Digitale camera DSC-RX100M5 Hoe te gebruiken Vóór gebruik Namen van de onderdelen De camera en bijgeleverde artikelen controleren [1] Plaats van de onderdelen [2] Pictogrammen en indicators Lijst van pictogrammen op het scherm [3] De riem gebruiken De polsriem gebruiken [4] De schouderriem gebruiken (los verkrijgbaar) [5] De zoeker instellen De zoeker afstellen (diopterinstelling) [6] Helpfunctie in camera Over de [Helpfunct.
De accu in de camera plaatsen [8] De accu opladen terwijl deze in de camera is geplaatst [9] Opladen door aansluiting op een computer [10] De gebruiksduur van de accu en het aantal beelden dat kan worden opgenomen/weergegeven met een accu [11] Voeding vanuit een stopcontact [12] De accu verwijderen [13] Een geheugenkaart plaatsen (los verkrijgbaar) De geheugenkaart plaatsen [14] De geheugenkaart verwijderen [15] Bruikbare geheugenkaarten [16] De taal, datum en tijd instellen De taal, datum en tijd instell
Een opnamefunctie selecteren Lijst met standen van de functiekeuzeknop [25] Slim automatisch [26] Superieur automat. [27] Over scèneherkenning [28] De voordelen van automatisch opnemen [29] Autom. programma [30] Panorama d. beweg. [31] Scènekeuze [32] Sluitertijdvoorkeuze [33] Diafragmavoorkeuze [34] Handm. belichting [35] BULB [36] Geheug.nr. oproep.
Informatie over het gebruik van de flitser [47] Flitsfunctie [48] Flitscompensatie [49] Een schermweergavefunctie selecteren De schermweergave veranderen (Opnemen) [50] Omschakelen tussen de zoeker en het scherm [51] DISP-knop (Zoeker) [52] DISP-knop (Scherm) [53] TC/UB-weerg.schak.
Schrpstelvergrot.tijd [70] Init.vergr.scherpst (stilstaand beeld) [71] Reliëfniveau [72] Reliëfkleur [73] Pre-AF (stilstaand beeld) [74] AF/MF-regeling [75] AF-hulplicht (stilstaand beeld) [76] Cont. AF-geb. weerg [77] AF op de ogen [78] Fasedetectiegebied [79] AF-snelheid (bewegende beelden) [80] Gevoel. AF-volg. (bewegende beelden) [81] Belichting instellen Belicht.comp. [82] Lichtmeetfunctie [83] AE-vergrendeling [84] AEL met sluiter (stilstaand beeld) [85] Zebra [86] Belichtingsinst.
Bracket DRO [95] Instellingen voor bracketopnamen [96] Indicator tijdens bracketopnamen [97] Foto's van uzelf nemen door naar het scherm te kijken Zelfportr./-ontspan. [98] De ISO-gevoeligheid selecteren ISO [99] ISO AUTO min. sl.td. [100] NR Multi Frame [101] NR-effect [102] De helderheid of het contrast corrigeren D.-bereikopt.
Stilstaande beelden vastleggen tijdens het opnemen van bewegende beelden (Dual Rec) [113] Automat. Dual Rec [114] Beeldfor.(Dual Rec) [115] Kwaliteit (Dual Rec) [116] Markeringweerg.(bewegende beelden) [117] Markering-instell. (bewegende beelden) [118] SteadyShot (bewegende beelden) [119] Geluid opnemen [120] Microfoon ref. niveau [121] Windruis reductie [122] Aut. lang. sluit.
Zachte-huideffect (stilstaand beeld) [138] Gezichtsregistratie (Nieuwe registratie) [139] Gezichtsregistratie (Volgorde wijzigen) [140] Gezichtsregistratie (Wissen) [141] Rode ogen verm. [142] Autom. kadreren (stilstaand beeld) [143] SteadyShot (stilstaand beeld) [144] NR lang-belicht (stilstaand beeld) [145] NR bij hoge-ISO (stilstaand beeld) [146] Datum schrijven (stilstaand beeld) [147] Kleurenruimte (stilstaand beeld) [148] Stramienlijn [149] Autom.
Beelden wissen Een beeld dat wordt weergegeven wissen [163] Meerdere geselecteerde beelden tegelijk wissen [164] Bewegende beelden weergeven Bewegende beelden weergeven [165] Motion Shot-video [166] Foto vastleggen [167] Panoramabeelden weergeven Panoramabeelden weergeven [168] Afdrukken Printen opgeven [169] De weergavefuncties gebruiken Weergavefunctie [170] Weergave-rotatie [171] Diavoorstelling [172] Roteren [173] Vergro init. vrgro% [174] Vergro. init. plaats.
Instellingen veranderen Menu Setup Monitor-helderheid [180] Helderheid zoeker [181] Kleurtemp. zoeker [182] Gamma-weerg.hulp [183] Functie gesloten VF [184] Volume-instellingen [185] Audiosignalen [186] Inst. uploaden(Eye-Fi) [187] Tegelmenu [188] Modusdraaiknopsch. [189] Wisbevestiging [190] Weergavekwaliteit [191] Begintijd energ.besp [192] NTSC/PAL schakel. [193] Demomodus [194] TC/UB-instellingen [195] HDMI-resolutie [196] 24p/60p-uitvoer(bewegende beelden) (Alleen voor 1080 60i-compatibele modellen.
USB-voeding [206] Taal [207] Datum/tijd instellen [208] Tijdzone instellen [209] Copyrightinformatie [210] Formatteren [211] Bestandsnummer [212] Bestandsnaam instel [213] OPN.-map kiezen [214] Nieuwe map [215] Mapnaam [216] Beeld-DB herstellen [217] Media-info weergev.
Intellig. afstandsbedien. ingeslot. [227] [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] gebruiken met een aanraakverbinding op een smartphone (NFC One-touch remote) [228] Beelden kopiëren naar een smartphone Naar smartph verznd [229] Beelden zenden naar een Android-smartphone (NFC One-touch sharing) [230] Beelden kopiëren naar een computer Naar computer verz.
Een serviceaccount openen [242] Applicaties downloaden [243] Applicaties rechtstreeks downloaden naar het apparaat met behulp van de WiFi-functie [244] De applicaties openen De gedownloade applicatie openen [245] De applicaties beheren Applicaties verwijderen [246] De volgorde van de applicaties veranderen [247] De accountinformatie van PlayMemories Camera Apps bevestigen [248] Een computer gebruiken Aanbevolen computeromgeving Aanbevolen computeromgeving [249] De software gebruiken PlayMemories Home [2
Het apparaat aansluiten op een computer [259] Beelden importeren in de computer [260] Het apparaat loskoppelen van de computer [261] Een disc met bewegende beelden maken Een disc selecteren die moet worden aangemaakt [262] Een Blu-ray-disc maken van bewegende beelden in high-definition (HD)beeldkwaliteit [263] Een dvd-disc (AVCHD-opnamedisc) maken van bewegende beelden in highdefinition (HD)-beeldkwaliteit [264] Een dvd-disc maken van bewegende beelden in standard-definition (SD)beeldkwaliteit [265] Voorz
De netspanningsadapter/acculader in het buitenland gebruiken [274] Over tv-kleursystemen [275] Overige informatie ZEISS lens [276] AVCHD-formaat [277] Licentie [278] Handelsmerken Handelsmerken [279] Probleemoplossing In geval van problemen In geval van problemen Problemen oplossen [280] Problemen oplossen Accu en voeding U kunt de accu niet in het apparaat plaatsen. [281] U kunt het apparaat niet inschakelen. [282] Het apparaat schakelt plotseling uit. [283] Het apparaat wordt heet.
De monitor wordt niet ingeschakeld, ondanks dat het apparaat wordt ingeschakeld. [288] Stilstaande/bewegende beelden opnemen U kunt geen beelden opnemen. [289] Er klinkt een klikkend geluid wanneer de helderheid van het onderwerp verandert. [290] Het opnemen duurt erg lang. [291] Hetzelfde beeld wordt meerdere keren opgenomen. [292] De sluiter wordt continu ontspannen. [293] Het beeld is onscherp. [294] De zoomfunctie werkt niet. [295] De flitser werkt niet.
bepaalde knop met behulp van [Eigen toets(opname)] of [Eigen toets(WG)]. [311] Het beeld is witachtig (schittering)./Er verschijnt een lichtwaas op het beeld (schaduwbeeld). [312] De kleurtinten van het beeld dat wordt weergegeven op de monitor of in de zoeker lijken onnatuurlijk. [313] Het beeld is wazig. [314] De monitor wordt donkerder nadat een korte tijdsduur is verstreken. [315] Het duurt te lang voordat de flitser opnieuw is opgeladen. [316] Het besturingswiel werkt niet.
Computers De computer herkent dit apparaat niet. [331] U kunt geen beelden importeren. [332] Het beeld en het geluid worden onderbroken door ruis wanneer u een film op een computer bekijkt. [333] Beelden die vanaf een computer zijn geëxporteerd, kunnen niet op dit apparaat worden weergegeven. [334] Geheugenkaarten De geheugenkaart is per ongeluk geformatteerd. [335] Afdrukken U kunt geen beelden afdrukken. [336] Het beeld heeft een vreemde kleur.
Mededelingen Mededelingen Zelfdiagnosefunctie [349] Waarschuwingsberichten [350] Situaties die voor dit apparaat moeilijkheden opleveren Situaties die voor dit apparaat moeilijkheden opleveren Situaties die voor dit apparaat moeilijkheden opleveren [351] [1] Hoe te gebruiken Vóór gebruik Namen van de onderdelen De camera en bijgeleverde artikelen controleren Het cijfer tussen haakjes geeft het aantal stuks aan.
* Mogelijk worden meerdere netsnoeren bij uw camera geleverd.Gebruik die welke geschikt is voor uw land/gebied. Polsriem (1) Riemadapter (2) Gebruiksaanwijzing (1) Wi-Fi Connection/One-touch (NFC) Guide (1) [2] Hoe te gebruiken Vóór gebruik Namen van de onderdelen Plaats van de onderdelen 1. ON/OFF (aan/uit)-knop 2. Aan-/oplaadlampje 3.
4. Functiekeuzeknop 5. Voor opnemen: W/T-(zoom)knop Voor weergeven: (index-)knop/ 6. Zelfontspannerlamp/AF-hulplicht 7. Flitser (weergavezoom-)knop Bedek de flitser niet met uw vinger. Als u de flitser niet gebruikt, duwt u deze met de hand omlaag. 8. Diopterinstelhendel Verplaats de diopterinstelhendel totdat het beeld scherp wordt weergegeven in de zoeker. 9. Zoeker Verschuif de zoeker-omhoogknop om de zoeker omhoog te laten springen.
16. Oogsensor 17. (flitser-omhoog-)knop Om de flitser te gebruiken verschuift u de (flitser omhoog-)knop. 18. Monitor U kunt de monitor naar een stand draaien waarin u het beeld gemakkelijk kunt bekijken zodat u vanuit elk standpunt kunt opnemen. 19. Voor opnemen: Fn (Functie)-knop Voor weergeven: (Naar smartph verznd-)knop U kunt het scherm gedurende [Naar smartph verznd] afbeelden door op deze knop te drukken. 20. MOVIE (bewegende beelden)-knop 21.
28. Voor opnemen: C (Custom-)knop Voor weergeven: (wis-)knop 29. Accuvak 30. Accuvergrendelingshendel 31. Schroefgat voor statief Gebruik een statief met een schroef van minder dan 5,5 mm lang. Als de schroef te lang is, kunt u de camera niet stevig bevestigen en kan de camera worden beschadigd. 32. 33. 34. 35.
Voor weergeven 1. P P* A S M Opn.modus Geheug.nr. oproep.
20M / 18M / 17M / 13M / 10M / 7.5M / 6.5M / 5.0M / 4.2M / 3.7M / VGA Beeldformaat van stilstaande beelden Beeldkwaliteit van stilstaande beelden Frames per seconde van bewegende beelden Opname-instelling van bewegende beelden NFC is geactiveerd Resterende acculading Waarschuwing voor resterende acculading USB-voeding Flitser bezig op te laden AF-hulplicht SteadyShot Uit/Aan, Camerabeweging-indicator Vliegtuig-stand Overlay-effect Geen audio-opname van bewegende beelden Microfoon ref.
Windruis reductie Instelling effect uit Databasebestand vol/Databasebestandsfout Waarschuwing voor oververhitting 20S Resterende opnameduur wanneer de waarschuwing voor oververhitting wordt afgebeeld Slimme zoom/ Held.
Dubbele video-OPN PC-afstandsbedien. Heldere controle Schrijven van copyrightinformatie 240fps 250fps 480fps 500fps 960fps 1000fps Beeldfrequentie voor HFR-opname Opnametiming Gamma-weerg.hulp Gegevens schrijven/aantal beelden dat nog moet worden geschreven VASTLEGGEN Stilstaand beeld vastleggen Kan geen stilstaande beelden opnemen. Automat. Dual Rec 2. Transportfunctie Lichtmeetfunctie Flitsfunctie/Rode ogen verm. ±0.
Scherpstelfunctie 7500K A5 G5 Witbalans (Automatisch, Vooringesteld, Onderwater Auto, Eigen, Kleurtemperatuur, Kleurfilter) Scherpstelgebied DRO/Auto HDR ND-filter +3 +3 +3 Creatieve stijl/Contrast, Verzadiging, Scherpte Lach-/Gezichtsherk. Foto-effect Gevoeligheidsindicator lachdetectie ― Beeldprofiel 3. AF-vergrendeling Gidsweergave voor AF-vergrendeling Scherpstelpunt select.
Bracketindicator STBY Standby voor het opnemen van bewegende beelden REC 0:12 Opnameduur van de bewegende beelden (m:s) Functie van besturingsring Functie van besturingswiel Scherpstellen 1/250 Sluitertijd F3.5 Diafragmawaarde ±0.0 Gemeten-handmatig ±0.
Histogram Foto-effectfout Waarschuwing Auto HDR-beeld 2016-1-1 10:37AM Opnamedatum 3/7 Bestandsnummer/Aantal beelden in de weergavefunctie Copyright-informatie bestaat voor beeld REC-bediening 00:00:00:00 Tijdcode (uur:minuut:seconde:frame) 00 00 00 00 Gebruikersbit Opname-standby Opname-instelling Gidsweergave voor HFR-opname [4] Hoe te gebruiken Vóór gebruik De riem gebruiken De polsriem gebruiken Bevestig de polsriem en steek uw hand door de lus om te voorkomen dat het apparaat valt en beschadi
[5] Hoe te gebruiken Vóór gebruik De riem gebruiken De schouderriem gebruiken (los verkrijgbaar) Bevestig de schouderriem om te voorkomen dat het apparaat valt en beschadigd raakt. 1. Bevestig de riemadapters aan de riemhaken aan beide zijkanten van het apparaat. 2. Bevestig de schouderriem (los verkrijgbaar) aan de riemadapters.
springen. Als u de zoeker-omhoogknop verschuift terwijl de camera is uitgeschakeld, wordt de camera ingeschakeld. 2. Pak beide zijkanten van het oculair (B) beet en trek hem in de richting van de monitor tot hij vastklikt. 3. Schuif de diopterinstelhendel. Hint De zoeker opbergen Pak beide zijkanten van het oculair beet en duw hem in de zoeker tot hij vastklikt.
Duw daarna de zoeker omlaag. Opmerking Wees voorzichtig dat u niet de zoeker omlaag duwt terwijl deze omhoog komt. Zorg ervoor dat het oculair is opgeborgen in de zoeker voordat u probeert de zoeker omlaag te duwen. Als deze niet opgeborgen is en u probeert de zoeker omlaag te duwen, kan dat een storing veroorzaken. Draag de camera niet aan de zoeker. [7] Hoe te gebruiken Vóór gebruik Helpfunctie in camera Over de [Helpfunct. in camera] De [Helpfunct.
De accu in de camera plaatsen 1. Open het deksel van de accu/geheugenkaart. 2. Gebruik de punt van de accu om tegen de vergrendelingshendel (A) te duwen en steek de accu er helemaal in tot deze wordt vergrendeld. 3. Sluit het deksel.
Het is belangrijk dat u de accu oplaadt voordat u de camera voor het eerst gaat gebruiken. De opgeladen accu verliest steeds wat lading, ook als u de accu niet gebruikt. Om geen opnamekans te missen, laadt u de accu op voordat u opneemt. 1. Zet het apparaat uit. 2. Sluit de camera met daarin de accu met behulp van de micro-USB-kabel (bijgeleverd) aan op de netspanningsadapter (bijgeleverd), en sluit de netspanningsadapter aan op een stopcontact.
USB-kabel los van de camera en sluit u hem weer aan, om de accu weer op te laden. Wanneer het oplaadlampje van de camera knippert terwijl de netspanningsadapter is aangesloten op het stopcontact, betekent dit dat het opladen tijdelijk is onderbroken omdat de temperatuur buiten het aanbevolen bereik ligt. Wanneer de temperatuur weer binnen het geschikte bereik komt, wordt het opladen hervat. Het wordt aanbevolen de accu op te laden bij een omgevingstemperatuur van 10 °C tot en met 30 °C.
Opmerking Let op de volgende punten bij het opladen via een computer: Als het apparaat is aangesloten op een laptop-computer die niet op de stroomvoorziening is aangesloten, daalt de acculading van de laptop. Laat het apparaat niet gedurende een lange tijd aangesloten op een laptop. Schakel de computer niet uit of in, herstart de computer niet en wek de computer niet uit de slaapstand nadat de USB-verbinding tot stand is gekomen tussen de camera en de computer.
Weergeven (stilstaande beelden): Gebruiksduur van de accu: ong. 200 min.; Aantal beelden: ong. 4000 Zoekerfunctie Opnemen (stilstaande beelden): Aantal beelden: ong. 210 Daadwerkelijk opnemen (bewegende beelden): Gebruiksduur van de accu: ong. 35 min. Ononderbroken opnemen (bewegende beelden): Gebruiksduur van de accu: ong. 65 min. Opmerking De bovenstaande gebruiksduur van de accu en het bovenstaande aantal beelden zijn van toepassing wanneer de accu volledig opgeladen is.
Als de resterende acculading niet wordt afgebeeld, drukt u op DISP (weergaveinstelling). [12] Hoe te gebruiken De camera voorbereiden De accu opladen Voeding vanuit een stopcontact Door de bijgeleverde netspanningsadapter te gebruiken, kunt u beelden opnemen en weergeven terwijl het apparaat van voeding wordt voorzien vanuit een stopcontact zonder het accuvermogen te gebruiken. 1. Plaats de accu in de camera. 2.
een stopcontact. Bij gebruik van een mobiele lader als voedingsbron, bevestigt u dat deze volledig opgeladen is vóór gebruik. Denk eraan dat resterende lading aanwezig is in de mobiele lader tijdens gebruik. [13] Hoe te gebruiken De camera voorbereiden De accu opladen De accu verwijderen De accu verwijderen 1. Controleer dat de toegangslamp niet brandt en schakel de camera uit. 2. Open het deksel van de accu/geheugenkaart. 3. Verschuif de vergrendelingshendel (A) en verwijder de accu.
2. Steek de geheugenkaart in de gleuf. Zorg ervoor dat de afgeschuinde hoek in de juiste richting wijst. Met de afgeschuinde hoek in de afgebeelde richting, steekt u de geheugenkaart in de gleuf tot hij op zijn plaats vastklikt. 3. Sluit het deksel. Hint Wanneer u voor de eerste keer een geheugenkaart gebruikt in dit apparaat, adviseren wij u de kaart met behulp van het apparaat te formatteren voor stabiele prestaties van de geheugenkaart.
