellen. 3 Druk de ontspanknop helemaal in. De lach-herkenningsfunctie staat standby.
Beelden opnemen met Scènekeuze z Tips voor het goed herkennen van een lachende mond 1 Bedek de ogen niet met uw pony. 2 Probeer het gezicht naar de camera te richten en kijk recht vooruit. Het herkenningspercentage zal hoger zijn wanneer de ogen iets toegeknepen zijn. 3 Lach duidelijk en met een open mond. De lach is gemakkelijker te herkennen wanneer de tanden zichtbaar zijn.
Beelden opnemen (Automatische programmafunctie) De toetsen voor de scherpstellingsfunctie, lichtmeetfunctie, ISO-gevoeligheid en EV worden alleen afgebeeld wanneer de opnamefunctie is ingesteld op (Autom. Programma). A Scherpstellen (pagina 48) B Lichtmeetfunctie (pagina 51) C ISO (pagina 52) D EV (pagina 53) Scherpstellen: De scherpstellingsmethode veranderen Met deze instelling kunt u de scherpstellingsmethode veranderen.
Beelden opnemen (Automatische programmafunctie) (Punt-AF) Hiermee wordt automatisch scherpgesteld op een extreem klein onderwerp of een smal gebied. • Door tezamen met de AF-vergrendelingsfunctie te gebruiken, kunt u het beeld naar wens samenstellen. Houd de camera stil zodat het onderwerp niet uit het AF-bereikzoekerframe raakt. AF-bereikzoekerframe 1.0 m 7.0 m (oneindige afstand) • U kunt semi-handmatig scherpstellen op een onderwerp in alle bereiken van het zoekerframe.
Beelden opnemen (Automatische programmafunctie) z Als het onderwerp niet scherpgesteld is Als u opneemt met het onderwerp aan de rand van het frame (of het scherm), of wanneer u [Midden-AF] of [Punt-AF] gebruikt, is het mogelijk dat de camera het onderwerp niet scherpstelt.
Beelden opnemen (Automatische programmafunctie) Lichtmeetfunctie: De lichtmeetfunctie kiezen Met deze instelling kunt u de lichtmeetfunctie kiezen die bepaalt welk deel van het onderwerp wordt gemeten voor de berekening van de belichting. (Multi) Hiermee wordt het beeld onderverdeeld in meerdere delen en wordt op ieder deel een lichtmeting uitgevoerd. De camera bepaalt een goed afgewogen belichting (lichtmeting met meerdere patronen).
Beelden opnemen (Automatische programmafunctie) ISO: De lichtgevoeligheid kiezen Met deze instelling stelt u de ISO-gevoeligheid in. Lage ISO-gevoeligheid (Autom.) Hoge ISO-gevoeligheid U kunt voorkomen dat beelden opgenomen in donkere plaatsen of van bewegende onderwerpen wazig worden door de ISO-gevoeligheid te verhogen (een hogere waarde in te stellen). Hogere ISO-gevoeligheidswaarden veroorzaken echter meer ruis in de beelden.
Beelden opnemen (Automatische programmafunctie) EV: De lichtintensiteit instellen Met deze instelling kunt u de belichting handmatig instellen. Naar – Naar + Naar –: Maakt het beeld donkerder. 0EV De belichting wordt door de camera automatisch ingesteld. +2.0EV Naar +: Maakt het beeld helderder. • Voor informatie over de belichting, zie pagina 11. • De compensatiewaarde kan worden ingesteld in stappen van 1/3EV.
Menu voor opnemen Voor informatie over de bediening 1 pagina 40 De beschikbaarheid van de functies wordt aangegeven zoals in onderstaande afbeelding. Voor informatie over de bediening van het menu, zie pagina 40. U kunt een functie selecteren als deze wit wordt afgebeeld. Beschikbaar Niet beschikbaar Opnamefunctie (Autom. instellen/Autom. Programma/ Scènekeuze/Eenvoudig opnemen/Bewegende beeldn) De standaardinstellingen worden aangegeven met .
Menu voor opnemen Voor informatie over de bediening 1 pagina 40 Gezichtsherkenning: Het gezicht van het onderwerp herkennen U kunt selecteren of de gezichtsherkenningsfunctie moet worden gebruikt of niet, en u kunt tevens de onderwerpen selecteren die voorrang moeten krijgen bij het scherpstellen wanneer de functie wordt gebruikt. Met deze instelling herkent de camera de gezichten van uw onderwerpen en stelt automatisch de scherpstelling, flitser, belichting, witbalans en rode-ogeneffectvermindering in.
Menu voor opnemen Voor informatie over de bediening 1 pagina 40 Lach-herkenning: De lach-herkenningsfunctie instellen U kunt het onderwerp selecteren dat voorrang moet krijgen in de Lach-sluiterfunctie. Voor informatie over de lach-sluiter, zie pagina 46. (Autom.) Herkent lachende gezichten en neemt deze automatisch op. (Voorkeur voor kinderen) Herkent de gezichten van kinderen en neemt deze met voorrang op.
Menu voor opnemen Voor informatie over de bediening 1 pagina 40 Opn.functie: De ononderbroken opnamefunctie kiezen Met deze instelling kunt u kiezen of de camera meerdere beelden achter elkaar opneemt of niet wanneer u op de ontspanknop drukt. (Normaal) Hiermee worden niet meerdere beelden achter elkaar opgenomen. (Burst) Neemt 100 beelden achter elkaar op wanneer u de ontspanknop ingedrukt houdt. BRK±0,7EV BRK±1,0EV (niet flitsen).
Menu voor opnemen Voor informatie over de bediening 1 pagina 40 Over Exposure Bracket • De scherpstelling en de witbalans worden voor het eerste beeld ingesteld, en deze instellingen worden ook gebruikt voor de andere beelden. • Als u de belichting handmatig instelt (pagina 53), wordt de belichting verschoven gebaseerd op de ingestelde helderheid. • Het opname-interval is hetzelfde als die van de Burst-functie, maar wordt langer afhankelijk van de opnameomstandigheden.
Menu voor opnemen Voor informatie over de bediening 1 pagina 40 Over de scènes die worden herkend De volgende scènes worden herkend. De camera identificeert de optimale scène en beeldt de betreffende indicators af. Wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt terwijl een indicator wordt afgebeeld, verandert de kleur van de indicator naar groen en wordt de scèneherkenning bevestigd.
