Digitale camera DSC-RX1RM2 Hoe te gebruiken Vóór gebruik Namen van de onderdelen De camera en bijgeleverde artikelen controleren [1] Onderdelen herkennen (vooraanzicht) [2] Onderdelen herkennen (achteraanzicht) [3] Onderdelen herkennen (bovenaanzicht/zijaanzicht) [4] Onderdelen herkennen (onderaanzicht) [5] Pictogrammen en indicators Lijst van pictogrammen op het scherm [6] Lijst met bereikzoekerframes [7] De riem gebruiken De schouderriem gebruiken [8] De oogkap voor oculair bevestigen De oogkap voor
Over de [Helpfunct.
Opnemen Stilstaande/bewegende beelden opnemen Stilstaande beelden opnemen [28] Bewegende beelden opnemen [29] Een opnamefunctie selecteren Lijst met standen van de functiekeuzeknop [30] Slim automatisch [31] Superieur automat. [32] Over scèneherkenning [33] De voordelen van automatisch opnemen [34] Autom. programma [35] Panorama d. beweg. [36] Scènekeuze [37] Sluitertijdvoorkeuze [38] Diafragmavoorkeuze [39] Handm. belichting [40] BULB [41] Geheug.nr. oproep.
De flitser (los verkrijgbaar) gebruiken [49] Informatie over het gebruik van de flitser [50] Flitsfunctie [51] Flitscompensatie [52] Een schermweergavefunctie selecteren De schermweergave veranderen (Opnemen) [53] Omschakelen tussen de zoeker en het scherm [54] DISP-knop (Zoeker) [55] DISP-knop (Scherm) [56] Het formaat/de kwaliteit van stilstaande beelden selecteren Beeldformaat (stilstaand beeld) [57] Beeldverhouding (stilstaand beeld) [58] Kwaliteit (stilstaand beeld) [59] RAW-best.
Pre-AF (stilstaand beeld) [75] AF/MF-regeling [76] AF-hulplicht (stilstaand beeld) [77] Cont. AF-geb. weerg [78] AF op de ogen [79] Fasedetectiegebied [80] De exacte afstand tot een onderwerp meten [81] Voork.-inst. in AF-S [82] Voork.-inst. in AF-C [83] Belichting instellen Belicht.comp. [84] Belichtingscompensatieknop [85] Lichtmeetfunctie [86] AE-vergrendeling [87] AEL met sluiter (stilstaand beeld) [88] Bel.comp.inst. [89] Zebra [90] Belichtingsinst.gids [91] EV-comp.
Instellingen voor bracketopnamen [103] Indicator tijdens bracketopnamen [104] De ISO-gevoeligheid selecteren ISO [105] ISO AUTO min. sl.td. [106] NR Multi Frame [107] De helderheid of het contrast corrigeren D.-bereikopt.
Windruis reductie [124] Aut. lang. sluit.tijd (bewegende beelden) [125] Knop MOVIE [126] De opnamefuncties aanpassen voor handig gebruik Geheugen [127] Instell.
FINDER/MONITOR [152] Opn. zonder geh.krt. [153] Schaduwcompensat. [154] Chro. afw.compens. [155] Vervorm.compensat. [156] Draaikn./Wiel vergr.
Weergavefunctie [169] Weergave-rotatie [170] Diavoorstelling [171] Roteren [172] Beveiligen [173] WG 4K-stilst. beeld [174] Beelden bekijken op een televisie Beelden bekijken op een HD-televisie [175] Beelden bekijken op een "BRAVIA" Sync-compatibele televisie [176] Instellingen veranderen Menu Setup Monitor-helderheid [177] Helderheid zoeker [178] Kleurtemp. zoeker [179] Volume-instellingen [180] Audiosignalen [181] Inst. uploaden(Eye-Fi) [182] Tegelmenu [183] Modusdraaiknopsch.
USB LUN-instelling [195] USB-voeding [196] Taal [197] Datum/tijd instellen [198] Tijdzone instellen [199] Copyrightinformatie [200] Formatteren [201] Bestandsnummer [202] OPN.-map kiezen [203] Nieuwe map [204] Mapnaam [205] Beeld-DB herstellen [206] Media-info weergev.
Beelden zenden naar een Android-smartphone (NFC One-touch sharing) [218] Beelden kopiëren naar een computer Naar computer verz. [219] Beelden kopiëren naar een televisie Op TV bekijken [220] De instellingen van Wi-Fi-functies veranderen Vliegtuig-stand [221] WPS-Push [222] Toegangspunt instel. [223] Naam Appar. Bew. [224] MAC-adres weergvn [225] SSID/WW terugst. [226] Netw.instell. terugst.
De applicaties beheren Applicaties verwijderen [234] De volgorde van de applicaties veranderen [235] De accountinformatie van PlayMemories Camera Apps bevestigen [236] Een computer gebruiken Aanbevolen computeromgeving Aanbevolen computeromgeving [237] De software gebruiken PlayMemories Home [238] PlayMemories Home installeren [239] Softwareprogramma's voor Mac-computers [240] Image Data Converter [241] Image Data Converter installeren [242] Toegang tot Bedieningshandleiding Image Data Converter [243] Rem
Een dvd-disc maken van bewegende beelden in standard-definition (SD)-beeldkwaliteit [253] Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat Voorzorgsmaatregelen Voorzorgsmaatregelen [254] Interne oplaadbare batterij [255] Opmerkingen over de accu [256] De accu opladen [257] Opmerkingen over geheugenkaarten [258] Dit apparaat reinigen Reiniging [259] Aantal opneembare stilstaande beelden en opnameduur van bewegende beelden Aantal stilstaande beelden [260] Resterende opnameduur van bewegende beelden [261] Dit apparaat in
Probleemoplossing In geval van problemen In geval van problemen Problemen oplossen [269] Problemen oplossen Accu en voeding U kunt de accu niet in het apparaat plaatsen. [270] U kunt het apparaat niet inschakelen. [271] Het apparaat schakelt plotseling uit. [272] De resterende-acculadingindicator geeft een verkeerd niveau aan. [273] Het oplaadlampje van het apparaat/het CHARGE-lampje van de acculader knippert terwijl de accu wordt opgeladen. [274] De accu wordt niet opgeladen.
De opnamedatum en -tijd worden niet afgebeeld op het scherm. [286] De datum en tijd worden onjuist opgenomen. [287] De diafragmawaarde en/of de sluitertijd knipperen. [288] De kleuren van het beeld zijn niet juist. [289] In het beeld verschijnt ruis wanneer u op een donkere plaats naar het scherm kijkt. [290] De ogen van het onderwerp zijn rood. [291] Punten verschijnen en blijven op het scherm. [292] U kunt niet continu beelden opnemen. [293] Het beeld is niet helder in de zoeker.
[WPS-Push] werkt niet. [312] [Naar computer verz.] wordt voortijdig geannuleerd. [313] U kunt geen bewegende beelden zenden naar een smartphone. [314] [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] of [Naar smartph verznd] wordt voortijdig geannuleerd. [315] Het opnamescherm voor [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] wordt niet soepel afgebeeld./De verbinding tussen het apparaat en de smartphone is verbroken. [316] U kunt One-touch connection (NFC) niet gebruiken.
De "--E-" indicator wordt op het scherm afgebeeld. [333] Mededelingen Mededelingen Zelfdiagnosefunctie [334] Waarschuwingsberichten [335] Situaties die voor dit apparaat moeilijkheden opleveren Situaties die voor dit apparaat moeilijkheden opleveren Situaties die voor dit apparaat moeilijkheden opleveren [336] [1] Hoe te gebruiken Vóór gebruik Namen van de onderdelen De camera en bijgeleverde artikelen controleren Het cijfer tussen haakjes geeft het aantal aan.
Schouderriem (1) Lensdop (1) Accessoireschoenafdekking (1) (bevestigd op de camera) Oogkap voor oculair (1) Reinigingsdoekje (1) Gebruiksaanwijzing (1) Wi-Fi Connection/One-touch (NFC) Guide (1) [2] Hoe te gebruiken Vóór gebruik Namen van de onderdelen Onderdelen herkennen (vooraanzicht)
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. AF-hulplicht/zelfontspannerlamp Lenskapmarkering Lens Diafragma-index/Macro-omschakelindex Diafragmaring Macro-omschakelring Scherpstellingsfunctieknop Scherpstelring [3] Hoe te gebruiken Vóór gebruik Namen van de onderdelen Onderdelen herkennen (achteraanzicht) 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Trek de onderrand van de monitor naar buiten om hem te openen. U kunt de hoek van de monitor mogelijk niet afstellen afhankelijk van het type statief dat u gebruikt. Draai in dat geval de schroef van het statief tijdelijk los om de hoek van de monitor af te stellen. 10. Voor opnemen: AEL-knop Voor weergeven: (vergroot-)knop 11. Voor opnemen: Fn-knop Voor weergeven: (beeldindex-)knop 12. MENU-knop 13.
Bevestig beide uiteinden van de riem aan de camera. 5. (N-markering) Deze markering geeft het aanraakpunt aan voor het verbinden van de camera met een NFC-compatibele smartphone. Voor informatie over de plaats van de (N-markering) op uw smartphone, raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van uw smartphone. NFC (Near Field Communication) is een internationale norm voor draadloze communicatie over een korte afstand. 6. ON/OFF (Aan/Uit)-schakelaar 7. Ingebouwde microfoon* 1 8. Functiekeuzeknop 9.
Stel het diopter in overeenkomstig uw gezichtsvermogen door de diopterinstelknop te draaien totdat het beeld in de zoeker scherp te zien is. 11. Zoeker 12. Positiemarkering beeldsensor 13. HDMI-microaansluiting 14. (microfoon-)aansluiting* 3 Wanneer een externe microfoon is aangesloten, wordt de microfoon automatisch ingeschakeld. Als de externe microfoon van het 'plug-in'-type is, wordt de voeding voor de microfoon geleverd door de camera. 15. Oplaadlampje 16.
1. 2. 3. 4. 5. Accuvergrendelingshendel Accuvak Geheugenkaartgleuf Toegangslamp Schroefgat voor statief Gebruik een statief met een schroef van minder dan 5,5 mm lang. Als de schroef te lang is, kunt u de camera niet stevig bevestigen en kan de camera worden beschadigd. 6. Luidspreker 7.
Zoekerfunctie In de automatische functie of de scènekeuzefunctie Stand P/A/S/M/panorama door beweging Voor weergeven Basisinformatiescherm
Histogramscherm P P* A S M 1. Opnamefunctie Registernummer Pictogram van scèneherkenning NO CARD Geheugenkaart/Uploaden 100 Resterend aantal opneembare beelden Beeldverhouding van stilstaande beelden 42M / 38M / 36M / 28M /18M / 16M / 15M / 12M / 11M / 9.4M / 8.9M / 7.
Frames per seconde van bewegende beelden Opname-instelling van bewegende beelden Resterende acculading Waarschuwing voor resterende acculading USB-voeding Flitser bezig op te laden Instelling effect uit AF-hulplicht NFC is geactiveerd Vliegtuig-stand Geen audio-opname van bewegende beelden Windgeluidonderdrukking SteadyShot Uit/Aan, Camerabeweging-indicator Waarschuwing voor oververhitting Databasebestand vol/Databasebestandsfout Slimme zoom/ Held.
Beveiligen Bestandsformaat van bewegende beelden DPOF DPOF instellen Beeld met automatische objectomkadering Dubbele video-OPN PC-afstandsbedien. Heldere controle Schrijven van copyrightinformatie 2. Transportfunctie Flitserfunctie/Rode-ogeneffectvermindering ±0.0 Flitscompensatie Scherpstellingsfunctie Scherpstelgebied Lach-/Gezichtsherk.
LPF-effect/Notificatie omschakelen van laagdoorlaatfiltereffect +3 +3 +3 Creatieve stijl/contrast, verzadiging, scherpte Foto-effect Gevoeligheidsindicator lachdetectie Copyright-informatie bestaat voor beeld Reliëf 3. AF-vergrendeling Gidsweergave voor AF-vergrendeling Bracketindicator Belichtingscompensatie/Gemeten-handmatig STBY Standby voor het opnemen van bewegende beelden REC 0:12 Opnameduur van de bewegende beelden (m:s) Scherpstellen 1/250 Sluitertijd F3.
ISO-gevoeligheid AE-vergrendeling Sluitertijdbalk Diafragma-indicatie Histogram Digitale niveaumeter Geluidsniveau OFF DRO/Auto HDR/Waarschuwing Auto HDR-beeld Foto-effectfout 2015-1-1 10:37AM Opnamedatum 3/7 Bestandsnummer/Aantal beelden in de weergavefunctie Spot-lichtmeetveld C:32:00 Zelfdiagnosefunctie Intelligente teleconverter Macrofunctie [7] Hoe te gebruiken Vóór gebruik Pictogrammen en indicators Lijst met bereikzoekerframes
Het bereikzoekerframe verandert als volgt, afhankelijk van de opnamefunctie. Bij gebruik van de functie contrast AF of fasedetectie AF Bij gebruik van de functie fasedetectie AF Wanneer [Scherpstelgebied] is ingesteld op [Breed], en als u richt op een bewegend onderwerp, kan het scherpstellingsbereikzoekerframe worden afgebeeld zoals hierboven aangegeven. Wanneer automatisch wordt scherpgesteld op basis van het hele bereik van de monitor.
Als u een zoomfunctie gebruikt, is de instelling [Scherpstelgebied] uitgeschakeld en wordt het kader rond het scherpstelgebied afgebeeld met een stippellijn. De AF werkt met voorrang in en om het centrale gebied. [8] Hoe te gebruiken Vóór gebruik De riem gebruiken De schouderriem gebruiken Bevestig de schouderriem om te voorkomen dat het apparaat valt en beschadigd raakt. 1. Bevestig beide uiteinden van de riem.
te verschuiven voordat u de oogkap voor oculair bevestigt. 1. Verschuif de FINDER (zoeker-omhoog)-knop omlaag om de zoeker omhoog te laten springen. 2. Verzeker u ervan dat het uiteinde van de schroef van de oogkap voor oculair (A) niet uit het frame steekt. Als de schroef uit het frame steekt, draait u de schroef los. 3. Terwijl u het oculair tussen uw vingers houdt, steekt u de oogkap voor oculair in het oculair. Steek de oogkap voor oculair erin tot deze erin klikt. 4.
[10] Hoe te gebruiken Vóór gebruik De zoeker instellen De zoeker afstellen (diopterinstelling) Stel het diopter in op uw gezichtsvermogen totdat het beeld in de zoeker scherp te zien is. 1. Verschuif de zoeker-omhoogknop (A) omlaag om de zoeker omhoog te laten springen. 2. Schuif de diopterinstelschuif. Hint De zoeker opbergen Duw de zoeker omlaag. Opmerking Wees voorzichtig dat u niet de zoeker omlaag duwt terwijl deze omhoog komt. Draag de camera niet aan de zoeker.
De [Helpfunct. in camera] beeldt beschrijvingen af van MENU-onderdelen, Fn (Functie)knop en instellingen, en als een functie niet kan worden ingesteld geeft het de reden daarvan aan. 1. Druk op de MENU-knop of Fn-knop. 2. Selecteer het gewenste MENU-onderdeel met behulp van boven-/onder-/linker/rechterkant van het besturingswiel. 3. Druk op de knop waaraan de functie [Helpfunct. in camera] is toegewezen. De bedieningsgids voor het MENU-onderdeel dat u in stap 2 hebt geselecteerd, wordt afgebeeld.
