Digitale camera DSC-RX100M3 Hoe te gebruiken Vóór gebruik Namen van de onderdelen De camera en bijgeleverde artikelen controleren [1] Plaats van de onderdelen [2] Pictogrammen en indicators Lijst van pictogrammen op het scherm [3] De riem gebruiken De polsriem gebruiken [4] De schouderriem gebruiken (los verkrijgbaar) [5] De zoeker instellen De zoeker afstellen (diopterinstelling) [6] Helpfunctie in camera Over de [Helpfunct.
De accu opladen terwijl deze in de camera is geplaatst [8] Opladen door aansluiting op een computer [9] De accu in de camera plaatsen [10] De gebruiksduur van de accu en het aantal beelden dat kan worden opgenomen/weergegeven met een accu [11] Voeding vanuit een stopcontact [12] De accu verwijderen [13] Een geheugenkaart plaatsen (los verkrijgbaar) De geheugenkaart plaatsen [14] De geheugenkaart verwijderen [15] De datum en tijd instellen De datum en tijd instellen [16] De bedieningsmethode controleren D
Lijst met standen van de functiekeuzeknop [24] Slim automatisch [25] Superieur automat. [26] Over scèneherkenning [27] De voordelen van automatisch opnemen [28] Autom. programma [29] Panorama d. beweg. [30] Scènekeuze [31] Sluitertijdvoorkeuze [32] Diafragmavoorkeuze [33] Handm. belichting [34] BULB [35] Geheug.nr. oproep.
DISP-knop (Zoeker) [48] DISP-knop (Scherm) [49] Het formaat/de kwaliteit van stilstaande beelden selecteren Beeldformaat (stilstaand beeld) [50] Beeldverhouding (stilstaand beeld) [51] Kwaliteit (stilstaand beeld) [52] Panorama: formaat [53] Panorama: richting [54] Scherpstellen Scherpstelfunctie [55] Scherpstelgebied [56] Centr. AF-vergrend. [57] Scherpstelvergrendeling [58] H. scherpst. [59] Directe handmatige scherpstelling (DMF) [60] MF Assist (stilstaand beeld) [61] Scherpst.
Zebra [74] Belichtingsinst.gids [75] Een transportfunctie selecteren (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Transportfunctie [76] Continue opname [77] Cont. m. snelh.vk. [78] Zelfontspanner [79] Zelfontsp.(Cont.) [80] Bracket continu [81] Bracket enkel [82] Witbalansbracket [83] Bracket DRO [84] Bracketvolgorde [85] Foto's van uzelf nemen door naar het scherm te kijken Zelfportr./-ontspan. [86] De ISO-gevoeligheid selecteren ISO [87] NR Multi Frame [88] De helderheid of het contrast corrigeren D.
Foto-effect [93] Creatieve stijl [94] Bewegende beelden opnemen Formaten voor het opnemen van bewegende beelden [95] Bestandsindeling (bewegende beelden) [96] Opname-instell. (bewegende beelden) [97] Dubbele video-OPN [98] SteadyShot (bewegende beelden) [99] Geluid opnemen [100] Microfoon ref. niveau [101] Windruis reductie [102] Aut. lang. sluit.tijd (bewegende beelden) [103] Knop MOVIE [104] De opnamefuncties aanpassen voor handig gebruik Geheugen [105] Instell. functiemenu [106] Eigen toetsinstelling.
Rode ogen verm. [119] Autom. kadreren (stilstaand beeld) [120] SteadyShot (stilstaand beeld) [121] NR lang-belicht (stilstaand beeld) [122] NR bij hoge-ISO (stilstaand beeld) [123] Datum schrijven (stilstaand beeld) [124] Kleurenruimte (stilstaand beeld) [125] Stramienlijn [126] Autom.
Panoramabeelden weergeven [141] Afdrukken Printen opgeven [142] De weergavefuncties gebruiken Weergavefunctie [143] Weergave-rotatie [144] Diavoorstelling [145] Roteren [146] Beveiligen [147] WG 4K-stilst. beeld [148] Schoonheidseffect [149] Beelden bekijken op een televisie Beelden bekijken op een HD-televisie [150] Beelden bekijken op een "BRAVIA" Sync-compatibele televisie [151] Instellingen veranderen Menu Setup Monitor-helderheid [152] Helderheid zoeker [153] Kleurtemp.
PAL/NTSC schakel. [163] Demomodus [164] HDMI-resolutie [165] CTRL.VOOR HDMI [166] HDMI-inform.weerg. [167] USB-verbinding [168] USB LUN-instelling [169] USB-voeding [170] Taal [171] Datum/tijd instellen [172] Tijdzone instellen [173] Formatteren [174] Bestandsnummer [175] OPN.-map kiezen [176] Nieuwe map [177] Mapnaam [178] Beeld-DB herstellen [179] Media-info weergev.
One-touch connection met een NFC-compatibele Android-smartphone (NFC One-touch remote) [189] Beelden kopiëren naar een smartphone Naar smartph verznd [190] Beelden zenden naar een Android-smartphone (NFC One-touch sharing) [191] Beelden kopiëren naar een computer Naar computer verz. [192] Beelden kopiëren naar een televisie Op TV bekijken [193] De instellingen van Wi-Fi-functies veranderen Vliegtuig-stand [194] WPS-Push [195] Toegangspunt instel. [196] Naam Appar. Bew.
[205] De applicaties openen De gedownloade applicatie openen [206] De applicaties beheren Applicaties verwijderen [207] De volgorde van de applicaties veranderen [208] De accountinformatie van PlayMemories Camera Apps bevestigen [209] Weergeven op een computer Aanbevolen computeromgeving Aanbevolen computeromgeving [210] De software gebruiken PlayMemories Home [211] PlayMemories Home installeren [212] Softwareprogramma's voor Mac-computers [213] "Image Data Converter" [214] "Image Data Converter" instal
Een disc maken met een ander apparaat dan een computer [222] Een Blu-ray Disc maken [223] Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat Voorzorgsmaatregelen Voorzorgsmaatregelen [224] Interne oplaadbare batterij [225] Opmerkingen over de accu [226] De accu opladen [227] Geheugenkaart [228] Dit apparaat reinigen Reiniging [229] Aantal opneembare stilstaande beelden en opnameduur van bewegende beelden Aantal stilstaande beelden [230] Resterende opnameduur van bewegende beelden [231] Dit apparaat in het buitenland geb
Probleemoplossing In geval van problemen In geval van problemen Problemen oplossen [237] Problemen oplossen Accu en voeding U kunt de accu niet in het apparaat plaatsen. [238] U kunt het apparaat niet inschakelen. [239] Het apparaat schakelt plotseling uit. [240] De resterende-acculadingindicator geeft een verkeerd niveau aan. [241] Het oplaadlampje van het apparaat knippert tijdens het opladen van de accu. [242] De accu die in de camera is geplaatst, wordt niet opgeladen.
De kleuren van het beeld zijn niet juist. [256] In het beeld verschijnt ruis wanneer u op een donkere plaats naar het scherm kijkt. [257] Een donkere schaduw verschijnt in het beeld. [258] De ogen van het onderwerp zijn rood. [259] Punten verschijnen en blijven op het scherm. [260] U kunt niet continu beelden opnemen. [261] Het beeld is niet helder in de zoeker. [262] Het beeld is wazig. [263] Het LCD-scherm wordt donkerder nadat een korte tijdsduur is verstreken.
U kunt geen beelden importeren. [280] Het beeld en het geluid worden onderbroken door ruis wanneer u een film op een computer bekijkt. [281] Beelden die vanaf een computer zijn geëxporteerd, kunnen niet op dit apparaat worden weergegeven. [282] Geheugenkaarten De geheugenkaart is per ongeluk geformatteerd. [283] Afdrukken U kunt geen beelden afdrukken. [284] Het beeld heeft een vreemde kleur. [285] Bij de afdruk van de beelden worden beide randen afgesneden.
Situaties die voor dit apparaat moeilijkheden opleveren Situaties die voor dit apparaat moeilijkheden opleveren [297] [1] Hoe te gebruiken Vóór gebruik Namen van de onderdelen De camera en bijgeleverde artikelen controleren De cijfer tussen haakjes geeft het aantal aan. Camera (1) NP-BX1 Oplaadbare accu (1) Micro-USB-kabel (1) AC-UB10C/UB10D Netspanningsadapter (1) Netsnoer (1)* (niet bijgeleverd in de Verenigde Staten en Canada) * Mogelijk worden meerdere netsnoeren bij uw camera geleverd.
Riemadapter (2) Gebruiksaanwijzing (1) Wi-Fi Connection/One-touch (NFC) Guide (1) [2] Hoe te gebruiken Vóór gebruik Namen van de onderdelen Plaats van de onderdelen 1. 2. 3. 4. 5. ON/OFF (aan/uit-)knop Aan-/oplaadlampje Ontspanknop Functiekeuzeknop Voor opnemen: W/T (zoom-)knop Voor weergeven: (Beeldindex)-hendel/ 6. Zelfontspannerlamp/AF-hulplicht 7. Flitser (weergavezoom-)knop Bedek de flitser niet met uw vinger. Om de flitser te gebruiken verschuift u de (flitser omhoog-)knop.
oculair aan beide zijkanten beet en trek hem in de richting van het scherm tot hij vastklikt. Wanneer u in de zoeker kijkt, wordt de zoekerfunctie ingeschakeld, en wanneer u uw gezicht verwijdert van de zoeker, keert de zoekerfunctie terug naar de monitorfunctie. 10. Microfoon 11. Zoeker-omhoogknop Als u de zoeker-omhoogknop verschuift terwijl de camera is uitgeschakeld, wordt de camera ingeschakeld. 12. Oog voor riem 13.
. Lichtsensor 20. Voor opnemen: Fn (Functie) -knop Voor weergeven: (Naar smartph verznd)-knop U kunt het scherm [Naar smartph verznd] afbeelden door op deze knop te drukken. 21. MOVIE (bewegende beelden) -knop 22. Multi/Micro USB-aansluiting Ondersteunt een micro-USB-compatibel apparaat. 23. 24. 25. 26. 27. 28. HDMI-microaansluiting MENU-knop Wi-Fi-sensor (ingebouwd) Besturingswiel (weergave-)knop Voor opnemen: C (Custom)-knop Voor weergeven: (wis-)knop 29. Accuvak 30. Accuvergrendelingshendel 31.
De hieronder getoonde weergegeven inhoud en de positie ervan dienen slechts als richtlijn en kunnen verschillen van de daadwerkelijke weergave.
P P* A S M 1. Opnamefunctie Registernummer Geheugenkaart/Uploaden Pictogram van scèneherkenning Scènekeuze 100 Resterend aantal opneembare beelden Beeldverhouding van stilstaande beelden 20M / 18M / 17M / 13M / 10M / 7.5M / 6.5M / 5.0M / 4.2M / 3.
Waarschuwing voor resterende acculading Flitser bezig op te laden AF-hulplicht SteadyShot/Camerabeweging-indicator Vliegtuigfunctie Overlay-effect Geen audio-opname van bewegende beelden Microfoon ref.
Weergavefunctie 100-0003 Map - bestandsnummer Opnamefunctie voor bewegende beelden Beveiligen DPOF DPOF ingesteld Autom. kadreren Dubbele video-OPN 2. Transportfunctie Lichtmeetfunctie Flitserfunctie/Rode-ogeneffectvermindering ±0.0 Flitscompensatie Scherpstellingsfunctie 7500K A5 G5 Witbalans (Automatisch, Vooringesteld, Eigen, Kleurtemperatuur, CC-filter) Scherpstelgebied DRO/Auto HDR ND-filter +3 +3 +3 Creatieve stijl/contrast, verzadiging, scherpte Lach-/Gezichtsherk.
Reliëfniveau Foto-effect Gevoeligheidsindicator lachdetectie 3. AF-vergrendeling Gidsweergave voor AF-vergrendeling REC 0:12 Opnameduur van de bewegende beelden (m:s) Functie van besturingsring Functie van besturingswiel Scherpstellen 1/250 Sluitertijd F3.5 Diafragmawaarde ±0.0 Gemeten-handmatig ±0.
Diafragma-indicatie Histogram Foto-effectfout Waarschuwing Auto HDR-beeld 2014-1-1 10:37PM Opnamedatum 3/7 Bestandsnummer/Aantal beelden in de weergavefunctie [4] Hoe te gebruiken Vóór gebruik De riem gebruiken De polsriem gebruiken Bevestig de polsriem en steek uw hand door de lus om te voorkomen dat het apparaat valt en beschadigd raakt.
[6] Hoe te gebruiken Vóór gebruik De zoeker instellen De zoeker afstellen (diopterinstelling) Stel het diopter in op uw gezichtsvermogen totdat het beeld in de zoeker scherp te zien is. 1. Verschuif de zoeker-omhoogknop (A) omlaag om de zoeker omhoog te laten springen. Als u de zoeker-omhoogknop verschuift terwijl de camera is uitgeschakeld, wordt de camera ingeschakeld. Als u de zoeker omlaag duwt, wordt de camera uitgeschakeld. 2.
