Digitale camera DSC-RX10M3 Hoe te gebruiken Vóór gebruik Namen van de onderdelen De camera en bijgeleverde artikelen controleren [1] Plaats van de onderdelen [2] Pictogrammen en indicators Lijst van pictogrammen op het scherm [3] Display [4] De riem gebruiken De schouderriem gebruiken [5] De oogkap voor oculair bevestigen De oogkap voor oculair bevestigen [6] De zoeker instellen De zoeker afstellen (diopterinstelling) [7] Helpfunctie in camera Over de [Helpfunct.
De camera voorbereiden De accu opladen De accu in de camera plaatsen [9] De accu opladen terwijl deze in de camera is geplaatst [10] Opladen door aansluiting op een computer [11] De gebruiksduur van de accu en het aantal beelden dat kan worden opgenomen/weergegeven met een accu [12] Voeding vanuit een stopcontact [13] De accu verwijderen [14] Een geheugenkaart plaatsen (los verkrijgbaar) De geheugenkaart plaatsen [15] De geheugenkaart verwijderen [16] Bruikbare geheugenkaarten [17] De lens bevestigen De l
"Quick Navi" gebruiken [25] Opnemen Stilstaande/bewegende beelden opnemen Stilstaande beelden opnemen [26] Bewegende beelden opnemen [27] Een opnamefunctie selecteren Lijst met standen van de functiekeuzeknop [28] Slim automatisch [29] Superieur automat. [30] Over scèneherkenning [31] De voordelen van automatisch opnemen [32] Autom. programma [33] Panorama d. beweg. [34] Scènekeuze [35] Sluitertijdvoorkeuze [36] Diafragmavoorkeuze [37] Handm. belichting [38] BULB [39] Geheug.nr. oproep.
Zoom-instelling [45] Over de zoomvergroting [46] Zoomsnelheid [47] Zoom-assist [48] Bereik zoom-assist [49] Intell. teleconverter [50] Zoomfunctie op ring [51] Zoomring draaien [52] De flitser gebruiken De flitser gebruiken [53] Informatie over het gebruik van de flitser [54] Flitsfunctie [55] Flitscompensatie [56] Een schermweergavefunctie selecteren De schermweergave veranderen (Opnemen) [57] DISP-knop (Zoeker) [58] DISP-knop (Scherm) [59] TC/UB-weerg.schak.
scherpstellingsfunctieknop [66] Scherpstelgebied [67] Centr. AF-vergrend. [68] Scherpstelvergrendeling [69] H. scherpst. [70] Directe handmatige scherpstelling (DMF) [71] MF Assist (stilstaand beeld) [72] Scherpst. vergroten [73] Schrpstelvergrot.tijd [74] Init.vergr.scherpst (stilstaand beeld) [75] Reliëfniveau [76] Reliëfkleur [77] Pre-AF (stilstaand beeld) [78] AF/MF-regeling [79] AF-hulplicht (stilstaand beeld) [80] AF op de ogen [81] Scherp.vergr.
EV-comp. resetten [93] Een transportfunctie selecteren (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Transportfunctie [94] Continue opname [95] Cont. m. snelh.vk. [96] Zelfontspanner [97] Zelfontsp.(Cont.) [98] Bracket continu [99] Bracket enkel [100] Witbalansbracket [101] Bracket DRO [102] Instellingen voor bracketopnamen [103] Indicator tijdens bracketopnamen [104] De ISO-gevoeligheid selecteren ISO [105] ISO AUTO min. sl.td. [106] NR Multi Frame [107] De helderheid of het contrast corrigeren D.-bereikopt.
Foto-effect [112] Creatieve stijl [113] Bewegende beelden opnemen Formaten voor het opnemen van bewegende beelden [114] Bestandsindeling (bewegende beelden) [115] Opname-instell. (bewegende beelden) [116] Dubbele video-OPN [117] Stilstaande beelden vastleggen tijdens het opnemen van bewegende beelden (Dual Rec) [118] Automat. Dual Rec [119] Beeldfor.(Dual Rec) [120] Kwaliteit (Dual Rec) [121] Markeringweerg.(bewegende beelden) [122] Markering-instell.
Eigen toets(opname) / Eigen toets(WG) [137] Werking van het besturingswiel [138] Werking van de scherpstelling-vasthoudknop [139] Werking van de AEL-knop [140] Werking van de customknop [141] Werking van de middenknop [142] Werking van de linkerknop [143] Werking van de rechterknop [144] Werking van de omlaagknop [145] Werking van de knop Naar smartph verznd [146] Lensring instellen [147] De overige functies van dit apparaat instellen Lach-/Gezichtsherk.
FINDER/MONITOR [164] Opn. zonder geh.krt. [165] Sluitertype (stilstaand beeld) [166] Draaikn./Wiel vergr.
Weergavefunctie [180] Weergave-rotatie [181] Diavoorstelling [182] Roteren [183] Vergro init. vrgro% [184] Vergro. init. plaats. [185] Beveiligen [186] Beelden bekijken op een televisie Beelden bekijken op een HD-televisie [187] Beelden bekijken op een "BRAVIA" Sync-compatibele televisie [188] Instellingen veranderen Menu Setup Monitor-helderheid [189] Helderheid zoeker [190] Kleurtemp. zoeker [191] Gamma-weerg.hulp [192] Volume-instellingen [193] Audiosignalen [194] Inst.
HDMI-resolutie [204] 24p/60p-uitvoer(bewegende beelden) (Alleen voor 1080 60i-compatibele modellen) [205] CTRL.VOOR HDMI [206] HDMI-inform.weerg. [207] TC-uitvoer(bewegende beelden) [208] REC-bediening(bewegende beelden) [209] 4K-uitvoer select.(bewegende beelden) [210] USB-verbinding [211] USB LUN-instelling [212] USB-voeding [213] Taal [214] Datum/tijd instellen [215] Tijdzone instellen [216] Copyrightinformatie [217] Formatteren [218] Bestandsnummer [219] Bestandsnaam instel [220] OPN.
PlayMemories Mobile [229] Een Android-smartphone verbinden met dit apparaat met behulp van de QR code [230] Een iPhone of iPad verbinden met dit apparaat met behulp van de QR code [231] Een Android-smartphone verbinden met dit apparaat door een SSID en wachtwoord in te voeren [232] Een iPhone of iPad verbinden met dit apparaat door een SSID en wachtwoord in te voeren [233] Een applicatie oproepen met [One-touch (NFC)] [234] Dit apparaat bedienen met behulp van een smartphone Intellig. afstandsbedien.
Naam Appar. Bew. [244] MAC-adres weergvn [245] SSID/WW terugst. [246] Netw.instell. terugst.
PlayMemories Home [258] PlayMemories Home installeren [259] Softwareprogramma's voor Mac-computers [260] Image Data Converter [261] Image Data Converter installeren [262] Toegang tot Bedieningshandleiding Image Data Converter [263] Remote Camera Control [264] Remote Camera Control installeren [265] Toegang tot de Help-functie van Remote Camera Control [266] Dit apparaat aansluiten op een computer Het apparaat aansluiten op een computer [267] Beelden importeren in de computer [268] Het apparaat loskoppelen
De accu opladen [277] Opmerkingen over geheugenkaarten [278] Dit apparaat reinigen Reiniging [279] Aantal opneembare stilstaande beelden en opnameduur van bewegende beelden Aantal stilstaande beelden [280] Resterende opnameduur van bewegende beelden [281] Dit apparaat in het buitenland gebruiken De netspanningsadapter/acculader in het buitenland gebruiken [282] Over tv-kleursystemen [283] Overige informatie ZEISS lens [284] AVCHD-formaat [285] Licentie [286] Handelsmerken Handelsmerken [287] Probleemo
Problemen oplossen Accu en voeding U kunt de accu niet in het apparaat plaatsen. [289] U kunt het apparaat niet inschakelen. [290] Het apparaat schakelt plotseling uit. [291] Het apparaat wordt heet. [292] De resterende-acculadingindicator geeft een verkeerd niveau aan. [293] Het oplaadlampje van het apparaat knippert tijdens het opladen van de accu. [294] De accu wordt niet opgeladen. [295] De monitor wordt niet ingeschakeld, ondanks dat het apparaat wordt ingeschakeld.
In het beeld verschijnt ruis wanneer u op een donkere plaats naar het scherm kijkt. [310] De ogen van het onderwerp zijn rood. [311] Punten verschijnen en blijven op het scherm. [312] U kunt niet continu beelden opnemen. [313] Het beeld is niet helder in de zoeker. [314] Er worden geen beelden weergegeven in de zoeker. [315] Er worden geen beelden weergegeven op de monitor. [316] [Finder/Monitor sel.
vinden. [331] [WPS-Push] werkt niet. [332] [Naar computer verz.] wordt voortijdig geannuleerd. [333] U kunt geen bewegende beelden zenden naar een smartphone. [334] [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] of [Naar smartph verznd] wordt voortijdig geannuleerd. [335] Het opnamescherm voor [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] wordt niet soepel afgebeeld./De verbinding tussen het apparaat en de smartphone is verbroken. [336] U kunt One-touch connection (NFC) niet gebruiken.
met uitgeschoven lens. [348] Het apparaat wordt warm wanneer u het gedurende een lange tijd gebruikt. [349] Het klok-instelscherm wordt afgebeeld nadat het apparaat is ingeschakeld. [350] Het aantal op te nemen beelden neemt niet af of neemt met twee beelden tegelijk af. [351] De instellingen zijn teruggesteld zonder dat terugstellen werd uitgevoerd. [352] Het apparaat werk niet goed. [353] Een geluid is hoorbaar wanneer het apparaat wordt geschud. [354] De "--E-" indicator wordt op het scherm afgebeeld.
NP-FW50 Oplaadbare accu (1) Micro-USB-kabel (1) Netspanningsadapter (1) Netsnoer (1)* (bijgeleverd in bepaalde landen/gebieden) * Mogelijk worden meerdere netsnoeren bij uw camera geleverd.Gebruik degene die geschikt is voor uw land/gebied.
[2] Hoe te gebruiken Vóór gebruik Namen van de onderdelen Plaats van de onderdelen 1. ON/OFF (Aan/Uit)-schakelaar 2. Ontspanknop 3. Voor opnemen: W/T-(zoom)knop Voor weergeven: (index-)knop/weergavezoomknop 4. Zelfontspannerlamp/AF-hulplicht 5. Diafragma-index 6. Lens 7. Voorste lensring 8. Achterste lensring 9. Belichtingscompensatieknop 10. Flitser 11. Multi-interfaceschoen* 12. Functiekeuzeknop 13. Bevestigingsoog voor de schouderriem 14. Scherpstelling-vasthoudknop 15. Scherpstellingsfunctieknop 16.
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. Microfoon Zoeker Oogsensor Diopter-instelwiel MOVIE (bewegende beelden)-knop (flitser omhoog-)knop (displayverlichtings-)knop Display C2-knop (Gepersonalis.knop 2) C1-knop (Gepersonalis.knop 1) Bevestigingsoog voor de schouderriem Geheugenkaartgleuf Deksel van geheugenkaartgleuf Toegangslamp 1. MENU-knop 2. Luidspreker 3.
Wanneer een externe microfoon is aangesloten, schakelt het apparaat van de interne microfoon over naar de externe microfoon. Als de externe microfoon van het 'plug-in'-type is, wordt de voeding voor de microfoon geleverd door dit apparaat. 4. (hoofdtelefoon-)aansluiting 5. Multi/Micro USB-aansluiting* Ondersteunt een micro-USB-compatibel apparaat. 6. HDMI-microaansluiting 7. Oplaadlampje 8.
1. Diafragmaklikschakelaar 2. Wi-Fi-sensor (ingebouwd) 3. (N-markering) Raak de markering aan wanneer u de camera verbindt met een smartphone die is uitgerust met de NFC-functie. Voor informatie over de plaats van de (N-markering) op uw smartphone, raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van uw smartphone. NFC (Near Field Communication) is een internationale norm voor draadloze communicatie over een korte afstand. 4. Accuvergrendelingshendel 5. Accuvak 6.
USB-aansluiting, gaat u naar de Sony-website of neemt u contact op met uw Sony-dealer of het plaatselijke, erkende Sony-servicecentrum.U kunt ook accessoires gebruiken die compatibel zijn met de accessoireschoen.De werking van accessoires van andere fabrikanten kan niet worden gegarandeerd.
1. P P* A S M Opn.modus Geheug.nr. oproep. NO CARD Geheugenkaart/Uploaden Pictogram van scèneherkenning Scènekeuze 100 Resterend aantal opneembare beelden Beeldverhouding van stilstaande beelden 20M / 18M / 17M / 13M / 10M / 7.5M / 6.5M / 5.0M / 4.2M / 3.
NFC is geactiveerd 100% Resterende acculading Waarschuwing voor resterende acculading USB-voeding Flitser bezig op te laden AF-hulplicht SteadyShot Uit/Aan, Camerabeweging-indicator Vliegtuig-stand Overlay-effect Geen audio-opname van bewegende beelden Windruis reductie Instelling effect uit ×2.0 Intelligente teleconverter Databasebestand vol/Databasebestandsfout Waarschuwing voor oververhitting Slimme zoom/ Held.
Spot-lichtmeetveld C:32:00 Zelfdiagnosefunctie Digitale niveaumeter Audioniv.weerg. Weergavefunctie 100-0003 Map - bestandsnummer Bestandsformaat van bewegende beelden Beveiligen DPOF DPOF instellen Beeld met automatische objectomkadering Dubbele video-OPN PC-afstandsbedien.
Opnametiming Gamma-weerg.hulp Gegevens schrijven VASTLEGGEN Stilstaand beeld vastleggen Kan geen stilstaande beelden opnemen. Automat. Dual Rec 2. Transportfunctie Lichtmeetfunctie Flitsfunctie/Rode ogen verm. ±0.0 Flitscompensatie Scherpstelfunctie 7500K A5 G5 Witbalans (Automatisch, Vooringesteld, Eigen, Kleurtemperatuur, Kleurfilter) Scherpstelgebied DRO/Auto HDR +3 +3 +3 Creatieve stijl/Contrast, Verzadiging, Scherpte Lach-/Gezichtsherk.
Foto-effect Gevoeligheidsindicator lachdetectie ― Beeldprofiel 3. AF-vergrendeling Gidsweergave voor AF-vergrendeling Scherpstelpunt select.
Sluitertijd F3.5 Diafragmawaarde ±0.0 Gemeten-handmatig ±0.
Tijdcode (uur:minuut:seconde:frame) 00 00 00 00 Gebruikersbit Opname-standby Opname-instelling Gidsweergave voor HFR-opname [4] Hoe te gebruiken Vóór gebruik Pictogrammen en indicators Display U kunt sluitertijd en diafragma, belichtingscompensatie, flitscompensatie, ISO, witbalans, transportfunctie, enz. instellen met behulp van het display bovenop de camera.
Witbalans Transportfunctie Resterende acculading Aantal opneembare beelden* * Zelfs als het aantal opneembare beelden hoger is dan 9.999 beelden, zal "9999" worden afgebeeld op het display. De achtergrondverlichting van het display inschakelen Druk op de verlichtingsknop (A) bovenop de camera. Als u nogmaals op de knop drukt, wordt de achtergrondverlichting van het display uitgeschakeld.
[5] Hoe te gebruiken Vóór gebruik De riem gebruiken De schouderriem gebruiken Bevestig de schouderriem om te voorkomen dat het apparaat valt en beschadigd raakt. 1. Bevestig beide uiteinden van de riem.
Wij adviseren u de oogkap voor oculair te bevestigen wanneer u van plan bent om de zoeker te gebruiken. 1. Bevestig de oogkap voor oculair zoals afgebeeld. Pak de oogkap voor oculair aan de linker- en rechterkant vast om hem te verwijderen. [7] Hoe te gebruiken Vóór gebruik De zoeker instellen De zoeker afstellen (diopterinstelling) Stel het diopter in op uw gezichtsvermogen totdat het beeld in de zoeker scherp te zien is.
[8] Hoe te gebruiken Vóór gebruik Helpfunctie in camera Over de [Helpfunct. in camera] De [Helpfunct. in camera] beeldt beschrijvingen af van MENU-onderdelen, Fn (Functie)-knop en instellingen, en als een functie niet kan worden ingesteld geeft het de reden daarvan aan. 1. Druk op de MENU-knop of Fn-knop. 2. Selecteer het gewenste MENU-onderdeel met behulp van boven-/onder/linker-/rechterkant van het besturingswiel. 3. Druk op de knop waaraan de functie [Helpfunct. in camera] is toegewezen.
2. Gebruik de punt van de accu om tegen de vergrendelingshendel (A) te duwen en steek de accu er helemaal in tot deze wordt vergrendeld. 3. Sluit het deksel. [10] Hoe te gebruiken De camera voorbereiden De accu opladen De accu opladen terwijl deze in de camera is geplaatst Het is belangrijk dat u de accu oplaadt voordat u de camera voor het eerst gaat gebruiken. De opgeladen accu verliest steeds wat lading, ook als u de accu niet gebruikt.
netspanningsadapter aan op een stopcontact. Oplaadlampje Brandt: Bezig met opladen Uit: Opladen klaar Knippert: Oplaadfout of opladen tijdelijk gepauzeerd omdat de camera niet binnen het juiste temperatuurbereik is Als het oplaadlampje gaat branden en daarna onmiddellijk weer uit gaat, is de accu volledig opgeladen. Oplaadtijd (volledige lading) De oplaadtijd met de netspanningsadapter (bijgeleverd) is ongeveer 150 minuten.
aanbevolen netspanningsadapter/acculader. In het geval enige storing optreedt tijdens het gebruik van dit apparaat, trekt u onmiddellijk de stekker van het netsnoer uit het stopcontact om de voeding los te koppelen. Als u een apparaat met een oplaadlampje gebruikt, denkt u eraan dat het apparaat niet is losgekoppeld van de voeding ondanks dat het oplaadlampje uit is.
Let op de volgende punten bij het opladen via een computer: Als het apparaat is aangesloten op een laptop-computer die niet op de stroomvoorziening is aangesloten, daalt de acculading van de laptop. Laat het apparaat niet gedurende een lange tijd aangesloten op een laptop. Schakel de computer niet uit of in, herstart de computer niet en wek de computer niet uit de slaapstand nadat de USB-verbinding tot stand is gekomen tussen de camera en de computer. Als u dit toch doet, kan een storing worden veroorzaakt.
Opmerking De bovenstaande gebruiksduur van de accu en het bovenstaande aantal beelden zijn van toepassing wanneer de accu volledig opgeladen is. Afhankelijk van de gebruiksomstandigheden kunnen de gebruiksduur van de accu en het aantal beelden lager zijn. De gebruiksduur van de accu en het aantal beelden dat kan worden opgenomen gelden voor opnemen onder de volgende omstandigheden: De accu wordt gebruikt bij een omgevingstemperatuur van 25 °C.
en weergeven terwijl het apparaat van voeding wordt voorzien vanuit een stopcontact zonder het accuvermogen te gebruiken. 1. Plaats de accu in de camera. 2. Sluit de camera met behulp van de micro-USB-kabel (bijgeleverd) en de netspanningsadapter (bijgeleverd) aan op een stopcontact. Opmerking De camera zal niet worden ingeschakeld als er geen resterende acculading is. Plaats een voldoende opgeladen accu in de camera.
De accu verwijderen 1. Controleer dat de toegangslamp niet brandt en schakel de camera uit. 2. Open het accudeksel. 3. Verschuif de vergrendelingshendel (A) en verwijder de accu. Let er goed op dat u de accu niet laat vallen. [15] Hoe te gebruiken verkrijgbaar) De camera voorbereiden Een geheugenkaart plaatsen (los De geheugenkaart plaatsen De geheugenkaart plaatsen 1. Open het deksel van de geheugenkaartgleuf. 2. Steek de geheugenkaart in de gleuf.