2. Schuif het bovendeksel van de acculader dicht. 3. Sluit de acculader met behulp van de micro-USB-kabel (bijgeleverd) aan op de netspanningsadapter (bijgeleverd), en sluit de netspanningsadapter aan op een stopcontact. U kunt ook de accu opladen met behulp van een computer door de acculader aan te sluiten op een USB-aansluiting van een computer die is aangesloten op een stroomvoorziening. Het CHARGE-lampje (B) brandt oranje nadat het opladen is begonnen.
De accu in de camera plaatsen De accu in de camera plaatsen 1. Open het accudeksel. 2. Gebruik de punt van de accu om tegen de vergrendelingshendel (A) te duwen en steek de accu er helemaal in tot deze wordt vergrendeld. 3. Sluit het deksel.
Het is belangrijk dat u de accu oplaadt voordat u de camera voor het eerst gaat gebruiken. De opgeladen accu verliest steeds wat lading, ook als u de accu niet gebruikt. Om geen opnamekans te missen, laadt u de accu op voordat u opneemt. 1. Zet het apparaat uit. 2. Sluit de camera met daarin de accu met behulp van de micro-USB-kabel (bijgeleverd) aan op de netspanningsadapter (bijgeleverd), en sluit de netspanningsadapter aan op een stopcontact.
aangesloten op het stopcontact, betekent dit dat het opladen tijdelijk is onderbroken omdat de temperatuur buiten het aanbevolen bereik ligt. Wanneer de temperatuur weer binnen het geschikte bereik komt, wordt het opladen hervat. Het wordt aanbevolen de accu op te laden bij een omgevingstemperatuur van 10 °C tot en met 30 °C. Sluit de netspanningsadapter aan op het dichtstbijzijnde stopcontact.
Schakel de computer niet uit of in, herstart de computer niet en wek de computer niet uit de slaapstand nadat de USB-verbinding tot stand is gekomen tussen de camera en de computer. Als u dit toch doet, kan een storing worden veroorzaakt. Voordat u de computer aan-/uitzet of herstart, of de computer wekt uit de slaapstand, verbreekt u de verbinding tussen de camera en de computer. Een goede werking kan niet worden gegarandeerd met alle typen computers.
De accu wordt gebruikt bij een omgevingstemperatuur van 25 °C. Een Sony Memory Stick PRO Duo (Mark2) (los verkrijgbaar) gebruiken [Helderheid zoeker]: [Handmatig][±0] [Monitor-helderheid]: [Handmatig][±0] [Weergavekwaliteit]: [Standaard] Het aantal van "Opnemen (stilstaande beelden)" is gebaseerd op de CIPA-norm, en geldt bij opnemen onder de volgende omstandigheden (CIPA: Camera & Imaging Products Association): DISP: [Alle info weerg.
Verwijder de accu niet terwijl het apparaat van voeding wordt voorzien vanuit een stopcontact. Als u de accu verwijdert, wordt de camera uitgeschakeld. Verwijder de accu niet terwijl het toegangslampje brandt. De gegevens op de geheugenkaart kunnen worden beschadigd. Zo lang de camera is ingeschakeld, wordt de accu niet opgeladen, ook niet wanneer de camera is aangesloten op de netspanningsadapter.
verkrijgbaar) De geheugenkaart plaatsen De geheugenkaart plaatsen 1. Open het deksel van de geheugenkaartgleuf. 2. Steek de geheugenkaart in de gleuf. Zorg ervoor dat de afgeschuinde hoek in de juiste richting wijst. Met de afgeschuinde hoek in de afgebeelde richting, steekt u de geheugenkaart in de gleuf tot hij op zijn plaats vastklikt. 3. Sluit het deksel van de geheugenkaartgleuf.
u de kaart met behulp van het apparaat te formatteren voor stabiele prestaties van de geheugenkaart. [20] Hoe te gebruiken verkrijgbaar) De camera voorbereiden Een geheugenkaart plaatsen (los De geheugenkaart verwijderen De geheugenkaart eruit halen 1. Open het deksel van de geheugenkaartgleuf. 2. Controleer dat de toegangslamp (A) niet brandt. 3. Duw de geheugenkaart eenmaal erin om hem te verwijderen. 4. Sluit het deksel van de geheugenkaartgleuf.
[21] Hoe te gebruiken verkrijgbaar) De camera voorbereiden Een geheugenkaart plaatsen (los Bruikbare geheugenkaarten U kunt de volgende geheugenkaarten in deze camera gebruiken. Voor bewegende beelden, raadpleegt u "Geheugenkaarten die kunnen worden gebruikt voor het opnemen van bewegende beelden" op deze pagina.
SD-geheugenkaart / microSD-geheugenkaart (SD-snelheidsklasse 4 of sneller, of UHSsnelheidsklasse U1 of sneller) SDHC-geheugenkaart / microSDHC-geheugenkaart (SD-snelheidsklasse 4 of sneller, of UHS-snelheidsklasse U1 of sneller) SDXC-geheugenkaart / microSDXC-geheugenkaart (SD-snelheidsklasse 4 of sneller, of UHS-snelheidsklasse U1 of sneller) Opmerking Een juiste werking kan niet van alle geheugenkaarten worden gegarandeerd.
door het besturingswiel te draaien, en druk daarna op in het midden. 6. Stel [Zomertijd], [Datum/Tijd], en [Datumindeling] in met behulp van de boven-/onder/linker-/rechterkant en druk daarna op in het midden. Middernacht wordt aangeduid als 12:00 AM en 12 uur 's middags als 12:00 PM. 7. Herhaal de stappen 5 en 6 om andere items in te stellen, en selecteer daarna [Enter] en druk op in het midden. Om de instelprocedure voor de datum en tijd te annuleren, drukt u op de MENUknop.
[24] Hoe te gebruiken controleren De bedieningsmethode controleren De bedieningsmethode De besturingsknop gebruiken Door de besturingsknop (A) te draaien kunt u onmiddellijk de instellingen voor diverse opnamefuncties naar wens veranderen. Pictogrammen en functienamen worden als volgt op het scherm aangegeven. Bijv.
2. Selecteer het gewenste MENU-onderdeel met behulp van de boven-/onder-/rechter/linkerkant van het besturingswiel of door het besturingswiel te draaien en druk daarna op in het midden van het besturingswiel. De weergave kan van stap 1 rechtstreeks veranderen naar stap 3 afhankelijk van de instelling van [Tegelmenu]. 3.
controleren De Fn (Functie)-knop gebruiken U kunt veelgebruikte functies registreren onder de Fn (Functie)-knop en deze oproepen tijdens het opnemen. U kunt maximaal 12 veelgebruikte functies registreren onder de Fn (Functie)-knop. 1. Druk op de DISP-knop, en druk daarna op de Fn (Functie)-knop in een andere schermfunctie dan [Voor zoeker]. 2. Selecteer een functie die moet worden geregistreerd door op de boven-/onder-/rechter/linkerkant van het besturingswiel te drukken. 3.
besturingswiel. Het specifieke scherm voor de functie wordt afgebeeld. Volg de bedieningsgids (A) om de instellingen te maken. [27] Hoe te gebruiken controleren De bedieningsmethode controleren De bedieningsmethode "Quick Navi" gebruiken Als de zoeker wordt gebruikt, kunt u de instellingen rechtstreeks veranderen met behulp van het Quick Navi-scherm. De afgebeelde inhoud en de positie ervan dienen slechts als richtlijn en kunnen verschillen van de daadwerkelijke weergave. 1. MENU→ [Enter].
4. Selecteer een gewenste functie door op de boven-/onder-/rechter-/linkerkant van het besturingswiel te drukken. 5. Draai het besturingswiel om de gewenste instelling te selecteren. Sommige instelwaarden kunnen worden fijngeregeld door de besturingsknop te draaien. Instellingen maken op het specifieke scherm. Selecteer de gewenste functie in stap 4 en druk daarna op in het midden van het besturingswiel. Het specifieke scherm voor de functie wordt afgebeeld.
1. Stel de opnamefunctie in op (Automatisch. modus). 2. Stel de hoek van de monitor in en houd de camera vast.Of kijk door de zoeker en houd camera vast. 3. Druk de ontspanknop tot halverwege in om scherp te stellen. Als het beeld scherpgesteld is, wordt de indicator ( of ) afgebeeld. De kortst mogelijke opnameafstand is ongeveer 30 cm vanaf de beeldsensor. 4. Druk de ontspanknop helemaal in. Scherpstellingsindicator brandt: Het beeld is scherpgesteld. knippert: Het scherpstellen is mislukt.
Het is donker en het onderwerp is ver weg. Het contrast van het onderwerp is slecht. Het onderwerp is zichtbaar door glas heen. Het onderwerp beweegt snel. Bij reflecterend licht of glimmende oppervlakken. Er is een knipperend licht. Het onderwerp wordt van achteren belicht. Continu herhalend patroon, zoals de gevel van een kantoorgebouw. De onderwerpen in het scherpstelgebied hebben verschillende scherpstellingsafstanden.
Hint U kunt de functie opnemen van bewegende beelden starten/stoppen toewijzen aan een gewenste knop. MENU→ (Eigen instellingen) → [Eigen toets(opname)] → wijs de functie toe aan de gewenste knop. Als u het gebied waarop moet worden scherpgesteld wilt opgeven, stelt u het gebied in met behulp van [Scherpstelgebied].
(Automatisch. modus): Hiermee kunt u stilstaande beelden opnemen van elk onderwerp onder alle omstandigheden met goede resultaten door de waarden in te stellen die door het product geschikt worden geacht. (Autom. programma): Hiermee kunt u opnemen met automatisch ingestelde belichting (zowel de sluitertijd als de diafragmawaarde (F-getal)). U kunt ook de diverse instellingen kiezen op het menu.
afgebeeld op het scherm. 4. Stel scherp en fotografeer het onderwerp. Opmerking Het apparaat zal de scène niet herkennen wanneer u beelden opneemt met zoomfuncties. Het apparaat herkent de scène mogelijk niet goed onder bepaalde opnameomstandigheden. [32] Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren Superieur automat. De camera neemt op met automatische scèneherkenning. Deze functie neemt heldere beelden op van donkere scènes of scènes met tegenlicht.
4. Stel scherp en fotografeer het onderwerp. Opmerking Wanneer het apparaat wordt gebruikt om samengestelde beelden te maken, duurt het opnameproces langer dan normaal. Het apparaat zal de scène niet herkennen wanneer u zoomfuncties gebruikt. Het apparaat herkent een scène mogelijk niet goed onder bepaalde opnameomstandigheden. Als [ Kwaliteit] is ingesteld op [RAW] of [RAW en JPEG], kan het apparaat geen samengesteld beeld maken.
Wanneer het apparaat bepaalde omstandigheden herkent, worden de volgende pictogrammen afgebeeld op de tweede regel: (Statief) (Bewegen) (Bewegen (Helder)) (Bewegen (Donker)) Opmerking Als [Lach-/Gezichtsherk.] is ingesteld op [Uit], worden de scènes [Portretopname], [Portret m. tegenlicht], [Nachtportret] en [Kind] niet herkend.
automatisch ingesteld, en kunt u de instellingen niet zelf veranderen. [35] Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren Autom. programma Stelt u in staat op te nemen met automatisch ingestelde belichting (zowel de sluitertijd als de diafragmawaarde). U kunt opnamefuncties instellen, zoals [ISO]. 1. Zet de functiekeuzeknop in de stand P (Autom. programma). 2. U kunt de opnamefuncties instellen op de gewenste instellingen. 3. Stel scherp en fotografeer het onderwerp.
1. Zet de functiekeuzeknop in de stand (Panorama d. beweg.). 2. Richt de camera op het onderwerp. 3. Terwijl de ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden, richt u de camera naar één uiteinde van de panoramacompositie. (A) Dit gedeelte wordt niet opgenomen. 4. Druk de ontspanknop helemaal in. 5. Pan de camera naar het einde van de overzichtsbalk in de richting van de pijl op de monitor.
Als [Breed] is geselecteerd voor [Panorama: formaat], wordt mogelijk niet de volledige hoek van het panoramabeeld binnen de gegeven tijdsduur gepand. Als dit gebeurt, neemt u opnieuw op nadat [Panorama: formaat] is ingesteld op [Standaard]. Aangezien meerdere beelden aan elkaar worden geplakt, verloopt in sommige gevallen de overgang mogelijk niet soepel. De beelden kunnen wazig zijn in donkere scènes.
Portret: Neemt het onderwerp scherp op tegen een onscherpe achtergrond. Benadrukt de zachte huidtinten. Sportactie: Legt een bewegend onderwerp vast met een snelle sluitertijd zodat het lijkt of het onderwerp stilstaat. Het apparaat neemt continu beelden op zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt. Landschap: Neemt het hele landschap scherp op met levendige kleuren. Zonsondergang: Maakt een prachtige opname van het rood van de zonsondergang.
onderwerpbeweging, camerabeweging en ruis te verminderen. Nachtportret: Neemt nachtscèneportretten op met de flitser. Antibewegingswaas: Maakt het mogelijk om binnenshuis op te nemen zonder de flitser te gebruiken en vermindert onderwerpbeweging. Het apparaat neemt burst-beelden op en combineert deze om een beeld te creëren, waarbij de onderwerpbeweging en ruis worden verminderd.
Om de scène te veranderen, draait u de besturingsknop op het opnamescherm en selecteert u een nieuwe scène. [38] Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren Sluitertijdvoorkeuze U kunt de beweging van een bewegend onderwerp op diverse manieren tot uitdrukking brengen door de sluitertijd aan te passen, bijvoorbeeld door de beweging te bevriezen met een korte sluitertijd, of door een naspoor van het onderwerp te veroorzaken met een lange sluitertijd.
Diafragmavoorkeuze U kunt opnemen door het diafragma in te stellen en het scherpstelbereik te veranderen, of door de achtergrond onscherp te maken.De diafragmawaarde kan worden veranderd tijdens het opnemen van bewegende beelden. 1. Zet de functiekeuzeknop in de stand A (Diafragmavoorkeuze). 2. Selecteer de gewenste waarde door de diafragmaring te draaien. Kleinere F-waarde: Het onderwerp is scherpgesteld, maar voorwerpen voor en achter het onderwerp zijn wazig.
1. Zet de functiekeuzeknop in de stand M (Handm. belichting). 2. Selecteer de gewenste diafragmawaarde door de diafragmaring te draaien. Selecteer de gewenste sluitertijd door de besturingsknop te draaien. Als [ISO] is ingesteld op iets anders dan [ISO AUTO], gebruikt u MM (gemeten handmatig) om de belichtingswaarde te controleren. Naar +: Beelden worden helderder. Naar -: Beelden worden donkerder. 0: Juiste belichting geanalyseerd door het apparaat. 3. Stel scherp en fotografeer het onderwerp.
4. Druk de ontspanknop tot halverwege in om scherp te stellen. 5. Houd de ontspanknop ingedrukt zo lang de opname duurt. Zo lang u de ontspankop ingedrukt houdt, blijft de sluiter geopend. Opmerking Omdat een lange sluitertijd wordt gebruikt en het moeilijker wordt de camera stil te houden, kunt u het beste een statief gebruiken. Hoe langer de belichtingstijd hoe meer ruis zichtbaar zal zijn in het beeld.
Opmerking Registreer opname-instellingen van tevoren met [Geheugen]. Als u [Geheug.nr. oproep.] instelt na het voltooien van de opname-instellingen, krijgen de geregistreerde instellingen voorrang en kunnen de oorspronkelijke instellingen ongeldig worden. Controleer de indicators op het scherm voordat u opneemt. [43] Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren Film U kunt de sluitertijd of diafragmawaarde instellen op uw gewenste instellingen voor het opnemen van bewegende beelden.