Menu voor opnemen Voor informatie over de bediening 1 pagina 40 Scherpstellen: De scherpstellingsmethode veranderen Met deze instelling kunt u de scherpstellingsmethode veranderen. Gebruik het menu als het moeilijk is goed scherp te stellen met de automatische-scherpstellingsfunctie. Dit menu is hetzelfde als het menu dat wordt afgebeeld wanneer u de toets voor het instellen van de scherpstelling aanraakt in de (Autom. Programma)-functie. Zie pagina 48.
Menu voor opnemen n (Gloeilamp) (Flitser) Voor informatie over de bediening 1 pagina 40 Hiermee wordt gecompenseerd voor plaatsen onder een gloeilamp of onder felle verlichting, zoals in een fotostudio. Hiermee wordt gecompenseerd voor de flitser. • U kunt dit onderdeel niet kiezen als u bewegende beelden opneemt. De opnamefuncties gebruiken • Voor meer informatie over de witbalans, zie pagina 12.
Menu voor opnemen Voor informatie over de bediening 1 pagina 40 Flitsniveau: De hoeveelheid flitslicht instellen Hiermee kunt u de hoeveelheid flitslicht instellen. (–) Naar –: Hiermee wordt het flitsniveau lager. (Normaal) (+) Naar +: Hiermee wordt het flitsniveau hoger. • Om de flitsfunctie te veranderen, zie pagina 29. • Soms zijn de effecten niet zichtbaar wanneer het onderwerp dat wordt opgenomen te helder of te donker is.
Menu voor opnemen Voor informatie over de bediening 1 pagina 40 DRO: De helderheid en het contrast optimaliseren De camera analyseert de opnamescène en corrigeert de helderheid en het contrast automatisch om de beeldkwaliteit te verhogen. (Uit) Hiermee wordt niets ingesteld. (DRO standard) Hiermee stelt de camera automatisch de helderheid en het contrast van de hele scène in.
Menu voor opnemen Voor informatie over de bediening 1 pagina 40 (Sepia) Hiermee wordt het beeld ingesteld op sepia-kleuren. (Z-W) Hiermee wordt het beeld ingesteld op zwart-wit. • U kunt alleen [Normaal], [Sepia] of [Z-W] instellen voor het opnemen van bewegende beelden. SteadyShot: De antiwaasfunctie selecteren Hiermee kunt u de antiwaasfunctie selecteren. (Opnemen) Hiermee wordt de antiwaasfunctie ingeschakeld als de ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt.
De weergavefuncties gebruiken De weergavefunctie selecteren Bij gebruik van de camera met een "Memory Stick Duo" kunt u instellen hoe de beelden moeten worden weergegeven (weergavefunctie) vanaf het HOME-scherm. Bij gebruik van het interne geheugen worden de beelden alleen weergegeven in de mapweergavefunctie. 1 Raak [HOME] aan om het HOME-scherm af te beelden. 2 Raak (Beelden bekijken) aan. 3 Raak de gewenste weergavefunctie aan.
De weergavefunctie selecteren Voor informatie over de bediening 1 pagina 40 (Favorieten): Beelden weergeven die zijn geregistreerd als favorieten Deze functie beeldt de beelden af die zijn geregistreerd als favorieten (pagina 68). Aantal beelden geregistreerd De meest recente beelden als favorieten worden afgebeeld 1 Raak de favorietengroep aan die u wilt afbeelden. De geselecteerde favorieten worden op een lijst afgebeeld. 2 Als u een enkel beeld wilt weergeven, raakt u dat beeld aan.
Menu voor weergeven Voor informatie over de bediening 1 pagina 40 In dit gedeelte worden de menuonderdelen beschreven die beschikbaar zijn wanneer u [MENU] aanraakt in de weergavefunctie. Voor informatie over het gebruik van het menu, zie pagina 40. U kunt een weergavefunctie selecteren als deze wit wordt afgebeeld.
Menu voor weergeven Voor informatie over de bediening 1 pagina 40 (Favorieten toevoegen/verw.): Favorieten toevoegen/ verwijderen Selecteer uw favoriete beeld en voeg het toe aan groepen als favoriet, of verwijder het uit groepen als favoriet. (Dit beeld) Hiermee voegt u het beeld dat u hebt geselecteerd toe als favoriet, of verwijdert u het als favoriet. • Dit onderdeel wordt alleen afgebeeld in de enkelbeeldweergavefunctie. (Meerdere beelden) (Alle in datumbereik toev.
Menu voor weergeven Voor informatie over de bediening 1 pagina 40 Meerdere beelden selecteren en toevoegen aan de favorieten 1 Raak [MENU] aan in de enkelbeeldweergavefunctie of indexweergavefunctie. 2 Beeldt 3 Raak (Favorieten toevoegen/verw.) af door v/V aan te raken, en raak dit vervolgens aan. (Meerdere beelden) aan. 4 Raak de favorietengroep aan waaraan u het beeld wilt toevoegen.
Menu voor weergeven Voor informatie over de bediening 1 pagina 40 (Breed-zoombeeld): Stilstaande beelden weergeven met de beeldverhouding 16:9 Hiermee kunt u stilstaande beelden met beeldverhouding 4:3 en 3:2 weergegeven op beeldverhouding 16:9. In dit geval wordt van de boven- en onderrand van het beeld een klein stukje afgesneden. Door het midden van het aanraakscherm aan te raken, wordt het scherm voor het verlaten van het breed-zoombeeld afgebeeld.
Menu voor weergeven (Trimmen) Voor informatie over de bediening 1 pagina 40 Hiermee neemt u het ingezoomde weergavebeeld op. 1 Raak het beeld aan of bedien de W/T-zoomknop om in te zoomen op het bij te snijden gebied. 2 Stel het gebied in met v/V/b/B, en raak daarna aan. 3 Selecteer een beeldformaat dat u wilt opnemen met b/B, en raak daarna aan. 4 Raak [OK] aan. • De beeldkwaliteit van getrimde beelden kan verslechteren. • Het beeldformaat dat u kunt trimmen kan verschillen afhankelijk van het beeld.