De geheugenkaart verwijderen De geheugenkaart eruit halen 1. Open het deksel van de accu/geheugenkaart. 2. Controleer dat de toegangslamp (A) niet brandt. 3. Duw de geheugenkaart eenmaal erin om hem te verwijderen. 4. Sluit het deksel. [16] Hoe te gebruiken verkrijgbaar) De camera voorbereiden Een geheugenkaart plaatsen (los Bruikbare geheugenkaarten U kunt de volgende geheugenkaarten in deze camera gebruiken.
Voor bewegende beelden, raadpleegt u "Geheugenkaarten die kunnen worden gebruikt voor het opnemen van bewegende beelden" op deze pagina. Memory Stick die kunnen worden gebruikt Memory Stick PRO Duo / Memory Stick PRO Duo (Mark2) Memory Stick PRO-HG Duo Memory Stick Micro (M2) (Mark2) *Memory Stick met een capaciteit to 32 GB zijn getest en goedgekeurd voor gebruik met deze camera.
Memory Stick PRO-HG Duo Memory Stick Micro (M2) (Mark2) SD-geheugenkaart / microSD-geheugenkaart (SD-snelheidsklasse 4 of sneller, of UHS-snelheidsklasse U1 of sneller) SDHC-geheugenkaart / microSDHC-geheugenkaart (SD-snelheidsklasse 4 of sneller, of UHS-snelheidsklasse U1 of sneller) SDXC-geheugenkaart / microSDXC-geheugenkaart (SD-snelheidsklasse 4 of sneller, of UHS-snelheidsklasse U1 of sneller) Opmerking Wanneer een SDHC-geheugenkaart wordt gebruikt voor het langdurig opnemen van bewegende beelden in
geïnitialiseerd, wordt het instelscherm voor de taal, datum en de tijd afgebeeld. 1. Schakel de camera in. Het instelscherm voor de taal wordt afgebeeld en daarna wordt het instelscherm voor de datum en de tijd afgebeeld. 2. Selecteer uw taal en druk daarna op . 3. Controleer of [Enter] is geselecteerd op het scherm, en druk daarna op op het besturingswiel. 4. Selecteer uw gewenste geografische locatie en druk daarna op . 5.
U kunt onderdelen selecteren en instellen door het besturingswiel te draaien of op de boven-/onder-/rechter-/linkerkant van het besturingswiel te drukken. Uw selectie wordt vastgelegd wanneer u op in het midden van het besturingswiel drukt. De functies DISP (weergave-instelling), (Belicht.comp./Creatief met foto's), / (Transportfunctie), (Flitsfunctie) zijn toegewezen aan de boven/onder-/linker-/rechterkant van het besturingswiel.
Pictogrammen en functienamen worden als volgt op het scherm aangegeven. Bijv. : Stel de zoomvergroting in door de besturingsring te draaien. [20] Hoe te gebruiken controleren De bedieningsmethode controleren De bedieningsmethode MENU-onderdelen gebruiken In dit gedeelte leert u hoe u instellingen kunt veranderen die betrekking hebben op alle camerabedieningen en de camerafuncties kunt uitvoeren, waaronder opnemen, weergeven, en bedieningsmethoden. 1. Druk op de MENU-knop om de MENU-items af te beelden.
De weergave kan van stap 1 rechtstreeks veranderen naar stap 3 afhankelijk van de instelling van [Tegelmenu]. 3. Selecteer het gewenste instelitem door op de boven-/onder-/rechter/linkerkant van het besturingswiel te drukken of door het besturingswiel te draaien en daarna op in het midden van het besturingswiel. Selecteer een pictogram bovenaan het scherm en druk op de rechter/linkerkant van het besturingswiel om naar een ander MENU-onderdeel te gaan. 4.
1. Druk herhaaldelijk op de knop DISP om een andere schermfunctie dan [Voor zoeker] weer te geven, en druk daarna op de knop Fn (Functie). 2. Selecteer een functie die moet worden geregistreerd door op de boven/onder-/rechter-/linkerkant van het besturingswiel te drukken. 3. Maak de gewenste instelling door het besturingswiel te draaien. Sommige functies kunnen worden fijngeregeld met behulp van de besturingsring. Instellingen maken op het specifieke scherm.
[22] Hoe te gebruiken controleren De bedieningsmethode controleren De bedieningsmethode "Quick Navi" gebruiken Als de zoeker wordt gebruikt, kunt u de instellingen rechtstreeks veranderen met behulp van het Quick Navi-scherm. De afgebeelde inhoud en de positie ervan dienen slechts als richtlijn en kunnen verschillen van de daadwerkelijke weergave. 1. MENU→ (Eigen instellingen) → [DISP-knop] → [Scherm] → [Voor zoeker] → [Enter]. 2.
4. Selecteer een gewenste functie door op de boven-/onder-/rechter-/linkerkant van het besturingswiel te drukken. 5. Draai het besturingswiel om de gewenste instelling te selecteren. Instellingen maken op het specifieke scherm. Selecteer de gewenste functie in stap 4 en druk daarna op in het midden van het besturingswiel. Het specifieke scherm voor de functie wordt afgebeeld. Volg de bedieningsgids (A) om de instellingen te maken. Opmerking De grijze items op het Quick Navi-scherm zijn niet beschikbaar.
1. Stel de opnamefunctie in op (Automatisch. modus). 2. Stel de hoek van de monitor in en houd de camera vast.Of kijk door de zoeker en houd camera vast. 3. Druk de ontspanknop tot halverwege in om scherp te stellen. Als het beeld scherpgesteld is, klinkt een pieptoon en wordt de indicator ( of ) afgebeeld. De kortste opnameafstand is ongeveer 5 cm (W-kant) of 30 cm (T-kant) tussen lens en onderwerp. 4. Druk de ontspanknop helemaal in. Scherpstellingsindicator brandt: Het beeld is scherpgesteld.
brandt: Het beeld is scherpgesteld. De scherpgestelde positie verandert overeenkomstig de beweging van het onderwerp. brandt: De scherpstelling wordt uitgevoerd. Hint Als het apparaat niet automatisch kan scherpstellen, knippert de scherpstellingsindicator en klinkt geen pieptoon. Maak opnieuw een compositie van de opname of kies een andere instelling voor het scherpstellen.Als [Continue AF] is ingesteld, wordt de pieptoon niet voortgebracht nadat is scherpgesteld.
2. Druk nogmaals op de MOVIE-knop om het opnemen te stoppen. Hint U kunt de functie opnemen van bewegende beelden starten/stoppen toewijzen aan een gewenste knop. MENU→ (Eigen instellingen) → [Eigen toets(opname)] → wijs de functie toe aan de gewenste knop. Als u het gebied waarop moet worden scherpgesteld wilt opgeven, stelt u het gebied in met behulp van [Scherpstelgebied].
[25] Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren Lijst met standen van de functiekeuzeknop U kunt de gewenste opnamefunctie selecteren door de functiekeuzeknop te draaien. Beschikbare functies (Automatisch. modus): Hiermee kunt u stilstaande beelden opnemen van elk onderwerp onder alle omstandigheden met goede resultaten door de waarden in te stellen die door het product geschikt worden geacht. (Autom.
MR (Geheug.nr. oproep.): Hiermee kunt u een beeld opnemen nadat veelgebruikte functies of numerieke instellingen zijn opgeroepen die van tevoren waren geregistreerd. (Film): Hiermee kunt u de instelling voor het opnemen van bewegende beelden veranderen. (Hoge beeldsnelheid): Stelt u in staat om slow motion bewegende beelden op te nemen. Selecteer een hogere beeldfrequentie dan de weergave-beeldfrequentie om vloeiende slow motion bewegende beelden op te nemen. (Panorama d. beweg.
4. Stel scherp en fotografeer het onderwerp. Opmerking Het apparaat zal de scène niet herkennen wanneer u beelden opneemt met een andere zoomfunctie dan de optische-zoomfunctie. Het apparaat herkent de scène mogelijk niet goed onder bepaalde opnameomstandigheden. [27] Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren Superieur automat. De camera neemt op met automatische scèneherkenning. Deze functie neemt heldere beelden op van donkere scènes of scènes met tegenlicht.
scèneherkenning afgebeeld op het scherm. Zo nodig wordt pictogram) afgebeeld. (overlay- 4. Stel scherp en fotografeer het onderwerp. Opmerking Wanneer het apparaat wordt gebruikt om samengestelde beelden te maken, duurt het opnameproces langer dan normaal. Het apparaat zal de scène niet herkennen wanneer u een andere zoomfunctie gebruikt dan de optische-zoomfunctie. Het apparaat herkent een scène mogelijk niet goed onder bepaalde opnameomstandigheden.
(Portret m. tegenlicht) (Tegenlichtopname) (Landschap) (Macro) (Spotlight) (Weinig licht) Wanneer het apparaat bepaalde omstandigheden herkent, worden de volgende pictogrammen afgebeeld op de tweede regel: (Statief) (Lopen)* (Bewegen) (Bewegen (Helder)) (Bewegen (Donker)) *De situatie (Lopen) wordt alleen herkend als [ [Actief] of [Slim actief]. SteadyShot] is ingesteld op Opmerking Als [Lach-/Gezichtsherk.] is ingesteld op [Uit], worden de scènes [Portretopname], [Portret m.
Diafragmawaarde en sluitertijd worden automatisch ingesteld door de camera. Hint In de functie [Superieur automat.] en wanneer de (overlay-pictogram) wordt afgebeeld, mag u de camera niet bewegen voordat de meerdere opnamen zijn opgenomen. In de functie [Autom. programma], kunt u de combinatie van de sluitertijd en diafragmawaarde veranderen, en tegelijkertijd de correcte belichting behouden, door het besturingswiel te draaien. Deze functie heet "Programmaverschuiving" (P*).
Wanneer u het besturingswiel draait, verandert "P" op het scherm in "P*". Om de programmaverschuiving te annuleren, stelt u de opnamefunctie in op een andere functie dan [Autom. programma], of schakelt u de camera uit. Opmerking Afhankelijk van de helderheid van de omgeving, is het mogelijk dat de programmaverschuiving niet kan worden gebruikt. Stel de opnamefunctie in op een andere stand dan "P" of schakel het apparaat uit om de gemaakte instelling te annuleren.
(A) Dit gedeelte wordt niet opgenomen. 4. Druk de ontspanknop helemaal in. 5. Pan de camera naar het einde van de overzichtsbalk in de richting van de pijl op de monitor. (B) Overzichtsbalk Opmerking Als de volledige hoek van de panoramaopname niet binnen de vaste tijdsduur wordt gepand, wordt een grijs gebied toegevoegd aan het samengestelde beeld. Als dit gebeurt, beweegt u het apparaat sneller om het volledige panoramabeeld op te nemen.
Als een lichtbron, zoals een tl-verlichting, flikkert, zijn de helderheid en kleur van de aan elkaar geplakte beelden mogelijk niet consistent. Als de volledige hoek van de panoramaopname en de AE/AFvergrendelingshoek sterk verschillen in helderheid en scherpstelling, lukt de opname mogelijk niet. Als dit gebeurt, verandert u de AE/AFvergrendelingshoek en neemt u opnieuw op. De volgende situaties zijn niet geschikt voor opnemen met panorama door beweging: Bewegende onderwerpen.
Menu-onderdelen Portret: Neemt het onderwerp scherp op tegen een onscherpe achtergrond. Benadrukt de zachte huidtinten. Sportactie: Legt een bewegend onderwerp vast met een snelle sluitertijd zodat het lijkt of het onderwerp stilstaat. Het apparaat neemt continu beelden op zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt. Macro: Neemt close-ups op van onderwerpen, zoals bloemen, insecten, voedsel of kleine voorwerpen. Landschap: Neemt het hele landschap scherp op met levendige kleuren.
Nachtscène: Neemt nachtscènes op zonder dat de donkere sfeer verloren gaat. Schemeropn. hand: Neemt nachtscènes op met minder ruis en onscherpte zonder dat u een statief gebruikt. Een reeks opnamen wordt gemaakt en beeldbewerking wordt toegepast om de onderwerpbeweging, camerabeweging en ruis te verminderen. Nachtportret: Neemt nachtscèneportretten op met de flitser. De flitser komt niet automatisch omhoog. Laat de flitser omhoog springen voordat u opneemt.
Huisdieren: Maakt het mogelijk om beelden van uw huisdier op te nemen met de beste instellingen. Voedsel: Maakt het mogelijk om opnamen van voedsel te maken met verrukkelijke en felle kleuren. Vuurwerk: Maakt het mogelijk om beelden van vuurwerkscènes op te nemen in al hun pracht. Hoge gevoeligheid: Maakt het mogelijk om stilstaande beelden op te nemen, zelfs op donkere plaatsen zonder de flitser te gebruiken, en de onderwerpbeweging te verminderen.
Opmerking In de volgende instellingen is de sluitertijd langer, waardoor het wordt aanbevolen om een statief te gebruiken om te voorkomen dat het beeld wazig wordt. [Nachtscène] [Nachtportret] [Vuurwerk] In de functie [Schemeropn. hand] of [Antibewegingswaas] klikt de sluiter 4 keer, waarna het beeld wordt opgeslagen. Als u [Schemeropn. hand] of [Antibewegingswaas] selecteert met [RAW] of [RAW en JPEG], wordt de beeldkwaliteit tijdelijk ingesteld op [Fijn].
beweging te bevriezen met een korte sluitertijd, of door een naspoor van het onderwerp te veroorzaken met een lange sluitertijd.De sluitertijd kan worden veranderd tijdens het opnemen van bewegende beelden. 1. Zet de functiekeuzeknop in de stand S (Sluitertijdvoorkeuze). 2. Selecteer de gewenste instelling door het besturingswiel te draaien. 3. Stel scherp en fotografeer het onderwerp. Het diafragma wordt automatisch aangepast om tot een juiste belichting te komen.
U kunt opnemen door het diafragma in te stellen en het scherpstelbereik te veranderen, of door de achtergrond onscherp te maken.De diafragmawaarde kan worden veranderd tijdens het opnemen van bewegende beelden. 1. Zet de functiekeuzeknop in de stand A (Diafragmavoorkeuze). 2. Selecteer de gewenste instelling door het besturingswiel te draaien. Kleinere F-waarde: Het onderwerp is scherpgesteld, maar voorwerpen voor en achter het onderwerp zijn wazig.
van zowel de sluitertijd als het diafragma.De sluitertijd en de diafragmawaarde kunnen worden veranderd tijdens het opnemen van bewegende beelden. 1. Zet de functiekeuzeknop in de stand M (Handm. belichting). 2. Druk op de onderkant van het besturingswiel om de sluitertijd of diafragmawaarde te selecteren, en draai daarna het besturingswiel om een waarde te selecteren. Als [ISO] is ingesteld op iets anders dan [ISO AUTO], gebruikt u MM (gemeten handmatig) om de belichtingswaarde te controleren.
[36] Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren BULB U kunt een naspoor opnemen van de beweging van een onderwerp met een lange sluitertijd. BULB is geschikt voor het opnemen van lichtsporen van bijvoorbeeld vuurwerk. 1. Zet de functiekeuzeknop in de stand M (Handm. belichting). 2. Druk op de onderkant van het besturingswiel om de sluitertijd te selecteren en draai daarna het besturingswiel linksom tot [BULB] wordt afgebeeld. 3.
Als u de bovenstaande functies gebruikt terwijl de sluitertijd is ingesteld op [BULB], wordt de sluitertijd tijdelijk ingesteld op 30 seconden. Hint Beelden opgenomen in de stand [BULB] zijn vaak wazig. Wij adviseren u een statief te gebruiken of een afstandsbediening (los verkrijgbaar) die is voorzien van een ontspanknop-vergrendelfunctie. [37] Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren Geheug.nr. oproep.
[38] Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren Film U kunt de sluitertijd of diafragmawaarde instellen op uw gewenste instellingen voor het opnemen van bewegende beelden. U kunt ook de beeldhoek controleren alvorens op te nemen. 1. Zet de functiekeuzeknop in de stand 2. MENU → (Film). (Camera- instellingen) → [Film] → gewenste instelling. Als [Modusdraaiknopsch.] is ingesteld op [Aan], kunt u de gewenste instellingen selecteren nadat u de stand van de functiekeuzeknop hebt veranderd. 3.
Door op te nemen met een hogere beeldfrequentie dan het opnameformaat, kunt u bewegende beelden opnemen in super slow motion. 1. Zet de functiekeuzeknop in de stand (Hoge beeldsnelheid). 2. Selecteer MENU → (Camera- instellingen) → [ HFR-instellingen] en selecteer de gewenste instellingen voor [ Opname-instell.], [ Beeldsnelheid], [ Voorkeuze-instell.] en [ OPNAME-tijd]. U kunt de gewenste belichtingsfunctie instellen door MENU → (Camera- instellingen) → [Hoge beeldsnelheid] te selecteren.
Voorkeuze-instell.: Selecteer [Kwaliteitsvoorkeuze] of [Opn.tijdsvoorkeuze]. Als u [Opn.tijdsvoorkeuze] selecteert, is de opnameduur langer dan in de functie [Kwaliteitsvoorkeuze]. OPNAME-tijd: Selecteert of gedurende een ingestelde tijdsduur moet worden opgenomen nadat op de MOVIE-knop is gedrukt ([Starttrigger]), of dat gedurende een ingestelde tijdsduur moet worden opgenomen totdat u op de MOVIE-knop drukt ([Eindtrigger]).
[Eindtrigger] Als [ OPNAME-tijd] is ingesteld op [Starttrigger] en u tijdens het opnemen nogmaals op de MOVIE-knop drukt, zal de camera het opnemen afbreken en opnieuw beginnen met opnemen. Het opnemen opnieuw uitvoeren U kunt het opnemen annuleren door [Annuleren] op het scherm te selecteren. Echter, de bewegende beelden die tot op het punt waarop werd geannuleerd zijn opgenomen, worden opgeslagen.
* Alleen wanneer [NTSC/PAL schakel.] is ingesteld op NTSC. [ Voorkeuze-instell.] en opnameduur [ Voorkeuze-instell.]: [Kwaliteitsvoorkeuze] [ Beeldsnelheid]: 240fps/250fps Effectief aantal pixels afgelezen van de beeldsensor: 1824×1026 Opnameduur: ong. 4 seconden [ Beeldsnelheid]: 480fps/500fps Effectief aantal pixels afgelezen van de beeldsensor: 1824×616 Opnameduur: ong. 3 seconden [ Beeldsnelheid]: 960fps/1000fps Effectief aantal pixels afgelezen van de beeldsensor: 1244×420 Opnameduur: ong.
[40] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken De zoom gebruiken Zoom Vergroot tijdens het opnemen de beelden met de W/T-(zoom)knop. 1. Vergroot tijdens het opnemen de beelden met de W/T-(zoom)knop. Draai de W/T-(zoom)knop naar de T-kant om in te zoomen en naar de Wkant om uit te zoomen. Hint Wanneer [Enkel optische zoom], is ingesteld op iets anders dan [Zoominstelling], kunt u het zoombereik van de optische zoom overschrijden bij het zoomen van beelden.
3. Helder-Beeld-Zoom-bereik ( ) Zoomt beelden met behulp van beeldbewerking met minder vervorming. Stel [Zoom-instelling] eerst in op [Aan:HelderBldZoom] of [Aan:Digitale zoom]. 4. Digitale-zoombereik ( ) U kunt beelden vergroten met behulp van beeldbewerking. Als u [Aan:Digitale zoom] selecteert voor [Zoom-instelling], kunt u deze zoomfunctie gebruiken. Opmerking De standaardinstelling voor de [Zoom-instelling] is [Enkel optische zoom]. De standaardinstelling voor [ Beeldformaat] is [L].
