Operation Manual
Table Of Contents
- Inhoudsopgave
- Voordat u begint
- Mogelijkheden van deze printer
- Onderdelen
- Voorbereidingen
- 1 De inhoud van de verpakking controleren
- 2 De printset gereedmaken
- Formaten voor printpapier
- Optionele printsets
- 3 De printcartridge plaatsen
- 4 Het printpapier plaatsen
- 5 De afstandsbediening gereedmaken
- 6 De stroombron aansluiten
- Het apparaat aansluiten op een televisiescherm
- Een geheugenkaart plaatsen
- Een "Memory Stick" plaatsen
- Een CompactFlash-kaart plaatsen
- Een SD-kaart plaatsen
- Een camera of ander extern apparaat aansluiten
- Standaardafdrukken maken (MONITOR OUT-stand)
- De beelden op een televisiescherm weergeven
- Geselecteerde beelden afdrukken
- Een beeld afdrukken
- Het voorbeeld controleren voordat u begint met afdrukken
- Meerdere beelden afdrukken
- AUTO afdrukken (INDEX/DPOF/ALL)
- Afdrukken met het LCD-scherm van de printer (LCD-stand)
- Geselecteerde beelden afdrukken
- AUTO afdrukken (INDEX/DPOF/ALL)
- De afdrukinstellingen wijzigen
- Verschillende afdrukken maken (MONITOR OUT-stand)
- Beelden bewerken
- Het menu Edit weergeven
- Beelden vergroten of verkleinen
- Beelden verplaatsen
- Beelden draaien
- Beelden aanpassen
- Speciale filters aan een beeld toevoegen
- Rode ogen beperken
- Tekens toevoegen
- Beelden opslaan en afdrukken
- Bewerkte beelden afdrukken
- Verschillende afdrukken maken (Creative Print)
- Het menu Creative Print weergeven
- Afdrukken met een vrije indeling maken
- Kalenders maken
- Kaarten maken
- Deelbeelden maken
- De afdrukinstellingen wijzigen (Set Up)
- Een diavoorstelling weergeven
- Beelden verwijderen
- Geselecteerde beelden verwijderen
- Een “Memory Stick” formatteren
- Beelden zoeken
- De printervoorkeuren wijzigen (Option)
- Afdrukken vanaf een PictBridge-camera (PictBridge-stand)
- Beelden afdrukken vanaf de digitale camera
- Afdrukken vanaf een computer (PC-stand)
- De software installeren
- Systeemvereisten
- De printerdriver installeren
- PictureGear Studio installeren
- Foto’s afdrukken vanuit PictureGear Studio
- Afdrukken vanuit een andere toepassing
- Problemen oplossen
- Als er problemen optreden
- Als er een foutbericht wordt weergegeven
- Als het papier vastloopt
- De binnenkant van de printer reinigen
- Aanvullende informatie
- Voorzorgsmaatregelen
- Informatie over de “Memory Stick”
- “Memory Stick”
- Typen “Memory Stick”
- Typen “Memory Stick” die geschikt zijn voor de printer
- Opmerkingen over het gebruik
- Informatie over CompactFlash-/ SD-kaarten
- Opmerkingen over het gebruik
- Technische gegevens
- Afdrukbereik
- Woordenlijst
- Index

35
NL
Digital Photo Printer -DPP-FP50_NL_CED_ 2-599-949-61(1)
Verschillende afdrukken maken (MONITOR OUT-stand)
Tekens toevoegen
U kunt maximaal 5 regels met tekens aan
een beeld toevoegen.
1
Geef het menu Edit weer (pagina 31).
2
Druk op g/G/f/F om (tekst) te
selecteren en druk op ENTER.
Het toetsenbord wordt weergegeven.
Huidig regelnummer
Tekstinvoervak
Kleur en lettertype selecteren en
berichten laden/opslaan.
Tekens selecteren.
3
Selecteer een lettertype.
De tekens worden ingevoerd in het
lettertype dat wordt weergegeven in
de toets “FONT”. Als u een ander
lettertype wilt selecteren, voert u de
volgende procedure uit:
1 Druk op g/G/f/F om “FONT” te
selecteren.
2 Druk herhaaldelijk op ENTER tot
het gewenste lettertype wordt
weergegeven:
Opmerking
U kunt niet meerdere lettertypen en kleuren
opgeven voor een ingevoerde reeks tekens.
Alle regels met tekens worden ingevoerd
met hetzelfde lettertype en dezelfde kleur.
U kunt lettertypen en kleuren wijzigen
terwijl u de tekens invoert. Het gewijzigde
lettertype en de gewijzigde kleur worden
toegepast op alle ingevoerde tekens.
4
Selecteer een kleur.
De tekens worden ingevoerd met de
kleur die wordt weergegeven naast de
toets “COLOR”. Als u een andere
kleur wilt selecteren, voert u de
volgende procedure uit:
1
Druk op
g/G/f/F
om “COLOR”
te selecteren en druk op ENTER.
Het selectievenster voor kleuren
wordt weergegeven.
2 Druk op g/G/f/F om de
gewenste kleur te selecteren en
druk op ENTER.
Opmerking
U kunt niet voor elke tekenregel een
andere kleur gebruiken.
5
Druk op g/G/f/F om het
gewenste teken te selecteren en
druk op ENTER om een teken in te
voeren.
De geselecteerde tekens worden
ingevoerd in het tekstinvoervak. Voor elke
regel kunt u maximaal 50 tekens invoeren.
Naar de volgende regel gaan
Druk op g/G/f/F om # te
selecteren en druk op ENTER.
U kunt maximaal 5 regels invoeren.
Hoofdletters invoeren
Druk op g/G/f/F om “CAPS” te
selecteren en druk op ENTER. Het
toetsenbord voor hoofdletters wordt
weergegeven. Selecteer “CAPS”
nogmaals om het toetsenbord voor
kleine letters weer te geven.
Wordt vervolgd
01NLFP5007TV2-CED.p65 4/8/05, 8:57 AM35