Menu voor weergeven (Lagere beeldscherpte) Voor informatie over de bediening 1 pagina 40 Hiermee maakt u de omgeving van een gekozen punt in het beeld wazig om een onderwerp eruit te laten springen. 1 Raak het middelpunt aan van het gewenste beeld dat u wilt bijwerken, en raak daarna aan. 2 Stel het gewenste bereik in waarover het beeld moet worden bijgewerkt met b/B, en raak daarna aan. 3 Selecteer het gewenste niveau waarmee het beeld moet worden bijgewerkt met b/B, en raak daarna aan.
Menu voor weergeven (Stereffect) Voor informatie over de bediening 1 pagina 40 Hiermee voegt u een stereffect toe aan de lichtbronnen in het beeld. 1 Stel de gewenste lengte in waarover het beeld moet worden bijgewerkt met b/B, en raak daarna aan. 2 Selecteer het gewenste niveau waarmee het beeld moet worden bijgewerkt met b/B, en raak daarna aan. 3 Raak [OK] aan. (Radiale waas) Hiermee bepaalt u het middelpunt vanwaaruit de beweging in het stilstaande beeld voelbaar is.
Menu voor weergeven (Lachen) Voor informatie over de bediening 1 pagina 40 Hiermee kunt u een lach op het gezicht van een persoon maken. 1 Selecteer het gewenste niveau waarmee het beeld moet worden bijgewerkt met b/B, en raak daarna aan. 2 Raak [OK] aan. • Bijwerken kan onmogelijk zijn afhankelijk van het beeld.
Menu voor weergeven Voor informatie over de bediening 1 pagina 40 (Kleuren): Tekenen op stilstaande beelden U kunt tekens of illustraties op stilstaande beelden tekenen en deze vervolgens opnemen als een nieuw beeld. Zie pagina 81. (Formaat wijzigen): Het beeldformaat veranderen overeenkomstig het gebruik U kunt de beeldverhouding en het beeldformaat van de opgenomen beelden veranderen en deze vervolgens opnemen als nieuwe bestanden.
Menu voor weergeven Voor informatie over de bediening 1 pagina 40 (Wissen): Beelden wissen U kunt beelden in de enkelbeeldweergavefunctie of indexweergavefunctie selecteren en wissen. (Dit beeld) Hiermee wist u het huidig geselecteerde beeld. • Dit onderdeel wordt alleen afgebeeld in de enkelbeeldweergavefunctie. (Meerdere beelden) (Alle beelden in datumbereik) (Alle in deze map) Hiermee selecteert en wist u meerdere beelden. Hiermee worden alle beelden in het geselecteerde datumbereik of map gewist.
Menu voor weergeven Voor informatie over de bediening 1 pagina 40 In de indexweergavefunctie: 4 Raak het miniatuurbeeld aan dat u wilt wissen. De markering wordt op het geselecteerde beeld geprojecteerd. 5 Als u nog andere beelden wilt wissen, herhaalt u stap 4. 6 Raak • Raak t [OK] aan. aan op het indexweergavescherm om terug te keren naar het enkelbeeldweergavescherm. Alle beelden binnen het datumbereik of de map wissen 1 Raak [MENU] aan in de enkelbeeldweergavefunctie of indexweergavefunctie.
Menu voor weergeven Voor informatie over de bediening 1 pagina 40 Een beeld beveiligen 1 Geef het beeld weer dat u wilt beveiligen. 2 Raak [MENU] aan om het menu af te beelden. 3 Beeldt 4 Raak (Beveiligen) af door v/V aan te raken, en raak dit vervolgens aan. (Dit beeld) aan. Meerdere beelden selecteren en beveiligen 1 Raak [MENU] aan in de enkelbeeldweergavefunctie of indexweergavefunctie. 2 Beeldt 3 Raak (Beveiligen) af door v/V aan te raken, en raak dit vervolgens aan. (Meerdere beelden) aan.
Menu voor weergeven Voor informatie over de bediening 1 pagina 40 De beveiliging annuleren Raak het beeld aan waarvan u de beveiliging wilt opheffen door dezelfde stappen te volgen als in "Meerdere beelden selecteren en beveiligen". De (Beveiligen) indicator verdwijnt van het beeld. • De beveiliging van alle beelden in een geselecteerd datumbereik, map of favorietengroep kan worden opgeheven door (Alle in datumbereik verw.), (Alle in deze map wissen) of (Alle in Favorieten verwijder.) aan te raken.
Menu voor weergeven Voor informatie over de bediening 1 pagina 40 (Map kiezen): De map selecteren voor het weergeven van beelden U kunt de map selecteren waarin het beeld zit dat u wilt weergeven. 1 Kies de gewenste map met v/V. 2 Raak [OK] aan. Het selecteren van de map annuleren Raak [Sluiten] of [BACK] aan in stap 2. z Over mappen De camera slaat de opgenomen beelden op in een opgegeven map op de "Memory Stick Duo". U kunt de map veranderen of een nieuwe aanmaken.
Tekenen of stempels zetten op stilstaande beelden (Kleuren) U kunt tekenen of stempels zetten op stilstaande beelden en deze vervolgens opnemen als een nieuw beeld. Gebruik de tekenpen (bijgeleverd) voor deze bediening. • U kunt niet tekenen of stempels zetten op bewegende beelden. • Bij het bekijken van de opgenomen beelden op een televisie, kunt u geen tekeningen op de beelden aanbrengen. De tekening weergeven (weergave-)toets. 2 Raak [MENU] t (Kleuren) aan.
Tekenen of stempels zetten op stilstaande beelden (Kleuren) Stempelen 1 Raak aan. 2 Raak de stempel-keuzetoets aan, raak daarna het gewenste stempel aan en raak tenslotte [OK] aan. 3 Plaats een stempel op het beeld. Een lijst toevoegen 1 Raak aan. 2 Selecteer de gewenste lijst met b/B, en raak daarna [OK] aan. Corrigeren Raak aan en veeg daarna het gedeelte dat u wilt wissen uit met behulp van de tekenpen.
De instellingen veranderen De geheugenbeheerfunctie en de instellingen veranderen U kunt de standaardinstellingen veranderen met behulp van (Instellingen) op het HOME-scherm. (Geheugen beheren) of 1 Raak [HOME] aan om het HOME-scherm af te beelden. HOME 2 Raak (Geheugen beheren) of (Instellingen) aan. 4 Raak de instelling aan die u wilt veranderen, en raak daarna de gewenste De instellingen veranderen 3 Raak de gewenste instelling aan. waarde aan.