Menu-onderdelen Enkel optische zoom: De optische zoom is geactiveerd. U kunt de slimme-zoomfunctie gebruiken als u [ Beeldformaat] instelt op [M], [S] of [VGA]. Aan:HelderBldZoom: Zelfs als het zoombereik van de optische zoom wordt overschreden, vergroot het apparaat beelden binnen het bereik waarbinnen de beeldkwaliteit niet aanzienlijk verslechtert. Aan:Digitale zoom: Wanneer het zoombereik van de [ Held. Beeld Zoom] wordt overschreden, vergroot het apparaat de beelden tot de maximale zoomvergroting.
Zoomsnelheid Stelt de zoomsnelheid in van de zoomknop van de camera. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Zoomsnelheid] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Normaal: Stelt de zoomsnelheid van de zoomhendel in op normaal. Snel: Stelt de zoomsnelheid van de zoomhendel in op snel. Hint De [Zoomsnelheid]-instellingen worden ook gebruikt wanneer u zoomt met de afstandsbediening (los verkrijgbaar) aangesloten op de camera.
Vlug: Zoomt in/uit naar een kijkhoek die overeenkomt met hoe ver de besturingsring is gedraaid. Stap: Zoomt in/uit met bepaalde hoekstappen wanneer u de zoom bedient door de besturingsring te draaien. Opmerking In de volgende situaties werkt de zoomfunctie alsof [Zoomfunctie op ring] is ingesteld op [Standaard], ondanks dat hij is ingesteld op [Stap]. Bij gebruik van de W/T-(zoom)knop om de zoomvergroting te veranderen. Bij het opnemen van bewegende beelden.
2. Druk de ontspanknop helemaal in. Wanneer u de flitser niet gebruikt Wanneer de flitser niet wordt gebruikt, duwt u hem terug in de camerabody. Opmerking Als de flitser afgaat voordat hij helemaal omhoog is gesprongen, kan een storing worden veroorzaakt. U kunt de flitser niet gebruiken wanneer u bewegende beelden opneemt. Tijdens het opladen van de flitser knippert . Nadat het opladen klaar is, blijft het flitserpictogram branden.
[47] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken De flitser gebruiken Informatie over het gebruik van de flitser Bij gebruik van de flitser let u op de volgende punten. U kunt de flitser niet gebruiken wanneer u bewegende beelden opneemt. Tijdens het opladen van de flitser knippert indicator. Nadat het opladen van de flitser voltooid is, brandt de indicator. [48] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken De flitser gebruiken Flitsfunctie U kunt de flitsfunctie instellen. 1.
Eindsynchron.: Elke keer wanneer u de ontspanknop indrukt, gaat de flitser af net voordat de belichting is voltooid. Met eindsynchronisatie kunt u een natuurlijke foto maken van het naspoor van een bewegend onderwerp, zoals een rijdende auto of een wandelaar. Opmerking De standaardinstelling hangt af van de opnamefunctie. De beschikbare flitsfuncties zijn afhankelijk van de opnamefunctie.
[50] Hoe te gebruiken selecteren De opnamefuncties gebruiken Een schermweergavefunctie De schermweergave veranderen (Opnemen) U kunt de afgebeelde inhoud op het scherm veranderen. 1. Druk op de DISP (Weergave-instelling)-knop. Iedere keer wanneer u op de DISP-knop drukt, verandert het opnameinformatiescherm. Graf. weerg. Alle info weerg.
Niveau Voor zoeker* * [Voor zoeker] wordt alleen op het scherm afgebeeld. Sommige schermweergavefuncties zijn niet beschikbaar in de standaardinstellingen. Om de schermweergavefuncties te veranderen, drukt u op MENU → instellingen) → [DISP-knop] en verandert u de instelling. (Eigen Opmerking Histogram wordt niet afgebeeld tijdens het opnemen van panoramabeelden. In de functie voor bewegende beelden kan [Voor zoeker] niet worden afgebeeld.
[Stramienlijn] → [Uit]. Om de markering die wordt afgebeeld tijdens het opnemen van bewegende beelden te verbergen, selecteert u MENU → (Eigen instellingen) → [ Markeringweerg.] → [Uit]. [51] Hoe te gebruiken selecteren De opnamefuncties gebruiken Een schermweergavefunctie Omschakelen tussen de zoeker en het scherm De weergaven in de zoeker en op het scherm kunnen verschillen afhankelijk van de status van de zoeker, en van de instelling [FINDER/MONITOR].
Wanneer u niet in de zoeker kijkt Als [FINDER/MONITOR] is ingesteld op [Automatisch] of [Monitor(handmatig)], wordt het beeld alleen weergegeven op het scherm. Als [FINDER/MONITOR] is ingesteld op [Zoeker(handmatig)], wordt het beeld alleen weergegeven in de zoeker.
Stelt u in staat de schermweegavefuncties in te stellen die in de opnamefunctie kunnen worden geselecteerd voor de zoeker met (Weergave-instelling). 1. MENU → (Eigen instellingen) → [DISP-knop] → [Zoeker] → gewenste instelling → [Enter]. De onderdelen gemarkeerd met zijn beschikbaar. Menu-onderdelen Graf. weerg.: Beeldt basisinformatie af over opnemen. De sluitertijd en diafragmawaarde worden grafisch afgebeeld. Alle info weerg.: Beeldt opname-informatie af. Geen info: Beeldt geen opname-informatie af.
Menu-onderdelen Graf. weerg.: Beeldt basisinformatie af over opnemen. De sluitertijd en diafragmawaarde worden grafisch afgebeeld. Alle info weerg.: Beeldt opname-informatie af. Geen info: Beeldt geen opname-informatie af. Histogram: Toont een grafische weergave van de luminantieverdeling. Niveau: Geeft aan of het apparaat horizontaal staat, zowel in de richting links-rechts als in de richting voor-achter. Wanneer het apparaat in beide richtingen horizontaal staat, wordt de indicator groen.
Opmerking Als de monitor gekanteld is in de opnamefunctie, zoals bij een zelfportretopname, wordt de TC/UB-informatie niet afgebeeld. In de weergavefunctie wordt de TC/UB-informatie afgebeeld, ook wanneer de monitor gekanteld is. [55] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken stilstaande beelden selecteren Het formaat/de kwaliteit van Beeldformaat (stilstaand beeld) Hoe groter het beeldformaat hoe meer details zullen worden gereproduceerd wanneer het beeld wordt afgedrukt op een groot formaat papier.
640×480 pixels Beeldformaat wanneer [ Beeldverhouding] 16:9 is L: 17M 5472×3080 pixels M: 7.5M 3648×2056 pixels S: 4.2M 2720×1528 pixels Beeldformaat wanneer [ Beeldverhouding] 1:1 is L: 13M 3648×3648 pixels M: 6.5M 2544×2544 pixels S: 3.7M 1920×1920 pixels Opmerking Als [ Kwaliteit] is ingesteld op [RAW] of [RAW en JPEG], komt het beeldformaat van RAW-beelden overeen met [L].
16:9: Voor weergeven op een high-definition-tv. 1:1: Voor het opnemen van composities als een middenformaatcamera. [57] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken stilstaande beelden selecteren Het formaat/de kwaliteit van Kwaliteit (stilstaand beeld) Selecteert het compressieformaat van stilstaande beelden. 1. MENU → instelling. (Camera- instellingen) → [ Kwaliteit] → gewenste Menu-onderdelen RAW: Bestandsformaat: RAW (neemt op met gebruikmaking van het RAWcompressieformaat.
Fijn: Bestandsformaat: JPEG Het beeld wordt bij het opnemen gecomprimeerd in het JPEG-bestandsformaat. Standaard: Bestandsformaat: JPEG Het beeld wordt bij het opnemen gecomprimeerd in het JPEG-bestandsformaat. Aangezien de compressieverhouding van [Standaard] hoger is dan die van [Fijn], is de bestandsgrootte van [Standaard] kleiner dan die van [Fijn]. Hiermee kunnen meer bestanden worden opgenomen op 1 geheugenkaart, maar de kwaliteit is lager.
Standaard: 3872×2160 Breed: 5536×2160 Als [Panorama: richting] is ingesteld op [Links] of [Rechts] Standaard: 8192×1856 Breed: 12416×1856 [59] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken stilstaande beelden selecteren Het formaat/de kwaliteit van Panorama: richting Stelt de richting in waarin de camera moet worden gepand bij het opnemen van panoramabeelden. 1. MENU → instelling. (Camera- instellingen) → [Panorama: richting] → gewenste Menu-onderdelen Rechts: Pan de camera van links naar rechts.
1. MENU → instelling. (Camera- instellingen) → [Scherpstelfunctie] → gewenste Menu-onderdelen (Enkelvoudige AF): Het apparaat vergrendelt de scherpstelling nadat het scherpstellen is voltooid. Gebruik [Enkelvoudige AF] wanneer het onderwerp bewegingsloos is. (Automatische AF): [Enkelvoudige AF] en [Continue AF] worden omgewisseld aan de hand van de beweging van het onderwerp.
Selecteert het scherpstelgebied. Gebruik deze functie wanneer het moeilijk is goed scherp te stellen in de automatische scherpstellingsfunctie. Deze instelling is van toepassing op zowel stilstaande beelden als bewegende beelden. 1. MENU → instelling. (Camera- instellingen) → [Scherpstelgebied] → gewenste Menu-onderdelen Breed: Stelt automatisch scherp op een onderwerp in alle bereiken van het beeld.
flexibele punt of uitgebreide flexibele punt. Op het Flexibel Punt-opnamescherm kunt u de grootte van het AFbereikzoekerframe veranderen door het besturingswiel te draaien. Hint Als [Scherpstelgebied] is ingesteld op [Flexibel punt] of [Uitgebr.
[62] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Fasedetectie-AF Wanneer er fasedetectie-AF-punten binnen het gebied van de automatische scherpstelling liggen, gebruikt het apparaat de gecombineerde automatische scherpstelling van de fasedetectie-AF en contrast-AF. Opmerking Wanneer de F-waarde hoger is dan F8.0, kunt u de fasedetectie-AF niet gebruiken. Alleen contrast AF is beschikbaar. Als [ Bestandsindeling] is ingesteld op [XAVC S HD] en [ Opnameinstell.
3. Druk de ontspanknop helemaal in om het beeld op te nemen. Opmerking [Centr. AF-vergrend.] werkt mogelijk niet erg goed in de volgende situaties: Het onderwerp beweegt te snel. Het onderwerp is te klein of te groot. Er is weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond. Het is donker. Het omgevingslicht verandert. AF-vergrendeling werkt niet in de volgende situaties: In de functie [Panorama d. beweg.] Wanneer [Scènekeuze] is ingesteld op [Schemeropn. hand] of [Antibewegingswaas].
1. MENU → instelling. (Eigen instellingen) → [Auto Uitsch. AF-geb.] → gewenste Menu-onderdelen Aan: Het scherpstelgebied gaat automatisch uit kort nadat is scherpgesteld. Uit: Het scherpstelgebied wordt altijd afgebeeld. [65] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Scherpstelvergrendeling Neemt beelden op met de scherpstelling vergrendeld op het gewenste onderwerp in de automatische scherpstellingsfunctie. 1. MENU → AF].
zowel stilstaande beelden als bewegende beelden. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Scherpstelfunctie] → [H. scherpst.]. 2. Draai de besturingsring om goed scherp te stellen. Wanneer u de besturingsring draait, wordt de scherpstellingsafstand afgebeeld op het scherm. 3. Druk de ontspanknop helemaal in om het beeld op te nemen. Opmerking Wanneer u de zoeker gebruikt, stelt u het diopterniveau af om een goede scherpstelling van de zoeker te verkrijgen.
2. Druk de ontspanknop tot halverwege in om automatisch scherp te stellen. 3. Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt en draai de besturingsring om een betere scherpstelling te krijgen. Wanneer u de besturingsring draait, wordt de scherpstellingsafstand afgebeeld op het scherm. 4. Druk de ontspanknop helemaal in om een beeld op te nemen.
U kunt [ beelden. MF Assist] niet gebruiken tijdens het opnemen van bewegende Hint U kunt instellen hoe lang het beeld vergroot moet worden weergegeven door MENU → (Eigen instellingen) → [Schrpstelvergrot.tijd] te selecteren. [69] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Scherpst. vergroten U kunt de scherpstelling controleren door het beeld te vergroten voordat u opneemt. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Scherpst. vergroten]. 2.
[70] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Schrpstelvergrot.tijd Stel in hoe lang een beeld moet worden vergroot bij gebruik van de functie [ MF Assist] of [Scherpst. vergroten]. 1. MENU → instelling. (Eigen instellingen) → [Schrpstelvergrot.tijd] → gewenste Menu-onderdelen 2 sec.: Vergroot de beelden gedurende 2 seconden. 5 sec.: Vergroot de beelden gedurende 5 seconden. Geen beperk.: Vergroot de beelden tot u op de ontspanknop drukt.
Geeft een 5,3x vergroot beeld weer. [72] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Reliëfniveau U kunt bij opnemen met handmatige scherpstelling of met directe handmatige scherpstelling de contouren van scherpgestelde bereiken benadrukken met behulp van een specifieke kleur. Met behulp van deze functie kunt u de scherpstelling gemakkelijk controleren.Deze instelling is van toepassing op zowel stilstaande beelden als bewegende beelden. 1.
Reliëfkleur Stelt bij opnemen met handmatige scherpstelling of met directe handmatige scherpstelling de kleur in die wordt gebruikt voor de reliëffunctie.Deze instelling is van toepassing op zowel stilstaande beelden als bewegende beelden. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Reliëfkleur] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Rood: Reliëf versterkt in rood. Geel: Reliëf versterkt in geel. Wit: Reliëf versterkt in wit.
AF/MF-regeling U kunt de scherpstellingsfunctie tijdens het opnemen eenvoudig omschakelen van automatisch naar handmatig en terug zonder de positie van uw handen te veranderen.Deze instelling is van toepassing op zowel stilstaande beelden als bewegende beelden. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toets(opname)] → knop waaraan wordt toegewezen → [AF/MF-reg. vergr.] of [AF/MF-reg. wissel.]. Menu-onderdelen AF/MF-reg. vergr.: Schakelt de scherpstellingsfunctie om zolang de knop ingedrukt wordt gehouden.
Maakt gebruik van het AF-hulplicht. Uit: Maakt geen gebruik van het AF-hulplicht. Opmerking U kunt [ AF-hulplicht] niet gebruiken in de volgende situaties: Tijdens het opnemen van bewegende beelden In de functie [Panorama d. beweg.
Opmerking Wanneer [Scherpstelgebied] is ingesteld op [Midden], [Flexibel punt] of [Uitgebr. flexibel punt], worden de kaders in het scherpstelgebied dat is scherpgesteld groen, ongeacht de instellingen van [Cont. AF-geb. weerg]. [78] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen AF op de ogen De camera stelt scherp op de ogen van het onderwerp terwijl u de knop ingedrukt houdt. 1.
Onder omstandigheden met zwakke belichting of tegenlicht. Wanneer de ogen dicht zijn. Wanneer de persoon in de schaduw staat. Wanneer de persoon onscherp is. Wanneer de persoon te veel beweegt. Als de persoon te veel beweegt, wordt het detectiekader mogelijk niet correct rondom de ogen afgebeeld. [79] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Fasedetectiegebied Stelt in of het fasedetectie-AF-gebied moet worden afgebeeld of niet. 1. MENU → instelling.
het opnemen van bewegende beelden gebruik maakt van automatische scherpstelling. 1. MENU → instelling. (Camera- instellingen) → [ AF-snelheid] → gewenste Menu-onderdelen Snel: Stelt de AF-aandrijfsnelheid in op snel. Deze functie is geschikt voor het opnemen van actiescènes, zoals bij sport. Normaal: Stelt de AF-aandrijfsnelheid in op normaal. Langzaam: Stelt de AF-aandrijfsnelheid in op langzaam.
Normaal: Stelt de AF-volgduur in op normaal. Deze functie is handig wanneer u een bepaald onderwerp scherpgesteld wilt houden terwijl er enkele obstakels voor het onderwerp staan, of op drukbezochte plaatsen. Opmerking Als [ Opname-instell.] is ingesteld op [120p]/[100p], kan [ volg.] niet worden gebruikt. [82] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Gevoel. AF- Belichting instellen Belicht.comp.
[83] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Belichting instellen Lichtmeetfunctie Selecteert de lichtmeetfunctie die instelt welk deel van het scherm moet worden gemeten voor het bepalen van de belichting. 1. MENU → instelling. (Camera- instellingen) → [Lichtmeetfunctie] → gewenste Menu-onderdelen Multi: Na opdeling van het totale scherm in meerdere gebieden wordt het licht op elk gebied gemeten, en zo wordt de juiste belichting van het hele scherm bepaald (Multi-patroonmeting).
Wanneer het contrast tussen het onderwerp en de achtergrond hoog is, zoals bij het opnemen van een onderwerp met tegenlicht of een onderwerp bij een raam, meet u het licht op een punt waarop het onderwerp de juiste belichting lijkt te hebben, en vergrendelt u de belichting voordat u het beeld opneemt. Om de helderheid van een onderwerp te verlagen, meet u het licht op een punt dat helderder is dan het onderwerp en vergrendelt u de belichting van het hele scherm.
1. MENU → instelling. (Eigen instellingen) → [ AEL met sluiter] → gewenste Menu-onderdelen Automatisch: Vergrendelt de belichting na handmatig scherpgesteld te hebben wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt in het geval [Scherpstelfunctie] is ingesteld op [Enkelvoudige AF]. Wanneer [Scherpstelfunctie] is ingesteld op [Automatische AF], en het apparaat bepaalt dat het onderwerp beweegt, of wanneer u burst-opnamen maakt, wordt de vaste belichting geannuleerd.
Menu-onderdelen Uit: Beeldt het zebrapatroon niet af. 70/75/80/85/90/95/100/100+/Eigen1/Eigen2: Stelt het helderheidsniveau in. Hint U kunt meerdere waarden registreren voor [Zebra] om de belichting, de schittering en tevens het helderheidsniveau te controleren. De instellingen voor belichtingsbevestiging en schitteringbesvestiging worden standaard geregistreerd in respectievelijk [Eigen1] en [Eigen2]. Om de belichting te controleren, stelt u een standaardwaarde en het bereik voor het helderheidsniveau in.
[88] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Een transportfunctie selecteren Transportfunctie U kunt de transportfunctie instellen, zoals ononderbroken opnamen of zelfontspanner-opnamen. 1. MENU → instelling. (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → gewenste U kunt de transportfunctie tevens instellen door op de knop (Transportfunctie) van het besturingswiel te drukken. / Menu-onderdelen Enkele opname: Neemt één stilstaand beeld op. Normale opnamestand.
verschillende helderheidsniveau. Witbalansbracket: Neemt in totaal drie beelden op, elk met een verschillende kleurtint volgens de geselecteerde instellingen voor witbalans, kleurtemperatuur en kleurfilter. Bracket DRO: Neemt in totaal drie beelden op, elk met een verschillend niveau van dynamischbereikoptimalisatie. Opmerking Wanneer de opnamefunctie is ingesteld op [Scènekeuze] en [Sportactie] is geselecteerd, kan [Enkele opname] niet worden uitgevoerd.
Ononderbroken opnemen is niet beschikbaar in de volgende situaties: De opnamefunctie werd ingesteld op [Panorama d. beweg.]. De opnamefunctie is ingesteld op [Scènekeuze] en een andere scène dan [Sportactie] is geselecteerd. Het [Foto-effect] is ingesteld op [Soft focus], [HDR-schilderij], [Mono. m. rijke tonen], [Miniatuur], [Waterverf] of [Illustratie]. De [DRO/Auto HDR] is ingesteld op [Auto HDR]. [ISO] is ingesteld op [NR Multi Frame]. [Lach-sluiter] wordt gebruikt.