Zorg ervoor dat de afgeschuinde hoek in de juiste richting wijst. Met de afgeschuinde hoek in de afgebeelde richting, steekt u de geheugenkaart in de gleuf tot hij op zijn plaats vastklikt. 3. Sluit het deksel. Hint Wanneer u voor de eerste keer een geheugenkaart gebruikt in dit apparaat, adviseren wij u de kaart met behulp van het apparaat te formatteren voor stabiele prestaties van de geheugenkaart.
4. Sluit het deksel. [17] Hoe te gebruiken verkrijgbaar) De camera voorbereiden Een geheugenkaart plaatsen (los Bruikbare geheugenkaarten U kunt de volgende geheugenkaarten in deze camera gebruiken. Voor bewegende beelden, raadpleegt u "Geheugenkaarten die kunnen worden gebruikt voor het opnemen van bewegende beelden" op deze pagina.
SDXC-geheugenkaart microSD-geheugenkaart microSDHC-geheugenkaart microSDXC-geheugenkaart *SD-kaarten met een capaciteit to 256 GB zijn getest en goedgekeurd voor gebruik met deze camera. Geheugenkaarten die kunnen worden gebruikt voor het opnemen van bewegende beelden Voor het opnemen van bewegende beelden in het XAVC S-formaat Memory Stick PRO-HG Duo Bewegende beelden kunnen niet worden opgenomen met 100 Mbps of meer.
Een juiste werking kan niet van alle geheugenkaarten worden gegarandeerd. Wanneer u voor de eerste keer een geheugenkaart gebruikt in de camera, adviseren wij u de kaart vóór gebruik in de camera te formatteren, omdat de geheugenkaart dan stabieler presteert. Formatteren wist alle gegevens op de geheugenkaart permanent en is onherstelbaar. Sla waardevolle gegevens op een computer of soortgelijk apparaat op.
Wanneer de lenskap correct is bevestigd, komt de lenskapmarkering (rode lijn) overeen met de rode uitlijnmarkeringen op de lenskap. Verwijder de lenskap wanneer u de flitser gebruikt. Anders blokkeert de lenskap het flitslicht en kan als schaduw op het beeld verschijnen. Om na het opnemen de lenskap op te bergen, bevestigt u de lenskap achterstevoren op de lens.
Opmerking Als het instellen van de datum en de tijd tussentijds wordt geannuleerd, wordt het instelscherm voor de datum en tijd elke keer afgebeeld nadat de camera is ingeschakeld. [20] Hoe te gebruiken controleren De bedieningsmethode controleren De bedieningsmethode Het besturingswiel gebruiken U kunt onderdelen selecteren en instellen door het besturingswiel te draaien of op de boven-/onder-/rechter-/linkerkant van het besturingswiel te drukken.
Door de voorste lensring (A) en de achterste lensring (B) te draaien, kunt u de zoom- en scherpstellingsfuncties intuïtief gebruiken. U kunt ook de toewijzing van de zoom- en scherpstellingsfuncties aan de voorste lensring en de achterste lensring omwisselen met behulp van [Lensring instellen]. Pictogrammen en functienamen worden als volgt op het scherm aangegeven. Bijv. : Stel de zoomvergroting in door de achterste lensring (B) te draaien.
Pictogrammen en functienamen worden als volgt op het scherm aangegeven. Bijv.: : Tv: sluitertijd [23] Hoe te gebruiken controleren De bedieningsmethode controleren De bedieningsmethode MENU-onderdelen gebruiken In dit gedeelte leert u hoe u instellingen kunt veranderen die betrekking hebben op alle camerabedieningen en de camerafuncties kunt uitvoeren, waaronder opnemen, weergeven, en bedieningsmethoden. 1. Druk op de MENU-knop om de MENU-items af te beelden. 2.
/linkerkant van het besturingswiel te drukken of door het besturingswiel te draaien en daarna op in het midden van het besturingswiel. Selecteer een pictogram bovenaan het scherm en druk op de rechter/linkerkant van het besturingswiel om naar een ander MENU-onderdeel te gaan. 4. Selecteer de gewenste waarde van de instelling en druk ter bevestiging op .
2. Selecteer een functie die moet worden geregistreerd door op de boven/onder-/rechter-/linkerkant van het besturingswiel te drukken. 3. Selecteer de gewenste instelling door het besturingswiel te draaien, en druk daarna op in het midden van het besturingswiel. Sommige functies kunnen worden fijngeregeld met behulp van de besturingsknop. Instellingen maken op het specifieke scherm. Selecteer de gewenste functie in stap 2 en druk daarna op in het midden van het besturingswiel.
[25] Hoe te gebruiken controleren De bedieningsmethode controleren De bedieningsmethode "Quick Navi" gebruiken Als de zoeker wordt gebruikt, kunt u de instellingen rechtstreeks veranderen met behulp van het Quick Navi-scherm. De afgebeelde inhoud en de positie ervan dienen slechts als richtlijn en kunnen verschillen van de daadwerkelijke weergave. 1. MENU→ (Eigen instellingen) → [DISP-knop] → [Scherm] → [Voor zoeker] → [Enter]. 2.
Instellingen maken op het specifieke scherm. Selecteer de gewenste functie in stap 4 en druk daarna op in het midden van het besturingswiel. Het specifieke scherm voor de functie wordt afgebeeld. Volg de bedieningsgids (A) om de instellingen te maken. Opmerking De grijze items op het Quick Navi-scherm zijn niet beschikbaar. Bij gebruik van [Creatieve stijl] of [Beeldprofiel], kunnen sommige van de insteltaken alleen worden uitgevoerd op een toegewezen scherm.
Als het beeld scherpgesteld is, klinkt een pieptoon en wordt de indicator ( of ) afgebeeld. De kortste opnameafstand is ongeveer 3 cm (W-kant) of 72 cm (T-kant) tussen lens en onderwerp. 4. Druk de ontspanknop helemaal in. Scherpstellingsindicator brandt: Het beeld is scherpgesteld. knippert: Het scherpstellen is mislukt. brandt: Het beeld is scherpgesteld. De scherpgestelde positie verandert overeenkomstig de beweging van het onderwerp. brandt: De scherpstelling wordt uitgevoerd.
scherpstellingsafstanden. [27] Hoe te gebruiken Opnemen Stilstaande/bewegende beelden opnemen Bewegende beelden opnemen U kunt bewegende beelden opnemen door op de MOVIE (bewegend-beeld)-knop te drukken. 1. Druk op de MOVIE-knop als u het opnemen wilt starten. 2. Druk nogmaals op de MOVIE-knop als u het opnemen wilt stoppen. Hint U kunt de functie opnemen van bewegende beelden starten/stoppen toewijzen aan een gewenste knop.
opgenomen. Het bedieningsgeluid van de zoomhulpfunctie of het bedieningsgeluid door drukken op de MOVIE-knop om het opnemen te stoppen kunnen ook worden opgenomen. Voor de ononderbroken opnameduur van bewegende beelden, raadpleegt u "Resterende opnameduur van bewegende beelden". Nadat het opnemen van bewegende beelden klaar is, kunt u het opnemen hervatten door nogmaals op de MOVIE-knop te drukken.
(Diafragmavoorkeuze): Hiermee kunt u het diafragma instellen en opnemen wanneer u de achtergrond wazig wilt maken, enz. (Sluitertijdvoorkeuze): Hiermee kunt u snelbewegende onderwerpen, enz., opnemen door de sluitertijd handmatig in te stellen. (Handm. belichting): Hiermee kunt u stilstaande beelden opnemen met de gewenste belichting door de belichting (zowel de sluitertijd als de diafragmawaarde (F-waarde)) in te stellen. MR (Geheug.nr. oproep.
instellingen selecteren nadat u de stand van de functiekeuzeknop hebt veranderd. 3. Richt de camera op het onderwerp. Nadat de camera de scène heeft herkend, wordt het pictogram van de herkende scène afgebeeld op het scherm. 4. Stel scherp en fotografeer het onderwerp. Opmerking Het apparaat zal de scène niet herkennen wanneer u beelden opneemt met een andere zoomfunctie dan de optische-zoomfunctie. Het apparaat herkent de scène mogelijk niet goed onder bepaalde opnameomstandigheden.
Als [Modusdraaiknopsch.] is ingesteld op [Aan], kunt u de gewenste instellingen selecteren nadat u de stand van de functiekeuzeknop hebt veranderd. 3. Richt de camera op het onderwerp. Als de camera een scène herkent, wordt het pictogram van de scèneherkenning afgebeeld op het scherm. Zo nodig wordt (overlay- pictogram) afgebeeld. 4. Stel scherp en fotografeer het onderwerp. Opmerking Wanneer het apparaat wordt gebruikt om samengestelde beelden te maken, duurt het opnameproces langer dan normaal.
Wanneer het apparaat bepaalde scènes herkent, worden de volgende pictogrammen en gidsen afgebeeld op de eerste regel: (Portretopname) (Kind) (Nachtportret) (Nachtscène) (Portret m.
Stelt u in staat op te nemen met automatische scèneherkenning. Deze functie neemt heldere beelden op van donkere scènes of scènes met tegenlicht. P (Autom. programma): Stelt u in staat om diverse opname-instellingen in te stellen, zoals de witbalans, ISO-waarde, enz. Diafragmawaarde en sluitertijd worden automatisch ingesteld door de camera. Hint In de functie [Superieur automat.] en wanneer de (overlay-pictogram) wordt afgebeeld, mag u de camera niet bewegen voordat de meerdere opnamen zijn opgenomen.
Programmaverschuiving U kunt de combinatie van sluitertijd en diafragma (F-waarde) veranderen door de besturingsknop te draaien zonder de juiste belichting te veranderen die door dit apparaat is ingesteld. Deze functie is beschikbaar wanneer de flitser niet wordt gebruikt. Wanneer u de besturingsknop draait, verandert "P" op het scherm in "P*". Om de programmaverschuiving te annuleren, stelt u de opnamefunctie in op een andere functie dan [Autom. programma], of schakelt u de camera uit.
(A) Dit gedeelte wordt niet opgenomen. 4. Druk de ontspanknop helemaal in. 5. Pan de camera naar het einde van de overzichtsbalk in de richting van de pijl op de monitor. (B) Overzichtsbalk Opmerking Als de volledige hoek van de panoramaopname niet binnen de vaste tijdsduur wordt gepand, wordt een grijs gebied toegevoegd aan het samengestelde beeld. Als dit gebeurt, beweegt u het apparaat sneller om het volledige panoramabeeld op te nemen.
Als een lichtbron, zoals een tl-verlichting, flikkert, zijn de helderheid en kleur van de aan elkaar geplakte beelden mogelijk niet consistent. Als de volledige hoek van de panoramaopname en de AE/AFvergrendelingshoek sterk verschillen in helderheid en scherpstelling, lukt de opname mogelijk niet. Als dit gebeurt, verandert u de AE/AFvergrendelingshoek en neemt u opnieuw op. De volgende situaties zijn niet geschikt voor opnemen met panorama door beweging: Bewegende onderwerpen.
Menu-onderdelen Portret: Neemt het onderwerp scherp op tegen een onscherpe achtergrond. Benadrukt de zachte huidtinten. Sportactie: Legt een bewegend onderwerp vast met een snelle sluitertijd zodat het lijkt of het onderwerp stilstaat. Het apparaat neemt continu beelden op zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt. Macro: Neemt close-ups op van onderwerpen, zoals bloemen, insecten, voedsel of kleine voorwerpen. Landschap: Neemt het hele landschap scherp op met levendige kleuren.
Nachtscène: Neemt nachtscènes op zonder dat de donkere sfeer verloren gaat. Schemeropn. hand: Neemt nachtscènes op met minder ruis en onscherpte zonder dat u een statief gebruikt. Een reeks opnamen wordt gemaakt en beeldbewerking wordt toegepast om de onderwerpbeweging, camerabeweging en ruis te verminderen. Nachtportret: Neemt nachtscèneportretten op met de flitser. Antibewegingswaas: Maakt het mogelijk om binnenshuis op te nemen zonder de flitser te gebruiken en vermindert onderwerpbeweging.
Opmerking In de volgende instellingen is de sluitertijd langer, waardoor het wordt aanbevolen om een statief te gebruiken om te voorkomen dat het beeld wazig wordt. [Nachtscène] [Nachtportret] In de functie [Schemeropn. hand] of [Antibewegingswaas] klikt de sluiter 4 keer, waarna het beeld wordt opgeslagen. Als u [Schemeropn. hand] of [Antibewegingswaas] selecteert met [RAW] of [RAW en JPEG], wordt de beeldkwaliteit tijdelijk ingesteld op [Fijn].
onderwerp te veroorzaken met een lange sluitertijd.De sluitertijd kan worden veranderd tijdens het opnemen van bewegende beelden. 1. Zet de functiekeuzeknop in de stand S (Sluitertijdvoorkeuze). 2. Selecteer de gewenste instelling door de besturingsknop te draaien. 3. Stel scherp en fotografeer het onderwerp. Het diafragma wordt automatisch aangepast om tot een juiste belichting te komen.
U kunt opnemen door het diafragma in te stellen en het scherpstelbereik te veranderen, of door de achtergrond onscherp te maken.De diafragmawaarde kan worden veranderd tijdens het opnemen van bewegende beelden. 1. Zet de functiekeuzeknop in de stand A (Diafragmavoorkeuze). 2. Selecteer de gewenste waarde door de diafragmaring te draaien. Kleinere F-waarde: Het onderwerp is scherpgesteld, maar voorwerpen voor en achter het onderwerp zijn wazig.
beeld dat in werkelijkheid wordt opgenomen. Wij adviseren u de diafragmawaarde in te stellen tussen F2,4 en F8 als u beelden wilt opnemen met een hoge resolutie. De beeldkwaliteit kan achteruitgaan als gevolg van het fenomeen straalbuiging. [38] Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren Handm. belichting U kunt een opname met de gewenste belichtingsinstelling maken door wijziging van zowel de sluitertijd als het diafragma.
De helderheid van het beeld op de monitor kan verschillen van die van het beeld dat in werkelijkheid wordt opgenomen. Hint U kunt de combinatie van de sluitertijd en het diafragma (F-waarde) veranderen zonder de ingestelde belichtingswaarde te veranderen door de diafragmaring te draaien terwijl u de AEL-knop ingedrukt houdt. (Handmatige verschuiving) [39] Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren BULB U kunt een naspoor opnemen van de beweging van een onderwerp met een lange sluitertijd.
Wanneer de functie [NR Multi Frame] is ingeschakeld. Als de functie [Transportfunctie] is ingesteld op de volgende functies: [Continue opname] [Cont. m. snelh.vk.] [Zelfontsp.(Cont.)] [Bracket continu] Als [ Sluitertype] is ingesteld op [Elektronische sluiter]. Als u de bovenstaande functies gebruikt terwijl de sluitertijd is ingesteld op [BULB], wordt de sluitertijd tijdelijk ingesteld op 30 seconden. Hint Beelden opgenomen in de stand [BULB] zijn vaak wazig.
[41] Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren Film U kunt de sluitertijd of diafragmawaarde instellen op uw gewenste instellingen voor het opnemen van bewegende beelden. U kunt ook de beeldhoek controleren alvorens op te nemen. 1. Zet de functiekeuzeknop in de stand 2. MENU → (Film). (Camera- instellingen) → [Film] → gewenste instelling. Als [Modusdraaiknopsch.] is ingesteld op [Aan], kunt u de gewenste instellingen selecteren nadat u de stand van de functiekeuzeknop hebt veranderd. 3.
[42] Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren Opnemen van bewegende beelden in super slow motion (HFR-instellingen) Door op te nemen met een hogere beeldfrequentie dan het opnameformaat, kunt u bewegende beelden opnemen in super slow motion. 1. Zet de functiekeuzeknop in de stand Het HFR-instelscherm wordt afgebeeld. (Hoge beeldsnelheid). 2. Selecteer MENU → (Camera- instellingen) → [ HFR-instellingen] en selecteer de gewenste instellingen voor [ Opname-instell.
[480fps]/[500fps] en [960fps]/[1000fps]. Voorkeuze-instell.: Selecteer [Kwaliteitsvoorkeuze] of [Opn.tijdsvoorkeuze]. Als u [Opn.tijdsvoorkeuze] selecteert, is de opnameduur langer dan in de functie [Kwaliteitsvoorkeuze]. OPNAME-tijd: Selecteert of gedurende een ingestelde tijdsduur moet worden opgenomen nadat op de MOVIE-knop is gedrukt ([Starttrigger]), of dat gedurende een ingestelde tijdsduur moet worden opgenomen totdat u op de MOVIE-knop drukt ([Eindtrigger]).
Als [ OPNAME-tijd] is ingesteld op [Starttrigger] en u tijdens het opnemen nogmaals op de MOVIE-knop drukt, zal de camera het opnemen afbreken en opnieuw beginnen met opnemen. Het opnemen opnieuw uitvoeren U kunt het opnemen annuleren door [Annuleren] op het scherm te selecteren. Echter, de bewegende beelden die tot op het punt waarop werd geannuleerd zijn opgenomen, worden opgeslagen.
[ Beeldsnelheid]: 480fps/500fps Effectief aantal pixels afgelezen van de beeldsensor: 1676×566 Opnameduur: ong. 2 seconden [ Beeldsnelheid]: 960fps/1000fps Effectief aantal pixels afgelezen van de beeldsensor: 1136×384 Opnameduur: ong. 2 seconden [ Voorkeuze-instell.]: [Opn.tijdsvoorkeuze] [ Beeldsnelheid]: 240fps/250fps Effectief aantal pixels afgelezen van de beeldsensor: 1676×566 Opnameduur: ong.
Draai de W/T-(zoom)knop naar de T-kant om in te zoomen en naar de Wkant om uit te zoomen. Hint Wanneer [Enkel optische zoom], is ingesteld op iets anders dan [Zoominstelling], kunt u het zoombereik van de optische zoom overschrijden bij het zoomen van beelden. U kunt de zoomfunctie toewijzen aan de voorste lensring door MENU → (Eigen instellingen) → [Lensring instellen] te selecteren.
Opmerking De standaardinstelling voor de [Zoom-instelling] is [Enkel optische zoom]. De standaardinstelling voor [ Beeldformaat] is [L]. Om de slimmezoomfunctie te kunnen gebruiken, stelt u [ Beeldformaat] in op [M], [S] of [VGA]. De zoomfuncties, behalve de optische-zoomfunctie, zijn niet beschikbaar bij opnemen in de volgende situaties: [ Kwaliteit] is ingesteld op [RAW] of [RAW en JPEG]. [ Opname-instell.] is ingesteld op [120p]/[100p]. De functiekeuzeknop staat in de stand (Hoge beeldsnelheid).
verslechtert. Aan:Digitale zoom: Wanneer het zoombereik van de [ Held. Beeld Zoom] wordt overschreden, vergroot het apparaat de beelden tot de maximale zoomvergroting. De beeldkwaliteit gaat echter achteruit. Opmerking Stel [Enkel optische zoom] in als u beelden wilt vergroten binnen het bereik waarbinnen de beeldkwaliteit niet verslechtert.
Normaal: Stelt de zoomsnelheid van de zoomhendel in op normaal. Snel: Stelt de zoomsnelheid van de zoomhendel in op snel. Hint De [Zoomsnelheid]-instellingen worden ook gebruikt wanneer u zoomt met de afstandsbediening (los verkrijgbaar) aangesloten op de camera. Opmerking Door [Snel] te selecteren wordt de kans groter dat het zoomgeluid wordt opgenomen.