3. Schuif de diopterinstelhendel. Hint De zoeker opbergen Pak beide zijkanten van het oculair beet en duw hem in de zoeker tot hij vastklikt. Duw daarna de zoeker omlaag. Opmerking Wees voorzichtig dat u niet de zoeker omlaag duwt terwijl deze omhoog komt. Zorg ervoor dat het oculair is opgeborgen in de zoeker voordat u probeert de zoeker omlaag te duwen. Als deze niet opgeborgen is en u probeert de zoeker omlaag te duwen, kan dat een storing veroorzaken. Draag de camera niet aan de zoeker.
Als u op in het midden van het besturingswiel drukt nadat u een item hebt geselecteerd dat grijs wordt afgebeeld, wordt de reden afgebeeld waarom het item niet kan worden ingesteld. Opmerking Wijs van tevoren de functie [Helpfunct. in camera] toe aan een knop met behulp van [Eigen toetsinstelling.]. [8] Hoe te gebruiken De camera voorbereiden De accu opladen De accu opladen terwijl deze in de camera is geplaatst Het is belangrijk dat u de accu oplaadt voordat u de camera voor het eerst gaat gebruiken.
Oplaadlampje Brandt: bezig met opladen Uit: Opladen klaar Knippert: Oplaadfout of opladen tijdelijk gepauzeerd omdat de camera niet binnen het juiste temperatuurbereik is Oplaadtijd (volledige lading) De oplaadtijd met de netspanningsadapter (bijgeleverd) is ongeveer 230 minuten. De oplaadtijd kan verschillen afhankelijk van de resterende lading van de accu en de oplaadomstandigheden. De accu kan ook worden opgeladen als deze nog niet volledig leeg is.
(bijna) volledig is opgeladen. Als u dat doet kunnen de prestaties van de accu achteruitgaan. Nadat het opladen klaar is, trekt u de stekker van het netsnoer van de netspanningsadapter uit het stopcontact. Gebruik uitsluitend een originele accu, micro-USB-kabel (bijgeleverd) en netspanningsadapter (bijgeleverd) van het merk Sony.
[10] Hoe te gebruiken De camera voorbereiden De accu opladen De accu in de camera plaatsen De accu in de camera plaatsen 1. Verschuif de open-knop om het accudeksel te openen. 2. Gebruik de punt van de accu om tegen de vergrendelingshendel (A) te duwen en steek de accu er helemaal in tot deze wordt vergrendeld. 3. Sluit het deksel.
kan worden opgenomen/weergegeven met een accu Schermfunctie Opnemen (stilstaande beelden): Gebruiksduur van de accu: ong. 160 min.; Aantal beelden: ong. 320 Daadwerkelijk opnemen (bewegende beelden): Gebruiksduur van de accu: ong. 50 min. Ononderbroken opnemen (bewegende beelden): Gebruiksduur van de accu: ong. 85 min. Weergeven (stilstaande beelden): Gebruiksduur van de accu: ong. 215 min.; Aantal beelden: ong. 4300 Zoekerfunctie Opnemen (stilstaande beelden): Gebruiksduur van de accu: ong. 115 min.
herhaaldelijk opnemen, zoomen, opnamestand-by, in-/uitschakelen, enz. Ononderbroken opnemen van bewegende beelden: De gebruiksduur van de accu is gebaseerd op non-stop opnemen tot de limiet (29 minuten) is bereikt, waarna het opnemen wordt voortgezet door nogmaals op de MOVIE-knop te drukken. Overige functies, zoals zoomen, worden niet gebruikt. Als de resterende acculading niet wordt afgebeeld, drukt u op DISP (weergave-instelling).
Let er goed op dat u de accu niet laat vallen. [14] Hoe te gebruiken verkrijgbaar) De camera voorbereiden Een geheugenkaart plaatsen (los De geheugenkaart plaatsen De geheugenkaart plaatsen 1. Verschuif het deksel van de geheugenkaartgleuf om hem te openen. 2. Steek de geheugenkaart in de gleuf. Zorg ervoor dat de afgeschuinde hoek in de juiste richting wijst. Met de afgeschuinde hoek in de afgebeelde richting, steekt u de geheugenkaart in de gleuf tot hij op zijn plaats vastklikt. 3.
[15] Hoe te gebruiken verkrijgbaar) De camera voorbereiden Een geheugenkaart plaatsen (los De geheugenkaart verwijderen De geheugenkaart eruit halen 1. Open het deksel van de geheugenkaartgleuf. 2. Controleer dat de toegangslamp (A) niet brandt. 3. Duw de geheugenkaart eenmaal erin om hem te verwijderen. 4. Sluit het deksel van de geheugenkaartgleuf.
[16] Hoe te gebruiken De camera voorbereiden De datum en tijd instellen De datum en tijd instellen Wanneer u de camera voor het eerst inschakelt of nadat u de functies hebt geïnitialiseerd, wordt het instelscherm voor de datum en de tijd afgebeeld. 1. Zet de aan-uitknop in de stand ON om de camera in te schakelen. Het instelscherm voor de datum en tijd wordt afgebeeld. 2. Controleer of [Enter] is geselecteerd op het scherm, en druk daarna op besturingswiel. 3.
[17] Hoe te gebruiken controleren De bedieningsmethode controleren De bedieningsmethode Het besturingswiel gebruiken U kunt onderdelen selecteren en instellen door het besturingswiel te draaien of op de boven/onder-/rechter-/linkerkant van het besturingswiel te drukken. Uw selectie wordt vastgelegd wanneer u op in het midden van het besturingswiel drukt. De functies DISP (weergave-instelling), (Belicht.comp.
Pictogrammen en functienamen worden als volgt op het scherm aangegeven. Bijv. : Stel de zoomvergroting in door de besturingsring te draaien. [19] Hoe te gebruiken controleren De bedieningsmethode controleren De bedieningsmethode MENU-onderdelen gebruiken In dit gedeelte leert u hoe u instellingen kunt veranderen die betrekking hebben op alle camerabedieningen en de camerafuncties kunt uitvoeren, waaronder opnemen, weergeven, en bedieningsmethoden. 1. Druk op de MENU-knop om het menuscherm af te beelden.
instelling van [Tegelmenu]. 3. Selecteer het gewenste instelitem door op de boven-/onder-/rechter-/linkerkant van het besturingswiel te drukken of door het besturingswiel te draaien en daarna op in het midden van het besturingswiel. Selecteer een pictogram bovenaan het scherm en druk op de rechter-/linkerkant van het besturingswiel om naar een ander MENU-onderdeel te gaan. 4.
2. Selecteer een functie die moet worden geregistreerd door op de boven-/onder-/rechter/linkerkant van het besturingswiel te drukken. 3. Stel de gewenste instelling in door het besturingswiel of de besturingsring te draaien. Instellingen maken op het specifieke scherm. Selecteer de gewenste functie in stap 2 en druk daarna op in het midden van het besturingswiel. Het specifieke scherm voor de functie wordt afgebeeld. Volg de bedieningsgids (A) om de instellingen te maken.
[21] Hoe te gebruiken controleren De bedieningsmethode controleren De bedieningsmethode "Quick Navi" gebruiken Als de zoeker wordt gebruikt, kunt u de instellingen rechtstreeks veranderen met behulp van het Quick Navi-scherm. 1. Druk herhaaldelijk op de DISP (weergave-instelling)-knop op het besturingswiel tot het scherm is ingesteld op [Voor zoeker]. 2. Druk op de Fn (functie)-knop om over te schakelen naar het Quick Navi-scherm. 3.
Instellingen maken op het specifieke scherm. Selecteer de gewenste functie in stap 3 en druk daarna op in het midden van het besturingswiel. Het specifieke scherm voor de functie wordt afgebeeld. Volg de bedieningsgids (A) om de instellingen te maken. [22] Hoe te gebruiken Opnemen Stilstaande/bewegende beelden opnemen Stilstaande beelden opnemen Neemt stilstaande beelden op. 1. Stel de opnamefunctie in op (Slim automatisch). 2. Stel de hoek van de monitor in en houd de camera vast.
De kortste opnameafstand is ongeveer 5 cm (W-kant) of 30 cm (T-kant) tussen lens en onderwerp. 4. Druk de ontspanknop helemaal in. Scherpstellingsindicator brandt: Het beeld is scherpgesteld. knippert: Het scherpstellen is mislukt. brandt: Het beeld is scherpgesteld. De scherpgestelde positie verandert overeenkomstig de beweging van het onderwerp. brandt: De scherpstelling wordt uitgevoerd.
[23] Hoe te gebruiken Opnemen Stilstaande/bewegende beelden opnemen Bewegende beelden opnemen U kunt bewegende beelden opnemen door op de MOVIE-knop te drukken. 1. Druk op de MOVIE-knop als u het opnemen wilt starten. 2. Druk nogmaals op de MOVIE-knop als u het opnemen wilt stoppen. Opmerking Om de sluitertijd en de diafragmawaarde te veranderen naar de gewenste instellingen, zet u de opnamefunctie in de stand (Film).
U kunt de gewenste opnamefunctie selecteren door de functiekeuzeknop te draaien. Beschikbare functies (Slim automatisch): Hiermee kunt u stilstaande beelden opnemen terwijl de instellingen automatisch worden aangepast. (Superieur automat.): Hiermee kunt u stilstaande beelden opnemen met een hogere kwaliteit dan in de intelligent automatische functie. P (Autom. programma): Hiermee kunt u opnemen met automatisch ingestelde belichting (zowel de sluitertijd als de diafragmawaarde (F-getal)).
[25] Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren Slim automatisch Het apparaat analyseert het onderwerp en biedt u de mogelijkheid een opname te maken met de juiste instellingen. 1. Zet de functiekeuzeknop in de stand (Slim automatisch). 2. Richt de camera op het onderwerp. Nadat de camera de scène heeft herkend, wordt het pictogram van de herkende scène afgebeeld op het scherm. 3. Stel scherp en fotografeer het onderwerp.
1. Zet de functiekeuzeknop in de stand (Superieur automat.). 2. Richt de camera op het onderwerp. Als de camera een scène herkent, wordt het pictogram van de scèneherkenning afgebeeld op het scherm. Zo nodig wordt (overlay-pictogram) afgebeeld. 3. Stel scherp en fotografeer het onderwerp. Opmerking Wanneer het apparaat wordt gebruikt om samengestelde beelden te maken, duurt het opnameproces langer dan normaal.
(Lopen)*, (Bewegen), op de tweede regel. *De situatie (Bewegen (Helder)) of (Lopen) wordt alleen herkend als [ (Bewegen (Donker)), afgebeeld SteadyShot] is ingesteld op [Actief] of [Slim actief]. Opmerking Als [Lach-/Gezichtsherk.] is ingesteld op [Uit], worden de scènes [Portretopname], [Portret m. tegenlicht], [Nachtportret] en [Kind] niet herkend. [28] Hoe te gebruiken Opnemen Een opnamefunctie selecteren De voordelen van automatisch opnemen In de functie [Superieur automat.
diafragmawaarde). U kunt opnamefuncties instellen, zoals [ISO]. 1. Zet de functiekeuzeknop in de stand P (Autom. programma). 2. U kunt de opnamefuncties instellen op de gewenste instellingen. 3. Stel scherp en fotografeer het onderwerp. Programmaverschuiving U kunt de combinatie van sluitertijd en diafragma (F-waarde) veranderen door het besturingswiel te draaien zonder de juiste belichting te veranderen die door dit apparaat is ingesteld. Deze functie is beschikbaar wanneer de flitser niet wordt gebruikt.
3. Terwijl de ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden, richt u de camera naar één uiteinde van de panoramacompositie. (A) Dit gedeelte wordt niet opgenomen. 4. Druk de ontspanknop helemaal in. 5. Pan de camera naar het einde van de overzichtsbalk in de richting van de pijl op de monitor. (B) Overzichtsbalk Opmerking Als de volledige hoek van de panoramaopname niet binnen de vaste tijdsduur wordt gepand, wordt een grijs gebied toegevoegd aan het samengestelde beeld.
verschillen in helderheid en scherpstelling, lukt de opname mogelijk niet. Als dit gebeurt, verandert u de AE/AF-vergrendelingshoek en neemt u opnieuw op. De volgende situaties zijn niet geschikt voor opnemen met panorama door beweging: Bewegende onderwerpen. Onderwerpen die zich te dicht bij het apparaat bevinden. Onderwerpen met ononderbroken soortgelijke patronen, zoals de lucht, het strand of een gazon. Onderwerpen die constant veranderen, zoals de golven of een waterval.
Sportactie: Legt een bewegend onderwerp vast met een snelle sluitertijd zodat het lijkt of het onderwerp stilstaat. Het apparaat neemt continu beelden op zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt. Macro: Neemt close-ups op van onderwerpen, zoals bloemen, insecten, voedsel of kleine voorwerpen. Landschap: Neemt het hele landschap scherp op met levendige kleuren. Zonsondergang: Maakt een prachtige opname van het rood van de zonsondergang.
onderwerpbeweging, camerabeweging en ruis te verminderen. Nachtportret: Neemt nachtscèneportretten op met de flitser. De flitser komt niet automatisch omhoog. Laat de flitser omhoog springen voordat u opneemt. Antibewegingswaas: Maakt het mogelijk om binnenshuis op te nemen zonder de flitser te gebruiken en vermindert onderwerpbeweging. Het apparaat neemt burst-beelden op en combineert deze om een beeld te creëren, waarbij de onderwerpbeweging en ruis worden verminderd.