Zelfontspanner: 5 sec.: Stelt de zelfontspanner met een vertraging van 5 seconden in. Als u op de ontspanknop drukt, knippert het zelfontspannerlampje, klinkt een pieptoon en ontspant de sluiter na 5 seconden. Druk nogmaals op de ontspanknop als u de zelfontspanner wilt annuleren. Zelfontspanner: 2 sec.: Stelt de zelfontspanner met een vertraging van 2 seconden in. Dit vermindert de camerabewegingen die worden veroorzaakt door het indrukken van de ontspanknop.
Menu-onderdelen Zelfontsp.(Cont.): 10sec. 3beeld.: Neemt drie frames achter elkaar op 10 seconden nadat u op de ontspanknop hebt gedrukt. Als u op de ontspanknop drukt, knippert het zelfontspannerlampje, klinkt een pieptoon en ontspant de sluiter na 10 seconden. Zelfontsp.(Cont.): 10sec. 5beeld.: Neemt vijf frames achter elkaar op 10 seconden nadat u op de ontspanknop hebt gedrukt. Als u op de ontspanknop drukt, knippert het zelfontspannerlampje, klinkt een pieptoon en ontspant de sluiter na 10 seconden.
Bracket continu Neemt meerdere beelden op waarbij automatisch de belichting wordt verschoven van normale belichting, naar donkerder en vervolgens naar lichter. Houd de ontspanknop ingedrukt totdat de bracket-opname is voltooid. U kunt na het maken van de opnamen het beeld kiezen dat het beste overeenkomt met uw bedoeling. 1. MENU → continu]. (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Bracket 2. Selecteer de gewenste functie met de rechter-/linkerkant van het besturingswiel.
die verschoven is met plus of min 1,0 EV. Bracket continu: 1,0EV 5 beelden: Deze instelling neemt vijf beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 1,0 EV. Bracket continu: 1,0EV 9 beelden: Deze instelling neemt negen beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 1,0 EV. Bracket continu: 2,0EV 3 beelden: Deze instelling neemt drie beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 2,0 EV.
[93] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Een transportfunctie selecteren Bracket enkel Neemt meerdere beelden op waarbij automatisch de belichting wordt verschoven van normale belichting, naar donkerder en vervolgens naar lichter. Druk voor elk beeld op de ontspanknop. U kunt na het opnemen een beeld selecteren dat aan uw wensen voldoet. 1. MENU → enkel]. (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Bracket 2.
Bracket enkel: 1,0EV 3 beelden: Deze instelling neemt drie beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 1,0 EV. Bracket enkel: 1,0 EV 5 beeld: Deze instelling neemt vijf beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 1,0 EV. Bracket enkel: 1,0EV 9 beelden: Deze instelling neemt negen beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 1,0 EV.
[94] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Een transportfunctie selecteren Witbalansbracket Neemt drie beelden op, elk met een verschillend kleurtinten volgens de geselecteerde instellingen voor de witbalans, kleurtemperatuur en kleurfilter. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Witbalansbracket]. 2. Selecteer de gewenste functie met de rechter-/linkerkant van het besturingswiel.
Bracket DRO: Lo: Neemt een serie van drie beelden op met kleine verschillen in het niveau van dynamisch-bereikoptimalisatie. Bracket DRO: Hi: Neemt een serie van drie beelden op met grote verschillen in het niveau van dynamisch-bereikoptimalisatie. Opmerking De laatste opname wordt weergegeven in Auto Review.
[97] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Indicator tijdens bracketopnamen Zoeker Omgevingslicht*-bracketopname 3 beelden verschoven met stappen van 0,3 EV Belichtingscompensatie met stappen van ±0,0 Monitor (Alle info weerg.
Flitscompensatie met stappen van -1,0 * Omgevingslicht: Een algemene term voor licht anders dan flitslicht, waaronder daglicht en elektrisch licht van een gloeilamp of tl-lamp.Terwijl flitslicht slechts een moment knippert, is omgevingslicht constant, waardoor dit type licht "omgevingslicht" wordt genoemd. Opmerking Tijdens een bracketopname worden symbolen gelijk aan het aantal beelden dat wordt opgenomen, afgebeeld boven/onder de bracketindicator.
Hint Als u een andere transportfunctie wilt gebruiken dan de zelfontspanner met een vertraging van 3 seconden, stelt u eerst [Zelfportr./-ontspan.] in op [Uit], en kantelt u vervolgens de monitor ongeveer 180 graden omhoog. [99] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken De ISO-gevoeligheid selecteren ISO De gevoeligheid voor licht wordt uitgedrukt in de ISO-waarde (aanbevolenbelichtingsindex). Hoe hoger de waarde, hoe hoger de gevoeligheid is. 1.
De beschikbare ISO-instelwaarden verschillen afhankelijk van of u stilstaande beelden opneemt, bewegende beelden opneemt of HFR gebruikt. Bij het opnemen van bewegende beelden zijn ISO-waarden tussen ISO 125 en ISO 12800 beschikbaar. Als de ISO-waarde wordt ingesteld op een lagere waarde dan ISO 125, wordt de instelling automatisch veranderd in ISO 125. Nadat u klaar bent met het opnemen van bewegende beelden, keert de ISOwaarde terug naar de oorspronkelijke instelling.
De camera stelt automatisch de sluitertijd in op basis van de brandpuntsafstand van de lens. SLOW (Langzaam)/SLOWER (Langzamer): De ISO-gevoeligheid begint te veranderen bij een sluitertijd langer dan [Standaard], zodat u beelden kunt opnemen met minder ruis. 1/32000―30": De ISO-gevoeligheid begint te veranderen bij de sluitertijd die u hebt ingesteld.
2. Druk op de rechterkant van het besturingswiel om het instelscherm af te beelden, en selecteer daarna de gewenste waarde met behulp van de boven/onderkant van het besturingswiel. Opmerking Als [ Kwaliteit] is ingesteld op [RAW] of [RAW en JPEG], kan deze functie niet worden gebruikt. De flitser, [D.-bereikopt.] en [Auto HDR] kunnen niet worden gebruikt. Wanneer [Beeldprofiel] is ingesteld op iets anders dan [Uit], kunt u [NR Multi Frame] niet instellen.
Opmerking Als [Hoog] is geselecteerd, duurt het langer om beelden op te nemen en te combineren. [103] Hoe te gebruiken corrigeren De opnamefuncties gebruiken De helderheid of het contrast D.-bereikopt. (DRO) Door het beeld onder te verdelen in kleine gebieden, analyseert het apparaat het contrast van licht en schaduw tussen het onderwerp en de achtergrond, en creëert een beeld met de optimale helderheid en gradatie. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [DRO/Auto HDR] → [D.-bereikopt.]. 2.
[Nachtportret] [Schemeropn. hand] [Antibewegingswaas] [Vuurwerk] De instelling ligt vast op [Dynamische-bereikopt.: auto] wanneer andere [Scènekeuze]-functies dan de bovenstaande functies zijn geselecteerd. Wanneer [ Opname-instell.] is ingesteld op [120p 100M], [100p 100M], wordt [120p 60M] of [100p 60M], [DRO/Auto HDR] ingesteld op [Uit]. Tijdens opnemen met [D.-bereikopt.] kan ruis voorkomen in het beeld.
Opmerking [Auto HDR] is niet beschikbaar wanneer [ Kwaliteit] is ingesteld op [RAW] of [RAW en JPEG]. [Auto HDR] is niet beschikbaar in de volgende opnamefuncties: [Slim automatisch] [Superieur automat.] [Panorama d. beweg.] [Scènekeuze] Als [NR Multi Frame] is geselecteerd, kunt u [Auto HDR] niet selecteren. Wanneer [Foto-effect] is ingesteld op iets anders dan [Uit], kunt u [Auto HDR] niet selecteren. Wanneer [Beeldprofiel] is ingesteld op iets anders dan [Uit], kunt u [Auto HDR] niet instellen.
Het apparaat detecteert automatisch de lichtbron en past de kleurtinten aan. Daglicht: De kleurtinten worden ingesteld op daglicht. Schaduw: De kleurtinten worden ingesteld op schaduw. Bewolkt: De kleurtemperatuur wordt ingesteld op een bewolkte dag. Gloeilamp: De kleurtemperatuur wordt ingesteld op plaatsen onder een gloeilamp of onder felle verlichting, zoals in een fotostudio. TL-licht: warm wit: De kleurtemperatuur wordt ingesteld op warme, witte fluorescerende verlichting.
U kunt de rechterkant van het besturingswiel gebruiken om het fijnregelscherm af te beelden en de kleurtinten naar wens te fijnregelen. In [Kl.temp./Filter] kunt u de rechterknop gebruiken om het kleurtemperatuurinstelscherm af te beelden en een instelling te maken. Wanneer u nogmaals op de rechterknop drukt, wordt het fijnregelscherm afgebeeld waarop u naar wens kunt fijnregelen. Opmerking [Witbalans] ligt vast op [Automatisch] in de volgende situaties: [Slim automatisch] [Superieur automat.
informatiescherm de -indicator oranje. U kunt nu een opname maken, maar het wordt aanbevolen dat u de witbalans opnieuw instelt voor een nauwkeurigere witbalanswaarde. [107] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Een effectfunctie selecteren Foto-effect Selecteer het gewenste effectfilter voor een indrukwekkendere en artistiekere beelden. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Foto-effect] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Uit: Schakelt de functie [Foto-effect] uit.
Soft focus: Creëert een beeld dat is gevuld met een zacht verlichtingseffect. HDR-schilderij: Creëert het uiterlijk van een schilderij, waarbij de kleuren en details krachtiger worden weergegeven. Mono. m. rijke tonen: Creëert een beeld in zwart-wit met een rijke gradatie en reproductie van details. Miniatuur: Creëert een beeld waarin het onderwerp levendiger wordt weergegeven en de achtergrond aanzienlijk onscherper wordt gemaakt. Dit effect kunt u vaak zien in foto's van miniatuurmodellen.
beeld opnemen totdat de beeldbewerking is voltooid. U kunt deze effecten niet gebruiken bij bewegende beelden. [Soft focus] [HDR-schilderij] [Mono. m. rijke tonen] [Miniatuur] [Waterverf] [Illustratie] In het geval van [HDR-schilderij] en [Mono. m. rijke tonen], wordt de sluiter drie keer ontspannen voor één opname. Let vooral op het volgende: Gebruik deze functie wanneer het onderwerp niet beweegt of de flitser niet wordt gebruikt. Verander de compositie niet voordat u opneemt.
Standaard: Voor het opnemen van diverse scènes met een rijke gradatie en mooie kleuren. Levendig: De verzadiging en het contrast worden verhoogd om opvallende beelden op te nemen van kleurrijke scènes en onderwerpen, zoals bloemen, voorjaarsgroen, blauwe luchten of zeevergezichten. Neutraal: De verzadiging en scherpte worden verlaagd om beelden met ingehouden kleurtinten op te nemen. Dit is tevens geschikt voor het opnemen van beeldmateriaal dat moet worden bewerkt op een computer.
Zwart-wit: Voor het opnemen van beelden in zwart-wit. Sepia: Voor het opnemen van beelden in sepia. Voorkeursinstellingen registreren (Stijlvak): Selecteer de zes stijlvakken (de vakken met de cijfers aan de linkerkant ( )) om de voorkeursinstellingen te registreren. Selecteer daarna de gewenste instellingen met de rechterknop. U kunt dezelfde stijl oproepen met iets andere instellingen.
[109] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden opnemen Formaten voor het opnemen van bewegende beelden De volgende formaten voor het opnemen van bewegende beelden zijn beschikbaar op deze camera. Wat is XAVC S? Neemt bewegende beelden op in high-definition-beeldkwaliteit, zoals 4K, door ze om te zetten in bewegende beelden in het MP4-formaat met behulp van MPEG-4 AVC/H.264 codec. MPEG-4 AVC/H.264 is in staat beelden te comprimeren met een hoge efficiëntie.
Selecteert het bestandsformaat van bewegende beelden. 1. MENU → instelling. (Camera- instellingen) → [ Bestandsindeling] → gewenste Menu-onderdelen XAVC S 4K: Neemt bewegende beelden in high-definition-beeldkwaliteit in XAVC S 4K. Dit formaat ondersteunt een hogere bitsnelheid.
Om bewegende beelden op te kunnen nemen met [ Bestandsindeling] ingesteld op [XAVC S HD], is het volgende type geheugenkaart nodig: Memory Stick PRO-HG Duo Bewegende beelden kunnen niet worden opgenomen met 100 Mbps of meer. SDHC / microSDHC-geheugenkaart (SD-snelheidsklasse 10, of UHS-snelheidsklasse U1 of hoger ) Voor opnemen met 100 Mbps of meer, is UHS-snelheidsklasse U3 vereist.
automatisch een nieuw bestand met bewegende beelden aangemaakt. Wanneer [ Bestandsindeling] is ingesteld op [MP4], is de bestandsgrootte voor bewegende beelden beperkt tot ongeveer 4 GB. Wanneer tijdens het opnemen de bestandsgrootte ongeveer 4 GB wordt, zal het opnemen automatisch stoppen. [111] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden opnemen Opname-instell.
geluid, in het AVCHD-formaat. Als [ Bestandsindeling] is ingesteld op [MP4] Bewegende beelden worden opgenomen in het MPEG-4-formaat met ongeveer 60 frames per seconde (voor 1080 60i-compatibele apparaten), met ongeveer 50 frames per seconde (voor 1080 50i-compatibele apparaten), met ongeveer 30 frames per seconde (voor 1080 60i-compatibele apparaten) of met ongeveer 25 frames per seconde (voor 1080 50i-compatibele apparaten), in de progressieve functie, met AAC-geluid, in het MP4-formaat.
120p 100M/100p 100M: Neemt op hoge snelheid bewegende beelden op in 1920 × 1080 (120p/100p). Bewegende beelden kunnen worden opgenomen met 120 fps/100 fps. U kunt vloeiendere slow motion beelden krijgen als u compatibele beeldbewerkingsapparatuur gebruikt. Bitsnelheid: ong. 100 Mbps 120p 60M/100p 60M: Neemt op hoge snelheid bewegende beelden op in 1920 × 1080 (120p/100p). Bewegende beelden kunnen worden opgenomen met 120 fps/100 fps.
Bitsnelheid: ong. 16 Mbps (gem.) 1280x720 30p 6M/1280x720 25p 6M: Neemt kleine bestanden met bewegende beelden op in 1280 × 720 (30p/25p). Bitsnelheid: ong. 6 Mbps (gem.) * Alleen wanneer [NTSC/PAL schakel.] is ingesteld op NTSC. Opmerking Bewegende beelden van 60p/50p kunnen alleen worden weergegeven op compatibele apparaten. Bewegende beelden die zijn opgenomen terwijl [ Opname-instell.
Menu-onderdelen Aan: Bewegende beelden in het XAVC S-formaat en bewegende beelden in het MP4formaat, of bewegende beelden in het AVCHD-formaat en bewegende beelden in het MP4-formaat, worden tegelijkertijd opgenomen. Uit: De functie [Dubbele video-OPN] wordt niet gebruikt. Opmerking Wanneer [ Opname-instell.] voor bewegende beelden in het XAVC Sformaat is ingesteld op [60p]/[50p] of [120p]/[100p], [ Opname-instell.
2. Druk op de ontspanknop om een stilstaand beeld vast te leggen. Als u de ontspanknop tot halverwege indrukt, wordt het resterende aantal stilstaande beelden dat u nog kunt opnemen, afgebeeld op het scherm. Tijdens het opnemen van stilstaande beelden, wordt de mededeling [VASTLEGGEN] afgebeeld op het scherm. 3. Druk nogmaals op de MOVIE-knop om het opnemen van bewegende beelden te stoppen.
Stelt in of stilstaande beelden wel of niet automatisch worden opgenomen tijdens het opnemen van bewegende beelden. Neemt op wanneer een indrukwekkende beeldsamenstelling, met mensen, wordt gedetecteerd. Deze functie kan ook versies opnemen van de automatisch opgenomen beelden die zijn bijgesneden tot een optimale beeldsamenstelling. Wanneer een bijgesneden beeld wordt opgenomen, worden zowel het beeld vóór het bijsnijden als het bijgesneden beeld opgenomen. 1. MENU → instelling.
Opmerking Afhankelijk van de opnameomstandigheden, worden stilstaande beelden mogelijk niet op het optimale moment opgenomen. [115] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden opnemen Beeldfor.(Dual Rec) Selecteert het formaat van de stilstaande beelden die worden opgenomen tijdens het opnemen van bewegende beelden. 1. MENU → instelling. (Camera- instellingen) → [Beeldfor.(Dual Rec)] → gewenste Menu-onderdelen L: 17M/M: 7.5M/S: 4.
Markeringweerg.(bewegende beelden) Stelt in of markeringen die zijn ingesteld met [ Markering-instell.] moeten worden afgebeeld of niet op de monitor of in de zoeker tijdens het opnemen van bewegende beelden. 1. MENU → instelling. (Eigen instellingen) → [ Markeringweerg.] → gewenste Menu-onderdelen Aan: De markeringen worden afgebeeld. De markeringen worden niet opgenomen. Uit: De markeringen worden niet afgebeeld.
Stelt in of de middenmarkering moet worden afgebeeld of niet in het midden van het opnamescherm. Uit / Aan Verhouding: Stelt de beeldverhouding-markeringweergave in. Uit / 4:3 / 13:9 / 14:9 / 15:9 / 1.66:1 / 1.85:1 / 2.35:1 Veilige zone: Stelt de veiligheidszoneweergave in. Dit wordt het standaardbereik dat kan worden gehaald door een televisie voor algemeen gebruik. Uit / 80% / 90% Hulpkader: Stelt in of het geleideframe moet worden afgebeeld of niet.
Actief: Hiermee krijgt u een krachtiger SteadyShot-effect. Standaard: Vermindert u de camerabewegingen tijdens het opnemen van bewegende beelden onder stabiele omstandigheden. Uit: Gebruikt [ SteadyShot] niet. Opmerking Als u de instelling van [ SteadyShot] verandert, zal de opnamehoek veranderen. [Slim actief] en [Actief] kunnen niet worden geselecteerd wanneer [ Bestandsindeling] is ingesteld op [XAVC S 4K].
[121] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden opnemen Microfoon ref. niveau U kunt het microfoonniveau instellen voor het opnemen van bewegende beelden. 1. MENU → instelling. (Camera- instellingen) → [Microfoon ref. niveau] → gewenste Menu-onderdelen Normaal: Neemt de omgevingsgeluiden op binnen een bepaald niveau. Deze instelling is geschikt voor het opnemen van dagelijkse conversaties. Laag: Neemt het omgevingsgeluid natuurgetrouw op.
dan kan het normale geluid met te weinig volume worden opgenomen. [123] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden opnemen Aut. lang. sluit.tijd (bewegende beelden) Stel in of de sluitertijd automatisch moet worden ingesteld of niet tijdens het opnemen van bewegende beelden in geval van een donker onderwerp. 1. MENU → instelling. (Camera- instellingen) → [ Aut. lang. sluit.tijd] → gewenste Menu-onderdelen Aan: Gebruikt [ Aut. lang. sluit.tijd].
1. MENU → (Eigen instellingen) → [Knop MOVIE] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Altijd: Start het opnemen van bewegende beelden wanneer u in een willekeurige functie op de MOVIE-knop drukt. (Behalve wanneer de functiekeuzeknop in de stand (Hoge beeldsnelheid) staat.) Alleen Filmmodus: Start het opnemen van bewegende beelden wanneer u op de MOVIE-knop drukt alleen als de opnamefunctie is ingesteld op [Film].