2. Stel uw beeld zodanig samen dat het onderwerp binnen het zoomhulpkader valt en laat daarna de knop los. De voorgaande zoomvergroting wordt hersteld en het gebied binnen het zoomhulpkader wordt op het volledige scherm weergegeven. Hint U kunt de grootte van het zoomhulpkader veranderen door de standaardzoomfunctie te gebruiken en tegelijkertijd de knop waaraan [Zoomassist] is toegewezen ingedrukt te houden.
L: Zoomt ver uit. [50] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken De zoom gebruiken Intell. teleconverter Intelligente teleconverter vergroot en snijdt het midden van het beeld bij, en neemt het vervolgens op. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toets(opname)] → wijs de functie [Intell. teleconverter] toe aan de gewenste knop. 2. Vergroot een beeld door op de knop te drukken waaraan u [Intell. teleconverter] hebt toegewezen. De instellingen veranderen bij elke druk op de knop.
Stap: Zoomt in/uit met bepaalde hoekstappen wanneer u de zoom bedient door de lensring te draaien. Opmerking In de volgende situaties werkt de zoomfunctie alsof [Zoomfunctie op ring] is ingesteld op [Standaard], ondanks dat hij is ingesteld op [Stap]. Bij gebruik van de W/T-(zoom)knop om de zoomvergroting te veranderen. Bij het opnemen van bewegende beelden. Bij gebruik van een andere zoomfunctie dan de optische-zoomfunctie.
De flitser gebruiken Gebruik in een donkere omgeving de flitser om het onderwerp te verlichten tijdens de opname, en om camerabeweging te voorkomen. Als u tegen de zon in opneemt, gebruikt u de flitser om het beeld van het onderwerp met tegenlicht te verlichten. 1. Druk op de knop (flitser omhoog) om de flitser omhoog te laten springen. 2. Druk de ontspanknop helemaal in. Wanneer u de flitser niet gebruikt Wanneer de flitser niet wordt gebruikt, duwt u hem terug in de camerabody.
Gebruik de multi-interfaceschoen niet met een in de winkel verkrijgbare flitser die een spanning nodig heeft van 250 V of hoger, of een omgekeerde polariteit heeft in vergelijking met de camera. Hierdoor kan een storing worden veroorzaakt. Tijdens het opnemen met de flitser en de zoom ingesteld op W, kan de schaduw van de lens zichtbaar zijn op het scherm, afhankelijk van de opnameomstandigheden.
Menu-onderdelen Flitser uit: De flitser werkt niet. Automatisch flitsen: De flitser gaat af in donkere omgevingen of bij het opnemen met sterk tegenlicht. Invulflits: Elke keer als u op de ontspanknop drukt, gaat de flitser af. Langz.flitssync.: Elke keer als u op de ontspanknop drukt, gaat de flitser af. U kunt met de langzame-flitssynchronisatieopname een helder beeld opnemen van zowel het onderwerp als de achtergrond door een langere sluitertijd te gebruiken. Eindsynchron.
van de camera. [56] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken De flitser gebruiken Flitscompensatie Past de hoeveelheid flitslicht aan binnen een bereik van –3,0 EV tot +3,0 EV. Flitscompensatie verandert alleen de hoeveelheid flitslicht. Belichtingscompensatie verandert de hoeveelheid flitslicht in combinatie met de verandering van de sluitertijd en het diafragma. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Flitscompensatie] → gewenste instelling.
1. Druk op de DISP (Weergave-instelling)-knop. Iedere keer wanneer u op de DISP-knop drukt, verandert het opnameinformatiescherm. Graf. weerg. Alle info weerg.
Voor zoeker* * [Voor zoeker] wordt alleen op het scherm afgebeeld. Sommige schermweergavefuncties zijn niet beschikbaar in de standaardinstellingen. Om de schermweergavefuncties te veranderen, drukt u op MENU → instellingen) → [DISP-knop] en verandert u de instelling. (Eigen Opmerking Histogram wordt niet afgebeeld tijdens het opnemen van panoramabeelden. In de functie voor bewegende beelden kan [Voor zoeker] niet worden afgebeeld.
selecteren DISP-knop (Zoeker) Stelt u in staat de schermweegavefuncties in te stellen die in de opnamefunctie kunnen worden geselecteerd voor de zoeker met (Weergave-instelling). 1. MENU → (Eigen instellingen) → [DISP-knop] → [Zoeker] → gewenste instelling → [Enter]. De onderdelen gemarkeerd met zijn beschikbaar. Menu-onderdelen Graf. weerg.: Beeldt basisinformatie af over opnemen. De sluitertijd en diafragmawaarde worden grafisch afgebeeld. Alle info weerg.: Beeldt opname-informatie af.
instelling → [Enter]. De onderdelen gemarkeerd met zijn beschikbaar. Menu-onderdelen Graf. weerg.: Beeldt basisinformatie af over opnemen. De sluitertijd en diafragmawaarde worden grafisch afgebeeld. Alle info weerg.: Beeldt opname-informatie af. Geen info: Beeldt geen opname-informatie af. Histogram: Toont een grafische weergave van de luminantieverdeling. Niveau: Geeft aan of het apparaat horizontaal staat, zowel in de richting links-rechts als in de richting voor-achter.
Elke keer wanneer u op de knop drukt, verandert de weergave op de monitor in de volgorde: tijdteller voor het opnemen van bewegende beelden → tijdcode (TC) → gebruikersbit (UB). [61] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken stilstaande beelden selecteren Het formaat/de kwaliteit van Beeldformaat (stilstaand beeld) Hoe groter het beeldformaat hoe meer details zullen worden gereproduceerd wanneer het beeld wordt afgedrukt op een groot formaat papier.
L: 17M 5472×3080 pixels M: 7.5M 3648×2056 pixels S: 4.2M 2720×1528 pixels Beeldformaat wanneer [ Beeldverhouding] 1:1 is L: 13M 3648×3648 pixels M: 6.5M 2544×2544 pixels S: 3.7M 1920×1920 pixels Opmerking Als [ Kwaliteit] is ingesteld op [RAW] of [RAW en JPEG], komt het beeldformaat van RAW-beelden overeen met [L].
1:1: Voor het opnemen van composities als een middenformaatcamera. [63] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken stilstaande beelden selecteren Het formaat/de kwaliteit van Kwaliteit (stilstaand beeld) Selecteert het compressieformaat van stilstaande beelden. 1. MENU → instelling. (Camera- instellingen) → [ Kwaliteit] → gewenste Menu-onderdelen RAW: Bestandsformaat: RAW (neemt op met gebruikmaking van het RAWcompressieformaat.) In dit bestandsformaat wordt geen digitale bewerking toegepast.
Het beeld wordt bij het opnemen gecomprimeerd in het JPEG-bestandsformaat. Standaard: Bestandsformaat: JPEG Het beeld wordt bij het opnemen gecomprimeerd in het JPEG-bestandsformaat. Aangezien de compressieverhouding van [Standaard] hoger is dan die van [Fijn], is de bestandsgrootte van [Standaard] kleiner dan die van [Fijn]. Hiermee kunnen meer bestanden worden opgenomen op 1 geheugenkaart, maar de kwaliteit is lager.
Als [Panorama: richting] is ingesteld op [Links] of [Rechts] Standaard: 8192×1856 Breed: 12416×1856 [65] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken stilstaande beelden selecteren Het formaat/de kwaliteit van Panorama: richting Stelt de richting in waarin de camera moet worden gepand bij het opnemen van panoramabeelden. 1. MENU → instelling. (Camera- instellingen) → [Panorama: richting] → gewenste Menu-onderdelen Rechts: Pan de camera van links naar rechts. Links: Pan de camera van rechts naar links.
Informatie over de scherpstellingsfuncties S (Enkelvoudige AF): De camera voert de scherpstelling uit en de scherpstelling wordt vergrendeld wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt. Gebruik deze functie wanneer het onderwerp stilstaat. C (Continue AF): De camera blijft scherpstellen zo lang u de ontspanknop tot halverwege ingedrukt houdt. Gebruik deze functie wanneer het onderwerp in beweging is. DMF (D. handm. sch.
[67] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Scherpstelgebied Selecteert het scherpstelgebied. Gebruik deze functie wanneer het moeilijk is goed scherp te stellen in de automatische scherpstellingsfunctie. Deze instelling is van toepassing op zowel stilstaande beelden als bewegende beelden. 1. MENU → instelling. (Camera- instellingen) → [Scherpstelgebied] → gewenste Menu-onderdelen Breed: Stelt automatisch scherp op een onderwerp in alle bereiken van het beeld.
/rechterkant van het besturingswiel. U kunt het gebied waarin het volgen begint verplaatsen naar een gewenste punt door het gebied aan te wijzen als het flexibele punt of uitgebreide flexibele punt. Hint Als [Scherpstelgebied] is ingesteld op [Flexibel punt] of [Uitgebr.
in het midden van het scherm bevindt, waarna de camera dat onderwerp blijft volgen. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Centr. AF-vergrend.] → [Aan]. 2. Plaats het doelframe (A) rond het onderwerp en druk op van het besturingswiel. Druk nogmaals op om het volgen te stoppen. in het midden Als de camera het onderwerp kwijtraakt, kan hij detecteren wanneer het onderwerp weer terugkomt op de monitor en hervat hij het volgen. 3. Druk de ontspanknop helemaal in om het beeld op te nemen. Opmerking [Centr.
[69] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Scherpstelvergrendeling Neemt beelden op met de scherpstelling vergrendeld op het gewenste onderwerp in de automatische scherpstellingsfunctie. 1. Zet de scherpstellingsfunctieknop in de stand S (Enkelvoudige AF). 2. Plaats het onderwerp binnen het AF-gebied en druk de ontspanknop tot halverwege in. De scherpstelling is vergrendeld. 3.
Wanneer u de voorste lensring draait, wordt de scherpstellingsafstand afgebeeld op het scherm. 3. Druk de ontspanknop helemaal in om het beeld op te nemen. Hint U kunt de scherpstellingsfunctie toewijzen aan de achterste lensring door MENU → (Eigen instellingen) → [Lensring instellen] te selecteren. Opmerking Wanneer u de zoeker gebruikt, stelt u het diopterniveau af om een goede scherpstelling van de zoeker te verkrijgen.
Wanneer u de voorste lensring draait, wordt de scherpstellingsafstand afgebeeld op het scherm. 4. Druk de ontspanknop helemaal in om een beeld op te nemen. Hint U kunt de scherpstellingsfunctie toewijzen aan de achterste lensring door MENU → (Eigen instellingen) → [Lensring instellen] te selecteren. [72] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen MF Assist (stilstaand beeld) U kunt het beeld op het scherm automatisch vergroten om gemakkelijker handmatig scherp te stellen.
Hint U kunt instellen hoe lang het beeld vergroot moet worden weergegeven door MENU → (Eigen instellingen) → [Schrpstelvergrot.tijd] te selecteren. [73] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Scherpst. vergroten U kunt de scherpstelling controleren door het beeld te vergroten voordat u opneemt. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Scherpst. vergroten]. 2.
Schrpstelvergrot.tijd Stel in hoe lang een beeld moet worden vergroot bij gebruik van de functie [ MF Assist] of [Scherpst. vergroten]. 1. MENU → instelling. (Eigen instellingen) → [Schrpstelvergrot.tijd] → gewenste Menu-onderdelen 2 sec.: Vergroot de beelden gedurende 2 seconden. 5 sec.: Vergroot de beelden gedurende 5 seconden. Geen beperk.: Vergroot de beelden tot u op de ontspanknop drukt. [75] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Init.vergr.
[76] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Reliëfniveau U kunt bij opnemen met handmatige scherpstelling of met directe handmatige scherpstelling de contouren van scherpgestelde bereiken benadrukken met behulp van een specifieke kleur. Met behulp van deze functie kunt u de scherpstelling gemakkelijk controleren.Deze instelling is van toepassing op zowel stilstaande beelden als bewegende beelden. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Reliëfniveau] → gewenste instelling.
Stelt bij opnemen met handmatige scherpstelling of met directe handmatige scherpstelling de kleur in die wordt gebruikt voor de reliëffunctie.Deze instelling is van toepassing op zowel stilstaande beelden als bewegende beelden. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Reliëfkleur] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Rood: Reliëf versterkt in rood. Geel: Reliëf versterkt in geel. Wit: Reliëf versterkt in wit.
U kunt de scherpstellingsfunctie tijdens het opnemen eenvoudig omschakelen van automatisch naar handmatig en terug zonder de positie van uw handen te veranderen.Deze instelling is van toepassing op zowel stilstaande beelden als bewegende beelden. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toets(opname)] → knop waaraan wordt toegewezen → [AF/MF-reg. vergr.] of [AF/MF-reg. wissel.]. Menu-onderdelen AF/MF-reg. vergr.: Schakelt de scherpstellingsfunctie om zolang de knop ingedrukt wordt gehouden. AF/MF-reg.
Opmerking U kunt [ AF-hulplicht] niet gebruiken in de volgende situaties: In de opnamefunctie voor bewegende beelden In de functie [Panorama d. beweg.] Als [Scherpstelfunctie] is ingesteld op [Continue AF]. Als [Scènekeuze] is ingesteld op de volgende functies: [Landschap] [Sportactie] [Nachtscène] Het AF-hulplicht zendt zeer helder licht uit. Ondanks dat er geen gezondheidsrisico’s bestaan, mag u niet van dichtbij rechtstreeks in het AFhulplicht kijken.
gezicht en stelt scherp op dat gezicht. Als de camera het gezicht van een persoon niet kan detecteren, kunt u [AF op de ogen] niet gebruiken. Afhankelijk van de omstandigheden, kunt u [AF op de ogen] niet gebruiken, bijvoorbeeld wanneer [Scherpstelfunctie] is ingesteld op [H. scherpst.], enz. [AF op de ogen] werkt niet in de volgende situaties: Wanneer de persoon een zonnebril draagt. Wanneer het haar de ogen van de persoon bedekt. Onder omstandigheden met zwakke belichting of tegenlicht.
De -markering geeft de locatie van de beeldsensor* aan. Wanneer u de exacte afstand meet tussen het apparaat en het onderwerp, kijk dan naar de positie van de horizontale lijn. * De beeldsensor is het onderdeel dat de lichtbron omzet in een digitaal signaal. Opmerking Als het onderwerp dichterbij is dan de minimale opnameafstand van de lens, kan de scherpstelling niet worden bevestigd. Zorg voor voldoende afstand tussen het onderwerp en het apparaat.
Wijst een langere scherpstellingsafstand toe aan de draairichting rechtsom en een kortere scherpstellingsafstand aan de draairichting linksom. [85] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Belichting instellen Belicht.comp. U kunt de belichting instellen onder MENU wanneer de belichtingscompensatieknop is ingesteld op "0".Uitgaande van de belichtingswaarde die is ingesteld door de automatische belichtingsfunctie, kunt u het gehele beeld helderder of donkerder maken als u [Belicht.comp.
[86] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Belichting instellen Belichtingscompensatieknop Uitgaande van de belichtingswaarde die is ingesteld door de automatische belichtingsfunctie, kunt u het gehele beeld helderder of donkerder maken als u [Belicht.comp.] verandert naar de pluskant respectievelijk de minkant (belichtingscompensatie). Normaal gesproken wordt de belichting automatisch ingesteld (automatische belichting). 1. Draai de belichtingscompensatieknop.
gemeten voor het bepalen van de belichting. 1. MENU → instelling. (Camera- instellingen) → [Lichtmeetfunctie] → gewenste Menu-onderdelen Multi: Na opdeling van het totale scherm in meerdere gebieden wordt het licht op elk gebied gemeten, en zo wordt de juiste belichting van het hele scherm bepaald (Multi-patroonmeting). Midden: Meet de gemiddelde helderheid van het hele scherm, terwijl de nadruk ligt op het middengedeelte van het scherm (Middengewogen meting).
donkerder is dan het onderwerp en vergrendelt u de belichting van het hele scherm. 1. Stel scherp op het punt waarop de belichting werd ingesteld. 2. Druk op de AEL-knop. De belichting is vergrendeld en (AE-vergrendeling) brandt. 3. Houd de AEL-knop ingedrukt, stel opnieuw scherp op het onderwerp en maak de opname. Houd de AEL-knop ingedrukt terwijl u een opname maakt als u door wilt gaan met opnemen met de vaste belichting. Laat de knop los om de belichting opnieuw te stellen.
1. MENU → instelling. (Eigen instellingen) → [ AEL met sluiter] → gewenste Menu-onderdelen Automatisch: Vergrendelt de belichting na handmatig scherpgesteld te hebben wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt in het geval [Scherpstelfunctie] is ingesteld op [Enkelvoudige AF]. Aan: Vergrendelt de belichting wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt. Uit: Vergrendelt de belichting niet wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt.
Alleen omgeving: Past de belichtingscompensatiewaarde toe om alleen het omgevingslicht te regelen. [91] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Belichting instellen Zebra Het zebrapatroon wordt afgebeeld over een deel van het beeld als het helderheidsniveau van dat deel voldoet aan het IRE-niveau dat u hebt ingesteld. Gebruik dit zebrapatroon als richtlijn bij het instellen van de helderheid. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Zebra] → gewenste instelling.
[92] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Belichting instellen Belichtingsinst.gids U kunt instellen of een gids wordt afgebeeld wanneer u de belichting instelt. 1. MENU → instelling. (Eigen instellingen) → [Belichtingsinst.gids] → gewenste Menu-onderdelen Uit: Beeldt de gids niet af. Aan: Beeldt de gids af. [93] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Belichting instellen EV-comp. resetten Stelt in of de belichtingswaarde die is ingesteld met [Belicht.comp.
Resetten: Stelt de instellingen van [Belicht.comp.] terug op "0". [94] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Een transportfunctie selecteren Transportfunctie U kunt de transportfunctie instellen, zoals ononderbroken opnamen of zelfontspanner-opnamen. 1. MENU → instelling. (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → gewenste Menu-onderdelen Enkele opname: Neemt één stilstaand beeld op. Normale opnamestand.
Bracket DRO: Neemt in totaal drie beelden op, elk met een verschillend niveau van dynamischbereikoptimalisatie. Opmerking Wanneer de opnamefunctie is ingesteld op [Scènekeuze] en [Sportactie] is geselecteerd, kan [Enkele opname] niet worden uitgevoerd. [95] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Een transportfunctie selecteren Continue opname Neemt beelden ononderbroken op zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt. 1. MENU→ opname].
[96] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Een transportfunctie selecteren Cont. m. snelh.vk. Het apparaat blijft opnemen zo lang de ontspanknop ingedrukt wordt gehouden. U kunt continu opnemen op een snelheid hoger dan die van [Continue opname]. 1. MENU→ snelh.vk.]. (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Cont. m. Opmerking Tussen continu opnemen van frames, wordt onmiddellijk een beeld van elk frame weergegeven.
Neemt een beeld op met behulp van de zelfontspanner nadat een bepaald aantal seconden zijn verstreken sinds op de ontspanknop is gedrukt. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Zelfontspanner]. 2. Selecteer de gewenste functie met de rechter-/linkerkant van het besturingswiel. Menu-onderdelen Zelfontspanner: 10 sec.: Stelt de zelfontspanner met een vertraging van 10 seconden in.
[98] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Een transportfunctie selecteren Zelfontsp.(Cont.) Neemt een bepaald aantal beelden op met behulp van de zelfontspanner nadat een bepaald aantal seconden zijn verstreken sinds op de ontspanknop is gedrukt. U kunt de beste kiezen uit meerdere opnamen. 1. MENU → (Cont.)]. (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Zelfontsp. 2. Selecteer de gewenste functie met de rechter-/linkerkant van het besturingswiel.