Geheugen beheren Voor informatie over de bediening 1 pagina 83 Geheugen-tool — Memory Stick-tool Dit menuonderdeel wordt alleen afgebeeld als een "Memory Stick Duo" in de camera is geplaatst. Formatteren Hiermee formatteert u de "Memory Stick Duo". Een in de handel verkrijgbare "Memory Stick Duo" is reeds geformatteerd en kan onmiddellijk worden gebruikt. • Vergeet niet dat het formatteren alle gegevens op een "Memory Stick Duo" permanent zal wissen, inclusief de beveiligde beelden.
Geheugen beheren Voor informatie over de bediening 1 pagina 83 • Maximaal 4.000 beelden kunnen in een map worden opgeslagen. Wanneer de capaciteit van de map is opgebruikt, wordt automatisch een nieuwe map aangemaakt. • Voor meer informatie, zie "Beeldbestand-geheugenlocaties en bestandsnamen" (pagina 109). Opnamemap wijz. Hiermee kunt u de huidig ingestelde opnamemap veranderen. 1 Raak [Opnamemap wijz.] aan. Het map-keuzescherm wordt afgebeeld. 2 Raak [OK] aan.
Geheugen beheren Voor informatie over de bediening 1 pagina 83 Geheugen-tool — Intern geheugen-tool Dit menuonderdeel wordt niet afgebeeld als een "Memory Stick Duo" in de camera is geplaatst. Formatteren Hiermee wordt het interne geheugen geformatteerd. • Merk op dat door te formatteren alle gegevens in het interne geheugen permanent zullen worden gewist, ook de beveiligde beelden. 1 Raak [Formatteren] aan. De melding "Alle data in het intern geheugen wordt gewist" wordt afgebeeld. 2 Raak [OK] aan.
Instellingen Voor informatie over de bediening 1 pagina 83 Hoofdinstellingen — Hoofdinstellingen 1 De standaardinstellingen worden aangegeven met . Pieptoon U kunt het geluid kiezen dat klinkt wanneer u de camera bedient. Sluiter Hiermee wordt het sluitergeluid, dat klinkt als u de ontspanknop indrukt, ingeschakeld. Aan Hiermee worden de pieptoon en het sluitergeluid, die klinken als u het aanraakscherm of de ontspanknop bedient, ingeschakeld.
Instellingen Voor informatie over de bediening 1 pagina 83 Kalibratie Hiermee kunt u de toetsen van het aanraakscherm kalibreren als deze bij aanraking niet meer op de juiste plaatsen reageren. Raak met de tekenpen de × markering aan dat op het scherm wordt afgebeeld. Raak [Annul.] aan om de kalibratie tussentijds te stoppen. De aanpassingen die tot dusver zijn gemaakt worden niet doorgevoerd. De ×-markering verplaatst zich op het scherm.
Instellingen Voor informatie over de bediening 1 pagina 83 Demo Lach-sluiter U kunt een demonstratie van de lach-sluiterfunctie bekijken. Aan Hiermee kunt u een demonstratie geven van het gebruik van de lach-sluiterfunctie. Uit Hiermee wordt de demonstratie niet gegeven. 1 Stel de scènekeuzefunctie in op (Lach-sluiter) (pagina 44). 2 Richt de camera op het onderwerp en druk de ontspanknop helemaal in. De demonstratie begint.
Instellingen Voor informatie over de bediening 1 pagina 83 Hoofdinstellingen — Hoofdinstellingen 2 De standaardinstellingen worden aangegeven met . USB-aansluiting U kunt de USB-functie selecteren wanneer de camera met behulp van kabel voor de multifunctionele aansluiting is aangesloten op een computer of een PictBridge-compatibele printer. Autom. De camera herkent automatisch en stelt de communicatie met een computer of PictBridge-compatibele printer in (pagina’s 106 en 119).
Instellingen Voor informatie over de bediening 1 pagina 83 Video-uit Hiermee kunt u de videosignaaluitgang instellen overeenkomstig het televisiekleursysteem of het aangesloten videoapparaat. Het kleursysteem van de televisie verschilt afhankelijk van het land of gebied. Om de beelden op het televisiescherm te kunnen bekijken, controleert u het kleursysteem van de televisie in het land of gebied waarin u zich bevindt (pagina 100).
Instellingen Voor informatie over de bediening 1 pagina 83 Opname-instellingn — Opname-instellingen 1 De standaardinstellingen worden aangegeven met . AF-verlicht. De AF-verlichting levert vullicht om gemakkelijker te kunnen scherpstellen op een onderwerp in een donkere omgeving. De AF-verlichting werpt rood licht uit zodat de camera gemakkelijk kan scherpstellen zodra de ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden totdat de scherpstelling is vergrendeld.
Instellingen Voor informatie over de bediening 1 pagina 83 AF-functie Hiermee kunt u de werking van de automatische scherpstelling instellen. Enkelvoudig Hiermee wordt het beeld automatisch scherpgesteld zodra u de ontspanknop tot halverwege ingedrukt houdt. Deze functie is handig bij het opnemen van stilstaande onderwerpen. Monitor Hiermee wordt het beeld automatisch scherpgesteld voordat u de ontspanknop tot halverwege ingedrukt houdt.
Instellingen Voor informatie over de bediening 1 pagina 83 Opname-instellingn — Opname-instellingen 2 De standaardinstellingen worden aangegeven met . Autom. Oriëntatie Wanneer de camera wordt gedraaid (verticaal) om een portretopname te maken, neemt de camera deze positiewijziging op en geeft het beeld weer in de portretoriëntatie. Aan Hiermee neemt u een beeld op in de juiste oriëntatie. Uit Hiermee wordt Automatische oriëntatie niet gebruikt.
Instellingen Voor informatie over de bediening 1 pagina 83 Klokinstellingen Klokinstellingen Hiermee kunt u de datum en tijd instellen. 1 Selecteer [ Klokinstellingen] bij (Instellingen) op het HOME-scherm. 2 Raak [Klokinstellingen] aan. 3 Raak het gewenste datumweergaveformaat aan, en raak daarna Het klokinstelscherm wordt afgebeeld. aan. 4 Raak ieder onderdeel aan en stel daarna de numerieke waarde ervan in door v/V aan te raken. 5 Raak [OK] aan. Raak [Annul.] of [BACK] aan in stap 5.