Zoom Dit apparaat is niet uitgerust met een zoomlens, maar een zoomfunctie is beschikbaar. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Zoom] → druk op de linker-/rechterkant van het besturingswiel of draai het besturingswiel om de zoomvergroting in te stellen. Hint Wanneer [Zoom-instelling] is ingesteld op iets anders dan [Enkel smartzoom], kunt u het zoombereik van de slimme zoom overschrijden bij het zoomen van beelden.
[ Opname-instell.] is ingesteld op [120p]/[100p]. U kunt de slimme-zoomfunctie niet gebruiken met bewegende beelden. Wanneer u de zoomfuncties gebruikt, ligt [Lichtmeetfunctie] vast op [Multi]. Tijdens het gebruik van een zoomfunctie zijn de volgende functies niet beschikbaar. [Lach-/Gezichtsherk.] AF-vergrendeling [ Autom. kadreren] Om de zoomfunctie te gebruiken bij bewegende beelden, wijst u [Zoom] toe aan de gewenste knop met [Eigen toets(opname)].
De zoomvergroting verandert volgens het geselecteerde beeldformaat Als [ Beeldverhouding] is ingesteld op [3:2] [Zoom-instelling]: [Enkel smartzoom] [ Beeldformaat]: L -, M 1,5×, S 2× [Zoom-instelling]: [Aan:HelderBldZoom] [ Beeldformaat]: L 2×, M 3,1×, S 4× [Zoom-instelling]: [Aan:Digitale zoom] [ Beeldformaat]: L 4×, M 6,2×, S 8× [48] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken De zoom gebruiken Intell.
2. Druk de ontspanknop helemaal in. Opmerking U kunt de flitser niet gebruiken wanneer u bewegende beelden opneemt. Tijdens het opladen van de flitser knippert . Nadat het opladen klaar is, blijft het flitserpictogram branden. Schakel eerst het apparaat uit voordat u een accessoire, zoals een flitser, bevestigt aan of verwijdert vanaf de Multi-interfaceschoen. Wanneer u een accessoire bevestigt, steekt u hem helemaal op de Multi-interfaceschoen en schroeft u hem stevig vast.
[51] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken De flitser gebruiken Flitsfunctie U kunt de flitsfunctie instellen. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Flitsfunctie] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Flitser uit: De flitser werkt niet. Automatisch flitsen: De flitser gaat af in donkere omgevingen of bij het opnemen met sterk tegenlicht. Invulflits: Elke keer als u op de ontspanknop drukt, gaat de flitser af. Langz.flitssync.: Elke keer als u op de ontspanknop drukt, gaat de flitser af.
Flitscompensatie Past de hoeveelheid flitslicht aan binnen een bereik van –3,0 EV tot +3,0 EV. Flitscompensatie verandert alleen de hoeveelheid flitslicht. Belichtingscompensatie verandert de hoeveelheid flitslicht in combinatie met de verandering van de sluitertijd en het diafragma. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Flitscompensatie] → gewenste instelling. Door hogere waarden (+ kant) te selecteren, wordt het flitsniveau hoger, en door lagere waarden (– kant) te selecteren, wordt het flitsniveau lager.
Alle info weerg.
* [Voor zoeker] wordt alleen op het scherm afgebeeld. Sommige schermweergavefuncties zijn niet beschikbaar in de standaardinstellingen. Om de schermweergavefuncties te veranderen, drukt u op MENU → (Eigen instellingen) → [DISP-knop] en verandert u de instelling. Opmerking Histogram wordt niet afgebeeld tijdens het opnemen van panoramabeelden. In de functie voor bewegende beelden kan [Voor zoeker] niet worden afgebeeld. Hint U kunt verschillende instellingen selecteren voor de zoeker en de monitor.
Wanneer u in de zoeker kijkt Als [FINDER/MONITOR] is ingesteld op [Automatisch] of [Zoeker(handmatig)], wordt het beeld alleen weergegeven in de zoeker. Wanneer u niet in de zoeker kijkt Als [FINDER/MONITOR] is ingesteld op [Automatisch] of [Monitor(handmatig)], wordt het beeld alleen weergegeven op het scherm. Als [FINDER/MONITOR] is ingesteld op [Zoeker(handmatig)], wordt het beeld alleen weergegeven in de zoeker.
[55] Hoe te gebruiken selecteren De opnamefuncties gebruiken Een schermweergavefunctie DISP-knop (Zoeker) Stelt u in staat de schermweegavefuncties in te stellen die in de opnamefunctie kunnen worden geselecteerd voor de zoeker met (Weergave-instelling). 1. MENU → (Eigen instellingen) → [DISP-knop] → [Zoeker] → gewenste instelling → [Enter]. De onderdelen gemarkeerd met zijn beschikbaar. Menu-onderdelen Graf. weerg.: Beeldt basisinformatie af over opnemen.
Menu-onderdelen Graf. weerg.: Beeldt basisinformatie af over opnemen. De sluitertijd en diafragmawaarde worden grafisch afgebeeld. Alle info weerg.: Beeldt opname-informatie af. Geen info: Beeldt geen opname-informatie af. Histogram: Toont een grafische weergave van de luminantieverdeling. Niveau: Geeft aan of het apparaat horizontaal staat, zowel in de richting links-rechts als in de richting voor-achter. Wanneer het apparaat in beide richtingen horizontaal staat, wordt de indicator groen.
Beeldformaat wanneer [ Beeldverhouding] 4:3 is L: 38M 7072×5304 pixels M: 16M 4592×3448 pixels S: 9.4M 3536×2656 pixels Beeldformaat wanneer [ Beeldverhouding] 16:9 is L: 36M 7952×4472 pixels M: 15M 5168×2912 pixels S: 8.9M 3984×2240 pixels Beeldformaat wanneer [ Beeldverhouding] 1:1 is L: 28M 5296×5296 pixels M: 12M 3440×3440 pixels S: 7.1M 2656×2656 pixels Opmerking Als [ Kwaliteit] is ingesteld op [RAW] of [RAW en JPEG], komt het beeldformaat van RAW-beelden overeen met [L].
4:3: Voor opnemen in een formaat dat geschikt is voor weergave op een computer. 16:9: Voor weergeven op een high-definition-tv. 1:1: Voor het opnemen van composities als een middenformaatcamera. [59] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken stilstaande beelden selecteren Het formaat/de kwaliteit van Kwaliteit (stilstaand beeld) Selecteert het compressieformaat van stilstaande beelden. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [ Kwaliteit] → gewenste instelling.
de compressieverhouding van [Standaard] hoger is dan die van [Fijn], is de bestandsgrootte van [Standaard] kleiner dan die van [Fijn]. Hiermee kunnen meer bestanden worden opgenomen op 1 geheugenkaart, maar de kwaliteit is lager. Over RAW-beelden Om een RAW-beeldbestand te openen dat op deze camera is opgenomen, is het softwareprogramma Image Data Converter noodzakelijk.
Als [Ongecomprimeerd] is geselecteerd voor [ RAW-best.type], verandert het pictogram op het scherm naar . wordt ook afgebeeld terwijl een beeld dat is opgenomen in ongecomprimeerd RAW-formaat wordt weergegeven. [61] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken stilstaande beelden selecteren Het formaat/de kwaliteit van Panorama: formaat Stelt het beeldformaat in voor het opnemen van panoramabeelden. Het beeldformaat varieert afhankelijk van de instelling [Panorama: richting]. 1.
Naar boven: Pan de camera van onder naar boven. Naar beneden: Pan de camera van boven naar onder. [63] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen De scherpstellingsmethode veranderen met behulp van de scherpstellingsfunctieknop U kunt de scherpstellingsmethode selecteren die geschikt is voor de beweging van het onderwerp. 1. Draai de scherpstellingsfunctieknop (A) om de gewenste scherpstellingsmethode te selecteren.
op het beeld. Veeg de lens schoon met een zachte doek of iets dergelijks. Als u de scherpstellingsmethode verandert, wordt de ingestelde scherpstellingsafstand gewist. Als [Scherpstelfunctie] is ingesteld op [Continue AF], wordt de pieptoon niet voortgebracht nadat is scherpgesteld. Hint Als u niet kunt scherpstellen op het beoogde onderwerp met behulp van de automatische scherpstelling, selecteert u MF of DMF, en neemt u vervolgens opnieuw op.
besturingswiel. U kunt het gebied waarin het volgen begint verplaatsen naar een gewenste punt door het gebied aan te wijzen als het flexibele punt of uitgebreide flexibele punt. Opmerking Wanneer de functiekeuzeknop in de stand (Film) staat en tijdens het opnemen van bewegende beelden, kunt u [AF-vergrendeling] niet selecteren voor [Scherpstelgebied]. U kunt [AF-vergrendeling] alleen selecteren wanneer de scherpstellingsfunctie is ingesteld op [Continue AF].
weer terugkomt op de monitor en hervat hij het volgen. 3. Druk de ontspanknop helemaal in om het beeld op te nemen. Opmerking [Centr. AF-vergrend.] werkt mogelijk niet erg goed in de volgende situaties: Het onderwerp beweegt te snel. Het onderwerp is te klein of te groot. Er is weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond. Het is donker. Het omgevingslicht verandert. AF-vergrendeling werkt niet in de volgende situaties: In de functie [Panorama d. beweg.
3. Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt en plaats het onderwerp terug op de oorspronkelijke plaats om het beeld opnieuw samen te stellen. 4. Druk de ontspanknop helemaal in om het beeld op te nemen. [68] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen H. scherpst. Als het moeilijk is goed scherp te stellen in de automatische scherpstellingsfunctie, kunt u de scherpstelling handmatig uitvoeren.Deze instelling is van toepassing op zowel stilstaande beelden als bewegende beelden. 1.
Directe handmatige scherpstelling (DMF) U kunt fijnregelen nadat de scherpstelling is vergrendeld. U kunt snel scherpstellen op een onderwerp in plaats van handmatig scherp te stellen vanaf het begin. Dit is handig in gevallen zoals macro-opname. 1. Selecteer DMF door de scherpstellingsfunctieknop te draaien. 2. Druk de ontspanknop tot halverwege in om automatisch scherp te stellen. 3. Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt en draai de scherpstelring om een betere scherpstelling te krijgen.
Opmerking U kunt [ MF Assist] niet gebruiken tijdens het opnemen van bewegende beelden. Hint U kunt instellen hoe lang het beeld vergroot moet worden weergegeven door MENU → (Eigen instellingen) → [Schrpstelvergrot.tijd] te selecteren. [71] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Scherpst. vergroten U kunt de scherpstelling controleren door het beeld te vergroten voordat u opneemt. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Scherpst. vergroten]. 2.
Schrpstelvergrot.tijd Stel in hoe lang een beeld moet worden vergroot bij gebruik van de functie [ of [Scherpst. vergroten]. 1. MENU → MF Assist] (Eigen instellingen) → [Schrpstelvergrot.tijd] → gewenste instelling. Menu-onderdelen 2 sec.: Vergroot de beelden gedurende 2 seconden. 5 sec.: Vergroot de beelden gedurende 5 seconden. Geen beperk.: Vergroot de beelden tot u op de ontspanknop drukt.
Opmerking Aangezien het apparaat oordeelt dat scherpe delen scherpgesteld zijn, verschilt het effect van de reliëffunctie afhankelijk van het onderwerp en de opnameomstandigheden. De contouren van scherpgestelde bereiken worden niet benadrukt wanneer het apparaat is aangesloten met behulp van een HDMI-kabel.
[76] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen AF/MF-regeling U kunt de scherpstellingsfunctie tijdens het opnemen eenvoudig omschakelen van automatisch naar handmatig en terug zonder de positie van uw handen te veranderen.Deze instelling is van toepassing op zowel stilstaande beelden als bewegende beelden. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toets(opname)] → knop waaraan wordt toegewezen → [AF/MF-reg. vergr.] of [AF/MF-reg. wissel.]. Menu-onderdelen AF/MF-reg. vergr.
Uit: Maakt geen gebruik van het AF-hulplicht. Opmerking U kunt [ AF-hulplicht] niet gebruiken in de volgende situaties: Tijdens het opnemen van bewegende beelden In de functie [Panorama d. beweg.] Als [Scherpstelfunctie] is ingesteld op [Continue AF]. Als [Scènekeuze] is ingesteld op de volgende functies: [Landschap] [Sportactie] [Nachtscène] Het AF-hulplicht zendt zeer helder licht uit. Ondanks dat er geen gezondheidsrisico’s bestaan, mag u niet van dichtbij rechtstreeks in het AF-hulplicht kijken.
AF op de ogen De camera stelt scherp op de ogen van het onderwerp terwijl u de knop ingedrukt houdt. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toets(opname)] → wijs de functie [AF op de ogen] toe aan de gewenste knop. 2. Richt de camera op iemands gezicht en druk op de knop waaraan u de functie [AF op de ogen] hebt toegewezen. 3. Druk op de ontspanknop terwijl u de knop ingedrukt houdt. Hint Wanneer de camera scherpstelt op de ogen, wordt een detectiekader afgebeeld rondom de ogen.
Stelt in of het fasedetectie-AF-gebied moet worden afgebeeld of niet. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Fasedetectiegebied] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan: Beeldt het fasedetectie-AF-gebied af. Uit: Beeldt het fasedetectie-AF-gebied niet af. Opmerking Als de F-waarde F9.0 of hoger is, kan fasedetectie-AF niet worden gebruikt. Alleen contrast AF is beschikbaar. Tijdens het opnemen van bewegende beelden, wordt het fasedetectie AF-gebied niet afgebeeld.
[82] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Voork.-inst. in AF-S Stelt in of de sluiter zelfs moet worden ontspannen als het onderwerp niet scherpgesteld is wanneer [Scherpstelfunctie] is ingesteld op [Enkelvoudige AF] of [D. handm. sch.] en het onderwerp stilstaat. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Voork.-inst. in AF-S] → gewenste instelling. Menu-onderdelen AF: Geeft voorrang aan het scherpstellen. De sluiter zal niet worden ontspannen totdat het onderwerp is scherpgesteld.
Gebalanc. Nadruk: Neemt op met een gebalanceerde nadruk op zowel scherpstellen als ontspannen van de sluiter. [84] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Belichting instellen Belicht.comp. U kunt de belichting instellen onder MENU wanneer de belichtingscompensatieknop is ingesteld op "0".Uitgaande van de belichtingswaarde die is ingesteld door de automatische belichtingsfunctie, kunt u het gehele beeld helderder of donkerder maken als u [Belicht.comp.
[85] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Belichting instellen Belichtingscompensatieknop Uitgaande van de belichtingswaarde die is ingesteld door de automatische belichtingsfunctie, kunt u het gehele beeld helderder of donkerder maken als u [Belicht.comp.] verandert naar de pluskant respectievelijk de minkant (belichtingscompensatie). Normaal gesproken wordt de belichting automatisch ingesteld (automatische belichting). 1. Draai de belichtingscompensatieknop.
Multi: Na opdeling van het totale scherm in meerdere gebieden wordt het licht op elk gebied gemeten, en zo wordt de juiste belichting van het hele scherm bepaald (Multipatroonmeting). Midden: Meet de gemiddelde helderheid van het hele scherm, terwijl de nadruk ligt op het middengedeelte van het scherm (Middengewogen meting). Spot: Meet alleen het middengedeelte (Spotmeting).