Zelfontsp.(Cont.): 2 sec. 5 beeld.: Neemt vijf frames achter elkaar op 2 seconden nadat u op de ontspanknop hebt gedrukt. Als u op de ontspanknop drukt, knippert het zelfontspannerlampje, klinkt een pieptoon en ontspant de sluiter na 2 seconden. Hint Om de zelfontspanner te annuleren, selecteert u MENU → instellingen) → [Transportfunctie] → [Enkele opname].
Bracket continu: 0,7EV 3 beelden: Deze instelling neemt drie beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 0,7 EV. Bracket continu: 0,7EV 5 beelden: Deze instelling neemt vijf beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 0,7 EV. Bracket continu: 0,7EV 9 beelden: Deze instelling neemt negen beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 0,7 EV.
belichting verschoven door de ISO-waarde te veranderen. Als een andere instelling dan [ISO AUTO] is geselecteerd, wordt de belichting verschoven door de sluitertijd te veranderen. Als u de belichting opnieuw instelt, wordt de belichting verschoven op basis van de nieuw ingestelde belichtingswaarde. Bracket-opname is niet beschikbaar in de volgende situaties: De opnamefunctie is ingesteld op [Slim automatisch], [Superieur automat.], [Scènekeuze] of [Panorama d. beweg.].
Deze instelling neemt negen beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 0,3 EV. Bracket enkel: 0,7EV 3 beelden: Deze instelling neemt drie beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 0,7 EV. Bracket enkel: 0,7EV 5 beelden: Deze instelling neemt vijf beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 0,7 EV.
Als [ISO AUTO] is geselecteerd in de functie [Handm. belichting], wordt de belichting verschoven door de ISO-waarde te veranderen. Als een andere instelling dan [ISO AUTO] is geselecteerd, wordt de belichting verschoven door de sluitertijd te veranderen. Als u de belichting opnieuw instelt, wordt de belichting verschoven op basis van de nieuw ingestelde belichtingswaarde. Bracket-opname is niet beschikbaar in de volgende situaties: De opnamefunctie is ingesteld op [Slim automatisch], [Superieur automat.
(Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Bracket DRO U kunt in totaal drie beelden opnemen, elk met een verschillend niveau van dynamisch-bereikoptimalisatie. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Bracket DRO]. 2. Selecteer de gewenste functie met de rechter-/linkerkant van het besturingswiel. Menu-onderdelen Bracket DRO: Lo: Neemt een serie van drie beelden op met kleine verschillen in het niveau van dynamisch-bereikoptimalisatie.
Menu-onderdelen Zelfontsp. tdns brkt: Stelt in of de zelfontspanner wordt gebruikt tijdens de bracketopname. Stelt tevens het aantal seconden in totdat de sluiter wordt ontspannen bij gebruik van de zelfontspanner. (OFF/2 sec./5 sec./10 sec.) Bracketvolgorde: Stelt de opnamevolgorde voor de exposure-bracketopname en witbalansbracketopname in.
Monitor (Voor zoeker) Omgevingslicht*-bracketopname 3 beelden verschoven met stappen van 0,3 EV Belichtingscompensatie met stappen van ±0,0 Flitser-bracketopname 3 beelden verschoven met stappen van 0,7 EV Flitscompensatie met stappen van -1,0 * Omgevingslicht: Een algemene term voor licht anders dan flitslicht, waaronder daglicht en elektrisch licht van een gloeilamp of tl-lamp.
NR Multi Frame: Combineert continue opnamen en maakt een beeld met minder ruis.Selecteer de gewenste ISO-waarde uit [ISO AUTO] of ISO 100 – 25600. ISO AUTO: Stelt automatisch de ISO-gevoeligheid in. ISO 64 – ISO 12800: Stelt de ISO-gevoeligheid handmatig in. Door een hogere waarde te selecteren, wordt de ISO-gevoeligheid verhoogd. Opmerking [ISO AUTO] wordt geselecteerd bij gebruik van de volgende functies: [Slim automatisch] [Superieur automat.] [Scènekeuze] [Panorama d. beweg.
[106] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken De ISO-gevoeligheid selecteren ISO AUTO min. sl.td. Als u [ISO AUTO] of [ISO AUTO] selecteert onder [NR Multi Frame] terwijl de opnamefunctie P (Autom. programma) of A (Diafragmavoorkeuze) is, kunt u de sluitertijd instellen waarop de ISO-gevoeligheid begint te veranderen. Deze functie is effectief voor het opnemen van bewegende onderwerpen. U kunt de kans op een wazig onderwerp minimaliseren en tegelijkertijd camerabeweging voorkomen. 1.
In de volgende situaties werkt de sluitertijd mogelijk niet zoals ingesteld: Wanneer de maximale sluitertijd is veranderd aan de hand van het diafragma of de instelling van [ Sluitertype]. Bij gebruik van de flitser om heldere scènes op te nemen terwijl [ Sluitertype] is ingesteld op [Elektronische sluiter]. (De maximale sluitertijd is begrensd tot de flitssynchronisatietijd van 1/100 seconden.
gewenste waarden in voor [ISO AUTO maximum] en [ISO AUTO minimum]. De waarden voor [ISO AUTO maximum] en [ISO AUTO minimum] worden ook toegepast bij het opnemen in de functie [ISO AUTO] onder [NR Multi Frame]. [108] Hoe te gebruiken corrigeren De opnamefuncties gebruiken De helderheid of het contrast D.-bereikopt.
[Schemeropn. hand] [Antibewegingswaas] De instelling ligt vast op [Dynamische-bereikopt.: auto] wanneer andere [Scènekeuze]-functies dan de bovenstaande functies zijn geselecteerd. Wanneer [ Opname-instell.] is ingesteld op [120p 100M], [100p 100M], wordt [120p 60M] of [100p 60M], [DRO/Auto HDR] ingesteld op [Uit]. Tijdens opnemen met [D.-bereikopt.] kan ruis voorkomen in het beeld. Selecteer het juiste niveau door het opgenomen beeld te controleren, vooral wanneer u het effect sterker maakt.
[Auto HDR] is niet beschikbaar wanneer [ Kwaliteit] is ingesteld op [RAW] of [RAW en JPEG]. [Auto HDR] is niet beschikbaar in de volgende opnamefuncties: [Slim automatisch] [Superieur automat.] [Panorama d. beweg.] [Scènekeuze] Als [NR Multi Frame] is geselecteerd, kunt u [Auto HDR] niet selecteren. Wanneer [Foto-effect] is ingesteld op iets anders dan [Uit], kunt u [Auto HDR] niet selecteren. Wanneer [Beeldprofiel] is ingesteld op iets anders dan [Uit], kunt u [Auto HDR] niet instellen.
Daglicht: De kleurtinten worden ingesteld op daglicht. Schaduw: De kleurtinten worden ingesteld op schaduw. Bewolkt: De kleurtemperatuur wordt ingesteld op een bewolkte dag. Gloeilamp: De kleurtemperatuur wordt ingesteld op plaatsen onder een gloeilamp of onder felle verlichting, zoals in een fotostudio. TL-licht: warm wit: De kleurtemperatuur wordt ingesteld op warme, witte fluorescerende verlichting. TL-licht: koel wit: De kleurtemperatuur wordt ingesteld op witte fluorescerende verlichting.
Wanneer u nogmaals op de rechterknop drukt, wordt het fijnregelscherm afgebeeld waarop u naar wens kunt fijnregelen. Opmerking [Witbalans] ligt vast op [Automatisch] in de volgende situaties: [Slim automatisch] [Superieur automat.
[112] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Een effectfunctie selecteren Foto-effect Selecteer het gewenste effectfilter voor een indrukwekkendere en artistiekere beelden. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Foto-effect] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Uit: Schakelt de functie [Foto-effect] uit. Speelgoedcamera: Creëert een zacht beeld met donkere hoeken en verminderde scherpte. Hippe kleuren: Creëert een levendig beeld door kleurtinten te accentueren.
Creëert het uiterlijk van een schilderij, waarbij de kleuren en details krachtiger worden weergegeven. Mono. m. rijke tonen: Creëert een beeld in zwart-wit met een rijke gradatie en reproductie van details. Miniatuur: Creëert een beeld waarin het onderwerp levendiger wordt weergegeven en de achtergrond aanzienlijk onscherper wordt gemaakt. Dit effect kunt u vaak zien in foto's van miniatuurmodellen.
[Mono. m. rijke tonen] [Miniatuur] [Waterverf] [Illustratie] In het geval van [HDR-schilderij] en [Mono. m. rijke tonen], wordt de sluiter drie keer ontspannen voor één opname. Let vooral op het volgende: Gebruik deze functie wanneer het onderwerp niet beweegt of de flitser niet wordt gebruikt. Verander de compositie niet voordat u opneemt. Als de scène weinig contrast heeft of als aanzienlijke camerabewegingen of onderwerpbewegingen zijn opgetreden, kunt u mogelijk geen goede HDRbeelden krijgen.
De verzadiging en het contrast worden verhoogd om opvallende beelden op te nemen van kleurrijke scènes en onderwerpen, zoals bloemen, voorjaarsgroen, blauwe luchten of zeevergezichten. Neutraal: De verzadiging en scherpte worden verlaagd om beelden met ingehouden kleurtinten op te nemen. Dit is tevens geschikt voor het opnemen van beeldmateriaal dat moet worden bewerkt op een computer.
Voor het opnemen van beelden in sepia. Voorkeursinstellingen registreren (Stijlvak): Selecteer de zes stijlvakken (de vakken met de cijfers aan de linkerkant ( )) om de voorkeursinstellingen te registreren. Selecteer daarna de gewenste instellingen met de rechterknop. U kunt dezelfde stijl oproepen met iets andere instellingen.
Formaten voor het opnemen van bewegende beelden De volgende formaten voor het opnemen van bewegende beelden zijn beschikbaar op deze camera. Wat is XAVC S? Neemt bewegende beelden op in high-definition-beeldkwaliteit, zoals 4K, door ze om te zetten in bewegende beelden in het MP4-formaat met behulp van MPEG-4 AVC/H.264 codec. MPEG-4 AVC/H.264 is in staat beelden te comprimeren met een hoge efficiëntie. U kunt beelden van hoge kwaliteit opnemen en tegelijkertijd de hoeveelheid gegevens verminderen.
instelling. Menu-onderdelen XAVC S 4K: Neemt bewegende beelden in high-definition-beeldkwaliteit in XAVC S 4K. Dit formaat ondersteunt een hogere bitsnelheid. Audio: LPCM Om bewegende beelden op te kunnen nemen met [ Bestandsindeling] ingesteld op [XAVC S 4K], is het volgende type geheugenkaart nodig: Memory Stick PRO-HG Duo Bewegende beelden kunnen niet worden opgenomen met 100 Mbps of meer.
Memory Stick PRO-HG Duo Bewegende beelden kunnen niet worden opgenomen met 100 Mbps of meer. SDHC / microSDHC-geheugenkaart (SD-snelheidsklasse 10, of UHS-snelheidsklasse U1 of hoger ) Voor opnemen met 100 Mbps of meer, is UHS-snelheidsklasse U3 vereist. SDXC / microSDXC-geheugenkaart met een capaciteit van 64 GB of meer (SDsnelheidsklasse 10, of UHS-snelheidsklasse U1 of sneller) Voor opnemen met 100 Mbps of meer, is UHS-snelheidsklasse U3 vereist.
Selecteert het beeldformaat, de beeldfrequentie en de beeldkwaliteit voor het opnemen van bewegende beelden. Hoe hoger de bitsnelheid, hoe hoger de beeldkwaliteit. 1. MENU → instelling. Als [ (Camera- instellingen) → [ Opname-instell.] → gewenste Bestandsindeling] is ingesteld op [XAVC S 4K] Neemt bewegende beelden op in high-definition-beeldkwaliteit door ze om te zetten in het MP4-bestandsformaat met behulp van MPEG-4 AVC/H.264 codec.
30p 100M/25p 100M: Neemt bewegende beelden op in 3840 × 2160 (30p/25p). Bitsnelheid: ong. 100 Mbps 30p 60M/25p 60M: Neemt bewegende beelden op in 3840 × 2160 (30p/25p). Bitsnelheid: ong. 60 Mbps 24p 100M*: Neemt bewegende beelden op in 3840 × 2160 (24p). Dit geeft een sfeer als in een bioscoop. Bitsnelheid: ong. 100 Mbps 24p 60M*: Neemt bewegende beelden op in 3840 × 2160 (24p). Dit geeft een sfeer als in een bioscoop. Bitsnelheid: ong.
U kunt vloeiendere slow motion beelden krijgen als u compatibele beeldbewerkingsapparatuur gebruikt. Bitsnelheid: ong. 60 Mbps Als [ Bestandsindeling] is ingesteld op [AVCHD] 60i 24M(FX)/50i 24M(FX): Neemt bewegende beelden op in 1920 × 1080 (60i/50i). Bitsnelheid: ong. 24 Mbps (max.) 60i 17M(FH)/50i 17M(FH): Neemt bewegende beelden op in 1920 × 1080 (60i/50i). Bitsnelheid: ong. 17 Mbps (gem.) 60p 28M(PS)/50p 28M(PS): Neemt bewegende beelden op in 1920 × 1080 (60p/50p). Bitsnelheid: 28 Mbps (max.
Bewegende beelden van 60p/50p kunnen alleen worden weergegeven op compatibele apparaten. Bewegende beelden die zijn opgenomen terwijl [ Opname-instell.] is ingesteld op [60p 28M(PS)]/[50p 28M(PS)]/[60i 24M(FX)]/[50i 24M(FX)]/ [24p 24M(FX)] /[25p 24M(FX)], worden door PlayMemories Home omgezet om een AVCHD-opnamedisc te maken. Deze omzetting kan lang duren. Verder kunt u geen disc maken in de oorspronkelijke beeldkwaliteit.
De functie [Dubbele video-OPN] wordt niet gebruikt. Opmerking Wanneer [ Opname-instell.] voor bewegende beelden in het XAVC Sformaat is ingesteld op [60p]/[50p] of [120p]/[100p], [ Opname-instell.] voor bewegende beelden in het AVCHD-formaat is ingesteld op [60p]/[50p] of [ Bestandsindeling] is ingesteld op [MP4], is de functie [Dubbele video-OPN] ingesteld op [Uit].
2. Druk op de ontspanknop om een stilstaand beeld vast te leggen. Als u de ontspanknop tot halverwege indrukt, wordt het resterende aantal stilstaande beelden dat u nog kunt opnemen, afgebeeld op het scherm. Tijdens het opnemen van stilstaande beelden, wordt de mededeling [VASTLEGGEN] afgebeeld op het scherm. 3. Druk nogmaals op de MOVIE-knop om het opnemen van bewegende beelden te stoppen.
2. Druk op de MOVIE-knop om het opnemen van bewegende beelden te starten. Stilstaande beelden worden automatisch opgenomen. Tijdens het vastleggen van een stilstaand beeld, wordt de mededeling [VASTLEGGEN] afgebeeld op de monitor. 3. Druk op de MOVIE-knop om het opnemen van bewegende beelden te stoppen. Om de opgenomen stilstaande en bewegende beelden te bekijken, drukt u op de (Afspelen)-knop Menu-onderdelen Uit: Auto Dual Rec is niet toegestaan. Aan: opnamefrequentie laag/Aan: opnamefrequent.
Selecteert het formaat van de stilstaande beelden die worden opgenomen tijdens het opnemen van bewegende beelden. 1. MENU → instelling. (Camera- instellingen) → [Beeldfor.(Dual Rec)] → gewenste Menu-onderdelen L: 17M/M: 7.5M/S: 4.2M [121] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden opnemen Kwaliteit (Dual Rec) Selecteert de kwaliteit van de stilstaande beelden die worden opgenomen tijdens het opnemen van bewegende beelden. 1. MENU → instelling.
Aan: De markeringen worden afgebeeld. De markeringen worden niet opgenomen. Uit: De markeringen worden niet afgebeeld. Opmerking De markeringen worden afgebeeld wanneer de functiekeuzeknop in de stand (Film) wordt gezet, of tijdens het opnemen van bewegende beelden. U kunt geen markeringen afbeelden bij gebruik van [Scherpst. vergroten]. De markeringen worden op de monitor of in de zoeker afgebeeld. (U kunt de markeringen niet uitvoeren.
Hulpkader: Stelt in of het geleideframe moet worden afgebeeld of niet. U kunt controleren of het onderwerp horizontaal of verticaal staat ten opzichte van de grond. Uit / Aan Hint U kunt alle markeringen tegelijkertijd afbeelden. Plaats het onderwerp op het kruispunt van de [Hulpkader] voor een gebalanceerde compositie. [124] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden opnemen SteadyShot (bewegende beelden) Stelt het [ SteadyShot]-effect in bij het opnemen van bewegende beelden.
veranderen. [Slim actief] en [Actief] kunnen niet worden geselecteerd wanneer [ Bestandsindeling] is ingesteld op [XAVC S 4K]. [125] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden opnemen Geluid opnemen Stelt in of het geluid moet worden opgenomen tijdens het opnemen van bewegende beelden. 1. MENU → instelling. (Camera- instellingen) → [Geluid opnemen] → gewenste Menu-onderdelen Aan: Neemt geluid op (stereo). Uit: Neemt geen geluid op.
Uit: Beeld het geluidsniveau niet af. Opmerking Het geluidsniveau wordt niet afgebeeld in de volgende situaties: Als [Geluid opnemen] is ingesteld op [Uit]. Als DISP (weergave-instelling) is ingesteld op [Geen info]. Stel de opnamefunctie in op bewegende beelden. U kunt het geluidsniveau vóór opname alleen zien in de bewegend-beeldopnamefunctie. [127] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden opnemen Audio opnam.
Ongeacht de instelling van [Audio opnam.niveau], treedt de begrenzer altijd in werking. [Audio opnam.niveau] is alleen beschikbaar wanneer de opnamefunctie is ingesteld op bewegende beelden. De instellingen [Audio opnam.niveau] worden toegepast op zowel de interne microfoon als de (microfoon-)ingangsaansluiting.
Menu-onderdelen Aan: Vermindert windgeruis. Uit: Vermindert windgeruis niet. Opmerking Als u dit instelt op [Aan] op een plaats waar de wind niet hard genoeg waait, dan kan het normale geluid met te weinig volume worden opgenomen. Wanneer een externe microfoon (los verkrijgbaar) wordt gebruikt, werkt [Windruis reductie] niet. [130] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden opnemen Aut. lang. sluit.
(Sluitertijdvoorkeuze) (Handm. belichting) Als [ISO] is ingesteld op iets anders dan [ISO AUTO]. [131] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden opnemen Knop MOVIE U kunt instellen of de MOVIE-knop wordt geactiveerd of niet. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Knop MOVIE] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Altijd: Start het opnemen van bewegende beelden wanneer u in een willekeurige functie op de MOVIE-knop drukt.
1. MENU → veranderen. (Camera- instellingen) → [Beeldprofiel] → het profiel dat u wilt 2. Ga naar het onderdeel-indexweergavescherm door op de rechterkant van het besturingswiel te drukken. 3. Selecteer het onderdeel dat u wilt veranderen met de boven-/onderkant van het besturingswiel. 4. Selecteer de gewenste waarde met de boven-/onderkant van het besturingswiel, en druk daarna op in het midden.