Instellingen Voor informatie over de bediening 1 pagina 83 Language Setting Language Setting U kunt de taal selecteren waarin de menuonderdelen, waarschuwingen en meldingen moeten worden afgebeeld.
Beelden weergeven op een televisie Beelden weergeven op een televisie U kunt beelden bekijken op een televisiescherm door de camera aan te sluiten op een televisie. De aansluiting verschilt afhankelijk van het type televisie dat is aangesloten op de camera. Zie "TV-TYPE" (pagina 91). • Pictogrammen en andere indicators worden niet afgebeeld op het televisiescherm.
Beelden weergeven op een televisie 3 Druk op (weergave-)toets om de camera in te schakelen. De beelden die met de camera zijn opgenomen worden op het televisiescherm afgebeeld. Raak / aan om het gewenste beeld te selecteren. • Als u de camera in het buitenland gebruikt, kan het noodzakelijk zijn het video-uitgangssignaal te veranderen overeenkomstig de gebruikte televisie (pagina 91).
Beelden weergeven op een televisie Beelden bekijken door de camera aan te sluiten op een HD-televisie U kunt een beeld bekijken dat is opgenomen op de camera door de camera aan te sluiten op een HD-televisie* (high-definitiontelevisie) met behulp van een HD-uitgangsadapterkabel (niet bijgeleverd). Schakel zowel de camera als de televisie uit alvorens de camera aan te sluiten op de televisie. * Beelden opgenomen op beeldformaat [VGA] kunnen niet worden weergegeven in HD-formaat.
Beelden weergeven op een televisie 3 Druk op (weergave-)toets om de camera in te schakelen. De beelden die met de camera zijn opgenomen worden op het televisiescherm afgebeeld. Raak / aan om het gewenste beeld te selecteren. • Stel [COMPONENT] in op [HD(1080i)] bij [Hoofdinstellingen 2] door (Instellingen) te selecteren op het HOME-scherm (pagina 90).
De camera met uw computer gebruiken Werken met uw Windows-computer Voor informatie over het gebruik van een Macintoshcomputer, leest u "Uw Macintosh-computer gebruiken" (pagina 115). De afbeeldingen van computerschermen in dit hoofdstuk zijn van een Engelstalig besturingssysteem.
Werken met uw Windows-computer Aanbevolen computeromgeving Een computer die op de camera wordt aangesloten dient aan de volgende vereisten te voldoen.
De software (bijgeleverd) installeren U kunt de software (bijgeleverd) installeren volgens de onderstaande procedure. • Log in als beheerder. 1 Schakel de computer in en plaats de cd-rom (bijgeleverd) in het cdrom-station. Het installatie-menuscherm wordt afgebeeld. 4 Lees de overeenkomst aandachtig door.
De software (bijgeleverd) installeren Nadat u de softwareprogramma’s hebt geïnstalleerd, staan snelkoppelingen voor "Picture Motion Browser", "Gids voor PMB" en "Music Transfer" op het bureaublad. Dubbelklik om "Picture Motion Browser" op te starten. Dubbelklik om "Gids voor PMB" op te starten. Dubbelklik om "Music Transfer" op te starten.
Over "Picture Motion Browser" (bijgeleverd) Door de software volledig te benutten kunt u beter dan ooit gebruik maken van de stilstaande en bewegende beelden van de camera. Hieronder wordt "Picture Motion Browser" in het kort beschreven. Overzicht van "Picture Motion Browser" Met "Picture Motion Browser": De "Gids voor PMB" starten. Dubbelklik op de snelkoppeling (Gids voor PMB) op het bureaublad.
Beelden naar een computer kopiëren met "Picture Motion Browser" De camera en de computer voorbereiden De camera aansluiten op de computer 1 Plaats een "Memory Stick Duo" met daarop opgenomen beelden in de camera. • Deze stap is niet nodig wanneer u beelden kopieert die in het interne geheugen zijn opgeslagen.
Beelden naar een computer kopiëren met "Picture Motion Browser" Beelden naar een computer kopiëren 1 Sluit de camera aan op een 2 Beelden importeren. Klik op de knop [Import] (Importeren) om het importeren van beelden te starten. computer zoals beschreven in "De camera aansluiten op de computer". Nadat een USB-verbinding tot stand is gebracht, wordt het scherm [Import Media Files] (Mediabestanden importeren) van "Picture Motion Browser" automatisch afgebeeld.
Beelden naar een computer kopiëren met "Picture Motion Browser" Beelden bekijken op uw computer Als het importeren voltooid is wordt de "Picture Motion Browser"-software opgestart. Miniaturen van de geïmporteerde beelden worden weergegeven. De USB-verbinding verwijderen Volg de procedures vanaf stap 1 t/m 4 hieronder voordat u de volgende handelingen uitvoert: • Loskoppelen van de kabel voor de multifunctionele aansluiting. • Eruit halen van een "Memory Stick Duo".
Beelden naar een computer kopiëren met "Picture Motion Browser" Beeldbestand-geheugenlocaties en bestandsnamen De beeldbestanden die met de camera zijn opgenomen, zijn gegroepeerd als mappen op de "Memory Stick Duo" of in het interne geheugen. Voorbeeld: Mappen afbeelden onder Windows Vista B Een map met beeldgegevens die zijn opgenomen op de camera.
Beelden naar een computer kopiëren zonder "Picture Motion Browser" U kunt beelden kopiëren naar een computer zonder "Picture Motion Browser" als volgt: Voor een computer met een Memory Stick-gleuf: Haal de "Memory Stick Duo" uit de camera en steek deze in een Memory Stick Duoadapter. Steek de Memory Stick Duoadapter in de computer en kopieer de beelden.
Beelden naar een computer kopiëren zonder "Picture Motion Browser" 3 Klik op [Open folder to view files] (Map openen om bestanden te bekijken) (in Windows XP: [Open folder to view files] (Map openen om bestanden te bekijken) t [OK]) als het wizardvenster automatisch op het bureaublad verschijnt. 5 Dubbelklik op de map waarin de beeldbestanden die u wilt kopiëren zijn opgeslagen.
Beelden naar een computer kopiëren zonder "Picture Motion Browser" 6 Klik op de map [Documents] (Documenten) (in Windows XP: [My Documents] (Mijn documenten)). Klik daarna met de rechtermuisknop in het venster "Documents" (Documenten) om het menu af te beelden en klik op [Paste] (Plakken). 1 2 De beeldbestanden worden gekopieerd naar de map [Documents] (Documenten) (in Windows XP: [My Documents] (Mijn documenten)).