De belichting is vergrendeld en (AE-vergrendeling) brandt. 3. Houd de AEL-knop ingedrukt, stel opnieuw scherp op het onderwerp en maak de opname. Houd de AEL-knop ingedrukt terwijl u een opname maakt als u door wilt gaan met opnemen met de vaste belichting. Laat de knop los om de belichting opnieuw te stellen. Hint Als u de functie [AEL-wisselen] selecteert in (Eigen instellingen) → [Eigen toets(opname)], kunt u de belichting vergrendelen zonder de AEL-knop ingedrukt te houden.
Vergrendelt de belichting niet wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt. Gebruik deze functie wanneer u de scherpstelling en belichting afzonderlijk wilt instellen. Het apparaat blijft de belichting instellen tijdens het opnemen in de functie [Continue opname] of [Cont. m. snelh.vk.]. Opmerking Een bediening met de AEL-knop heeft voorrang boven de instellingen van [ sluiter]. [89] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken AEL met Belichting instellen Bel.comp.inst.
Uit: Beeldt het zebrapatroon niet af. 70/75/80/85/90/95/100/100+: Stelt het helderheidsniveau in. Opmerking Het zebrapatroon wordt niet afgebeeld tijdens een HDMI-verbinding. [91] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Belichting instellen Belichtingsinst.gids U kunt instellen of een gids wordt afgebeeld wanneer u de belichting instelt. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Belichtingsinst.gids] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Uit: Beeldt de gids niet af. Aan: Beeldt de gids af.
1. MENU → (Eigen instellingen) → [EV-comp. resetten] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Handhaven: Behoudt de instellingen van [Eigen instellingen]. Resetten: Stelt de instellingen van [Belicht.comp.] terug op "0". [93] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Een transportfunctie selecteren Transportfunctie U kunt de transportfunctie instellen, zoals ononderbroken opnamen of zelfontspanneropnamen. 1.
geselecteerde instellingen voor witbalans, kleurtemperatuur en kleurfilter. Bracket DRO: Neemt in totaal drie beelden op, elk met een verschillend niveau van dynamischbereikoptimalisatie. LPF-bracket: Neemt in totaal drie beelden op met [LPF-effect] ingesteld op [Standaard], [Hoog], en [Uit] voor één beeld elk. Opmerking Wanneer de opnamefunctie is ingesteld op [Scènekeuze] en [Sportactie] is geselecteerd, kan [Enkele opname] niet worden uitgevoerd.
(Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Cont. m. snelh.vk. Het apparaat blijft opnemen zo lang de ontspanknop ingedrukt wordt gehouden. U kunt continu opnemen op een snelheid hoger dan die van [Continue opname]. 1. MENU→ (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Cont. m. snelh.vk.]. Opmerking Tussen continu opnemen van frames, wordt onmiddellijk een beeld van elk frame weergegeven. Ononderbroken opnemen is niet beschikbaar in de volgende situaties: De opnamefunctie werd ingesteld op [Panorama d.
1. MENU → (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Zelfontspanner]. 2. Selecteer de gewenste functie met de rechter-/linkerkant van het besturingswiel. Menu-onderdelen Zelfontspanner: 10 sec.: Stelt de zelfontspanner met een vertraging van 10 seconden in. Als u op de ontspanknop drukt, knippert het zelfontspannerlampje, klinkt een pieptoon en ontspant de sluiter na 10 seconden. Druk nogmaals op de ontspanknop als u de zelfontspanner wilt annuleren. Zelfontspanner: 5 sec.
1. MENU → (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Zelfontsp.(Cont.)]. 2. Selecteer de gewenste functie met de rechter-/linkerkant van het besturingswiel. Menu-onderdelen Zelfontsp.(Cont.): 10sec. 3beeld.: Neemt drie frames achter elkaar op 10 seconden nadat u op de ontspanknop hebt gedrukt. Als u op de ontspanknop drukt, knippert het zelfontspannerlampje, klinkt een pieptoon en ontspant de sluiter na 10 seconden. Zelfontsp.(Cont.): 10sec. 5beeld.
normale belichting, naar donkerder en vervolgens naar lichter. Houd de ontspanknop ingedrukt totdat de bracket-opname is voltooid. U kunt na het maken van de opnamen het beeld kiezen dat het beste overeenkomt met uw bedoeling. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Bracket continu]. 2. Selecteer de gewenste functie met de rechter-/linkerkant van het besturingswiel.
verschoven is met plus of min 2,0 EV. Bracket continu: 2,0EV 5 beelden: Deze instelling neemt vijf beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 2,0 EV. Bracket continu: 3,0EV 3 beelden: Deze instelling neemt drie beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 3,0 EV. Bracket continu: 3,0EV 5 beelden: Deze instelling neemt vijf beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 3,0 EV.
Bracket enkel: 0,3EV 3 beelden: Deze instelling neemt drie beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 0,3 EV. Bracket enkel: 0,3EV 5 beelden: Deze instelling neemt vijf beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 0,3 EV. Bracket enkel: 0,3EV 9 beelden: Deze instelling neemt negen beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 0,3 EV.
Deze instelling neemt vijf beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 3,0 EV. Opmerking Als [ISO AUTO] is geselecteerd in de functie [Handm. belichting], wordt de belichting verschoven door de ISO-waarde te veranderen. Als een andere instelling dan [ISO AUTO] is geselecteerd, wordt de belichting verschoven door de sluitertijd te veranderen. Als u de belichting opnieuw instelt, wordt de belichting verschoven op basis van de nieuw ingestelde belichtingswaarde.
U kunt in totaal drie beelden opnemen, elk met een verschillend niveau van dynamischbereikoptimalisatie. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Bracket DRO]. 2. Selecteer de gewenste functie met de rechter-/linkerkant van het besturingswiel. Menu-onderdelen Bracket DRO: Lo: Neemt een serie van drie beelden op met kleine verschillen in het niveau van dynamischbereikoptimalisatie.
Instellingen voor bracketopnamen U kunt de zelftimer in de bracketopnamefunctie, en de opnamevolgorde voor de exposurebracketopname en witbalans-bracketopname instellen. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → selecteer de bracketopnamefunctie. 2. MENU → (Camera- instellingen) → [Bracket-instellingen] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Zelfontsp. tdns brkt: Stelt in of de zelfontspanner wordt gebruikt tijdens de bracketopname.
3 beelden verschoven met stappen van 0,3 EV Belichtingscompensatie met stappen van ±0,0 Flitser-bracketopname 3 beelden verschoven met stappen van 0,7 EV Flitscompensatie met stappen van -1,0 Monitor (Voor zoeker) Omgevingslicht*-bracketopname 3 beelden verschoven met stappen van 0,3 EV Belichtingscompensatie met stappen van ±0,0 Flitser-bracketopname 3 beelden verschoven met stappen van 0,7 EV Flitscompensatie met stappen van -1,0 * Omgevingslicht: Een algemene term voor licht anders dan flitslicht, w
De gevoeligheid voor licht wordt uitgedrukt in de ISO-waarde (aanbevolen-belichtingsindex). Hoe hoger de waarde, hoe hoger de gevoeligheid is. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [ISO] → gewenste instelling. Menu-onderdelen NR Multi Frame: Combineert continue opnamen en maakt een beeld met minder ruis. Selecteer de gewenste ISO-waarde uit [ISO AUTO] of ISO 100 – 102400. ISO AUTO: Stelt automatisch de ISO-gevoeligheid in. ISO 50 – ISO 102400: Stelt de ISO-gevoeligheid handmatig in.
[106] Hoe te gebruiken selecteren De opnamefuncties gebruiken De ISO-gevoeligheid ISO AUTO min. sl.td. Als u [ISO AUTO] of [ISO AUTO] selecteert onder [NR Multi Frame] terwijl de opnamefunctie P (Autom. programma) of A (Diafragmavoorkeuze) is, kunt u de sluitertijd instellen waarop de ISO-gevoeligheid begint te veranderen. Deze functie is effectief voor het opnemen van bewegende onderwerpen. U kunt de kans op een wazig onderwerp minimaliseren en tegelijkertijd camerabeweging voorkomen. 1.
[107] Hoe te gebruiken selecteren De opnamefuncties gebruiken De ISO-gevoeligheid NR Multi Frame Het apparaat neemt automatisch meerdere beelden ononderbroken op, combineert ze, vermindert de ruis en slaat ze als één beeld op.Het opgenomen beeld is één gecombineerd beeld. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [ISO] → [NR Multi Frame]. 2.
2. Selecteer de gewenste instelling met de linker-/rechterkant van het besturingswiel. Menu-onderdelen Dynamische-bereikopt.: auto: Corrigeert automatisch de helderheid. Dynamische-bereikopt.: 1 ― Dynamische-bereikopt.: 5: Optimaliseert de gradatie van een opgenomen beeld voor elk gebied. Selecteer het optimalisatieniveau tussen Lv1 (zwak) en Lv5 (krachtig). Opmerking [DRO/Auto HDR] ligt vast op [Uit] wanneer de opnamefunctie is ingesteld op [Panorama d. beweg.
Menu-onderdelen Auto HDR: belichtingsver. auto: Corrigeert automatisch het belichtingsverschil. Auto HDR: belichtingsver. 1,0 EV ― Auto HDR: belichtingsver. 6,0 EV: Stelt het belichtingsverschil in op basis van het contrast van het onderwerp. Selecteer het optimale niveau tussen 1,0 EV (zwak) en 6,0 EV (sterk). Bijvoorbeeld, als u de belichtingswaarde instelt op 2,0 EV, worden drie beelden samengesteld met de volgende belichtingsniveaus: −1,0 EV, correcte belichting en +1,0 EV.
Menu-onderdelen Automatisch: Het apparaat detecteert automatisch de lichtbron en past de kleurtinten aan. Daglicht: De kleurtinten worden ingesteld op daglicht. Schaduw: De kleurtinten worden ingesteld op schaduw. Bewolkt: De kleurtemperatuur wordt ingesteld op een bewolkte dag. Gloeilamp: De kleurtemperatuur wordt ingesteld op plaatsen onder een gloeilamp of onder felle verlichting, zoals in een fotostudio. TL-licht: warm wit: De kleurtemperatuur wordt ingesteld op warme, witte fluorescerende verlichting.
Opmerking [Witbalans] ligt vast op [Automatisch] in de volgende situaties: [Slim automatisch] [Superieur automat.] [Scènekeuze] [111] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken De kleurtinten aanpassen De basiswitkleur opslaan in [Eigen instelling] In een scène waarin het omgevingslicht bestaat uit meerdere soorten lichtbronnen, adviseren wij u de eigen witbalans te gebruiken om de witte kleuren nauwkeurig te reproduceren. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Witbalans] → [Eigen instelling]. 2.
Menu-onderdelen Uit: Schakelt de functie [Foto-effect] uit. Speelgoedcamera: Creëert een zacht beeld met donkere hoeken en verminderde scherpte. Hippe kleuren: Creëert een levendig beeld door kleurtinten te accentueren. Posterisatie: Creëert een hoog contrast en een abstract beeld doordat de primaire kleuren worden geaccentueerd, of in zwart-wit. Retrofoto: Creëert het beeld van een oude foto met sepia-kleurtinten en vervaagd contrast.
Hint U kunt gedetailleerde instellingen voor de volgende [Foto-effect]-functies maken met de linker-/rechterkant van het besturingswiel. [Speelgoedcamera] [Posterisatie] [Deelkleur] [Soft focus] [HDR-schilderij] [Miniatuur] [Illustratie] Opmerking Wanneer u de zoomfunctie gebruikt, zal door het instellen van een hogere zoomvergroting [Speelgoedcamera] minder effectief zijn.
[113] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Een effectfunctie selecteren Creatieve stijl Biedt u de mogelijkheid de gewenste beeldbewerking te selecteren. U kunt de belichting (sluitertijd en diafragma) naar wens instellen met [Creatieve stijl], anders dan met [Scènekeuze] waarbij het apparaat de belichting instelt. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Creatieve stijl] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Standaard: Voor het opnemen van diverse scènes met een rijke gradatie en mooie kleuren.
Het contrast wordt verlaagd voor het reproduceren van nachtscènes. Herfstbladeren: Voor het opnemen van herfstscènes waarbij de rode en gele kleuren van de bladeren levendig worden benadrukt. Zwart-wit: Voor het opnemen van beelden in zwart-wit. Sepia: Voor het opnemen van beelden in sepia. Voorkeursinstellingen registreren (Stijlvak): Selecteer de zes stijlvakken (de vakken met de cijfers aan de linkerkant ( )) om de voorkeursinstellingen te registreren.
[114] Hoe te gebruiken opnemen De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden Formaten voor het opnemen van bewegende beelden De volgende formaten voor het opnemen van bewegende beelden zijn beschikbaar op deze camera. Wat is XAVC S? Neemt bewegende beelden op in high-definition-beeldkwaliteit door ze om te zetten in bewegende beelden in het MP4-formaat met behulp van MPEG-4 AVC/H.264 codec. MPEG-4 AVC/H.264 is in staat beelden te comprimeren met een hoge efficiëntie.
ondersteunt een hogere bitsnelheid. Audio: LPCM Om bewegende beelden op te kunnen nemen met [ Bestandsindeling] ingesteld op [XAVC S HD], is het volgende type geheugenkaart nodig: SDXC-geheugenkaart met een capaciteit van 64 GB of meer (SD-snelheidsklasse 10 ( )) UHS-I-compatibele SDXC-geheugenkaart met een capaciteit van 64 GB of meer (UHSsnelheidsklasse 1 ( ) of sneller) AVCHD: Neemt bewegende beelden van high-definition (HD)-beeldkwaliteit op in het AVCHDformaat.
Selecteert het beeldformaat, de beeldfrequentie en de beeldkwaliteit voor het opnemen van bewegende beelden. Hoe hoger de bitsnelheid, hoe hoger de beeldkwaliteit. 1. MENU → Als [ (Camera- instellingen) → [ Opname-instell.] → gewenste instelling. Bestandsindeling] is ingesteld op [XAVC S HD] Neemt bewegende beelden op in high-definition-beeldkwaliteit door ze om te zetten in het MP4-bestandsformaat met behulp van MPEG-4 AVC/H.264 codec.
120p 50M/100p 50M: Neemt op hoge snelheid bewegende beelden op in 1280 × 720 (120p/100p). Bewegende beelden kunnen worden opgenomen met 120 fps/100 fps. U kunt vloeiendere slow motion beelden krijgen als u compatibele beeldbewerkingsapparatuur gebruikt. Bitsnelheid: ong. 50 Mbps Als [ Bestandsindeling] is ingesteld op [AVCHD] 60i 24M(FX)/50i 24M(FX): Neemt bewegende beelden op in 1920 × 1080 (60i/50i). Bitsnelheid: ong. 24 Mbps (max.
Opmerking Bewegende beelden van 60p/50p kunnen alleen worden weergegeven op compatibele apparaten. Bewegende beelden die zijn opgenomen terwijl [ Opname-instell.] is ingesteld op [60p 28M(PS)]/[50p 28M(PS)]/[60i 24M(FX)]/[50i 24M(FX)]/ [24p 24M(FX)] /[25p 24M(FX)], worden door PlayMemories Home omgezet om een AVCHD-opnamedisc te maken. Deze omzetting kan lang duren. Verder kunt u geen disc maken in de oorspronkelijke beeldkwaliteit.
ingesteld op [60p]/[50p] of [120p]/[100p], [ Opname-instell.] voor bewegende beelden in het AVCHD-formaat is ingesteld op [60p]/[50p] of [ Bestandsindeling] is ingesteld op [MP4], is de functie [Dubbele video-OPN] ingesteld op [Uit].
beelden. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [ Markering-instell.] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Midden: Stelt in of de middenmarkering moet worden afgebeeld of niet in het midden van het opnamescherm. Uit / Aan Verhouding: Stelt de beeldverhouding-markeringweergave in. Uit / 4:3 / 13:9 / 14:9 / 15:9 / 1.66:1 / 1.85:1 / 2.35:1 Veilige zone: Stelt de veiligheidszoneweergave in. Dit wordt het standaardbereik dat kan worden gehaald door een televisie voor algemeen gebruik.