Gamma Selecteert een gammakromme. Movie: Standaard gammakromme voor bewegende beelden Still: Standaard gammakromme voor stilstaande beelden Cine1: Verzacht het contrast van donkere delen en benadrukt de gradatie van heldere delen om een ontspannen kleurenfilm te maken. (gelijkwaardig aan HG4609G33) Cine2: Soortgelijk aan [Cine1], maar geoptimaliseerd voor bewerken met maximaal 100% videosignaal. (gelijkwaardig aan HG4600G30) ITU709: Gammakromme die overeenkomt met ITU709.
Gevoeligheid: Stelt de gevoeligheid in. (Hoog/Gemiddeld/Laag) Handmatige instell.: Instellingen wanneer [Handmatig] is geselecteerd voor [Stand]. Punt: Stelt het kniepunt in. (75% t/m 105%) Helling: Stelt het kniehelling in. (-5 (zwak) tot en met +5 (steil)) Kleurmodus Stelt het type en niveau van de kleuren in. Movie: Geschikte kleuren wanneer [Gamma] is ingesteld op [Movie]. Still: Geschikte kleuren wanneer [Gamma] is ingesteld op [Still].
[B] -7 (lichtblauw) tot en met +7 (donkerblauw) [C] -7 (lichtcyaan) tot en met +7 (donkercyaan) [M] -7 (lichtmagenta) tot en met +7 (donkermagenta) [Y] -7 (lichtgeel) tot en met +7 (donkergeel) Details Stelt onderdelen in voor [Details]. Niveau: Stelt het niveau van [Details] in. (-7 tot +7) Wijzigen: De volgende parameters kunnen handmatig worden geselecteerd. Stand: Selecteert automatische/handmatige instelling. (Automatisch (automatische optimalisatie) / Handmatig (de details worden handmatig ingesteld.
Opmerking Aangezien de parameters worden gedeeld tussen stilstaande en bewegende beelden, past u de waarde aan wanneer u de opnamefunctie verandert. Als u RAW-beelden afdrukt met opname-instellingen, worden de volgende instellingen niet toegepast. Zwartniveau Zwart Gamma Drempel Kleurdiepte Als de [ Opname-instell.] is [120p 100M]/[100p 100M] of [120p 60M]/[100p 60M], ligt [Zwart Gamma] vast op "0" en kan niet worden veranderd. Als u [Gamma] verandert, verandert het beschikbare bereik van de ISOwaarde.
Stelt de verlichtingsinstelling van een HVL-LBPC LED-lamp (los verkrijgbaar) in. 1. MENU → instelling. (Eigen instellingen) → [Videolampmodus] → gewenste Menu-onderdelen Stroomlink: De videolamp wordt synchroon met de aan-uitbediening van de camera in- en uitgeschakeld. Opnamelink: De videolamp wordt synchroon met het starten/stoppen van het opnemen van bewegende beelden in- en uitgeschakeld.
[135] Hoe te gebruiken voor handig gebruik De opnamefuncties gebruiken De opnamefuncties aanpassen Geheugen U kunt maximaal 3 veelgebruikte functies of apparaatinstellingen registreren in het apparaat, en maximaal 4 (M1 tot en met M4) in de geheugenkaart. U kunt de instellingen eenvoudig oproepen met de functiekeuzeknop. 1. Stel het apparaat in op de instelling die u wilt registreren. 2. MENU → (Camera- instellingen) → [Geheugen] → gewenst nummer.
[136] Hoe te gebruiken voor handig gebruik De opnamefuncties gebruiken De opnamefuncties aanpassen Instell. functiemenu U kunt de functies toewijzen die moet worden opgeroepen wanneer u op de Fn (Functie)-knop drukt. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Instell. functiemenu] → wijs een functie toe aan de gewenste locatie. De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm.
positie en grootte van het scherpstellingsbereikzoekerframe verandert. Als u op de knop drukt terwijl [Scherpstelgebied] is ingesteld op [Uitgebr. flexibel punt], kunt u de positie van het scherpstellingsbereikzoekerframe veranderen door op de boven-/onder-/linker-/rechterkant van het besturingswiel te drukken.U kunt stilstaande beelden opnemen terwijl u de positie van het scherpstellingsbereikzoekerframe verandert.
Werking van de scherpstelling-vasthoudknop Maakt het mogelijk om een functie toe te wijzen aan de scherpstellingvasthoudknop op de lens. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toets(opname)] → [Scherpstelvastzetkn.] → gewenste instelling. De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm.
1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toets(opname)] of [Eigen toets(WG)] → [Gepersonalis.knop 1], [Gepersonalis.knop 2] of [Gepersonalis.knop 3] → gewenste instelling. De enige knop waaraan een functie kan worden toegewezen met [Eigen toets(WG)] is [Gepersonalis.knop 1] of [Gepersonalis.knop 2]. De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm. Hint Als u MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toets(WG)] → [Gepersonalis.knop 1] of [Gepersonalis.knop 2] → [Volg eig.
Nadat u een functie hebt toegewezen aan de linkerknop, kunt u die functie uitvoeren door eenvoudig op de linkerknop te drukken wanneer het opnameinformatiescherm wordt afgebeeld. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toets(opname)] → [Functie linkerknop] → gewenste instelling. De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm.
De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm. [146] Hoe te gebruiken voor handig gebruik De opnamefuncties gebruiken De opnamefuncties aanpassen Werking van de knop Naar smartph verznd Nadat u een functie hebt toegewezen aan de knop Naar smartph verznd, kunt u die functie uitvoeren door eenvoudig op de knop Naar smartph verznd te drukken wanneer het weergavescherm wordt afgebeeld. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toets(WG)] → [Fn/ gewenste instelling.
Zoom Scherpst: Wijst de zoomfunctie toe aan de voorste lensring en de scherpstellingsfunctie aan de achterste lensring. Hint U kunt veranderen welke bediening hoort bij welke draairichting van de lens door MENU → (Eigen instellingen) → [Scherpstelring draai] of [Zoomring draaien] te selecteren. U kunt de zoomfunctie die aan de lensring is toegewezen veranderen door MENU → (Eigen instellingen) → [Zoomfunctie op ring] te selecteren.
automatische scherpstelling ingeschakeld is, wordt het gezichtsherkenningskader wit. Wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt, wordt het kader groen. In het geval u de volgorde van de prioriteit voor elk gezicht hebt geregistreerd met [Gezichtsregistratie], selecteert het apparaat automatisch het gezicht met de hoogste prioriteit en wordt het gezichtsherkenningskader rond dat gezicht wit. De gezichtsherkenningskaders van andere geregistreerde gezichten worden roodpaars.
Maximaal acht gezichten van uw onderwerpen kunnen worden herkend. Het apparaat detecteert mogelijk helemaal geen gezichten of kan andere voorwerpen detecteren als gezichten onder bepaalde omstandigheden. Als het apparaat een gezicht niet detecteert, stelt u de lachherkenningsgevoeligheid in. Als u een gezicht volgt met [AF-vergrendeling] terwijl de lach-sluiterfunctie wordt gebruikt, wordt de lach-herkenning alleen uitgevoerd voor dat gezicht.
[150] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Gezichtsregistratie (Nieuwe registratie) Als u van tevoren gezichten registreert, kan het apparaat het geregistreerde gezicht met prioriteit detecteren wanneer [Lach-/Gezichtsherk.] is ingesteld op [Aan (ger. gezicht.)] . 1. MENU → registratie]. (Eigen instellingen) → [Gezichtsregistratie] → [Nieuwe 2. Plaats het geleidingskader over het te registreren gezicht en druk op de ontspanknop. 3.
[152] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Gezichtsregistratie (Wissen) Wist een geregistreerd gezicht. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Gezichtsregistratie] → [Wissen]. Als u [Alles verwijderen] selecteert, kunt u alle geregistreerde gezichten wissen. Opmerking Zelfs als u [Wissen] uitvoert, blijven de gegevens van de geregistreerde gezichten opgeslagen in het apparaat.
Opmerking Het is mogelijk dat de rode-ogeneffectvermindering niet het gewenste resultaat oplevert. Dit is afhankelijk van individuele verschillen en omstandigheden, zoals de afstand tot het onderwerp, en of het onderwerp naar de voorflits kijkt of niet. [154] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Autom.
zoomfunctie dan de optische-zoomfunctie [ Autom. kadreren] kan niet worden ingesteld wanneer [ ingesteld op [RAW] of [RAW en JPEG]. [155] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken Kwaliteit] is De overige functies van dit SteadyShot (stilstaand beeld) Stelt in of de functie SteadyShot moet worden gebruikt of niet. 1. MENU → instelling. (Camera- instellingen) → [ SteadyShot] → gewenste Menu-onderdelen Aan: Gebruikt [ SteadyShot]. Uit: Gebruikt [ SteadyShot] niet.
Aan: Activeert ruisonderdrukking zolang de sluiter open staat. Terwijl de ruisonderdrukking wordt uitgevoerd, wordt een bericht weergegeven, en u kunt dan niet een nieuw beeld opnemen. Selecteer dit als u de beeldkwaliteit prioriteit wilt geven. Uit: Activeert de ruisonderdrukking niet. Selecteer dit als u de opnametiming prioriteit wilt geven. Opmerking [ NR lang-belicht] is niet beschikbaar wanneer [ Sluitertype] is ingesteld op [Elektronische sluiter].
1. MENU → instelling. (Camera- instellingen) → [ NR bij hoge-ISO] → gewenste Menu-onderdelen Normaal: Activeert normale hoge-ISO-ruisonderdrukking. Laag: Activeert gematigde hoge-ISO-ruisonderdrukking. Uit: Activeert hoge-ISO-ruisonderdrukking niet. Selecteer dit als u de opnametiming prioriteit wilt geven. Opmerking [ NR bij hoge-ISO] is niet beschikbaar in de volgende situaties: Wanneer de opnamefunctie is ingesteld op [Slim automatisch], [Superieur automat.], [Scènekeuze] of [Panorama d. beweg.].
Uit: De opnamedatum wordt niet opgenomen. Opmerking Als u eenmaal een beeld met de datum hebt opgenomen, kunt u later de datum niet vanaf de beelden verwijderen. Als u het apparaat instelt op het afdrukken van de datum bij het afdrukken van de beelden met een computer of printer, worden de datums dubbel afgedrukt. Het opnametijdstip van het beeld kan niet op het beeld worden geprojecteerd. [ Datum schrijven] is niet beschikbaar voor RAW-beelden.
Beelden worden mogelijk niet met de juiste kleuren afgedrukt of weergegeven als u een softwareprogramma of printer gebruikt dat/die geen ondersteuning biedt voor Adobe RGB. Als u beelden weergeeft die zijn opgenomen met [AdobeRGB] op apparaten die niet compatibel zijn met Adobe RGB, worden de beelden weergegeven met een lage verzadiging. [160] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Stramienlijn Stelt in of de rasterlijn wordt afgebeeld of niet.
U kunt het opgenomen beeld onmiddellijk na het opnemen op het scherm bekijken. U kunt ook de weergaveduur van Auto Review instellen. 1. MENU → instelling. (Eigen instellingen) → [Autom.weergave] → gewenste Menu-onderdelen 10 sec./5 sec./2 sec.: Geeft onmiddellijk na het opnemen het opgenomen beeld op het scherm weer gedurende de ingestelde tijdsduur. Als u tijdens Auto Review een bediening uitvoert die het beeld vergroot, kunt u dat beeld controleren met behulp van de vergrote schaalverdeling.
Menu-onderdelen Instelling effect aan: Geeft Live View weer onder omstandigheden nagenoeg gelijk aan hoe uw foto eruit zal zien wanneer al uw instellingen worden toegepast. Deze instelling is nuttig wanneer u foto's wilt opnemen waarbij u het resultaat van de opname wilt controleren op het Live View-scherm. Instelling effect uit: Geeft Live View weer zonder de effecten van de belichtingscompensatie, witbalans, [Creatieve stijl] en [Foto-effect].
beeldcompositie controleren in de zoeker/op de monitor, zelfs in donkere situaties, zoals 's nachts buitenshuis. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toets(opname)] → wijs de functie [Heldere controle] toe aan de gewenste knop. 2. Druk op de knop waaraan u de functie [Heldere controle] hebt toegewezen, en neem daarna een beeld op. De helderheid als gevolg van [Heldere controle] zal gehandhaafd blijven na het opnemen.
scherm. 1. MENU → instelling. (Eigen instellingen) → [FINDER/MONITOR] → gewenste Menu-onderdelen Automatisch: Wanneer u in de elektronische zoeker kijkt, wordt de weergave automatisch omgeschakeld naar de elektronische zoeker. Zoeker(handmatig): Het scherm wordt uitgeschakeld en het beeld wordt alleen weergegeven in de elektronische zoeker. Monitor(handmatig): De elektronische zoeker wordt uitgeschakeld en het beeld wordt altijd weergegeven op het scherm.
Inschakelen: Ontspant de sluiter, ook wanneer geen geheugenkaart is geplaatst. Uitschakelen: Ontspant de sluiter niet wanneer geen geheugenkaart is geplaatst. Opmerking Wanneer geen geheugenkaart is geplaatst, worden de opgenomen beelden niet opgeslagen. De standaardinstelling is [Inschakelen]. Wij adviseren u [Uitschakelen] te selecteren voordat u daadwerkelijk opneemt.
Sluitergeluid: mechanische-sluitergeluid en elektronische-sluitergeluid*3 Elektronische sluiter Flitser: *1 Sluitertijd: 30 seconden tot 1/32000 seconde*2 Sluitergeluid: elektronische-sluitergeluid*3 *1 Bij opnemen met de flitser is de sluitertijd beperkt tot 1/100 seconde of langzamer. *2 Het instelbereik van de sluitertijd verschilt per opnamefunctie. *3 Om het elektronische-sluitergeluid uit te schakelen, stelt u [Audiosignalen] in op [Uit].
De volgende functies zijn niet beschikbaar wanneer [ ingesteld op [Elektronische sluiter]. Sluitertype] is NR bij lange belichtingstijd Bulb-opname De instelling [ Sluitertype] kan worden geannuleerd wanneer u opneemt in een functie die is gedownload vanaf PlayMemories Camera Apps. Bij gebruik van een externe flitser, is de kortste sluitertijd die u kunt instellen 1/4000 seconde.
apparaat instellen Monitor deactiveren Als u op de knop drukt waaraan de functie [Monitor deactiveren] is toegewezen, wordt de monitor zwart en wordt de schermweergave vergrendeld op [Geen info]. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toets(opname)] → wijs de functie [Monitor deactiveren] toe aan de gewenste knop. 2. Druk op de knop waaraan de functie [Monitor deactiveren] is toegewezen. Opmerking Zelfs wanneer u [Monitor deactiveren] uitvoert, blijft de achtergrondverlichting van de monitor aan.
[170] Hoe te gebruiken Weergeven Stilstaande beelden weergeven Weergavezoom U kunt het beeld dat wordt weergegeven vergroten. 1. Geef het beeld weer dat u wilt vergroten en duw daarna de W/T-(zoom)knop naar de T-kant. Schuif de W/T-(zoom)knop naar de W-kant om de zoomvergroting in te stellen. De weergave zal inzoomen op het deel van het beeld waarop de camera heeft scherpgesteld tijdens het opnemen.
U kunt meerdere beelden tegelijkertijd in de weergavefunctie weergeven. 1. Duw de W/T-(zoom)knop naar de W-kant terwijl het beeld wordt weergegeven. Om het aantal beelden dat moet worden weergegeven te veranderen MENU → (Afspelen) → [Beeldindex] → gewenste instelling. Menu-onderdelen 9 beelden/25 beelden Terugkeren naar enkelbeeldweergave Selecteer het gewenste beeld en druk op besturingswiel.
Opmerking Het histogram wordt niet weergegeven in de volgende situaties: Tijdens het weergeven van bewegende beelden Tijdens het lopend weergeven van panoramabeelden Tijdens een diavoorstelling Tijdens mapweergave (MP4) Tijdens AVCHD-weergave Tijdens XAVC S 4K-weergave Tijdens XAVC S HD-weergave [173] Hoe te gebruiken Weergeven Beelden wissen Een beeld dat wordt weergegeven wissen U kunt een weergegeven beeld wissen. 1. Geef het beeld weer dat u wilt wissen. 2. Druk op de (wis-) knop. 3.
van het besturingswiel. Het teken wordt afgebeeld in het selectievakje. Om de selectie te annuleren, drukt u nogmaals op om het -merkteken te verwijderen. (2) Als u nog andere beelden wilt wissen, herhaalt u stap (1). (3) MENU → [OK] → Druk op in het midden. Alles in deze map: Hiermee wist u alle beelden in de geselecteerde map. Alles op deze datum: Hiermee wist u alle beelden in het geselecteerde datumbereik. Hint Voer [Formatteren] uit om alle beelden te wissen, inclusief de beveiligde beelden.
: Pauze : Snel vooruit : Snel achteruit : Vertraagde weergave vooruit : Vertraagde weergave achteruit : Volgende bestand met bewegende beelden : Vorige bestand met bewegende beelden : Geeft het volgende frame weer : Geeft het vorige frame weer : Motion Shot-video (Toont het spoor van een onderwerp in beweging.
Als de beweging van het onderwerp te langzaam is of het onderwerp niet voldoende beweegt, kan het apparaat mogelijk geen beeld maken. Hint U kunt ook het interval voor het volgen van het beeld veranderen met MENU → (Afspelen) → [Motion intervalaanp.]. [177] Hoe te gebruiken Weergeven Bewegende beelden weergeven Foto vastleggen Legt een gekozen scène van bewegende beelden vast en slaat dit op als een stilstaand beeld.
weergavefunctie. 2. Selecteer het panoramabeeld dat moet worden weergegeven met het besturingswiel. 3. Druk op in het midden om het beeld weer te geven. Om de weergave te pauzeren, drukt u nogmaals op in het midden. Om terug te keren naar de weergave van het volledige beeld, drukt u op de MENU-knop. Opmerking Panoramabeelden die zijn opgenomen op andere apparaten kunnen worden weergegeven in een ander formaat dan het oorspronkelijke formaat, of worden mogelijk niet correct doorlopen.
(1) Selecteer een beeld en druk op in het midden van het besturingswiel. Het teken wordt afgebeeld in het selectievakje. Om de selectie te annuleren, drukt u op om het merkteken te wissen. (2) Herhaal stap (1) om andere beelden af te drukken. (3) MENU → [OK] → Druk op in het midden. Alles annuleren: Wist alle DPOF-afdrukmarkeringen. Afdrukinstelling: Stelt in of de datum moet worden afgedrukt op beelden met een DPOFafdrukmarkering.
Geeft alleen bewegende beelden in het XAVC S 4K-formaat weer. [181] Hoe te gebruiken Weergeven De weergavefuncties gebruiken Weergave-rotatie Selecteert de weergaverichting van opgenomen stilstaande beelden. 1. MENU → (Afspelen) → [Weergave-rotatie] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Automatisch: Wanneer u de camera draait, detecteert het de oriëntatie van de camera en draait het weergegeven beeld automatisch mee. Handmatig: Een portretbeeld wordt weergegeven als een verticaal beeld.
weergegeven, of [Uit] , waarin het apparaat de diavoorstelling afsluit nadat alle beelden eenmaal zijn weergegeven. Interval: Selecteer het weergave-interval voor beelden uit [1 sec.], [3 sec.], [5 sec.], [10 sec.] of [30 sec.]. Om de diavoorstelling tijdens weergave af te breken Druk op de MENU-knop om de diavoorstelling te verlaten. U kunt de diavoorstelling niet pauzeren.
[184] Hoe te gebruiken Weergeven De weergavefuncties gebruiken Vergro init. vrgro% Stelt de beginvergroting in voor het vergroten van een beeld tijdens weergave. 1. MENU → (Afspelen) → [ Vergro init. vrgro%] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Stdrd vergrotings%: Geeft een beeld weer met de standaardvergroting. Vorig vergrotings%: Geeft een beeld weer met de voorgaande vergroting. De voorgaande vergroting blijft opgeslagen, ook nadat de weergavezoomfunctie is verlaten.