Beeldbestanden bekijken die zijn opgeslagen op een computer door ze naar de "Memory Stick Duo" van de camera te kopiëren Dit gedeelte beschrijft de bediening op een Windows-computer. Wanneer een beeldbestand dat naar een computer werd gekopieerd niet meer op een "Memory Stick Duo" staat, kunt u dat beeld nogmaals op de camera bekijken door het beeldbestand naar de camera te exporteren (kopiëren) met behulp van het softwareprogramma "Picture Motion Browser".
"Music Transfer" (bijgeleverd) gebruiken U kunt de muziekbestanden die in de fabriek vooraf zijn ingesteld, vervangen door eigen muziekbestanden met behulp van "Music Transfer" op de cd-rom (bijgeleverd). U kunt deze bestanden ook op elk moment verwijderen of toevoegen.
Uw Macintosh-computer gebruiken U kunt beelden kopiëren naar een Macintosh-computer. • "Picture Motion Browser" is niet compatibel met Macintosh-computers. Aanbevolen computeromgeving Een computer die op de camera wordt aangesloten dient aan de volgende vereisten te voldoen. Aanbevolen computeromgeving voor het kopiëren van beelden Besturingssysteem (voorgeïnstalleerd): Mac OS 9.1/9.2/ Mac OS X (v10.1 t/m v10.5) USB-aansluiting: Dient tot de standaarduitrusting te behoren.
Uw Macintosh-computer gebruiken 3 Kopieer beeldbestanden naar de Macintosh-computer. 1Dubbelklik op het nieuw herkende pictogram t [DCIM] t de map waarin de beelden die u wilt weergeven zijn opgeslagen. 2Sleep de beeldbestanden naar het pictogram van de vaste schijf en zet ze erop neer. De beeldbestanden worden naar de vaste schijf gekopieerd. • Voor informatie over de opslaglocatie van de beelden en de bestandsnamen, zie pagina 109.
De "Geavanceerde Cyber-shot-handleiding" raadplegen Wanneer u het "Cyber-shot-handboek" installeert, wordt tevens de "Geavanceerde Cyber-shot-handleiding" geïnstalleerd. De "Geavanceerde Cyber-shot-handleiding" beschrijft diepgaander het gebruik van de camera en de optionele accessoires. Raadplegen op een Windowscomputer Dubbelklik op (Step-up Guide) op het bureaublad.
Stilstaande beelden afdrukken Stilstaande beelden afdrukken Als u beelden afdrukt die zijn opgenomen in de [16:9] functie, kunnen beide randen worden afgesneden. Controleer dus voordat u gaat afdrukken (pagina 133). Rechtstreeks beelden afdrukken op een PictBridge-compatibele printer (pagina 119) U kunt beelden afdrukken door de camera rechtstreeks aan te sluiten op een PictBridge-compatibele printer.
Rechtstreeks beelden afdrukken op een PictBridge-compatibele printer Zelfs als u geen computer hebt, kunt u de beelden die u hebt opgenomen met uw camera afdrukken door de camera rechtstreeks aan te sluiten op een PictBridge-compatibele printer. Fase 2: De camera aansluiten op de printer 1 Sluit de camera aan op de printer. • "PictBridge" voldoet aan de CIPA-norm. (CIPA: Camera & Imaging Products Association) • U kunt bewegende beelden niet afdrukken.
Rechtstreeks beelden afdrukken op een PictBridge-compatibele printer 2 Schakel de printer in en druk daarna op de (weergave-)toets. Nadat de verbinding tot stand is gebracht, wordt de indicator afgebeeld. Als u [Meerdere beelden] selecteert U kunt meerdere geselecteerde beelden afdrukken. 1 Raak het beeld aan dat u wilt afdrukken. De markering wordt afgebeeld op het gekozen beeld. 2 Raak aan. 3 Raak [OK] aan.
Rechtstreeks beelden afdrukken op een PictBridge-compatibele printer [Datum] Hiermee selecteert u [Dag&Tijd] of [Datum] om de datum en tijd op de beelden te projecteren. • Als u [Datum] kiest, zal de datum in de gekozen volgorde worden geprojecteerd (pagina 95). Het is mogelijk dat deze functie niet beschikbaar is, afhankelijk van de printer. 2 Raak [OK] aan. Het beeld wordt afgedrukt.
Beelden afdrukken in een winkel U kunt een "Memory Stick Duo", met daarop beelden die met de camera zijn opgenomen, meenemen naar een winkel met fotoafdrukservice. Als de winkel een fotoafdrukservice heeft die gebruikmaakt van DPOF, kunt u van tevoren een afdrukmarkering op de beelden aanbrengen, zodat u deze niet bij het afdrukken in de winkel hoeft te kiezen.
Beelden afdrukken in een winkel De beelden selecteren en markeren De selectie annuleren Raak [Sluiten] of [BACK] aan in stap 5. De afdrukmarkering verwijderen 1 Raak [MENU] aan tijdens weergave in de enkelbeeldweergavefunctie of indexweergavefunctie. Raak de beelden aan waarvanaf u de markering wilt verwijderen. DPOF-markeringen tegelijk aanbrengen op/verwijderen van meerdere beelden 2 Raak [DPOF] aan en raak daarna (Meerdere beelden) aan.
Problemen oplossen Problemen oplossen Als u problemen ondervindt met de camera, probeert u de onderstaande oplossingen. 1 Controleer de punten op pagina’s 125 t/m 135. Als een code zoals "C/E:ss:ss" op het scherm wordt afgebeeld, raadpleegt u pagina 136. 2 Haal de accu eruit, wacht ongeveer één minuut, plaats de accu weer terug, en schakel vervolgens de camera in. 3 Stel de instellingen terug op de standaardinstellingen (pagina 87).
Problemen oplossen Accu en spanning De accu kan niet worden geplaatst. • Plaats de accu op de juiste wijze om de accu-uitwerphendel in te kunnen duwen. De camera kan niet worden ingeschakeld. • Nadat de accu in de camera is geplaatst, kan het enkele momenten duren voordat de camera van stroom wordt voorzien. • Plaats de accu op de juiste wijze. • De accu is leeg. Plaats een opgeladen accu. • De accu is niet meer bruikbaar (pagina 143). Vervang deze door een nieuwe. • Gebruik een aanbevolen type accu.