Hoge gevoeligheid: Maakt het mogelijk om stilstaande beelden op te nemen, zelfs op donkere plaatsen zonder de flitser te gebruiken, en de onderwerpbeweging te verminderen. Maakt het mogelijk om bewegende beelden van donkere scènes helderder op te nemen. Opmerking In de functies [Nachtscène], [Nachtportret] en [Vuurwerk] is de sluitertijd langer, waardoor het wordt aanbevolen om een statief te gebruiken om te voorkomen dat het beeld wazig wordt. In de functie [Schemeropn.
Sluitertijdvoorkeuze U kunt de beweging van een bewegend onderwerp op diverse manieren tot uitdrukking brengen door de sluitertijd aan te passen, bijvoorbeeld door de beweging te bevriezen met een korte sluitertijd, of door een naspoor van het onderwerp te veroorzaken met een lange sluitertijd.De sluitertijd kan worden veranderd tijdens het opnemen van bewegende beelden. 1. Zet de functiekeuzeknop in de stand S (Sluitertijdvoorkeuze). 2. Selecteer de gewenste instelling door het besturingswiel te draaien.
het opnemen van bewegende beelden. 1. Zet de functiekeuzeknop in de stand A (Diafragmavoorkeuze). 2. Selecteer de gewenste instelling door het besturingswiel te draaien. Kleinere F-waarde: Het onderwerp is scherpgesteld, maar voorwerpen voor en achter het onderwerp zijn wazig. Grotere F-waarde: Het onderwerp en de voor- en achtergrond zijn allemaal scherpgesteld. 3. Stel scherp en fotografeer het onderwerp. De sluitertijd wordt automatisch aangepast om een juiste belichting te verkrijgen.
handmatig) om de belichtingswaarde te controleren. Naar +: Beelden worden helderder. Naar - : Beelden worden donkerder. 0: Juiste belichting geanalyseerd door het apparaat 3. Stel scherp en fotografeer het onderwerp. Opmerking Als [ISO] is ingesteld op [ISO AUTO], verandert de ISO-waarde automatisch zodat de juiste belichting wordt verkregen met gebruikmaking van de diafragmawaarde en sluitertijd die u hebt ingesteld.
selecteren en draai het besturingswiel om de waarde in te stellen. 4. Druk de ontspanknop tot halverwege in om scherp te stellen. 5. Houd de ontspanknop ingedrukt zo lang de opname duurt. Zo lang u de ontspankop ingedrukt houdt, blijft de sluiter geopend. Opmerking Omdat een lange sluitertijd wordt gebruikt en het moeilijker wordt de camera stil te houden, kunt u het beste een statief gebruiken. Hoe langer de belichtingstijd hoe meer ruis zichtbaar zal zijn in het beeld.
(Camera- instellingen) → [Geheug.nr. oproep.] in te stellen. Opmerking Registreer opname-instellingen van tevoren met [Geheugen]. Als u [Geheug.nr. oproep.] instelt na het voltooien van de opname-instellingen, krijgen de geregistreerde instellingen voorrang en kunnen de oorspronkelijke instellingen ongeldig worden. Controleer de indicators op het scherm voordat u opneemt.
scherpst.). [38] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken De zoom gebruiken Zoom Vergroot tijdens het opnemen de beelden met de W/T-(zoom)knop. 1. Vergroot tijdens het opnemen beelden met de W/T-(zoom)knop. Draai de W/T (zoom-)knop naar de T-kant om in te zoomen en naar de W-kant om uit te zoomen. Hint Wanneer [Enkel optische zoom], is ingesteld op iets anders dan [Zoom-instelling], kunt u het zoombereik van de optische zoom overschrijden bij het zoomen van beelden.
U kunt beelden vergroten met behulp van beeldbewerking. Als u [Aan: Digitale zoom] instelt op [Zoom-instelling], kunt u deze zoomfunctie gebruiken. Opmerking De standaardinstelling voor de [Zoom-instelling] is [Enkel optische zoom]. De standaardinstelling voor [ Beeldformaat] is [L]. Om de slimme-zoomfunctie te kunnen gebruiken, stelt u [ Beeldformaat] in op [M], [S] of [VGA]. De zoomfuncties, behalve de optische-zoomfunctie, zijn niet beschikbaar bij opnemen in de volgende situaties: [Panorama d. beweg.
[41] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken De zoom gebruiken Over de zoomvergroting De zoomvergroting die wordt gebruikt in combinatie met de zoom van de lens, verandert afhankelijk van het geselecteerde beeldformaat.
[Standaard], ondanks dat hij is ingesteld op [Stap]. Bij gebruik van de W/T-(zoom)knop om de zoomvergroting te veranderen. Bij het opnemen van bewegende beelden. Bij gebruik van een andere zoomfunctie dan de optische-zoomfunctie. Wanneer de opnamefunctie is ingesteld op iets anders dan [Slim automatisch] of [Superieur automat.], wijst u de functie [Zoom] toe aan de besturingsring voordat u de besturingsring gebruikt.
Als de flitser afgaat voordat hij helemaal omhoog is gesprongen, kan een storing worden veroorzaakt. U kunt de flitser niet gebruiken wanneer u bewegende beelden opneemt. Tijdens het opladen van de flitser knippert . Nadat het opladen klaar is, blijft het flitserpictogram branden. Tijdens het opnemen met de flitser en de zoom ingesteld op W, kan de schaduw van de lens zichtbaar zijn op het scherm, afhankelijk van de opnameomstandigheden.
Opmerking De standaardinstelling hangt af van de opnamefunctie. De beschikbare flitsfuncties zijn afhankelijk van de opnamefunctie. [45] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken De flitser gebruiken Flitscompensatie Past de hoeveelheid flitslicht aan binnen een bereik van –3,0 EV tot +3,0 EV. Flitscompensatie verandert alleen de hoeveelheid flitslicht. Belichtingscompensatie verandert de hoeveelheid flitslicht in combinatie met de verandering van de sluitertijd en het diafragma. 1.
Alle info weerg.
* [Voor zoeker] wordt alleen op het scherm afgebeeld. Sommige schermweergavefuncties zijn niet beschikbaar in de standaardinstellingen. Om de schermweergavefuncties te veranderen, drukt u op MENU → (Eigen instellingen) → [DISP-knop] en verandert u de instelling. Opmerking Histogram wordt niet afgebeeld tijdens het opnemen van panoramabeelden. In de functie voor bewegende beelden kan [Voor zoeker] niet worden afgebeeld. Hint U kunt verschillende instellingen selecteren voor de zoeker en de monitor.
Wanneer u in de zoeker kijkt Het beeld wordt alleen in de zoeker weergegeven, ongeacht de instelling [FINDER/MONITOR]. Wanneer u niet in de zoeker kijkt Als [FINDER/MONITOR] is ingesteld op [Automatisch], wordt het beeld alleen weergegeven op het scherm. Als [FINDER/MONITOR] is ingesteld op [Zoeker], wordt het beeld niet weergegeven op het scherm en ook niet in de zoeker.
Stelt u in staat de schermweegavefuncties in te stellen die in de opnamefunctie kunnen worden geselecteerd voor de zoeker met (Weergave-instelling). 1. MENU → (Eigen instellingen) → [DISP-knop] → [Zoeker] → gewenste instelling → [Enter]. De onderdelen gemarkeerd met zijn beschikbaar. Menu-onderdelen Graf. weerg.: Beeldt basisinformatie af over opnemen. De sluitertijd en diafragmawaarde worden grafisch afgebeeld. Alle info weerg.: Beeldt opname-informatie af. Geen info: Beeldt geen opname-informatie af.
Alle info weerg.: Beeldt opname-informatie af. Geen info: Beeldt geen opname-informatie af. Histogram: Toont een grafische weergave van de luminantieverdeling. Niveau: Geeft aan of het apparaat horizontaal staat, zowel in de richting links-rechts als in de richting voor-achter. Wanneer het apparaat in beide richtingen horizontaal staat, wordt de indicator groen. Voor zoeker: Beeldt informatie af die geschikt is voor opnemen met de zoeker.
S: 5.0M 2592×1944 pixels VGA 640×480 pixels Beeldformaat wanneer [ Beeldverhouding] is ingesteld op 1:1 L: 13M 3648×3648 pixels M: 6.5M 2544×2544 pixels S: 3.7M 1920×1920 pixels Opmerking Als [ Kwaliteit] is ingesteld op [RAW] of [RAW en JPEG], komt het beeldformaat van RAW-beelden overeen met [L]. [51] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken stilstaande beelden selecteren Het formaat/de kwaliteit van Beeldverhouding (stilstaand beeld) Stelt de beeldverhouding in van stilstaande beelden. 1.
Selecteert het compressieformaat van stilstaande beelden. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [ Kwaliteit] → gewenste instelling. Menu-onderdelen RAW: Bestandsformaat: RAW (neemt op met gebruikmaking van het RAW-compressieformaat.) In dit bestandsformaat wordt geen digitale bewerking toegepast. Selecteer dit formaat als u beelden op een computer wilt bewerken voor professionele doeleinden. Het beeldformaat ligt vast op het maximale formaat. Het beeldformaat wordt niet afgebeeld op het scherm.
Panorama: formaat Stelt het beeldformaat in voor het opnemen van panoramabeelden. Het beeldformaat varieert afhankelijk van de instelling [Panorama: richting]. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Panorama: formaat] → gewenste instelling.
Scherpstelfunctie Selecteert de scherpstelmethode die geschikt is voor de beweging van het onderwerp. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Scherpstelfunctie] → gewenste instelling. Menu-onderdelen (Enkelvoudige AF) (standaardinstelling): Het apparaat vergrendelt de scherpstelling nadat het scherpstellen is voltooid. Gebruik [Enkelvoudige AF] wanneer het onderwerp bewegingsloos is. (Continue AF): Het apparaat blijft scherpstellen zo lang u de ontspanknop tot halverwege ingedrukt houdt.
Midden: Stelt automatisch scherp op een onderwerp in het midden van het beeld. Indien gebruikt in combinatie met de AF-vergrendelingsfunctie, kunt u het gewenste beeld samenstellen. Flexibel punt: Maakt het mogelijk om het AF-bereikframe te verplaatsen naar de gewenste plaats op het scherm en scherp te stellen op een extreem klein onderwerp in een smal gebied. Op het Flexibel Punt-opnamescherm kunt u de grootte van het AF-bereikzoekerframe veranderen door het besturingswiel te draaien.
3. Druk de ontspanknop helemaal in om het beeld op te nemen. Opmerking [Centr. AF-vergrend.] werkt niet er goed in de volgende situaties: Het onderwerp beweegt te snel. Het onderwerp is te klein of te groot. Er is weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond. Het is donker. Het omgevingslicht verandert. AF-vergrendeling werkt niet in de volgende situaties: In de functie [Panorama d. beweg.] Wanneer [Scènekeuze] is ingesteld op [Schemeropn. hand] of [Antibewegingswaas].
[59] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen H. scherpst. Als het moeilijk is goed scherp te stellen in de automatische scherpstellingsfunctie, kunt u de scherpstelling handmatig uitvoeren. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Scherpstelfunctie] → [H. scherpst.]. 2. Draai de besturingsring om goed scherp te stellen. Wanneer u de besturingsring draait, wordt de scherpstellingsafstand afgebeeld op het scherm. 3. Druk de ontspanknop helemaal in om het beeld op te nemen.
Wanneer u de besturingsring draait, wordt de scherpstellingsafstand afgebeeld op het scherm. 4. Druk de ontspanknop helemaal in om een beeld op te nemen. [61] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen MF Assist (stilstaand beeld) U kunt het beeld op het scherm automatisch vergroten om gemakkelijker handmatig scherp te stellen. Dit werkt bij opnemen met handmatige scherpstelling of met directe handmatige scherpstelling. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [ MF Assist] → [Aan]. 2.
[62] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Scherpst. vergroten U kunt de scherpstelling controleren door het beeld te vergroten voordat u opneemt. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Scherpst. vergroten]. 2. Druk op in het midden van het besturingswiel om het beeld te vergroten en het deel te selecteren dat u wilt vergroten met de boven-/onder-/linker-/rechterkant van het besturingswiel. 3. Bevestig de scherpstelling. 4. Druk de ontspanknop helemaal in om het beeld op te nemen.
2 sec. (standaardinstelling): Vergroot de beelden gedurende 2 seconden. 5 sec.: Vergroot de beelden gedurende 5 seconden. Geen beperk.: Vergroot de beelden tot u op de ontspanknop drukt. [64] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen Reliëfniveau U kunt bij opnemen met handmatige scherpstelling of met directe handmatige scherpstelling de contouren van scherpgestelde bereiken benadrukken met behulp van een specifieke kleur.
Stelt bij opnemen met handmatige scherpstelling of met directe handmatige scherpstelling de kleur in die wordt gebruikt voor de reliëffunctie. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Reliëfkleur] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Rood: Reliëf versterkt in rood. Geel: Reliëf versterkt in geel. Wit (standaardinstelling): Reliëf versterkt in wit.
1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.] → knop waaraan wordt toegewezen → [AF/MF-reg. vergr.] of [AF/MF-reg. wissel.]. Menu-onderdelen AF/MF-reg. vergr.: Schakelt de scherpstellingsfunctie om zolang de knop ingedrukt wordt gehouden. AF/MF-reg. wissel.: Schakelt de scherpstellingsfunctie om tot nogmaals op de knop wordt gedrukt. Opmerking U kunt de functie [AF/MF-reg. vergr.] niet instellen op [Functie linkerknop] of [Functie rechterknop].
aangegeven met een stippellijn. Het AF-hulplicht zendt zeer helder licht uit. Ondanks dat er geen gezondheidsrisico’s bestaan, mag u niet van dichtbij rechtstreeks in het AF-hulplicht kijken. [69] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Scherpstellen AF op de ogen De camera stelt scherp op de ogen van het onderwerp terwijl u de knop ingedrukt houdt. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.] → wijs de functie [AF op de ogen] toe aan de gewenste knop. 2.