Beveiligt opgenomen beelden tegen per ongeluk wissen. De markering wordt afgebeeld op beveiligde beelden. 1. MENU → (Afspelen) → [Beveiligen] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Meerdere bldn.: Past beveiliging toe op meerdere geselecteerde beelden, of annuleert deze. (1) Selecteer het beeld dat u wilt beveiligen, en druk daarna op in het midden van het besturingswiel. Het teken wordt afgebeeld in het selectievakje. Om de selectie te annuleren, drukt u nogmaals op om het merkteken te verwijderen.
1. Schakel zowel dit apparaat als de televisie uit. 2. Sluit de HDMI-microaansluiting van dit apparaat met behulp van een HDMIkabel (los verkrijgbaar) aan op de HDMI-aansluiting van de televisie. 3. Schakel de televisie in en selecteer het ingangskanaal. 4. Schakel dit apparaat in. De beelden die met het apparaat zijn opgenomen, worden weergegeven op het televisiescherm. Hint Dit apparaat is compatibel met de norm PhotoTV HD.
apparaat. Ze voeren bijvoorbeeld geen video of audio uit. Gebruik een HDMI-kabel met het HDMI-logo of een originele kabel van Sony. Gebruik een HDMI-kabel die compatibel is met de HDMI-microaansluiting van het apparaat en de HDMI-aansluiting van de televisie. Als [ TC-uitvoer] is ingesteld op [Aan], wordt het beeld mogelijk niet goed uitgevoerd naar de televisie of het opnameapparaat. In dergelijke gevallen stelt u[ TC-uitvoer] in op [Uit].
3. Schakel de televisie in en selecteer het ingangskanaal. 4. Schakel dit apparaat in. 5. MENU → → [Aan]. (Instellingen) → [HDMI-instellingen] → [CTRL.VOOR HDMI] 6. Druk op de SYNC MENU-knop op de afstandsbediening van de televisie en selecteer de gewenste functie. Opmerking Als het apparaat niet in de weergavefunctie staat, drukt u op de (weergave-)knop. Alleen televisies die "BRAVIA" Sync ondersteunen maken bediening via SYNC MENU mogelijk.
U kunt de helderheid van het scherm instellen. 1. MENU → (Instellingen) → [Monitor-helderheid] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Handmatig: Stelt de helderheid in binnen een bereik van –2 tot +2. Zonnig weer: Stelt de helderheid in die geschikt is voor buitenopnamen. Opmerking De instelling [Zonnig weer] is te helder voor opnemen binnenshuis. Stel [Monitor-helderheid] in op [Handmatig] voor opnemen binnenshuis. De helderheid van de monitor kan in de volgende situaties niet worden ingesteld.
Opmerking De helderheid van de elektronische zoeker kan in de volgende situaties niet worden ingesteld. De maximale helderheid is [±0]. [ Bestandsindeling] is [XAVC S 4K]. [ Bestandsindeling] is ingesteld op [XAVC S HD] en de [ ingesteld op [120p]/[100p]. Opname-instell.] is U kunt de zoeker niet gebruiken tijdens gebruik van de Wi-Fi-functies. De camera schakelt over naar de schermweergavefunctie. [191] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Kleurtemp.
1. MENU → (Instellingen) → [Gamma-weerg.hulp]. 2. Druk op de boven-/onderkant van het besturingswiel en selecteer de gewenste instelling. Menu-onderdelen Uit: Past [Gamma-weerg.hulp] niet toe. Automatisch: Geeft bewegende beelden weer met een [S-Log2→709(800%)] effect wanneer het gamma in [Beeldprofiel] is ingesteld op [S-Log2]. [Gamma-weerg.hulp] wordt niet toegepast wanneer het gamma is ingesteld op iets anders dan [S-Log2].
volumeniveau in. U kunt het volumeniveau instellen terwijl u naar het werkelijke geluid luistert. [194] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Audiosignalen Selecteert of het apparaat een geluid voortbrengt of niet. 1. MENU → (Instellingen) → [Audiosignalen] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan: Geluiden worden bijvoorbeeld voortgebracht wanneer wordt scherpgesteld door de ontspanknop tot halverwege in te drukken. Sluiter: Alleen het geluid van de sluiter wordt voortgebracht.
Raadpleeg voor meer informatie de handleiding die bij de Eye-Fi-kaart wordt geleverd. 3. Plaats de Eye-Fi-kaart die u hebt ingesteld in het apparaat en neem stilstaande beelden op. De beelden worden automatisch via het Wi-Fi-netwerk naar uw computer, enz., gezonden. Menu-onderdelen Aan: Schakelt de uploadfunctie in. Uit: Schakelt de uploadfunctie uit. Aanduiding van communicatiestatus op het scherm : Standby. Er zijn geen beelden te verzenden.
Dit apparaat biedt geen ondersteuning voor de "Endless Memory Mode" van de Eye-Fi-kaart. Alvorens een Eye-Fi-kaart te gebruiken, zorgt u ervoor dat "Endless Memory Mode" is uitgeschakeld. [196] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Tegelmenu Selecteert of het beginscherm van het menu altijd moet worden weergegeven wanneer u op de MENU-knop drukt. 1. MENU → (Instellingen) → [Tegelmenu] → gewenste instelling.
[198] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Wisbevestiging U kunt instellen of [Wissen] of [Annuleren] is geselecteerd als de standaardinstelling op het bevestigingsscherm voor wissen. 1. MENU → (Instellingen) → [Wisbevestiging] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Stand.Wissen: [Wissen] is geselecteerd als de standaardinstelling. Stand.Annuleren: [Annuleren] is geselecteerd als de standaardinstelling.
[200] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Begintijd energ.besp U kunt verschillende tijdsintervallen automatisch instellen voor het overschakelen naar de stroombesparingsfunctie. Om terug te keren naar de opnamefunctie, voert u een bediening uit, zoals de ontspanknop tot halverwege indrukken. 1. MENU → (Instellingen) → [Begintijd energ.besp] → gewenste instelling. Menu-onderdelen 30 min./5 min./2 min./1 min./10 sec.
opnieuw of gebruikt u een andere geheugenkaart. Wanneer u [NTSC/PAL schakel.] uitvoert en de instelling is veranderd vanuit de standaardinstelling, wordt een mededeling "Uitgevoerd in NTSC." of "Uitgevoerd in PAL." afgebeeld op het beginscherm. [202] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Demomodus De functie [Demomodus] geeft de bewegende beelden die op de geheugenkaart zijn opgenomen automatisch weer (demonstratie) wanneer de camera gedurende een bepaalde tijdsduur niet is bediend.
De tijdcode (TC)-informatie en de gebruikersbit (UB)-informatie kan worden opgenomen als gegevens behorende bij bewegende beelden. 1. MENU → (Instellingen) → [TC/UB-instellingen] → instelwaarde die u wilt veranderen. Menu-onderdelen TC/UB-weerg.-inst.: Stelt de weergave van de teller, tijdcode en gebruikersbit in. TC Preset: Stelt de tijdcode in. UB Preset: Stelt de gebruikersbit in. TC Format: Stelt de opnamemethode van de tijdcode in. (Alleen wanneer [NTSC/PAL schakel.] is ingesteld op NTSC.
druk daarna op in het midden van het besturingswiel. De tijdcode terugstellen 1. MENU → daarna op 2. Druk op de (Instellingen) → [TC/UB-instellingen] → [TC Preset], en druk in het midden van het besturingswiel. (wis-)knop om de tijdcode (00:00:00:00) terug te stellen. U kunt de tijdcode (00:00:00:00) ook terugstellen met behulp van de afstandsbediening RMT-VP1K (los verkrijgbaar). De gebruikersbit instellen (UB Preset) 1.
Het optelformaat van de tijdcode (TC Run) selecteren 1. MENU → daarna op (Instellingen) → [TC/UB-instellingen] → [TC Run], en druk in het midden van het besturingswiel. Rec Run: Stelt de stapfunctie van de tijdcode in op oplopen uitsluitend tijdens het opnemen. De tijdcode wordt opgenomen aansluitend op de laatste tijdcode van de vorige opname. Free Run: Stelt de stapfunctie van de tijdcode in op altijd oplopen, ongeacht de bediening van de camera.
gewenste instelling. Menu-onderdelen Automatisch: Het apparaat herkent een HD-televisie (high-definitiontelevisie) automatisch en stelt de uitgangsresolutie in. 2160p/1080p: Voert signalen uit in 2160p/1080p. 1080p: Voert signalen uit in HD-beeldkwaliteit (1080p). 1080i: Voert signalen uit in HD-beeldkwaliteit (1080i).
Bewegende beelden worden uitgevoerd als 24p. Opmerking De stappen 1 en 2 kunnen in willekeurige volgorde worden uitgevoerd. Als [ Opname-instell.] is ingesteld op iets anders dan [24p 24M(FX)], [24p 17M(FH)] of [24p 50M], wordt deze instelling geannuleerd en worden bewegende beelden in het HDMI-formaat uitgevoerd volgens de instellingen van [HDMI-resolutie]. [206] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup CTRL.
en de televisie zijn aangesloten met behulp van een HDMI-kabel (los verkrijgbaar). 1. MENU → (Instellingen) → [HDMI-instellingen] → [HDMI-inform.weerg.] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan: Beeldt de opname-informatie af op de televisie. Het opgenomen beeld en de opname-informatie worden weergegeven op de televisie terwijl niets wordt weergegeven op de monitor van de camera. Uit: Beeldt de opname-informatie niet af op de televisie.
Opmerking Als [ TC-uitvoer] is ingesteld op [Aan], wordt het beeld mogelijk niet goed uitgevoerd naar de televisie of het opnameapparaat. In dergelijke gevallen stelt u[ TC-uitvoer] in op [Uit]. [209] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup REC-bediening(bewegende beelden) Als u de camera aansluit op een externe recorder/speler, kunt u met behulp van de camera een bedieningssignaal zenden naar de recorder/speler op afstand om het opnemen te starten/stoppen. 1.
[210] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup 4K-uitvoer select.(bewegende beelden) U kunt instellen hoe bewegende beelden moeten worden opgenomen en HDMI moet worden uitgevoerd wanneer uw camera is aangesloten op een 4Kcompatibel extern opname-/weergaveapparaat, enz. 1. Zet de functiekeuzeknop in de stand (bewegende beelden). 2. Sluit de camera met behulp van een HDMI-kabel aan op het gewenste apparaat. 3. MENU → instelling. (Instellingen) → [ 4K-uitvoer select.
ingesteld, wordt [HDMI-inform.weerg.] tijdelijk ingesteld op [Uit]. De teller loopt niet op terwijl bewegende beelden in het 4K-formaat worden uitgevoerd. De volgende functies zijn niet beschikbaar wanneer de camera is aangesloten via een HDMI-kabel en [ Bestandsindeling] is ingesteld op [XAVC S 4K], of wanneer [ Bestandsindeling] is ingesteld op [XAVC S 4K] en [Dubbele video-OPN] is ingesteld op [Aan]. [Lach-/Gezichtsherk.] [AF-vergrendeling] onder [Scherpstelgebied] [Centr. AF-vergrend.
computer. Opmerking Het kan enige tijd duren om een verbinding tot stand te brengen tussen dit apparaat en de computer wanneer [USB-verbinding] is ingesteld op [Automatisch]. Als Device Stage* niet wordt afgebeeld met Windows 7 of Windows 8, stelt u [USB-verbinding] in op [Automatisch]. * Device Stage is een menuscherm dat wordt gebruikt om de verbonden apparaten, zoals een camera, te beheren (functie van Windows 7 of Windows 8).
Menu-onderdelen Aan: Het apparaat wordt gevoed via de micro-USB-kabel wanneer het apparaat is aangesloten op een computer, enz. Uit: Het apparaat wordt niet gevoed via de micro-USB-kabel wanneer het apparaat is aangesloten op een computer, enz. Als u de bijgeleverde netspanningsadapter gebruikt, wordt het apparaat zelfs van voeding voorzien wanneer [Uit] is geselecteerd. Opmerking Plaats de accu in het apparaat om het via een USB-kabel van voeding te voorzien.
Datum/Tijd: Stelt de datum en tijd in. Datumindeling: Selecteert het weergaveformaat van datum en tijd. [216] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Tijdzone instellen Stelt het gebied in waar u het apparaat gebruikt. 1. MENU → (Instellingen) → [Tijdzone instellen] → gewenste gebied. [217] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Copyrightinformatie U kunt copyrightinformatie toevoegen aan de stilstaande beelden. 1.
Copyr.info. weergev.: Beeldt de huidige copyrightinformatie af. Hint Hoe het toetsenbord wordt gebruikt Wanneer het handmatig invoeren van tekens is vereist, wordt een toetsenbord afgebeeld op het scherm. 1. Invoerveld De tekens die u invoert worden hierin afgebeeld. 2. Tekensoort wisselen Elke keer wanneer u op in het midden van het besturingswiel drukt, wisselt de tekensoort tussen alfabetische letters, cijfers en symbolen. 3.
6. Wissen Wist het teken vóór de cursor. 7. Maakt van het volgende teken een hoofdletter of kleine letter. 8. Voert een spatie in. Om het invoeren te annuleren, selecteert u [Annuleren]. Opmerking U kunt alleen letters, cijfers en symbolen invoeren voor [Fotograaf instellen] en [Copyright instellen]. U kunt maximaal 46 tekens invoeren. Het pictogram wordt afgebeeld tijdens het weergeven van beelden met copyrightinformatie.
[219] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Bestandsnummer Selecteert hoe bestandsnummers worden toegewezen aan stilstaande beelden en bewegende beelden in het MP4-formaat. 1. MENU → (Instellingen) → [Bestandsnummer] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Serie: Het apparaat wijst aan de bestanden opeenvolgende nummers toe tot "9999" zonder terug te stellen op nul.
streepje mag niet gebruikt worden als eerste teken. De drie tekens van de bestandsnaam die u opgeeft met [Bestandsnaam instel] worden alleen toegepast op de beelden die u opneemt nadat u de instelling hebt veranderd. [221] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup OPN.-map kiezen U kunt de map op de geheugenkaart veranderen waarin de stilstaande beelden en de bewegende beelden in het MP4-formaat moeten worden opgeslagen. 1. MENU → (Instellingen) → [OPN.-map kiezen] → gewenste map.
Wanneer u een geheugenkaart in dit apparaat plaatst die in andere apparatuur is gebruikt, en u beelden opneemt, wordt mogelijk automatisch een nieuwe map aangemaakt. Maximaal 4.000 beelden kunnen in één map worden opgeslagen. Wanneer de capaciteit van de map is opgebruikt, wordt mogelijk automatisch een nieuwe map aangemaakt.
problemen zich voordoen, repareert u het bestand met behulp van [Beeld-DB herstellen]. 1. MENU → (Instellingen) → [Beeld-DB herstellen] → [Enter]. Opmerking Gebruik een accu die voldoende is opgeladen. Als de acculading te veel afneemt tijdens het repareren, kunnen de gegevens beschadigd raken. [225] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Media-info weergev.
1. MENU → (Instellingen) → [Certificatielogo]. [228] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Instelling herstellen Stelt het apparaat terug op de standaardinstellingen. Zelfs als u [Instelling herstellen] uitvoert, blijven de opgenomen beelden behouden. 1. MENU → (Instellingen) → [Instelling herstellen] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Camera-instell. terugstell.: Stelt de belangrijkste opname-instellingen terug op de standaardinstellingen.
smartphone, moet u deze updaten naar de nieuwste versie. Voor meer informatie over PlayMemories Mobile, raadpleegt u de ondersteuningspagina (http://www.sony.net/pmm/). [230] Hoe te gebruiken smartphone De Wi-Fi-functies gebruiken Dit apparaat aansluiten op een Een Android-smartphone verbinden met dit apparaat met behulp van de QR code 1. Download en installeer de applicatie PlayMemories Mobile op uw smartphone.
4. Selecteer [OK] op het scherm van de smartphone. Als een bericht wordt afgebeeld, selecteert u nogmaals [OK]. 5. Lees de QR code met de smartphone die op de monitor van dit apparaat wordt afgebeeld. Nadat de QR code is gelezen, wordt het bericht [Wilt u een verbinding tot stand brengen met de camera?] afgebeeld op het scherm van de smartphone. 6. Selecteer [OK] op het scherm van de smartphone. De smartphone wordt verbonden met het apparaat.
[231] Hoe te gebruiken smartphone De Wi-Fi-functies gebruiken Dit apparaat aansluiten op een Een iPhone of iPad verbinden met dit apparaat met behulp van de QR code 1. Download en installeer de applicatie PlayMemories Mobile op uw iPhone of iPad.. Als PlayMemories Mobile reeds is geïnstalleerd op uw apparaat, moet u deze updaten naar de nieuwste versie. 2. Beeld de QR code (A) af op de monitor van dit apparaat door de onderstaande stappen uit te voeren. Een SSID (B) wordt tevens afgebeeld op de monitor.
4. Selecteer [OK] op het scherm van de iPhone of iPad. Als een bericht wordt afgebeeld, selecteert u nogmaals [OK]. 5. Lees de QR code met de iPhone of iPad die op de monitor van dit apparaat wordt afgebeeld. 6. Installeer het profiel (instellingeninformatie) door de instructies te volgen die worden afgebeeld op het scherm van de iPhone of iPad en selecteer [OK]. Het profiel wordt geïnstalleerd op de iPhone of iPad. 7.
PlayMemories Mobile. Hint Nadat de QR code is gelezen, worden de SSID (DIRECT-xxxx) en het wachtwoord van dit apparaat geregistreerd in de iPhone of iPad. Hierdoor kunt u in het vervolg de iPhone of iPad eenvoudig via Wi-Fi verbinden met het apparaat door de SSID te selecteren. Opmerking Als u uw apparaat niet met dit apparaat kunt verbinden met behulp van de QR code, gebruikt u de SSID en het wachtwoord.
3. Voer het wachtwoord in dat wordt afgebeeld op dit apparaat. De smartphone is verbonden met het apparaat. [233] Hoe te gebruiken smartphone De Wi-Fi-functies gebruiken Dit apparaat aansluiten op een Een iPhone of iPad verbinden met dit apparaat door een SSID en wachtwoord in te voeren 1. Selecteer de modelnaam van dit apparaat (DIRECT-xxxx: xxxx) op het Wi-Fiinstelscherm van uw iPhone of iPad.
2. Voer het wachtwoord in dat wordt afgebeeld op dit apparaat. De iPhone of iPad is verbonden met het apparaat. 3. Controleer of uw iPhone of iPad werd verbonden met de "SSID" die wordt afgebeeld op dit apparaat. 4. Ga terug naar het uitgangsscherm en open PlayMemories Mobile.
[234] Hoe te gebruiken smartphone De Wi-Fi-functies gebruiken Dit apparaat aansluiten op een Een applicatie oproepen met [One-touch (NFC)] U kunt een gewenste applicatie in het applicatiemenu van dit apparaat oproepen door een NFC-compatibele Android-smartphone aan te raken met het apparaat. Als de applicatie die u oproept een eigenschap heeft die werkt met de smartphone, worden het apparaat en de smartphone via Wi-Fi met elkaar verbonden.
smartphone. Verlaat PlayMemories Mobile zonder een bediening uit te voeren. Als u PlayMemories Mobile niet afsluit, blijft de smartphone in de verbindingstandby-status staan. [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] is toegewezen aan [One-touch (NFC)] als de standaardinstelling. [235] Hoe te gebruiken van een smartphone De Wi-Fi-functies gebruiken Dit apparaat bedienen met behulp Intellig. afstandsbedien. ingeslot.