Problemen oplossen Stilstaande beelden/bewegende beelden opnemen Beelden kunnen niet worden opgenomen. • Controleer de resterende opslagcapaciteit van het interne geheugen of de "Memory Stick Duo". Als deze vol is, doet u een van de volgende dingen: – Wis overbodige beelden (pagina 37). – Plaats een andere "Memory Stick Duo". • Tijdens het opladen van de flitser kunt u geen beelden opnemen. • Stel voor het opnemen van stilstaande beelden een andere opnamefunctie in dan .
Problemen oplossen Het beeld is onscherp. • Het onderwerp bevindt zich te dichtbij. Zorg ervoor dat tijdens het opnemen de lens van de camera verder verwijderd is van het onderwerp dan de minimale opnameafstand van ongeveer 8 cm (W-kant) of 80 cm (T-kant) tussen lens en onderwerp. Of stel in op (Superclose-up gebruiken) en neem op vanaf een afstand van ongeveer 1 t/m 20 cm (W-kant) (pagina 29).
Problemen oplossen De macrofunctie kan niet worden uitgeschakeld. • Er is geen mogelijkheid om de macrofunctie gedwongen uit te schakelen. In de (automatisch) functie kunnen telefoto-opnamen gemaakt worden, ondanks dat de macrofunctie is ingeschakeld. De datum en tijd worden niet afgebeeld op het LCD-scherm. • Tijdens het opnemen worden de datum en tijd niet afgebeeld. Deze worden alleen tijdens weergave afgebeeld. Kan de datum niet op het beeld projecteren.
Problemen oplossen De ogen van het onderwerp zijn rood. • Stel [Rode-ogeneffect] in op [Autom.] of [Aan] (pagina 62). • Neem het beeld op met behulp van de flitser vanaf een afstand korter dan het flitsbereik. • Verlicht het vertrek en neem het onderwerp op. • Werk het beeld bij met behulp van [Rode-ogen-correctie] (pagina 71). Punten verschijnen en blijven op het scherm. • Dit is normaal. Deze punten worden niet opgenomen (pagina 2). Beelden kunnen niet continu worden opgenomen.
Problemen oplossen Langs de linker- en rechterzijkanten van het scherm zijn zwarte banden zichtbaar. • De [Autom. Oriëntatie] staat op [Aan] (pagina 94). De toetsen en pictogrammen worden niet meer afgebeeld. • Als u tijdens het opnemen de rechterbovenhoek van het scherm aanraakt, gaan de toetsen en pictogrammen tijdelijk uit. De toetsen en pictogrammen worden weer afgebeeld zodra u uw vinger van het scherm afhaalt. • [Scherminstellingen] is ingesteld op [Alleen bld.].
Problemen oplossen De "Memory Stick PRO Duo" wordt niet herkend door een computer met een "Memory Stick"-gleuf. • Controleer dat de computer en de Memory Stick-lezer/schrijver "Memory Stick PRO Duo" ondersteunen. Gebruikers van computers en Memory Stick-lezers/schrijvers gemaakt door andere fabrikanten dan Sony dienen contact op te nemen met die fabrikanten. • Als de "Memory Stick PRO Duo" niet wordt ondersteund, sluit u de camera aan op de computer (pagina’s 106 en 115).
Problemen oplossen Wanneer u bewegende beelden op een computer bekijkt, worden beeld en geluid onderbroken door storing. • U geeft de bewegende beelden rechtstreeks weer vanuit het interne geheugen of vanaf de "Memory Stick Duo". Kopieer de bewegende beelden naar de vaste schijf van de computer en geef daarna de bewegende beelden weer vanaf de vaste schijf (pagina 106). Beelden kunnen niet worden afgedrukt. • Zie de gebruiksaanwijzing van de printer.
Problemen oplossen Afdrukken Zie "PictBridge-compatibele printer" tezamen met de onderstaande punten. De beelden worden afgedrukt met beide randen afgesneden. • Afhankelijk van de printer kunnen alle randen van het beeld worden afgesneden. Met name wanneer u een beeld afdrukt dat is opgenomen met het beeldformaat ingesteld op [16:9], kunnen de zijranden van het beeld worden bijgesneden. • Wanneer u beelden afdrukt op uw printer, annuleert u de instellingen van bijsnijden en afdrukken zonder randen.
Problemen oplossen Beelden kunnen niet worden afgedrukt. • Controleer of de camera op de juiste wijze met behulp van de kabel voor de multifunctionele aansluiting op de printer is aangesloten. • Schakel de printer in. Raadpleeg voor verdere informatie de gebruiksaanwijzing van de printer. • Als u tijdens het afdrukken [Sluiten] selecteert, is het mogelijk dat de beelden niet worden afgedrukt. Koppel de kabel voor de multifunctionele aansluiting los en sluit deze weer aan.
Problemen oplossen Aanraakscherm De toetsen van het aanraakscherm kunnen niet op de juiste wijze of volledig worden bediend. • Voer [Kalibratie] uit (pagina 88). • De [Behuizing] staat op [Aan] (pagina 88). De tekenpenbediening werkt op onbedoelde plaatsen. • Voer [Kalibratie] uit (pagina 88). Overige Het bestandsnummer kan niet worden teruggesteld. • Door een opnamemedium te vervangen, worden de bestandsnummers niet teruggesteld door de camera.
Foutcodes en meldingen Zelfdiagnosefunctie Als een code wordt afgebeeld die begint met een letter uit het alfabet, is de zelfdiagnosefunctie in werking getreden. De laatste twee cijfers (hieronder aangeduid met twee blokjes ss) verschillen afhankelijk van de toestand van de camera. Als u de fout niet kunt verhelpen, zelfs niet nadat u de corrigerende handeling enkele keren hebt uitgevoerd, kan het noodzakelijk zijn de camera te laten repareren.
Foutcodes en meldingen Plaats de Memory Stick opnieuw Geen beelden beschikbaar • Plaats de "Memory Stick Duo" op de • Er zijn geen beelden die weergegeven juiste wijze. • De geplaatste "Memory Stick Duo" kan niet worden gebruikt in deze camera (pagina 141). • De "Memory Stick Duo" is beschadigd. • De aansluitpunten van de "Memory Stick Duo" zijn vuil. kunnen worden opgenomen in het interne geheugen. • Er zijn geen beelden die weergegeven kunnen worden opgeslagen op de "Memory Stick Duo".