Een vooraf ingesteld beeldprofiel gebruiken De standaardinstellingen [PP1] tot en met [PP7] voor bewegende beelden zijn van tevoren in de camera ingesteld op basis van diverse opnameomstandigheden. MENU → (Camera- instellingen) → [Beeldprofiel] → gewenste instelling.
ITU709: Gammakromme die overeenkomt met ITU709. ITU709(800%): Gammakromme voor het bevestigen van scènes aangenomen dat wordt opgenomen met [S-Log2]. S-Log2: Gammakromme voor [S-Log2]. Deze instelling is gebaseerd op de aanname dat het beeld zal worden bewerkt na het opnemen. Zwart Gamma Corrigeert het gamma in delen met lage intensiteit. Bereik: Selecteert het correctiebereik. (Breed / Midden / Nauw) Niveau: Stelt het correctieniveau in.
Cinema: Geschikte kleuren wanneer [Gamma] is ingesteld op [Cine1]. Pro: Soortgelijke kleurtinten als de standaardbeeldkwaliteit van professionele camera's van Sony (indien gecombineerd met het ITU709-gamma) ITU709 matrix: Kleuren die overeenkomen met de ITU709-norm (indien gecombineerd met het ITU709-gamma) Zwart-wit: Stelt de verzadiging in op nul voor opnemen in zwart-wit. S-Gamut: Deze instelling is gebaseerd op de aanname dat het beeld zal worden bewerkt na het opnemen.
(automatische optimalisatie) / Handmatig (de details worden handmatig ingesteld.)) V/H-Balans: Stelt de verticale (V) en horizontale (H) balans van DETAIL in. (-2 (verschil met de verticale (V)-kant) tot en met +2 (verschil met de horizontale (H)-kant)) B/W-Balans: Selecteert de balans van het lagere DETAIL (B) en het hogere DETAIL (W). (Type1 (verschil met de lagere DETAIL (B)-kant) tot en met Type5 (verschil met de hogere DETAIL (W)-kant)) Limiet: Stelt het grensniveau van [Details] in.
Als u [Gamma] verandert, verandert het beschikbare bereik van de ISOwaarde. Bij gebruik van het S-Log2-gamma, valt de ruis meer op in vergelijking met het gebruik van andere gamma's. Als de ruis nog steeds aanzienlijk is, zelfs na het bewerken van de beelden, kunt u dit verbeteren door op te nemen met een helderdere instelling. Echter, het dynamisch bereik wordt dienovereenkomstig smaller wanneer u opneemt met een helderdere instelling.
[127] Hoe te gebruiken voor handig gebruik De opnamefuncties gebruiken De opnamefuncties aanpassen Geheugen U kunt maximaal 3 veelgebruikte functies of apparaatinstellingen registreren in het apparaat, en maximaal 4 (M1 tot en met M4) in de geheugenkaart. U kunt de instellingen eenvoudig oproepen met de functiekeuzeknop. 1. Stel het apparaat in op de instelling die u wilt registreren. 2. MENU → (Camera- instellingen) → [Geheugen] → gewenst nummer.
[128] Hoe te gebruiken voor handig gebruik De opnamefuncties gebruiken De opnamefuncties aanpassen Instell. functiemenu U kunt de functies toewijzen die moet worden opgeroepen wanneer u op de Fn (Functie)-knop drukt. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Instell. functiemenu] → wijs een functie toe aan de gewenste locatie. De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm.
Als u op de knop drukt terwijl [Scherpstelgebied] is ingesteld op [Uitgebr. flexibel punt], kunt u de positie van het scherpstellingsbereikzoekerframe veranderen door op de boven-/onder-/linker-/rechterkant van het besturingswiel te drukken.U kunt stilstaande beelden opnemen terwijl u de positie van het scherpstellingsbereikzoekerframe verandert. Wanneer u op de knop drukt terwijl de [Scherpstelgebied] is ingesteld op [Breed] of [Midden] en [Centr. AF-vergrend.] is [Aan], wordt [Centr. AFvergrend.
[131] Hoe te gebruiken voor handig gebruik De opnamefuncties gebruiken De opnamefuncties aanpassen Werking van de C-knop Nadat u een functie hebt toegewezen aan de C-knop, kunt u die functie uitvoeren door eenvoudig op de C-knop te drukken wanneer het opname-informatiescherm wordt afgebeeld. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toets(opname)] → [C-knop] → gewenste instelling. De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm.
Nadat u een functie hebt toegewezen aan de linkerknop, kunt u die functie uitvoeren door eenvoudig op de linkerknop te drukken wanneer het opnameinformatiescherm wordt afgebeeld. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toets(opname)] → [Functie linkerknop] → gewenste instelling. De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm.
De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm. [136] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Creatief met foto's [Creatief met foto's] is een functie waarmee u de camera intuïtief kunt bedienen met behulp van een andere weergave op het scherm. Wanneer de opnamefunctie is ingesteld op (Slim automatisch) of (Superieur automat.), kunt u de instellingen eenvoudig veranderen en beelden opnemen. 1.
U kunt sommige instellingen tezamen gebruiken door de stappen 4 en 5 te herhalen. Om de veranderde instellingen terug te stellen op de standaardinstellingen, drukt u op de C/ (custom/wis-)knop. (Achterg. onsch.), (Helderheid), (Kleur) en (Levendigheid) zijn ingesteld op [AUTO], en (Foto-effect) is ingesteld op . 6. Om stilstaande beelden op te nemen: Druk op de ontspanknop. Om bewegende beelden op te nemen: Druk op de knop MOVIE om te beginnen met opnemen.
Maakt geen gebruik van de gezichtsherkenningsfunctie. Aan (ger. gezicht.): Herkent een geregistreerde gezicht met een hogere prioriteit met [Gezichtsregistratie] . Aan: Herkent een gezicht zonder een hogere prioriteit te geven aan het geregistreerde gezicht. Lach-sluiter: Herkent een lach en neemt automatisch een beeld op. Gezichtsherkenningskader Wanneer het apparaat een gezicht detecteert, wordt het grijze gezichtsherkenningskader afgebeeld.
Hint Als [Lach-/Gezichtsherk.] is ingesteld op [Lach-sluiter], kunt u de lachherkenningsgevoeligheid selecteren uit [Aan: glimlach], [Aan: normale lach] en [Aan: schaterlach]. Opmerking U kunt de gezichtsherkenningsfunctie niet gebruiken met de volgende functies: Alle zoomfuncties, behalve de optische zoom [Panorama d. beweg.] [Foto-effect] is ingesteld op [Posterisatie]. Bij gebruik van de functie [Scherpst. vergroten]. [Scènekeuze] is ingesteld op [Landschap], [Nachtscène] of [Zonsondergang].
Hint Als [ Zachte-huideffect] is ingesteld op [Aan], kunt u het effectniveau selecteren.Selecteer het effectniveau door op de rechter-/linkerkant van het besturingswiel te drukken. Opmerking [ Zachte-huideffect] is niet beschikbaar wanneer [ Kwaliteit] is ingesteld op [RAW]. [ Zachte-huideffect] is niet beschikbaar voor RAW-beelden wanneer de [ Kwaliteit] is ingesteld op [RAW en JPEG].
apparaat instellen Gezichtsregistratie (Volgorde wijzigen) Als meerdere gezichten zijn geregistreerd om prioriteit te krijgen, krijgt het gezicht dat het eerst is geregistreerd prioriteit. U kunt de volgorde van de prioriteit veranderen. 1. MENU → wijzigen]. (Eigen instellingen) → [Gezichtsregistratie] → [Volgorde 2. Selecteer een gezicht om de volgorde van prioriteit te veranderen. 3. Selecteer de bestemming.
Wanneer u de flitser gebruikt, geeft deze twee keer of vaker een flits vóór opname om het rode-ogenfenomeen te verminderen. 1. MENU → instelling. (Camera- instellingen) → [Rode ogen verm.] → gewenste Menu-onderdelen Aan: De flitser werkt altijd om het verschijnsel van de rode ogen te verminderen. Uit: De rode-ogeneffectvermindering wordt niet gebruikt. Opmerking Het is mogelijk dat de rode-ogeneffectvermindering niet het gewenste resultaat oplevert.
instelling. Menu-onderdelen Uit: De beelden worden niet bijgesneden. Automatisch: De beelden worden automatisch bijgesneden naar een geschikte compositie. Opmerking Afhankelijk van de opnameomstandigheden is het mogelijk dat het bijgesneden beeld niet de optimale compositie is. [ Autom. kadreren] kan niet worden ingesteld bij gebruik van een andere zoomfunctie dan de optische-zoomfunctie [ Autom. kadreren] kan niet worden ingesteld wanneer [ Kwaliteit] is ingesteld op [RAW] of [RAW en JPEG].
apparaat instellen NR lang-belicht (stilstaand beeld) Als u de sluitertijd instelt op 1/3 seconde(n) of langer (opname met lange belichtingstijd), wordt de ruisonderdrukking ingeschakeld gedurende de tijd dat de sluiter open staat. Als deze functie is ingeschakeld, wordt de korrelige ruis, typisch voor opnamen met een lange belichtingstijd, verminderd. 1. MENU → instelling.
[146] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit NR bij hoge-ISO (stilstaand beeld) Tijdens opnemen met een hoge ISO-gevoeligheid vermindert het apparaat de ruis die meer opvalt als de gevoeligheid van het apparaat hoog is. Tijdens het ruisonderdrukkingsproces kan een mededeling worden afgebeeld en u kunt geen volgend beeld opnemen totdat de mededeling is uitgegaan. 1. MENU → instelling.
Datum schrijven (stilstaand beeld) U kunt instellen of u een opnamedatum wilt opnemen op het stilstaande beeld. 1. MENU → instelling. (Eigen instellingen) → [ Datum schrijven] → gewenste Menu-onderdelen Aan: Neemt een opnamedatum op. Uit: De opnamedatum wordt niet opgenomen. Opmerking Als u eenmaal een beeld met de datum hebt opgenomen, kunt u later de datum niet vanaf de beelden verwijderen.
Dit is de standaardkleurruimte van de digitale camera. Gebruik [sRGB] bij normale opnamen, bijvoorbeeld als u van plan bent de beelden zonder wijziging af te drukken. AdobeRGB: Deze kleurruimte heeft een breder bereik van kleurenreproductie. Als een groot deel van het onderwerp levendig groen of rood is, is Adobe RGB effectief. De bestandsnaam van het opgenomen beeld begint met "_". Opmerking [AdobeRGB] is bedoeld voor softwareprogramma's en printers die ondersteuning bieden voor kleurbeheer en DCF2.
herhalende beelden. Diag. + vierkantsr.: Plaats een onderwerp op een diagonale lijn om een opwekkend en krachtig gevoel uit te drukken. Uit: De rasterlijnen worden niet afgebeeld. [150] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Autom.weergave U kunt het opgenomen beeld onmiddellijk na het opnemen op het scherm bekijken. U kunt ook de weergaveduur van Auto Review instellen. 1. MENU → instelling. (Eigen instellingen) → [Autom.
[151] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit LiveView-weergave Stelt in of beelden waarop de effecten van belichtingscompensatie, witbalans, [Creatieve stijl] of [Foto-effect] zijn toegepast, moeten worden weergegeven op het scherm of niet. 1. MENU → instelling.
weergave helderder worden weergegeven, zodat u de compositie eenvoudig kunt controleren. [152] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Heldere controle Stelt u in staat om de beeldcompositie te veranderen bij het opnemen in een donkere omgeving. Door de belichtingstijd te verlengen, kunt u de beeldcompositie controleren in de zoeker/op de monitor, zelfs in donkere situaties, zoals 's nachts buitenshuis. 1.
Wanneer [Scherpst. vergroten] is geselecteerd. Tijdens [Heldere controle] kan de sluitertijd langzamer zijn dan normaal tijdens het opnemen op donkere locaties. [153] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit FINDER/MONITOR Stelt de methode in voor het omschakelen tussen de elektronische zoeker en het scherm. 1. MENU → instelling.
[154] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Opn. zonder geh.krt. Stelt in of de sluiter kan worden ontspannen wanneer geen geheugenkaart is geplaatst. 1. MENU → instelling. (Eigen instellingen) → [Opn. zonder geh.krt.] → gewenste Menu-onderdelen Inschakelen: Ontspant de sluiter, ook wanneer geen geheugenkaart is geplaatst. Uitschakelen: Ontspant de sluiter niet wanneer geen geheugenkaart is geplaatst.
Automatisch: Het type sluiter wordt automatisch omgeschakeld aan de hand van de opnameomstandigheden en de sluitertijd. Mechanische sluiter: Neemt op met alleen de mechanische sluiter. Elektronische sluiter: Neemt op met alleen de elektronische sluiter.
opname: Hi] niet selecteren voor [Transportfunctie]. Tijdens het opnemen met de elektronische sluiter, kunnen vervormingen van het beeld optreden als gevolg van bewegingen van het onderwerp of de camera zelf. Tijdens het opnemen met de elektronische sluiter, kan een schaduw van lichte en donkere strepen optreden tijdens het opnemen onder flikkerende verlichting, zoals fluorescerend licht of flitsverlichting (bijvoorbeeld de flitser van een andere camera).
Ontgrendelen: Het besturingswiel wordt niet vergrendeld, zelfs niet wanneer u de Fn (Functie)knop ingedrukt houdt. Hint U kunt [Wiel vergrendelen] vrijgeven door de Fn (Functie)-knop ingedrukt te houden. [157] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Monitor deactiveren Als u op de knop drukt waaraan de functie [Monitor deactiveren] is toegewezen, wordt de monitor zwart en wordt de schermweergave vergrendeld op [Geen info]. 1.
1. MENU → (Camera- instellingen) → [ND-filter] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Automatisch: Schakelt automatisch het ND-filter in afhankelijk van de opnameomstandigheden en helderheid. Aan: Gebruikt altijd [ND-filter]. Uit: Schakelt de functie [ND-filter] uit. Hint Wanneer het ND-filter geactiveerd is, wordt het pictogram onderaan het scherm afgebeeld. [159] Hoe te gebruiken Weergeven Stilstaande beelden weergeven Beelden weergeven Geeft de vastgelegde beelden weer. 1.
monitor een pictogram afbeelden dat aangeeft dat gegevens worden geschreven/het aantal beelden aangeeft dat nog moet worden geschreven. Tijdens het schrijven zijn sommige functies niet beschikbaar. [160] Hoe te gebruiken Weergeven Stilstaande beelden weergeven Weergavezoom U kunt het beeld dat wordt weergegeven vergroten. 1. Geef het beeld weer dat u wilt vergroten en duw daarna de W/T-(zoom)knop naar de T-kant. Schuif de W/T-(zoom)knop naar de W-kant om de zoomvergroting in te stellen.
Beeldindex U kunt meerdere beelden tegelijkertijd in de weergavefunctie weergeven. 1. Duw de W/T-(zoom)knop naar de W-kant terwijl het beeld wordt weergegeven. Om het aantal beelden dat moet worden weergegeven te veranderen MENU → (Afspelen) → [Beeldindex] → gewenste instelling. Menu-onderdelen 9 beelden/25 beelden Terugkeren naar enkelbeeldweergave Selecteer het gewenste beeld en druk op besturingswiel.
Review-scherm. Opmerking Het histogram wordt niet weergegeven in de volgende situaties: Tijdens het weergeven van bewegende beelden Tijdens het lopend weergeven van panoramabeelden Tijdens een diavoorstelling Tijdens mapweergave (MP4) Tijdens AVCHD-weergave Tijdens XAVC S 4K-weergave Tijdens XAVC S HD-weergave [163] Hoe te gebruiken Weergeven Beelden wissen Een beeld dat wordt weergegeven wissen U kunt een weergegeven beeld wissen. 1. Geef het beeld weer dat u wilt wissen. 2. Druk op de (wis-) knop.
Meerdere bldn.: Hiermee worden de geselecteerde beelden gewist. (1) Selecteer de beelden die u wilt wissen, en druk daarna op in het midden van het besturingswiel. Het teken wordt afgebeeld in het selectievakje. Om de selectie te annuleren, drukt u nogmaals op om het -merkteken te verwijderen. (2) Als u nog andere beelden wilt wissen, herhaalt u stap (1). (3) MENU → [OK] → Druk op in het midden. Alles in deze map: Hiermee wist u alle beelden in de geselecteerde map.
onderkant van het besturingswiel te drukken. : Weergave : Pauze : Snel vooruit : Snel achteruit : Vertraagde weergave vooruit : Vertraagde weergave achteruit : Volgende bestand met bewegende beelden : Vorige bestand met bewegende beelden : Geeft het volgende frame weer : Geeft het vorige frame weer : Motion Shot-video (Toont het spoor van een onderwerp in beweging.
[Motion Shot-video] is niet compatibel met bewegende beelden in het XAVC Sformaat. U kunt de beelden die zijn opgenomen met [Motion Shot-video] niet opslaan in een bestand met bewegende beelden. Als de beweging van het onderwerp te langzaam is of het onderwerp niet voldoende beweegt, kan het apparaat mogelijk geen beeld maken. Hint U kunt ook het interval voor het volgen van het beeld veranderen met MENU → (Afspelen) → [Motion intervalaanp.].
Het apparaat doorloopt automatisch een panoramabeeld van het ene naar het andere uiteinde. 1. Druk op de (weergave-)knop om over te schakelen naar de weergavefunctie. 2. Selecteer het panoramabeeld dat moet worden weergegeven met het besturingswiel. 3. Druk op in het midden om het beeld weer te geven. Om de weergave te pauzeren, drukt u nogmaals op in het midden. Om terug te keren naar de weergave van het volledige beeld, drukt u op de MENU-knop.
Menu-onderdelen Meerdere bldn.: Selecteert beelden voor een afdrukopdracht. (1) Selecteer een beeld en druk op in het midden van het besturingswiel. Het teken wordt afgebeeld in het selectievakje. Om de selectie te annuleren, drukt u op om het merkteken te wissen. (2) Herhaal stap (1) om andere beelden af te drukken. (3) MENU → [OK] → Druk op in het midden. Alles annuleren: Wist alle DPOF-afdrukmarkeringen. Afdrukinstelling: Stelt in of de datum moet worden afgedrukt op beelden met een DPOFafdrukmarkering.
XAVC S HDweergave: Geeft alleen bewegende beelden in het XAVC S HD-formaat weer. XAVC S 4Kweergave: Geeft alleen bewegende beelden in het XAVC S 4K-formaat weer. [171] Hoe te gebruiken Weergeven De weergavefuncties gebruiken Weergave-rotatie Selecteert de weergaverichting van opgenomen stilstaande beelden. 1. MENU → (Afspelen) → [Weergave-rotatie] → gewenste instelling.
Menu-onderdelen Herhalen: Selecteer [Aan], waarin beelden automatisch in een continue lus worden weergegeven, of [Uit] , waarin het apparaat de diavoorstelling afsluit nadat alle beelden eenmaal zijn weergegeven. Interval: Selecteer het weergave-interval voor beelden uit [1 sec.], [3 sec.], [5 sec.], [10 sec.] of [30 sec.]. Om de diavoorstelling tijdens weergave af te breken Druk op de MENU-knop om de diavoorstelling te verlaten. U kunt de diavoorstelling niet pauzeren.
software. [174] Hoe te gebruiken Weergeven De weergavefuncties gebruiken Vergro init. vrgro% Stelt de beginvergroting in voor het vergroten van een beeld tijdens weergave. 1. MENU → (Afspelen) → [ Vergro init. vrgro%] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Stdrd vergrotings%: Geeft een beeld weer met de standaardvergroting. Vorig vergrotings%: Geeft een beeld weer met de voorgaande vergroting. De voorgaande vergroting blijft opgeslagen, ook nadat de weergavezoomfunctie is verlaten.