Aan: Gebruikt [ SteadyShot]. Uit: Gebruikt [ SteadyShot] niet. Opmerking Als u de instelling van [ [121] Hoe te gebruiken opnemen SteadyShot] verandert, zal de opnamehoek veranderen. De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden Geluid opnemen Stelt in of het geluid moet worden opgenomen tijdens het opnemen van bewegende beelden. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Geluid opnemen] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan: Neemt geluid op (stereo). Uit: Neemt geen geluid op.
Menu-onderdelen Aan: Beeldt het geluidsniveau af. Uit: Beeld het geluidsniveau niet af. Opmerking Het geluidsniveau wordt niet afgebeeld in de volgende situaties: Als [Geluid opnemen] is ingesteld op [Uit]. Als DISP (weergave-instelling) is ingesteld op [Geen info]. Stel de opnamefunctie in op bewegende beelden. U kunt het geluidsniveau vóór opname alleen zien in de bewegend-beeldopnamefunctie. [123] Hoe te gebruiken opnemen De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden Audio opnam.
Ongeacht de instelling van [Audio opnam.niveau], treedt de begrenzer altijd in werking. [Audio opnam.niveau] is alleen beschikbaar wanneer de opnamefunctie is ingesteld op bewegende beelden. De instellingen [Audio opnam.niveau] worden toegepast op zowel de interne microfoon als de (microfoon-)ingangsaansluiting. [124] Hoe te gebruiken opnemen De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden Windruis reductie Stelt in of tijdens het opnemen van bewegende beelden windgeruis wordt verminderd of niet. 1.
Aan: Gebruikt [ Aut. lang. sluit.tijd]. De sluitertijd wordt automatisch langer bij opnemen op donkere plaatsen. U kunt de ruis in de bewegende beelden verminderen door een lange sluitertijd te gebruiken tijdens het opnemen op donkere plaatsen. Uit: Gebruikt [ Aut. lang. sluit.tijd] niet. De opgenomen bewegende beelden zullen donkerder zijn dan wanneer [Aan] is geselecteerd, maar u kunt bewegende beelden opnemen met vloeiendere actie en minder onderwerpbeweging. Opmerking [ Aut. lang. sluit.
U kunt maximaal 3 veelgebruikte functies of apparaatinstellingen registreren in het apparaat. U kunt de instellingen eenvoudig oproepen met de functiekeuzeknop. 1. Stel het apparaat in op de instelling die u wilt registreren. 2. MENU → (Camera- instellingen) → [Geheugen] → gewenst nummer. Items die kunnen worden geregistreerd Opnamefunctie Sluitertijd Camera- instellingen Geregistreerde instellingen oproepen Selecteer het geheugennummer uit "1" of "2" of "3" op de functiekeuzeknop.
[129] Hoe te gebruiken voor handig gebruik De opnamefuncties gebruiken De opnamefuncties aanpassen Eigen toets(opname) / Eigen toets(WG) Door functies toe te wijzen aan diverse knoppen kunt u de bediening versnellen door op de betreffende knop te drukken wanneer het opname-informatiescherm of weergavescherm wordt afgebeeld om de toegewezen functie uit te voeren. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toets(opname)] / [Eigen toets(WG)]→ wijs een functie toe aan de gewenste knop.
De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm. [131] Hoe te gebruiken voor handig gebruik De opnamefuncties gebruiken De opnamefuncties aanpassen Werking van de AEL-knop Nadat u een functie hebt toegewezen aan de AEL-knop, kunt u die functie uitvoeren door eenvoudig op de AEL-knop te drukken wanneer het opname-informatiescherm wordt afgebeeld. 1. MENU→ instelling.
toets(opname)] ook toegewezen aan die knop in de weergavefunctie. [133] Hoe te gebruiken voor handig gebruik De opnamefuncties gebruiken De opnamefuncties aanpassen Werking van de middenknop Nadat u een functie hebt toegewezen aan de middenknop, kunt u die functie uitvoeren door eenvoudig op de middenknop te drukken wanneer het opname-informatiescherm wordt afgebeeld. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toets(opname)] → [Funct. centrale knop] → gewenste instelling.
Nadat u een functie hebt toegewezen aan de rechterknop, kunt u die functie uitvoeren door eenvoudig op de rechterknop te drukken wanneer het opname-informatiescherm wordt afgebeeld. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toets(opname)] → [Functie rechterknop] → gewenste instelling. De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm.
Aan (ger. gezicht.): Herkent een geregistreerde gezicht met een hogere prioriteit met [Gezichtsregistratie] . Aan: Herkent een gezicht zonder een hogere prioriteit te geven aan het geregistreerde gezicht. Lach-sluiter: Herkent een lach en neemt automatisch een beeld op. Gezichtsherkenningskader Wanneer het apparaat een gezicht detecteert, wordt het grijze gezichtsherkenningskader afgebeeld.
Bij gebruik van de functie [Scherpst. vergroten]. [Scènekeuze] is ingesteld op [Landschap], [Nachtscène] of [Zonsondergang]. [ Opname-instell.] is ingesteld op [120p]/[100p]. Maximaal acht gezichten van uw onderwerpen kunnen worden herkend. Het apparaat detecteert mogelijk helemaal geen gezichten of kan andere voorwerpen detecteren als gezichten onder bepaalde omstandigheden. Als het apparaat een gezicht niet detecteert, stelt u de lach-herkenningsgevoeligheid in.
Als u van tevoren gezichten registreert, kan het apparaat het geregistreerde gezicht met prioriteit detecteren wanneer [Lach-/Gezichtsherk.] is ingesteld op [Aan (ger. gezicht.)] . 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Gezichtsregistratie] → [Nieuwe registratie]. 2. Plaats het geleidingskader over het te registreren gezicht en druk op de ontspanknop. 3. Als een bevestigingsbericht wordt afgebeeld, selecteert u [Enter] . Opmerking Maximaal acht gezichten kunnen worden geregistreerd.
Opmerking Zelfs als u [Wissen] uitvoert, blijven de gegevens van de geregistreerde gezichten opgeslagen in het apparaat. Om de gegevens van de geregistreerde gezichten uit het apparaat te wissen, selecteert u [Alles verwijderen]. [142] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Rode ogen verm. Wanneer u de flitser gebruikt, geeft deze twee keer of vaker een flits vóór opname om het rode-ogenfenomeen te verminderen. 1.
1. MENU → (Camera- instellingen) → [ Autom. kadreren] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Uit: De beelden worden niet bijgesneden. Automatisch: De beelden worden automatisch bijgesneden naar een geschikte compositie. Opmerking Afhankelijk van de opnameomstandigheden is het mogelijk dat het bijgesneden beeld niet de optimale compositie is. [ Autom. kadreren] kan niet worden ingesteld wanneer [ Kwaliteit] is ingesteld op [RAW] of [RAW en JPEG].
Activeert de ruisonderdrukking niet. Selecteer dit als u de opnametiming prioriteit wilt geven. Opmerking Ruisonderdrukking wordt mogelijk niet ingeschakeld, zelfs niet wanneer [ belicht] is ingesteld op [Aan] in de volgende situaties: NR lang- De opnamefunctie is ingesteld op [Panorama d. beweg.]. [Transportfunctie] is ingesteld op [Continue opname], [Cont. m. snelh.vk.], [Bracket continu] of [LPF-bracket]. De opnamefunctie is ingesteld op [Scènekeuze] en [Sportactie], [Schemeropn.
[ NR bij hoge-ISO] is niet beschikbaar in de volgende situaties: Wanneer de opnamefunctie is ingesteld op [Slim automatisch], [Superieur automat.], [Scènekeuze] of [Panorama d. beweg.]. [ NR bij hoge-ISO] is niet beschikbaar voor RAW-beelden. [146] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Datum schrijven (stilstaand beeld) U kunt instellen of u een opnamedatum wilt opnemen op het stilstaande beeld. 1.
1. MENU → (Camera- instellingen) → [ Kleurenruimte] → gewenste instelling. Menu-onderdelen sRGB: Dit is de standaardkleurruimte van de digitale camera. Gebruik [sRGB] bij normale opnamen, bijvoorbeeld als u van plan bent de beelden zonder wijziging af te drukken. AdobeRGB: Deze kleurruimte heeft een breder bereik van kleurenreproductie. Als een groot deel van het onderwerp levendig groen of rood is, is Adobe RGB effectief. De bestandsnaam van het beeld begint met "_DSC".
Plaats een onderwerp op een diagonale lijn om een opwekkend en krachtig gevoel uit te drukken. Uit: De rasterlijnen worden niet afgebeeld. [149] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Autom.weergave U kunt het opgenomen beeld onmiddellijk na het opnemen op het scherm bekijken. U kunt ook de weergaveduur van Auto Review instellen. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Autom.weergave] → gewenste instelling. Menu-onderdelen 10 sec./5 sec./2 sec.
1. MENU → (Eigen instellingen) → [LiveView-weergave] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Instelling effect aan: Geeft Live View weer onder omstandigheden nagenoeg gelijk aan hoe uw foto eruit zal zien wanneer al uw instellingen worden toegepast. Deze instelling is nuttig wanneer u foto's wilt opnemen waarbij u het resultaat van de opname wilt controleren op het Live View-scherm.
2. Druk op de knop waaraan u de functie [Heldere controle] hebt toegewezen, en neem daarna een beeld op. De helderheid als gevolg van [Heldere controle] zal gehandhaafd blijven na het opnemen. Om de helderheid van de monitor te laten terugkeren naar normaal, drukt u nogmaals op de knop waaraan u de functie [Heldere controle] hebt toegewezen.
De elektronische zoeker wordt uitgeschakeld en het beeld wordt altijd weergegeven op het scherm. Hint U kunt de [FINDER/MONITOR]-functie toewijzen aan uw gewenste knop. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toets(opname)] → wijs [Finder/Monitor sel.] toe aan de gewenste knop. Om het automatisch omschakelen van het display met behulp van de oogsensor uit te schakelen, stelt u [FINDER/MONITOR] in op [Zoeker(handmatig)] of [Monitor(handmatig)].
Schaduwcompensat. Corrigeert de donkere hoeken van het scherm, die worden veroorzaakt door bepaalde karakteristieken van de lens. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Lenscompensatie] → [Schaduwcompensat.] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Automatisch: Corrigeert de donkere hoeken van het scherm automatisch. Uit: Corrigeert de donkere hoeken van het scherm niet. [155] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Chro. afw.compens.
Corrigeert de vervorming van het scherm, die wordt veroorzaakt door bepaalde karakteristieken van de lens. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Lenscompensatie] → [Vervorm.compensat.] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Automatisch: Corrigeert de vervorming van het scherm automatisch. Uit: Corrigeert de vervorming van het scherm niet. [157] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Draaikn./Wiel vergr.
Als u op de knop drukt waaraan de functie [Monitor deactiveren] is toegewezen, wordt de monitor zwart en wordt de schermweergave vergrendeld op [Geen info]. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toets(opname)] → wijs de functie [Monitor deactiveren] toe aan de gewenste knop. 2. Druk op de knop waaraan de functie [Monitor deactiveren] is toegewezen. Opmerking Zelfs wanneer u [Monitor deactiveren] uitvoert, blijft de achtergrondverlichting van de monitor aan.
elk beeld terwijl de instellingen worden omgeschakeld. [LPF-effect] ligt vast op [Uit] in de volgende opnamefuncties: [Slim automatisch] [Superieur automat.] [Scènekeuze] [Panorama d. beweg.] [Film] [160] Hoe te gebruiken Weergeven Stilstaande beelden weergeven Beelden weergeven Geeft de vastgelegde beelden weer. 1. Druk op de (Weergave)-knop als u naar de weergavestand wilt overschakelen. 2. Selecteer het beeld met het besturingswiel.
worden verkregen, zal de camera inzoomen op het midden van het beeld. 2. Selecteer het gedeelte dat u wilt vergroten door op de boven-/onder-/rechter-/linkerkant van het besturingswiel te drukken. 3. Druk op de MENU-knop of op weergavezoom te verlaten. in het midden van het besturingswiel om de Hint U kunt ook een beeld dat wordt weergegeven vergroten met behulp van MENU. Opmerking U kunt bewegende beelden niet vergroten.
[163] Hoe te gebruiken Weergeven Stilstaande beelden weergeven De schermweergave veranderen (tijdens weergave) Verandert de schermweergave. 1. Druk op de DISP (Weergave-instelling)-knop. De schermweergave verandert in de volgorde "Info weergeven → Histogram → Geen info → Info weergeven" elke keer wanneer u op de DISP-knop drukt. De DISP (Weergave-instelling)-instellingen worden toegepast op het Auto Reviewscherm.
U kunt meerdere geselecteerde beelden wissen. 1. MENU → (Afspelen) → [Wissen] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Meerdere bldn.: Hiermee worden de geselecteerde beelden gewist. (1) Selecteer de beelden die u wilt wissen, en druk daarna op in het midden van het besturingswiel. Het teken wordt afgebeeld in het selectievakje. Om de selectie te annuleren, drukt u nogmaals op om het -merkteken te verwijderen. (2) Als u nog andere beelden wilt wissen, herhaalt u stap (1).
U kunt vertraagd weergeven, het volumeniveau veranderen, enz., door op de onderkant van het besturingswiel te drukken.
Opmerking Panoramabeelden die zijn opgenomen op andere apparaten kunnen worden weergegeven in een ander formaat dan het oorspronkelijke formaat, of worden mogelijk niet correct doorlopen. [168] Hoe te gebruiken Weergeven Afdrukken Printen opgeven U kunt van tevoren op de geheugenkaart opgeven welke van de stilstaande beelden u later wilt afdrukken. Het pictogram van de -afdrukmarkering wordt afgebeeld op de geselecteerde beelden. DPOF staat voor "Digital Print Order Format". 1.
Weergavefunctie Stelt de weergavefunctie in (beeldweergavemethode). 1. MENU → (Afspelen) → [Weergavefunctie] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Datumweergave: Geeft de beelden weer op datum. Mapweergav(stilstaand): Geeft alleen stilstaande beelden weer. Mapweergave (MP4): Geeft alleen bewegende beelden in het MP4-formaat weer. AVCHDweergave: Geeft alleen bewegende beelden in het AVCHD-formaat weer. XAVC S HDweergave: Geeft alleen bewegende beelden in het XAVC S HD-formaat weer.
[171] Hoe te gebruiken Weergeven De weergavefuncties gebruiken Diavoorstelling Geeft automatisch beelden continu weer. 1. MENU → (Afspelen) → [Diavoorstelling] → gewenste instelling. 2. Selecteer [Enter]. Menu-onderdelen Herhalen: Selecteer [Aan], waarin beelden automatisch in een continue lus worden weergegeven, of [Uit] , waarin het apparaat de diavoorstelling afsluit nadat alle beelden eenmaal zijn weergegeven. Interval: Selecteer het weergave-interval voor beelden uit [1 sec.], [3 sec.], [5 sec.
Opmerking U kunt bewegende beelden niet draaien. Beelden die met andere apparaten zijn opgenomen, kunnen mogelijk niet worden gedraaid. Wanneer gedraaide beelden op een computer worden weergegeven, worden ze mogelijk weergegeven in hun oorspronkelijke richting, afhankelijk van de software. [173] Hoe te gebruiken Weergeven De weergavefuncties gebruiken Beveiligen Beveiligt opgenomen beelden tegen per ongeluk wissen. De markering afgebeeld op beveiligde beelden. 1.