[70] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Belichting instellen Belicht.comp. Uitgaande van de belichtingswaarde die is ingesteld door de automatische belichtingsfunctie, kunt u het gehele beeld helderder of donkerder maken als u [Belicht.comp.] verandert naar de pluskant respectievelijk de minkant (belichtingscompensatie). Normaal gesproken wordt de belichting automatisch ingesteld (automatische belichting). 1. / (Belicht.comp.
middengedeelte van het scherm (Middengewogen meting). Spot: Meet alleen het middengedeelte (Spotmeting). Deze functie is nuttig wanneer het onderwerp van achteren wordt belicht of wanneer er een sterk contrast is tussen het onderwerp en de achtergrond. Opmerking [Multi] wordt geselecteerd bij gebruik van de volgende functies: [Slim automatisch] [Superieur automat.
vergrendelen zo lang u de AEL-knop ingedrukt houdt. De functie [AEL-vergrendel] kan niet worden toegewezen aan de [Functie linkerknop] of [Functie rechterknop]. [73] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Belichting instellen AEL met sluiter (stilstaand beeld) U kunt instellen of de belichting moet worden vergrendeld wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [ AEL met sluiter] → gewenste instelling.
Het zebrapatroon wordt afgebeeld over het deel van een beeld als het helderheidsniveau de IRE die u hebt ingesteld overschrijdt. Gebruik dit zebrapatroon als richtlijn bij het instellen van de helderheid. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Zebra] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Uit (standaardinstelling): Beeldt het zebrapatroon niet af. 70/75/80/85/90/95/100/100+: Stelt het helderheidsniveau in. Opmerking Het zebrapatroon wordt niet afgebeeld tijdens een HDMI-verbinding.
1. MENU → (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Enkele opname (standaardinstelling): Neemt één stilstaand beeld op. Normale opnamestand. Continue opname: Neemt continu beelden op zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt. Cont. m. snelh.vk.: Neemt continu beelden op hoge snelheid op zo lang de ontspanknop helemaal ingedrukt wordt gehouden. Zelfontspanner: Neemt een beeld op na 10 of 2 seconden. Zelfontsp.(Cont.
De belichting van de eerste opname wordt bepaald wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt. De belichtingsinstelling van de eerste opname wordt ook gebruikt voor de volgende opnamen. Stel [Scherpstelfunctie] in op [Continue AF]. Stel [ AEL met sluiter] in op [Uit] of [Automatisch]. [78] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Een transportfunctie selecteren Cont. m. snelh.vk. Het apparaat blijft opnemen zo lang de ontspanknop ingedrukt wordt gehouden.
1. MENU → (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Zelfontspanner]. 2. Selecteer de gewenste functie met de rechter-/linkerkant van het besturingswiel. Menu-onderdelen Zelfontspanner: 10 sec. (standaardinstelling): Stelt de zelfontspanner met een vertraging van 10 seconden in. Als u op de ontspanknop drukt, knippert het zelfontspannerlampje, klinkt een pieptoon en ontspant de sluiter na 10 seconden. Druk nogmaals op de ontspanknop als u de zelfontspanner wilt annuleren. Zelfontspanner: 2 sec.
[81] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Een transportfunctie selecteren Bracket continu Neemt meerdere beelden op waarbij automatisch de belichting wordt verschoven van normale belichting, naar donkerder en vervolgens naar lichter. Houd de ontspanknop ingedrukt totdat de bracket-opname is voltooid. U kunt na het maken van de opnamen het beeld kiezen dat het beste overeenkomt met uw bedoeling. 1.
Bracket continu: 2,0EV 5 beelden: Deze instelling neemt vijf beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 2,0 EV. Bracket continu: 3,0EV 3 beelden: Deze instelling neemt drie beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 3,0 EV. Bracket continu: 3,0EV 5 beelden: Deze instelling neemt vijf beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 3,0 EV.
Bracket enkel: 0,3EV 5 beelden: Deze instelling neemt in totaal vijf beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 0,3 EV. Bracket enkel: 0,7EV 3 beelden: Deze instelling neemt in totaal drie beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 0,7 EV. Bracket enkel: 0,7EV 5 beelden: Deze instelling neemt in totaal vijf beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven is met plus of min 0,7 EV.
Witbalansbracket Neemt drie beelden op, elk met een verschillend kleurtinten volgens de geselecteerde instellingen voor de witbalans, kleurtemperatuur en kleurfilter. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Witbalansbracket]. 2. Selecteer de gewenste functie met de rechter-/linkerkant van het besturingswiel. Menu-onderdelen Bracket witbalans: Lo (standaardinstelling): Neemt een serie van drie beelden op met kleine verschillen in de witbalans.
Opmerking De laatste opname wordt weergegeven in Auto Review. [85] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner) Een transportfunctie selecteren Bracketvolgorde U kunt de opnamevolgorde instellen voor de belichting-bracketopname en witbalansbracketopname. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Bracketvolgorde] → gewenste instelling. Menu-onderdelen 0→ → (standaardinstelling): Neemt op in de volgende volgorde: 0 → − → +.
3. Druk op de ontspanknop. Het apparaat start de zelfontspanneropname na drie seconden. [87] Hoe te gebruiken selecteren De opnamefuncties gebruiken De ISO-gevoeligheid ISO De gevoeligheid voor licht wordt uitgedrukt in de ISO-waarde (aanbevolen-belichtingsindex). Hoe hoger de waarde, hoe hoger de gevoeligheid is. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [ISO] → gewenste instelling. Menu-onderdelen NR Multi Frame: Combineert continue opnamen en maakt een beeld met minder ruis.
[Panorama d. beweg.] Als [ISO] is ingesteld op een lagere waarde dan ISO 125, kan het bereik waarbij een onderwerp helderheid kan worden opgenomen (het dynamisch bereik) kleiner worden. Hoe hoger de ISO-waarde, hoe meer ruis zichtbaar wordt op de beelden. De beschikbare ISO-instellingen verschillen tussen het opnemen van stilstaande beelden en bewegende beelden. Wanneer u [NR Multi Frame] gebruikt, duurt het enige tijd tot het apparaat klaar is met het uitvoeren van het overlay-proces van de beelden.
op de rechterkant van het besturingswiel, en stel daarna de gewenste waarden in voor [ISO AUTO maximum] en [ISO AUTO minimum]. De waarden voor [ISO AUTO maximum] en [ISO AUTO minimum] worden ook toegepast bij het opnemen in de functie [ISO AUTO] onder [NR Multi Frame]. [89] Hoe te gebruiken corrigeren De opnamefuncties gebruiken De helderheid of het contrast D.-bereikopt.
Auto HDR Verbreedt het bereik (gradatie) zodat u van de heldere delen tot de donkere delen beelden met de juiste helderheid kunt opnemen (HDR: High Dynamic Range). Eén beeld met een juiste belichting en een beeld samengesteld uit over elkaar liggende beelden worden opgenomen. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [DRO/Auto HDR] → [Auto HDR]. 2. Selecteer de gewenste instelling met de linker-/rechterkant van het besturingswiel. Menu-onderdelen Auto HDR: belichtingsver.
Witbalans Past de kleurtinten aan de omgevingslichtomstandigheden aan. Gebruik deze functie als de kleurtinten van het beeld er niet uitzien zoals u verwachtte, of als u doelbewust de kleurtinten wilt veranderen voor een fotografisch effect. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Witbalans] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Automatisch (standaardinstelling): Het apparaat detecteert automatisch de lichtbron en past de kleurtinten aan. Daglicht: De kleurtinten worden ingesteld op daglicht.
Selecteer een nummer van de opgeslagen eigen witbalans. Hint U kunt de rechterkant van het besturingswiel gebruiken om het fijnregelscherm af te beelden en de kleurtemperatuur naar wens te fijnregelen. In [Kl.temp./Filter] kunt u de rechterknop gebruiken om het kleurtemperatuurinstelscherm af te beelden en een instelling te maken. Wanneer u nogmaals op de rechterknop drukt, wordt het fijnregelscherm afgebeeld waarop u naar wens kunt fijnregelen.
[93] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Een effectfunctie selecteren Foto-effect Selecteer het gewenste effectfilter voor een indrukwekkendere en artistiekere beelden. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Foto-effect] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Uit (standaardinstelling): Schakelt de functie [Foto-effect] uit. Speelgoedcamera: Creëert een zacht beeld met donkere hoeken en verminderde scherpte. Hippe kleuren: Creëert een levendig beeld door kleurtinten te accentueren.
aanzienlijk onscherper wordt gemaakt. Dit effect kunt u vaak zien in foto's van miniatuurmodellen. Waterverf: Creëert een beeld met het effect van doorgelopen inkt en kleurvervaging alsof het is geschilderd met waterverf. Illustratie: Creëert een beeld dat op een illustratie lijkt door de buitenlijnen te benadrukken. Hint U kunt gedetailleerde instellingen voor de volgende [Foto-effect]-functies maken met de linker-/rechterkant van het besturingswiel.
[94] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Een effectfunctie selecteren Creatieve stijl Biedt u de mogelijkheid de gewenste beeldbewerking te selecteren. U kunt de belichting (sluitertijd en diafragma) naar wens instellen met [Creatieve stijl], anders dan met [Scènekeuze] waarbij het apparaat de belichting instelt. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Creatieve stijl] → gewenste instelling.
Zonsondergang: Voor het opnemen van het prachtige rood van de ondergaande zon. Nachtscène: Het contrast wordt verlaagd voor het reproduceren van nachtscènes. Herfstbladeren: Voor het opnemen van herfstscènes waarbij de rode en gele kleuren van de bladeren levendig worden benadrukt. Zwart-wit: Voor het opnemen van beelden in zwart-wit. Sepia: Voor het opnemen van beelden in sepia.
ingesteld. [95] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden opnemen Formaten voor het opnemen van bewegende beelden U kunt het opnameformaat voor bewegende beelden "XAVC S" gebruiken met deze camera. Voor verdere informatie over het "XAVC S"-formaat, leest u de volgende beschrijving. Wat is XAVC S? Neemt bewegende beelden op in high-definition-beeldkwaliteit door ze om te zetten in bewegende beelden in het MP4-formaat met behulp van MPEG-4 AVC/H.264 codec. MPEG-4 AVC/H.
XAVC S: Neemt bewegende beelden van 60p/50p/30p/25p/24p * /120p/100p op in het XAVC Sformaat. Dit bestandsformaat is geschikt voor hoge bitsnelheden. * Alleen voor 1080 60i-compatibele modellen. Audio: LPCM U kunt geen discs aanmaken met behulp van de software PlayMemories Home met bewegende beelden die zijn opgenomen terwijl [ Bestandsindeling] is ingesteld op [XAVC S].
apparaten) in de geïnterlinieerde functie, met Dolby Digital-geluid, in het AVCHD-formaat. 24p/25p: Bewegende beelden worden opgenomen met ongeveer 24 frames per seconde (voor 1080 60i-compatibele apparaten) of 25 frames per seconde (voor 1080 50icompatibele apparaten) in de progressieve functie, met Dolby Digital-geluid, in het AVCHDformaat.
50i 17M(FH) (standaardinstelling)**: Neemt bewegende beelden op in standaardbeeldkwaliteit van 1920 × 1080 (60i/50i). Bitsnelheid: Ongeveer 17 Mbps (gem.) 60p 28M(PS)*: 50p 28M(PS)**: Neemt bewegende beelden op in hoogste beeldkwaliteit van 1920 × 1080 (60p/50p). Bitsnelheid: Ongeveer 28 Mbps (max.) 24p 24M(FX)*: 25p 24M(FX)**: Neemt bewegende beelden op in hoge beeldkwaliteit van 1920 × 1080 (24p/25p). Dit geeft een sfeer als in een bioscoop. Bitsnelheid: Ongeveer 24 Mbps (max.
U kunt geen discs aanmaken met bewegende beelden die zijn opgenomen met [XAVC S]- of [MP4]-opname-instellingen met behulp van PlayMemories Home. [120p 50M]/[100p 50M] kan niet worden ingesteld met de volgende functies. [Slim automatisch] [Superieur automat.
[99] Hoe te gebruiken De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden opnemen SteadyShot (bewegende beelden) Stelt het [ SteadyShot]-effect in bij het opnemen van bewegende beelden.Als u het [ SteadyShot]-effect instelt op [Uit] tijdens gebruik van een statief (los verkrijgbaar), wordt een natuurlijk beeld verkregen. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [ SteadyShot] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Slim actief: Hiermee krijgt u het sterkste SteadyShot-effect.
Neemt geen geluid op. Opmerking Het geluid van de lens en het apparaat in bedrijf zullen ook worden opgenomen wanneer [Aan] is geselecteerd. [101] Hoe te gebruiken opnemen De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden Microfoon ref. niveau U kunt het microfoonniveau instellen voor het opnemen van bewegende beelden. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Microfoon ref. niveau] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Normaal (standaardinstelling): Neemt de omgevingsgeluiden op binnen een bepaald niveau.