[176] Hoe te gebruiken Weergeven De weergavefuncties gebruiken Beveiligen Beveiligt opgenomen beelden tegen per ongeluk wissen. De markering wordt afgebeeld op beveiligde beelden. 1. MENU → (Afspelen) → [Beveiligen] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Meerdere bldn.: Past beveiliging toe op meerdere geselecteerde beelden, of annuleert deze. (1) Selecteer het beeld dat u wilt beveiligen, en druk daarna op in het midden van het besturingswiel. Het teken wordt afgebeeld in het selectievakje.
U kunt het schoonheidseffect toepassen om het stilstaande beeld van een persoon bij te werken en er beter uit te laten zien, bijvoorbeeld door het bij te werken voor een egalere huid, grotere ogen en wittere tanden. U kunt het effect instellen van niveau 1 tot en met niveau 5. Een beeld waarop het schoonheidseffect is toegepast wordt opgeslagen als een nieuw bestand. Het oorspronkelijke beeld blijft onveranderd behouden. 1. MENU → (Afspelen) → [Schoonheidseffect]. 2.
U kunt [Schoonheidseffect] niet gebruiken met de volgende beelden: Panoramabeelden Bewegende beelden U kunt het schoonheidseffect niet gebruiken op een zeer klein gezicht in het beeld. Om het schoonheidseffect op twee of meer gezichten te gebruiken, selecteert u hetzelfde beeld opnieuw nadat het effect eenmaal is toegepast, en past u daarna het effect toe op een ander gezicht. Het [Schoonheidseffect] werkt mogelijk niet goed op sommige beelden.
4. Schakel dit apparaat in. De beelden die met het apparaat zijn opgenomen, worden weergegeven op het televisiescherm. Hint Dit apparaat is compatibel met de norm PhotoTV HD. Als u PhotoTV HDcompatibele apparaten van Sony aansluit met behulp van een HDMI-kabel (los verkrijgbaar), wordt de televisie ingesteld op de beeldkwaliteit die geschikt is voor het bekijken van stilstaande beelden en kunt u genieten van een compleet nieuwe wereld van foto's in adembenemende, hoge kwaliteit.
[179] Hoe te gebruiken Weergeven Beelden bekijken op een televisie Beelden bekijken op een "BRAVIA" Sync-compatibele televisie Door dit apparaat met behulp van een HDMI-kabel (los verkrijgbaar) aan te sluiten op een televisie die "BRAVIA" Sync ondersteunt, kunt u de weergavefuncties van dit apparaat bedienen met de afstandsbediening van de televisie. 1. Schakel zowel dit apparaat als de televisie uit. 2.
(weergave-)knop. Alleen televisies die "BRAVIA" Sync ondersteunen maken bediening via SYNC MENU mogelijk. Raadpleeg de bij de televisie geleverde gebruiksaanwijzing voor meer informatie. Als het apparaat is aangesloten op de HDMI-aansluiting van een televisie van een andere fabrikant en ongewenste handelingen uitvoert in reactie op de afstandsbediening van de televisie, selecteert u MENU → (Instellingen) → [HDMI-instellingen] → [CTRL.VOOR HDMI] → [Uit].
Helderheid zoeker Bij gebruik van een elektronische zoeker stelt dit apparaat de helderheid van de elektronische zoeker in overeenkomstig de omgeving. 1. MENU → (Instellingen) → [Helderheid zoeker] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Automatisch: Stelt de helderheid van de elektronische zoeker automatisch in. Handmatig: Selecteert de helderheid van de elektronische zoeker binnen het bereik –2 tot +2.
[183] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Gamma-weerg.hulp Bewegende beelden met S-Log-gamma worden geacht te worden verwerkt na het opnemen om gebruik te maken van het brede dynamische bereik. Ze worden daarom tijdens het opnemen weergegeven met leen laag contrast en zijn mogelijk moeilijk te volgen. Door echter [Gamma-weerg.hulp] te gebruiken, kan een contrast worden gereproduceerd dat gelijkwaardig is aan dat van een normaal gamma. Bovendien kan tevens [Gamma-weerg.
op een televisie of monitor die is aangesloten op de camera. [184] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Functie gesloten VF Stelt in of het apparaat wordt uitgeschakeld wanneer de zoeker wordt opgeborgen. 1. MENU → (Instellingen) → [Functie gesloten VF] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Stroom UIT: Schakelt het apparaat uit wanneer de zoeker wordt opgeborgen. Stroom niet UIT: Schakelt het apparaat niet uit wanneer de zoeker wordt opgeborgen.
geluid luistert. [186] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Audiosignalen Selecteert of het apparaat een geluid voortbrengt of niet. 1. MENU → (Instellingen) → [Audiosignalen] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan: Geluiden worden bijvoorbeeld voortgebracht wanneer wordt scherpgesteld door de ontspanknop tot halverwege in te drukken. Sluiter: Alleen het geluid van de sluiter wordt voortgebracht. Uit: Er worden geen geluiden voortgebracht.
geleverd. 3. Plaats de Eye-Fi-kaart die u hebt ingesteld in het apparaat en neem stilstaande beelden op. De beelden worden automatisch via het Wi-Fi-netwerk naar uw computer, enz., gezonden. Menu-onderdelen Aan: Schakelt de uploadfunctie in. Uit: Schakelt de uploadfunctie uit. Aanduiding van communicatiestatus op het scherm : Standby. Er zijn geen beelden te verzenden.
Eye-Fi-kaart. Alvorens een Eye-Fi-kaart te gebruiken, zorgt u ervoor dat "Endless Memory Mode" is uitgeschakeld. [188] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Tegelmenu Selecteert of het beginscherm van het menu altijd moet worden weergegeven wanneer u op de MENU-knop drukt. 1. MENU → (Instellingen) → [Tegelmenu] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan: Geeft altijd het eerste scherm van het menu weer (tegelmenu). Uit: Schakelt het tegelmenu uit.
[190] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Wisbevestiging U kunt instellen of [Wissen] of [Annuleren] is geselecteerd als de standaardinstelling op het bevestigingsscherm voor wissen. 1. MENU → (Instellingen) → [Wisbevestiging] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Stand.Wissen: [Wissen] is geselecteerd als de standaardinstelling. Stand.Annuleren: [Annuleren] is geselecteerd als de standaardinstelling.
[192] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Begintijd energ.besp U kunt het tijdstip instellen waarop het apparaat automatisch wordt uitgeschakeld. 1. MENU → (Instellingen) → [Begintijd energ.besp] → gewenste instelling. Menu-onderdelen 30 min./5 min./2 min./1 min.
[194] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Demomodus De functie [Demomodus] geeft de bewegende beelden die op de geheugenkaart zijn opgenomen automatisch weer (demonstratie) wanneer de camera gedurende een bepaalde tijdsduur niet is bediend. Selecteer normaal [Uit]. 1. MENU → (Instellingen) → [Demomodus] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan: De demonstratie van weergave van bewegende beelden start automatisch als het apparaat gedurende ongeveer één minuut niet wordt bediend.
1. MENU → (Instellingen) → [TC/UB-instellingen] → instelwaarde die u wilt veranderen. Menu-onderdelen TC/UB-weerg.-inst.: Stelt de weergave van de teller, tijdcode en gebruikersbit in. TC Preset: Stelt de tijdcode in. UB Preset: Stelt de gebruikersbit in. TC Format: Stelt de opnamemethode van de tijdcode in. (Alleen wanneer [NTSC/PAL schakel.] is ingesteld op NTSC.) TC Run: Stelt het optelformaat van de tijdcode in. TC Make: Stelt het opnameformaat van de tijdcode op het opnamemedium in.
gebruikersbit niet afgebeeld. De tijdcode terugstellen 1. MENU → daarna op 2. Druk op de (Instellingen) → [TC/UB-instellingen] → [TC Preset], en druk in het midden van het besturingswiel. (wis-)knop om de tijdcode (00:00:00:00) terug te stellen. U kunt de tijdcode (00:00:00:00) ook terugstellen met behulp van de afstandsbediening RMT-VP1K (los verkrijgbaar). De gebruikersbit instellen (UB Preset) 1.
Het optelformaat van de tijdcode (TC Run) selecteren 1. MENU → daarna op (Instellingen) → [TC/UB-instellingen] → [TC Run], en druk in het midden van het besturingswiel. Rec Run: Stelt de stapfunctie van de tijdcode in op oplopen uitsluitend tijdens het opnemen. De tijdcode wordt opgenomen aansluitend op de laatste tijdcode van de vorige opname. Free Run: Stelt de stapfunctie van de tijdcode in op altijd oplopen, ongeacht de bediening van de camera.
gewenste instelling. Menu-onderdelen Automatisch: Het apparaat herkent een HD-televisie (high-definitiontelevisie) automatisch en stelt de uitgangsresolutie in. 2160p/1080p: Voert signalen uit in 2160p/1080p. 1080p: Voert signalen uit in HD-beeldkwaliteit (1080p). 1080i: Voert signalen uit in HD-beeldkwaliteit (1080i).
Bewegende beelden worden uitgevoerd als 60p. 24p: Bewegende beelden worden uitgevoerd als 24p. Opmerking De stappen 1 en 2 kunnen in willekeurige volgorde worden uitgevoerd. Als [ Opname-instell.] is ingesteld op iets anders dan [24p 24M(FX)], [24p 17M(FH)] of [24p 50M], wordt deze instelling geannuleerd en worden bewegende beelden in het HDMI-formaat uitgevoerd volgens de instellingen van [HDMI-resolutie]. [198] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup CTRL.
Selecteert of de opname-informatie moet worden afgebeeld wanneer dit apparaat en de televisie zijn aangesloten met behulp van een HDMI-kabel (los verkrijgbaar). 1. MENU → (Instellingen) → [HDMI-instellingen] → [HDMI-inform.weerg.] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan: Beeldt de opname-informatie af op de televisie. Het opgenomen beeld en de opname-informatie worden weergegeven op de televisie terwijl niets wordt weergegeven op de monitor van de camera.
Uit: De tijdcode wordt niet uitgevoerd naar andere apparaten. Opmerking Als [ TC-uitvoer] is ingesteld op [Aan], wordt het beeld mogelijk niet goed uitgevoerd naar de televisie of het opnameapparaat. In dergelijke gevallen stelt u[ TC-uitvoer] in op [Uit].
Controleer vóór gebruik of de externe recorder/speler correct werkt. [202] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup HDMI-audio-uitv. (bewegende beelden) Wanneer de camera via een HDMI-kabel (los verkrijgbaar) is aangesloten op een extern apparaat, zoals een televisie, wordt het geluid dat wordt opgevangen door de microfoon van de camera uitgevoerd naar het externe apparaat tijdens het opnemen van bewegende beelden en in de standby-stand.
U kunt instellen hoe bewegende beelden moeten worden opgenomen en HDMI moet worden uitgevoerd wanneer uw camera is aangesloten op een 4Kcompatibel extern opname-/weergaveapparaat, enz. 1. Zet de functiekeuzeknop in de stand (bewegende beelden). 2. Sluit de camera met behulp van een HDMI-kabel aan op het gewenste apparaat. 3. MENU → instelling. (Instellingen) → [ 4K-uitvoer select.] → gewenste Menu-onderdelen Geheug.
wanneer [ Bestandsindeling] is ingesteld op [XAVC S 4K] en [Dubbele video-OPN] is ingesteld op [Aan]. [Lach-/Gezichtsherk.] [AF-vergrendeling] onder [Scherpstelgebied] [Centr. AF-vergrend.] [AF op de ogen] [204] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup USB-verbinding Selecteert de toepasselijke USB-verbindingsprocedure voor elke computer en elk USB-apparaat die zijn aangesloten op dit apparaat. 1. MENU → (Instellingen) → [USB-verbinding] → gewenste instelling.
[Automatisch]. Als Device Stage* niet wordt afgebeeld met Windows 7 of Windows 8, stelt u [USB-verbinding] in op [Automatisch]. * Device Stage is een menuscherm dat wordt gebruikt om de verbonden apparaten, zoals een camera, te beheren (functie van Windows 7 of Windows 8). [205] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup USB LUN-instelling Verbetert de compatibiliteit door de USB-verbindingsfuncties te beperken. 1. MENU → (Instellingen) → [USB LUN-instelling] → gewenste instelling.
Uit: Het apparaat wordt niet gevoed via de micro-USB-kabel wanneer het apparaat is aangesloten op een computer, enz. Als u de bijgeleverde netspanningsadapter gebruikt, wordt het apparaat zelfs van voeding voorzien wanneer [Uit] is geselecteerd. Opmerking Plaats de accu in het apparaat om het via een USB-kabel van voeding te voorzien. [207] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Taal Selecteert de taal voor de menu-items, waarschuwingen en mededelingen. 1.
[209] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Tijdzone instellen Stelt het gebied in waar u het apparaat gebruikt. 1. MENU → (Instellingen) → [Tijdzone instellen] → gewenste gebied. [210] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Copyrightinformatie U kunt copyrightinformatie toevoegen aan de stilstaande beelden. 1. MENU → (Instellingen) → [Copyrightinformatie] → gewenste instelling. 2.
Hoe het toetsenbord wordt gebruikt Wanneer het handmatig invoeren van tekens is vereist, wordt een toetsenbord afgebeeld op het scherm. 1. Invoerveld De tekens die u invoert worden hierin afgebeeld. 2. Tekensoort wisselen Elke keer wanneer u op in het midden van het besturingswiel drukt, wisselt de tekensoort tussen alfabetische letters, cijfers en symbolen. 3. Toetsenbord Elke keer wanneer u op in het midden drukt, worden de tekens die bij die knop horen één voor één afgebeeld.
8. Voert een spatie in. Om het invoeren te annuleren, selecteert u [Annuleren]. Opmerking U kunt alleen letters, cijfers en symbolen invoeren voor [Fotograaf instellen] en [Copyright instellen]. U kunt maximaal 46 tekens invoeren. Het pictogram wordt afgebeeld tijdens het weergeven van beelden met copyrightinformatie. Om ongeoorloofd gebruik van [Copyrightinformatie] te voorkomen, moet u de kolommen [Fotograaf instellen] en [Copyright instellen] wissen voordat u uw camera uitleent of doorverkoopt.
Selecteert hoe bestandsnummers worden toegewezen aan stilstaande beelden en bewegende beelden in het MP4-formaat. 1. MENU → (Instellingen) → [Bestandsnummer] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Serie: Het apparaat wijst aan de bestanden opeenvolgende nummers toe tot "9999" zonder terug te stellen op nul. Terugstellen: Het apparaat stelt de nummers terug op nul nadat een bestand is opgenomen in een nieuwe map en wijst aan bestanden een nummer toe beginnend vanaf "0001".
[214] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup OPN.-map kiezen U kunt de map op de geheugenkaart veranderen waarin de stilstaande beelden en de bewegende beelden in het MP4-formaat moeten worden opgeslagen. 1. MENU → (Instellingen) → [OPN.-map kiezen] → gewenste map. Opmerking U kunt de map niet selecteren wanneer [Mapnaam] is ingesteld op [Datumformaat].
[216] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Mapnaam Stilstaande beelden worden opgenomen in een map die automatisch wordt aangemaakt in de DCIM-map op de geheugenkaart. U kunt de manier waarop mapnamen worden toegewezen wijzigen. 1. MENU → (Instellingen) → [Mapnaam] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Standaardform.: De vorm van de mapnaam is als volgt: mapnummer + MSDCF. Voorbeeld: 100MSDCF Datumformaat: De vorm van de mapnaam is als volgt: mapnummer + J (laatste cijfer)/MM/DD.
Gebruik een accu die voldoende is opgeladen. Als de acculading te veel afneemt tijdens het repareren, kunnen de gegevens beschadigd raken. [218] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Media-info weergev. Geeft de opnameduur van bewegende beelden en het aantal stilstaande beelden weer dat kan worden opgenomen op de geplaatste geheugenkaart. 1. MENU → (Instellingen) → [Media-info weergev.].
Stelt de belangrijkste opname-instellingen terug op de standaardinstellingen. Initialiseren: Stelt alle instellingen terug op de standaardinstellingen. Opmerking Zorg ervoor dat u de accu niet uitwerpt tijdens het terugstellen. Wanneer u [Initialiseren] uitvoert, kunnen gedownloade applicaties in het apparaat worden verwijderd. Om deze applicaties weer te kunnen gebruiken, moet u ze opnieuw installeren.
2. Beeld de QR code (A) af op de monitor van dit apparaat door de onderstaande stappen uit te voeren. Een SSID (B) wordt tevens afgebeeld op de monitor. Met behulp van [Naar smartph verznd]: MENU → (Draadloos) → selecteer [Naar smartph verznd] Met behulp van [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.]: MENU → (Applicatie) → selecteer [Applicatielijst] → [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] 3. Open PlayMemories Mobile op uw smartphone en selecteer [QR Code van de camera scannen]. 4.
wordt afgebeeld. Nadat de QR code is gelezen, wordt het bericht [Wilt u een verbinding tot stand brengen met de camera?] afgebeeld op het scherm van de smartphone. 6. Selecteer [OK] op het scherm van de smartphone. De smartphone wordt verbonden met het apparaat. Hint Nadat de QR code is gelezen, worden de SSID (DIRECT-xxxx) en het wachtwoord van dit apparaat geregistreerd in de smartphone.
afstandsbedien. ingeslot.] 3. Open PlayMemories Mobile op uw iPhone of iPad en selecteer [QR Code van de camera scannen]. 4. Selecteer [OK] op het scherm van de iPhone of iPad. Als een bericht wordt afgebeeld, selecteert u nogmaals [OK]. 5. Lees de QR code met de iPhone of iPad die op de monitor van dit apparaat wordt afgebeeld. 6. Installeer het profiel (instellingeninformatie) door de instructies te volgen die worden afgebeeld op het scherm van de iPhone of iPad en selecteer [OK].
7. Selecteer [Settings] op het scherm "Home" → [Wi-Fi] → De SSID van dit apparaat wordt afgebeeld in Stap 2. De iPhone of iPad wordt verbonden met het apparaat. 8. Keer terug naar het scherm "Home" van de iPhone of iPad en open PlayMemories Mobile. Hint Nadat de QR code is gelezen, worden de SSID (DIRECT-xxxx) en het wachtwoord van dit apparaat geregistreerd in de iPhone of iPad. Hierdoor kunt u in het vervolg de iPhone of iPad eenvoudig via Wi-Fi verbinden met het apparaat door de SSID te selecteren.
Als u uw apparaat niet met dit apparaat kunt verbinden met behulp van de QR code, gebruikt u de SSID en het wachtwoord. [224] Hoe te gebruiken smartphone De Wi-Fi-functies gebruiken Dit apparaat aansluiten op een Een Android-smartphone verbinden met dit apparaat door een SSID en wachtwoord in te voeren 1. Open PlayMemories Mobile op uw smartphone. 2. Selecteer de modelnaam van dit apparaat (DIRECT-xxxx: xxxx). 3. Voer het wachtwoord in dat wordt afgebeeld op dit apparaat.
[225] Hoe te gebruiken smartphone De Wi-Fi-functies gebruiken Dit apparaat aansluiten op een Een iPhone of iPad verbinden met dit apparaat door een SSID en wachtwoord in te voeren 1. Selecteer de modelnaam van dit apparaat (DIRECT-xxxx: xxxx) op het Wi-Fiinstelscherm van uw iPhone of iPad. 2. Voer het wachtwoord in dat wordt afgebeeld op dit apparaat. De iPhone of iPad is verbonden met het apparaat. 3. Controleer of uw iPhone of iPad werd verbonden met de "SSID" die wordt afgebeeld op dit apparaat.