[174] Hoe te gebruiken Weergeven De weergavefuncties gebruiken WG 4K-stilst. beeld Voert stilstaande beelden met een resolutie van 4K uit naar een via HDMI aangesloten televisie die ondersteuning biedt voor 4K. 1. Schakel dit apparaat en de televisie uit. 2. Sluit de HDMI-microaansluiting van dit apparaat met behulp van een HDMI-kabel (los verkrijgbaar) aan op de HDMI-aansluiting van de televisie. 3. Schakel de televisie in en selecteer het ingangskanaal. 4. Schakel dit apparaat in. 5.
Om beelden die in dit apparaat zijn opgeslagen te bekijken op een televisie, zijn een HDMIkabel (los verkrijgbaar) en een HD-televisie uitgerust met een HDMI-aansluiting vereist. 1. Schakel zowel dit apparaat als de televisie uit. 2. Sluit de HDMI-microaansluiting van dit apparaat met behulp van een HDMI-kabel (los verkrijgbaar) aan op de HDMI-aansluiting van de televisie. 3. Schakel de televisie in en selecteer het ingangskanaal. 4. Schakel dit apparaat in.
Gebruik een HDMI-kabel met het HDMI-logo of een originele kabel van Sony. Gebruik een HDMI-kabel die compatibel is met de HDMI-microaansluiting van het apparaat en de HDMI-aansluiting van de televisie. Als de beelden niet correct worden weergegeven op het televisiescherm, selecteert u [1080i] of [1080p] met behulp van (Instellingen) → [HDMI-instellingen] → [HDMIresolutie] afhankelijk van de televisie die moet worden aangesloten.
Opmerking Als het apparaat niet in de weergavefunctie staat, drukt u op de (weergave-)knop. Alleen televisies die "BRAVIA" Sync ondersteunen maken bediening via SYNC MENU mogelijk. Raadpleeg de bij de televisie geleverde gebruiksaanwijzing voor meer informatie.
elektronische zoeker in overeenkomstig de omgeving. 1. MENU → (Instellingen) → [Helderheid zoeker] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Automatisch: Stelt de helderheid van de elektronische zoeker automatisch in. Handmatig: Selecteert de helderheid van de elektronische zoeker binnen het bereik –2 tot +2. Opmerking Bij gebruik van een externe zoeker (los verkrijgbaar) loopt het bereik van de helderheid van -1 tot +1. U kunt de zoeker niet gebruiken tijdens gebruik van de Wi-Fi-functies.
Stelt het geluidsvolumeniveau voor het weergeven van bewegende beelden in. 1. MENU → (Instellingen) → [Volume-instellingen] → gewenste instelling. Het volumeniveau aanpassen tijdens weergave Druk tijdens weergave van bewegende beelden op de onderkant van het besturingswiel om het bedieningspaneel af te beelden, en stel daarna het volumeniveau in. U kunt het volumeniveau instellen terwijl u naar het werkelijke geluid luistert.
1. MENU → (Instellingen) → [Inst. uploaden] → gewenste instelling. 2. Stel uw Wi-Fi-netwerk of bestemming in op de Eye-Fi-kaart. Raadpleeg voor meer informatie de handleiding die bij de Eye-Fi-kaart wordt geleverd. 3. Plaats de Eye-Fi-kaart die u hebt ingesteld in het apparaat en neem stilstaande beelden op. De beelden worden automatisch via het Wi-Fi-netwerk naar uw computer, enz., gezonden. Menu-onderdelen Aan: Schakelt de uploadfunctie in. Uit: Schakelt de uploadfunctie uit.
[183] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Tegelmenu Selecteert of het beginscherm van het menu altijd moet worden weergegeven wanneer u op de MENU-knop drukt. 1. MENU → (Instellingen) → [Tegelmenu] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan: Geeft altijd het eerste scherm van het menu weer (tegelmenu). Uit: Schakelt het tegelmenu uit. [184] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Modusdraaiknopsch.
U kunt instellen of [Wissen] of [Annuleren] is geselecteerd als de standaardinstelling op het bevestigingsscherm voor wissen. 1. MENU → (Instellingen) → [Wisbevestiging] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Stand.Wissen: [Wissen] is geselecteerd als de standaardinstelling. Stand.Annuleren: [Annuleren] is geselecteerd als de standaardinstelling. [186] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Weergavekwaliteit U kunt de weergavekwaliteit veranderen. 1.
Menu-onderdelen 30 min./5 min./2 minuten/1 min./10 sec. Opmerking Schakel het apparaat uit wanneer u het apparaat gedurende een lange tijd niet gaat gebruiken. De stroombesparingsstand wordt niet geactiveerd wanneer het apparaat via USB van voeding wordt voorzien, tijdens het weergeven van een diavoorstellingen, tijdens het opnemen van bewegende beelden, of indien aangesloten op een computer of televisie. [188] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup NTSC/PAL schakel.
Menu-onderdelen Aan: De demonstratie van weergave van bewegende beelden start automatisch als het apparaat gedurende ongeveer één minuut niet wordt bediend. Alleen beveiligde bewegende beelden in het AVCHD-formaat worden weergegeven. Stel de weergavefunctie in op [AVCHDweergave] en beveilig het bestand met bewegende beelden dat de oudste opgenomen datum en tijd heeft. Uit: Geeft de demonstratie niet weer.
Opmerking Als de beelden niet goed worden weergeven met de instelling [Automatisch] , selecteert u [1080i] of [1080p] , afhankelijk van de televisie die moet worden aangesloten. [191] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup 24p/60p-uitvoer(bewegende beelden) (Alleen voor 1080 60i-compatibele modellen.) Stel 1080/24p of 1080/60p in als het HDMI-uitgangsformaat wanneer [ is ingesteld op [24p 24M(FX)], [24p 17M(FH)] of [24p 50M]. 1. MENU → Opname-instell.
1. MENU → (Instellingen) → [HDMI-instellingen] → [CTRL.VOOR HDMI] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan: U kunt dit apparaat bedienen met de afstandsbediening van de televisie. Uit: U kunt dit apparaat niet bedienen met de afstandsbediening van de televisie. Opmerking [CTRL.VOOR HDMI] is alleen beschikbaar met een "BRAVIA" Sync-compatibele televisie. [193] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup HDMI-inform.weerg.
Selecteert de toepasselijke USB-verbindingsprocedure voor elke computer en elk USBapparaat die zijn aangesloten op dit apparaat. 1. MENU → (Instellingen) → [USB-verbinding] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Automatisch: Brengt automatisch een massaopslagverbinding of MTP-verbinding tot stand, afhankelijk van de computer of andere USB-apparaten die moeten worden aangesloten. Windows 7- of Windows 8-computers worden verbonden met MTP, en de unieke functies ervan worden ingeschakeld voor gebruik.
Normaal gebruikt u [Multi]. Enkel: Stel [USB LUN-instelling] alleen in op [Enkel] als u geen verbinding tot stand kunt brengen. [196] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup USB-voeding Stelt in of voeding moet worden geleverd via de micro-USB-kabel wanneer het apparaat is aangesloten op een computer of een USB-apparaat. 1. MENU → (Instellingen) → [USB-voeding] → gewenste instelling.
Datum/tijd instellen Stelt de datum en tijd opnieuw in. 1. MENU → (Instellingen) → [Datum/tijd instellen] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Zomertijd: Selecteert de zomertijd [Aan]/[Uit]. Datum/Tijd: Stelt de datum en tijd in. Datumindeling: Selecteert het weergaveformaat van datum en tijd. [199] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Tijdzone instellen Stelt het gebied in waar u het apparaat gebruikt. 1. MENU → (Instellingen) → [Tijdzone instellen] → gewenste gebied.
Als u [Aan] selecteert, wordt het pictogram afgebeeld op het opnamescherm. Fotograaf instellen: Stelt de naam van de fotograaf in. Copyright instellen: Stelt de naam van de copyrighthouder in. Copyr.info. weergev.: Beeldt de huidige copyrightinformatie af. Hint Hoe het toetsenbord wordt gebruikt Wanneer het handmatig invoeren van tekens is vereist, wordt een toetsenbord afgebeeld op het scherm. 1. Invoerveld De tekens die u invoert worden hierin afgebeeld. 2.
Verplaatst de cursor in het invoerveld naar links of rechts. 6. Wissen Wist het teken vóór de cursor. 7. Maakt van het volgende teken een hoofdletter of kleine letter. 8. Voert een spatie in. Om het invoeren te annuleren, selecteert u [Annuleren]. Opmerking U kunt alleen letters, cijfers en symbolen invoeren voor [Fotograaf instellen] en [Copyright instellen]. U kunt maximaal 46 tekens invoeren. Het pictogram wordt afgebeeld tijdens het weergeven van beelden met copyrightinformatie.
Bestandsnummer Selecteert hoe bestandsnummers worden toegewezen aan stilstaande beelden en bewegende beelden in het MP4-formaat. 1. MENU → (Instellingen) → [Bestandsnummer] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Serie: Het apparaat wijst aan de bestanden opeenvolgende nummers toe tot "9999" zonder terug te stellen op nul. Terugstellen: Het apparaat stelt de nummers terug op nul nadat een bestand is opgenomen in een nieuwe map en wijst aan bestanden een nummer toe beginnend vanaf "0001".
beelden worden opgeslagen in de nieuw aangemaakte map. Een map voor stilstaande beelden en een map voor bewegende beelden in het MP4-formaat met hetzelfde mapnummer worden tegelijkertijd aangemaakt. 1. MENU → (Instellingen) → [Nieuwe map]. Opmerking Wanneer u een geheugenkaart in dit apparaat plaatst die in andere apparatuur is gebruikt, en u beelden opneemt, wordt mogelijk automatisch een nieuwe map aangemaakt. Maximaal 4.000 beelden kunnen in één map worden opgeslagen.
Als beeldbestanden werden verwerkt op een computer, kunnen zich problemen voordoen in het beelddatabasebestand. In dergelijke gevallen zullen de beelden op de geheugenkaart niet worden weergegeven op dit apparaat. Als deze problemen zich voordoen, repareert u het bestand met behulp van [Beeld-DB herstellen]. 1. MENU → (Instellingen) → [Beeld-DB herstellen] → [Enter]. Opmerking Gebruik een accu die voldoende is opgeladen.
1. MENU → (Instellingen) → [Certificatielogo]. [210] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Instelling herstellen Stelt het apparaat terug op de standaardinstellingen. Zelfs als u [Instelling herstellen] uitvoert, blijven de opgenomen beelden behouden. 1. MENU → (Instellingen) → [Instelling herstellen] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Camera-instell. terugstell.: Stelt de belangrijkste opname-instellingen terug op de standaardinstellingen.
[212] Hoe te gebruiken smartphone De Wi-Fi-functies gebruiken Dit apparaat aansluiten op een Een Android-smartphone verbinden met dit apparaat 1. Open PlayMemories Mobile op uw smartphone. 2. Selecteer de modelnaam van dit apparaat (DIRECT-xxxx: xxxx). 3. Voer het wachtwoord in dat wordt afgebeeld op dit apparaat. De smartphone is verbonden met het apparaat.
1. Selecteer de modelnaam van dit apparaat (DIRECT-xxxx: xxxx) op het Wi-Fiinstelscherm van uw iPhone of iPad. 2. Voer het wachtwoord in dat wordt afgebeeld op dit apparaat. De iPhone of iPad is verbonden met het apparaat. 3. Controleer of uw iPhone of iPad werd verbonden met de "SSID" die wordt afgebeeld op dit apparaat. 4. Ga terug naar het uitgangsscherm en open PlayMemories Mobile.
[214] Hoe te gebruiken smartphone De Wi-Fi-functies gebruiken Dit apparaat aansluiten op een Een applicatie oproepen met [One-touch (NFC)] U kunt een gewenste applicatie in het applicatiemenu van dit apparaat oproepen door een NFC-compatibele Android-smartphone aan te raken met het apparaat. Als de applicatie die u oproept een eigenschap heeft die werkt met de smartphone, worden het apparaat en de smartphone via Wi-Fi met elkaar verbonden.
[215] Hoe te gebruiken De Wi-Fi-functies gebruiken behulp van een smartphone Dit apparaat bedienen met Intellig. afstandsbedien. ingeslot. U kunt een smartphone als afstandsbediening voor dit apparaat gebruiken en stilstaande beelden opnemen. De applicatie PlayMemories Mobile moet zijn geïnstalleerd op uw smartphone. 1. MENU → (Applicatie) → [Applicatielijst] → [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.]. 2.
[SSID/WW terugst.]. Nadat de verbindingsinformatie is teruggesteld, moet u de smartphone opnieuw registreren. Afhankelijk van toekomstige versies zijn de bedieningsprocedures en schermweergaven onderhevig aan wijzigingen zonder kennisgeving.
apparaten mogelijk maakt, zoals mobiele telefoons, IC-tags, enz. NFC vereenvoudigt de datacommunicatie door slechts het aangewezen aanraakpunt aan te raken. NFC (Near Field Communication) is een internationale norm voor draadloze communicatie over een korte afstand. Opmerking Als u geen verbinding kunt maken, gaat u als volgt te werk: Open PlayMemories Mobile op uw smartphone en beweeg vervolgens de smartphone langzaam naar (N-markering) op het apparaat.
Menu-onderdelen Op dit apparaat selecter.: Selecteert een beeld op het apparaat dat moet worden overgebracht naar de smartphone. (1) Selecteer uit [Dit beeld], [Alle beelden deze datum] en [Meerdere beelden]. De afgebeelde opties kunnen verschillen afhankelijk van de geselecteerde weergavefunctie op de camera. (2) Als u [Meerdere beelden] selecteert, selecteert u de gewenste beelden met op het besturingswiel, en drukt u vervolgens op MENU → [Enter]. Op smartphone selecter.
Beelden zenden naar een Android-smartphone (NFC One-touch sharing) Door slechts aan te raken kunt u dit apparaat en een NFC-compatibele Android-smartphone met elkaar verbinden en het beeld dat op het scherm van het apparaat wordt weergegeven rechtstreeks naar de smartphone zenden. In geval van bewegende beelden, kunt u alleen bewegende beelden in het MP4-formaat overdragen terwijl [ Bestandsindeling] is ingesteld op [MP4]. 1. Activeer de NFC-functie van de smartphone. 2.
NFC is een technologie die draadloze communicatie over een korte afstand tussen diverse apparaten mogelijk maakt, zoals mobiele telefoons, IC-tags, enz. NFC vereenvoudigt de datacommunicatie door slechts het aangewezen aanraakpunt aan te raken. NFC (Near Field Communication) is een internationale norm voor draadloze communicatie over een korte afstand. Opmerking U kunt het beeldformaat dat naar de smartphone moet worden gezonden selecteren uit [Oorspronkelijk], [2M] en [VGA].
2. MENU → (Draadloos) → [Naar computer verz.]. Opmerking Afhankelijk van de softwareprogramma-instellingen op de computer, wordt het apparaat uitgeschakeld nadat de beelden op de computer zijn opgeslagen. U kunt beelden op het apparaat overbrengen naar slechts één computer tegelijk. Als u beelden wilt overbrengen naar een andere computer, verbindt u het apparaat door middel van een USB-verbinding met de computer, en volgt u de instructies in PlayMemories Home.