Opmerking Als u dit instelt op [Aan] op een plaats waar de wind niet hard genoeg waait, dan kan het normale geluid met te weinig volume worden opgenomen. [103] Hoe te gebruiken opnemen De opnamefuncties gebruiken Bewegende beelden Aut. lang. sluit.tijd (bewegende beelden) Stel in of de sluitertijd automatisch moet worden ingesteld of niet tijdens het opnemen van bewegende beelden in geval van een donker onderwerp. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [ Aut. lang. sluit.tijd] → gewenste instelling.
Menu-onderdelen Altijd (standaardinstelling): Start het opnemen van bewegende beelden wanneer u in een willekeurige functie op de MOVIE-knop drukt. Alleen Filmmodus: Start het opnemen van bewegende beelden alleen wanneer u op de MOVIE-knop drukt als de opnamefunctie is ingesteld op [Film]. [105] Hoe te gebruiken voor handig gebruik De opnamefuncties gebruiken De opnamefuncties aanpassen Geheugen U kunt maximaal 3 veelgebruikte functies of apparaatinstellingen registreren in het apparaat.
[106] Hoe te gebruiken voor handig gebruik De opnamefuncties gebruiken De opnamefuncties aanpassen Instell. functiemenu U kunt de functies toewijzen die moet worden opgeroepen wanneer u op de Fn (Functie)knop drukt. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Instell. functiemenu] → wijs een functie toe aan de gewenste locatie. De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm.
instelling. Opmerking Als [Scherpstelfunctie] is ingesteld op [D. handm. sch.] of [H. scherpst.], kunt u de toegewezen functie niet oproepen. U kunt de besturingsring gebruiken om handmatig scherp te stellen. Als [Creatief met foto's] wordt gebruikt, kunt u de toegewezen functie niet oproepen.
[111] Hoe te gebruiken voor handig gebruik De opnamefuncties gebruiken De opnamefuncties aanpassen Werking van de linkerknop Nadat u een functie hebt toegewezen aan de linkerknop, kunt u die functie uitvoeren door eenvoudig op de linkerknop te drukken wanneer het opname-informatiescherm wordt afgebeeld. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.] → [Functie linkerknop] → gewenste instelling. De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm.
(Slim automatisch) of (Superieur automat.), kunt u de instellingen eenvoudig veranderen en beelden opnemen. 1. Zet de opnamefunctie in de stand automat.). 2. Druk op (Slim automatisch) of (Superieur (Creatief met foto's) op het besturingswiel. 3. Selecteer het onderdeel dat u wilt veranderen met het besturingswiel. (Achterg. onsch.): Hiermee kunt u de wazigheid van de achtergrond instellen. (Helderheid): Stelt de helderheid in. (Kleur): Stelt de kleur in. (Levendigheid): Stelt de levendigheid in.
[114] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Lach-/Gezichtsherk. Herkent de gezichten van uw onderwerpen en past de instellingen voor de scherpstelling, belichting en flitser aan, en voert automatisch beeldbewerking uit. 1. MENU → (Camera- instellingen) → [Lach-/Gezichtsherk.] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Uit: Maakt geen gebruik van de gezichtsherkenningsfunctie. Aan (ger. gezicht.
Verberg het gezicht niet met een hoed, masker, zonnebril, enz. Probeer het gezicht te richten op het apparaat en houd het gezicht zo rechtop mogelijk. Glimlach duidelijk met een open mond. De glimlach is gemakkelijker te detecteren wanneer de tanden zichtbaar zijn. Als u op de ontspanknop drukt in de lach-sluiterfunctie, neemt het apparaat het beeld op. Na het opnemen keert het apparaat terug naar de lach-sluiterfunctie. Hint Als [Lach-/Gezichtsherk.
Hint Als [ Zachte-huideffect] is ingesteld op [Aan], kunt u het effectniveau selecteren. [116] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Gezichtsregistratie (Nieuwe registratie) Als u van tevoren gezichten registreert, kan het apparaat het geregistreerde gezicht met prioriteit detecteren wanneer [Lach-/Gezichtsherk.] is ingesteld op [Aan (ger. gezicht.)] . 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Gezichtsregistratie] → [Nieuwe registratie]. 2.
[118] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Gezichtsregistratie (Wissen) Wist een geregistreerd gezicht. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Gezichtsregistratie] → [Wissen]. Als u [Alles verwijderen] selecteert, kunt u alle geregistreerde gezichten wissen. Opmerking Zelfs als u [Wissen] uitvoert, blijven de gegevens van de geregistreerde gezichten opgeslagen in het apparaat.
[120] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Autom. kadreren (stilstaand beeld) Wanneer dit apparaat gezichten, onderwerpen voor macro-opname of onderwerpen die worden gevolgd door [AF-vergrendeling] detecteert en opneemt, snijdt het apparaat automatisch het beeld bij naar een geschikte compositie en slaat dit op. Het oorspronkelijke maar ook het bijgesneden beeld worden opgeslagen.
Aan (standaardinstelling): Gebruikt [ SteadyShot]. Uit: Gebruikt [ SteadyShot] niet. Wij adviseren u de camera in te stellen op [Uit] als u een statief gebruikt. [122] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit NR lang-belicht (stilstaand beeld) Als u de sluitertijd instelt op 1/3 seconde of langer (opname met lange belichtingstijd), wordt de ruisonderdrukking ingeschakeld gedurende tijdsduur waarin de sluiter open staat.
Menu-onderdelen Normaal (standaardinstelling): Activeert normale hoge-ISO-ruisonderdrukking. Laag: Activeert gematigde hoge-ISO-ruisonderdrukking. Selecteer dit als u de opnametiming prioriteit wilt geven. Uit: Activeert hoge-ISO-ruisonderdrukking niet. Opmerking [ NR bij hoge-ISO] is niet beschikbaar in de volgende situaties: Wanneer de opnamefunctie is ingesteld op [Slim automatisch], [Superieur automat.] of [Panorama d. beweg.]. [Scènekeuze] [ NR bij hoge-ISO] is niet beschikbaar voor RAW-beelden.
Als u het apparaat instelt op het afdrukken van de datum bij het afdrukken van de beelden met een computer of printer, worden de datums dubbel afgedrukt. Het opnametijdstip van het beeld kan niet op het beeld worden geprojecteerd.
Stelt in of de rasterlijn wordt afgebeeld of niet. De stramienlijn helpt u de beeldcompositie aan te passen. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [Stramienlijn] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Driedelingsraster: Plaats de hoofdonderwerpen dicht bij één van de rasterlijnen die het beeld in drieën delen voor een goed gebalanceerde beeldcompositie. Vierkantsraster: Met vierkante rasters kunt u gemakkelijker het horizontale niveau van hun compositie controleren.
tijdelijk eerst het oorspronkelijke beeld weergeven en daarna het vergrote beeld. De DISP (Weergave-instelling)-instellingen worden toegepast op het Auto Reviewscherm. [128] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit LiveView-weergave Stelt in of beelden waarop de effecten van belichtingscompensatie, witbalans, [Creatieve stijl] of [Foto-effect] zijn toegepast, moeten worden weergegeven op het scherm of niet. 1.
[129] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit FINDER/MONITOR Stelt de methode in voor het omschakelen tussen de elektronische zoeker en het scherm. 1. MENU → (Eigen instellingen) → [FINDER/MONITOR] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Automatisch (standaardinstelling): Wanneer u in de elektronische zoeker kijkt, wordt de weergave automatisch omgeschakeld naar de elektronische zoeker.
Het besturingswiel wordt vergrendeld. Ontgrendelen (standaardinstelling): Het besturingswiel wordt niet vergrendeld, zelfs niet wanneer u de Fn (Functie)-knop ingedrukt houdt. Hint U kunt [Wiel vergrendelen] vrijgeven door de Fn (Functie)-knop ingedrukt te houden. [131] Hoe te gebruiken apparaat instellen De opnamefuncties gebruiken De overige functies van dit Monitor deactiveren Als u op de knop drukt waaraan de functie [Monitor deactiveren] is toegewezen, wordt de monitor uitgeschakeld. 1.
Gebruikt altijd de functie [ND-filter]. Uit: Schakelt de functie [ND-filter] uit. Hint Wanneer het ND-filter geactiveerd is, wordt het pictogram onderaan het scherm afgebeeld. [133] Hoe te gebruiken Weergeven Stilstaande beelden weergeven Beelden weergeven Geeft de vastgelegde beelden weer. 1. Druk op de (Weergave)-knop als u naar de weergavestand wilt overschakelen. 2. Selecteer het beeld met het besturingswiel.
3. Druk op de MENU-knop of op weergavezoom te verlaten. in het midden van het besturingswiel om de Hint U kunt ook een beeld dat wordt weergegeven vergroten met behulp van MENU. Opmerking U kunt bewegende beelden niet vergroten. [135] Hoe te gebruiken Weergeven Stilstaande beelden weergeven Beeldindex U kunt meerdere beelden tegelijkertijd in de weergavefunctie weergeven. 1. Duw de W/T-(zoom)knop naar de W-kant terwijl het beeld wordt weergegeven.
Verandert de schermweergave. 1. Druk op de DISP (Weergave-instelling)-knop. De schermweergave verandert in de volgorde "Info weergeven → Histogram → Geen info → Info weergeven" elke keer wanneer u op de DISP-knop drukt. De DISP (Weergave-instelling)-instellingen worden toegepast op het Auto Reviewscherm.
1. MENU → (Afspelen) → [Wissen] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Meerdere bldn.: Hiermee worden de geselecteerde beelden gewist. (1) Selecteer de beelden die u wilt wissen, en druk daarna op in het midden van het besturingswiel. Het teken wordt afgebeeld in het selectievakje. Om de selectie te annuleren, drukt u nogmaals op om het -merkteken te verwijderen. (2) Als u nog andere beelden wilt wissen, herhaalt u stap (1). (3) MENU → [OK] → Druk op in het midden.
: Snel vooruit : Snel achteruit : Vertraagde weergave vooruit : Vertraagde weergave achteruit : Volgende bestand met bewegende beelden : Vorige bestand met bewegende beelden : Geeft het volgende frame weer : Geeft het vorige frame weer : Motion Shot-video (Toont het spoor van een onderwerp in beweging.
[141] Hoe te gebruiken Weergeven Panoramabeelden weergeven Panoramabeelden weergeven Het apparaat doorloopt automatisch een panoramabeeld van het ene naar het andere uiteinde. 1. Druk op de (weergave-)knop om over te schakelen naar de weergavefunctie. 2. Selecteer het panoramabeeld dat moet worden weergegeven met het besturingswiel. 3. Druk op in het midden om het beeld weer te geven. Om de weergave te pauzeren, drukt u nogmaals op in het midden.
1. MENU → (Afspelen) → [Printen opgeven] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Meerdere bldn.: Selecteert beelden voor een afdrukopdracht. (1) Selecteer een beeld en druk op in het midden van het besturingswiel. Een merkteken wordt afgebeeld in het selectievakje. Om de selectie te annuleren, drukt u op om het merkteken te wissen. (2) Herhaal stap 1 om andere beelden af te drukken. (3) MENU → [OK] → Druk op in het midden. Alles annuleren: Wist alle DPOF-afdrukmarkeringen.
Geeft alleen bewegende beelden in het XAVC S-formaat weer. [144] Hoe te gebruiken Weergeven De weergavefuncties gebruiken Weergave-rotatie Selecteert de weergaverichting van opgenomen stilstaande beelden. 1. MENU → (Afspelen) → [Weergave-rotatie] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Automatisch: Het beeld wordt weergegeven overeenkomstig de richtingsinformatie van het beeld. U kunt het beeld roteren met behulp van de rotatiefunctie.
Selecteer het weergave-interval voor beelden uit [1 sec.], [3 sec.] (standaardinstelling), [5 sec.], [10 sec.] of [30 sec.]. Om de diavoorstelling tijdens weergave af te breken Druk op de MENU-knop om de diavoorstelling te verlaten. U kunt de diavoorstelling niet pauzeren. Hint U kunt een diavoorstelling alleen starten wanneer [Weergavefunctie] is ingesteld op [Datumweergave] of [Mapweergav(stilstaand)].
1. MENU → (Afspelen) → [Beveiligen] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Meerdere bldn.: Past beveiliging toe op meerdere geselecteerde beelden, of annuleert deze. (1) Selecteer het beeld dat u wilt beveiligen, en druk daarna op in het midden van het besturingswiel. Het teken wordt afgebeeld in het selectievakje. Om de selectie te annuleren, drukt u nogmaals op om het merkteken te verwijderen. (2) Als u nog andere beelden wilt beveiligen, herhaalt u stap (1). (3) MENU → [OK] → Druk op in het midden.
3. Schakel de televisie in en selecteer het ingangskanaal. 4. Schakel dit apparaat in. 5. Geef een stilstaand beeld weer en druk daarna op de onderkant van het besturingswiel. Het stilstaande beeld wordt uitgevoerd met een resolutie van 4K. U kunt stilstaande beelden uitvoeren met een resolutie van 4K door MENU → (Afspelen) → [WG 4K-stilst. beeld] → [OK] te selecteren. Opmerking Dit menu is alleen beschikbaar op 4K-compatibele televisies.