Opmerking Wanneer u bewegende beelden opneemt met een smartphone als afstandsbediening, wordt de monitor van het apparaat donkerder.Bovendien kunt u de zoeker niet gebruiken voor het opnemen van stilstaande/bewegende beelden. Dit apparaat deelt de verbindingsinformatie voor [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] met een apparaat dat toestemming heeft om verbinding te maken.
2. Zet dit apparaat in de opnamefunctie. De NFC-functie is alleen beschikbaar wanneer afgebeeld op het scherm. (N-markering) wordt 3. Raak met het apparaat de smartphone aan. De smartphone en het apparaat zijn verbonden en PlayMemories Mobile wordt geopend op de smartphone. Raak met de smartphone het apparaat aan gedurende 1 tot 2 seconden totdat PlayMemories Mobile wordt geopend.
niet met elkaar verbinden. Stel [Vliegtuig-stand] in op [Uit]. Als dit apparaat en de smartphone met elkaar worden verbonden terwijl het apparaat in de weergavefunctie staat, wordt het weergegeven beeld naar de smartphone gezonden. [237] Hoe te gebruiken smartphone De Wi-Fi-functies gebruiken Beelden kopiëren naar een Naar smartph verznd U kunt stilstaande en bewegende beelden overbrengen naar een smartphone en deze bekijken. De applicatie PlayMemories Mobile moet zijn geïnstalleerd op uw smartphone. 1.
weergavefunctie op de camera. (2) Als u [Meerdere beelden] selecteert, selecteert u de gewenste beelden met op het besturingswiel, en drukt u vervolgens op MENU → [Enter]. Op smartphone selecter.: Geeft alle beelden die op de geheugenkaart van het apparaat zijn opgenomen weer op de smartphone. Opmerking U kunt alleen beelden overbrengen die zijn opgeslagen op de geheugenkaart van de camera. U kunt het beeldformaat dat naar de smartphone moet worden gezonden selecteren uit [Oorspronkelijk], [2M] en [VGA].
smartphone Beelden zenden naar een Android-smartphone (NFC One-touch sharing) Door slechts aan te raken kunt u dit apparaat en een NFC-compatibele Androidsmartphone met elkaar verbinden en het beeld dat op het scherm van het apparaat wordt weergegeven rechtstreeks naar de smartphone zenden. In geval van bewegende beelden, kunt u alleen bewegende beelden in het MP4-formaat overdragen terwijl [ Bestandsindeling] is ingesteld op [MP4]. 1. Activeer de NFC-functie van de smartphone. 2.
(Draadloos) → [Naar smartph verznd] om de beelden te selecteren. Nadat het scherm wordt weergegeven waarop de verbinding wordt bevestigd, gebruikt u NFC om het apparaat en de smartphone met elkaar te verbinden. Over "NFC" NFC is een technologie die draadloze communicatie over een korte afstand tussen diverse apparaten mogelijk maakt, zoals mobiele telefoons, IC-tags, enz. NFC vereenvoudigt de datacommunicatie door slechts het aangewezen aanraakpunt aan te raken.
[239] Hoe te gebruiken computer De Wi-Fi-functies gebruiken Beelden kopiëren naar een Naar computer verz. U kunt beelden die in het apparaat zijn opgeslagen overbrengen naar een computer die is verbonden met een draadloze accesspoint of een draadloos breedbandrouter, en gemakkelijk reservekopieën maken met behulp van deze bediening. Alvorens deze bediening te starten, installeert u PlayMemories Home op uw computer en registreert u het accesspoint in het apparaat. 1. Start uw computer op. 2.
1. MENU → (Draadloos) → [Op TV bekijken] → gewenste apparaat dat moet worden verbonden. 2. Als u beelden wilt weergeven door middel van een diavoorstelling, drukt u op in het midden van het besturingswiel. Om het volgende/vorige beeld handmatig weer te geven, drukt u op de rechter-/linkerkant van het besturingswiel. Om het apparaat dat u wilt verbinden te veranderen, drukt u op de onderkant van het besturingswiel, en selecteert u daarna [Appraatlijst].
Als u de televisie en dit apparaat op elkaar aansluit en geen Wi-Fi Direct gebruikt, moet u eerst uw accesspoint registreren. Het weergeven van de beelden op de televisie kan enige tijd duren. Bewegende beelden kunnen niet via Wi-Fi op de televisie worden weergegeven. Gebruik een HDMI-kabel (los verkrijgbaar). [241] Hoe te gebruiken veranderen De Wi-Fi-functies gebruiken De instellingen van Wi-Fi-functies Vliegtuig-stand Als u in een vliegtuig, enz.
registratiemethode met de Wi-Fi Protected Setup (WPS)-knop. Als de beveiligingsinstelling is ingesteld op WEP of uw accesspoint geen ondersteuning biedt voor de registratiemethode met de Wi-Fi Protected Setup (WPS)-knop, voert u [Toegangspunt instel.] uit. Voor informatie over de beschikbare functies en instellingen van uw accesspoint, raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van het accesspoint, of neemt u contact op met de beheerder van het accesspoint.
*Raadpleeg "Hoe het toetsenbord wordt gebruikt" voor de invoermethode. Als u [Handmatige instelling] selecteert, voert u de SSID-naam van het accesspoint in en selecteert u daarna het beveiligingssysteem. 3. Voer het wachtwoord in en selecteer [OK]. Voor een accesspoint zonder de markering is geen wachtwoord nodig. 4. Selecteer [OK]. Hoe het toetsenbord wordt gebruikt Wanneer het handmatig invoeren van tekens is vereist, wordt een toetsenbord afgebeeld op het scherm. 1.
Selecteer de toets voor "abc" en druk eenmaal op zodat een "a" wordt afgebeeld → selecteer " " ((5) Cursor verplaatsen) en druk op → selecteer de toets voor "abc" en druk tweemaal op zodat een "b" wordt afgebeeld → selecteer de toets voor "def" en druk eenmaal op zodat "d" wordt afgebeeld. 4. Vastleggen Legt de ingevoerde tekens vast. 5. Cursor verplaatsen Verplaatst de cursor in het invoerveld naar links of rechts. 6. Wissen Wist het teken vóór de cursor. 7.
[244] Hoe te gebruiken veranderen De Wi-Fi-functies gebruiken De instellingen van Wi-Fi-functies Naam Appar. Bew. U kunt de apparaatnaam veranderen onder Wi-Fi Direct. 1. MENU → (Draadloos) → [Naam Appar. Bew.]. 2. Selecteer het invoervak en voer de apparaatnaam in → [OK]. Raadpleeg "Hoe het toetsenbord wordt gebruikt" voor de invoermethode. [245] Hoe te gebruiken veranderen De Wi-Fi-functies gebruiken De instellingen van Wi-Fi-functies MAC-adres weergvn Beeldt het MAC-adres af van dit apparaat. 1.
1. MENU → (Draadloos) → [SSID/WW terugst.] → [OK]. Opmerking Als u dit apparaat verbindt met de smartphone na het terugstellen van de verbindingsinformatie, moet u de smartphone opnieuw registreren. [247] Hoe te gebruiken veranderen De Wi-Fi-functies gebruiken De instellingen van Wi-Fi-functies Netw.instell. terugst. Stelt alle netwerkinstellingen terug op de standaardinstellingen. 1. MENU → (Draadloos) → [Netw.instell. terugst.] → [OK].
downloaden van applicaties en toevoegen van functies aan het apparaat, raadpleegt u de volgende URL: "PlayMemories Camera Apps"-website (http://www.sony.net/pmca/) [250] Hoe te gebruiken installeren Applicaties toevoegen aan het apparaat De applicaties Een serviceaccount openen U kunt een serviceaccount openen dat noodzakelijk is voor het downloaden van applicaties. 1. Ga naar de website voor het downloaden van applicaties. http://www.sony.net/pmca/ 2.
[252] Hoe te gebruiken installeren Applicaties toevoegen aan het apparaat De applicaties Applicaties rechtstreeks downloaden naar het apparaat met behulp van de Wi-Fi-functie U kunt met de Wi-Fi-functie applicaties downloaden zonder een computer aan te sluiten. Maak van tevoren een serviceaccount aan. 1. MENU → (Applicatie) → [Applicatielijst] → (PlayMemories Camera Apps), en volg daarna de instructies op het scherm om applicaties te downloaden. Opmerking Als MENU → (Draadloos) → [Toegangspunt instel.
applicaties PlayMemories Camera Apps. 1. MENU → openen. (Applicatie) → [Applicatielijst] → gewenste applicatie die u wilt Hint Applicaties sneller openen Wijs [Applic. downloaden] en [Applicatielijst] toe aan een eigen toets. U kunt met de eigen toets de applicatie alleen openen of de applicatielijst afbeelden wanneer het opname-informatiescherm wordt afgebeeld.
op dit apparaat. 1. MENU → [Sorteren]. (Applicatie) → [Applicatielijst] → [Applicatiebeheer] → 2. Selecteer de applicatie waarvan u de volgorde wilt veranderen. 3. Selecteer de bestemming. [256] Hoe te gebruiken beheren Applicaties toevoegen aan het apparaat De applicaties De accountinformatie van PlayMemories Camera Apps bevestigen De accountinformatie voor het "Sony Entertainment Network" dat is geregistreerd op het apparaat, wordt afgebeeld. 1.
Door PlayMemories Home te gebruiken kunt u het volgende doen: U kunt beelden die met dit apparaat zijn opgenomen importeren in uw computer. U kunt beelden die in de computer zijn geïmporteerd weergeven. U kunt uw beelden delen met behulp van PlayMemories Online. U kunt bewegende beelden bewerken, bijvoorbeeld door ze te knippen of plakken. U kunt diverse effecten toevoegen, zoals BGM en ondertiteling, aan bewegende beelden.
PlayMemories Home. http://www.sony.co.jp/pmh-se/ 2. Sluit het apparaat aan op uw computer met behulp van de micro-USB-kabel (bijgeleverd), en schakel daarna het apparaat in. Nieuwe functies kunnen worden toegevoegd aan PlayMemories Home. Zelfs als PlayMemories Home reeds is geïnstalleerd op uw computer, sluit u dit apparaat en uw computer opnieuw op elkaar aan. Verwijder de micro-USB-kabel (bijgeleverd) niet vanaf de camera terwijl de camera werkt of het toegangsscherm wordt weergegeven.
Softwareprogramma's voor Mac-computers Voor meer informatie over de softwareprogramma’s voor Macintosh-computers, gaat u naar de volgende URL: http://www.sony.co.jp/imsoft/Mac/ Autom. draadloos importeren "Autom. draadloos importeren" is vereist als u een Mac-computer gebruikt en met behulp van de Wi-Fi-functie beelden wilt importeren in de computer. Download "Autom. draadloos importeren" vanaf bovenstaande URL en installeer het op uw Macintosh-computer.
Image Data Converter installeren 1. Download en installeer het softwareprogramma door naar de volgende URL te gaan. Windows: http://www.sony.co.jp/imsoft/Win/ Mac: http://www.sony.co.jp/imsoft/Mac/ Opmerking Log in als beheerder. [263] Hoe te gebruiken Een computer gebruiken De software gebruiken Toegang tot Bedieningshandleiding Image Data Converter Windows: [start] → [Alle programma's] → [Image Data Converter] → [Help] → [Image Data Converter].
Remote Camera Control Als Remote Camera Control wordt gebruikt, zijn de volgende bedieningen beschikbaar op de computer. De instellingen van dit apparaat veranderen en opnemen. Beelden rechtstreeks op de computer opnemen. Opnemen met gebruik van een intervaltimer. Gebruik deze functies na het selecteren van MENU → (Instellingen) → [USB-verbinding] → [PC-afstandsbedien.]. Voor informatie over het gebruik van Remote Camera Control, raadpleegt u de Help-functie.
Finder → [Toepassingen] → [Remote Camera Control], en selecteer [Help] op de menubalk → [Remote Camera Control Help]. [267] Hoe te gebruiken computer Een computer gebruiken Dit apparaat aansluiten op een Het apparaat aansluiten op een computer 1. Plaats een voldoende opgeladen accu in het apparaat of sluit het apparaat aan op een stopcontact met behulp van de netspanningsadapter AC-PW20 (los verkrijgbaar). 2. Zet het apparaat en de computer aan. 3. Controleer bij [Massaopslag].
Beelden importeren in de computer Met PlayMemories Home kunt u eenvoudig beelden importeren. Voor informatie over de functies van PlayMemories Home, raadpleegt u de Help-functie van PlayMemories Home. Beelden importeren in een computer zonder gebruik te maken van PlayMemories Home (voor Windows) Als de wizard AutoPlay wordt afgebeeld nadat een USB-verbinding tot stand is gebracht tussen het apparaat en een computer, klikt u op [Map openen en bestanden weergeven] → [OK] → [DCIM] of [MP_ROOT].
Het apparaat loskoppelen van de computer Koppelt de USB-verbinding los tussen dit apparaat en de computer. Volg de procedures vanaf stap 1 t/m 2 hieronder voordat u de volgende handelingen uitvoert: De USB-kabel loskoppelen. Eruit halen van de geheugenkaart. Uitschakelen van het apparaat. 1. Klik op (USB-apparaat voor massaopslag veilig verwijderen) op de taakbalk. 2. Klik op de afgebeelde mededeling.
beelden worden omgezet tijdens het maken van een disc. High-definition (HD)-beeldkwaliteit (Blu-ray Disc) Bewegende beelden in high-definition (HD)-beeldkwaliteit kunnen worden opgenomen op een Blu-ray-disc, om zo een disc van high-definition (HD)beeldkwaliteit te maken. Een Blu-ray-disc maakt het mogelijk om langere films in high-definition (HD)-beeldkwaliteit op te nemen dan dvd-discs.
U kunt de volgende typen discs van 12 cm gebruiken met PlayMemories Home. BD-R*/ DVD-R/DVD+R/DVD+R DL: Niet-herschrijfbaar BD-RE*/DVD-RW/DVD+RW: Herschrijfbaar * Later aanvullend materiaal opnemen is niet mogelijk. Zorg altijd dat uw "PlayStation 3" de meest recente versie van de systeemsoftware voor "PlayStation 3" gebruikt.
Om bewegende beelden op te nemen in de oorspronkelijke beeldkwaliteit, kopieert u de bewegende beelden naar een computer of een extern medium. Om een Blu-ray-disc te maken van bewegende beelden die zijn opgenomen in het AVCHD-formaat met [ Opname-instell.] ingesteld op [60p 28M(PS)]/[50p 28M(PS)], moet u een apparaat gebruiken dat compatibel is met het AVCHDformaat Ver. 2.0. De gemaakte Blu-ray-disc kan alleen worden weergegeven op een apparaat dat compatibel is met het AVCHD-formaat Ver. 2.0.
naar 1920×1080 (60i/50i) en is het niet mogelijk een disc te maken in de oorspronkelijke beeldkwaliteit. Om bewegende beelden op te nemen in de oorspronkelijke beeldkwaliteit, kopieert u de bewegende beelden naar een computer of een extern medium. Wanneer u een AVCHD-opnamedisc maakt met behulp van PlayMemories Home van bewegende beelden opgenomen in het AVCHD-formaat met [ Opname-instell.
[274] Hoe te gebruiken Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat Voorzorgsmaatregelen Voorzorgsmaatregelen Reservekopie maken van geheugenkaarten Gegevens kunnen beschadigd raken in de volgende gevallen. Zorg ervoor dat u een reservekopie van de gegevens maakt. Wanneer de geheugenkaart uit het apparaat wordt verwijderd, de USB-kabel wordt losgekoppeld of het apparaat wordt uitgezet tijdens het lezen of wegschrijven van gegevens.
De camera opbergen Bevestig altijd de lensdop op de voorkant van de lens wanneer u de camera niet gebruikt. Bedrijfstemperatuur Uw apparaat is ontworpen voor gebruik bij temperaturen tussen ongeveer 0 °C en 40 °C. Gebruik bij extreem lage of hoge temperaturen buiten dit bereik, wordt niet aanbevolen. Condensvorming Als het apparaat rechtstreeks vanuit een koude naar een warme omgeving wordt overgebracht, kan vocht condenseren binnenin of op de buitenkant van het apparaat.
Compatibiliteit van beeldgegevens Het apparaat voldoet aan de universele normen van DCF (Design rule for Camera File system) vastgesteld door JEITA (Japan Electronics and Information Technology Industries Association). Wij kunnen niet garanderen dat beelden die met dit apparaat zijn opgenomen, kunnen worden weergegeven op andere apparatuur, of dat beelden die met andere apparatuur zijn opgenomen of bewerkt, kunnen worden weergegeven op dit apparaat.
op de beelden. Als u de monitor of de lens langdurig blootstelt aan direct zonlicht kan een storing optreden. Wees voorzichtig wanneer u het apparaat bij een venster of buiten neerzet. Stel de lens niet rechtstreeks bloot aan straling, zoals laserstraling. Hierdoor kan de beeldsensor worden beschadigd en kan een storing in de camera optreden. Oefen geen druk uit op de monitor. De kleuren op de monitor kunnen veranderen waardoor zich een storing kan voordoen.
Als water, stof of zand via de geopende flitser binnendringt, kan een defect optreden. Wanneer u de flitser omlaag duwt, let u erop dat uw vingers niet bekneld raken. Opmerkingen over het weggooien of aan anderen overdragen van dit apparaat Voordat u dit apparaat weggooit of aan anderen overdraagt, vergeet u niet de volgende bedieningen uit te voeren ter bescherming van privégegevens. Voer [Instelling herstellen] uit om alle instellingen terug te stellen.
De accu opladen Laad de accu (bijgeleverd) op voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt. De opgeladen accu verliest steeds wat lading, ook als u de accu niet gebruikt. Laad de accu elke keer op voordat u het apparaat gebruikt, zodat u geen kans om beelden op te nemen onbenut laat. U kunt de accu opladen ook als deze niet volledig leeg is. U kunt een gedeeltelijk opgeladen accu gebruiken.
deze geen kortsluiting kunnen veroorzaken. De accu ontlaadt snel als u de flitser of de ononderbroken opnamefunctie veel gebruikt, de camera vaak aan-/uitschakelt, of de monitor erg helder instelt. Wij adviseren u reserveaccu's voor te bereiden en proefopnamen te maken voordat u de werkelijke opnamen maakt. Laat de accu niet nat worden. De accu is niet bestand tegen water. Laat de accu niet liggen op zeer warme plaatsen, zoals in een voertuig of in direct zonlicht.
vermijden wanneer u de accu bij u draagt of opbergt. Over de levensduur van de accu De levensduur van de accu is beperkt. Als u dezelfde accu herhaaldelijk gebruikt, of dezelfde accu gedurende een lang tijd gebruikt, neemt de accucapaciteit geleidelijk af. Als de gebruiksduur van de accu aanzienlijk achteruitgaat, is het waarschijnlijk tijd om de accu te vervangen door een nieuwe.
omgevingstemperatuur van 10 °C en 30 °C. [278] Hoe te gebruiken Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat Voorzorgsmaatregelen Opmerkingen over geheugenkaarten Als u gedurende een lange tijd herhaaldelijk beelden opneemt en wist, kunnen de gegevens in een bestand op de geheugenkaart gefragmenteerd raken, en kan het opnemen van bewegende beelden tussentijds worden onderbroken. Als dat gebeurt, slaat u de beelden op een computer of ander opslagapparaat op, en voert u daarna [Formatteren] uit.
geheugenkaart worden beschadigd. Probeer niet een geheugenkaart te plaatsen die niet in de geheugenkaartgleuf past. Als u dit toch doet, zal een storing worden veroorzaakt.