Instellingen voor diavoorstellingen U kunt de instellingen van de diavoorstelling veranderen door op de onderkant van het besturingswiel te drukken. Keuze afspelen: Selecteert de groep beelden die moet worden weergegeven. Mapweergav(stilstaand): Selecteert uit [Alles] en [Alles in map]. Datumweergave: Selecteert uit [Alles] en [Alles in dat.b.]. Interval: Selecteert uit [Kort] en [Lang]. Effecten*: Selecteert uit [Aan] en [Uit]. Afspeelbeeldformaat: Selecteert uit [HD] en [4K].
[222] Hoe te gebruiken functies veranderen De Wi-Fi-functies gebruiken De instellingen van Wi-Fi- WPS-Push Als uw accesspoint een Wi-Fi Protected Setup (WPS)-knop heeft, kunt u het accesspoint eenvoudig in dit apparaat registreren door op de Wi-Fi Protected Setup (WPS)-knop te drukken. 1. MENU → (Draadloos) → [WPS-Push]. 2. Druk op de WPS-knop op het accesspoint dat u wilt registreren.
1. MENU → (Draadloos) → [Toegangspunt instel.]. 2. Selecteer het accesspoint dat u wilt registreren. Wanneer het gewenste accesspoint wordt afgebeeld op het scherm: Selecteer het gewenste accesspoint. Wanneer het gewenste accesspoint niet wordt afgebeeld op het scherm: Selecteer [Handmatige instelling] en stel het accesspoint in. *Raadpleeg "Hoe het toetsenbord wordt gebruikt" voor de invoermethode.
1. Invoerveld De tekens die u invoert worden hierin afgebeeld. 2. Tekensoort wisselen Elke keer wanneer u op in het midden van het besturingswiel drukt, wisselt de tekensoort tussen alfabetische letters, cijfers en symbolen. 3. Toetsenbord Elke keer wanneer u op in het midden drukt, worden de tekens die bij die knop horen één voor één afgebeeld.
Subnetmasker/Standaardgateway: Wanneer u [IP-adres instelling] instelt op [Handmatig], voert u het IP-adres in overeenkomstig uw netwerkomgeving. Opmerking Om het geregistreerde accesspoint voorrang te geven, stelt u [Voorrangsverbind.] in op [Aan]. [224] Hoe te gebruiken functies veranderen De Wi-Fi-functies gebruiken De instellingen van Wi-Fi- Naam Appar. Bew. U kunt de apparaatnaam veranderen onder Wi-Fi Direct. 1. MENU → (Draadloos) → [Naam Appar. Bew.]. 2.
afstandsbedien. ingeslot.] met een apparaat dat toestemming heeft om verbinding te maken. Als u het apparaat wilt veranderen dat toestemming heeft om verbinding te maken, stelt u de verbindingsinformatie terug. 1. MENU → (Draadloos) → [SSID/WW terugst.] → [OK]. Opmerking Als u dit apparaat verbindt met de smartphone na het terugstellen van de verbindingsinformatie, moet u de smartphone opnieuw registreren.
Voor meer informatie over de aanbevolen computeromgeving voor het downloaden van applicaties en toevoegen van functies aan het apparaat, raadpleegt u de volgende URL: "PlayMemories Camera Apps"-website (http://www.sony.net/pmca/) [230] Hoe te gebruiken installeren Applicaties toevoegen aan het apparaat De applicaties Een serviceaccount openen U kunt een serviceaccount openen dat noodzakelijk is voor het downloaden van applicaties. 1. Ga naar de website voor het downloaden van applicaties. http://www.
[232] Hoe te gebruiken installeren Applicaties toevoegen aan het apparaat De applicaties Applicaties rechtstreeks downloaden naar het apparaat met behulp van de Wi-Fi-functie U kunt met de Wi-Fi-functie applicaties downloaden zonder een computer aan te sluiten. Maak van tevoren een serviceaccount aan. 1. MENU → (Applicatie) → [Applicatielijst] → (PlayMemories Camera Apps), en volg daarna de instructies op het scherm om applicaties te downloaden. Opmerking Als MENU → (Draadloos) → [Toegangspunt instel.
1. MENU → (Applicatie) → [Applicatielijst] → gewenste applicatie die u wilt openen. Hint Applicaties sneller openen Wijs [Applic. downloaden] en [Applicatielijst] toe aan een eigen toets. U kunt met de eigen toets de applicatie alleen openen of de applicatielijst afbeelden wanneer het opnameinformatiescherm wordt afgebeeld. [234] Hoe te gebruiken beheren Applicaties toevoegen aan het apparaat De applicaties Applicaties verwijderen U kunt applicaties verwijderen van dit apparaat. 1.
3. Selecteer de bestemming. [236] Hoe te gebruiken beheren Applicaties toevoegen aan het apparaat De applicaties De accountinformatie van PlayMemories Camera Apps bevestigen De accountinformatie voor het "Sony Entertainment Network" dat is geregistreerd op het apparaat, wordt afgebeeld. 1. MENU → weergevn].
weergeven. U kunt beelden bewerken en corrigeren, bijvoorbeeld door ze bij te snijden of het formaat te wijzigen. U kunt een disc maken van bewegende beelden die in een computer zijn geïmporteerd. Blu-ray-discs of AVCHD-discs kunnen worden gemaakt van bewegende beelden in het XAVC S-formaat. U kunt beelden uploaden naar een netwerkservice. (Een internetverbinding is vereist.) Voor meer informatie raadpleegt u de Help-functie van PlayMemories Home.
B: Naar de USB-aansluiting van de computer Opmerking Log in als beheerder. Het kan noodzakelijk zijn om de computer opnieuw op te starten. Wanneer de bevestigingsmelding voor opnieuw opstarten wordt afgebeeld, start u de computer opnieuw op aan de hand van de aanwijzingen op het scherm. DirectX kan worden geïnstalleerd, afhankelijk van uw computeromgeving.
diverse correcties, zoals tintkromme en scherpte. U kunt beelden aanpassen met witbalans, belichting, [Creatieve stijl], enz. U kunt de stilstaande beelden die op een computer zijn weergegeven en bewerkt, opslaan. U kunt het stilstaande beeld opslaan in RAW-formaat of in het algemene bestandsformaat. U kunt de RAW-beelden en JPEG-beelden die door dit apparaat zijn opgenomen, weergeven en vergelijken. U kunt de beelden rangschikken in vijf klassen. U kunt kleurlabels toepassen, enz.
ondersteuningspagina raadplegen (alleen in het Engels). http://www.sony.co.jp/ids-se/ [244] Hoe te gebruiken Een computer gebruiken De software gebruiken Remote Camera Control Als Remote Camera Control wordt gebruikt, zijn de volgende bedieningen beschikbaar op de computer. De instellingen van dit apparaat veranderen en opnemen. Beelden rechtstreeks op de computer opnemen. Opnemen met gebruik van een intervaltimer.
Mac: Finder → [Toepassingen] → [Remote Camera Control], en selecteer [Help] op de menubalk → [Remote Camera Control Help]. [247] Hoe te gebruiken computer Een computer gebruiken Dit apparaat aansluiten op een Het apparaat aansluiten op een computer 1. Plaats een voldoende opgeladen accu in het apparaat. 2. Zet het apparaat en de computer aan. 3. Controleer bij (Instellingen) of [USB-verbinding] is ingesteld op [Massaopslag]. 4.
Beelden importeren in een computer zonder gebruik te maken van PlayMemories Home (voor Windows) Als de wizard AutoPlay wordt afgebeeld nadat een USB-verbinding tot stand is gebracht tussen het apparaat en een computer, klikt u op [Map openen en bestanden weergeven] → [OK] → [DCIM] of [MP_ROOT]. Kopieer daarna de gewenste beelden naar de computer.
Opmerking Op een Mac-computer, sleep het pictogram van de geheugenkaart of het stationspictogram naar het pictogram "Prullenbak" en laat het erin vallen. De verbinding tussen het apparaat en de computer wordt verbroken. Voor computers met Windows 7 of Windows 8, wordt het verwijderingspictogram mogelijk niet afgebeeld. In dat geval kunt u de bovenstaande stappen 1 en 2 overslaan. Koppel een micro-USB-kabel niet los van dit apparaat wanneer de toegangslamp brandt. De gegevens kunnen worden beschadigd.
Spelers: weergaveapparaten voor het AVCHD-formaat (Blu-ray-discspelers van Sony, PlayStation 3, enz.) U kunt dit type discs niet weergeven op gewone dvd-spelers. Standard-definition (STD)-beeldkwaliteit Bewegende beelden in standard-definition (STD)-beeldkwaliteit die zijn omgezet vanuit bewegende beelden in high-definition (HD)-beeldkwaliteit kunnen worden opgenomen op dvd-media, zoals een dvd-r, om zo een disc van standard-definition (STD)-beeldkwaliteit te maken.
Help-gids van PlayMemories Home. B. Maken met behulp van een ander apparaat dan een computer U kunt ook een Blu-ray-disc maken met behulp van een Blu-ray-recorder, enz. Voor meer informatie raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van het apparaat.
U kunt ook een dvd-disc (AVCHD-opnamedisc) maken met behulp van een Blu-rayrecorder, enz. Voor meer informatie raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van het apparaat. Opmerking Wanneer u met behulp van PlayMemories Home een dvd-disc (AVCHD-opnamedisc) maakt van bewegende beelden die zijn opgenomen in het XAVC S- of MP4-formaat voor bewegende beelden, wordt de beeldkwaliteit omgezet naar 1920×1080 (60i/50i) en is het niet mogelijk een disc te maken in de oorspronkelijke beeldkwaliteit.
[254] Hoe te gebruiken Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat Voorzorgsmaatregelen Voorzorgsmaatregelen Reservekopie maken van geheugenkaarten Gegevens kunnen beschadigd raken in de volgende gevallen. Zorg ervoor dat u een reservekopie van de gegevens maakt. Wanneer de geheugenkaart uit het apparaat wordt verwijderd, de USB-kabel wordt losgekoppeld of het apparaat wordt uitgezet tijdens het lezen of wegschrijven van gegevens.
Voorzorgsmaatregelen bij het dragen Draag de camera niet terwijl deze op een statief is bevestigd. Hierdoor kan het schroefgat voor het statief uitbreken. Bedrijfstemperatuur Uw apparaat is ontworpen voor gebruik bij temperaturen tussen ongeveer 0 °C en 40 °C. Gebruik bij extreem lage of hoge temperaturen buiten dit bereik, wordt niet aanbevolen.
beelden op andere apparaten Bewegende beelden die door uw camera zijn opgenomen, kunnen mogelijk niet goed worden weergegeven op andere apparaten. Bovendien kunnen bewegende beelden, die zijn opgenomen op andere apparaten dan uw camera, mogelijk niet worden weergegeven op uw camera. Discs van bewegende beelden in het AVCHD-formaat, die door uw camera zijn opgenomen, kunnen alleen worden weergegeven op apparaten die het AVCHD-formaat ondersteunen.
Plaats geen magnetisch opgenomen media, zoals een floppy disk of credit card, ertussen. Opnemen met de zoeker Wanneer u door de zoeker kijkt kunt u last krijgen van symptomen zoals pijnlijke ogen, vermoeidheid en misselijkheid, vergelijkbaar met wagenziekte. Wij adviseren u regelmatig pauzes te nemen wanneer u opneemt met de zoeker. Bepaal zelf de noodzakelijke lengte en frequentie van de pauzes, aangezien dit van persoon tot persoon verschilt.
gaat gebruiken. Zelfs als u de oplaadbare batterij niet oplaadt, kunt u het apparaat toch gebruiken zolang u de datum en tijd niet opneemt. Oplaadprocedure voor de interne, oplaadbare batterij Plaats een opgeladen accu in het apparaat of sluit het apparaat aan op een stopcontact met behulp van de netspanningsadapter (bijgeleverd), en laat het apparaat gedurende 24 uur of langer uitgeschakeld liggen.
afhankelijk van gebruikscondities en de omstandigheden. Effectief gebruik van de accu Bij lage temperaturen presteert de accu minder goed. Dus in de kou is de bedrijfstijd van de accu korter. U kunt ervoor zorgen dat de accu langer zijn werk doet, door deze in een zak van uw kleding dicht op uw lichaam op te warmen en in het apparaat te plaatsen kort voordat u opnamen gaat maken. Als u metalen voorwerpen, zoals sleutels, in uw zak hebt zitten, let u erop dat deze geen kortsluiting kunnen veroorzaken.
daarom een plastic zakje om contact met metalen materialen te vermijden wanneer u de accu bij u draagt of opbergt. Over de levensduur van de accu De levensduur van de accu is beperkt. Als u dezelfde accu herhaaldelijk gebruikt, of dezelfde accu gedurende een lang tijd gebruikt, neemt de accucapaciteit geleidelijk af. Als de gebruiksduur van de accu aanzienlijk achteruitgaat, is het waarschijnlijk tijd om de accu te vervangen door een nieuwe.
Als u gedurende een lange tijd herhaaldelijk beelden opneemt en wist, kunnen de gegevens in een bestand op de geheugenkaart gefragmenteerd raken, en kan het opnemen van bewegende beelden tussentijds worden onderbroken. Als dat gebeurt, slaat u de beelden op een computer of ander opslagapparaat op, en voert u daarna [Formatteren] uit. De juiste werking van een geheugenkaart die op een computer is geformatteerd, maar in dit apparaat wordt gebruikt, kan niet worden gegarandeerd.
helemaal in. Als de kaart niet correct wordt geplaatst, kan dat leiden tot een storing. [259] Hoe te gebruiken Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat Dit apparaat reinigen Reiniging Reiniging van de lens Gebruik geen reinigingsvloeistof die organische oplosmiddelen bevat, zoals thinner of benzine. Reinig het lensoppervlak met een in de winkel verkrijgbaar blaasbalg. Als het vuil vastzit op het oppervlak, veegt u dit eraf met een zachte doek of tissue die licht bevochtigd is met lensreinigingsvloeistof.
Het aantal stilstaande beelden kan verschillen afhankelijk van de opnameomstandigheden en de geheugenkaart.
Opmerking Zelfs als het aantal resterende opneembare beelden hoger is dan 9.999, wordt de indicator "9999" afgebeeld. Wanneer een beeld opgenomen met een ander apparaat wordt weergegeven op dit apparaat, is het mogelijk dat het beeld niet wordt weergegeven in het oorspronkelijke beeldformaat.
100p 50M 8 GB: 16 GB: 32 GB: 64 GB: 2 h 35 m [ Bestandsindeling]: [AVCHD] 60i 24M(FX) 50i 24M(FX) 8 GB: 40 m 16 GB: 1 h 25 m 32 GB: 3 h 64 GB: 6 h 60i 17M(FH) 50i 17M(FH) 8 GB: 55 m 16 GB: 2 h 32 GB: 4 h 5 m 64 GB: 8 h 15 m 60p 28M(PS) 50p 28M(PS) 8 GB: 35 m 16 GB: 1 h 15 m 32 GB: 2 h 30 m 64 GB: 5 h 5 m 24p 24M(FX) 25p 24M(FX) 8 GB: 40 m 16 GB: 1 h 25 m 32 GB: 3 h 64 GB: 6 h 24p 17M(FH) 25p 17M(FH) 8 GB: 55 m 16 GB: 2 h 32 GB: 4 h 5 m 64 GB: 8 h 15 m [ Bestandsindeling]: [MP4] 1920x1080 60p 28M 1920x
64 GB: 5 h 20 m 1920x1080 30p 16M 1920x1080 25p 16M 8 GB: 1 h 16 GB: 2 h 32 GB: 4 h 10 m 64 GB: 8 h 25 m 1280x720 30p 6M 1280x720 25p 6M 8 GB: 2 h 35 m 16 GB: 5 h 20 m 32 GB: 10 h 55 m 64 GB: 22 h * Alleen wanneer [NTSC/PAL schakel.] is ingesteld op NTSC. ([NTSC/PAL schakel.] is alleen beschikbaar voor modellen waarbij opnemen in het AVCHD 50iformaat de standaardinstelling is.) In de standaardinstellingen van de camera is ononderbroken opnemen mogelijk gedurende ongeveer 29 minuten (max.
nadat de camera is ingeschakeld, neemt de temperatuur binnenin de camera toe en wordt de beschikbare opnameduur korter. Als wordt afgebeeld, stopt u met het opnemen van bewegende beelden. Als de camera het opnemen onderbreekt vanwege de temperatuur, laat u de camera enkele minuten uitgeschakeld liggen. Ga verder met het opnemen nadat de temperatuur binnenin de camera volledig is afgenomen.