4. Ga terug naar het uitgangsscherm en open PlayMemories Mobile. [226] Hoe te gebruiken smartphone De Wi-Fi-functies gebruiken Dit apparaat aansluiten op een Een applicatie oproepen met [One-touch (NFC)] U kunt een gewenste applicatie in het applicatiemenu van dit apparaat oproepen door een NFC-compatibele Android-smartphone aan te raken met het apparaat. Als de applicatie die u oproept een eigenschap heeft die werkt met de smartphone, worden het apparaat en de smartphone via Wi-Fi met elkaar verbonden.
Mobile geopend op de smartphone, zelfs als die applicatie niet werkt met een smartphone. Verlaat PlayMemories Mobile zonder een bediening uit te voeren. Als u PlayMemories Mobile niet afsluit, blijft de smartphone in de verbindingstandby-status staan. [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] is toegewezen aan [One-touch (NFC)] als de standaardinstelling. [227] Hoe te gebruiken van een smartphone De Wi-Fi-functies gebruiken Dit apparaat bedienen met behulp Intellig. afstandsbedien. ingeslot.
Opmerking Wanneer u bewegende beelden opneemt met een smartphone als afstandsbediening, wordt de monitor van het apparaat donkerder.Bovendien kunt u de zoeker niet gebruiken voor het opnemen van stilstaande/bewegende beelden. Dit apparaat deelt de verbindingsinformatie voor [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] met een apparaat dat toestemming heeft om verbinding te maken.
2. Zet dit apparaat in de opnamefunctie. De NFC-functie is alleen beschikbaar wanneer afgebeeld op het scherm. (N-markering) wordt 3. Raak met het apparaat de smartphone aan. De smartphone en het apparaat zijn verbonden en PlayMemories Mobile wordt geopend op de smartphone. Raak met de smartphone het apparaat aan gedurende 1 tot 2 seconden totdat PlayMemories Mobile wordt geopend.
apparaat in de weergavefunctie staat, wordt het weergegeven beeld naar de smartphone gezonden. [229] Hoe te gebruiken smartphone De Wi-Fi-functies gebruiken Beelden kopiëren naar een Naar smartph verznd U kunt stilstaande en bewegende beelden overbrengen naar een smartphone en deze bekijken. De applicatie PlayMemories Mobile moet zijn geïnstalleerd op uw smartphone. 1. MENU → (Draadloos) → [Naar smartph verznd] → gewenste instelling.
op het besturingswiel, en drukt u vervolgens op MENU → [Enter]. Op smartphone selecter.: Geeft alle beelden die op de geheugenkaart van het apparaat zijn opgenomen weer op de smartphone. Opmerking U kunt alleen beelden overbrengen die zijn opgeslagen op de geheugenkaart van de camera. U kunt het beeldformaat dat naar de smartphone moet worden gezonden selecteren uit [Oorspronkelijk], [2M] en [VGA]. Om het beeldformaat te veranderen, raadpleegt u de volgende stappen.
One-touch sharing) Door slechts aan te raken kunt u dit apparaat en een NFC-compatibele Androidsmartphone met elkaar verbinden en het beeld dat op het scherm van het apparaat wordt weergegeven rechtstreeks naar de smartphone zenden. In geval van bewegende beelden, kunt u alleen bewegende beelden in het MP4-formaat overdragen terwijl [ Bestandsindeling] is ingesteld op [MP4]. 1. Activeer de NFC-functie van de smartphone. 2. Een enkel beeld weergeven op het apparaat. 3.
Over "NFC" NFC is een technologie die draadloze communicatie over een korte afstand tussen diverse apparaten mogelijk maakt, zoals mobiele telefoons, IC-tags, enz. NFC vereenvoudigt de datacommunicatie door slechts het aangewezen aanraakpunt aan te raken. NFC (Near Field Communication) is een internationale norm voor draadloze communicatie over een korte afstand. Opmerking U kunt het beeldformaat dat naar de smartphone moet worden gezonden selecteren uit [Oorspronkelijk], [2M] en [VGA].
U kunt beelden die in het apparaat zijn opgeslagen overbrengen naar een computer die is verbonden met een draadloze accesspoint of een draadloos breedbandrouter, en gemakkelijk reservekopieën maken met behulp van deze bediening. Alvorens deze bediening te starten, installeert u PlayMemories Home op uw computer en registreert u het accesspoint in het apparaat. 1. Start uw computer op. 2. MENU → (Draadloos) → [Naar computer verz.].
Om het volgende/vorige beeld handmatig weer te geven, drukt u op de rechter-/linkerkant van het besturingswiel. Om het apparaat dat u wilt verbinden te veranderen, drukt u op de onderkant van het besturingswiel, en selecteert u daarna [Appraatlijst]. Instellingen voor diavoorstellingen U kunt de instellingen van de diavoorstelling veranderen door op de onderkant van het besturingswiel te drukken. Keuze afspelen: Selecteert de groep beelden die moet worden weergegeven.
[233] Hoe te gebruiken veranderen De Wi-Fi-functies gebruiken De instellingen van Wi-Fi-functies Vliegtuig-stand Als u in een vliegtuig, enz., zit, kunt u tijdelijk alle draadloos-gerelateerde functies uitschakelen, waaronder Wi-Fi. 1. MENU → (Draadloos) → [Vliegtuig-stand] → gewenste instelling. Als u [Vliegtuig-stand] instelt op [Aan], wordt een vliegtuig-indicator afgebeeld op het scherm.
accesspoint, raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van het accesspoint, of neemt u contact op met de beheerder van het accesspoint. Een verbinding komt mogelijk niet tot stand, afhankelijk van de omgevingsomstandigheden, zoals het soort bouwmateriaal van de wanden, of de aanwezigheid van een obstakel of een slecht draadloos signaal tussen het apparaat en het accesspoint. Als dat gebeurt, verandert u de plaats van het apparaat of plaatst u het apparaat dichter bij het accesspoint.
Voor een accesspoint zonder de markering is geen wachtwoord nodig. 4. Selecteer [OK]. Hoe het toetsenbord wordt gebruikt Wanneer het handmatig invoeren van tekens is vereist, wordt een toetsenbord afgebeeld op het scherm. 1. Invoerveld De tekens die u invoert worden hierin afgebeeld. 2. Tekensoort wisselen Elke keer wanneer u op in het midden van het besturingswiel drukt, wisselt de tekensoort tussen alfabetische letters, cijfers en symbolen. 3.
4. Vastleggen Legt de ingevoerde tekens vast. 5. Cursor verplaatsen Verplaatst de cursor in het invoerveld naar links of rechts. 6. Wissen Wist het teken vóór de cursor. 7. Maakt van het volgende teken een hoofdletter of kleine letter. 8. Voert een spatie in. Om het invoeren te annuleren, selecteert u [Annuleren]. Overige instelitems Afhankelijk van de status of de instelmethode van uw accesspoint, wilt u mogelijk meer items instellen.
Naam Appar. Bew. U kunt de apparaatnaam veranderen onder Wi-Fi Direct. 1. MENU → (Draadloos) → [Naam Appar. Bew.]. 2. Selecteer het invoervak en voer de apparaatnaam in → [OK]. Raadpleeg "Hoe het toetsenbord wordt gebruikt" voor de invoermethode. [237] Hoe te gebruiken veranderen De Wi-Fi-functies gebruiken De instellingen van Wi-Fi-functies MAC-adres weergvn Beeldt het MAC-adres af van dit apparaat. 1. MENU → (Draadloos) → [MAC-adres weergvn].
verbindingsinformatie, moet u de smartphone opnieuw registreren. [239] Hoe te gebruiken veranderen De Wi-Fi-functies gebruiken De instellingen van Wi-Fi-functies Netw.instell. terugst. Stelt alle netwerkinstellingen terug op de standaardinstellingen. 1. MENU → (Draadloos) → [Netw.instell. terugst.] → [OK].
[242] Hoe te gebruiken installeren Applicaties toevoegen aan het apparaat De applicaties Een serviceaccount openen U kunt een serviceaccount openen dat noodzakelijk is voor het downloaden van applicaties. 1. Ga naar de website voor het downloaden van applicaties. http://www.sony.net/pmca/ 2. Volg de instructies op het scherm en open een serviceaccount. Volg de instructies op het scherm om de gewenste applicatie te downloaden naar het apparaat.
[244] Hoe te gebruiken installeren Applicaties toevoegen aan het apparaat De applicaties Applicaties rechtstreeks downloaden naar het apparaat met behulp van de Wi-Fi-functie U kunt met de Wi-Fi-functie applicaties downloaden zonder een computer aan te sluiten. Maak van tevoren een serviceaccount aan. 1. MENU → (Applicatie) → [Applicatielijst] → (PlayMemories Camera Apps), en volg daarna de instructies op het scherm om applicaties te downloaden. Opmerking Als MENU → (Draadloos) → [Toegangspunt instel.
Open een applicatie die is gedownload vanaf de website voor het downloaden van applicaties PlayMemories Camera Apps. 1. MENU → openen. (Applicatie) → [Applicatielijst] → gewenste applicatie die u wilt Hint Applicaties sneller openen Wijs [Applic. downloaden] en [Applicatielijst] toe aan een eigen toets. U kunt met de eigen toets de applicatie alleen openen of de applicatielijst afbeelden wanneer het opname-informatiescherm wordt afgebeeld.
U kunt de volgorde veranderen waarin toegevoegde applicaties worden afgebeeld op dit apparaat. 1. MENU → [Sorteren]. (Applicatie) → [Applicatielijst] → [Applicatiebeheer] → 2. Selecteer de applicatie waarvan u de volgorde wilt veranderen. 3. Selecteer de bestemming.
Door PlayMemories Home te gebruiken kunt u het volgende doen: U kunt beelden die met dit apparaat zijn opgenomen importeren in uw computer. U kunt beelden die in de computer zijn geïmporteerd weergeven. U kunt uw beelden delen met behulp van PlayMemories Online. U kunt bewegende beelden bewerken, bijvoorbeeld door ze te knippen of plakken. U kunt diverse effecten toevoegen, zoals BGM en ondertiteling, aan bewegende beelden.
Voor gedetailleerde instructies, gaat u naar de ondersteuningspagina van PlayMemories Home. http://www.sony.co.jp/pmh-se/ 2. Sluit het apparaat aan op uw computer met behulp van de micro-USB-kabel (bijgeleverd), en schakel daarna het apparaat in. Nieuwe functies kunnen worden toegevoegd aan PlayMemories Home. Zelfs als PlayMemories Home reeds is geïnstalleerd op uw computer, sluit u dit apparaat en uw computer opnieuw op elkaar aan.
[252] Hoe te gebruiken Een computer gebruiken De software gebruiken Softwareprogramma's voor Mac-computers Voor meer informatie over de softwareprogramma’s voor Macintosh-computers, gaat u naar de volgende URL: http://www.sony.co.jp/imsoft/Mac/ Autom. draadloos importeren "Autom. draadloos importeren" is vereist als u een Mac-computer gebruikt en met behulp van de Wi-Fi-functie beelden wilt importeren in de computer. Download "Autom.
[254] Hoe te gebruiken Een computer gebruiken De software gebruiken Image Data Converter installeren 1. Download en installeer het softwareprogramma door naar de volgende URL te gaan. Windows: http://www.sony.co.jp/imsoft/Win/ Mac: http://www.sony.co.jp/imsoft/Mac/ Opmerking Log in als beheerder.
Remote Camera Control Als Remote Camera Control wordt gebruikt, zijn de volgende bedieningen beschikbaar op de computer. De instellingen van dit apparaat veranderen en opnemen. Beelden rechtstreeks op de computer opnemen. Opnemen met gebruik van een intervaltimer. Gebruik deze functies na het selecteren van MENU → (Instellingen) → [USB-verbinding] → [PC-afstandsbedien.]. Voor informatie over het gebruik van Remote Camera Control, raadpleegt u de Help-functie.
Finder → [Toepassingen] → [Remote Camera Control], en selecteer [Help] op de menubalk → [Remote Camera Control Help]. [259] Hoe te gebruiken computer Een computer gebruiken Dit apparaat aansluiten op een Het apparaat aansluiten op een computer 1. Plaats een voldoende opgeladen accu in het apparaat. 2. Zet het apparaat en de computer aan. 3. Controleer bij [Massaopslag]. (Instellingen) of [USB-verbinding] is ingesteld op 4.
Met PlayMemories Home kunt u eenvoudig beelden importeren. Voor informatie over de functies van PlayMemories Home, raadpleegt u de Help-functie van PlayMemories Home. Beelden importeren in een computer zonder gebruik te maken van PlayMemories Home (voor Windows) Als de wizard AutoPlay wordt afgebeeld nadat een USB-verbinding tot stand is gebracht tussen het apparaat en een computer, klikt u op [Map openen en bestanden weergeven] → [OK] → [DCIM] of [MP_ROOT].
Koppelt de USB-verbinding los tussen dit apparaat en de computer. Volg de procedures vanaf stap 1 t/m 2 hieronder voordat u de volgende handelingen uitvoert: De USB-kabel loskoppelen. Eruit halen van de geheugenkaart. Uitschakelen van het apparaat. 1. Klik op (USB-apparaat voor massaopslag veilig verwijderen) op de taakbalk. 2. Klik op de afgebeelde mededeling.
High-definition (HD)-beeldkwaliteit (Blu-ray Disc) Bewegende beelden in high-definition (HD)-beeldkwaliteit kunnen worden opgenomen op een Blu-ray-disc, om zo een disc van high-definition (HD)beeldkwaliteit te maken. Een Blu-ray-disc maakt het mogelijk om langere films in high-definition (HD)-beeldkwaliteit op te nemen dan dvd-discs. Schrijfbaar bestandsformaat voor bewegende beelden: XAVC S, AVCHD, MP4 (AVC) Spelers: Blu-ray-discweergaveapparaten (Sony Blu-ray-discspelers, PlayStation 3, enz.
BD-R*/ DVD-R/DVD+R/DVD+R DL: Niet-herschrijfbaar BD-RE*/DVD-RW/DVD+RW: Herschrijfbaar * Later aanvullend materiaal opnemen is niet mogelijk. Zorg altijd dat uw "PlayStation 3" de meest recente versie van de systeemsoftware voor "PlayStation 3" gebruikt.
Om een Blu-ray-disc te maken van bewegende beelden die zijn opgenomen in het AVCHD-formaat met [ Opname-instell.] ingesteld op [60p 28M(PS)]/[50p 28M(PS)], moet u een apparaat gebruiken dat compatibel is met het AVCHDformaat Ver. 2.0. De gemaakte Blu-ray-disc kan alleen worden weergegeven op een apparaat dat compatibel is met het AVCHD-formaat Ver. 2.0.
oorspronkelijke beeldkwaliteit, kopieert u de bewegende beelden naar een computer of een extern medium. Wanneer u een AVCHD-opnamedisc maakt met behulp van PlayMemories Home van bewegende beelden opgenomen in het AVCHD-formaat met [ Opname-instell.] ingesteld op [60p 28M(PS)]/[50p 28M(PS)], [60i 24M(FX)]/[50i 24M(FX)] of [24p 24M(FX)]/[25p 24M(FX)], wordt de beeldkwaliteit omgezet en is het niet mogelijk een disc te maken in de oorspronkelijke beeldkwaliteit.
[266] Hoe te gebruiken Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat Voorzorgsmaatregelen Voorzorgsmaatregelen Reservekopie maken van geheugenkaarten Gegevens kunnen beschadigd raken in de volgende gevallen. Zorg ervoor dat u een reservekopie van de gegevens maakt. Wanneer de geheugenkaart uit het apparaat wordt verwijderd, de USB-kabel wordt losgekoppeld of het apparaat wordt uitgezet tijdens het lezen of wegschrijven van gegevens.
Als het apparaat in de achterzak van uw broek of jurk zit, mag u niet in een stoel of op een andere plaats gaan zitten omdat het apparaat hierdoor beschadigd kan worden of defect kan raken. Bedrijfstemperatuur Uw apparaat is ontworpen voor gebruik bij temperaturen tussen 0 °C en 40 °C. Gebruik bij extreem lage of hoge temperaturen buiten dit bereik, wordt niet aanbevolen.
Compatibiliteit van beeldgegevens Het apparaat voldoet aan de universele normen van DCF (Design rule for Camera File system) vastgesteld door JEITA (Japan Electronics and Information Technology Industries Association). Wij kunnen niet garanderen dat beelden die met dit apparaat zijn opgenomen, kunnen worden weergegeven op andere apparatuur, of dat beelden die met andere apparatuur zijn opgenomen of bewerkt, kunnen worden weergegeven op dit apparaat.
Als u de monitor of de lens langdurig blootstelt aan direct zonlicht kan een storing optreden. Wees voorzichtig wanneer u het apparaat bij een venster of buiten neerzet. Stel de lens niet rechtstreeks bloot aan lichtstralen, zoals laserstralen. Hierdoor kan de beeldsensor worden beschadigd en kan een storing optreden in de camera. Oefen geen druk uit op de monitor. De kleuren op de monitor kunnen veranderen waardoor zich een storing kan voordoen. Op een koude plaats kan het beeld op de monitor na-ijlen.
Bedek de flitser niet met uw vingers. Draag het apparaat niet aan de flitser en oefen er geen buitensporige kracht op uit. Als water, stof of zand via de geopende flitser binnendringt, kan een defect optreden. Wanneer u de flitser omlaag duwt, let u erop dat uw vingers niet bekneld raken. Opmerkingen over het weggooien of aan anderen overdragen van dit apparaat Voordat u dit apparaat weggooit of aan anderen overdraagt, vergeet u niet de volgende bedieningen uit te voeren ter bescherming van privégegevens.
Opmerkingen over de accu De accu opladen Laad de accu (bijgeleverd) op voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt. De opgeladen accu verliest steeds wat lading, ook als u de accu niet gebruikt. Laad de accu elke keer op voordat u het apparaat gebruikt, zodat u geen kans om beelden op te nemen onbenut laat. U kunt de accu opladen ook als deze niet volledig leeg is. U kunt een gedeeltelijk opgeladen accu gebruiken.
warmen en in het apparaat te plaatsen kort voordat u opnamen gaat maken. Als u metalen voorwerpen, zoals sleutels, in uw zak hebt zitten, let u erop dat deze geen kortsluiting kunnen veroorzaken. De accu ontlaadt snel als u de flitser of de ononderbroken opnamefunctie veel gebruikt, de camera vaak aan-/uitschakelt, of de monitor erg helder instelt. Wij adviseren u reserveaccu's voor te bereiden en proefopnamen te maken voordat u de werkelijke opnamen maakt. Laat de accu niet nat worden.
koele, droge plaats. U kunt het vermogen van de accu opgebruiken door het apparaat in de stand voor de diavoorstelling te laten staan totdat het apparaat zichzelf uitschakelt. Voorkom dat de contactpunten vuil worden, worden kortgesloten enzovoort en gebruik daarom een plastic zakje om contact met metalen materialen te vermijden wanneer u de accu bij u draagt of opbergt. Over de levensduur van de accu De levensduur van de accu is beperkt.
tijdelijk is gestopt en in de stand-bystand staat. Het opladen stopt automatisch en wordt in de standby-stand gezet wanneer de temperatuur buiten het bedrijfstemperatuurbereik komt. Nadat de temperatuur weer binnen het bedrijfstemperatuurbereik ligt, wordt het opladen voortgezet en gaat het oplaadlampje weer aan. Het wordt aanbevolen om de accu op te laden bij een omgevingstemperatuur van 10 °C en 30 °C.
terwijl de toegangslamp aan is. Hierdoor kunnen de gegevens of de geheugenkaart beschadigd worden. Als de geheugenkaart wordt gebruikt vlakbij gebieden met een sterk magnetisch veld, of wordt gebruikt op plaatsen die blootgesteld worden aan statische elektriciteit of elektrische ruis, kunnen de gegevens op de geheugenkaart worden beschadigd. Probeer niet een geheugenkaart te plaatsen die niet in de geheugenkaartgleuf past. Als u dit toch doet, zal een storing worden veroorzaakt.