De flitser reinigen Maak het venster van de flitser schoon vóór deze te gebruiken. De warmte van het flitslicht kan eventueel vuil op het oppervlak van de flitser doen roken of branden. Veeg het oppervlak van de flitser af met een zachte doek om vuil stof, enz. te verwijderen. De buitenkant van het apparaat reinigen Reinig de buitenkant van het apparaat met een zachte doek die licht bevochtigd is met water, en veeg vervolgens het oppervlak droog met een droge doek.
Standaard 8 GB: 1150 beelden 16 GB: 2400 beelden 32 GB: 4800 beelden 64 GB: 9600 beelden Fijn 8 GB: 690 beelden 16 GB: 1400 beelden 32 GB: 2800 beelden 64 GB: 5500 beelden Extra fijn 8 GB: 510 beelden 16 GB: 1000 beelden 32 GB: 2050 beelden 64 GB: 4150 beelden RAW en JPEG 8 GB: 235 beelden 16 GB: 470 beelden 32 GB: 950 beelden 64 GB: 1900 beelden RAW 8 GB: 355 beelden 16 GB: 710 beelden 32 GB: 1400 beelden 64 GB: 2850 beelden *Als [ Beeldverhouding] is ingesteld op iets anders dan [3:2], kunt u meer stilst
stilstaande beelden en opnameduur van bewegende beelden Resterende opnameduur van bewegende beelden De onderstaande tabel toont bij benadering de maximale opnameduur van bewegende beelden gedurende welke kan worden opgenomen op een geheugenkaart die is geformatteerd in dit apparaat. Deze tijdsduren zijn de totale lengten van alle bewegende beelden op de geheugenkaart. De opnameduur kan verschillen afhankelijk van de opnameomstandigheden en de geheugenkaart.
50p 50M 8 GB: 15 m 16 GB: 35 m 32 GB: 1 h 15 m 64 GB: 2 h 35 m 30p 50M 25p 50M 8 GB: 15 m 16 GB: 35 m 32 GB: 1 h 15 m 64 GB: 2 h 35 m 24p 50M* 8 GB: 15 m 16 GB: 35 m 32 GB: 1 h 15 m 64 GB: 2 h 35 m 120p 100M 100p 100M 8 GB: 9 m 16 GB: 15 m 32 GB: 35 m 64 GB: 1 h 15 m 120p 60M 100p 60M 8 GB: 15 m 16 GB: 30 m 32 GB: 1 h 64 GB: 2 h 5 m [ Bestandsindeling]: [AVCHD] 60i 24M(FX) 50i 24M(FX) 8 GB: 40 m 16 GB: 1 h 25 m 32 GB: 3 h 64 GB: 6 h 60i 17M(FH) 50i 17M(FH) 8 GB: 55 m
16 GB: 2 h 32 GB: 4 h 5 m 64 GB: 8 h 15 m 60p 28M(PS) 50p 28M(PS) 8 GB: 35 m 16 GB: 1 h 15 m 32 GB: 2 h 30 m 64 GB: 5 h 5 m 24p 24M(FX) 25p 24M(FX) 8 GB: 40 m 16 GB: 1 h 25 m 32 GB: 3 h 64 GB: 6 h 24p 17M(FH) 25p 17M(FH) 8 GB: 55 m 16 GB: 2 h 32 GB: 4 h 5 m 64 GB: 8 h 15 m [ Bestandsindeling]: [MP4] 1920x1080 60p 28M 1920x1080 50p 28M 8 GB: 35 m 16 GB: 1 h 15 m 32 GB: 2 h 35 m 64 GB: 5 h 20 m 1920x1080 30p 16M 1920x1080 25p 16M 8 GB: 1 h 16 GB: 2 h 32 GB: 4 h 10 m 64 GB: 8 h 25 m 1280x720 30p 6M 1280x720
32 GB: 10 h 55 m 64 GB: 22 h * Alleen wanneer [NTSC/PAL schakel.] is ingesteld op NTSC. In de standaardinstellingen van de camera is ononderbroken opnemen mogelijk gedurende ongeveer 29 minuten (max.) per opname bij een temperatuur van ongeveer 25 °C. (beperkt door de productspecificaties). Als het bestandsformaat is ingesteld op MP4 (28M), is ononderbroken opnemen mogelijk gedurende ongeveer 20 minuten per opname (beperkt door een bestandsgrootte van 4 GB).
Omgevingstemperatuur: 30 °C Ononderbroken opnameduur voor bewegende beelden: ongeveer 29 minuten Omgevingstemperatuur: 40 °C Ononderbroken opnameduur voor bewegende beelden: ongeveer 29 minuten De beschikbare tijdsduur voor het opnemen van bewegende beelden varieert met de temperatuur, het/de opnameformaat/-instelling, en de toestand van de camera voordat u begint op te nemen.
Over tv-kleursystemen Om bewegende beelden die met dit apparaat zijn opgenomen te bekijken op een televisie, moeten het apparaat en de televisie hetzelfde kleursysteem gebruiken. Controleer het kleursysteem van de televisie in het land of gebied waarin u het apparaat gebruikt. NTSC-systeem: Bahama's, Bolivia, Canada, Chili, Colombia, Ecuador, Filippijnen, Jamaica, Japan, Korea, Mexico, Midden-Amerika, Peru, Suriname, Taiwan, Venezuela, Verenigde Staten, enzovoort.
AVCHD-formaat Het AVCHD-formaat werd ontwikkeld voor digitale high-definitionvideocamera’s voor het opnemen van een high-definition (HD)-signaal met behulp van een zeer efficiënte compressiecoderingstechnologie. Het MPEG-4 AVC/H.264-formaat wordt gebruikt om de gegevens van bewegende beelden te comprimeren, en het Dolby Digital- of Linear PCM-systeem wordt gebruikt om de audiogegevens te comprimeren. Het MPEG-4 AVC/H.
("AVC-VIDEO") EN/OF (ii) HET DECODEREN VAN AVC-VIDEO DIE IS GECODEERD DOOR EEN CONSUMENT IN HET KADER VAN EEN PERSOONLIJKE ACTIVITEIT EN/OF VERKREGEN VAN EEN VIDEO-LEVERANCIER DIE IS GEAUTORISEERD OM AVC-VIDEO TE LEVEREN. ER WORDT GEEN LICENTIE VERLEEND OF GEÏMPLICEERD VOOR ENIG ANDER GEBRUIK. AANVULLENDE INFORMATIE KAN WORDEN VERKREGEN VAN MPEG LA, L.L.C. ZIE HTTP://WWW.MPEGLA.
PlayMemories Camera Apps, PlayMemories Camera Apps-logo Multi-interfaceschoen, het multi-interfaceschoen-logo XAVC S en zijn gedeponeerde handelsmerken van Sony Corporation. Blu-ray Disc™ en Blu-ray™ zijn handelsmerken van de Blu-ray Disc Association. AVCHD Progressive en het AVCHD Progressive-logotype zijn handelsmerken van Panasonic Corporation en Sony Corporation. Dolby en het dubbele-D-symbool zijn handelsmerken van Dolby Laboratories.
Als u problemen ondervindt met het apparaat, probeer dan de volgende oplossingen. 1. Controleer de onderdelen onder "Problemen oplossen" en controleer daarna het apparaat. Als een mededeling zoals "C/E:□□:□□" wordt afgebeeld op het scherm, raadpleegt u het zelfdiagnosedisplay. 2. Haal de accu eruit, wacht ongeveer één minuut, plaats de accu weer terug, en schakel vervolgens het toestel in. 3. Stel de instellingen terug op de standaardinstellingen. 4.
Controleer of uw accu een NP-FW50-accu is. [291] Probleemoplossing Problemen oplossen Accu en voeding Het apparaat schakelt plotseling uit. Afhankelijk van de apparaat- en accutemperatuur kan de voeding automatisch worden uitgeschakeld om het apparaat te beschermen. In dat geval wordt een mededeling op het scherm van het apparaat afgebeeld voordat het apparaat wordt uitgeschakeld. [292] Probleemoplossing Problemen oplossen Accu en voeding Het apparaat wordt heet.
De capaciteit van de accu neemt na verloop van tijd en door herhaald gebruik af. Als de gebruiksduur na opladen aanzienlijk korter is geworden, is het waarschijnlijk tijd de accu te vervangen door een nieuwe. [294] Probleemoplossing Problemen oplossen Accu en voeding Het oplaadlampje van het apparaat knippert tijdens het opladen van de accu. Controleer of uw accu een NP-FW50-accu is. Verwijder de accu en plaats hem daarna terug in het apparaat.
[FINDER/MONITOR] is ingesteld op [Zoeker(handmatig)]. Verander [FINDER/MONITOR] in [Automatisch]. [297] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden U kunt geen beelden opnemen. U gebruikt een geheugenkaart met een schrijfbeveiligingsschakelaar en de schakelaar staat in de stand LOCK. Zet de schakelaar in de stand voor opnemen. Controleer de vrije opslagcapaciteit van de geheugenkaart. U kunt tijdens het opladen van de flitser geen beelden opnemen.
Stel de transportfunctie in op [Enkele opname]. [300] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden De sluiter wordt continu ontspannen. De camera kan automatisch meerdere opnamen maken en het overlay-proces uitvoeren onder de volgende omstandigheden: [ISO] is ingesteld op [NR Multi Frame]. De opnamefunctie is ingesteld op [Panorama d. beweg.]. De opnamefunctie is ingesteld op [Superieur automat.]. De opnamefunctie is ingesteld op [Schemeropn.
opnemen De zoomfunctie werkt niet. U kunt de zoomfuncties niet gebruiken tijdens het opnemen in de functie panorama door beweging. U kunt alleen de optische zoom gebruiken in de volgende situaties: Bij gebruik van de lach-sluiterfunctie. [ Kwaliteit] is ingesteld op [RAW] of [RAW en JPEG]. [303] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden De flitser werkt niet. Zet de flitser omhoog.
[305] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden De close-up-opnamefunctie (Macro) werkt niet. Het apparaat stelt automatisch scherp. Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt. Het scherpstellen kan enige tijd duren als een onderwerp van dichtbij wordt opgenomen. [306] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden De opnamedatum en -tijd worden niet afgebeeld op het scherm. Tijdens het opnemen worden de datum en tijd niet afgebeeld.
instellingen voor de diafragmawaarde en/of sluitertijd. Kies andere instellingen. [309] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden De kleuren van het beeld zijn niet juist. Stel de [Witbalans] af. [Foto-effect] is ingesteld. Stel [Foto-effect] in op [Uit]. [Beeldprofiel] is ingesteld. Stel [Beeldprofiel] in op [Uit]. Om de instellingen terug te stellen op de standaardinstellingen, voert u [Instelling herstellen] uit.
[312] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden Punten verschijnen en blijven op het scherm. Dit is geen storing. Deze punten worden niet opgenomen. [313] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden U kunt niet continu beelden opnemen. De geheugenkaart is vol. Wis overbodige beelden. De accu is bijna leeg. Plaats een opgeladen accu.
[316] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden Er worden geen beelden weergegeven op de monitor. Als u beelden op heuphoogte opneemt wanneer [FINDER/MONITOR] is ingesteld op [Automatisch], wordt de monitor uitgeschakeld als gevolg van de reactie van de oogsensor. Stel [FINDER/MONITOR] in op [Monitor(handmatig)]. [317] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden [Finder/Monitor sel.
opnemen De kleurtinten van het beeld dat wordt weergegeven op de monitor of in de zoeker lijken onnatuurlijk. [Gamma-weerg.hulp] is geactiveerd. Stel [Gamma-weerg.hulp] in op [Uit]. [Gamma-weerg.hulp] werkt niet goed. De instellingen van [Beeldprofiel] worden geannuleerd wanneer u iets anders selecteert dan [Uit] voor [Foto-effect], zelfs wanneer [Gamma] is ingesteld op [S-Log2]. Daarom worden de kleurtinten niet correct weergegeven wanneer [Gamma-weerg.hulp] is ingesteld op [Automatisch].
tot halverwege indrukken. [322] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden Het duurt te lang voordat de flitser opnieuw is opgeladen. De flitser is binnen een korte tijd meerdere keren gebruikt. Als de flitser meerdere keren achter elkaar is gebruikt, kan het opladen langer duren dan gebruikelijk omdat moet worden voorkomen dat de camera te heet wordt.
Het lukt niet beelden weer te geven. Zorg ervoor dat de geheugenkaart helemaal in de gleuf van het apparaat is geduwd. De map-/bestandsnaam is veranderd op de computer. Wanneer een beeldbestand is verwerkt door een computer of wanneer het beeldbestand is opgenomen op een ander model dan dit apparaat, is niet gegarandeerd dat het beeldbestand op dit apparaat kan worden weergegeven. Het apparaat staat in de USB-functie. Koppel het apparaat los van de computer.
Het lukt niet het beeld te wissen. Annuleer de beveiliging. [329] Probleemoplossing Problemen oplossen Beelden weergeven Het beeld is per ongeluk gewist. Wanneer u eenmaal een beeld hebt gewist, kunt u dit niet herstellen. We adviseren u de beelden die u niet wilt wissen, te beveiligen. [330] Probleemoplossing Problemen oplossen Beelden weergeven U kunt geen DPOF-afdrukmarkering toevoegen. U kunt geen DPOF-afdrukmarkering toevoegen aan een RAW-beeld.
[WPS-Push] werkt niet. [WPS-Push] werkt mogelijk niet afhankelijk van de instellingen van het accesspoint. Controleer de SSID en het wachtwoord van het draadloze accesspoint en voer [Toegangspunt instel.] uit. [333] Probleemoplossing Problemen oplossen Wi-Fi [Naar computer verz.] wordt voortijdig geannuleerd. Wanneer de resterende acculading laag is, kan [Naar computer verz.] voortijdig worden geannuleerd. Laad de accu op en probeer het opnieuw.
accu op en probeer het opnieuw. [336] Probleemoplossing Problemen oplossen Wi-Fi Het opnamescherm voor [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] wordt niet soepel afgebeeld./De verbinding tussen het apparaat en de smartphone is verbroken. Datacommunicatie tussen dit apparaat en de smartphone kan mislukken als gevolg van de signaalomstandigheden. Plaats dit apparaat dichter bij de smartphone. [337] Probleemoplossing Problemen oplossen Wi-Fi U kunt One-touch connection (NFC) niet gebruiken.
[338] Probleemoplossing Problemen oplossen Computers De computer herkent dit apparaat niet. Stel [USB-verbinding] in op [Massaopslag]. Controleer of de camera is ingeschakeld. Als de acculading laag is, plaatst u een opgeladen accu. Gebruik de micro-USB-kabel (bijgeleverd) om de apparaten met elkaar te verbinden. Koppel de USB-kabel los en sluit deze daarna weer stevig aan. Koppel alle apparatuur behalve dit apparaat, het toetsenbord en de muis los van de USB-aansluitingen van uw computer.
uw computer met PlayMemories Home en geef hem weer. [341] Probleemoplossing Problemen oplossen Computers Beelden die vanaf een computer zijn geëxporteerd, kunnen niet op dit apparaat worden weergegeven. Gebruik PlayMemories Home om beelden die op een computer zijn opgeslagen te kopiëren naar een geheugenkaart die in dit apparaat is geplaatst, en ze weer te geven op dit apparaat. [342] Probleemoplossing Problemen oplossen Geheugenkaarten De geheugenkaart is per ongeluk geformatteerd.
worden de beelden met een lagere verzadiging afgedrukt. [345] Probleemoplossing Problemen oplossen Afdrukken Bij de afdruk van de beelden worden beide randen afgesneden. Afhankelijk van uw printer, kunnen de randen links, rechts, boven of onder van het beeld worden afgesneden. Vooral wanneer u een beeld afdrukt dat werd opgenomen met [ Beeldverhouding] ingesteld op [16:9], kunnen de zijkanten van het beeld worden afgesneden.
verzoek ook worden afgedrukt met de datum. [347] Probleemoplossing Problemen oplossen Overige De lens raakt beslagen. Condensvorming is opgetreden. Zet het apparaat uit en laat het ongeveer een uur liggen voordat u het weer gebruikt. [348] Probleemoplossing Problemen oplossen Overige Het apparaat stopt met uitgeschoven lens./Het apparaat wordt uitgeschakeld met uitgeschoven lens. Probeer niet met kracht zelf de lens te bewegen nadat deze gestopt is met bewegen.
Stel de datum en tijd opnieuw in. De ingebouwde, oplaadbare reservebatterij is leeg. Plaats een opgeladen accu en laat het toestel gedurende 24 uur of langer uitgeschakeld liggen. [351] Probleemoplossing Problemen oplossen Overige Het aantal op te nemen beelden neemt niet af of neemt met twee beelden tegelijk af. Dit komt doordat de compressieverhouding en het beeldformaat na compressie veranderen afhankelijk van het beeld, wanneer u een JPEG-beeld opneemt.
functioneert nadat u deze oplossingen hebt toegepast, neemt u contact op met uw Sony-dealer of de plaatselijke, erkende technische dienst van Sony. [354] Probleemoplossing Problemen oplossen Overige Een geluid is hoorbaar wanneer het apparaat wordt geschud. Een geluid kan hoorbaar zijn wanneer het apparaat wordt geschud terwijl het is uitgeschakeld, maar dit is geen defect. [355] Probleemoplossing Problemen oplossen Overige De "--E-" indicator wordt op het scherm afgebeeld.
toestel uit en daarna weer in. C:13:□□ Het apparaatkan geen gegevens op de geheugenkaart schrijven of er vanaf lezen. Probeer het apparaat uit en weer in te schakelen, of probeer de geheugenkaart er meerdere keren uit te halen en weer in te plaatsen. Een niet-geformatteerde geheugenkaart is geplaatst. Formatteer de geheugenkaart. De geplaatste geheugenkaart kan niet worden gebruikt in dit apparaat, of de gegevens zijn beschadigd. Plaats een nieuwe geheugenkaart.
De geheugenkaart is geformatteerd op een computer en de bestandsindeling is gewijzigd. Selecteer [Enter], en formatteer daarna de geheugenkaart. U kunt de geheugenkaart daarna opnieuw gebruiken, maar alle eerder opgenomen gegevens op de geheugenkaart zijn gewist. Het formatteren kan enige tijd duren. Vervang de geheugenkaart als de mededeling opnieuw wordt afgebeeld. Geheugenkaartfout Er is een niet-compatibele geheugenkaart geplaatst. Het formatteren is mislukt. Formatteer de geheugenkaart opnieuw.
beelddatabasebestanden. Afdrukken onmogelijk. U hebt geprobeerd RAW-beelden te markeren met een DPOF-afdrukmarkering. Camera te warm. Laat camera afkoelen. Het apparaat is heet geworden omdat u zonder onderbreking opnamen hebt gemaakt. Zet het apparaat uit. Laat het apparaat afkoelen en wacht totdat het apparaat weer klaar is voor gebruik. U hebt gedurende een lange tijd beelden opgenomen, waardoor de temperatuur van het apparaat is opgelopen.
Beelden die met een ander apparaat zijn opgenomen, kunnen mogelijk niet worden vergroot of geroteerd. Kan geen mappen meer maken. Een map op de geheugenkaart heeft als eerste drie cijfers "999". U kunt geen mappen meer aanmaken op deze camera.
Superieur automat. Panorama d. beweg. Auto HDR AF-vergrendeling Onderwerpen die te klein of te groot zijn Panorama d. beweg. AF-vergrendeling Scènes met te weinig contrast, zoals de lucht of een zandstrand Panorama d. beweg. Superieur automat. Scènes die continu veranderen, zoals een waterval Panorama d. beweg. Superieur automat.