Argentinië, Paraguay, Uruguay SECAM-systeem: Bulgarije, Frankrijk, Griekenland, Guyana, Irak, Iran, Monaco, Oekraïne, Rusland, enzovoort. [264] Hoe te gebruiken Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat Overige informatie ZEISS lens De camera is uitgerust met een lens van ZEISS die in staat is scherpe beelden met een uitstekend contrast te reproduceren.
Dit apparaat wordt geleverd met softwareprogramma’s die worden gebruikt onder licentieovereenkomsten aangegaan met de rechthebbenden van die softwareprogramma’s. Op basis van verzoeken van de eigenaren van het auteursrecht van deze softwareprogramma's, hebben wij de verplichting u van het volgende in kennis te stellen. Wij verzoeken u de volgende gedeelten te lezen. De licenties (in het Engels) zijn opgenomen in het interne geheugen van uw apparaat.
[Beeldsensor] Beeldformaat: CMOS-beeldsensor van volformaat 35 mm (35,9 mm × 24,0 mm) Effectief aantal pixels van de camera: Ong. 42 400 000 pixels Totaal aantal pixels van de camera: Ong. 43 600 000 pixels [Lens] Lens: ZEISS Sonnar T* 35mm-lens met enkelvoudige scherpstelling Brandpuntsafstand: f = 35 mm Tijdens het opnemen van bewegende beelden: Als [ SteadyShot] is ingesteld op [Uit]: 37 mm Als [ SteadyShot] is ingesteld op [Aan]: 44 mm F-getal: F2.
Fasedetectiesysteem/contrastdetectiesysteem [Elektronische zoeker] Type: Elektronische zoeker Totaalaantal beeldpunten: 2 359 296 beeldpunten Framedekking: 100% Vergroting: Gelijkwaardig aan ong. 0,74× met 50 mm-lens op oneindig, –1 m –1 Oogafstand: Ong.
Bewegende beelden (MP4-formaat): Video: MPEG-4 AVC/H.264 Audio: MPEG-4 AAC-LC 2-kanaals [Opnamemedium] Memory Stick, SD-kaart [Ingangs-/uitgangsaansluitingen] Multi/Micro USB-aansluiting* : Hi-Speed USB (USB 2.0) HDMI: HDMI-microaansluiting type D (microfoon-)aansluiting: Stereominiaansluiting van Ø3,5 mm * Ondersteunt micro-USB-compatibele apparaten. [Voeding, algemeen] Accu: Oplaadbare accu NP-BX1 [Stroomverbruik (tijdens opnemen)] Bij gebruik van de zoeker: Ong. 2,7 W Bij gebruik van de monitor: Ong.
Ong. 480 g (alleen body) Bedrijfstemperatuur: 0 °C t/m 40 °C [Draadloos LAN] Ondersteund formaat: IEEE 802.11 b/g/n Frequentieband: Bandbreedte 2,4 GHz Beveiliging: WEP/WPA-PSK/WPA2-PSK Aansluitmethode: Wi-Fi Protected Setup™ (WPS)/Handmatig Toegangsmethode: Infrastructuurmodus NFC: Compatibel met NFC Forum Type 3 Tag Model No.
Oplaadbare accu NP-BX1 Type accu: Lithiumionaccu Maximale spanning: 4,2 V gelijkstroom Nominale spanning: 3,6 V gelijkstroom Maximale laadspanning: 4,2 V gelijkstroom Maximale laadstroom: 1,89 A Capaciteit: 4,5 Wh (1 240 mAh) Het ontwerp en de technische gegevens zijn onderhevig aan wijzigingen zonder kennisgeving. [268] Hoe te gebruiken Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat Handelsmerken Handelsmerken De volgende markeringen zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Sony Corporation.
Dolby en het dubbele-D-symbool zijn handelsmerken van Dolby Laboratories. HDMI, het HDMI-logo en High-Definition Multimedia Interface zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van HDMI Licensing LLC. Microsoft, Windows en DirectX zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. Mac is een handelsmerk van Apple Inc.. iPhone en iPad zijn handelsmerken van Apple Inc., gedeponeerd in de VS en andere landen.
3. Stel de instellingen terug op de standaardinstellingen. 4. Neem contact op met uw dealer of plaatselijk, erkend servicecentrum. Extra informatie over dit apparaat en antwoorden op veelgestelde vragen vindt u op onze Customer Support-website voor klantenondersteuning. http://www.sony.net/ [270] Probleemoplossing Problemen oplossen Accu en voeding U kunt de accu niet in het apparaat plaatsen.
[273] Probleemoplossing Problemen oplossen Accu en voeding De resterende-acculadingindicator geeft een verkeerd niveau aan. Dit doet zich voor wanneer u het apparaat op een zeer warme of koude plaats gebruikt. De capaciteit van de accu neemt na verloop van tijd en door herhaald gebruik af. Als de gebruiksduur na opladen aanzienlijk korter is geworden, is het waarschijnlijk tijd de accu te vervangen door een nieuwe.
De monitor wordt niet ingeschakeld, ondanks dat het apparaat wordt ingeschakeld. [FINDER/MONITOR] werd ingesteld op [Zoeker(handmatig)] en de elektronische zoeker staat omhoog. Duw de elektronische zoeker omlaag of verander [FINDER/MONITOR] in [Automatisch]. [277] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden U kunt geen beelden opnemen. U gebruikt een geheugenkaart met een schrijfbeveiligingsschakelaar en de schakelaar staat in de stand LOCK.
Stel de transportfunctie in op [Enkele opname]. [280] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden De sluiter wordt continu ontspannen. De camera kan automatisch meerdere opnamen maken en het overlay-proces uitvoeren onder de volgende omstandigheden: [ISO] is ingesteld op [NR Multi Frame]. De opnamefunctie is ingesteld op [Panorama d. beweg.]. De opnamefunctie is ingesteld op [Superieur automat.]. De opnamefunctie is ingesteld op [Schemeropn.
U kunt de zoomfuncties niet gebruiken tijdens het opnemen in de functie panorama door beweging. U kunt de zoomfuncties niet gebruiken in de volgende situaties: Bij gebruik van de lach-sluiterfunctie. [ Kwaliteit] is ingesteld op [RAW] of [RAW en JPEG]. [283] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden De flitser werkt niet. U kunt een flitser niet gebruiken in de volgende situaties: Wanneer de volgende functies zijn geselecteerd in [Scènekeuze].
De close-up-opnamefunctie werkt niet wanneer de volgende functies zijn geselecteerd in [Scènekeuze]: [Sportactie] De macro-schakelaarring staat niet in de correcte stand. [286] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden De opnamedatum en -tijd worden niet afgebeeld op het scherm. Tijdens het opnemen worden de datum en tijd niet afgebeeld. Deze worden alleen tijdens weergave afgebeeld.
De kleuren van het beeld zijn niet juist. Stel de [Witbalans] af. [Foto-effect] is ingesteld. Stel [Foto-effect] in op [Uit]. Om de instellingen terug te stellen op de standaardinstellingen, voert u [Instelling herstellen] uit. [290] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden In het beeld verschijnt ruis wanneer u op een donkere plaats naar het scherm kijkt.
[293] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden U kunt niet continu beelden opnemen. De geheugenkaart is vol. Wis overbodige beelden. De accu is bijna leeg. Plaats een opgeladen accu. [294] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden Het beeld is niet helder in de zoeker. Stel de diopter goed in met behulp van het diopter-instelwiel.
[297] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden [Finder/Monitor sel.] werkt niet ondanks dat dit is toegewezen aan een bepaalde knop met behulp van [Eigen toets(opname)] of [Eigen toets(WG)]. [FINDER/MONITOR] is momenteel ingesteld op [Automatisch]. Stel [FINDER/MONITOR] in op [Zoeker(handmatig)] of [Monitor(handmatig)]. [298] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden Het beeld is witachtig (schittering).
De monitor wordt donkerder nadat een korte tijdsduur is verstreken. Als het apparaat gedurende een bepaalde tijdsduur niet wordt bediend, wordt het apparaat in de stroombesparingsstand gezet. Het apparaat verlaat de stroombesparingsstand wanneer u bedieningen uitvoert zoals de ontspanknop tot halverwege indrukken. [301] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden Het duurt te lang voordat de flitser opnieuw is opgeladen.
waarschijnlijk onderbrekingen in het geluid. [304] Probleemoplossing Problemen oplossen Beelden weergeven Het lukt niet beelden weer te geven. Zorg ervoor dat de geheugenkaart helemaal in de gleuf van het apparaat is geduwd. De map-/bestandsnaam is veranderd op de computer. Wanneer een beeldbestand is verwerkt door een computer of wanneer het beeldbestand is opgenomen op een ander model dan dit apparaat, is niet gegarandeerd dat het beeldbestand op dit apparaat kan worden weergegeven.
Als u de greep naar de andere kant omklapt om op de (weergave-)knop te drukken terwijl de zoeker omhoog staat, kan de oogsensor erop reageren. Duw in dat geval de zoeker omlaag of schakel om van de zoekerfunctie naar de monitorfunctie door op de knop te drukken waaraan [Finder/Monitor sel.] is toegewezen. [Finder/Monitor sel.] kan worden toegewezen aan een knop met behulp van [Eigen toets(opname)]/[Eigen toets(WG)].
Mogelijk wordt het draadloze accesspoint niet op het apparaat afgebeeld als gevolg van de signaalomstandigheden. Plaats het apparaat dichter bij het draadloze accesspoint. Mogelijk wordt het draadloze accesspoint niet op het apparaat afgebeeld vanwege de instellingen van het accesspoint. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het draadloze accesspoint. [312] Probleemoplossing Problemen oplossen Wi-Fi [WPS-Push] werkt niet. [WPS-Push] werkt mogelijk niet afhankelijk van de instellingen van het accesspoint.
verznd] wordt voortijdig geannuleerd. Wanneer de resterende acculading laag is, kan [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] of [Naar smartph verznd] voortijdig worden geannuleerd. Laad de accu op en probeer het opnieuw. [316] Probleemoplossing Problemen oplossen Wi-Fi Het opnamescherm voor [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] wordt niet soepel afgebeeld./De verbinding tussen het apparaat en de smartphone is verbroken.
[318] Probleemoplossing Problemen oplossen Computers De computer herkent dit apparaat niet. Stel [USB-verbinding] in op [Massaopslag]. Controleer of de camera is ingeschakeld. Als de acculading laag is, plaatst u een opgeladen accu. Gebruik de micro-USB-kabel (bijgeleverd) om de apparaten met elkaar te verbinden. Koppel de USB-kabel los en sluit deze daarna weer stevig aan. Koppel alle apparatuur behalve dit apparaat, het toetsenbord en de muis los van de USBaansluitingen van uw computer.
Beelden die vanaf een computer zijn geëxporteerd, kunnen niet op dit apparaat worden weergegeven. Gebruik PlayMemories Home om beelden die op een computer zijn opgeslagen te kopiëren naar een geheugenkaart die in dit apparaat is geplaatst, en ze weer te geven op dit apparaat. [322] Probleemoplossing Problemen oplossen Geheugenkaarten De geheugenkaart is per ongeluk geformatteerd. Alle gegevens op de geheugenkaart zijn door het formatteren gewist. U kunt de gegevens niet herstellen.
afgesneden. Afhankelijk van uw printer, kunnen de randen links, rechts, boven of onder van het beeld worden afgesneden. Vooral wanneer u een beeld afdrukt dat werd opgenomen met [ Beeldverhouding] ingesteld op [16:9], kunnen de zijkanten van het beeld worden afgesneden. Wanneer u beelden afdrukt op uw printer, annuleert u op de printer de instellingen voor bijsnijden en afdrukken zonder randen. Vraag de fabrikant van de printer of de printer deze functies heeft of niet.
[328] Probleemoplossing Problemen oplossen Overige Het apparaat wordt warm wanneer u het gedurende een lange tijd gebruikt. Dit is geen storing. Schakel het apparaat uit en gebruik het enige tijd niet. [329] Probleemoplossing Problemen oplossen Overige Het klok-instelscherm wordt afgebeeld nadat het apparaat is ingeschakeld. Stel de datum en tijd opnieuw in. De ingebouwde, oplaadbare reservebatterij is leeg.
[332] Probleemoplossing Problemen oplossen Overige Het apparaat werk niet goed. Schakel het apparaat uit. Haal de accu eruit en plaats hem weer terug. Als het apparaat heet is, haalt u de accu eruit en laat u hem afkoelen voordat u deze corrigerende handeling uitvoert. [333] Probleemoplossing Problemen oplossen Overige De "--E-" indicator wordt op het scherm afgebeeld. Verwijder de geheugenkaart en plaats deze terug.
De geplaatste geheugenkaart kan niet worden gebruikt in dit apparaat, of de gegevens zijn beschadigd. Plaats een nieuwe geheugenkaart. E:61:□□ E:62:□□ E:91:□□ Er is een storing in het apparaat opgetreden. Stel alle instellingen van het apparaat terug op de standaardinstellingen en schakel het apparaat daarna weer in. E:94:□□ Een storing is opgetreden bij het schrijven of wissen van gegevens. Reparatie is noodzakelijk. Neem contact op met uw Sony-dealer of plaatselijk, erkend Sonyservicecentrum.
Geheugenkaart vergrendeld. U gebruikt een geheugenkaart met een schrijfbeveiligingsschakelaar of een wisbeveiligingsschakelaar die in de stand LOCK staat. Zet de schakelaar in de stand voor opnemen. Kan de sluiter niet openen aangezien de geheugenkaart niet is geplaatst. Er is geen geheugenkaart geplaatst. Om de sluiter te ontspannen zonder dat een geheugenkaart in de camera is geplaatst, stelt u [Opn. zonder geh.krt.] in op [Inschakelen]. In dit geval worden de beelden niet opgeslagen.
Het aantal beelden waarvoor databeheer in een databasebestand door het apparaat mogelijk is, is overschreden. Het lukt niet het databasebestand te registreren. Importeer alle beelden op een computer en herstel de geheugenkaart. Fout van beelddatabasebestand Er is iets fout gegaan in het beelddatabasebestand. Selecteer [Instellingen] → [Beeld-DB herstellen]. Systeemfout Camerafout. Schakel uit en in. Haal de accu eruit en plaats hem weer terug.
Zwakke belichtingsomstandigheden Panorama d. beweg. AF-vergrendeling Felle belichtingsomstandigheden AF-vergrendeling Variërende helderheidsniveaus AF-vergrendeling Flikkerende lampen Panorama d. beweg. Onderwerpen die zich te dicht bij het apparaat bevinden Panorama d. beweg. Onderwerpen met grote bewegingen of onderwerpen die te snel bewegen Superieur automat. Panorama d. beweg. Auto HDR AF-vergrendeling Onderwerpen die te klein of te groot zijn Panorama d. beweg.