Reinig het lensoppervlak met een in de winkel verkrijgbaar blaasbalg. Als het vuil vastzit op het oppervlak, veegt u dit eraf met een zachte doek of tissue die licht bevochtigd is met lensreinigingsvloeistof. Veeg met spiraalbewegingen vanuit het midden naar de rand. Spuit de lensreinigingsvloeistof niet rechtstreeks op het lensoppervlak. De flitser reinigen Maak het venster van de flitser schoon vóór deze te gebruiken.
Het aantal stilstaande beelden kan verschillen afhankelijk van de opnameomstandigheden en de geheugenkaart.
oorspronkelijke beeldformaat. [273] Hoe te gebruiken Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat stilstaande beelden en opnameduur van bewegende beelden Aantal opneembare Resterende opnameduur van bewegende beelden De onderstaande tabel toont bij benadering de maximale opnameduur van bewegende beelden gedurende welke kan worden opgenomen op een geheugenkaart die is geformatteerd in dit apparaat. Deze tijdsduren zijn de totale lengten van alle bewegende beelden op de geheugenkaart.
16 GB: 30 m 32 GB: 1 h 64 GB: 2 h 5 m [ Bestandsindeling]:[XAVC S HD] 60p 50M 50p 50M 8 GB: 15 m 16 GB: 35 m 32 GB: 1 h 15 m 64 GB: 2 h 35 m 30p 50M 25p 50M 8 GB: 15 m 16 GB: 35 m 32 GB: 1 h 15 m 64 GB: 2 h 35 m 24p 50M* 8 GB: 15 m 16 GB: 35 m 32 GB: 1 h 15 m 64 GB: 2 h 35 m 120p 100M 100p 100M 8 GB: 9 m 16 GB: 15 m 32 GB: 35 m 64 GB: 1 h 15 m 120p 60M 100p 60M 8 GB: 15 m 16 GB: 30 m 32 GB: 1 h 64 GB: 2 h 5 m [ Bestandsindeling]: [AVCHD] 60i 24M(FX) 50i 24M(FX) 8 GB: 40 m 16 GB: 1 h 25 m
32 GB: 3 h 64 GB: 6 h 60i 17M(FH) 50i 17M(FH) 8 GB: 55 m 16 GB: 2 h 32 GB: 4 h 5 m 64 GB: 8 h 15 m 60p 28M(PS) 50p 28M(PS) 8 GB: 35 m 16 GB: 1 h 15 m 32 GB: 2 h 30 m 64 GB: 5 h 5 m 24p 24M(FX) 25p 24M(FX) 8 GB: 40 m 16 GB: 1 h 25 m 32 GB: 3 h 64 GB: 6 h 24p 17M(FH) 25p 17M(FH) 8 GB: 55 m 16 GB: 2 h 32 GB: 4 h 5 m 64 GB: 8 h 15 m [ Bestandsindeling]: [MP4] 1920x1080 60p 28M 1920x1080 50p 28M 8 GB: 35 m 16 GB: 1 h 15 m 32 GB: 2 h 35 m 64 GB: 5 h 20 m 1920x1080 30p 16M 1920x1080 25p 16M 8 GB: 1 h 16 GB: 2 h
64 GB: 8 h 25 m 1280x720 30p 6M 1280x720 25p 6M 8 GB: 2 h 35 m 16 GB: 5 h 20 m 32 GB: 10 h 55 m 64 GB: 22 h * Alleen wanneer [NTSC/PAL schakel.] is ingesteld op NTSC. In de standaardinstellingen van de camera is ononderbroken opnemen mogelijk gedurende ongeveer 29 minuten (max.) per opname bij een temperatuur van ongeveer 25 °C. De opnameduur is echter ongeveer 5 minuten voor het opnemen van bewegende beelden in het formaat XAVC S 4K of XAVC S HD 120p/100p. (beperkt door de productspecificaties).
als volgt, wanneer de camera begint op te nemen in de standaardinstellingen van de camera nadat de camera enige tijd uitgeschakeld is geweest. (De volgende waarden geven de ononderbroken tijdsduur aan vanaf het moment waarop de camera begint met opnemen tot het moment waarop de camera stopt met opnemen.) Omgevingstemperatuur: 25 °C Ononderbroken opnameduur voor bewegende beelden: ongeveer 29 minuten (echter, de opnameduur is ongeveer 5 minuten bij het opnemen in het formaat XAVC S 4K of XAVC S HD 120p/100p.
[275] Hoe te gebruiken buitenland gebruiken Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat Dit apparaat in het Over tv-kleursystemen Om bewegende beelden die met dit apparaat zijn opgenomen te bekijken op een televisie, moeten het apparaat en de televisie hetzelfde kleursysteem gebruiken. Controleer het kleursysteem van de televisie in het land of gebied waarin u het apparaat gebruikt.
[277] Hoe te gebruiken Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat Overige informatie AVCHD-formaat Het AVCHD-formaat werd ontwikkeld voor digitale high-definitionvideocamera’s voor het opnemen van een high-definition (HD)-signaal met behulp van een zeer efficiënte compressiecoderingstechnologie. Het MPEG-4 AVC/H.264-formaat wordt gebruikt om de gegevens van bewegende beelden te comprimeren, en het Dolby Digital- of Linear PCM-systeem wordt gebruikt om de audiogegevens te comprimeren. Het MPEG-4 AVC/H.
GEEN BELONING ONTVANGT VOOR (i) HET CODEREN VAN VIDEO IN OVEREENSTEMMING MET DE AVC-NORM ("AVC-VIDEO") EN/OF (ii) HET DECODEREN VAN AVC-VIDEO DIE IS GECODEERD DOOR EEN CONSUMENT IN HET KADER VAN EEN PERSOONLIJKE ACTIVITEIT EN/OF VERKREGEN VAN EEN VIDEO-LEVERANCIER DIE IS GEAUTORISEERD OM AVC-VIDEO TE LEVEREN. ER WORDT GEEN LICENTIE VERLEEND OF GEÏMPLICEERD VOOR ENIG ANDER GEBRUIK. AANVULLENDE INFORMATIE KAN WORDEN VERKREGEN VAN MPEG LA, L.L.C. ZIE HTTP://WWW.MPEGLA.
Online-logo, PlayMemories Home, PlayMemories Home-logo, PlayMemories Mobile, PlayMemories Mobile-logo PlayMemories Camera Apps, PlayMemories Camera Apps-logo XAVC S en zijn gedeponeerde handelsmerken van Sony Corporation. Blu-ray Disc™ en Blu-ray™ zijn handelsmerken van de Blu-ray Disc Association. AVCHD Progressive en het AVCHD Progressive-logotype zijn handelsmerken van Panasonic Corporation en Sony Corporation. Dolby en het dubbele-D-symbool zijn handelsmerken van Dolby Laboratories.
Problemen oplossen Als u problemen ondervindt met het apparaat, probeer dan de volgende oplossingen. 1. Controleer de onderdelen onder "Problemen oplossen" en controleer daarna het apparaat. Als een mededeling zoals "C/E:□□:□□" wordt afgebeeld op het scherm, raadpleegt u het zelfdiagnosedisplay. 2. Haal de accu eruit, wacht ongeveer één minuut, plaats de accu weer terug, en schakel vervolgens het toestel in. 3. Stel de instellingen terug op de standaardinstellingen. 4.
Controleer of de accu correct is geplaatst. De accu zal uit zichzelf leeglopen, zelfs als u hem niet gebruikt. Laad de accu vóór gebruik op. Controleer of uw accu een NP-BX1-accu is. [283] Probleemoplossing Problemen oplossen Accu en voeding Het apparaat schakelt plotseling uit. Afhankelijk van de apparaat- en accutemperatuur kan de voeding automatisch worden uitgeschakeld om het apparaat te beschermen.
gebruikt. De capaciteit van de accu neemt na verloop van tijd en door herhaald gebruik af. Als de gebruiksduur na opladen aanzienlijk korter is geworden, is het waarschijnlijk tijd de accu te vervangen door een nieuwe. [286] Probleemoplossing Problemen oplossen Accu en voeding Het oplaadlampje van het apparaat knippert tijdens het opladen van de accu. Controleer of uw accu een NP-BX1-accu is. Verwijder de accu en plaats hem daarna terug in het apparaat.
elektronische zoeker staat omhoog. Duw de elektronische zoeker omlaag of verander [FINDER/MONITOR] in [Automatisch]. [289] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden U kunt geen beelden opnemen. U gebruikt een geheugenkaart met een schrijfbeveiligingsschakelaar en de schakelaar staat in de stand LOCK. Zet de schakelaar in de stand voor opnemen. Controleer de vrije opslagcapaciteit van de geheugenkaart. U kunt tijdens het opladen van de flitser geen beelden opnemen.
storing. U neemt op in de RAW-functie. Aangezien RAW-gegevensbestanden groot zijn, kan het opnemen in de RAW-functie enige tijd duren. De functie [Auto HDR] is bezig een beeld te bewerken. Het apparaat voegt beelden samen. [292] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden Hetzelfde beeld wordt meerdere keren opgenomen. Stel de transportfunctie in op [Enkele opname].
opnameafstand (W-kant: ong. 5 cm; T-kant: ong. 30 cm) tussen de lens en het onderwerp. Druk de ontspanknop tot halverwege in en neem daarna de beelden op. Er is onvoldoende omgevingslicht. [Scherpstelfunctie] is ingesteld op [H. scherpst.]. Stel [Scherpstelfunctie] in op een andere instelling dan [H. scherpst.]. Als het apparaat niet automatisch kan scherpstellen, knippert de scherpstellingsindicator.
[297] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden Wazige ronde witte vlekken zijn te zien op beelden die met de flitser zijn gemaakt. Het flitslicht is weerkaatst door deeltjes in de lucht (stof, pollen enzovoort) en dat is op het beeld te zien. Dit is geen storing. [298] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden De close-up-opnamefunctie (Macro) werkt niet. Het apparaat stelt automatisch scherp.
[300] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden De datum en tijd worden onjuist opgenomen. Stel de juiste datum en tijd in. Het gebied dat is geselecteerd met behulp van [Tijdzone instellen] verschilt van het werkelijke gebied. Selecteer het werkelijke gebied. [301] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden De diafragmawaarde en/of de sluitertijd knipperen.
Het apparaat probeert de zichtbaarheid van het scherm te verhogen door de monitor tijdelijk helderder te maken onder omstandigheden met een slechte verlichting. Dit is niet van invloed op het opgenomen beeld. [304] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden Een donkere schaduw verschijnt in het beeld. Afhankelijk van de helderheid van het onderwerp, is het mogelijk dat een donkere schaduw zichtbaar is op het beeld wanneer u het diafragma verandert. Dit is geen storing.
opnemen U kunt niet continu beelden opnemen. De geheugenkaart is vol. Wis overbodige beelden. De accu is bijna leeg. Plaats een opgeladen accu. [308] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden Het beeld is niet helder in de zoeker. Stel de diopter goed in met behulp van het diopter-instelwiel. [309] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden Er worden geen beelden weergegeven in de zoeker.
[311] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden [Finder/Monitor sel.] werkt niet ondanks dat dit is toegewezen aan een bepaalde knop met behulp van [Eigen toets(opname)] of [Eigen toets(WG)]. [FINDER/MONITOR] is momenteel ingesteld op [Automatisch]. Stel [FINDER/MONITOR] in op [Zoeker(handmatig)] of [Monitor(handmatig)]. [312] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden Het beeld is witachtig (schittering).
[Automatisch]. Om de kleurtinten correct weer te geven, stelt u [Gammaweerg.hulp] in op [Uit]. [314] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden Het beeld is wazig. Zorg ervoor dat [SteadyShot] is ingesteld op [Aan]. Het beeld werd opgenomen op een donkere locatie zonder gebruik te maken van de flitser, waardoor camerabewegingen werden veroorzaakt. Het gebruik van een statief of de flitser wordt aanbevolen. [Schemeropn.
gebruikelijk omdat moet worden voorkomen dat de camera te heet wordt. [317] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden Het besturingswiel werkt niet. [Wiel vergrendelen] is ingeschakeld. Houd de Fn-knop ingedrukt totdat de vergrendeling wordt vrijgegeven, of stel [Wiel vergrendelen] in op [Ontgrendelen]. [318] Probleemoplossing Problemen oplossen Beelden weergeven Het lukt niet beelden weer te geven.
[320] Probleemoplossing Problemen oplossen Beelden weergeven De kleurtinten van het beeld dat wordt weergegeven lijken onnatuurlijk. De instelling van [Gamma-weerg.hulp] is niet geschikt voor het opgenomen beeld. Om de kleurtinten correct weer te geven, gebruikt u de correcte instelling voor [Gamma-weerg.hulp]. [321] Probleemoplossing Problemen oplossen Beelden weergeven Het lukt niet het beeld te wissen. Annuleer de beveiliging.
[324] Probleemoplossing Problemen oplossen Wi-Fi U kunt het draadloze accesspoint waarmee moet worden verbonden niet vinden. Mogelijk wordt het draadloze accesspoint niet op het apparaat afgebeeld als gevolg van de signaalomstandigheden. Plaats het apparaat dichter bij het draadloze accesspoint. Mogelijk wordt het draadloze accesspoint niet op het apparaat afgebeeld vanwege de instellingen van het accesspoint. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het draadloze accesspoint.
U kunt geen bewegende beelden in het XAVC S-formaat zenden naar een smartphone. U kunt geen bewegende beelden in het AVCHD-formaat zenden naar een smartphone. Stel [ Bestandsindeling] in op [MP4] voordat u bewegende beelden opneemt. [328] Probleemoplossing Problemen oplossen Wi-Fi [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] of [Naar smartph verznd] wordt voortijdig geannuleerd. Wanneer de resterende acculading laag is, kan [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.
wacht u langer dan 10 seconden en raakt u ze weer met elkaar aan. [Vliegtuig-stand] is ingesteld op [Aan]. Stel [Vliegtuig-stand] in op [Uit]. Controleer of de NFC-functie is geactiveerd op de smartphone. Voor meer informatie raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van de smartphone. Plaats geen metalen voorwerpen anders dan een smartphone in de buurt van (N-markering). Breng geen verbinding tot stand tussen dit apparaat en twee of meer smartphones tegelijkertijd.
Sluit dit apparaat goed aan op de computer door middel van een USBverbinding. Als u beelden opneemt op een geheugenkaart die op een computer is geformatteerd, kan het onmogelijk zijn de beelden te importeren in een computer. Neem op met een geheugenkaart die door dit apparaat is geformatteerd. [333] Probleemoplossing Problemen oplossen Computers Het beeld en het geluid worden onderbroken door ruis wanneer u een film op een computer bekijkt. U geeft de film rechtstreeks weer vanaf de geheugenkaart.
[336] Probleemoplossing Problemen oplossen Afdrukken U kunt geen beelden afdrukken. RAW-beelden kunnen niet worden afgedrukt. Om RAW-beelden af te drukken, zet u ze eerst om in JPEG-beelden met behulp van Image Data Converter. [337] Probleemoplossing Problemen oplossen Afdrukken Het beeld heeft een vreemde kleur. Bij het afdrukken van beelden die opgenomen zijn in de stand Adobe RGB op sRGB-printers die niet compatibel zijn met Adobe RGB (DCF2.0/Exif2.
Als u [ Datum schrijven] instelt op [Aan], kunt u stilstaande beelden met de datum erop afdrukken. Merk op dat u de datum niet van het beeld kunt wissen op de camera. Als u beelden wilt afdrukken met de datum erop, gebruikt u [Afdrukinstelling] onder [Printen opgeven]. U kunt beelden afdrukken met de datum op het beeld geprojecteerd als de printer of de software Exif-informatie kan herkennen.
[342] Probleemoplossing Problemen oplossen Overige Het apparaat wordt warm wanneer u het gedurende een lange tijd gebruikt. Schakel het apparaat uit en gebruik het enige tijd niet. [343] Probleemoplossing Problemen oplossen Overige Het klok-instelscherm wordt afgebeeld nadat het apparaat is ingeschakeld. Stel de datum en tijd opnieuw in. De ingebouwde, oplaadbare reservebatterij is leeg. Plaats een opgeladen accu en laat het toestel gedurende 24 uur of langer uitgeschakeld liggen.
schakelt u de camera eerst uit en verzekert u zich ervan dat de toegangslamp niet brandt. [346] Probleemoplossing Problemen oplossen Overige Het apparaat werk niet goed. Schakel het apparaat uit. Haal de accu eruit en plaats hem weer terug. Als het apparaat heet is, haalt u de accu eruit en laat u hem afkoelen voordat u deze corrigerende handeling uitvoert. [347] Probleemoplossing Problemen oplossen Overige Een geluid is hoorbaar wanneer het apparaat wordt geschud.
zelfdiagnosefunctie van dit apparaat in werking getreden. De laatste twee cijfers (hieronder aangeduid met twee blokjes: □□) verschillen afhankelijk van de toestand van het apparaat. Als u de fout niet kunt verhelpen, zelfs niet nadat u de corrigerende handeling enkele keren hebt uitgevoerd, kan het noodzakelijk zijn het apparaat te laten repareren. Neem contact op met uw Sony-dealer of plaatselijk, erkend Sonyservicecentrum. C:32:□□ Er is een storing opgetreden in de hardware van het apparaat.
Waarschuwingsberichten Gebied/datum/tijd instellen Stel het gebied, de datum en de tijd in. Laad de ingebouwde, oplaadbare reservebatterij op als u het apparaat gedurende een lange tijd niet hebt gebruikt. Geheugenkaart onbruikbaar. Formatteren? De geheugenkaart is geformatteerd op een computer en de bestandsindeling is gewijzigd. Selecteer [Enter], en formatteer daarna de geheugenkaart. U kunt de geheugenkaart daarna opnieuw gebruiken, maar alle eerder opgenomen gegevens op de geheugenkaart zijn gewist.
Verwerkt... Bij het uitvoeren van ruisonderdrukking, wordt het onderdrukkingsproces op dit moment uitgevoerd. Tijdens het uitvoeren van de ruisonderdrukking kunt u geen verdere opnamen maken. Beeldweergave onmogelijk. Beelden die zijn opgenomen met een ander apparaat of beelden die zijn gewijzigd op een computer, kunnen mogelijk niet worden weergegeven. Bewerking op een computer, zoals het wissen van beeldbestanden, kunnen leiden tot inconsistenties in de beelddatabasebestanden.
[Beeld-DB herstellen]. Systeemfout Camerafout. Schakel uit en in. Haal de accu eruit en plaats hem weer terug. Als deze mededeling veelvuldig wordt afgebeeld, neemt u contact op met uw Sony-dealer of plaatselijk, erkend Sony-servicecentrum. Beeldvergroting onmogelijk. Beeldrotatie onmogelijk. Beelden die met een ander apparaat zijn opgenomen, kunnen mogelijk niet worden vergroot of geroteerd. Kan geen mappen meer maken. Een map op de geheugenkaart heeft als eerste drie cijfers "999".
Hoge beeldsnelheid Flikkerende lampen Panorama d. beweg. Hoge beeldsnelheid Onderwerpen die zich te dicht bij het apparaat bevinden Panorama d. beweg. Onderwerpen met grote bewegingen of onderwerpen die te snel bewegen Superieur automat. Panorama d. beweg. Auto HDR AF-vergrendeling Onderwerpen die te klein of te groot zijn Panorama d. beweg. AF-vergrendeling Scènes met te weinig contrast, zoals de lucht of een zandstrand Panorama d. beweg. Superieur automat. AF-snelheid Gevoel. AF-volg.