3. Selecteer het gewenste effect en voer het bijwerken uit volgens de bedieningsmethode van elke functie. (Huidtoon aanpassen): Pas de huidskleur naar wens aan. 1. Selecteer de basishuidskleur met behulp van / 2. Verhoog of verlaag de kleurtint met behulp van en druk op / . . (Gladde huid): Verwijdert leeftijdsvlekken en rimpels uit de huid. Pas het effectniveau aan met / . (Glans verwijderen): Vermindert het uiterlijk van een vette huid. Pas de huidskleur naar wens aan.
Om beelden die in dit apparaat zijn opgeslagen te bekijken op een televisie, zijn een HDMIkabel (los verkrijgbaar) en een HD-televisie uitgerust met een HDMI-aansluiting vereist. 1. Schakel zowel dit apparaat als de televisie uit. 2. Sluit de HDMI-microaansluiting van dit apparaat met behulp van een HDMI-kabel (los verkrijgbaar) aan op de HDMI-aansluiting van de televisie. 3. Schakel de televisie in en selecteer het ingangskanaal. 4. Schakel dit apparaat in.
voeren bijvoorbeeld geen video of audio uit. Gebruik een HDMI-kabel met het HDMI-logo of een originele kabel van Sony. Gebruik een HDMI-kabel die compatibel is met de HDMI-microaansluiting van het apparaat en de HDMI-aansluiting van de televisie.
Opmerking Als het apparaat niet in de weergavefunctie staat, drukt u op de (weergave-)knop. Alleen televisies die "BRAVIA" Sync ondersteunen maken bediening via SYNC MENU mogelijk. Raadpleeg de bij de televisie geleverde gebruiksaanwijzing voor meer informatie.
Bij gebruik van een elektronische zoeker stelt dit apparaat de helderheid van de elektronische zoeker in overeenkomstig de omgeving. 1. MENU → (Instellingen) → [Helderheid zoeker] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Automatisch (standaardinstelling): Stelt de helderheid van de elektronische zoeker automatisch in. Handmatig: Selecteert de helderheid van de elektronische zoeker binnen het bereik –2 tot +2. [154] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Kleurtemp.
het bedieningspaneel af te beelden, en stel daarna het volumeniveau in. U kunt het volumeniveau instellen terwijl u naar het werkelijke geluid luistert. [156] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Audiosignalen Selecteert of het apparaat een geluid voortbrengt of niet. 1. MENU → (Instellingen) → [Audiosignalen] → gewenste instelling.
Aan (standaardinstelling): Schakelt de uploadfunctie in. Uit: Schakelt de uploadfunctie uit. Aanduiding van communicatiestatus op het scherm : Standby. Er zijn geen beelden te verzenden. : Klaar voor uploaden. : Verbinding maken. : Bezig met uploaden. : Fout. Opmerking Eye-Fi-kaarten worden alleen verkocht in bepaalde landen/gebieden. Neem voor meer informatie over Eye-Fi-kaarten rechtstreeks contact op met de fabrikant of leverancier.
Menu-onderdelen Aan: Geeft altijd het eerste scherm van het menu weer (tegelmenu). Uit (standaardinstelling): Schakelt het tegelmenu uit. [159] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Modusdraaiknopsch. U kunt de beschrijving van een opnamefunctie afbeelden wanneer u de functiekeuzeknop draait en de beschikbare instellingen voor die opnamefunctie verandert. 1. MENU → (Instellingen) → [Modusdraaiknopsch.] → gewenste instelling.
[161] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Weergavekwaliteit U kunt de weergavekwaliteit veranderen. 1. MENU → (Instellingen) → [Weergavekwaliteit] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Hoog: Geeft weer in hoge kwaliteit. Standaard: Geeft weer in standaardkwaliteit. Opmerking Wanneer [Hoog] is ingesteld, is het acculadingverbruik hoger dan wanneer [Standaard] is ingesteld. [162] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Begintijd energ.
PAL/NTSC schakel. Geeft bewegende beelden die zijn opgenomen met het apparaat weer op een televisie volgens het PAL- of NTSC-systeem. 1. MENU → (Instellingen) → [PAL/NTSC schakel.] → [Enter] Opmerking Deze functie is alleen aanwezig op apparaten die compatibel zijn met 1080 50i. Het wordt niet geleverd met apparaten die compatibel zijn met 1080 60i. Op apparaten die compatibel zijn met 1080 50i staat de "50i"-markering op de onderkant.
Opmerking U kunt dit onderdeel alleen instellen wanneer het apparaat wordt gevoed door middel van de netspanningsadapter AC-UD10/AC-UD11 (los verkrijgbaar). Zelfs wanneer [Aan] is ingesteld, start het apparaat de demonstratie niet als er geen bestand met bewegende beelden op de geheugenkaart staat. Wanneer [Aan] is geselecteerd, schakelt het apparaat niet over naar de stroombesparingsstand.
afstandsbediening van de televisie te richten op de televisie. 1. MENU → (Instellingen) → [HDMI-instellingen] → [CTRL.VOOR HDMI] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan (standaardinstelling): U kunt dit apparaat bedienen met de afstandsbediening van de televisie. Uit: U kunt dit apparaat niet bedienen met de afstandsbediening van de televisie. Opmerking [CTRL.VOOR HDMI] is alleen beschikbaar met een "BRAVIA" Sync-compatibele televisie.
1. MENU → (Instellingen) → [USB-verbinding] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Automatisch (standaardinstelling): Brengt automatisch een massaopslagverbinding of MTP-verbinding tot stand, afhankelijk van de computer of andere USB-apparaten die moeten worden aangesloten. Windows 7- of Windows 8-computers worden verbonden met MTP, en de unieke functies ervan worden ingeschakeld voor gebruik.
USB-voeding Stelt in of voeding moet worden geleverd via de micro-USB-kabel wanneer het apparaat is aangesloten op een computer of een USB-apparaat. 1. MENU → (Instellingen) → [USB-voeding] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Aan (standaardinstelling): Het apparaat wordt gevoed via de micro-USB-kabel wanneer het apparaat is aangesloten op een computer, enz. Uit: Het apparaat wordt niet gevoed via de micro-USB-kabel wanneer het apparaat is aangesloten op een computer, enz.
Stelt de datum en tijd in. Datumindeling: Selecteert het weergaveformaat van datum en tijd. [173] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Tijdzone instellen Stelt het gebied in waar u het apparaat gebruikt. 1. MENU → (Instellingen) → [Tijdzone instellen] → gewenste gebied. [174] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Formatteren Formatteert (initialiseert) de geheugenkaart.
Menu-onderdelen Serie (standaardinstelling): Zelfs als u de opnamebestemmingsmap verandert of de geheugenkaart verwisselt, blijft het apparaat opeenvolgende nummers toekennen aan bestanden. (Als op de nieuwe geheugenkaart een hoger bestandsnummer aanwezig is dan het laatste beeldbestand, wordt een nummer toegewezen dat één hoger is dan het hoogste nummer.
Wanneer u een geheugenkaart in dit apparaat plaatst die in andere apparatuur is gebruikt, en u beelden opneemt, wordt mogelijk automatisch een nieuwe map aangemaakt. Maximaal 4.000 beelden kunnen in één map worden opgeslagen. Wanneer de capaciteit van de map is opgebruikt, wordt mogelijk automatisch een nieuwe map aangemaakt.
Opmerking Gebruik een accu die voldoende is opgeladen. Als de acculading te veel afneemt tijdens het repareren, kunnen de gegevens beschadigd raken. [180] Hoe te gebruiken Instellingen veranderen Menu Setup Media-info weergev. Geeft de opnameduur van bewegende beelden en het aantal stilstaande beelden weer dat kan worden opgenomen op de geplaatste geheugenkaart. 1. MENU → (Instellingen) → [Media-info weergev.].
Instelling herstellen Stelt het apparaat terug op de standaardinstellingen. Zelfs als u [Instelling herstellen] uitvoert, blijven de opgenomen beelden behouden. 1. MENU → (Instellingen) → [Instelling herstellen] → gewenste instelling. Menu-onderdelen Camera-instell. terugstell.: Stelt de belangrijkste opname-instellingen terug op de standaardinstellingen. Initialiseren: Stelt alle instellingen terug op de standaardinstellingen. Opmerking Zorg ervoor dat u de accu niet uitwerpt tijdens het terugstellen.
1. Open PlayMemories Mobile op uw smartphone. 2. Selecteer de modelnaam van dit apparaat (DIRECT-xxxx: xxxx). 3. Voer het wachtwoord in dat wordt afgebeeld op dit apparaat. De smartphone is verbonden met het apparaat. [186] Hoe te gebruiken smartphone De Wi-Fi-functies gebruiken Dit apparaat aansluiten op een Het apparaat aansluiten op een iPhone of iPad 1. Selecteer de modelnaam van dit apparaat (DIRECT-xxxx: xxxx) op het Wi-Fiinstelscherm van uw iPhone of iPad.
2. Voer het wachtwoord in dat wordt afgebeeld op dit apparaat. De iPhone of iPad is verbonden met het apparaat. 3. Controleer of uw iPhone of iPad werd verbonden met de "SSID" die wordt afgebeeld op dit apparaat. 4. Ga terug naar het uitgangsscherm en open PlayMemories Mobile.
[187] Hoe te gebruiken smartphone De Wi-Fi-functies gebruiken Dit apparaat aansluiten op een Een applicatie oproepen met [One-touch (NFC)] U kunt een gewenste applicatie in het applicatiemenu van dit apparaat oproepen door een NFC-compatibele Android-smartphone aan te raken met het apparaat. Als de applicatie die u oproept een eigenschap heeft die werkt met de smartphone, worden het apparaat en de smartphone via Wi-Fi met elkaar verbonden.
1. MENU → (Applicatie) → [Applicatielijst] → [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.]. 2. Wanneer het apparaat klaar is voor de verbinding, wordt op het apparaat een informatiescherm afgebeeld. Sluit met behulp van die informatie de smartphone en het apparaat aan. De verbindingsprocedure verschilt van smartphone tot smartphone. 3. Controleer de beeldcompositie op het scherm van de smartphone, en druk daarna op de ontspanknop (A) op de smartphone om het beeld op te nemen.
One-touch connection met een NFC-compatibele Android-smartphone (NFC One-touch remote) U kunt dit apparaat en een NFC-compatibele Android-smartphone verbinden met one-touch, zonder een ingewikkelde installatieprocedure te hoeven doorlopen. 1. Activeer de NFC-functie van de smartphone. 2. Zet dit apparaat in de opnamefunctie. De NFC-functie is alleen beschikbaar wanneer op het scherm. (N-markering) wordt afgebeeld 3. Raak met het apparaat de smartphone aan.
Als de smartphone in een hoesje zit, haalt u hem eruit. Als het apparaat in een hoesje zit, haalt u het eruit. Controleer of de NFC-functie is geactiveerd op de smartphone. Als [Vliegtuig-stand] is ingesteld op [Aan], kunt u dit apparaat en de smartphone niet met elkaar verbinden. Stel [Vliegtuig-stand] in op [Uit]. Als dit apparaat en de smartphone met elkaar worden verbonden terwijl het apparaat in de weergavefunctie staat, wordt het weergegeven beeld naar de smartphone gezonden.
Geeft alle beelden die op de geheugenkaart van het apparaat zijn opgenomen weer op de smartphone. Opmerking U kunt het beeldformaat dat naar de smartphone moet worden gezonden selecteren uit [Oorspronkelijk], [2M] en [VGA]. Om het beeldformaat te veranderen, raadpleegt u de volgende stappen. Voor Android-smartphone Start PlayMemories Mobile en verander het beeldformaat met [Instellingen] → [Beeldformaat kopiëren].
3. Raak met de smartphone het apparaat aan. Het apparaat en de smartphone zijn verbonden en PlayMemories Mobile wordt automatisch geopend op de smartphone, waarna het weergegeven beeld naar de smartphone wordt gezonden. Voordat u de smartphone aanraakt, annuleert u de slaapfunctie en schermvergrendeling van de smartphone. De NFC-functie is alleen beschikbaar wanneer het apparaat.
Voor iPhone/iPad Selecteer in het instelmenu PlayMemories Mobile en verander het beeldformaat met [Beeldformaat kopiëren]. RAW-beelden worden omgezet naar JPEG-formaat wanneer ze worden gezonden. Als de beeldindex wordt weergegeven op het apparaat, kunt u geen beelden overbrengen met behulp van de NFC-functie. Als u geen verbinding kunt maken, doet u het volgende: Open PlayMemories Mobile op uw smartphone en beweeg vervolgens de smartphone langzaam naar (N-markering) op het apparaat.
[193] Hoe te gebruiken televisie De Wi-Fi-functies gebruiken Beelden kopiëren naar een Op TV bekijken U kunt beelden bekijken op een netwerk-compatibele televisie door ze over te brengen vanaf het apparaat zonder het apparaat en de televisie te verbinden met een kabel. Voor sommige televisies kan het noodzakelijk zijn om bedieningen op de televisie uit te voeren. Raadpleeg de bij de televisie geleverde gebruiksaanwijzing voor meer informatie. 1. MENU → verbonden.
Selecteert uit [HD] en [4K]. *De instellingen werken alleen op een BRAVIA-televisie die compatibel is met de functies. Opmerking U kunt deze functie gebruiken op een televisie die DLNA-renderer ondersteunt. U kunt beelden bekijken op een Wi-Fi Direct-compatibele televisie of netwerkcompatibele televisie (inclusief kabeltelevisie). Als u de televisie en dit apparaat op elkaar aansluit en geen Wi-Fi Direct gebruikt, moet u eerst uw accesspoint registreren.