Foutcodes en meldingen Te groot beeldformaat • U probeert een beeld weer te geven met een formaat dat niet kan worden weergegeven op de camera. Ongeldige bediening • U hebt het scherm aangeraakt tijdens het gebruik van de digitale-zoomfunctie of de Close-scherpstellingsfunctie. Als u deze functies gebruikt, kunt u niet scherpstellen door het scherm aan te raken. Kan gezicht voor bewerken niet vinden • Het kan onmogelijk zijn het beeld bij te werken afhankelijk van het beeld.
Foutcodes en meldingen • Het is mogelijk dat de gegevensoverdracht naar de printer nog niet voltooid is. Koppel de kabel voor de multifunctionele aansluiting niet los. Verwerkt… Bediening kan niet worden uitgevoerd voor niet-onderst. bestanden • Verwerking en andere bewerkingsfuncties van de camera kunnen niet worden uitgevoerd voor beeldbestanden die zijn bewerkt op een computer, of beelden die werden opgenomen op een andere camera. • De printer annuleert de huidige afdruktaak.
Overige Uw camera in het buitenland gebruiken — Stroomvoorziening U kunt de camera, de acculader (bijgeleverd) en de netspanningsadapter AC-LS5K (niet bijgeleverd) in ieder land of gebied gebruiken met een stroomvoorziening van 100 V t/m 240 V wisselstroom van 50/60 Hz. • Gebruik geen elektronische transformator (reistrafo), omdat hierdoor een storing kan optreden.
Informatie over de "Memory Stick Duo" Een "Memory Stick Duo" is een compact, draagbaar IC-opnamemedium. De typen "Memory Stick Duo" die kunnen worden gebruikt in deze camera worden vermeld in de onderstaande tabel. Een goede werking kan echter niet worden gegarandeerd voor alle functies van de "Memory Stick Duo".
Informatie over de "Memory Stick Duo" Opmerkingen over de Memory Stick Duo-adapter (niet bijgeleverd) • Als u een "Memory Stick Duo" in een "Memory Stick"-compatibel apparaat wilt gebruiken, moet u de "Memory Stick Duo" eerst in een Memory Stick Duo-adapter steken. Als u een "Memory Stick Duo" rechtstreeks in een "Memory Stick"compatibel apparaat steekt zonder gebruik te maken van een Memory Stick Duo-adapter, kan het onmogelijk zijn deze vervolgens weer uit het apparaat te halen.
Informatie over de accu Opladen van de accu Levensduur van de accu Aanbevolen wordt om de accu op te laden bij een omgevingstemperatuur van 10°C t/m 30°C. Het is mogelijk dat de accu niet volledig wordt opgeladen buiten dit temperatuurbereik. • De levensduur van de accu is beperkt. De capaciteit van de accu neemt na verloop van tijd en na herhaald gebruik af. Als de gebruiksduur na opladen aanzienlijk korter is geworden, is het waarschijnlijk tijd de accu te vervangen door een nieuwe.
Informatie over de acculader Informatie over de acculader • Uitsluitend accu’s van de typen D, T, R en E (en geen andere) kunnen worden opgeladen in de acculader (bijgeleverd). Als u andere accu’s dan de bijgeleverde accu probeert op te laden, kunnen deze gaan lekken, oververhit raken of exploderen, waardoor gevaar van letsel als gevolg van elektrocutie en brandwonden ontstaat. • De accu’s die compatibel zijn met deze camera, zijn accu’s van type D. De bijgeleverde accu is NP-BD1 (type D).
Over het Cyber-shot Station Over het Cyber-shot Station Het Cyber-shot Station CSS-HD2 (niet bijgeleverd) is compatibel met de camera. Met behulp van het Cyber-shot Station (niet bijgeleverd) kunt u sneller opladen dan met de bijgeleverde acculader, en eenvoudiger aansluiten op een televisie. Voor meer informatie raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van het Cyber-shot Station.
Over het Cyber-shot Station Het Cyber-shot Station bedienen met de afstandsbediening Als de afstandsbediening die bij de CSS-HD2 werd geleverd met deze camera wordt gebruikt, zijn de volgende bedieningen mogelijk. • Voor meer informatie over toetsen die hier niet beschreven worden, raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van het Cyber-shot Station. 1 Diavoorstellingtoets: Beeldt het instelscherm van de diavoorstelling-weergavefunctie af (pagina 32).
Index Index A Besturingssysteem...... 102, 115 E Aanraakscherm .....................21 Beveiligen ............................ 77 Eenvoudig opnemen .......27, 43 Aansluiten Bewegende beeldn ............... 43 Elektronische transformator .....................................140 Computer .....................106 Bewolkt ................................ 60 Printer ..........................119 Bijwerken ............................. 70 TV............................97, 99 Breed-zoombeeld .......
Index I M Indexweergavescherm ..........31 Macintosh-computer .......... 115 O Onderbelichting ....................11 Indicator................................17 Onderwater ...........................44 Initialiseren ...........................87 Aanbevolen omgeving .................................... 115 Installeren ...........................103 Macro ................................... 29 Opn.functie ...........................57 Instellingen .....................
Index S V Scèneherkenning...................58 VGA ..................................... 14 Scènekeuze ...........................44 Video-uit .............................. 91 Schemer ................................44 Vissenooglens ...................... 72 Schemer-portret ....................44 Volume-instellingen .......................... 30, 32, 80 Scherm Het weergavescherm veranderen .....................22 Indicator.........................17 Vooruit/achteruit spoelen ..... 30 Vuurwerk .
Informatie over de licentie De softwareprogramma’s "C Library", "Expat" en "zlib" worden in de camera meegeleverd. Wij leveren deze softwareprogramma’s op grond van een licentieovereenkomst met de copyrighthouders ervan. Op grond van een verzoek van de copyright-houders van deze softwareprogramma’s zijn wij verplicht u te informeren over het volgende. Lees a.u.b. de onderstaande tekst. Lees "license1.pdf" in de map "License" op de cd-rom.
Extra informatie over deze camera en antwoorden op veelgestelde vragen vindt u op onze Customer Support-website voor klantenondersteuning.