[WPS-Push] werkt alleen als de beveiligingsinstelling van uw accesspoint is ingesteld op WPA of WPA2, en uw accesspoint ondersteuning biedt voor de registratiemethode met de WPS-knop. Als de beveiligingsinstelling is ingesteld op WEP of uw accesspoint geen ondersteuning biedt voor de registratiemethode met de WPS-knop, voert u [Toegangspunt instel.] uit.
in en selecteert u daarna het beveiligingssysteem. 3. Voer het wachtwoord in en selecteer [OK]. Voor een accesspoint zonder de markering is geen wachtwoord nodig. 4. Selecteer [OK]. Hoe het toetsenbord wordt gebruikt Wanneer het handmatig invoeren van tekens is vereist, wordt een toetsenbord afgebeeld op het scherm. 1. Invoervak De tekens die u invoert worden afgebeeld. 2.
Om de invoer te annuleren, selecteert u [Annuleren]. Overige instelitems Afhankelijk van de status of de instelmethode van uw accesspoint, wilt u mogelijk meer items instellen. WPS PIN: Beeldt de PIN-code af die u moet invoeren in het verbonden apparaat. Voorrangsverbind.: Selecteer [Aan] of [Uit]. IP-adres instelling: Selecteer [Automatisch] of [Handmatig]. IP-adres: Als u het IP-adres handmatig invoert, voert u het vaste adres in.
Beeldt het MAC-adres af van dit apparaat. 1. MENU → (Draadloos) → [MAC-adres weergvn]. [199] Hoe te gebruiken functies veranderen De Wi-Fi-functies gebruiken De instellingen van Wi-Fi- SSID/WW terugst. Dit apparaat deelt de verbindingsinformatie voor [Naar smartph verznd] en [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] met een apparaat dat toestemming heeft om verbinding te maken. Als u het apparaat wilt veranderen dat toestemming heeft om verbinding te maken, stelt u de verbindingsinformatie terug. 1.
U kunt de gewenste functies toevoegen aan dit apparaat door via het internet verbinding te maken met de website voor het downloaden van applicaties (PlayMemories Camera Apps). Bijvoorbeeld, de volgende bedieningen zijn mogelijk: U kunt diverse effecten gebruiken bij het opnemen van beelden. U kunt beelden uploaden naar netwerkservices, rechtstreeks vanaf het apparaat. Druk op MENU → (Applicatie) → [Inleiding] voor informatie over de service en de landen en gebieden waar het beschikbaar is.
U kunt applicaties downloaden met behulp van uw computer. 1. Maak verbinding met de website voor het downloaden van applicaties. http://www.sony.net/pmca/ 2. Selecteer de gewenste applicatie en download de applicatie aan de hand van de instructies op het scherm naar het apparaat. Sluit de computer en het apparaat op elkaar aan met behulp van een micro-USBkabel (bijgeleverd) door de instructies op het scherm te volgen.
[206] Hoe te gebruiken openen Applicaties toevoegen aan het apparaat De applicaties De gedownloade applicatie openen Open een applicatie die is gedownload vanaf de website voor het downloaden van applicaties PlayMemories Camera Apps. 1. MENU → (Applicatie) → [Applicatielijst] → gewenste applicatie die u wilt openen. Hint Applicaties sneller openen Wijs [Applic. downloaden] en [Applicatielijst] toe aan een eigen toets.
beheren De volgorde van de applicaties veranderen U kunt de volgorde veranderen waarin toegevoegde applicaties worden afgebeeld op dit apparaat. 1. MENU → (Applicatie) → Applicatielijst → [Applicatiebeheer] → [Sorteren]. 2. Selecteer de applicatie waarvan u de volgorde wilt veranderen. 3. Selecteer de bestemming.
PlayMemories Home Door PlayMemories Home te gebruiken kunt u het volgende doen: U kunt beelden die met dit apparaat zijn opgenomen importeren in uw computer. U kunt beelden die in de computer zijn geïmporteerd weergeven. U kunt uw beelden delen met behulp van PlayMemories Online. Onder Windows kunt u tevens het volgende doen: U kunt de beelden in de computer op een kalender op opnamedatum rangschikken en weergeven.
Nieuwe functies kunnen worden toegevoegd aan PlayMemories Home. Zelfs als PlayMemories Home reeds is geïnstalleerd op uw computer, sluit u dit apparaat en uw computer opnieuw op elkaar aan. A: Naar de Multi/Micro USB-aansluiting B: Naar de USB-aansluiting van de computer Opmerking Log in als beheerder. Het kan noodzakelijk zijn om de computer opnieuw op te starten.
"Autom. draadloos importeren" is vereist als u een Mac-computer gebruikt en met behulp van de Wi-Fi-functie beelden wilt importeren in de computer. Download "Autom. draadloos importeren" vanaf bovenstaande URL en installeer het op uw Mac-computer. Voor informatie, raadpleegt u de Help-functie van "Autom. draadloos importeren". Opmerking De software die kan worden gebruikt verschilt afhankelijk van het gebied.
[216] Hoe te gebruiken Weergeven op een computer De software gebruiken Toegang krijgen tot "Bedieningshandleiding Image Data Converter" Windows: [start] → [Alle programma's] → [Image Data Converter] → [Help] → [Image Data Converter Ver.4]. In Windows 8, start [Image Data Converter Ver.4], en selecteer [Help] op de menubalk → [Bedieningshandleiding Image Data Converter]. Mac: Finder → [Toepassingen] → [Image Data Converter] → [Image Data Converter Ver.
Als u het apparaat met behulp van de micro-USB-kabel aansluit op uw computer terwijl [USB-voeding] is ingesteld op [Aan], wordt de voeding geleverd door uw computer. (standaardinstelling: [Aan]) [218] Hoe te gebruiken computer Weergeven op een computer Dit apparaat aansluiten op een Beelden importeren in de computer Met PlayMemories Home kunt u eenvoudig beelden importeren. Voor informatie over de functies van PlayMemories Home, raadpleegt u de Help-functie van PlayMemories Home.
Voor bedieningen zoals het importeren van bewegende beelden in het AVCHD-formaat in een computer, gebruikt u PlayMemories Home. Mappen en bestanden van bewegende beelden in het AVCHD-formaat vanaf de aangesloten computer mogen niet worden bewerkt of anderszins gewijzigd. Bestanden van bewegende beelden kunnen beschadigd worden of het kan onmogelijk worden om ze weer te geven. U mag de bewegende beelden in het AVCHD-formaat op de geheugenkaart niet wissen of kopiëren vanaf de computer.
High-definition (HD)-beeldkwaliteit Op een Blu-ray Disc kunt u meer bewegende beelden in high-definition (HD)-beeldkwaliteit opnemen dan op een dvd. High-definition (HD)-beeldkwaliteit (AVCHD-opnamedisc) Bewegende beelden in high-definition (HD)-beeldkwaliteit kunnen worden opgenomen op een dvd-media, zoals een dvd-r, om zo een disc van high-definition (HD)-beeldkwaliteit te maken.
Voor informatie over het maken van een disc met behulp van PlayMemories Home, raadpleegt u de Help-functie van PlayMemories Home. (Alleen voor Windows) Maakt een disc van high-definition (HD)-beeldkwaliteit Schrijfbaar bestandsformaat voor bewegende beelden: PS, FX, FH Speler: Weergaveapparaten voor Blu-ray-discs (Sony Blu-ray-discspeler, PlayStation®3, enz.
Standard-definition (STD)-beeldkwaliteit HDD-recorder, enz.: Standard-definition (STD)-beeldkwaliteit Opmerking Wanneer u een AVCHD-disc maakt met behulp van PlayMemories Home van bewegende beelden opgenomen met [ Opname-instell.] ingesteld op [60p 28M(PS)]/[50p 28M(PS)], [60i 24M(FX)]/[50i 24M(FX)] of [24p 24M(FX)]/[25p 24M(FX)], wordt de beeldkwaliteit omgezet en is het niet mogelijk een disc te maken in de oorspronkelijke beeldkwaliteit. Het omzetten van de beeldkwalitteit duurt enige tijd.
Opmerking Als u een Blu-ray Disc wilt weergeven die werd gemaakt met behulp van bewegende beelden die zijn opgenomen in [60p 28M(PS)]/[50p 28M(PS)], moet u een apparaat gebruiken dat compatibel is met het AVCHD-formaat Ver. 2.0. [224] Hoe te gebruiken Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat Voorzorgsmaatregelen Voorzorgsmaatregelen Reservekopie maken van geheugenkaarten Gegevens kunnen beschadigd raken in de volgende gevallen. Zorg ervoor dat u een reservekopie van de gegevens maakt.
gerepareerd. Vervoeren Als het apparaat in de achterzak van uw broek of jurk zit, mag u niet in een stoel of op een andere plaats gaan zitten omdat het apparaat hierdoor beschadigd kan worden of defect kan raken. Bedrijfstemperatuur Uw apparaat is ontworpen voor gebruik bij temperaturen tussen 0 °C en 40 °C. Gebruik bij extreem lage of hoge temperaturen buiten dit bereik, wordt niet aanbevolen.
Dit apparaat gebruikt MPEG-4 AVC/H.264 High Profile voor het opnemen in het AVCHDformaat. Om deze reden kunnen bewegende beelden die met dit apparaat zijn opgenomen in het AVCHD-formaat, niet worden weergegeven op de volgende apparaten. Andere apparaten die compatibel zijn met het AVCHD-formaat en die High Profile niet ondersteunen Apparaten die incompatibel zijn met het AVCHD-formaat Dit apparaat gebruikt ook MPEG-4 AVC/H.264 High Profile voor het opnemen in het MP4-formaat.
Als water, stof of zand via de geopende flitser binnendringt, kan een defect optreden. Wanneer u de flitser omlaag duwt, let u erop dat uw vingers niet bekneld raken. Opmerkingen over het weggooien of aan anderen overdragen van dit apparaat Voordat u dit apparaat weggooit of aan anderen overdraagt, vergeet u niet de volgende bedieningen uit te voeren ter bescherming van privégegevens. Voer [Instelling herstellen] uit om alle instellingen terug te stellen.
U kunt de accu opladen ook als deze niet volledig leeg is. U kunt een gedeeltelijk opgeladen accu gebruiken. Als het oplaadlampje knippert en het opladen voortijdig stopt, verwijdert u de accu en plaats u deze weer terug. Het wordt aanbevolen om de accu op te laden bij een omgevingstemperatuur tussen 10 °C en 30 °C. De accu zal misschien niet goed worden opgeladen bij temperaturen buiten dit bereik.
A: Acculading hoog B: Accu leeg Het duurt ongeveer één minuut om de juiste resterende-acculadingindicator af te beelden. De juiste resterende-acculadingindicator wordt mogelijk niet afgebeeld onder bepaalde bedrijfs- of omgevingsomstandigheden. Als u het apparaat gedurende een bepaalde tijdsduur niet bedient terwijl het is ingeschakeld, wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld (automatische uitschakelfunctie).
Let erop dat u een originele Sony-netspanningsadapter gebruikt. Als het oplaadlampje van het apparaat knippert tijdens het opladen, haalt u de accu die wordt opgeladen uit het apparaat en plaatst u dezelfde accu stevig terug in het apparaat. Als het oplaadlampje opnieuw knippert, kan dit duiden op een defecte accu of is een verkeerd type accu geplaatst. Controleer of de geplaatste accu van het opgegeven type is.
geheugenkaarten te gebruiken: (Mark2) (Memory Stick PRO Duo (Mark2)) (Memory Stick XC-HG Duo (Mark2)) (Memory Stick PRO-HG Duo) (Mark2) (Memory Stick Micro (Mark2)) SD-kaart van klasse 4 of sneller, microSD-geheugenkaart van klasse 4 of sneller Voor het opnemen van bewegende beelden in het XAVC S-formaat, gebruikt u de volgende geheugenkaarten: SDXC-geheugenkaart met een opslagcapaciteit van minstens 64 GB (klasse 10 of hoger) UHS-I-compatibele SDXC-geheugenkaart met een opslagcapaciteit van minstens 64 GB
Plaatsen met een hoge temperatuur, zoals een auto die in de zon geparkeerd staat Plaatsen die zijn blootgesteld aan direct zonlicht Op vochtige plaatsen of plaatsen waar zich bijtende stoffen bevinden Beelden die zijn opgenomen op een Memory Stick XC-HG Duo, SDXC-geheugenkaart of microSDXC-geheugenkaart kunnen niet worden geïmporteerd of weergegeven op computers of AV-apparaten die niet compatibel zijn met exFAT indien aangesloten met behulp van een micro-USB-kabel.
het apparaat plaatst zonder een M2-adapter ter grootte van een Duo te gebruiken, kan het onmogelijk zijn deze vervolgens weer uit het apparaat te halen. Laat een Memory Stick Micro niet binnen het bereik van kleine kinderen liggen. Zij zouden deze per ongeluk kunnen inslikken. [229] Hoe te gebruiken Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat Dit apparaat reinigen Reiniging De lens en flitser reinigen Veeg de lens en flitser af met een zachte doek om vingerafdrukken, stof, enz., te verwijderen.
Als u de monitor stevig afveegt met een tissue, enz., kunnen krassen in de coating ontstaan. Als de monitor vuil wordt met vingerafdrukken of stof, veegt u het stof voorzichtig van het oppervlak af, en reinigt u daarna de monitor met behulp van een zachte doek, enz.
32GB: 950 beelden 64GB: 1900 beelden RAW 2GB: 88 beelden 4GB: 175 beelden 8GB: 355 beelden 16GB: 710 beelden 32GB: 1400 beelden 64GB: 2850 beelden *Als [ Beeldverhouding] is ingesteld op iets anders dan [3:2], kunt u meer stilstaande beelden opnemen dan hierboven is aangegeven. (Behalve wanneer [ Kwaliteit] is ingesteld op [RAW].) Opmerking Zelfs als het aantal resterende opneembare beelden hoger is dan 9.999, wordt de indicator "9999" afgebeeld.
32GB: 64GB: 2 h 35 m 30p 50M 25p 50M 2GB: 4GB: 8GB: 16GB: 32GB: 64GB: 2 h 35 m 24p 50M (Alleen voor 1080 60i-compatibele modellen.
50p 28M(PS) 2GB: 9 m 4GB: 15 m 8GB: 35 m 16GB: 1 h 15 m 32GB: 2 h 30 m 64GB: 5 h 5 m 24p 24M(FX) 25p 24M(FX) 2GB: 10 m 4GB: 20 m 8GB: 40 m 16GB: 1 h 30 m 32GB: 3 h 64GB: 6 h 24p 17M(FH) 25p 17M(FH) 2GB: 10 m 4GB: 30 m 8GB: 1 h 16GB: 2 h 32GB: 4 h 5 m 64GB: 8 h 15 m [ Bestandsindeling]:[MP4] 1440×1080 12M 2GB: 15 m 4GB: 40 m 8GB: 1 h 20 m 16GB: 2 h 45 m 32GB: 5 h 30 m 64GB: 11 h 5 m VGA 3M 2GB: 1 h 10 m 4GB: 2 h 25 m 8GB: 4 h 55 m 16GB: 9 h 55 m 32GB: 20 h 64GB: 40 h 10 m Ononderbroken opnemen is mogelijk
Opmerking De opnameduur van bewegende beelden verschilt omdat het apparaat is uitgerust met VBR (variabele bitsnelheid), waardoor de beeldkwaliteit automatisch wordt aangepast aan de hand van de opnamescène. Wanneer u een snelbewegend onderwerp opneemt, is het beeld helderder, maar de opnameduur is korter omdat meer geheugen nodig is voor de opname. De opnameduur verschilt ook afhankelijk van de opnameomstandigheden, het onderwerp en de instellingen van de beeldkwaliteit en het beeldformaat.
Brazilië PAL-N-systeem: Argentinië, Paraguay, Uruguay SECAM-systeem: Bulgarije, Frankrijk, Griekenland, Guyana, Irak, Iran, Monaco, Oekraïne, Rusland, enzovoort. [234] Hoe te gebruiken Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat Overige informatie ZEISS-lens De camera is uitgerust met een lens van ZEISS die in staat is scherpe beelden met een uitstekend contrast te reproduceren.
VIDEO-LEVERANCIER DIE IS GEAUTORISEERD OM AVC-VIDEO TE LEVEREN. ER WORDT GEEN LICENTIE VERLEEND OF GEÏMPLICEERD VOOR ENIG ANDER GEBRUIK. AANVULLENDE INFORMATIE KAN WORDEN VERKREGEN VAN MPEG LA, L.L.C. ZIE HTTP://WWW.MPEGLA.COM Over softwareprogramma’s waarop GNU GPL/LGPL van toepassing is De software die geschikt is voor de volgende GNU General Public License (hierna "GPL" genoemd) of GNU Lesser General Public License (hierna "LGPL" genoemd) worden bij het apparaat geleverd.
Panasonic Corporation en Sony Corporation. Dolby en het dubbele-D-symbool zijn handelsmerken van Dolby Laboratories. HDMI, het HDMI-logo en High-Definition Multimedia Interface zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van HDMI Licensing LLC. Microsoft, Windows, DirectX en Windows Vista zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. Mac en Mac OS zijn handelsmerken van Apple Inc.
Problemen oplossen Als u problemen ondervindt met het apparaat, probeer dan de volgende oplossingen. 1. Controleer de onderdelen onder "Problemen oplossen" en controleer daarna het apparaat. Als een mededeling zoals "C/E:□□:□□" wordt afgebeeld op het scherm, raadpleegt u het zelfdiagnosedisplay. 2. Haal de accu eruit, wacht ongeveer één minuut, plaats de accu weer terug, en schakel vervolgens het toestel in. 3. Stel de instellingen terug op de standaardinstellingen. 4.
[240] Probleemoplossing Problemen oplossen Accu en voeding Het apparaat schakelt plotseling uit. Afhankelijk van de apparaat- en accutemperatuur kan de voeding automatisch worden uitgeschakeld om het apparaat te beschermen. In dat geval wordt een mededeling op het scherm van het apparaat afgebeeld voordat het apparaat wordt uitgeschakeld. Als u het apparaat gedurende een bepaalde tijdsduur niet gebruikt, wordt het automatisch uitgeschakeld om te voorkomen dat de accu leegloopt.
De accu die in de camera is geplaatst, wordt niet opgeladen. Laad de accu op terwijl de camera is uitgeschakeld. [244] Probleemoplossing Problemen oplossen Accu en voeding De accu wordt niet opgeladen.
[247] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden Het opnemen duurt erg lang. De ruisonderdrukkingsfunctie wordt uitgevoerd op een beeld. Dit is geen storing. U neemt op in de RAW-functie. Aangezien RAW-gegevensbestanden groot zijn, kan het opnemen in de RAW-functie enige tijd duren. De functie [Auto HDR] is bezig een beeld te bewerken. Het apparaat voegt beelden samen.
[250] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden De flitser werkt niet. Zet de flitser omhoog. U kunt een flitser niet gebruiken in de volgende situaties: [Antibewegingswaas], [Nachtscène], [Schemeropn. hand], [Vuurwerk] of [Hoge gevoeligheid] is geselecteerd als de scènekeuzefunctie. Tijdens het opnemen in de functie panorama door beweging. Tijdens het opnemen van bewegende beelden.
scherm. Tijdens het opnemen worden de datum en tijd niet afgebeeld. Deze worden alleen tijdens weergave afgebeeld. [254] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden De datum en tijd worden onjuist opgenomen. Stel de juiste datum en tijd in. Het gebied dat is geselecteerd met behulp van [Tijdzone instellen] verschilt van het werkelijke gebied. Selecteer het werkelijke gebied.
[257] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden In het beeld verschijnt ruis wanneer u op een donkere plaats naar het scherm kijkt. Het apparaat probeert de zichtbaarheid van het scherm te verhogen door de monitor tijdelijk helderder te maken onder omstandigheden met een slechte verlichting. Dit is niet van invloed op het opgenomen beeld. [258] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden Een donkere schaduw verschijnt in het beeld.
[261] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden U kunt niet continu beelden opnemen. De geheugenkaart is vol. Wis overbodige beelden. De accu is bijna leeg. Plaats een opgeladen accu. [262] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden Het beeld is niet helder in de zoeker. Stel de diopter goed in met behulp van het diopter-instelwiel. [263] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden Het beeld is wazig.
Als u het apparaat gedurende een bepaalde tijdsduur niet gebruikt, wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld. Het apparaat wordt weer ingeschakeld wanneer u op de aanuitknop drukt. [265] Probleemoplossing opnemen Problemen oplossen Stilstaande/bewegende beelden Het duurt te lang voordat de flitser opnieuw is opgeladen. De flitser is binnen een korte tijd meerdere keren gebruikt.
[268] Probleemoplossing Problemen oplossen Beelden weergeven De datum en tijd worden niet afgebeeld. De schermweergave is ingesteld op het weergeven van alleen beelden. Druk op DISP (Weergave-instelling) op het besturingswiel om informatie af te beelden. [269] Probleemoplossing Problemen oplossen Beelden weergeven Het lukt niet het beeld te wissen. Annuleer de beveiliging. [270] Probleemoplossing Problemen oplossen Beelden weergeven Het beeld is per ongeluk gewist.
Mogelijk wordt het draadloze accesspoint niet op het apparaat afgebeeld als gevolg van de signaalomstandigheden. Plaats het apparaat dichter bij het draadloze accesspoint. Mogelijk wordt het draadloze accesspoint niet op het apparaat afgebeeld vanwege de instellingen van het accesspoint. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het draadloze accesspoint. [273] Probleemoplossing Problemen oplossen Wi-Fi [WPS-Push] werkt niet. [WPS-Push] werkt mogelijk niet afhankelijk van de instellingen van het accesspoint.
[Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] of [Naar smartph verznd] wordt voortijdig geannuleerd. Wanneer de resterende acculading laag is, kan [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] of [Naar smartph verznd] voortijdig worden geannuleerd. Laad de accu op en probeer het opnieuw. [277] Probleemoplossing Problemen oplossen Wi-Fi Het opnamescherm voor [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] wordt niet soepel afgebeeld./De verbinding tussen het apparaat en de smartphone is verbroken.
[279] Probleemoplossing Problemen oplossen Computers De computer herkent dit apparaat niet. Stel [USB-verbinding] in op [Massaopslag]. Gebruik de micro-USB-kabel (bijgeleverd) om de apparaten met elkaar te verbinden. Koppel de USB-kabel los en sluit deze daarna weer stevig aan. Koppel alle apparatuur behalve dit apparaat, het toetsenbord en de muis los van de USBaansluitingen van uw computer. Sluit het apparaat rechtstreeks aan op de computer en niet via een USB-hub of ander apparaat.
Gebruik PlayMemories Home om beelden die op een computer zijn opgeslagen te kopiëren naar een geheugenkaart die in dit apparaat is geplaatst, en ze weer te geven op dit apparaat. [283] Probleemoplossing Problemen oplossen Geheugenkaarten De geheugenkaart is per ongeluk geformatteerd. Alle gegevens op de geheugenkaart zijn door het formatteren gewist. U kunt de gegevens niet herstellen. [284] Probleemoplossing Problemen oplossen Afdrukken U kunt geen beelden afdrukken.
worden afgesneden. Vooral wanneer u een beeld afdrukt dat werd opgenomen met [ Beeldverhouding] ingesteld op [16:9], kunnen de zijkanten van het beeld worden afgesneden. Wanneer u beelden afdrukt op uw printer, annuleert u op de printer de instellingen voor bijsnijden en afdrukken zonder randen. Vraag de fabrikant van de printer of de printer deze functies heeft of niet.
Probeer niet met kracht zelf de lens te bewegen nadat deze gestopt is met bewegen. Plaats een opgeladen accu en schakel daarna het apparaat opnieuw in. [290] Probleemoplossing Problemen oplossen Overige Het apparaat wordt warm wanneer u het gedurende een lange tijd gebruikt. Dit is geen storing. Schakel het apparaat uit en gebruik het enige tijd niet. [291] Probleemoplossing Problemen oplossen Overige Het klok-instelscherm wordt afgebeeld nadat het apparaat is ingeschakeld.
Schakel het apparaat uit. Haal de accu eruit en plaats hem weer terug. Als het apparaat heet is, haalt u de accu eruit en laat u hem afkoelen voordat u deze corrigerende handeling uitvoert. Als de netspanningsadapter AC-UD10/AC-UD11 (los verkrijgbaar) wordt gebruikt, koppelt u het netsnoer los. Sluit het netsnoer aan en schakel het apparaat weer in.
De geplaatste geheugenkaart kan niet worden gebruikt in dit apparaat, of de gegevens zijn beschadigd. Plaats een nieuwe geheugenkaart. E:61:□□ E:62:□□ E:91:□□ Er is een storing in het apparaat opgetreden. Stel alle instellingen van het apparaat terug op de standaardinstellingen en schakel het apparaat daarna weer in. E:94:□□ Een storing is opgetreden bij het schrijven of wissen van gegevens. Reparatie is noodzakelijk.
Op deze geheugenkaart kunt u mogelijk niet normaal opnemen en afspelen. Er is een niet-compatibele geheugenkaart geplaatst. Verwerkt... Bij het uitvoeren van ruisonderdrukking, wordt het onderdrukkingsproces op dit moment uitgevoerd. Tijdens het uitvoeren van de ruisonderdrukking kunt u geen verdere opnamen maken. Beeldweergave onmogelijk. Beelden die zijn opgenomen met een ander apparaat of beelden die zijn gewijzigd op een computer, kunnen mogelijk niet worden weergegeven. Afdrukken onmogelijk.
Camerafout. Schakel uit en in. Haal de accu eruit en plaats hem weer terug. Als de mededeling vaak wordt afgebeeld, neemt u contact op met uw Sony-dealer of de plaatselijke, erkende technische dienst van Sony. Beeldvergroting onmogelijk. Beeldrotatie onmogelijk. Beelden die met een ander apparaat zijn opgenomen, kunnen mogelijk niet worden vergroot of geroteerd.
AF-vergrendeling Onderwerpen die te klein of te groot zijn Panorama d. beweg. AF-vergrendeling Scènes met te weinig contrast, zoals de lucht of een zandstrand Panorama d. beweg. Superieur automat. Scènes die continu veranderen, zoals een waterval Panorama d. beweg. Superieur automat.